Recht op foutjes, recht op falen?

De KU Leuven heeft besloten dat eerstejaars die te zwaar buizen, geen tweede kans krijgen, maar een nieuwe studierichting moeten kiezen. Toen rector Rik Torfs dat voorstel deed, vond ik het in eerste instantie nog begrijpelijk, “gezien de kost voor onze maatschappij die een bisjaar met zich meebrengt”.

Intussen zijn we een paar weken verder, is het voorstel regel geworden (toch aan de KU Leuven) en heb ik toch een paar bedenkingen. Ik ken immers een paar studenten die hun eerste jaar zwaar gebuisd waren. Te veel gefeest, niet kunnen omgaan met de nieuwe vrijheid, vaak ook geen degelijke studiemethode… Dat leidde tot een pijnlijke reality check op het einde van dat eerste jaar. Maar degenen die ik ken, zijn wel opnieuw begonnen. Ze hebben doorgezet en hebben hun diploma alsnog gehaald. Eén iemand heeft dat zelfs met glans gedaan, is later nog gaan doctoreren en is nu professor. Dat zullen allicht de uitzonderingen zijn, de minderheid,… Maar met het nieuwe voorstel worden zij wel de “collateral damage”.

Ook mijn studieloopbaan liep niet helemaal over rozen. Ik had een existentiële crisis in 1e licentie (Is dit het nu? Is dit de richting die ik met mijn leven uit wil?) die tot een thesisjaar leidde. Een jaar te veel. Ik heb dat jaar gewerkt om mijn studies te kunnen betalen. Ik heb daar veel uit geleerd. Dat niet alles vanzelfsprekend was, dat je ervoor moet werken als je echt iets wil. Maar ik had het wel nodig om met mijn kop keihard tegen de muur te lopen. Mijn “falen” heeft me veel bijgebracht.

Ik vind het eigenlijk een teken des tijds. We zijn zo streng geworden, zo hard voor mekaar. Nog een voorbeeldje: de discussie over hoe we gezin en job moeten combineren ontaardde in een welles-nietes tussen vrouwen onderling, waarbij de pot de ketel vanalles verweet. Als we solidair geweest waren en vooral gehamerd hadden op het feit dat alle vrouwen “de keuze” moeten hebben, dan zou het allicht meer indruk gemaakt hebben. Nu hebben we onze eigen ruiten voor een stuk ingegooid. Nu werd een terechte bekommernis van veel ouders nogal makkelijk onder de mat geveegd omwille van die onderlinge discussies.

En dat doen we wel vaker. Steeds meer Belgen geven hun buren aan bij de belastingdienst. Stakers verwijten niet-stakers egoïsme en omgekeerd. Waar is de solidariteit gebleven? Waar is het begrip voor elkaar gebleven? Moet dat eerst economisch afgewogen worden? Kunnen we ons “begrip” wel permitteren? Zijn we zeker dat zij het écht wel slechter hebben dan wij en op geen enkele manier van het systeem profiteren voor we willen meeleven? Zijn we nu echt allemaal zo kil en berekend geworden?

Moeten we dan echt allemaal perfect zijn? Mogen we geen fouten meer maken? Moet ons falen onmiddellijk bestraft worden? Hebben we geen recht op een tweede kans? Mogen we niet meer leren van onze eigen stommiteiten? Ik dacht dat onze jeugd bedoeld was om fouten te maken en daaruit te leren zodat je in je later leven daar de vruchten van kon plukken.

En dus vind ik het voorstel van de KU Leuven te ver gaan. Iedereen heeft het recht te falen, zolang je maar uit je fouten leert. Ik wil geen deel uitmaken van een maatschappij die perfectie tot de norm maakt. Ik herinner me nog heel goed dat een professor zijn eerste les begon met de woorden: “kijk eens goed naar uw collega links van u en uw collega rechts van u: één van beiden zit hier volgend jaar niet meer”.

Ik heb het wel gehaald, maar dat was me niet gelukt zonder de hulp van een hele groep medestudenten. We deelden samenvattingen, vragen, we legden elkaar moeilijke stukken uit, we spraken elkaar moed in en pepten elkaar op als het eens wat moeilijker ging. We lachten samen, we huilden samen, we deden het SAMEN. We waren solidair… Zo’n maatschappij wil ik voor mijn dochters…