Duivelsgekte in huis

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Ik ben fan van de Rode Duivels. Al jarenlang. En ik durf daar redelijk ver in gaan… Het ergste is, ik ben niet alleen. Wij zijn hier in huis allemaal in min of meerdere mate aangetast.

Mijn eerste echte herinnering aan de Rode Duivels dateert van Mexico ’86. Ik was toen (bijna) 13, ongeveer zo oud als mijn oudste nu. Het WK viel toen voor het grootste gedeelte in de examens én het waren – als ik mij nog goed herinner – voornamelijk nachtmatchen (om 22.00 en om 24.00 uur). Wij mochten dus nog niet kijken. Maar mijn vader deed dat wel, samen met één van mijn nonkels. Zij spraken af om samen de matchen te kijken. Het moet legendarisch geweest zijn (ook in onze huiskamer denk ik). In het midden van de nacht als alles stil is en iedereen slaapt naar beklijvende voetbalmatchen zitten kijken…

En of het spannend was in die dagen. België ging maar nipt door (als beste derde; in groepen van 4, dat stelde dus echt niks voor) maar toen kwam de ommekeer. Winnen van het ongenaakbare Rusland, met de legendarische strafschoppen doorgaan tegen Spanje,… Telkens va na de match kwam slapen, was ik om één of andere reden toch wakker. Dan riep ik hem mijn kamer binnen. “En, wat hebben ze gedaan?” “Gewonnen, ga maar terug slapen.” En dan was ik gerust en kon ik zalig verder dromen…

België-Argentinië, de halve finale, viel na de examens en om 22.00 uur. Die match mochten we wel zien. Maar wat een teleurstelling, we verloren toen van Diego Maradona. En in de troosting om de derde plaats waren we niet opgewassen tegen Frankrijk. En toch was het collectieve gekte toen onze “helden” terugkeerden uit Mexico.

We zijn de Rode Duivels blijven volgen. In Italië 1990, toen Platt een uitstekende generatie Duivels totaal ten onrechte uit het tornooi kegelde in de allerlaatste minuut van de verlengingen. Wij zaten toen met 3 gezinnen in onze huiskamer. De volwassenen in de zetel, de kinderen ervoor. Ik weet nog goed dat mijn vader (zelf ook een verdienstelijk voetballer in zijn jongere jaren) mee de bal in de goal probeerde te krijgen. Nogal pijnlijk als je daarvoor zit.

In 1994, toen het WK doorging in de Verenigde Staten namen we in de groepsfase de maat van Oranje. Helaas ondergingen we in de achtste finales dan één van de belangrijkste voetbalwetten: “Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.” (Gary Lineker)

Na 1994 worden mijn herinneringen wat vager. De eerste gouden generatie was gepasseerd. Het draaide wat minder bij de Rode Duivels. We hadden het voor het eerst over “gouden driehoeken en gouden vierkanten”, maar er doken redelijk wat conflicten op. In 1997 kende ik de echtgenoot al en waren we erbij op de Heizel in de barragewedstrijden tegen Ierland, toen Luc Nilis ons zo goed als in zijn eentje plaatste.

Op het EK 2000 in België en Nederland waren we ook erbij in het stadion toen België zich als eerste thuisland ooit niet door de eerste ronde wist te worstelen. Maar daar praten we niet meer over. Het heeft ons jaren gekost om dat trauma achter ons te laten 😉

In 2002 werkte ik al als sportjournalist. Zalige periode. Op matchdagen in Duivels-outfit gaan werken. Juichen als er gescoord werd en dan als een gek typen zodat onze kijkers geen seconde van de match moesten missen… Helaas was ook toen de gekte van korte duur. Scheidsrechter Prendergast keurde totaal onterecht de openingsgoal van Wilmots tegen Brazilië (de latere wereldkampioen) af. We verloren. Nog jaren hebben we moeten teren op “wat als…”

Want toen begon de grote leegte. Het zou 12 jaar duren voor de Rode Duivels zich opnieuw wisten te plaatsen, voor het WK 2014 in Brazilië. Aan ons zal het niet gelegen hebben. Wij geloofden erin. Telkens opnieuw, tegen wil en dank. Wij klampten ons vast aan de dooddoener “Het is mathematisch nog mogelijk” en hoopten op mirakels. Het is in die tijd dat het pijnlijk werd om naar de Rode Duivels te kijken. Het werd voorspelbaar. Moneytime (de laatste 10 minuten voor rust of op het einde van de match) kwamen eraan en we kregen nog een goal binnen. Weer net niet.Verkleed gaan werken deden we niet meer. Je was naïef als je nog in de Duivels geloofde…

Maar een goede generatie stond op. Piepjong, de jeugdzonden moesten eruit. Met trainer Wilmots viel EINDELIJK alles op zijn plaats. De schoonheidsfoutjes bleven achterwege, het team klikte ineen en we konden ons eindelijk nog eens plaatsen. Het WK in Brazilië was een hoogtepunt. Ook voor ons. Op vakantie in Italië, met een hele hoop zotte Belgen voetbal kijken. Verkleed, geschminkt en voorafgegaan door een fuifje met Belgische voetbalmuziek. Zelfs de Nederlanders konden hun ogen niet geloven als ze de Duivelsgekte zagen… (De Italianen waren al uitgeschakeld, hen liet het koud. Zij waren hun trauma nog aan het verwerken.)

En toch. Er zat meer in. In de match tegen Argentinië hebben we op geen enkel moment écht kans gemaakt. Al na een paar minuten zag je dat de bal niet in ons voordeel rolde. Jammer. Volgens mij waren we sterker. En een halve finale tegen Nederland was mooi geweest.

Straks is het hier opnieuw van dat. We spelen tegen Wales, allicht onze grootste rivaal op weg naar het EK. Wij halen onze vlaggen, onze T-shirts (dat van Burrda, dat blijft mooier dan dat lelijke, dure Adidas-probeersel), onze sjaals, hoeden en schmink al boven. Om 18.00 uur zitten we hier met 4 klaar. Of ik echt helemaal mee durf kijken, weet ik nog niet. Het zal spannend worden en om één of andere reden scoren de Duivels altijd als ik even in de keuken drank of chips ga halen. Ik kan daar dan ook beter wachten op de goals 😉

Maar het is genieten. Toekijken hoe ook de dochters beginnen meepraten over “onze” Duivels. Hen uitleg horen vragen aan de papa, om het spel en de tactiek beter te begrijpen. Hen zinnige opmerkingen horen maken. Hen zien juichen en uit de bol gaan bij een goal. Hen zien treuren bij verlies. Dat stuk van onze opvoeding is alvast geslaagd, dat stukje familie-erfenis is doorgegeven… En we gaan voor de zege vanavond 😉