(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…