Discipline, dedication en… sport

sport_miniDeze week kreeg ik de vraag wat ik juist gedaan had om mijn studiekilo’s kwijt te spelen. En of ik soms tips had.

Toen ik 23 jaar geleden aan mijn studies begon, had dat gevolgen. Onder moeders vleugels uit, zelf voor je eten zorgen. Ik was niet meteen de meest gezonde kok. Voor het eerst zelf boodschappen mogen doen: chips en chocolade à volonté… Na 3 jaar studies waren er 12 kilo’s bij. En die zaten schoon verspreid rond mijn 1m59. Ik was een bolletje. Gelukkig waren er in die tijd nog geen digitale camera’s, we gaan de bewijzen dus NIET inscannen 😉

Ik was ook een beetje een emo-eter. Als het naar mijn aanvoelen niet liep zoals het hoorde, durfde ik mij wel eens laten gaan met chocolade en chips… Maar het lief zorgde voor een ommekeer, gecombineerd met de regelmaat van een job en het samenwonen. En ik begon te sporten.

Het werd een zoektocht naar mijn ideale sport. In mijn tienerjaren had ik nog volleybal gespeeld, maar dat was niet te combineren met het kotleven in Leuven. In mijn nieuwe hometown heb ik een tijdje fitness gevolgd. Ik heb wel eens gestept. Dat was niks voor mij; mijn coördinatie loopt spaak als ik met meer dan 2 lichaamsdelen tegelijk een choreografie moet onthouden. Bijzonder pijnlijk om iedereen op het einde van de les schoon gelijk het hele liedje te zien “uitsteppen” als jij al halverwege in de knoop raakt met handen en voeten en bij driekwart compleet moet afhaken.

Ik heb ook wel eens gespind. Zalige sport, maar je moet het regelmatig doen (minstens 2 keer per week) en eigenlijk wil je de eerste lessen (als je niet kan volgen en knalrood halverwege opgeeft bij de beklimming of de sprintjes tussendoor) gewoon overslaan. Tegen de tijd dat ik aan het spinnen begon, hadden we al kinderen. Een fitnessabonnement is ongelooflijk duur als je niet minstens 2 keer per week kan sporten. En dat lukte niet met de kinderen erbij. En dus liet ik het fitnessabonnement voor wat het was.

De echtgenoot en ik hebben ook wel eens Start to Run geprobeerd. Samen. Eigenlijk was het best leuk. Op het kleine detail na dat we tegen les 5 allebei in de lappenmand lagen. Mijn enkel en de rug van de echtgenoot speelden op. Verplichte rust en mijn loopavontuur zat er meteen op. De echtgenoot daarentegen heeft doorgezet.

Maar de fietsmicrobe had me te pakken na het spinnen. En dus kochten we een hometrainer. Een goedkope uit de Macro. Na een paar maanden intensief trainen had ik de weerstand stuk gereden. Een volgende hometrainer werd besteld bij Collishop en daar was ik wel jarenlang zoet mee. Er waren wat kleine beginnersfoutjes: ik bouwde tegelijkertijd tijd en weerstand op en daar bleek de knie het niet mee eens te zijn. En dus houden we het op tijd. Ik bouw telkens op tot ik een uur kan fietsen en dat probeer ik minstens 4 keer per week te doen.

Lukt het? Ik denk dat ik dit ritme intussen toch al een vijftal jaar volhoud. Er zijn weken dat ik letterlijk dagelijks een uurtje fiets. Andere weken doe ik “maar” 3 keer mijn “Tour du Living”. Heel vaak kruip ik ’s avonds om 9 uur, als de kinderen in bed liggen, nog op mijn fiets voor mijn uurtje training. Het doet me deugd; het is intussen allicht ook een beetje een verslaving geworden. Ik lees ondertussen een boek, kijk wat tv of check de tablet. Het is hét middel bij uitstek (op eentje na 😉 om alle spanning van me af te fietsen.

Het zal voor de rest van mijn leven zijn. In onze familie hebben wij de neiging om nogal snel bij te komen. Ik heb het sporten dan ook van geen vreemden. Mijn vader heeft tot vooraan in de zestig gezaalvoetbald. Intussen, op zijn 68e, loopt hij nog minstens 3 keer per week…

Bovendien heb ik gemerkt dat sinds ik de kaap van de 40 gerond heb, ik wel wat moeite moet doen om “op gewicht” te blijven. Het gaat allemaal niet meer zo vlotjes als 10 jaar geleden. En ik snoep helaas veel te graag. Dus: discipline, dedication en fietsen maar 😉

Advertentie