Vijf op vrijdag – weekendkriebels

We hebben hier even gebrainstormd over de “Vijf op Vrijdag” (naar een idee van Boston, baby!) van deze week. Het was wat zoeken naar een juiste invalshoek, maar in de auto, op weg naar huis, schoot het mij ineens te binnen. Wat zijn onze 5 beste manieren om het weekend in te zetten?

Een beetje vroeger dan normaal. Niks leukers dan een weekend dat onverwacht een uurtje vroeger kan starten. Soms komt het zo geweldig goed uit: dan heb je een hele week hard gewerkt, heb je bijvoorbeeld hier en daar wel eens een uurtje te veel gewerkt, maar op vrijdagnamiddag blijk je overschot te hebben. Dan heb je voor één keer alles afgerond tegen een uur of 4 en eigenlijk niet zo veel zin meer om nog aan iets nieuws te beginnen. Wat is er dan fijner dan de laptop toe te klappen en je weekend al een uur vroeger in te zetten?

Met een filefuif. Goede muziek op de radio. Dan draai je de volumeknoppen helemaal open en dans je zelfs wat mee op de beat. Graag een geweldig opzwepend nummer, zoals daarnet “Alors on danse” van Stromae. Wie kan er dan stil blijven zitten? Zorg er dan wel voor dat je niet je beste nineties-moves bovenhaalt, want het zou wel eens kunnen dat je dochters (en eventuele onschuldige toeschouwers in andere auto’s) dat geweldig hilarisch vinden.

Een andere variant is de file-karaoke. Zet dan een nummer op waarbij je “gedwongen” wordt mee te zingen (denk aan “Somebody I used to know” van Gotye), zing luidkeels mee en rijd desnoods nog tot aan het eerstvolgende rond punt zodat je het nummer helemaal uit kan zingen.

Met een chipske. Een hele week probeer ik gezond te eten en houd ik de verleiding zo ver mogelijk weg van de tv. Ook al durven mijn huisgenoten vlak onder mijn ogen wel eens toegeven en het mij zo ongelooflijk moeilijk maken. Maar op vrijdagavond, bij de start van het weekend, gaan alle remmen los en komt de chips op tafel. De rest van het weekend is er dan toch tijd zat om alle calorieën er weer af te sporten. Of dat willen we op vrijdagavond maar al te graag geloven 😉!

Hangend in de zetel, bingewatchend met de dochters. Sinds de jongste voor haar verjaardag de volledige dvd-box van Bones kreeg, “offeren” wij ons op om samen met haar de volledige 12 seizoenen zo snel mogelijk soldaat te maken. Al 4 seizoenen afgewerkt, nog 8 te gaan. Eerlijk, eigenlijk speelt het niet eens zo’n rol welke serie de dochters op vrijdagavond verkiezen. Zij kijken, ik neem mijn breiwerk erbij en vind het helemaal niet erg als mijn ogen binnen het uur wel héél erg zwaar worden.

Een lang, warm bad. En als het even kan, met een boek erbij. Tot je vingers en tenen helemaal verrimpeld zijn en het water intussen al voor de tigste keer véél te koud geworden is om te blijven zitten. Of tot je boek uit is en je geen andere keuze hebt dan eruit te komen. Om daarna in je pyjama te springen, je nog even in de zetel te installeren voor wat quality time en dan prompt binnen de 10 minuten in slaap te vallen.

Soms heeft een mens niet veel nodig om in de weekendvibe te komen. Bij ons deed Stromae zonet het knopje omdraaien. Het is weekend! Laat het feestje maar beginnen! (Schreef ze vanonder het tv-dekentje, met een kommetje chips op schoot en ogen die stilaan al bijzonder zwaar beginnen te worden 😉).

A trip down Memory Lane

Wij vierden feest zaterdagavond. Ik ben namelijk al 25 jaar afgestudeerd aan de middelbare school en dan mag je wel eens een glaasje klinken, een hapje eten en even terug samenkomen met de klasgenoten van toen. Het was wel een beetje spannend, want de meesten had ik al minstens 20 jaar niet meer gezien. En dan durf je de week tevoren al wel eens wat zenuwen krijgen en al eens wat minder slapen.

25 jaar geleden al, waar zijn al die jaren verdorie naartoe? Want het middelbaar is toch een bepalende periode in je leven. De periode dat je van kind uitgroeit tot vrouw. De periode dat je doorheen je puberteit moet, in een constant wisselende klasomgeving. Bovendien bracht ik mijn middelbare periode door op de school waar ook mijn beide ouders aan de slag waren als leerkracht. Je wordt bekeken, je bent gekend als “de dochter van” en dat was niet altijd even makkelijk.

Na het middelbaar ga je studeren en je ontmoet er de liefde van je leven. Die echter toch wel een héél eindje van jouw thuis zijn thuis blijkt te hebben. Maar je bent jong en verliefd en je volgt hem. Je bouwt een nieuw leven op, ver weg van je geboorteplek. Je geeft je nestje vorm, je krijgt kinderen, de jaren gaan voorbij. Je keert vaak terug naar huis om je ouders te bezoeken, maar meer ook niet. En ineens zijn er 25 jaren gepasseerd en valt er een uitnodiging in de bus om dat te vieren. Je schrijft je in zonder er al te veel over na te denken, maar dan nadert de “date” en dan krijg je toch plankenkoorts. Wie gaat er zijn? Gaan we nog wel gesprekstof hebben? Moet ik daar echt helemaal alleen naartoe?

We waren met 25 van de 46 afgestudeerden van ons jaar. Het was fijn, het was gezellig. Er werd gebabbeld, gelachen en genoten. Je ziet klasgenoten terug, je wisselt nieuwtjes uit, je praat over je leven, je gezin, je beroepsbezigheden, over de voorbije jaren. Je haalt herinneringen op aan gebeurtenissen van vroeger, aan de leerkrachten en afwezige klasgenoten, aan de reizen die we samen maakten. Je kent de bijnamen van je leraren nog, maar bent de namen intussen wel vergeten. Je kan sommige gebeden of liedjes zo nog uit je hoofd aframmelen. Vreemd hoe sommige zaken in je geheugen gegrift staan, terwijl je andere dingen compleet gewist hebt.

klasreunieBizar hoe snel je de draad weer oppikt. Hoe weinig sommigen veranderd zijn, ook al hebben we allemaal toch wel wat watertjes doorzwommen. Hoe je in de volwassenen van nu toch nog de pubers van toen herkent. En dan kijk je op je horloge en blijkt het al 20 na 11 te zijn, terwijl je je had voorgenomen om op tijd naar huis terug te keren. Maar ja, “eens een plakker, altijd een plakker”. Dan raak je pas een half uur later écht weg en heb je nog een autorit van een uur voor de boeg. Waarin je je laat meeslepen door je herinneringen aan een intense periode in je leven. En rijd je dat hele eind naar je nieuwe thuis met een warm gevoel.

De volgende morgen vragen je puberdochters aan het ontbijt hoe het nu geweest was. En dan vertel je enthousiast over de vriendinnen van toen, hoe gezellig het was en hoe jouw herinneringen soms toch wat gekleurd zijn. Hoe zij soms een heel ander beeld hebben van jou, van bepaalde gebeurtenissen dan de beelden die in jouw hoofd zitten. Dat je het raar vindt dat ze jou “een felle” noemden, terwijl je jezelf altijd zo verlegen vond. En ben je des te verbaasder dat ook de dochters en de echtgenoot volmondig instemmen met dat “felle” ;-). (Zie je wel dat het zou meevallen, mama, moest je daar nu zo zenuwachtig voor zijn?)

En dan hoop je dat het geen 20 jaar meer moet duren voor het volgende feestje, want dat het soms zo fijn kan zijn om even terug te blikken naar een tijd dat de wereld nog voor je open lag, samen met de vriendinnen van toen. En dat het des te aangenamer is dat je dat kan doen met de rust van een 40-plusser want we “zijn nu eenmaal te oud geworden om nog tijd te steken in dingen die we eigenlijk niet willen doen”.

Rest dus enkel de vraag: waar en wanneer is het volgende feestje ;-)?

For better and for worse…

Wat een week! Het was nochtans allemaal fantastisch begonnen met de doop van mijn tweede metekindje. Naast fiere mama van twee dochters heb ik het ongelooflijke geluk dat ik meter mag zijn van twee stoere jongens. Ik blijf het een ontzettend grote eer vinden dat andere mensen je hun kindje toevertrouwen. Dat je belooft er voor dat kleintje te zijn, in goede én minder goede dagen. Het is dus ook een zekere verantwoordelijkheid die je gegeven wordt.

En laat ons eerlijk zijn, het is ook gewoon plezant. Dat éne kindje (in mijn geval nu dus twee) dat een bijzonder plekje heeft in je hart, dat je net (nog) iets meer mag verwennen dan je met de andere neefjes en nichtjes toch ook al doet. Die je van iets dichter opvolgt. Die je af en toe eens meeneemt op een uitstapje. Waar je met veel plezier een cadeautje voor uitzoekt. Waar je ontzettend van geniet als ze naar je lachen als baby (en je nog denkt dat het speciaal voor jou is, dat mooie lachje) of als ze je iets toevertrouwen.

En het was ook een leuk feestje. Mooie kleren, lekker eten en het “feestkonijn” (ik wist dat het een beest was, maar ik vond het juiste dier even niet 😉 dat het stralende middelpunt vormde op zijn speelmat. Omgeven door neefjes en nichtjes en dan maar lachen, snoeten (en aandacht) trekken van zijn grote(re) neven en nichtjes. Vanop afstand de interactie bekijken en genieten…

Helaas was het midden van de week net iets minder. Ik ben geen avondmens. Nooit geweest. Al toen ik studeerde, ging ik op tijd slapen en stond ik onmenselijk vroeg op om verder te blokken. Ik heb – op tijd en stond – (een beetje) slaap nodig om helder te blijven, om door te kunnen gaan. Later verkoos ik dan ook met veel plezier de vroege shift (vanaf 5.00 uur ’s morgens) tijdens de Australian en de US Open. Intussen maken late shiften echter deel uit van de job. Zo eens om de paar weken hoort het erbij. En laat ons zeggen dat dat niet mijn beste weken zijn. Met het ouder worden verteer je zo’n ritmeaanpassing nog langzamer. Of ligt het gewoon aan mij ;-)?

Enfin, woensdagavond zit het werk erop en wil ik naar huis vertrekken. In de auto merk ik echter dat ik mijn zender nog bij heb. Gezucht en geblaas, en toch nog snel even de zender terug op het bureau gaan afzetten. Dus snel even parkeren om terug naar boven te rennen. Ineens een keiharde knal. Blijk ik achterwaarts tegen een paaltje gereden te zijn. Keihard (ik wou net nog een klein stukje meer naar achter), de hele bumper kapot. Echt kapot, niet gewoon ingedeukt of zo, neen. Als we het doen, dan doen we het meteen ook goed. 😦 Ik had het niet zien aankomen: mijn auto heeft geen sensoren en ik kon het paaltje ook gewoon niet zien in de achteruitkijkspiegel.

Ik stond te trillen op mijn benen. Snel de zender naar binnen en naar huis. Thuis met de echtgenoot de wagen inspecteren. Door hem getroost worden met de woorden “het is maar blikschade”. Toch ontzettend slecht slapen. Door de klap en door het gepieker. De volgende dag naar de verzekeringen, naar de garage, de administratieve rompslomp in gang zetten. Schrikken als je in de garage de voorlopige raming hoort. Geluk hebben dat de omnium er toch nog is ondanks het getwijfel van de voorbije maanden of we dat toch niet beter stop zouden zetten “want het kost zoveel”. Kwaad zijn op jezelf omdat je toch een stuk zelf moet betalen en omdat de verzekering volgend jaar sowieso omhoog zal gaan. Kwaad zijn omdat je moe was, omdat je niet beter opgelet hebt, omdat je de zender niet gewoon mee naar huis genomen hebt, omdat je nog een klein stukje meer naar achter wou,… omdat het gebeurd is.

loesje_oIntussen zijn we twee dagen verder en kan ik het al (een heel klein beetje) relativeren. Kan ik er af en toe al (groen) mee lachen. “Dat de trofee van lompheid van het jaar al zeker van mij is, dat het onmogelijk wordt om nóg beter te doen dit jaar…”

Deel dus alsjeblieft jullie grootste blunders in de comments. Kunnen we samen relativeren en groen lachen 😉