Vijf op vrijdag: onverteerbare desserts

dessert

(www.someecards.com)

Dat ik graag eet, is een understatement en dat zullen de trouwe lezers vast al begrepen hebben. Dat ik – als het enigszins zou kunnen – op zoetigheden zou willen overleven, mag ook duidelijk zijn. Maar toch zijn er een aantal desserts die ik niet naar binnen krijg. Een kwestie van “les goûts et les couleurs”, want ik weet best dat er heel veel liefhebbers zijn. Maar ik in deze gevallen dus niet. Een nieuwe “Vijf op vrijdag” over desserts die ik niet lekker vind. (Ja, ze bestaan écht.)

Een crème au beurre-taart. Jammer genoeg was dat toen ik jong was meestal de standaard-kerststronk. En aangezien ik een paar dagen voor Kerstmis verjaarde, was mijn verjaardagstaart meestal een kerststronk. Met hier en daar een paar kerstboompjes op, en als ik geluk had ook nog een kindje Jezus. Eén van die kindjes bevindt zich trouwens nog steeds in de kerststal van mijn ouders, aangezien we het échte baby’tje ooit vakkundig om zeep geholpen hebben. Maar de taart dus. Crème au beurre is gewoon veel te zwaar. Dat ligt als een blok op de maag, veel kan je er dan ook niet van eten. De biscuit vanbinnen ging nog, maar vaak haalden we het “omhulsel” er ook gewoon af en beperkten we ons tot dat ene laagje vanbinnen. En of er nu écht boter in de crème zit, weet ik eigenlijk niet, maar ik heb altijd wel gevonden dat het er wel naar smaakte. Ik was er als kind al niet bepaald dol op en dat is er niet uitgegroeid 😉.

Warme vruchten. Ik ben dol op fruit, maar het moet wel vers zijn. Er is weinig of geen fruit dat “warm” lekker is, of het nu gekookt of gebakken is. We maken enkel een uitzondering voor appel (in cake of in strudel) of voor balletjes met warme kriekjes. Maar in alle andere gevallen is warm fruit vies. Dus voor mij absoluut geen Crêpes Suzette (bah) of gebakken banaan. Ook vruchtencompote vind ik maar niks (neen, ook geen appelmoes) en zelfs confituur of jam kan me eigenlijk niet bekoren. Ook niet als je dat dan in gebak smeert. Het jammere aan biscuit is dat laagje vruchtenconfituur en zelfs bij frangipane vind ik de abrikozenconfituur erin zo doodzonde van de nochtans lekkere cake. Geef mij ook geen coulis van wat dan ook, want dat verknoeit de smaak van het gerecht waarmee je het combineert. Waarom wordt een coupe aardbeien (met zalige verse aardbeien en fantastisch lekker vanille-ijs) volledig om zeep geholpen door daar mierzoete coulis over te gieten?

Crème brûlée. Ik ben écht waar dol op pudding, maar crème brûlée kan ik absoluut niet smaken. In mijn ogen wordt de pudding om zeep geholpen door dat laagje gekaramelliseerde suiker erop. Pudding moet een velleke hebben, niet zo’n keihard ding erop dat je moet open kloppen. Pudding moet voor mij nog net een beetje lopend zijn, het mag niet “vast” zijn. Panna cotta is dus ook een no-go. Ik ben dol op Italië en er zijn weinig Italiaanse gerechten die ik niet kan smaken, maar met panna cotta hebben de nochtans geweldige Italiaanse koks de bal compleet misgeslagen. Heel vaak is dat dan ook nog eens mierzoet en overgieten ze dat – tot overmaat van ramp – dan ook nog eens met rode vruchten-coulis. Bah.

Sorbet. In de zomer kan ik elke dag gerust een ijsje eten. En als het héél warm is, kan ik er zelfs twee per dag eten, maar geef me geen sorbet. Dat is tegelijkertijd te scherp en te zoet van smaak. Het romige aspect is net hetgeen ijs zo lekker maakt. Neem dat romige aspect weg en het hoeft niet meer voor mij. Na een paar happen steekt sorbet mij zo ontzettend tegen. Neen, dan heb ik nog liever een waterijsje. Ook al krijg je er een plak-bek van.

Een donut. Als je naar de kleinere patisserie kijkt, is er relatief weinig dat ik niet lust. Alles met pudding erin mag je mij voorzetten, net als zo goed als alle bladerdeegtaartjes. Maar een donut vind ik gewoon vettig. Het lijkt mij iets dat de dag tevoren (toen het vers gemaakt was) geweldig lekker geweest is, maar na een dag liggen écht niet meer te vreten valt. Alleen eten we dat blijkbaar standaard “the day after”. Als het in mijn ogen gestold en dus niet meer lekker is. Het doet mij wat denken aan oliebollen, maar zeg nu zelf, die zijn ook alleen maar zalig als je ze vers en nog een beetje warm met véél poedersuiker kan eten. Dat eet je toch ook niet meer een dag later?

Ik ben dol op zoetigheden, maar ik wou het beeld van de chocoholic en zoetverslaafde toch enigszins bijstellen. Er zijn dus toch 5 desserts waar je me écht geen plezier mee doet. (En het is niet zo dat ik hier dagenlang op heb zitten broeden tot ik er uiteindelijk toch 5 vond om mee uit te pakken 😉!)

Advertentie

Vijf op vrijdag: de dessertversie

Het is geen geheim dat ik graag eet. En dat ik daarbij de voorkeur geef aan desserts. Als ik moet kiezen tussen een voorgerecht en een nagerecht, dan ga ik resoluut voor de zoetigheden. Zelfs het hoofdgerecht is alleen maar een voorloper op het ultieme genot. En dus lag het voor de hand dat we voor deze “Vijf op Vrijdag” eens onze lievelingstoetjes uit de kast zouden halen.

  • Het allerbeste dessert is de chocomoussetaart van onze plaatselijke bakker. Pure chocolademousse met een laagje ganache over. Zalig! Maar kom absoluut niet af met een variant waar sinaasappel doorheen is gedraaid: ik vind de combo chocolade-appelsien absoluut niet te pruimen. In mijn ogen verknoeit dat volledig de smaak van chocolade. Als er dan toch iets moet toegevoegd worden aan de chocolade, dan kan ik eventueel nog een laagje biscuit verdragen, maar eigenlijk hoeft al die opsmuk voor mij niet: doe maar gewoon chocomousse(taart) met een laagje gesmolten chocolade erover.
  • Een duidelijke tweede is een kommetje verse aardbeien met daar één bolletje zelfgemaakt vanilleijs bij. Ook hier zijn geen verdere toevoegingen gewenst en al zeker niet die zeemzoete aardbeiencoulis die je in ijssalons blijkbaar standaard bij je aardbeiencoupe geserveerd krijgt. Dat helpt de uitmuntende smaak van de pure ingrediënten compleet om zeep.
  • Voor tiramisu ben ik ook altijd te vinden. Op voorwaarde dat de boudoir-koekjes niet te lang in de koffie gedrenkt zijn en dat de koffiesmaak niet overheerst. En zolang je maar goed veel mascarponecrème gebruikt. Voor mij hoeft de verhouding zeker niet fiftyfifty te zijn: het mag gerust héél veel mascarponecrème zijn met af en toe een koekje (voor de “bite”).
  • Sneeuwballenroom. Vanillepudding met een eitje (dus wat romiger dan de Impérial-variant), waarbij je de pudding over het stijfgeklopte eiwit giet (de sneeuwballen). De allerbeste pudding ever. Jammer genoeg ben ik de enige in huis die er dol op is en maak ik ‘m dus véél te weinig.
  • In eerste instantie was ik van plan om als vijfde optie voor fruitsla te gaan, om toch nog iets gezonds toe te voegen. Maar we moeten eerlijk zijn, een dessert is voor mij NIET gezond. Fruitsla is een gezond vieruurtje, maar dat eten we eigenlijk zo goed als nooit als dessert. Tenzij we voor een chocoladefondue gaan, maar dan is dat fruit eigenlijk maar een excuus om véél gesmolten chocolade te eten. Na veel overpeinzen (cake was ook een optie, net als witte Twix) kiezen we toch maar voor Italiaans ijs. Eén bolletje kiezen uit een overvloed aan smaken (meestal een chocolade- of vanillevariant of een mengeling van beiden) op een zalig lekker hoorntje. En niet van die papieren brol, maar een écht fijn wafeltje.

ijsKijk, het was een moeilijke keuze. Er zijn gewoon té veel geweldige nagerechten. Ik had ook nog voor een moelleux kunnen gaan of voor warme appeltaart (met een bolletje vanilleijs uiteraard). Of een simpel stukje chocolade.

En het zal jullie misschien verbazen, maar er zijn wel degelijk ook desserts waar je mij géén plezier mee doet. Maar dat is voer voor een volgende “Vijf op vrijdag”. (Al moet ik eerst nog eens goed nadenken of ik wel 5 desserts kan vinden die ik echt niet lekker vind 😉.)