Juni was…

Examens. Met een leraar-echtgenoot en twee schoolgaande dochters kan je er in juni niet naast kijken: juni is de examenmaand bij uitstek. Voor de jongste ging dat nog relatief makkelijk en bleef het beperkt tot een week proefwerken, maar bij de oudste en de echtgenoot is het al redelijk intensief. De oudste begon op dinsdag met wiskunde, om een week later op vrijdag met geschiedenis te eindigen. Vele dagen deed ze haar ding en ging het vlot, maar af en toe doken er toch wel eens wat zenuwen op. “Ga ik het wel kunnen?”

Voor de echtgenoot is juni een intense maand. Telkens opnieuw begint juni met de onvermijdelijke vraag: krijg ik het allemaal wel gedaan? Het verbeterwerk van een aantal taken en toetsen moet afgerond zijn voor de start van de examens. De examens worden opgesteld, er worden (mondelinge) examens afgenomen, er wordt toezicht gehouden én er wordt de klok rond verbeterd. Het zijn extreem lange dagen, maar uiteindelijk lukt het toch elk jaar. Tegen de laatste week van de examens slaakt hij telkens opnieuw een zucht van verlichting. Dan ziet hij eindelijk door het bos de bomen terug en weet hij dat allemaal wel in orde komt. Bovendien is het einde dan in zicht en dat geeft moed voor de laatste loodjes, om nog even door te trekken. Verbeterdagen tot 1 uur ’s nachts zijn dan geen uitzondering, maar het lukt dan toch. En dan wordt er gedelibereerd en mag de riem er min of meer af: nog wat administratie, het galabal, de diplomauitreiking, maar dat is altijd de laatste rechte lijn richting de vakantiemaanden.

Een stapje terug. Juni was mijn eerste 4/5 maand sinds 4 jaar. Sinds ik in januari 2012 vertrok op mijn toenmalig werk dacht ik terug voltijds te kunnen werken. De kinderen waren al wat groter, we dachten het allemaal wel te kunnen combineren. En het lukte ook wel, maar we vonden de prijs te hoog. Ons levensritme ging te snel en dus besloten we samen dat ik terug een stapje terug zou zetten. En dat kon vanaf juni. Had het nu meteen impact? Moeilijk in te schatten als jouw stapje terug valt in de meest intensieve maand van de gezinsleden. Maar ik kon onze administratie onder controle houden, de belastingen waren meer dan een week op voorhand ingevuld en opgestuurd en er was tijd en ruimte om vooraf te koken, om er te zijn voor de kinderen, om de echtgenoot eens een rustige namiddag verbeteren te gunnen terwijl ik met de meisjes rond reed.

Maar het was ook wat zoeken. Het werk moet terug in vier dagen gebeuren en in mijn hoofd verdeelde ik alles nog over vijf dagen. Toevallig hadden we ook redelijk wat leveringen en administratieve verplichtingen deze maand. Die op “mijn” woensdagen gebeurden. En dus was het wat drukker dan ik gepland had, maar dat loopt de komende maanden wel los. Het is terug wat aanpassen. Maar onze dochters vonden al na de eerste woensdag dat het toch wel leuk was om mama terug thuis te hebben. En daar deden we het uiteindelijk toch voor…

EK voetbal. Wij zijn voetbalfans. Grote voetbalfans. Lees: de vlag hangt uit, er hangt een vlaggetjesslinger in onze woonkamer, we dragen rood op matchdagen, de nagels worden rood gelakt en we trekken strepen op onze wangen. De gekte heeft ons allemaal te pakken. Ook de jongste verzamelt redelijk fanatiek Panini-stickers en kijkt maar al te graag mee voetbal.

Ik heb zo goed als alle matchen gezien en ik vind dat leuk. Niks beters dan een voetbalmatch terwijl je moet strijken. Twitteren en sms’en tijdens het voetbal: de match meteen online ontleden, bespreken en lachen met de nagel-op-de-kop-commentaartjes. Zalig! Vooral omdat de echtgenoot toch wel redelijk wat avonden in zijn verbeterbureau spendeerde en enkel voor de Rode Duivels écht de tijd nam. Zelfs die avond dat zijn examens tegen de volgende dag verbeterd moesten zijn en hij er dus een nachtshift voor over had.

Topavond was de achtste finale tegen Hongarije toen alle examens erop zaten en we met vrienden konden afspreken om de match samen te bekijken. Geweldige sfeer, live commentaar, zotheid alom, zalige Duivelse hapjes, en WE WONNEN! En ja, we lagen véél te laat in ons bed, wat vooral voor de jongste voor een klein katertje zorgde in combinatie met de sportdag nadien, maar wat een fantastische avond.

Al volgde de anticlimax meteen erna, in de match tegen Wales die we niet konden of mochten verliezen, maar dat dus toch deden. Het begon met de blessure van Vertonghen, er volgden de nodige gemiste kansen én uitschakeling op het einde van de match. EK voorbij en meteen was de lol er ook af. Meteen konden de rest van de matchen me eigenlijk een beetje gestolen worden. Al gun ik het de Welshmen wel: klop die Portugezen en op naar de finale tegen Frankrijk!

wijn_miniFeestjes. Een vriendin die na 30 jaar samenzijn in het huwelijksbootje stapt en dat uitgebreid viert met man en kinderen. En wij mochten meevieren. Héél mooi om het geluk te zien, zowel bij het bruidspaar als hun kinderen. Een mooie aanleiding om te feesten. Misschien vinden we soms ons alledaags geluk veel te vanzelfsprekend. Misschien moeten we wat meer genieten van wat het leven brengt en de speciale momentjes wat meer in de kijker plaatsen. Om alle fijne mensen rondom ons te verzamelen en tijd samen door te brengen. Om bij te praten, lekker te eten en te drinken en gewoon in het moment te leven. Om te dansen en te lachen.

Laat de zomer dus maar snel van start gaan, met goed weer, (barbecue)feestjes, (voetbal)zotheid en veel genieten. Maak er fijne vakantie van!

Duivelsgekte in huis

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Ik ben fan van de Rode Duivels. Al jarenlang. En ik durf daar redelijk ver in gaan… Het ergste is, ik ben niet alleen. Wij zijn hier in huis allemaal in min of meerdere mate aangetast.

Mijn eerste echte herinnering aan de Rode Duivels dateert van Mexico ’86. Ik was toen (bijna) 13, ongeveer zo oud als mijn oudste nu. Het WK viel toen voor het grootste gedeelte in de examens én het waren – als ik mij nog goed herinner – voornamelijk nachtmatchen (om 22.00 en om 24.00 uur). Wij mochten dus nog niet kijken. Maar mijn vader deed dat wel, samen met één van mijn nonkels. Zij spraken af om samen de matchen te kijken. Het moet legendarisch geweest zijn (ook in onze huiskamer denk ik). In het midden van de nacht als alles stil is en iedereen slaapt naar beklijvende voetbalmatchen zitten kijken…

En of het spannend was in die dagen. België ging maar nipt door (als beste derde; in groepen van 4, dat stelde dus echt niks voor) maar toen kwam de ommekeer. Winnen van het ongenaakbare Rusland, met de legendarische strafschoppen doorgaan tegen Spanje,… Telkens va na de match kwam slapen, was ik om één of andere reden toch wakker. Dan riep ik hem mijn kamer binnen. “En, wat hebben ze gedaan?” “Gewonnen, ga maar terug slapen.” En dan was ik gerust en kon ik zalig verder dromen…

België-Argentinië, de halve finale, viel na de examens en om 22.00 uur. Die match mochten we wel zien. Maar wat een teleurstelling, we verloren toen van Diego Maradona. En in de troosting om de derde plaats waren we niet opgewassen tegen Frankrijk. En toch was het collectieve gekte toen onze “helden” terugkeerden uit Mexico.

We zijn de Rode Duivels blijven volgen. In Italië 1990, toen Platt een uitstekende generatie Duivels totaal ten onrechte uit het tornooi kegelde in de allerlaatste minuut van de verlengingen. Wij zaten toen met 3 gezinnen in onze huiskamer. De volwassenen in de zetel, de kinderen ervoor. Ik weet nog goed dat mijn vader (zelf ook een verdienstelijk voetballer in zijn jongere jaren) mee de bal in de goal probeerde te krijgen. Nogal pijnlijk als je daarvoor zit.

In 1994, toen het WK doorging in de Verenigde Staten namen we in de groepsfase de maat van Oranje. Helaas ondergingen we in de achtste finales dan één van de belangrijkste voetbalwetten: “Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.” (Gary Lineker)

Na 1994 worden mijn herinneringen wat vager. De eerste gouden generatie was gepasseerd. Het draaide wat minder bij de Rode Duivels. We hadden het voor het eerst over “gouden driehoeken en gouden vierkanten”, maar er doken redelijk wat conflicten op. In 1997 kende ik de echtgenoot al en waren we erbij op de Heizel in de barragewedstrijden tegen Ierland, toen Luc Nilis ons zo goed als in zijn eentje plaatste.

Op het EK 2000 in België en Nederland waren we ook erbij in het stadion toen België zich als eerste thuisland ooit niet door de eerste ronde wist te worstelen. Maar daar praten we niet meer over. Het heeft ons jaren gekost om dat trauma achter ons te laten 😉

In 2002 werkte ik al als sportjournalist. Zalige periode. Op matchdagen in Duivels-outfit gaan werken. Juichen als er gescoord werd en dan als een gek typen zodat onze kijkers geen seconde van de match moesten missen… Helaas was ook toen de gekte van korte duur. Scheidsrechter Prendergast keurde totaal onterecht de openingsgoal van Wilmots tegen Brazilië (de latere wereldkampioen) af. We verloren. Nog jaren hebben we moeten teren op “wat als…”

Want toen begon de grote leegte. Het zou 12 jaar duren voor de Rode Duivels zich opnieuw wisten te plaatsen, voor het WK 2014 in Brazilië. Aan ons zal het niet gelegen hebben. Wij geloofden erin. Telkens opnieuw, tegen wil en dank. Wij klampten ons vast aan de dooddoener “Het is mathematisch nog mogelijk” en hoopten op mirakels. Het is in die tijd dat het pijnlijk werd om naar de Rode Duivels te kijken. Het werd voorspelbaar. Moneytime (de laatste 10 minuten voor rust of op het einde van de match) kwamen eraan en we kregen nog een goal binnen. Weer net niet.Verkleed gaan werken deden we niet meer. Je was naïef als je nog in de Duivels geloofde…

Maar een goede generatie stond op. Piepjong, de jeugdzonden moesten eruit. Met trainer Wilmots viel EINDELIJK alles op zijn plaats. De schoonheidsfoutjes bleven achterwege, het team klikte ineen en we konden ons eindelijk nog eens plaatsen. Het WK in Brazilië was een hoogtepunt. Ook voor ons. Op vakantie in Italië, met een hele hoop zotte Belgen voetbal kijken. Verkleed, geschminkt en voorafgegaan door een fuifje met Belgische voetbalmuziek. Zelfs de Nederlanders konden hun ogen niet geloven als ze de Duivelsgekte zagen… (De Italianen waren al uitgeschakeld, hen liet het koud. Zij waren hun trauma nog aan het verwerken.)

En toch. Er zat meer in. In de match tegen Argentinië hebben we op geen enkel moment écht kans gemaakt. Al na een paar minuten zag je dat de bal niet in ons voordeel rolde. Jammer. Volgens mij waren we sterker. En een halve finale tegen Nederland was mooi geweest.

Straks is het hier opnieuw van dat. We spelen tegen Wales, allicht onze grootste rivaal op weg naar het EK. Wij halen onze vlaggen, onze T-shirts (dat van Burrda, dat blijft mooier dan dat lelijke, dure Adidas-probeersel), onze sjaals, hoeden en schmink al boven. Om 18.00 uur zitten we hier met 4 klaar. Of ik echt helemaal mee durf kijken, weet ik nog niet. Het zal spannend worden en om één of andere reden scoren de Duivels altijd als ik even in de keuken drank of chips ga halen. Ik kan daar dan ook beter wachten op de goals 😉

Maar het is genieten. Toekijken hoe ook de dochters beginnen meepraten over “onze” Duivels. Hen uitleg horen vragen aan de papa, om het spel en de tactiek beter te begrijpen. Hen zinnige opmerkingen horen maken. Hen zien juichen en uit de bol gaan bij een goal. Hen zien treuren bij verlies. Dat stuk van onze opvoeding is alvast geslaagd, dat stukje familie-erfenis is doorgegeven… En we gaan voor de zege vanavond 😉