Ouderzonden #1 – Superbia

Een nieuwe bloguitdaging, ditmaal in het leven geroepen door Romina en Annelore. Dit jaar bloggen wij allen samen over de zeven hoofdzonden, toegepast op het ouderschap.  #ouderzonden, met andere woorden. De eerste uitdaging draait rond:

#1 – SUPERBIA (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid) Waarom ben jij een goede ouder? Waar blink jij in uit?

Moeilijke vraag om mee te beginnen, want eigen lof stinkt. Bovendien vond ik het zeker in den beginne allemaal niet zo evident, dat moederen. Met zo’n kleintje voel je je vaak hulpeloos. Waarom weent ze nu? Waarom wil ze niet slapen? Heeft ze wel genoeg gegeten? Ze voelt precies wat warm aan, zou ze koorts hebben? Moeten we naar de dokter of kunnen we nog even afwachten? Het was wat zoeken en net als vele prille mama’s was ik bang om fouten te maken, om het te verknoeien, om haar ziek of ongelukkig te maken.

Maar gaandeweg word je er handiger in, in dat ouderschap. Leer je je kind beter lezen. Dan besef je wat ze precies wil als ze op die manier huilt. Dan knoop je in je oren dat je gerust nog wel even kan afwachten bij de eerste koortstekenen, dat het niet onmiddellijk levensbedreigend is en je dus niet stante pede naar de kliniek moet vertrekken. Gaandeweg krijg je meer vertrouwen, in jezelf en in dat kleine wezentje. Je begint stilaan te communiceren, je leert elkaar kennen en aan te voelen.

Zo groeien ze op. Intussen zijn onze dochters al 14 en 16. Stevige tieners dus, op de rand van de volwassenheid (de ene gelukkig al wat meer dan de andere). Stilaan slaan ze hun vleugels uit, stilaan nemen ze afstand van hun ouders, op een goede manier. Stilaan zie je de karakters vorm krijgen en dus vroeg ik het daarnet gewoon aan hen: “Waarom ben ik een goede ouder?” Omdat er veel liefde is tussen ons vieren, omdat we goed met jullie kunnen praten, omdat we het gevoel hebben dat we met alles bij jullie terecht kunnen.

Wil dat zeggen dat het altijd rozengeur en maneschijn is? Natuurlijk niet, we hebben tenslotte tieners in huis en het hoort ook bij hun opgroeien dat ze zich moeten afzetten tegen hun ouders. En het hoort bij ons takenpakket dat we hen – zelfs op het randje van hun volwassenheid – nog proberen wenken mee te geven. Dat we hen af en toe – als wij denken dat het nodig is – nog corrigeren. Terwijl zij dat dan uiteraard absoluut niet nodig vinden. En af en toe stormt het dan wel eens.

Maar kijk, het zal niet meer zo lang duren vooraleer onze oudste dochter op eigen benen zal staan (slik!). We hebben er vertrouwen in dat ze er klaar voor is. Dat ze meegekregen heeft wat wij nodig achten en dat ze daar zelf op een goede manier mee omgaat. Bovendien geven onze meisjes aan dat de communicatielijnen op elk moment openstaan, dat ze weten dat ze bij ons terecht kunnen. Dan kan ik alleen maar concluderen dat we dat samen toch maar goed gedaan hebben. Dat we ergens – in de loop der jaren – dat ouderschap onder de knie gekregen hebben. Als we nu ook nog snel dat loslaten leren beheersen…

Moderne communicatie

Toen de Italiëreis van de echtgenoot dichterbij kwam, hebben we hem een nieuwe smartphone gekocht, zodat we tijdens zijn lange afwezigheid ook op de “moderne” manier met elkaar zouden kunnen communiceren. We installeerden WhatsApp en de oudste maakte ineens een familiegroep aan, zodat we onderling foto’s zouden kunnen delen. De eerste dagen van zijn afwezigheid had de jongste rapport en zat de oudste ook op schooluitstap in Trier. En dus deelde de jongste de foto’s van haar rapport via onze familiegroep, de oudste postte een paar sfeerbeelden uit Trier.

Maar het liep niet altijd van een leien dakje: je moet immers een internetverbinding hebben om met elkaar te kunnen communiceren via WhatsApp. Als je onderweg bent, lukt het dus niet. En dus duurde het toch een paar uurtjes eer ik het rapport van de jongste zag, aangezien ik op de baan was voor een meeting. Ook de echtgenoot kende toch regelmatig internetproblemen. Het blijft moeilijk om een (goede) internetconnectie te vinden als iedereen uit een omvangrijke groep op hetzelfde moment (bij aankomst in het hotel) online wil gaan. En dus had de echtgenoot wel eens 4G nodig om het rapport van de jongste te kunnen zien, of om ons foto’s te tonen van zijn daguitstappen.

Maar af en toe lukte het toch. En dan belden we zelfs al eens via WhatsApp, zodat we elkaar konden zien. Maar of ik daar zo’n fan van ben, weet ik eigenlijk niet. Het is raar om elkaar te zien en het vervangt het echte contact niet. Ik kon de echtgenoot dan wel zien, maar ik kon hem niet knuffelen of een kus geven en dat waren toch de dingen die ik het meeste miste: het échte contact. En blijkbaar vonden we van elkaar vooral dat we er moe uitzagen en dat is niet helemaal geruststellend als je zo ver en zo lang uit elkaar bent. Misschien word ik alsnog fan als de verbinding en het beeld een update krijgen en je elkaar “goed” kan zien.

moderne communicatie

(www.loesje.nl)

En dus hielden we het vooral bij het ouderwetse sms’en en bellen. Gewoon een berichtje met de melding dat het een goede nacht of een fijne dag was geweest, krijg ik eigenlijk het liefst. En als we elkaar een tijdje missen, dan hoor ik af en toe graag zijn stem. En daar hoeft voor mij niet meteen beeld bij. Je hoort meer nuances in de stem als je niet afgeleid wordt door het beeld, vind ik. Maar nu lachen de dochters me wel vierkant uit. “Nu klink je echt wel oud hoor, mama!”

Ach, misschien moeten we het hele gedoe nog maar eens een nieuwe kans geven. Ooit. Maar voorlopig hou ik het maar op het ouderwetse knuffelen en kussen. Zonder virtuele en andere internettoestanden. Want er gaat toch niks boven het échte contact…

Juli was…

Met een paar dagen vertraging wegens schilderwerken in huis, toch nog een maandoverzicht. En juli stond volledig in het teken van vakantie, Italië, vriendschap, rust, genieten en ons gezin.

IMG_6538Italië. Wat het Songfestival allemaal niet kan doen. Dat een Italiaanse deelname zoveel indruk kan maken dat het al die jaren later nog gevolgen heeft. Toen ik als 13-jarige bakvis viel voor de knappe ogen van Raf, zat de verleiding in het complete plaatje. Het melancholische nummer (Gente di mare), de onbegrijpelijke taal, het contrast tussen de in mijn ogen zachtere, verlegen jongeman aan het begin van zijn carrière en de ietwat brute, vol zelfvertrouwen zittende zanger met reputatie. Het liedje bleef bij, de zangers verdwenen naar de achtergrond, maar ook de taal bleef sluimeren. 4 jaar later was de keuze voor Italiaans er eentje vanuit het hart.

Toen we 5 jaar geleden voor het eerst met onze meisjes naar Italië trokken, voelde dat voor mij een beetje als thuiskomen. Het lekkere eten, de rust, de zon, de mentaliteit, het Italiaans. En het zaadje is intussen ook bij de dochters geplant. Vooral de oudste is helemaal mee in het Italiëverhaal. Al liet ook de jongste dit jaar weten dat ze Italiaans wil leren, zodat ze zich kan redden als ze later naar Toscane trekt. Tot afgrijzen van de echtgenoot, die het tijd vindt om de Italiëzotheid wat te laten rusten.

Vriendschap. 5 jaar Italië, 4 jaar Noorse ontmoetingen. We kijken er met zijn allen naar uit. En dat allemaal dankzij de vriendschap die de jongste 5 jaar geleden sloot met een Noors leeftijdsgenootje. Twee dolle weken, samen spelen, samen zwemmen, communicatie met handen en voeten en dankzij vertalingen van de papa’s die daardoor ook veel contact hadden. Twee jaar later volgde een nieuwe toevallige ontmoeting en kregen we weer 2 prachtige weken samen.

Intussen regelen we ontmoetingen via Facebook en tellen we allemaal af. Het klikt nog altijd tussen de meisjes, die 10 minuten nodig hadden om te ontdooien, maar daarna geen moment uit elkaars buurt te vinden zijn. Tussen de papa’s, die samen voetbal kijken en politiek bediscussiëren. Tussen de mama’s, die over hun dochters en hun wegen naar volwassenheid ideeën uitwisselen. Samen zonnen, samen zwemmen, samen eten, samen praten. Grappig hoe je over de grenzen heen toch telkens opnieuw zoveel gelijkenissen ontdekt. Zoveel meer dat we delen dan dat ons scheidt. Op naar de volgende ontmoeting. In België, Noorwegen of Italië dan maar weer…

Talen. De echtgenoot en ik zijn talenmensen. Hij Germaans, ik Romaans. Maar we delen een liefde voor boeken. Taal als communicatiemiddel was meer iets voor hem. Hij stapt makkelijker op mensen af en staat meer open voor contact. Ik ben voorzichtiger. Ik zal daardoor soms ook afstandelijker overkomen, terwijl ik niets liever zou willen dan meepraten. Maar intussen hoort het bij vakantie. En nog steeds is hij vlotter en legt hij makkelijker contact, maar ik heb bijgeleerd.

Het mooiste is echter te mogen zien hoe de dochters zijn opengebloeid. De jongste lijkt op haar papa. Geen problemen met communiceren, in welke taal dan ook. Of met handen en voeten, maar binnen de kortste keren heeft ze wel vriendjes en vriendinnetjes. Zij werd in de loop der jaren wat kieskeuriger, leerde dat je soms wel eens het deksel op de neus krijgt als je te open bent. De oudste neigde wat meer naar de mama en had soms een duwtje in de rug nodig. Kreeg in het prille begin wel eens hulp van de zus, maar wil dat niet langer en overwint zichzelf. En doet dat met brio en geniet ervan. Ze krijgt hoe langer hoe meer communicatietrekken van de papa. En de mama kijkt toe en geniet. Ons grootste cadeau voor hen is misschien wel hun openheid naar en interesse in anderen.

Rust, genieten en ons gezin. Je hoeft er uiteraard niet helemaal voor naar Italië te reizen, maar onze 3 weken samen hebben ons wel deugd gedaan. Ruimte maken voor elkaar, voor onze dochters, is makkelijker als er een hele dag geen “moetjes” op je programma staan. Als je niet in de sleur zit van werk, huishouden, school, taken… En dan kom je thuis met het vaste voornemen om de Italiaanse stemming ook thuis vast te houden, maar al snel slorpt de realiteit je weer op. Ben je weer aan het wassen, plassen en schilderen voor je er erg in hebt. Dan zijn de dochters een weekje naar zee met hun grootouders, schilderen de mama en de papa intussen de woonkamer en is het de jongste die elke avond aan de telefoon vraagt: “hebben jullie vandaag wel al me & you-time gehad?”.

IMG_6657Maar misschien zit dat genieten vooral in de kleine dingen. In een dag samen schilderen en samen meezingen met “Radio Nostalgie”, waar ze verdacht veel nummers uit onze jeugd draaien. In het aftellen en uitkijken naar het moment dat we de dochters kunnen ophalen en ze weer thuis zijn. In het getater de hele rit naar huis. In het samen zijn met elkaar en met fijne mensen. In het nu leven. Niet blijven hangen in wat had kunnen zijn, wat anders had gekund of gemoeten. Geen zorgen maken over wat morgen komt, maar gewoon vandaag genieten. Lukt dat? De ene dag wat beter dan de andere, maar misschien zit de schoonheid vooral in het proberen, elke dag opnieuw, en minder in het slagen zelf.

Als ik dat nu eens meeneem naar augustus?