De illusie van het multitasken

concentratie, spreuk LoesjeVorige week las ik ergens – vermoedelijk op de wetenschappelijke sectie van hln.be 😉 – dat multitasken eigenlijk niet bestaat. Want dat je verschillende zaken tegelijk eigenlijk niet goed kan doen. Nu, dat wist ik uiteraard al langer, maar ik was blij dat het eindelijk eens zwart op wit bevestigd werd.

Nochtans slaag ik er perfect in om te lezen op mijn hometrainer. Liefst een boek weliswaar, want het gebeurt wel eens dat het boek van mijn scherm glijdt en de grond op dondert. Ik ben dus ontzettend voorzichtig als ik dan toch eens de tablet neem om wat nieuws te lezen.

Tv kijken terwijl ik fiets, lukt ook. A la limite durf ik mij zelfs aan de combinatie strijken – tv-kijken te wagen. Met wisselend succes weliswaar. Soms heb ik hier en daar wel eens een pointe gemist in mijn serie (lang leve de rewind-knop) of blijk ik mijn vingers weer eens mee gestreken te hebben…  Tijdens het voetbal – als het een spannende match belooft te worden – durf ik zelfs opzettelijk de strijkplank boven te halen. Dan kan ik me volledig op het strijken concentreren en vergeet ik zenuwachtig te worden…

Maar veel vaker loopt het faliekant af als ik verschillende zaken wil combineren. Tegelijk een gesprek volgen en een mail beantwoorden, zorgt er gegarandeerd voor dat ik of de draad verlies van de conversatie of dat ik woorden of stukken gesprek in mijn antwoord typ… Hetzelfde trouwens als ik probeer een boek te lezen met de tv op. Soms moet ik een bepaalde zin 3 of 4 keer opnieuw lezen en heb ik nog niet begrepen wat er staat, terwijl ik ook helemaal niet meer kan volgen wat er op tv aan het gebeuren is. Al heb ik soms wel extreem heldere momenten. Zo kan ik in het midden van een drukke werkdag, met veel gebabbel en gedoe ineens wel een stukje uit het radionieuws gehoord hebben.

Maar dat multitasken een illusie is, weten wij hier in huis al langer. Sinds die keer “dat mama bijna het huis heeft doen branden”. Onze dochters waren toen een jaar of 3 en een jaar of 6. En we waren met zijn drietjes alleen thuis. De jongste zat in bad en kon dat eigenlijk perfect alleen. Ze had enkel wat hulp nodig bij het spoelen van de haartjes. En dus was ik intussen aan het eten begonnen. Groentjes snijden, aardappeltjes schillen, je kent dat wel. Wat ik precies wou maken, weet ik niet meer. Maar ik herinner me wel nog levendig de pot met boter die ik al op het vuur zette. Uiteraard net op het moment dat de jongste van boven riep.

En dus ging de mama een handje helpen. En dacht ze twee vliegen in één klap te slaan door snelsnel ook de was mee naar beneden te nemen. Maar dan moet je ook vlug even de kinderkamers controleren op rondslingerende was. Enfin, om een lang verhaal kort te maken: ik bleef (te lang) plakken en werd ineens gealarmeerd door de oudste: “Oei, mama, het hangt hier vol rook”.

De boter was volledig opgekookt, de pot zag een beetje (veel) zwart en de keuken hing inderdaad vol rook. Maar we zetten de ramen open, we goten de pot vol water (en azijn) en het heeft uiteindelijk geen sporen nagelaten. Tot de telefoon ging, de oudste opnam en ik haar enthousiast hoorde vertellen: “Dag oma, weet je wat mama nu gedaan heeft? Ze heeft het huis bijna in brand gestoken. Het hing hier helemaal vol rook en ik moest hoesten en de pot ziet helemaal zwart…” Waarop de mama haar ongeruste moeder mocht geruststellen dat het allemaal zo erg nog niet was. Maar dat multitasken tijdens het koken hebben we sindsdien wel (min of meer) achterwege gelaten ;-).

Het brandt! En toen was er even paniek…

dochters_miniZondagavond. De ladies of the house zitten voor tv, de echtgenoot geniet van zijn bad na zijn (bos)loop. Wij hebben immers geluk. Wij wonen aan de voet van het hoogste punt van de provincie Antwerpen, Beerzelberg. Zalig bos om in te lopen en in te gaan wandelen.

Tegen kwart na tien stuur ik de kinderen naar boven voor hun avondritueel. Na een kwartiertje ga ik ze nog welterusten wensen en komt de echtgenoot naar beneden met het nieuws “dat er iets serieus aan de hand moet zijn in de buurt, want dat hij intussen al 4 brandweerwagens heeft horen passeren”. Uiteraard had ik niks gehoord. Wij zaten met ons drietjes gezellig voor tv. Ik had wel ons hondje buiten tekeer horen gaan, maar ik dacht dat de buurman weer buiten zat. Om god weet welke mysterieuze reden klikt het niet tussen Indie en de buren. Telkens onze buren buiten komen, voelt ons hondje een onweerstaanbare drang om haar terrein te verdedigen, met veel lawaai. Een of ander jeugdtrauma van ons Indie vermoeden wij, maar ik wijk af.

Terwijl de echtgenoot nog aan het vertellen is, horen we opnieuw een brandweerwagen passeren. Wij dus naar buiten. En toen hoorde je het gewoon knetteren. Dus ik zeg tegen de echtgenoot: “Het is Beerzelberg” en ik loop door het huis naar de voorkant. En daar zag je boven de bomen aan het uiteinde van de straat een oranje gloed, witte en zwarte rook. Aanhoudend lichtflitsen ook en met momenten zag je de vuurgensters gewoon door de lucht vliegen.

Nu moet je weten dat wij in vogelvlucht misschien op 500 meter van Beerzelberg wonen. Toen ik het geluid hoorde en het vuur in de verte zag, was het even blinde paniek. Dus ben ik naar boven gelopen, heb de kinderen uit hun bed gehaald en gezegd dat ze hun kleren moesten aantrekken “aangezien het bos in brand stond en we hier weg moesten”. Aan de echtgenoot vroeg/beval ik om de wagen opnieuw uit de garage te halen, mijn computer en de wasmanden in de koffer te zetten. Op mijn computer staan immers de meeste van onze foto’s. (Ik durfde het niet over alle fotoalbums hebben, maar ik heb er wel aan gedacht.) En wat de wasmanden betreft, ik was er nog niet in geslaagd om de strijk van onze reis bij te werken. In de wasmanden zat zowat alles. Dan zouden we toch nog iets van kleren hebben.

Gelukkig hield de echtgenoot het hoofd wel koel. Intussen hadden zowat alle buren zich op straat verzameld en dus zette hij de wagen wel buiten, maar we gingen daarna wel even informeren. En toen bleek dat het intussen “al veel minder was” en dat het allicht niet het bos, maar wel de taverne aan de rand van Beerzelberg was die in brand stond. Vandaar ook de lichtflitsen, dat zouden de gasflessen zijn. Eén van de buren reed ook even tot bij de brandweer (de straat mochten we uiteraard niet in) en daar bleek inderdaad dat het jammer genoeg de taverne was, maar dat alles onder controle was en dat de brandweer sowieso de hele nacht bleef nablussen. Gelukkig raakte er niemand gewond, maar de materiële schade is wel groot.

Eerlijk, ik heb die nacht niet goed geslapen. Licht, omdat ik de brandweer wou horen als ze toch zouden komen evacueren. En het was toch wel even schrikken. Tot die avond had ik er nog nooit bij stilgestaan dat er ook een keerzijde is aan zo dicht bij het bos wonen. Dat het wel heel akelig is om dat geknetter te horen en die oranje gloed te zien, of de vuurgensters. Dat we geluk hadden dat het net een paar dagen goed geregend had, zodat het bos niet kurkdroog was. Toen het de dagen erna dan ook typisch Belgisch zomerweer was, heb ik dan ook niet geklaagd 😉

En wat hebben we geleerd? Dat er gelukkig toch iemand van ons kalm blijft, en dat ik op zo’n moment aan foto’s en kleren denk. En dat er binnenkort toch nog een paar rookmelders extra komen in ons huisje…

Wat red je uit een brand ?

Onlangs zag ik ergens op een blog (ik weet niet meer juist waar, eis dus zeker je credits op, dan kan ik linken 😉 ) deze vraag passeren: “Stel, het brandt in je huis. Je geliefden zijn allemaal al gered, wat zou je daarna als eerste uit je huis halen?”

Ik heb niet zo heel lang geleden nog voor het Provinciaal Veiligheidsinstituut in Antwerpen gewerkt (waar ik op mijn eentje een brandoefening verknoeide door te denken dat “Suds & Soda” toch wel héél lang duurde). Daar liep toen een campagne rond rookmelders. Die dingen redden dus wel je leven: ze zorgen ervoor dat je gealarmeerd wordt als het brandt en dat kan een verschil maken tussen overleven of stikken. Hang die dingen dus op. Voor zover ik me nog goed herinner, mag dat in alle kamers (behalve de keuken, de badkamer én de technische ruimte, waar je ketel staat)…

Ten tweede, als het brandt én er hangt rook in je huis, mag je van de brandweer onder geen beding weer naar binnen. Je overleeft rook niet. Punt. Tenzij het niet meer is dan het pluimpje van een sigaret. Maar als je dus met zijn allen buitenstaat, ga je dus NOOIT terug dat brandend huis in.

albums_miniMaar als er nu één dingetje is dat ik toch graag mee naar buiten zou krijgen, dan zijn het onze fotoalbums. Het zijn er veel, maar een aantal ervan dateren ook nog van voor het digitale tijdperk. Ons trouwalbum, de geboortealbums van onze dochters, de evolutie doorheen de jaren, de Sinterklaas-, kerst- en verjaardagsfoto’s, de vakantiealbums waar de echtgenoot met zoveel liefde aan gewerkt heeft… Daarvan zou ik ongelooflijk veel spijt hebben.

Al de rest van de spullen is vervangbaar. Ja, er hangen herinneringen vast aan dat ene kleedje of dat ene paar schoenen, maar uiteindelijk zijn het maar dingen. Mijn foto’s zou ik wel missen. Af en toe worden de albums nog eens bovengehaald, dan gaan de dochters naast elkaar in de zetel zitten met een album op schoot. Dan wordt er gelachen, worden er vragen gesteld, wordt er commentaar gegeven. Maar ze zijn er makkelijk een paar uurtjes mee zoet.

Toen ik onlangs aan oma gevraagd had om een paar van onze oude albums mee te brengen, zodat ik eens wat jeugdfoto’s kon inscannen, heeft dat hier voor algemene hilariteit gezorgd. “Mama, dat kapsel!” “Mama, wat droeg jij toen? Dat was toch écht niet mooi hoor!” Oma, jij zag er toen nog zo jong uit…” “Wat een rare broek, Opa.” (Olifantenpijpen vonden ze compleet niet kunnen, wacht tot dat weer mode wordt binnen een paar jaar, eens zien hoe standvastig de modejury dan wel is 😉 )

Als ik zie hoe hard de dochters ervan genieten om samen met Oma en Opa in fotoalbums te duiken, dan is dat het enige dat ik echt naar buiten zou slepen. Het zou ontzettend veel pijn doen om onze verzameling boeken, cd’s, kleren, speelgoed,… verloren te zien gaan, maar je kan nieuwe verzamelingen starten. Sommige fotoalbums kunnen nooit opnieuw samengesteld worden. Ooit, op een dag, hoop ik ook samen met mijn kleinkinderen in een zetel te zitten en hun commentaar te horen op onze kapsels, onze kleren. Ik hoop samen met hen de babyfoto’s van de mama’s te bekijken en herinneringen op te halen.

Maar als we met zijn allen veilig buiten staan, kan al de rest me eerlijk gezegd gestolen worden.