En dan toch: platte sandalen!

Schoenen. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening (letterlijk én figuurlijk). Ik val nu eenmaal op hoog (het kan me niet hoog genoeg zijn), maar een mens moet eerlijk zijn: je kan er niet altijd even goed op stappen. En dus gingen we in de aanloop naar onze vakantie voor mijn allereerste paar sneakers. De wijsheid komt (een klein beetje) met de jaren. De sneakers werden getest én goed bevonden. Een poging om ook nog platte sandalen te verwerven, draaide op een sisser uit en eindigde met een paar prachtige (hoge) pumps.

De grote test van de sneakers werd onze Toscane-reis. Zaten verder nog in mijn reiskoffer: een paar hoge sandalen, een paar hoge gesloten schoenen en mijn slippers. Met volle moed trok ik voor ons stadsbezoek aan Milaan de nieuwe sneakers aan. Na 2 dagen Milaan (stad én wereldtentoonstelling) had ik 2 indrukwekkende blaren op de onderkant van mijn voeten. Ik heb helaas een brede voet en mijn prachtige sneakers snoeren het voorste gedeelte toch wel stevig in. Bovendien was het ontzettend heet en waren mijn voeten misschien ook nog een beetje gezwollen. Enfin, 2 dagen ver op reis en de enige platte schoenen bleken geen alternatief te zijn. Ongelooflijk trouwens hoeveel mensen er op je schoenen gaan staan (op de bus, op de tram, tijdens het door de stad lopen…) Al na de eerste dag stonden die prachtige witte sneakers vol grijze strepen. (ok, dat had ik een klein beetje zelf gezocht).

Tweede uitstap (Monteriggioni en Siena) dan toch maar op mijn (hoge) sandalen. Pijnlijke zaak met blaren net op het punt waar je voet steunt… Ik was echt opgelucht toen we in de auto zaten en ik de sandalen uit kon doen.

Derde uitstap naar Firenze, derde poging, ditmaal op mijn teenslippers. Geen last gehad van de blaren, maar dat dingetje tussen mijn tenen irriteerde ontzettend, zeker na een dag stappen. Alweer geen oplossing dus. Maar op weg naar de Ponte Vecchio kwamen we een winkel van Nero Giardini tegen. Een bekend merk en dus stapten we de winkel binnen. Eerst viel mijn oog uiteraard op een paar mooie hoge schoenen. Macht der gewoonte ;-).  Maar ze pasten niet. En dus toch maar eens een plat sandaaltje proberen. Het eerste paar was het niet: de 36 te klein, de 37 te groot. En na alle geknoei met de schoenen was ik écht niet van plan om nog eens een paar mooie schoenen te kopen waarop ik niet kon lopen. Maar het tweede paar paste wel. En ze stonden nog mooi ook.

Probleem opgelost? Een eerste – weliswaar kort – tripje naar Volterra verliep rimpelloos. Maar ook de tweede uitgebreidere test in San Gimignano gebeurde in volstrekte pijnloosheid. Hallelujah! De perfecte platte sandalen vind je dus in… Firenze. Het perfecte excuus voor een citytrip?

Nu ik het perfecte paar had, zou je denken dat ik geen ander paar meer zou dragen. Maar ik wou ze (nog even) mooi houden. En dus zag je me de Toscaanse heuvels beklimmen en afdalen op mijn hoge sandalen… Die waren immers al stoffig en dat wou ik mijn nieuwe sandalen nog niet aandoen. En ik spreek uit ervaring: omhoog op hakken is niet zo’n probleem, maar een afdaling durft al eens wat moeilijker te verlopen ;-).

IMG_5105Intussen ben ik overtuigd: het kan dus toch, een prachtige (platte) schoen waarop je ook effectief kan stappen ;-).

San Gimignano zien en dan sterven…

Na 4 jaar Toscane hebben we de meeste Toscaanse steden wel bezocht. Ze zijn allemaal het bezoeken waard, maar wij hebben wél een duidelijke voorkeur. Wat vinden wij belangrijk bij het ontdekken van een nieuwe stad? Er moet iets te zien zijn, je moet er lekker kunnen eten (liefst ook een zalige gelato in de namiddag) en we slenteren ook graag wat door de (winkel)straten, op zoek naar leuke souvenirs. Echt shoppen doen wij nagenoeg nooit op vakantie: we zijn dus niet op zoek naar de stad met de ruimste keuze kleding- of schoenenwinkels (alhoewel 😉 ) maar een leuk hebbedingetje of een juweeltje kunnen we wel appreciëren…

San GimignanoSan Gimignano heeft absoluut ons hart gestolen. De stad met de vele torens. In de Middeleeuwen zouden er een dikke 70 geweest zijn, nu zijn er nog een 15-tal over. Naar ’t schijnt heeft dat iets te maken met stoffen en kleuren (ze zouden hun weefsels te drogen gehangen hebben aan die torens) maar ik vond de verklaring dat de verschillende Italiaanse families hun eer wilden verdedigen door de grootste te bouwen, veel leuker. Het is een relatief klein stadje, met vele smalle straatjes. Leuke winkeltjes én de wereldkampioenen gelati (2006-2007 of zo) op het centrale marktplein. Als je het wil bezoeken, ga je wel best vroeg in de voormiddag. Na de middag wordt het immers overspoeld door toeristen en dan kan het echt wel druk worden in de paar smalle straatjes.

VolterraOok Volterra draagt onze voorkeur weg. Het is vanuit ons huisje het dichtstbijzijnde stadje. Waar we dus (snel) boodschappen gingen doen in de Coop of de Conad. We gingen er graag iets eten (op de Piazza XX Settembre) en de ijsjes waren er ook heerlijk (vooral de meringata). Het was voor ons the place to be om wat cadeautjes te scoren. Verder heb je er nog een Etruskisch museum en een Romeins theater.

Moet je verder zeker ook gezien hebben:

SienaSiena. Het mooiste plein van Toscane: “de schelp”. Prachtige Duomo ook. En zalige gelati. Van waar wij logeerden wel een zware weg heen en terug. Siena ligt midden in de heuvels én het is een lastig draaien en keren op het einde. De jongste werd steevast misselijk in de auto. Overigens ook ooit midden in een zwaar onweer gezeten toen we terugkeerden van Siena. Samen met een Duitse wagen veiliger oorden opgezocht langs de kant van de weg tijdens een helse regen- en hagelbui. Waar de Italianen zich natuurlijk niets van aantrokken, want die vlogen ons gewoon voorbij. Achteraf tot onze verbazing geconstateerd dat die hagelbollen (zo groot als dikke knikkers) toch geen schade aan de auto gemaakt hadden (wat we aan het geluid te horen écht wel vreesden)… Om dan ’s avonds met een straf verhaal in ons huisje terug te keren want daar hadden ze helemaal geen onweer gehad…

PisaPisa. De Piazza dei Miracoli moet je gewoon gezien hebben. Je bent niet in Toscane geweest zonder de scheve toren gezien te hebben. Overigens zijn de Duomo én het Battistero minstens even magnifiek als de scheve toren. En het blijft hilarisch om al de toeristen op een rijtje dezelfde foto te zien maken…

FirenzeFirenze. Misschien wel het hoogtepunt van Toscane. Toch wel de meest adembenemende Duomo. Daarnaast vind je er nog de David (een replica buiten, de “echte” ergens binnen), de Ponte Vecchio, het Uffizi, met een beklijvende verzameling (Renaissance-)schilderkunst. Maar Firenze is druk en heet in de zomer. Wij zijn dit jaar op zondag naar Firenze getrokken en toen we arriveerden (rond 10.00 uur) was het even relatief rustig, maar dat heeft amper een uurtje geduurd. En daarna loopt Firenze vol. Met groepen toeristen, geleid door gidsen met parapluutjes met linten aan. Aan de Duomo is er al snel geen doorkomen meer aan (de wachttijden om de Duomo binnen te gaan lopen zeer snel op) en ook voor het Uffizi stond er al een rij van anderhalf uur. Die kan je wel vermijden door 4 euro extra te betalen én te reserveren. Dan schuif je amper 10 minuten aan én krijg je een uur waarop je binnen mag. Maar ook in het museum zelf is het druk, vooral bij de topstukken (de Geboorte van Venus én de Primavera van Botticelli of de Heilige Familie van Michelangelo).

Ook het Palazzo Pitti en de bijhorende Boboli-tuinen zijn écht wel een bezoekje waard.

Voor de jongste was het hoogtepunt échter de Disney-winkel 😉 En de mama vond hier dan eindelijk toch haar platte sandalen, in de uitverkoop bij Nero Giardini 😉 De oudste had het niet echt op de groepen Chinese toeristen, die haar telkens opnieuw aanliepen. Zo bezig met het fototoestel, dat ze gewoon niet keken waar ze liepen (en een sorry of scusa kon er niet vanaf…).

MonteriggioniMonteriggioni. Leuk ommuurd Middeleeuws stadje net voor Siena. De stop echt wel waard. Héél klein (een marktpleintje met een paar hele kleine straatjes rond), maar heel authentiek. Lekker gegeten ook ;-).

Lucca

Lucca. Was ons heel erg aangeraden, vonden wij zelf net iets minder: druk en vooral benepen. Volledig omwald en je kan ook op de muren lopen. Als je naar de toegangspoorten wandelt, is de stad écht indrukwekkend om te zien liggen. Een schattig verborgen stadspleintje. Je moet precies iemands poort door en je denkt op een stadstuintje te zullen botsen, maar dan zit je ineens op een volledig omringd pleintje. Misschien hebben we gewoon een verkeerd – te druk en te heet – tijdstip uitgekozen voor Lucca en moeten we (ooit) zeker voor een tweede kans gaan.

MilaanMilaan (uit Lombardije). De ontdekking van deze reis. Milaan was al 2 keer onze slaapplaats geweest op weg naar Toscane. 950 km ver, dus de ideale plek om te overnachten vooraleer de laatste 400 km aan te vatten. Dit jaar besloten we al op woensdag af te reizen en 2 dagen Milaan toe te voegen. En dat was wel de moeite. Het stadscentrum is écht wel mooi. Opnieuw een bijzondere Duomo. De Galleria Vittorio Emanuele II (met de vele luxewinkels) moet je zeker passeren. Je mag de luxewinkels (in tegenstelling tot bijvoorbeeld op de Champs Elysées in Parijs) ook gewoon binnen. Er is wel bewaking, maar alles verloopt met die typisch Italiaanse gemoedelijkheid.

Een pareltje is ook de Scala, het beroemde Opera-gebouw in Milaan. Je betaalt voor het museum, maar dat was niet zo bijzonder. Maar dat ticket geeft je ook toegang tot de Opera zelf. En die is écht schitterend. Helemaal de Sissi-film 😉 Wij werden er zowaar allemaal stil van.

Expo2015: BelgiëOnze tweede dag in Milaan brachten we door op de wereldtentoonstelling, Expo2015. Thema dit jaar was “duurzaam voedsel”. Ik ben blij dat we het gezien hebben, er waren écht wel een paar leuke paviljoenen bij (het Belgische!), maar ergens had ik meer verwacht. Naar aanleiding van 50 jaar Expo ’58 had ik een aantal boeken gelezen en zo’n niveau haalt de Expo intussen jammer genoeg niet meer. Het is niet meer dat venster op de wereld dat het toen volgens de overlevering wel was. Of misschien zijn we in onze moderne tijden gewoon verwend ;-).

Voor ons was dit de vierde keer Toscane. Voorlopig was het de laatste keer, want voor volgend jaar hebben we Noorse plannen 😉 We gaan het wel missen: de zon, het lekkere eten, de gelati, de rust, het Italiaans, de stadjes,… Maar wie weet… binnen een paar jaar…