Back to reality…

Twee weken lang zaten wij hier in ons coconnetje. Twee weken lang genoot ik van het gezelschap van de echtgenoot en de dochters. Twee weken lang vierden wij feest, met familie en vrienden. Twee weken lang maakten (vooral) de dochters plannen en reden wij hen rond. Twee weken lang hielden we ons aan ons voornemen om deze vakantie vooral geen plannen en to do-lijstjes te maken. Twee weken lang hielden we zo vaak mogelijk onze opties open en onze dagen vrij. Twee weken lang werd er tussendoor ook nog wat aan het huishouden gedaan, probeerden we vers te koken, werkten we de strijk weg en hadden we tijd om te bakken en te experimenteren met eten.

Maar morgen eindigt de vakantie. Morgen beginnen we er opnieuw aan. Morgen stappen we terug in de routine van werk, school, hobby’s en verplichtingen. En dat voelt toch wel een beetje vreemd aan. Langs de ene kant kijk ik ernaar uit. Het zal fijn zijn om de collega’s terug te zien en om terug onder de mensen te komen, om mijn hersenen opnieuw aan het werk te zetten, maar ik weet nu al dat het toch wel een paar dagen pijn zal doen dat ik uit ons warme coconnetje moet komen. En dan zwijgen we vooral over het “opnieuw op een normaal uur uit bed komen”, wat misschien nog het ergste van alles zal worden 😉.

Bovendien wordt januari – traditiegetrouw – een zware maand. Veel verplichtingen, veel nieuwjaarsfeestjes en we hebben op het einde ook nog een verjaardag te vieren. Onze agenda’s (week- en weekenddagen) zijn nu al goed gevuld en ook dat geeft een dubbel gevoel. Fijn dat we dat allemaal mogen en kunnen doen natuurlijk, maar elk jaar opnieuw doet het me ook even naar adem happen als we ervoor staan. Januari is en blijft een pittige maand.

20180107_201447[1]Tenslotte behoor ik tot de categorie mensen die – na december – vindt dat de winter nu wel lang genoeg geduurd heeft. We hebben genoeg kou en grijzigheid gehad voor de rest van het jaar. Dat de winter nog maar amper begonnen is en dat januari en februari vaak ook nog sombere, kille maanden kunnen zijn, willen we nu even niet horen. Neen, dan denken we nu liever aan dat éne jaar dat de lente al halverwege januari begon met véél zon en zalige lentetemperaturen. Gelukkig kregen we vandaag toch al eventjes wat zon te zien. En kon ik de echtgenoot overtuigen om de donkere maanden te lijf te gaan door de kerstboom nog even te laten staan (tot eind januari 😉???).

Kijk, na die weken onder een zalig warm dekentje doet het aan de vooravond van de eerste werkweek van 2018 toch wel een beetje pijn om me los te weken uit de gezelligheid en de warmte. Daar waar het de voorbije weken vaak “harmonie” en “balans” was wat de klok sloeg, zal het vanaf morgen weer wat zoeken worden naar het juiste ritme voor ons allemaal. Zal het weer net iets moeilijker worden om mijn mama-zijn te verzoenen met de professionele verplichtingen. En hoewel we intussen 16 jaar ervaring hebben (misschien net daarom) blijft het dansen op een slappe koord. Al weten we ook dat de beste manier om ermee om te gaan, gewoon “springen” is. Ervoor gaan. Niet omkijken. Gewoon doen.

Vanaf morgen. Vanavond nestel ik me nog even in de zetel met mijn meisjes. De Twilight-trilogie is hier immers aan zijn tweede leven begonnen. En daar kan ik me nu best in vinden…

Zalige zondag

Het was een zalige zondag. De zon scheen, Philippe Gilbert won de Ronde van Vlaanderen en ik raakte bij met een groot deel van de wekelijkse was en plas. Soms heeft een mens niet meer nodig dan dat om met een goed gevoel aan de werkweek te beginnen.

Dat we deze morgen uitsliepen, was uiteraard ook een hulp. Dat het zonnetje zo schoon scheen dat we de was buiten te drogen konden hangen, droeg ook zijn steentje bij. Dat onze dochters min of meer vol enthousiasme de was ophingen, was fijn. Dat ik tijd had voor mijn fietsrit deze morgen, was mooi meegenomen. Dat ik op een bepaald moment zo in de flow raakte dat ik zonder problemen 90 minuten volmaakte en 67 km aflegde, gaf me vleugels. Dat we de zonnebril mochten uithalen en onze nieuwe zomerjas konden showen, gaf de dag nog wat extra glans.

De namiddag brachten we door bij mijn ouders. Terwijl onze dochters zich geweldig amuseerden met hun kleinste neefje – we hoorden hun geschater vanop de bovenverdieping tot beneden, installeerde ik me met de pas gedroogde was achter het televisietoestel. Helemaal klaar voor de Ronde van Vlaanderen. En wat een race! Spanning, drama, onverwachte wendingen, valpartijen, mechanische pech: alle ingrediënten waren aanwezig om er een topeditie van te maken. En dat werd het ook, met Philippe Gilbert als verdiende winnaar. En toch was het zo’n editie waarbij je achteraf denkt: “als… dan…”. Had Van Avermaet Vlaanderens Mooiste kunnen winnen zonder de tuimeling van Sagan? Ik geloof van wel. Waar zou Boonen geëindigd zijn als zijn fiets hem niet in de steek gelaten had? Had ik de koers nog nét wat beter kunnen volgen als ik niet had moeten strijken? Daar ben ik ook zeker van ;-).

klein geluk

(www.pinterest.com)

Maar het was zo’n dag dat alles in de plooi viel. Het was rustig, fijn en gezellig. De batterijtjes zijn opgeladen, we zijn klaar voor onze laatste 3 werkdagen. En dan vervoeg ik de echtgenoot en de dochters in hun paasvakantie. Dan gaat de riem er eventjes af. Dan slapen we uit, maken we tijd voor elkaar en schakelen we een tandje terug. Dan wordt het elke dag zondag. En volgend weekend laten we de was en de plas even voor wat het is. Want volgende zondag is het Parijs-Roubaix. Dan wint Tom Boonen zijn vijfde Kassei. Daar wil ik geen moment van missen. Want wielergeschiedenis maak je niet zo vaak mee in je leven…

Vermist en gevonden

De voorbije 48 uur waren niet meteen de beste uit ons leven. Dinsdag maakte ons hondje Indie van een kiertje in de voordeur gebruik om er vandoor te gaan. Wij waren allemaal al de deur uit, maar onze poetsvrouw was hard aan het werk in ons huis. Tot Indie dus het huis uit stormde, op zoek naar avontuur. Paniek!

Het was Indies tweede vlucht en het was allicht ook geen toeval. Wat we niet wisten toen we Indie kochten was dat ze “een Tsjechisch paspoort” had. Dat ze dus het slachtoffer was van wat An Lemmens telkens opnieuw de broodfokkers noemt. Op de website waar we Indie vonden, stond duidelijk “eigen kweek”. Maar blijkbaar is het voldoende om één ras zelf te kweken om daarmee uit te pakken. En je krijgt de verrassing pas te horen als je je pup al gekozen hebt: “ze heeft een Tsjechisch paspoort, dat vindt u toch niet erg?”.

Nochtans hadden we al wat ervaring. Indie is ons tweede hondje. Ze kwam in huis nadat “ons Pepper” op 11-jarige leeftijd aan de gevolgen van ouderdomskanker overleed. Wat we in de loop der jaren vooral merkten, was dat Indie heel erg afstand hield, ook ten opzichte van mensen die ze eigenlijk zou moeten kennen: mijn ouders, de buurman, onze vrienden, onze poetsvrouwen. Ze bleef blaffen, ze bleef grommen en ze bleef letterlijk afstand houden. Ze heeft nooit agressief gereageerd, ze is eigenlijk heel lief, maar ze houdt afstand. Daarnaast hebben we het vermoeden dat ze niet goed ruikt en/of niet altijd even goed hoort. Of wil luisteren, dat kan ook. Ze is allicht veel te vroeg weggehaald bij de mama en ze heeft vermoedelijk een zwaar transport meegemaakt. Na ons Pepper, een opvallend aanhankelijk en trouw hondje, was het toch wel even wennen.

Een paar jaar geleden ontsnapte ze al eens op Oudejaarsavond. Maar ze zat buiten, toen heel vroeg op de avond in de buurt vroege vuurpijlen werden afgeschoten. Een dag later vonden we haar dankzij een alerte buurvrouw gelukkig terug. We spoorden het gaatje in onze afsluiting op en lieten haar voortaan binnen zitten als we even niet thuis waren. We weten het aan de knallen en stopten het ver weg in onze herinneringen.

Tot ze gisteren dus opnieuw de plaat poetste. Onhoudbaar, zonder om te kijken naar onze poetsvrouw of de buurman, die nog probeerden haar tegen te houden en terug naar huis te jagen. De rest van de dag werd er gezocht: eerst door mijn schoonouders, na school ook door de echtgenoot en de dochters. Ik contacteerde de politie en plaatselijke asielen, zocht online en spamde de nieuwe media-kanalen om het berichtje zo veel mogelijk te verspreiden. Maar het haalde weinig uit. Ze bleef onvindbaar.

En dan sta je op en ga je de keuken in zonder begroet te worden met gekwispel. Zie je haar lege mand en merk je buiten dat het bordje eten dat je optimistisch toch buiten gezet had niet aangeraakt werd. Besef je dat de tijd begint te dringen. Zie je traantjes bij de dochters en probeer je je zelf ook met een ferme krop in de keel sterk te houden. “Dat we de moed niet opgeven, dat we vertrouwen moeten hebben in ons hondje (of haar honger)”, maar word je zelf stilaan toch ook pessimistischer over de goede afloop. Begin je te vrezen dat je toch nooit twee keer dat geluk zal hebben. Telkens en telkens opnieuw speur je de grote baan af met de daver op het lijf. Dat je haar zal vinden langs de kant van de weg. Doe je nog maar eens een toertje, stilaan tegen beter weten in.

20160525_181420En dan rinkelt opeens de telefoon. De buurjongen riep tijdens het eten ineens: “ik zie Indie”. De buurvrouw die zonder te controleren haar telefoon neemt en belt. De oudste die de telefoon beantwoordt, meteen alles laat vallen en samen met de papa en de jongste naar buiten stormt. Ons Indie die doodgemoedereerd komt aanwandelen. Vuil en vies, zwart, volledig onder het slijk. De oudste die mij dan met een klein stemmetje belt terwijl ik met de trein naar huis spoor. Een pak dat van je hart valt.

Thuiskomen, de dochters zien lachen en genieten van de zotte badkuren van ons hondje. Zo immens opgelucht dat we weer compleet zijn…

Kleine momenten van geluk

Onze dochters hebben dansoptreden dit weekend. Zaterdagavond en zondagavond geven ze allebei het beste van zichzelf. Dit jaar zijn ze zelfs “jubilarissen” binnen de dansschool, al telt hun 5 jaar dienst nog niet om hen in de bloemetjes te zetten op het podium. Die eer is enkel voor de jubilarissen met 15 en 20 jaar op de teller weggelegd.

Zenuwachtig zijn onze meiden eigenlijk niet. De zenuwen horen eigenlijk meer bij de laatste hectische weken repetitie, als de laatste hand gelegd wordt aan de dansjes. Maar deze week, bij de eerste oefensessies in de zaal en op het podium (met de juiste kledij en attributen) is het alsof alles in de plooi valt. Loopt alles perfect? Natuurlijk niet, dat mag ook niet: de generale repetitie moet ook gewoon volledig fout lopen voor een goede première, maar onze meisjes hadden er zin in.

Zaterdag moeten ze er al héél vroeg zijn. De show wordt in de namiddag nog eens helemaal doorlopen. In het begin van hun danscarrière was dat zwaar. Meestal waren onze meisjes dan al moe tegen de start van hun eigenlijke optreden, maar nu vinden ze een namiddag bij de dansvriendinnetjes gewoon leuk. Er wordt héél veel getetterd, gegiecheld, gelachen en gesnoept achter de schermen. Tot het beginuur nadert en het wel echt wordt. Dan krijgen een aantal meisjes echt plankenkoorts.

Onze dames dus niet. De jongste kalmeert haar dansvriendinnetjes en heeft zelf helemaal geen last van zenuwen. Zij liep 5 minuten voor het optreden (dat hun groepje mocht openen) nog boekjes te verkopen (en veel praat te verkondigen). De oudste was al een week aan het aftellen. Zij had namelijk twee vriendinnetjes uitgenodigd om te komen supporteren en met zijn drieën keken ze daar héél hard naar uit. (En naar het logeerpartijtje achteraf).

En dan ga je de zaal in, gaan de lichten uit en komen de kinderen op het podium voor een wervelende show van zo’n drie uur. Op voorhand hebben we samen aangeduid wanneer onze meisjes het podium op mogen en tellen we af naar hun dansjes. Tijdens hun optreden hebben we enkel en alleen oog voor onze dochters. Zijn we blij als alles goed lukt, genieten we van hun stralende gezichten (ook al mochten ze allebei NIET lachen tijdens één van hun 4 dansen en hadden ze ons daarvoor op voorhand goed verwittigd dat ze écht wel serieus moesten blijven) en hun flexibele lijven tijdens de hiphop en vinden we hen uiteraard de allergrootste danstalenten die we in ons leven ooit gezien hebben.

trotsEn toch is het voorbij voor je er erg in hebt. Komen ze na afloop vol gebabbel en gelach uit de kleedkamers, vertellen ze exact wat er misliep en waar ze toch wel een foutje gemaakt hadden (dat wij natuurlijk niet opgemerkt hadden). Kruipt de jongste in haar bed, legt ze haar hoofd op haar kussen en valt ze doodmoe meteen in slaap. De oudste had nog wat tijd nodig om met de vriendinnetjes na te kaarten, maar na een uurtje was het daar ook ineens stil in de kamer.

En nu is het luierzondag. Worden de batterijtjes weer opgeladen. We slapen uit, er wordt “gehangen” en film gekeken. De meisjes doen het even kalm aan, want straks wacht het tweede optreden. Dan zullen ze nog een keertje alles geven en gaan wij nog éénmaal genieten van hun magie en stralende gezichten. En noteren we de data van het volgende optreden al in onze agenda, dan kunnen we beginnen aftellen…

Genieten op moederdag

Wij eten graag. Eten is tijd nemen voor elkaar, samen aan tafel zitten, babbelen, lachen en intussen culinair verwend worden. Eten is genieten. Veel hebben wij daarvoor niet nodig. Als we maar samen zijn. Op weekdagen moet het vaak echter snelsnel gebeuren. Samen ontbijten zit er meestal niet in, ’s middags zijn we op school of op het werk en ’s avonds moet het samen eten wel eens plaats ruimen voor de hobby’s of het schoolwerk van de kinderen.

In de weekends nemen we al eens wat meer tijd voor onze maaltijden. We durven al eens uitgebreider koken en ook aan het ontbijt durven we al eens wat meer aandacht besteden. We persen vers fruitsap, we steken croissants of broodjes in de oven (of halen verse koffiekoeken bij de bakker), nemen ruim de tijd met een krant of een magazine erbij. Rustig wakker worden.

Heel soms mag het nog eens wat meer zijn. Dan gaan we buitenshuis brunchen. Veel hebben we dat hier nog niet gedaan. Toen de echtgenoot en ik ons twintigste samenzijn vierden, brunchten we samen. Of die keer dat de echtgenoot van zijn klas een Bongobon kreeg, hebben we zalig geprofiteerd van dat “ontbijt met bubbels”.

Uitgebreid ontbijten hangt voor ons meestal samen met reizen. Onderweg naar het zuiden, één hotelletje om de lange reis te breken. Overnachten, met ontbijtbuffet. En dan nemen we het ervan. Niet alleen wij, maar ook onze kinderen genieten van de ruime keuze aan fruitsap, koffiekoeken, stokbroden, spek met eitjes, vers fruit, plaatselijke specialiteiten,… In het zonnetje, met in de vroege ochtend al de belofte aan een warme dag. Net voor we terug in de auto stappen om het tweede (vaak kortste) stuk van de reis nog aan te vatten.

Dat zomergevoel hadden we zaterdag ook, toen we, één dagje voor moederdag, met ons viertjes gingen brunchen. In Bar Muza, in Lier, op aanraden van een vriendin die net als ik ongelooflijk hard geniet van eten. Het was écht de moeite. Uitgebreid zout en zoet buffet. Je betaalt per persoon en kan aanschuiven zoveel je wil. Er was een ruime keuze aan brood, pistoletjes, koffiekoeken, beleg, yoghurt, cake, fruitsla, dessertjes. Het was ontzettend lekker én veel. En ze bleven maar aanvullen. Er bleef maar (heerlijk) eten komen. De oudste en de mama gaven het na twee rondjes (zout en zoet) op. De jongste was de moedigste. Zij nam haar tijd, laste een pauze in en ging nog een keertje. Genoot met volle teugen.

20160508_141546[1]Het was fijn, het was rustig, het eten was uitstekend en we hadden elkaar. De zon scheen, we zaten in een prachtig, rustgevend kader (midden in de stad). We hadden allemaal een écht (zuiders) vakantiegevoel. Het ideale begin van een prachtige dag (en daar kon de parkeerboete écht geen verandering in brengen).

En voor deze mama was er één dagje voor haar feestdag niets fijners dan heel haar gezin om haar heen en te mogen toekijken hoe ze allemaal genoten. Het gebabbel, het gelach, het onderling geplaag, de steekjes heen en weer,… ik had me geen mooier cadeau kunnen wensen voor mijn moederkesdag. De start van een nieuwe traditie?

Gewoon thuis

Wij genieten hier met zijn viertjes van ons verlengd weekend. We zijn gewoon thuis. We hebben geen citytrip gepland, geen minivakantie, en hebben ook geen grootse daguitstappen in het verschiet. Wij blijven vier dagen gewoon in ons eigen huisje en genieten in onze eigen hof van de eerste zonovergoten dagen dit jaar.

Grootse plannen zijn er ook niet. Ik ben volop bezig met de winter-zomerwissel. De kasten zijn gewisseld, de kleren gepast en verhuisd: de oudste zit zonder shorten en topjes. De jongste heeft ontzettend veel kleren doorgegeven aan het nichtje, maar heeft ook massa’s jurkjes, topjes, t-shirts en rokjes geërfd van de oudste. En ze zitten elkaar dus écht wel op de hielen: de stukken die de oudste vorig jaar nog met veel zwier kocht en droeg, passen nu de jongste al. Binnenkort valt er niks meer door te geven, binnenkort krijgen we hier de ruzies: “mama, ze is weer met mijn jeans gaan lopen en die had ik écht vandaag toch willen aandoen”. “Ze moet uit mijn kast blijven, mama, ik vind het echt niet meer grappig”…

Ook onze jassenkapstok is opgeruimd. De laatste weken puilde die uit aangezien de winterjassen maar bleven hangen terwijl we af en toe toch al even met een zomerjas durfden uit te pakken. Om die dan ’s avonds volledig bevroren aan de kapstok te (laten) hangen. Alle winterjassen worden momenteel gewassen om dan in de kast weggeborgen te worden tot volgend jaar. Ik heb me dus nog wat meer strijk op de hals gehaald dan ik eigenlijk van plan was. Maar het doel – om zondag eindelijk eens strijkvrij aan een nieuwe week te beginnen – is nog steeds realistisch.

Is het dan niet saai zo’n thuisvierdaagse? Missen we niet vanalles? Hadden we nu momenteel niet één of andere stad moeten ontdekken? Of mee in de file gaan aanschuiven naar de zee of naar Pairi Daiza? Is het geen ongelooflijk gat in onze cultuur dat we gewoon in onze tuin gaan zitten? Wat doen we onze dochters aan? Soms mag het ook eens “gewoon” zijn. We zijn thuis met ons viertjes, we genieten van de zon en van elkaar. En ja, er wordt ook gewerkt in het huishouden en de echtgenoot werkt aan zijn deadlines. We zijn er niet volledig “uit”.

Maar soms kan ik er ook gewoon van genieten om alles rustig te kunnen afwerken. Om de tijd te hebben om alles “deftig” te doen. Om ’s morgens op het gemak de krant te lezen, een uurtje te fietsen met een boekje erbij en daarna de tijd te hebben om te koken en om wat te strijken. In plaats van raprap gehaast naar het werk te vertrekken en ’s avonds, als je al uitgeteld bent, te kiezen: fietsen, bloggen, quality time of toch maar de huishoudelijke taken verder af te werken. Of allemaal, na elkaar, en dan geen tijd te hebben om nog wat bij te praten…

We moeten soms zo veel. We leggen elkaar soms een onhaalbare levensstijl op. “Hoe, blijven jullie gewoon thuis?” En dan de blik erbij van “ocharme, sukkeltjes”. Terwijl ik er nu voor zorg dat ik volgende week eens een rustige werkweek ga hebben. Geen strijk die op me wacht, geen onhaalbare combinaties, maar ’s avonds gewoon rustig ontspannen. En het is niet dat we deze vierdaagse helemaal niks doen. We zijn gisteren met ons viertjes en de hond gaan wandelen, straks gaan we even naar ons dorpje om wat te shoppen en morgenavond maken de echtgenoot en ik nog eens tijd voor elkaar.

Maar we hebben geen koffers gepakt, we blijven in onze vertrouwde omgeving en we genieten van thuis uit. Van de simpele dingen. Van elkaar. Van een opgeruimd huis. Van winterkleren die gestreken en netjes opgeborgen zijn/worden tot de herfst van volgend jaar. Van een (héél) lang, uitgebreid bad met een boek. Van onze ligzetels in de zon, in onze tuin. Van onze hond, die zo blij is dat het zonnetje schijnt en buiten naast ons komt liggen. Van een barbecue met ons viertjes, in de veranda, met (voor het eerst) de schuifdeuren volledig open.

Hoe “gewoon” soms ook gewoon fijn kan zijn. Zelfs in je eigen huis of tuin ;-).

gewoon

 

Meisjesmama, jongensmeter

Twee dochters heb ik. Ongelooflijk fier ben ik op mijn meiden. Ongelooflijk gelukkig ook met onze prachtige dames. Vooral omdat ik nooit geloofde dat het voor mij weggelegd zou zijn. Ik zag mezelf immers helemaal als jongensmama. Zelf ook een halve jongen, met mijn rattenkopje in de puberteit. Ik voetbalde en ik had zelfs redelijk wat speldoorzicht (wat enorm frustrerend was als we met een damesploeg in competitie probeerden uit te komen en je één van de weinige speelsters was die probeerde “je vrouw” en je positie te houden, terwijl de rest van de ploeg als een zwerm bijen op de bal afdook). Ik was toen al ongelooflijk geïnteresseerd in sport en had absoluut niks met de typische meisjesdingen. Een kort kapsel was vooral handig bij het sporten en kleren moesten eerst en vooral “praktisch” zijn.

Dat veranderde wel wat bij het ouder worden: de jongensinteresses mogen dan wel gebleven zijn, het jongensachtige ging er (gelukkig) toch wat af. Vooral qua kledingstijl dan toch, make-up, kapsels en accessoires zijn nog altijd niet echt mijn ding en echt handig kan je mij ermee niet noemen. Toen we dus aan kindjes begonnen, was ik er altijd van uitgegaan dat er jongens zouden volgen. Het was dan ook (even) schrikken toen de gynaecoloog een meisje ontdekte in mijn buik. Ik moest toch even wennen aan het idee. Maar lang duurde dat niet, en toen we bij een tweede zwangerschap ontdekten dat we terug een dochter verwachtten, was ik stiekem blij: twee zusjes.

Dat de echtgenoot de naam niet zou verder zetten, vond ik wel erg. Dat hij geen zonen zou hebben om mee naar het voetbal te gaan, daar zat ik toch ook even mee in mijn maag. Hij niet, dat zou hij dan wel met zijn kleinzonen doen. En onze dames groeiden op en geheel naar familietraditie waren het toch ook weer geen poppemiekes: ze speelden met Playmobil, bouwden (net als de papa) Lego (al waren het dan Harry Potter-huizen, en verkozen ze Lego Friends en Lego City). Al vrij vroeg keken ze mee naar onze voetbalwedstrijden en probeerden ze de matchen mee te volgen en te begrijpen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan of misschien hebben wij hen een klein beetje geïndoctrineerd. Een piepklein beetje maar ;-)!

En toen werd ik gevraagd om meter te worden van één van de kindjes van mijn broer. En ditmaal was ik ervan overtuigd dat het een meisje zou worden. Maar het werd een zoontje en het was liefde op het eerste gezicht. Een jongetje. Een kleine stap in het onbekende. Bij meisjes wist ik intussen perfect wat ze wilden, waar we ze blij mee konden maken en de dochters waren ook altijd bereid om die arme mama met raad en daad bij te staan, maar een jongetje was toch iets nieuws. Maar het klikte en al snel begrepen we elkaar. Ik mocht hem verwennen met voetbalspulletjes, kastelen, ridders, draken en dinosaurussen. Hij werd een voetbalmannetje. Uiteraard, want onze indoctrinatie ging gewoon verder ;-). En hij weet op zijn bijna negende al goed wat hij wil, ook al wil dat zeggen dat hij voor een andere ploeg supportert dan zijn papa. En de meter staat erbij, kijkt ernaar, moedigt zijn keuzes aan en juicht mee in stilte.

7 jaar later kreeg ik een nieuw verzoek tot het meterschap, ditmaal van mijn jongste zus. En het werd opnieuw een jongetje en weer was ik meteen verkocht. Intussen is hij twee geworden (stilaan oud genoeg om de voetbalindoctrinatie te beginnen), één brok energie en vrolijkheid. Hij windt ons allemaal rond zijn vingertjes, we weten het en we genieten ervan. Wat natuurlijk gemakkelijk is als je als meter het opvoedwerk aan de ouders kan overlaten.

Ik voel me de koningin te rijk, met mijn twee dochters en mijn twee jongens-metekindjes. Ergens is er in de loop der jaren een mooi evenwicht gekomen tussen de dames en de heren in mijn leven.

De klokken zijn toch geweest

Pasen2016Totaal verontwaardigd waren ze, onze dochters, toen ik durfde te opperen dat ze misschien stilaan toch te oud werden om eitjes te rapen. Of het misschien geen tijd werd om de traditie voor een tijdje in de koelkast te stoppen? Geen denken aan. En dus haalde ik toch maar terug eitjes in huis. Maar we spraken wel af dat we niet vroeger zouden opstaan om de eitjes te verstoppen, maar dat ze gewoon in bed bleven tot wij onze taak als paashaas vervuld hadden.

Om hen dan los te laten in onze tuin. Met kleine oogjes uiteraard want zo wil de traditie het. Het ging vlot, maar toch bleken ze na de eerste ronde toch hier en daar een eitje gemist te hebben. En dus mochten ze nog een keertje opnieuw gaan zoeken. En neen, we hadden ze niet meer opnieuw verstopt terwijl ze even met hun aandacht bij de jacht waren ;-).

Na het ontbijt werd het tijd voor het echte werk. De jacht bij oma en opa. Waar ze intussen met een kleine bende zijn. Onze dochters zijn de oudste kleinkinderen. Zij nemen de jacht niet meer zo serieus: zij vinden het intussen al leuker om de jongere kinderen een handje te helpen bij de zoektocht. Enkel de jongste had het met zijn twee nog niet helemaal door, ook al verklaarde hij in het begin heel duidelijk “oma gedaan”. Misschien moeten de Paashazen ook daar nog een beetje aan hun timing werken ;-). En wij maar hopen dat de andere 3 niets zouden opvangen. Al denk ik dat de magie ook voor de oudste twee intussen gepasseerd is.

Maar de gekleurde blinkende kleine eitjes uit het gras plukken vond de kleinste wel leuk. Ze in het mandje gooien (letterlijk dan) ook. Gelukkig waren het “maar” chocoladeeitjes en is opa intussen getraind in het vangen. Al schrokken we met zijn allen toch even toen hij ook een kippeneitje in handen kreeg, dat maar niks vond en terug liet vallen. In het zachte gras. Zonder erg dus.

Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat onze meiden nog altijd graag eitjes rapen. Gelukkig hebben we het vroege opstaan intussen wel kunnen schrappen. Het is traditie, ik denk dat ik het ongelooflijk zou missen als ze besluiten dat ze nu echt wel te oud zijn en we hun eitjes dan gewoon maar op de ontbijttafel presenteren. Gelukkig zitten we bij oma en opa nog wel een aantal jaren safe voor de spanning, het gehol, het gezoek en het laten vallen van minstens één eitje…

Februari was…

bloemenFebruari was een mooie maand, met een klein (ziek) angeltje in de staart. Nog altijd geen lente in het vooruitzicht jammer genoeg, ook al bloeien onze narcissen hier al een kleine maand. Ik denk dat ze intussen al een paar keer bevroren zijn en daardoor net iets langer houden dan gewoonlijk ;-). We hebben wel de lente in huis gehad met tulpen (gekocht en gekregen) als contrast tegen de oneindige en overvloedige regenbuien buiten.

Februari was familie. In het begin van de maand werd mijn vader 70 en dat was hét moment voor een feestje. Hij werd in de bloemetjes gezet, hij werd verwend door zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, broers en schoonzussen en hij genoot. En dus genoten wij ook. Van de 3 broers samen aan de praat in onze living. Van de kleinkinderen die binnen de kortste keren weer allemaal samen een heel Playmobildorp gebouwd hadden en die we dus weer voor de rest van de namiddag boven kwijt waren. Van de kleinste van de hoop die duidelijk niet bang is van onze hond en enthousiast “Didi” roepend achter haar aan ging. De hond (Indie) in kwestie zag dat net iets minder zitten en zette het op een lopen…

Een week later kwamen de neefjes en het nichtje logeren. 5 kinderen in huis en toch was het een “rustig” weekendje. Ze waren eerst een paar uur zoet met – uiteraard – het Playmobildorp en daarna bracht Disney rust. De klassiekers “Lady en Vagebond” en “Belle en het beest” werden nog eens bovengehaald en het waren niet alleen de kleintjes die genoten. Zondagmorgen zaten ze schoon met zijn vijven op een rijtje in onze zetel toen Belle stilaan verliefd werd op het beest. Schattig om te zien! En dus genoot de mama/tante/meter meer van het kijken naar de kinderen dan naar de film.

Alleen was de nacht net iets korter dan normaal: het lang uitslapen is duidelijk een familietrekje dat onze dochters van papa’s kant geërfd hebben. Al zorgde de jongste van de hoop voor de verrassing door het veldbedje geweldig te vinden én dus voor een slaaprecord te zorgen. In de logeerkamer naast ons was er al vroeger leven in huis, maar het bleef (relatief) stil tot half acht.

Dit weekend gingen we dan weer op bezoek bij het jongste neefje. Die had ons in eigen huis helemaal niet verwacht. En dus duurde het na zijn middagdutje even voor hij ontdooide. Maar toen dat gelukt was, was hij alweer zijn vrolijke, hartveroverende zelf. En staan we elke keer opnieuw verwonderd te kijken van de taalontwikkeling bij zo’n jonge kindjes. Hoe snel dat toch allemaal gaat. Hoe veel ze telkens opnieuw bijleren. Hoe ongelooflijk schattig het is om hem te horen roepen op onze dochters of de echtgenoot. Hoe trots je toch bent als je hem zijn nieuwe Franse “r” hoort demonstreren, ook al heb je er zelf absoluut geen verdienste aan.

Dat het ook nog koers was afgelopen weekend. Dat koers altijd fijner is in familieverband. Zeker als er Belgen winnen en je samen kan kijken. En je de vreugde om een Belgische zege kan delen.

Februari was liefde. Liefde voor de echtgenoot en ons 21-jarig samenzijn. Genieten van een gestolen dagje samen om “klef” te doen, zoals de dochters altijd grappen. Samen lachen, samen eten, samen babbelen, samen knuffelen. Een dagje samen met de dochters in de Krokusvakantie. Geen grootse plannen, gewoon samen thuis, samen (rustig) ontbijten, samen lachen, samen koken, samen babbelen. Tijd voor elkaar, het kan soms zo’n deugd doen.

Februari eindigde ziekjes. De mama die een paar dagen geveld werd door griep, de jongste die een weekje later ook mama’s virus overnam en daar toch ook flink ziek van was. Wel genezen zijn, maar nog geen 100%. Snakken naar beter weer, naar zon, naar droogte.

In maart dan maar? Misschien?

De clan viert feest

familieZaterdag hadden wij familiefeest langs de kant van de echtgenoot. Groot familiefeest, want de kant van de echtgenoot is indrukwekkend groot. De grootouders, de va en de moe, zorgden voor liefst 9 kinderen. De clan telt intussen een 76-tal leden. Dat is nogal wat, zeker voor onze kinderen, die het intussen met kleinere takjes in hun stamboom moeten stellen.

Toen ik een kleine 20 jaar geleden voor het eerst in de familie kwam, had ik zitten blokken. Ik had de stamboom zitten oefenen. Het kwam er toen enkel op aan om gezichten op te namen te kunnen plakken. En dat was geen evidentie. Het was wel relatief makkelijk om de familieleden eruit te halen: ergens zit er toch een familiegelijkenis in en die is voor een buitenstaander makkelijker te zien. (Uitzonderingen bevestigen altijd de regels natuurlijk). Intussen ben ik mama geworden van 2 clanleden. En behoren ook mijn dochters tot die indrukwekkende clan. En ja, ik zie het bij hen ook: de gelijkenis, de familietrekjes…

Familiefeesten worden echter schaars. Er wordt niet meer getrouwd. Dopen, verjaardagen en communiefeesten worden in kleinere kring gevierd. Maar de clans komen wel nog samen. Bij de echtgenoot is er een broers- en zussendag en hebben we een paar jaar geleden zelfs een eerste neven- en nichtendag in het leven geroepen. Maar deze zaterdag was het de hele familie: nonkels, tantes, neven, nichten, achterneefjes en achternichtjes…  Zo goed als iedereen was present.

Bij de echtgenoot wordt er tijdens een feest lekker gegeten, (veel) gebabbeld, veel van tafel gewisseld (zodat je met iedereen wel eens een woordje kan wisselen) en gedanst. In een ver verleden werd er zelfs ooit gezongen, maar dat is éénmalig gebleken (over de redenen daarvoor spreek ik me niet uit, ik ben immers een aanhangsel. 😉

Het was ontzettend gezellig. Het is genieten als je de kleinste telgen van de familie met veel enthousiasme de dansvloer ziet inpalmen voor K3, Piet Piraat en Kabouter Plop. Dat je kan constateren dat dat er toch inzit. Om dan later de “oude” garde het te zien overnemen van en samen met de kleintjes. Hoe die elkaar onbekende kleintjes toch allemaal samen beginnen te spelen, hoe sommigen wat meer durf aan de dag leggen en anderen wat meer over de streep geholpen moeten worden.

Hoe de tafels na afloop kringen worden, die alsmaar groter worden, waar iedereen uiteindelijk samen gaat zitten en aan de praat raakt. Hoe mooi het is om de kinderen van 20 jaar geleden met hun eigen kinderen of neven en nichtjes bezig te zien. Hoe de baby’tjes van toen intussen op de drempel van hun volwassenheid staan.

Het was mooi, het was fijn, het was verbondenheid. Het was de familiegeschiedenis van mijn dochters en ik hoop dat ze dat zullen koesteren. Dat ze zullen blijven onthouden van waar ze komen, dat ook zij, net als wij zaterdagavond, denken aan de stamouders, de va en de moe. Dat waar zij ook zijn, ze met de nodige fierheid op hun clan hebben toegekeken…