Time’s up…

Gisteren was het – zelfs in België – het hoogtepunt in het nieuws waarmee we onze dag begonnen: de speech van Oprah Winfrey toen ze haar Cecil B. de Mille Award in ontvangst mocht nemen op de Golden Globes 2018. Voor zij die maandag van de wereld waren en de speech toch gemist hebben, deel ik ‘m even hier. Het is de moeite om het filmpje uit te kijken. Het is ontroerend, het is pakkend, het is bovenal hoopgevend.

Niet alleen de speech van Winfrey maakte indruk – al vind ik het misschien toch wel een beetje voorbarig om haar nu meteen tot volgende Amerikaanse president te bombarderen – maar het gezamenlijke statement van de vele actrices in het zwart kwam ook over als een duidelijke boodschap. Ze stonden er allemaal samen. Ook de dagen eerder was het rumoer over “Time’s up” op bijvoorbeeld Instagram al luid én massaal.

Time's up

Veel vrouwen met impact maakten de afgelopen dagen een krachtig statement. Het is genoeg geweest, het (machts)misbruik moet stoppen. Zij allen samen, zij aan zij, zetten hun geschillen én verschillen opzij om samen één straffe boodschap uit te dragen: “Time’s up”. Het pakte mij en het gaf me een klein beetje hoop dat de “nieuwe dag” waarover Oprah Winfrey het heeft, nu misschien écht wel “aan de horizon” staat te blinken.

Ook al staan we aan de vooravond van de eerste verjaardag van de inauguratie van president Trump (zucht) en zijn we hier in Europa aan het discussiëren of mevrouw Macron al dan niet naast haar echtgenoot-president mag staan of er een pas moet achterblijven zoals de etiquette dat wil (dubbel zucht).

We zijn er nog niet, maar dagen zoals gisteren brengen een spatje optimisme dat onze strijd toch érgens toe leidt. Dat we er af en toe in slagen om al onze geschillen opzij te zetten en dat we dan wel degelijk één stem hebben, die luid en duidelijk één boodschap kan brengen. Een stem die gehoord wordt. Het kan. Misschien schrijven we in 2018 wel een stukje geschiedenis bij. Dat hoop ik, telkens opnieuw. Voor mijn dochters en uit eerbetoon aan mijn (over)grootmoeders, die hun deel van de strijd al leverden.

Tiendaagse eenzame zorgen

Nu de echtgenoot al even terug thuis is en de eerste euforie van zijn blijde terugkeer achter de rug is, is het tijd om even terug te blikken op mijn “tiendaagse eenzaamheid”. We hebben ons ook zonder de echtgenoot gerust gered, maar het was niet altijd even simpel. Niet alleen ben ik eraan gewend dat we de taken hier thuis met ons tweetjes verdelen, de echtgenoot neemt ook een groot deel van een aantal praktische zaken (o.a. boodschappen doen) voor zijn rekening. Is hij er drie dagen niet, dan valt dat niet zo hard op, maar nu hij 11 dagen in Italië zat, kwam ik soms toch voor een aantal verrassingen te staan.

Ik red het niet alleen. De combinatie van mijn professionele bestaan met het schoolleven van de kinderen is een quasi onmogelijke opgave. De jongste zat in de post-examenperiode en was dus 2 halve dagen thuis. Twee halve dagen dat ik verlof moest nemen of externe hulp diende in te schakelen. En dus sprongen oma en opa (met alle plezier) bij. Ook de jongste vond die aandacht en het onverwachte gezelschap best leuk. Maar ik kan me voorstellen dat het een onmogelijke puzzel wordt om te leggen als er geen grootouders (meer) zijn om in te springen. Zelfs al was het een normale schooldag geweest (van 8u25 tot 15u40), dan nog is zo’n dag niet te combineren met de werkuren van de gemiddelde werknemer. Ik ben immers van 7u30 tot 18u15 van huis voor mijn job. Hoe doen al die alleenstaande ouders dat dan? Komt het er dan op neer dat je als alleenstaande mama niet kan werken, omdat het niet combineerbaar is zonder hulp?

Het is mentaal en fysiek zwaar. Je hebt geen moment rust. Alles komt op jouw schouders terecht. Van je werk thuiskomen, eten in elkaar flansen, boodschappen doen, probleempjes oplossen, opruimen, de was wegwerken,… Normaal gezien verdelen wij de huishoudelijke taken hier, maar 11 dagen lang stond ik er alleen voor. En dan had ik nog het geluk dat oma en opa ook eens een avond voor eten gezorgd hadden of een mand strijk hadden doen verdwijnen. Het was doorgaan tot een uur of 10, om daarna uitgeteld in mijn bed neer te vallen. Waar je dan ligt te denken aan alles wat je de dag erna nog moet doen of de dingen die je zeker niet mag vergeten.

Je staat er alleen voor. Een conflict met de kinderen? Los het maar op. Zonder iemand om even mee te overleggen, zonder iemand om even stoom bij af te laten. Zonder iemand die je afremt of die je na afloop troost of aan het lachen brengt. Er is ook niemand die je zegt dat je wel goed bezig bent, dat het nu eenmaal normaal is dat kinderen na een vermoeiende schooldag ook wat stoom moeten aflaten, dat het niet persoonlijk is,… Er is niemand die voor jou relativeert als jij te moe bent om dat zelf nog te kunnen. Er is ook niemand die voor jou zorgt en je nog een uurtje laat liggen, “ik doe dit wel even”.

En voor mij was het dan nog gemakkelijk, want ik wist dat het eindig was, en er waren oma’s en opa’s die met veel liefde insprongen. De echtgenoot was ook maar een telefoontje verwijderd. Ik kon af en toe zijn stem horen, ik kon even stoom aflaten en hij kon me best wel troosten. Maar die tien dagen hebben me wel geleerd dat net het gewone zwaar kan zijn als je er (even) alleen voor staat. Eten dat klaar staat als je thuis komt, even een babbeltje kunnen doen over je dag of over de kinderen, het zijn vooral de onschatbare kleine dingetjes die je mist. Maar veel van die kleine dingen zijn niet evident als je het altijd alleen moet doen.

En ik denk dat we daar als maatschappij en als individu veel te weinig oog voor hebben. Ik besef gerust dat dit geen simpel vraagstuk is en dat hier geen éénduidige oplossing voor is (ik heb de antwoorden ook niet zomaar voor het grijpen), maar ergens heb ik wel het gevoel dat we een heel kwetsbare groep (alleenstaande ouders én hun kinderen) zwaar in de steek laten, als we geen pogingen doen om hier een antwoord op te vinden.

Vrouwendag, nog veel werk!

Het is onze feestdag vandaag. Vrouwendag. Jammer genoeg valt er niet genoeg te vieren. Jammer genoeg moeten we vandaag massaal in staking om ons punt duidelijk te maken, om onze stem gehoord te krijgen. Welke stem zal u zich misschien afvragen, want we hebben inderdaad een veelvoud aan onderwerpen waarover we willen praten.

Het glazen plafond, de moeilijke combinatie tussen werk en gezin waaronder vrouwen vaak het meest lijden omdat zij nog altijd de meeste taken op zich nemen in het huishouden. De precaire situatie van alleenstaande mama’s die op een onmogelijke manier werk en gezin moeten trachten te combineren en veel te vaak verschrikkelijk veel moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. De rol waarin vrouwen zich schikken, of het nu “nurture” of “nature” is dat aan de basis hiervan ligt. De ondervertegenwoordiging van vrouwen in topposities, het loonverschil,… En dan hebben we het enkel over onze Westerse bezorgdheden.

Het gebrek aan toegang tot geboortebeperkingsmiddelen, de (vrije) keuze voor abortus, de vrouwenbesnijdenis, de vele mishandelingen en verkrachtingen waaraan vrouwen ten prooi vallen, de vrije kledijkeuze, de keuze om al dan niet zelfstandig met de wagen te mogen rijden, het isolement waarin vrouwen gedwongen worden, de keuze om als feministe al dan niet met de borsten (gedeeltelijk) bloot op de cover van Vanity Fair te gaan staan en zoveel meer…

Op 8 maart brengen we onze strijd in de spotlights. Onze strijd als vrouwen, voor en door elkaar. Misschien liggen sommige strijdpunten ons nauwer aan het hart, misschien zijn andere onderwerpen wat verder van ons bed, maar vandaag staan we er, in solidariteit met elkaar, waar dan ook ter wereld. En misschien ontbreekt dat ons nog te vaak. Eén stem voor en door vrouwen, in solidariteit voor elkaar. Misschien moeten we ons vaker samen sterk maken in plaats van elkaar onderling te gaan be- of veroordelen. Zoals we nu actrice Emma Watson gaan brandmerken omdat ze er als feministe voor kiest om een onthullende fotoshoot te doen. “Wat hebben mijn borsten met mijn feminisme te maken?” is de rake vraag die zij daarover stelt.

Misschien moeten we als vrouwen elkaars keuzes wat meer respecteren in plaats van een symbolenstrijd te beginnen om de titel van “beste” vrouw: kan je dat enkel zijn als je mikt op de top of als je thuis voor de kinderen zorgt? Waarom vallen we elkaar telkens opnieuw onderling aan? Waarom steunen we elkaar niet meer? Terecht wordt gewezen op de invloed van “mannenclubjes” die elkaar versterken en in stand houden, maar jammer genoeg slagen we er niet in om diezelfde soort invloedrijke “vrouwenclubjes” van de grond te krijgen. Wanneer krijgen we vrouwelijke denktanks met krachtige stemmen die ondanks de onderlinge verschillen (dat mag gerust hoor, dat maakt je sterker en daar leer je van) voor éénzelfde punt gaan? Die samen strijd voeren?

Ik ben feministe en ik zeg dat met veel fierheid. Niet alleen vandaag, op Vrouwendag. Ik strijd voor mijn gelijkwaardigheid en voor een betere toekomst voor mijn dochters. Mijn persoonlijke strijdpunten zijn gelijkwaardige kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt, het doorbreken van het glazen plafond en een goede combinatie van werk en gezin. Ik ga – net als Femma – volop voor de dertig uren-week omdat ik ervan overtuigd ben dat zowel ik als mijn echtgenoot de vrije keuze moet hebben om op te gaan in een uitdagende job, er te zijn voor onze kinderen en onze familie en om onze maatschappelijke rol in te vullen en op te nemen. Wij zijn een team, we hebben samen gekozen voor kinderen en we doen samen de combinatie werken. Dankjewel, Thomas Vanderveken, om luid en duidelijk de tweederangsrol van de papa aan te klagen. We hebben meer krachtige, betrokken, mannelijke stemmen nodig in dit debat. Mannen die ook een vuist maken voor de gelijkwaardigheid tussen partners, ook na de geboorte van hun kinderen.

Na zoveel jaren feministische strijd zou gelijkwaardigheid geen strijdpunt meer mogen zijn. Maar toch zijn we er nog niet. Zeker in de praktijk gaapt er nog altijd een kloof tussen idee en uitvoering. En dus timmeren we voort aan onze weg, beetje bij beetje, stap voor stap. Soms moedeloos, wanneer een absolute macho ondanks vrouwonvriendelijke of seksistische uitspraken toch als president van de Verenigde Staten verkozen wordt (ook door vrouwen). Soms optimistisch, wanneer een dag na de inauguratie miljoenen vrouwen op straat komen om hun stem te laten horen. We gaan door. Voor onze dochters, en voor onze zonen. Opdat zij misschien wel onvoorwaardelijk gelijkwaardige partners kunnen en mogen zijn. Thuis, op hun werk en in hun maatschappelijke rol.

Ode aan mijn (nieuwe) man

Volgens Fernand Huts ben ik een “moderne, veeleisende vrouw die haar man geen ruimte laat om te ondernemen”.  Ik verwacht dan ook “dat hij mee instaat voor het huishouden, dat hij thuis is, meegaat op citytrip, skiverlof, en liefst nog verlof heeft in de krokus- en paasvakantie, in het groot verlof, met Allerheiligen en tussen kerst en nieuw”. Quality time together komt voor mij ook voor geld verdienen. En blijkbaar moet ik dringend eens met mijn man in een koetsje door de stad of samen een wafeltje gaan eten op het strand.

Eigenlijk moet je erom lachen, maar dat kan ik niet. Fernand Huts is immers niet de enige hooggeplaatste man die er een dergelijke mening op na houdt. Al te vaak bots je in je professioneel leven als vrouw op dergelijke dinosaurussen. De ene al wat subtieler dan de andere. Het begint al bij je sollicitatiegesprek waar je de vraag krijgt of je kinderen wil. Of als je er al hebt, hoe je het allemaal zal regelen. Moet een man ooit de kinderopvang na school gaan verantwoorden in het eerste gesprek voor een nieuwe job?

Het duurt je hele carrière door. 4/5 werken? Berg meteen je carrièredromen maar op want “een managementfunctie is een voltijdse job hoor”. Leiding geven? “Een vrouw is niet hard of doortastend genoeg.” “Ze draaien rond de pot, ze durven geen beslissingen nemen, ze babbelen teveel.” Je bedrijf vertegenwoordigen op een evenement ’s avonds? “Jij? Moet jij ’s avonds niet bij je kinderen zijn?” Er zal geen vrouw te vinden zijn die niet minstens één dergelijke opmerking te slikken gekregen heeft in haar loopbaan. Het is vernederend, het is vervelend en je wordt het beu om je telkens opnieuw te moeten verdedigen, te moeten verantwoorden of met dezelfde (bedenkelijke) “grapjes” te moeten lachen. Want nog een ferm nadeel: we hebben geen gevoel voor humor en we zijn toch wel heel snel op onze teentjes getrapt.

Gelukkig zijn er ook andere mannen. Of ze “nieuw” zijn, laat ik in het midden. De echtgenoot is mijn partner in crime, mijn beste vriend. Hij staat achter mij net zoals ik achter hem sta. Hij stimuleert me, net zoals ik dat bij hem probeer. Hij steunt me, zoals ik hem. Hij is er voor mij, zoals ik er voor hem probeer te zijn. Hij werkt, ik ook. Hij heeft drukke periodes en dan probeer ik hem te ontlasten en voor hem in te springen, wat hij op zijn beurt ook voor mij doet. Hij geeft me de kans mijn ding te doen, ik gun hem zijn dromen.

We kozen samen voor kinderen en we zorgen er ook samen voor. Onze kinderen missen mama evenveel als papa de avondjes dat één van ons verplichtingen heeft. Ze protesteren als mama een drukke week heeft, net zoals ze ook papa liefst zoveel mogelijk in hun buurt hebben. Af en toe zetten we samen zelfs nog eens een stapje in de wereld en maken we tijd voor elkaar. Dat vind ik belangrijk, maar hij ook. Hij haalt het beste in mij boven en ik hoop dat ik dat ook bij hem doe.

Maar we ondernemen niet en we vinden “leven” belangrijker dan “geld verdienen”. We zoeken heel hard naar een goede balans tussen ons professioneel leven en ons privéleven. Tussen er zijn voor elkaar en onze kinderen en het voldoen van onze arbeidsverplichtingen. Er zijn momenten dat het lukt, maar er zijn ook drukke periodes dat het evenwicht ver weg lijkt. We doen heel hard ons best om alle balletjes in de lucht te houden, maar soms kunnen we niet anders dan constateren dat het niet wil lukken. Soms heeft hij het zwaarder en dan probeer ik in te springen, soms is het omgekeerd en vaak komt alles samen en is het gewoon doorbijten.

Zal de worklife-balans op mysterieuze wijze in zijn plooi vallen van zodra de vrouw haar man de ruimte geeft? Wil de (nieuwe) man eigenlijk terug naar hoe het vroeger was? Wil hij de ruimte wel krijgen om (enige) kostwinner te worden? Wil hij de financiële druk voor zijn gezin op zich nemen? Wil hij de kwalitijd met zijn kinderen opofferen op het altaar van het geldgewin? Misschien is het aan de (jonge) nieuwe mannen om massaal hun stem te laten horen. Misschien dat de oude krokodillen geneigd zijn om wel werk te maken van een “leefbare” arbeidsorganisatie als het niet enkel de “zagende” vrouwen zijn die hun ongenoegen over het huidige systeem kenbaar blijven maken.

En tot slot, mijnheer Huts, ik ben veeleisend ja, en ik ben er fier op. Mijn man is minstens even veeleisend en daar ben ik hem dankbaar om en daar heb ik respect voor. Zo stimuleren wij elkaar om te blijven groeien, als gezin, als werknemer en als mens. Onze onderneming: goed leven.