Uit mijn comfortzone

Vandaag stond in Gent de afsluitende bloggersbrunch van de #boostyourpositivity-actie van Danone op het programma. En voor het eerst zou ook ik van de partij zijn. De vorige had ik gemist omdat ik moest werken. Maar laat ons eerlijk zijn, ik ben niet zo’n held in die dingen. Ergens op mijn eentje een zaal binnenstappen en “onbekende” mensen aanspreken, dat vind ik moeilijk. Dat zal nog steeds het verlegen kindje zijn dat nog ergens diep in mij verborgen zit.

Ik ben nooit een tafelspringer geweest. Laat mij eerst maar op mijn gemakje de kat uit de boom kijken, tot ik een beetje gewend ben, en dan zal ik ook wel loskomen. Ik zit eigenlijk wel graag in mijn comfortzone. En dus werkte ik – met plezier – jaren voor hetzelfde bedrijf (en dezelfde baas), hadden wij een vaste vriendenkliek en omringden we ons graag met familie en vrienden. Nog steeds trouwens ;-).

Maar toen vertrok ik bij mijn toenmalige werkgever en dat was toch even wennen. Alhoewel ik toe was aan een nieuwe uitdaging, was het eerste dat ik miste “mijn routine”. Werken met de mensen die je kent, die jou kennen, weten wat ze van je verwachten en ook weten wat je moet doen om aan de verwachtingen te beantwoorden. En het was echt wel wennen, aan de slag gaan bij een ander bedrijf, met andere mensen. Het was een beetje een “rebound relatie”, maar het werd een ferme meevaller.

Intussen zijn we 4 jaar (en een paar jobs) verder. En heb ik tot mijn verbazing vooral veel over mezelf geleerd. Dat het niet slecht is om af en toe eens iets nieuws te proberen, om af en toe uit je routine te stappen. Want ik red me wel. Een pak nieuwe mensen zijn in mijn leven gekomen en een aantal daarvan zijn echt een verrijking geworden. Bovendien heb ik zoveel ervaringen opgedaan. Goede én minder goede, maar ze brengen je allemaal een stapje verder.

Toen we jaren terug voor het eerst zonder vrienden op reis trokken, vroegen onze meisjes aan de vooravond van de trip “of het wel zou lukken, of ze daar ook wel vriendjes zouden vinden”. En toen stelden wij hen gerust. We beleefden toen 2 heerlijke weken en de kinderen maakten zonder problemen Noorse, Nederlandse, Oostenrijkse,… vriendjes. Ook wij hadden een fijne vakantie met de ouders van sommige kinderen. Toen we achteraf terugblikten, vonden wij dat het grootste geschenk dat we onze kinderen konden geven: het vertrouwen dat ze zich – zelfs in een onbekende situatie en met vreemde kindjes – wel zouden redden (en meer dan dat). Ze hebben zich na die vakantie nooit meer vragen gesteld als we met ons viertjes op vakantie trokken.

En dus probeer ik ook af en toe eens uit mijn comfortzone te breken, want de mama moet toch het goede voorbeeld geven ;-). Doe ik dingen waar ik vroeger gillend van weggelopen zou zijn. En dus rijden we op een grijze zondagmorgen helemaal in ons eentje naar Gent. Halen we eens diep adem en stappen we toch de zaal binnen. Raken we aan de praat met een heleboel interessante dames en beleven we een aangename brunch. En was ik achteraf vooral fier op mezelf dat ik gedurfd had, dat ik niet in laatste instantie alsnog mijn staart had ingetrokken.

comfortzone1

Advertentie

Het kittelmoment #boostyourpositivity

Het laatste thema in de #boostyourpositivity-challenge van Danone is “kids”. Quality time met je kinderen en de grootste uitdagingen die je als mama doormaakt. Ik ben dol op mijn kinderen. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik mama ben kunnen worden: ik had me mijn leven zonder kinderen niet kunnen voorstellen.

Als klein meisje was ik – naar het schijnt – al een zorgzaam moeke voor “het zusje van Zwarte Piet”. Jaja, de beste vriend van de Sint had speciaal voor mij een kleintje achtergelaten in een draagmandje. Maanden- of jarenlang heb ik mijn “kindje” en haar mandje overal heen gesleurd. Zelfs jaren later zat ze nog altijd (louter als versiering uiteraard) op een rek in mijn kamer, ook toen ik al veel te oud was om nog met poppen te spelen. Ik heb zelfs ooit nog geprobeerd haar aan de dochters te verpatsen, maar mijn popje had een krullenbol en dat vonden onze dames (opgegroeid met babypopjes) maar niks. Mijn (poppen)moederhart brak toen onze dames mijn poppemieke met dat rare haar maar akelig vonden…

Toen we aan kindjes begonnen, was ik daar vrij naïef in: je oefent een paar maanden en hup, 9 maanden later krijg je een baby en leef je nog lang en gelukkig. Maar het liep even anders. Niemand had me verwittigd dat het ook wel eens mis kon gaan. Dat de dromen over een kindje soms ook een abrupt einde kennen. En dus waren we des te meer dankbaar voor de meisjes die er wel kwamen. Onze grootste rijkdommen.

En het waren dan ook nog eens gemakkelijke kinderen. De oudste sliep al vanaf dag 3 door, de jongste had daar amper 8 weken voor nodig. En als je genoeg slaap hebt, dan kan je de wereld aan. Wij toch, want wij zijn nu eenmaal een familie van slapertjes. Allemaal. De grootste uitdagingen hier in huis zijn dan ook de ochtenden dat één of meerdere (meestal vrouwelijke) gezinsleden niet voldoende slaap gehad hebben. Dan kan er wel eens een boom(pje) (door)gezaagd worden of komt het al eens tot een uitbarstinkje.

En de appel valt niet ver van de boom hoor. Soms is het alsof de mama in een spiegel kijkt als ze de oudste bezig ziet. “Kruip maar rap in je bed, want je hebt duidelijk niet genoeg geslapen.” De oudste heeft dan nog het excuus dat ze midden in haar puberjaren zit en dus meer nood heeft aan slaap. Bij de rest van ons is het gewoon biologisch: wij hebben nu eenmaal meer slaap nodig dan de gemiddelde Vlaming ;-).

zoedt-wenskaart-mijn-hart-giechelt-van-gelukOnze grootste en meest geliefde kwalitijd speelt zich dan weer af in de zetel. ’s Avonds, net voor het slapen gaan, kruipen de vrouwen hier in huis met zijn drieën in de zetel. Onder een dekentje kijken we samen naar Thuis. Daarna moet de jongste naar boven en wat later volgt ook de oudste.

Op sommige avonden hangen we gewoon tegen elkaar aan: lekker warm en gezellig. En als de mama dan haar dochters dicht tegen zich aan voelt, dan kan ze zich soms niet inhouden. Dan wordt er al eens gekitteld, of in billen geknepen,… En dan wordt er hier gelachen tegen de sterren op, want de jongste kan daar niet tegen. De mama eigenlijk ook niet, wat de oudste intussen durft uit te buiten. En dan lopen die kittelgevechten uit de hand tot er iemand “zich overgeeft” of al lachend uit de zetel rolt.

Geen betere manier om alle stress en drukte van de dag van je af te lachen. Al weet ik niet of de onschuldige slachtoffers het daar altijd mee eens zijn ;-)!

 

Mijn lijf, mijn kathedraal, euh kapel #boostyourpositivity

Mijn lichaam en ik, de nieuwe opdracht in het kader van #boostyourpositivity van Danone. Had je me hier 25 jaar geleden naar gevraagd, was ik allicht niet zo tevreden geweest. Als tiener vond ik de ontwikkelingen in mijn lichaam niet altijd even aangenaam. In die periode probeer je vooral op te gaan in de heersende schoonheidsnormen, die ook toen al lang en slank waren. En dat was ik dus niet. Toen iedereen begon aan zijn groeischeut, bleek de mijne al gestopt. Maar vormen kreeg ik wel. Tot mijn verbazing en ook een beetje tot mijn schrik en ongenoegen.

my body and meMaar 25 jaar later, op mijn 41ste heb ik vrede met mijn lichaam, met mijn vormen. Ik mag dan niet tot de grootsten behoren, ik kan wél altijd hoge hakken dragen. En ja, ik heb vormen, maar in de loop der jaren leer je je sterke punten benadrukken en je zwakke punten te maskeren. Op mijn 41ste zit ik eigenlijk redelijk goed in mijn vel. Idealiter fiets ik er nog 2 kg af, maar het lukt de laatste tijd zo moeilijk om mijn trainingsritme aan te houden en ik eet/snoep nu eenmaal zo graag.

Het had misschien wel leuk geweest als ze bij het vormen van mijn unieke genetische combinatie toch net iets minder familienadeeltjes bijeen gestoken hadden. En dus zit ik tegelijkertijd opgescheept met de trage vertering van mijn grootvader, het mindere gehoor van mijn grootmoeder en het verminderde zicht van de andere kant. Te laat uitgebreid tafelen zit er dus niet in en het vooruitzicht om hoe langer hoe minder te zien en te horen is ook niet bepaald een rooskleurig toekomstbeeld, maar we zullen het er toch mee moeten doen. Want als ik ook dat stukje genen van mijn oma heb doorgekregen, behoor ik tot een taai vrouwelijk ras, dat het toch wel even uitzingt.

Bovendien moeten we eerlijk zijn, op je 41ste beginnen de eerste slijtagetekenen zich te vertonen. Toen ik een dikke 10 jaar geleden voor het eerst last had van een ontstoken schouder, verwittigde mijn toenmalige baas me nog dat dat wel eens mijn zwakke punt zou kunnen worden. “Jaja”, en in al mijn naïviteit dacht ik toen nog dat het allemaal wel niet zo’n vaart zou lopen. Een ontstoken schouder was toch gewoon wat pech hebben. Intussen weet ik wel beter.

Toch ben ik blij met dat lijf van mij. Het heeft me 2 prachtige kinderen geschonken. Ja, er zitten wel wat productiefoutjes in hier en daar en het had handig geweest als we wat reserveonderdelen hadden kunnen aanspreken, maar het doet wat het moet doen en het is gezond. Wil ik met de kinderen gaan schaatsen, dan kan ik dat. Wil ik mezelf een stevige fietstraining opleggen 3 keer per week, dan lukt dat. Willen we nog eens een avondje met zijn tweetjes gaan dansen tot een stuk in de nacht, dan kost ons dat achteraf een pak meer moeite dan vroeger, maar dan doen we dat gewoon.

Ik draag dan ook zorg voor mijn omhulsel. Ik probeer zoveel mogelijk te bewegen (al moet ik mijn fietstraining dringend weer hervatten), ik probeer gezond te eten, genoeg te slapen en naar mijn lijf te luisteren, en af en toe eens goed te zondigen, want je leeft echt maar één keer. Dat hoop ik mijn zoekende tienerdochters vooral mee te geven: aanvaard wat je hebt/krijgt en draag er zorg voor. En relativeer het lichamelijke/uiterlijke aspect toch zoveel mogelijk. Want er is meer in het leven dan enkel je lichaam/uiterlijk, ook al krijgt dit aspect buitensporige (media)aandacht.

Dus, meisjes van mij, lees, fantaseer, praat, eet, geniet, relativeer, lach en LEEF!

Achter deze vrouw staat een sterke man #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity van Danone draait rond de balans werk-gezin. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze?”

Ik ben intussen 19 jaar aan het werk. Ik heb Romaanse Talen (Frans-Italiaans) gestudeerd en dat vormde naar verluidt de kortste weg naar het onderwijs. Bij mij liep het echter anders. Toen ik op de arbeidsmarkt kwam, lagen de jobs niet voor het oprapen. Mijn allereerste jobaanbieding kwam van een Brusselse school (die later in het nieuws kwam voor een geval van zware agressie tegenover een jonge godsdienstlerares, als ik me nog goed herinner), maar mijn lief vond dat ik beter nog wat verder rondkeek. Een paar maanden later kon ik aan de slag in de media, als redactiemedewerkster.

Na een kleine 2 jaar startten we een sportredactie op en ik zou die uiteindelijk 13 jaar lang coördineren. Het was een uitdagende job en ze vroeg veel inzet. Ik ging er vol voor. Ik was altijd sportliefhebber geweest én toen ik de kans kreeg om van mijn hobby mijn beroep te maken, was het soms moeilijk om een grens te trekken. Bovendien wou ik mijn job zo goed mogelijk doen en had ik soms/vaak de neiging om er net iets te veel in op te gaan. Dat gecombineerd met leuke collega’s en een nieuwsverslaving maakte de grens tussen werk en privé soms/vaak nogal wazig, al voelde het nooit écht als “arbeid”…

Intussen combineerde de echtgenoot zijn voltijdse job als leraar Nederlands en Engels met een zelfstandig bestaan, eerst als sportfreelancer, later als auteur van een handboek Engels. We werkten hard en veel die eerste jaren. Maar toen we voor een kindje gingen, maakten we samen heel bewust de keuze dat ik 4/5 zou gaan werken. Het bracht wat rust. Eens een dag geen files voor mij, genieten met de kinderen, thuis wat administratie op orde brengen of voor de boodschappen zorgen en de echtgenoot een beetje ontlasten.

Want wij vormden misschien toch niet echt het archetype van het traditionele gezin. De leraar-echtgenoot was bij ons degene die in de week de kinderen van school ophaalde en voor het eten zorgde. Ik kwam later thuis en sprong dan in. Als de echtgenoot terug achter zijn bureau kroop om aan zijn schoolwerk te beginnen, nam ik het huishouden over en deed ik de kinderen in bed. En ik zorgde voor de crisisopvang: als de kinderen ziek waren, of als ze een dagje facultatief verlof hadden, dan ving ik dat op. We vulden mekaar mooi aan, maar alle lof voor de echtgenoot: zonder hem had ik mijn job niet kunnen (blijven) doen. Hij heeft mij de kans gegeven om er vol voor te gaan.

11 jaar lang ben ik ’s woensdags thuis geweest voor de kinderen. Ik heb gebruik gemaakt van loopbaanonderbreking én van het ouderschapsverlof. Toen alle wettelijke stelsels opgebruikt waren, bleef ik gewoon 4/5 en later 90% werken en leverde ik met plezier loon in om thuis te kunnen zijn.

Maar toen kwam er door besparingen een einde aan het sportverhaal en moest ik op mijn 38ste opnieuw de arbeidsmarkt op. In volle crisis. Met het besef dat het sportverhaal wel mooi geweest was, maar dat het voor mij ook afgerond was. Dus zocht ik een nieuwe uitdaging. Het werden voltijdse jobs. De kinderen waren toen ook al 11 en 8, ze waren dus al groter, maar het was toch wat zoeken naar een nieuw evenwicht. Het lukte, al werd de druk op de echtgenoot weer wat groter. Toen er ook avond- en weekendshiften bijkwamen, bleek dat voor ons gezin een zware dobber.

liefde_is_iemand_op_wie_je_altijd_kunt_steunenBen ik blij met de keuzes die wij gemaakt hebben? Jazeker. Maar ik zat dan ook in een luxepositie. Dat ik een uitdagende job kon combineren met de kinderen, heb ik voor een groot stuk te danken aan de echtgenoot. Daarnaast was het voor ons, als hoger opgeleide tweeverdieners, financieel mogelijk om een stukje loon in te leveren voor “kindertijd”. Dat deden we 15 jaar geleden, toen de prijzen van de huizen nog niet een quasi onbetaalbare zeepbel vormden.

Was het de ideale keuze? Voor ons gezin misschien wel, al was het zeker niet altijd even gemakkelijk. Op piekmomenten (in mijn of zijn job) was het soms echt naar adem happen en hadden we af en toe hulp nodig. Dan sprongen de grootouders wel eens in, of bleven de kinderen wat langer in de opvang. Me-time was er de eerste jaren – met jonge kinderen – quasi niet. Mijn laatste boek las ik tijdens de laatste weken voor de oudste in ons leven kwam, het volgende boek las ik toen de jongste bijna één was, 3,5 jaar later! In tijden van kinderziektes was het pompen en zo goed als verzuipen, maar we sprongen voor elkaar in de bres en we gunden elkaar “ons ding”. Het ene moment wel wat meer dan een andere keer ;-).

Natuurlijk heb ik me in de loop der jaren wel schuldig gevoeld om de professionele keuzes die ik gemaakt heb. Het was makkelijker geweest als ik niet per se nood had aan een inhoudelijk uitdagende job. Ik had andere keuzes kunnen maken, ik had misschien halftijds kunnen werken of een tijdje thuis kunnen blijven. Maar dat deden we niet.

Als ik terugblik, dan ben ik vooral dankbaar voor alle momenten die ik gehad heb. Voor alle keren dat ik de kinderen kon laten uitslapen en ze rustig uit hun bedje kon halen. Voor al die keren dat ik wel aan de schoolpoort kon staan. Voor de keren dat de echtgenoot zich niet moest haasten om de kinderen op te pikken, maar gewoon rustig naar huis kon komen en eens kon genieten van een voor hem met liefde bereide maaltijd… Tegelijk ben ik trots op alle sportmomenten die ik kon beleven, en de artikels die ik erover schreef. Of op het handboek Frans waar ik even mocht aan meewerken. Of op die ene lesgroep die ik van het begin tot het einde begeleidde en waarmee  ik zo’n fijne band had. Of op de verviervoudigde aanhang van onze Facebook-pagina…

En dan kijk ik naar onze twee prachtmeiden. Goedlachs, beleefd, geïnteresseerd, ruimdenkend, open, vriendelijk en warm (zei de fiere mama) en dan denk ik telkens opnieuw dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Dat de balans – misschien niet altijd even perfect – er ergens toch altijd geweest is…

Hoe combineer je werk en gezin? Eén stem? #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity draait rond werk. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze? Deel het via #boostyourpositivity en lees mee hoe anderen ‘werk’ ervaren.”

Over de keuzes die wij als gezin gemaakt hebben, heb ik het later deze week nog wel eens. Maar na het lezen van de vele getuigenissen deze week en de voorbije weken, zit ik toch met een kleine bedenking. Veel van dergelijke eerlijke blogposts, of ze nu over de moeilijke combinatie werk en gezin, over het al dan niet borstvoeden of over de roze wolk van het opvoeden verhalen, draaien telkens opnieuw uit op een strijd tussen voor- en tegenstanders. Zelfs een fotootje op Instagram, waarbij een mama-in-spe het aandurfde om te tonen dat ze zich “bezondigd” had aan een McDonald’s maaltijd leidde tot een online berisping van “de zwangerschapspolitie”, “weet jij wel waaraan je je kind blootstelt?”.

Wat doen we mekaar toch aan? Welke kansen laten we als vrouw en als mama telkens opnieuw liggen? Als iemand met een eerlijke getuigenis probeert een punt te maken, zorgen we er met zijn allen zelf voor dat die stem verloren gaat. Zo zorgen we er telkens opnieuw zelf voor dat alles bij het oude blijft, dat er absoluut niets hoeft te veranderen.

Als een jonge mama de boodschap brengt dat ze het zo moeilijk vindt om alles te combineren, dat ze in het weekend vaak uitgeteld is en het niet meer kan opbrengen om ook nog te investeren in haar sociale leven, omdat ze toevallig probeert een uitdagende job te combineren met de zorg voor jonge kinderen, dan krijgt ze te horen dat ze verwend is, dat ze dan maar voor een job dichter bij huis, of een minder uitdagende job moet kiezen. Dan krijgt ze telkens opnieuw te horen dat ze MOET kiezen. Dat ze niet alles kan hebben in het leven. Waarom niet? Waarom moet een jonge mama keuzes maken? Waarom is het aan haar om haar uitdagende job te laten schieten? Waarom gaan we haar met zijn allen be- of veroordelen voor de individuele keuze die ze gemaakt heeft? Terwijl zij alleen maar wil aangeven dat er ergens toch iets niet klopt. Dat je op dit moment nog altijd “gestraft” wordt, zeker als mama, als je voor kinderen kiest.

Waarom worden de vragen niet naar een hoger niveau getild? Op geen enkel moment in alle reacties is gekeken naar de keuzes die onze maatschappij maakt, naar de richting die we met zijn allen moeten volgen en waar steeds meer mensen het moeilijk mee hebben. Maar neen, zolang we met zijn allen op het individuele niveau blijven be- of veroordelen, hoeven er geen maatschappelijke antwoorden gegeven worden. Dus wordt een maatschappelijk relevante vraag al van in het begin in de kiem gesmoord. Als we daarentegen getuigenissen zouden toevoegen, als we het verhaal gewoon zouden delen, kan het wel een sneeuwbal vormen, kan het wel viraal gaan en kunnen er misschien op een hoger niveau wel antwoorden geëist worden… Want gaat de combinatie job-gezin écht makkelijker worden als we ons perfect organiseren en bijvoorbeeld ’s avonds de kleertjes al klaarleggen of de tafel al dekken voor het ontbijt?

Hetzelfde met het borstvoedingsverhaal. Er wordt dus een campagne gevoerd om het borstvoeden tot 2 jaar te promoten. Hoe reageren wij? We gaan met zijn allen heftig campagne voor- of tegen het borstvoeden voeren, tot we in zinloze onderlinge discussies begraven raken. Op geen enkel moment is de vraag gesteld naar het nut van een dergelijke campagne als je na 3 maanden bevallingsrust toch opnieuw voltijds aan de slag moet. We hadden een krachtig antwoord moeten geven dat dergelijke campagnes heel mooi zijn, maar met de vraag hoe we dit als werkende mama praktisch moeten waarmaken? Maar neen, opnieuw laten we een uitgelezen kans liggen omdat we het belangrijker vinden om ons eigen kleine gelijk te behalen…

Siska Schoeters tenslotte krijgt nu op haar dak omdat ze het aandurfde haar kinderen “kleine fuckers” te noemen. Want als je je kinderen zo noemt, zullen ze zich ook zo gaan gedragen. Ook zij geeft aan dat het ouderschap zwaar is, dat er geen roze wolk is en wij gaan het hebben over een “misplaatste woordkeuze”? Laat ons inderdaad met zijn allen maar zagen over de “kleine fuckers” en intussen alweer een signaal van een jonge moeder collectief onder de mat vegen.

Jammer. Zolang we ons eigen kleine gelijk willen halen, zolang we dergelijke verhalen vooral gebruiken als een middel om onze eigen ingebeelde morele superioriteit vast te stellen, zullen we er niet in slagen om een krachtig signaal af te geven. De macht van het nummer hebben wij duidelijk niet. Wij mama’s slagen er niet in om met één stem te spreken en dat vind ik vooral een gemiste kans. Voor ons, voor de jonge mama’s nu en voor onze dochters. Ook zij zullen ooit een jonge mama zijn, maar wij zullen nagelaten hebben om het voor hen beter te maken… En dat vind ik ontzettend jammer.

’s Morgens vroeg, ten huize Tifosa #boostyourpositivity

Een nieuwe challenge in blogland, afgetrapt door Kelly van Tales from the crib. We gaan weer tips & tricks doorheen blogland rondsturen, voor #boostyourpositivity. De eerste uitdaging draait rond het ochtendgebeuren: je ontbijt en je “bedkop” (wil je dat zien, dan zal je me ook moeten volgen op instagram ;-)) Deze week staat de stelling centraal: “Ochtenden kunnen behoorlijk druk zijn. Hoe zien die van jou eruit en hoe slaag je erin om ze goed te doorspartelen?”

Interessante vraag, vooral voor iemand die allesbehalve een ochtendmens is. Ik zou mezelf eerder een dieseltje noemen, dat wel wat tijd en brandstof nodig heeft om in gang te schieten. En dat zichzelf niet echt gunt. Want wij doen er hier vooral alles aan om de nacht zo lang mogelijk te laten duren. Liever 5 minuten langer slapen om daarna in volle galop het ochtendritueel af te werken. Dat er daarbij dan af en toe eens een hindernisje sneuvelt, of dat het paard zelf eens flink struikelt, tja, dat hoort er bij zekers? (Je wil niet weten hoe vaak we aan de schoolpoort stonden om ons dan pas te realiseren dat het vrijdag zwemdag was en dat de zwemzak jammer genoeg nog gemaakt moest worden… Gelukkig was de school niet zó ver van huis.)

Hoe zien onze ochtenden er uit? Als onze wekker afloopt, horen we de oudste meestal al in de badkamer rommelen. De dochters kleden zich aan, brengen hun badkamerbezoekje en gaan naar beneden om te ontbijten. Sinds een paar weken smeren ze (soms) ook zelf hun boterhammetjes. Intussen maken ook wij ons klaar. Na een dik half uur vertrekt de oudste als eerste met de fiets naar school. 10 minuten later zijn ook de echtgenoot en de jongste het huis uit. Eigenlijk is het de bedoeling dat ik dan ook meteen vertrek, maar dat lukt me eigenlijk nooit. Ik geniet dan meestal nog even van de rust in huis, blader nog even door de krant en zal, altijd later dan gepland, ook vertrekken.

Als ik dit hier zo beschrijf, lijkt het alsof de ochtenden hier bij ons in alle rust en kalmte verlopen. Maar in werkelijkheid gaat het er een pak hectischer aan toe. Uiteindelijk hebben we maar een dik half uur om de eerste de deur uit te krijgen. En als je nog even langs de bakker moet, (met 2) nog wil douchen, nog een boekentas moet maken, dan wordt het net iets krapper. Komt daarbij dat ik al mijn hele leven functioneer in een systeem met min of meer glijdende uren, terwijl de echtgenoot en dochters stipt op tijd op school moeten zijn. Dat wil al eens botsen. Legendarisch zijn de (paar) ochtenden dat ik de echtgenoot of de dochters toch moet afzetten aan de schoolpoort en daar absoluut geen haast bij maak, terwijl de echtgenoot steeds zenuwachtiger op de klok begint te kijken…  zeker als hij voor de Londenreis extreem vroeg op school moet zijn en als leraar écht niet te laat wil arriveren ;-)!

En ja hoor, toen onze dochters jonger waren, begonnen onze dagen uiteraard ook vroeger. Toen onze dochters nog aangekleed moesten worden, kon ik pas aan mijn ochtendritueel beginnen als de dochters en de echtgenoot de deur al uit waren. Dan was het eerst mijn taak om de dochters vertrekkensklaar te krijgen en leek het alsof we niets anders deden dan lopen te zagen. “Waar is je boekentas? Heb je je zwemzak meegenomen? Heb je al een koek? Kom je brooddoos eens halen op de keukentafel. Waar heb je je jas gelaten? Och meisje, je hebt je kousen/trui/T-shirt achterstevoren/binnenstebuiten aan, kom, ik zal je helpen. Laat dat boek nu alstublieft liggen, het is tijd om te vertrekken!”

Of de legendarische kledingdiscussies. De jongste was/is dol op jurkjes. Toen ze in haar peuterpuberteit zat, was ze met geen stokken in een broek te krijgen. Ook niet als het afgrijselijk koud was. Soms was de enige manier om je zin te krijgen bloedserieus verklaren dat “echt wel alle jurkjes en rokjes in de was zaten en of ze dan liever in haar pyjama of blootje naar school ging”. Gelukkig vond ze dat er na rijp beraad toch enigszins over, ik weet niet wat we gedaan zouden hebben als ze de pyjama of het blootje had verkozen… Of die keren dat ze – in putteke winter – in haar allermooiste én allerdunste zomerjurkje in onze kamer stond en écht niet begreep waarom ze dat niet aan mocht (“ik zal wel pietekousen aandoen, mama, én een truitje eronder”). Dat combineren met mijn geef-me-alstublieft-even-tijd-om-rustig-wakker-te-worden-humeur, was niet altijd even makkelijk. Het lontje was dan soms wat korter en dan was er geen tijd en zin in alweer een discussie over jurkjes met een tweejarige.

Maar kijk, als ik dan toch een goede raad mag geven voor het ochtendritueel: hou vol! Het wordt beter. Je overleeft het en ze zijn groot voor je er erg in hebt. En dan hoef je geen ganse ochtend meer te stressen, dan kan je al eens een krant lezen ’s morgens. (Of toch op zijn minst de koppen én hier en daar een artikel.) Voor je het weet, zit je met een lege tafel en mis je de drukke morgenstond… “Geniet” er dus van zolang het duurt ;-)!

morgen_mini

De beste manier om te ontspannen? Destress! #boostyourpositivity

De laatste challenge al deze week in het kader van #boostyourpositivity van Danone. En deze week komt de uitdaging van Oon: “destress”. 

Waar kunnen jullie echt van ontspannen? Lukt dat met kinderen in huis? Gunnen we onszelf te weinig tijd, omdat er altijd wel iemand anders is om voor te zorgen? En wat dan met onszelf? Wat is jullie ultieme ontspanning?

Dit is alweer een moeilijke voor mij. Ik kan het knopje zo moeilijk afzetten. Het blijft soms malen in mijn hoofd. Zelfs zonder echte zorgen loopt het denken maar door. Soms zit ik ’s nachts nog werkprobleempjes op te lossen, soms blijf ik maar doorbomen over iets wat ik gelezen of gezien heb. Soms lees ik ’s morgens een artikel in de krant en kan ik er een hele dag op zitten kauwen. Dan doorloop ik de hele dag een hele waaier aan gevoelens en heb ik de nacht soms nodig om er een conclusie aan te brouwen en het af te sluiten.

Een film of goede tv-serie kan dagenlang zitten borrelen in mijn hersenen. Ik speel die opnieuw af in mijn hoofd, ik ontdek nieuwe aspecten. Zo zagen we gisteren “Homeland” op tv. Het waren nogal intense afleveringen. De ambassade van Carrie in Pakistan lag onder vuur: ik heb dan ook een hele nacht “paintball” gespeeld in mijn hoofd. Wegduiken, in achtervolging sluipen, afluisteren, spioneren, wakker schieten toen er een “terrorist” voor me opdook… Letterlijk, ik was even volledig gedesoriënteerd om 3.38 uur vanmorgen. Ik was dan ook moe toen ik opstond 😉

En toch is dat tegelijkertijd ook de ultieme ontspanning: helemaal opgaan in een goed boek, een prachtige film of in een uitstekende tv-serie. Het verhaal intens beleven, erin duiken. Het ontspannen lukt als ik de tijd volledig vergeet. Als ik mijn omgeving uit het oog verlies en alleen maar lees of kijk. En dat lukt gerust met de kinderen rond mij. Nu zijn onze dames wel op de leeftijd dat zij dat ook doen. Zitten we met ons drietjes in de zetel, elk van ons weggedoken in ons eigen boek, in onze eigen fantasiewereld, in ons prachtige verhaal… Nog mooier wordt het als je je verhalen kan delen. Als je jouw boeken kan doorgeven aan je dochters en mag beleven hoe ook zij opgaan in dat verhaal. Hoe ook zij de waarde van dat boek zien en appreciëren.

Mijn fietsmomentje is ook heilig. Ik heb het soms echt nodig om alle stress en drukte van elke dag even van me af te rijden. Met een boek op de hometrainer, of voor de tv, of terwijl ik mijn gsm check. En intussen maar trappen. Je bent na afloop fysiek moe, maar tegelijk voelt dat zalig. Het is intussen een beetje een verslaving geworden, maar het voelt gewoon goed.

Bakken of koken vind ik ook heel erg ontspannend. Aangezien de echtgenoot doorheen de normale werkweek vroeger thuis is, heeft hij het “lastige” kookwerk bij ons thuis. In de avondrush, als iedereen honger heeft, de kinderen aan hun huiswerk bezig zijn en hem met duizend en één vragen komen storen, slaagt hij er telkens opnieuw in om snel een gezonde én heerlijke maaltijd op tafel te toveren. Ik kook in de weekends, tijdens de vakanties,… met andere woorden: als er ruim de tijd is. Ik heb dus de tijd om te prullen, om wat te experimenteren, om mijn perfectionistische zelve los te laten op het snijden van de groentjes,…

Voor mij blijft dat ook ontspannend: je bent volledig gericht op het recept, op het doen slagen van hetgeen je aan het maken bent. Ik ben geen multitasker. Als ik er mijn gedachten niet bij houd, dan bakt er zeker iets aan of kookt er iets over. Of hou ik op het einde van de rit weer ergens brandwonden over… En dus kan je me op een dagje vrijaf regelmatig in de keuken vinden. Dan maak ik eerst soep, daarna ons middageten en nog een dessertje toe. Op zich vind ik het resultaat ook niet echt belangrijk: het gaat om het lezen van het recept, het bijeenzoeken van de ingrediënten, het gepruts (en zelfs het opruimen achteraf). Mijn hoofd staat dan even stil (en dat je er achteraf een lekkere chocoladecake aan overhoudt, is mooi meegenomen 😉 )

Maar laat ons eerlijk zijn, soms heb ik het echt nodig om er even tussenuit te zijn. Om het huis uit te gaan om even niet aan al het werk te denken dat daar op me wacht (het opruimen, die vele manden strijk,…). Om het gewone even achter te laten en plaats te maken voor het nieuwe. Om een nieuwe stad of een nieuw land te ontdekken, nieuwe mensen te ontmoeten, nieuwe smaken te proeven,… Het reizen/rijden is voor mij wel de ultieme beproeving waar je doorheen moet voor je een paar dagen of weken mag genieten. Om uit te slapen, om elke dag aan te vatten met de “niks moet, alles mag”-mentaliteit. Om je alleen maar druk te maken over de vraag “wat gaan we vandaag eten?” (ja, daar begint mijn dag mee ;-)) of “waar gaan we vandaag naartoe?” (nergens, we gaan aan het zwembad liggen lezen)…

En toch. De ultieme ontspanning ligt niet in het doen of laten van dingen (al kan dat zeker helpen). Ik voel me het meest ontspannen én het meest gelukkig als iedereen rond mij dat ook is. Ik geniet ontzettend van lezen, maar nog net dat tikkeltje meer van mijn dochters die aan het lezen zijn én daar ontzettend van genieten. Ik dans zelf graag, maar gloei wel helemaal vanbinnen als ik mijn dochters in actie zie. Omwille van hun stralende, glimlachende gezichtjes. Hoe druk een dag ook geweest is, als je ’s avonds voor het slapengaan nog even de kamers van je kinderen binnenloopt, dan was dat het allemaal waard. Dan ben je het geruzie, de drukte, het tegengepruttel allemaal in één klap vergeten. Altijd vóór alles mama…

nelelezen_miniDeze foto heeft het allemaal. Op vakantie in Italië, na het eten buiten een boekje lezen terwijl de kinderen met vriendjes en vriendinnetjes rondhollen en spelen. Enkel een heerlijk glaasje wijn ontbreekt nog 😉

Mijn talent? Ik maak het graag spannend! #boostyourpositivity

cleanEn we zitten al in week drie van de Activia-challenge. Deze week is het thema “day to day”, een opdracht van Kelly van Tales from the crib.

Hoe zorg jij ervoor dat alles blijft bollen? Heb jij trucjes die ervoor zorgen dat je nooit te laat komt, dat je ondanks je drukke leven toch twee keer per week in de fitness opduikt, dat jij altijd iets op tafel kunt toveren als er onverwacht vrienden langskomen, of een ander talent waarvan mensen denken: hoe doet die dat toch?

Eigenlijk zou dit een heel korte blog moeten worden, want ik heb dat niet. Een trucje om niet te laat te komen? Als mijn ouders dit lezen, zullen ze eens goed lachen. Maar we sturen wel altijd een smsje als we (weer eens) te laat vertrekken, zodat ze wel weten exact hoeveel te laat we zullen arriveren 😉

Ondanks mijn drukke leven toch 2 keer per week in de fitness? Heel lang geleden, toen de dieren nog spraken, heb ik dat geprobeerd. Ik denk dat het een maand of drie geduurd heeft voor ik door had dat maximum één keer per week fitness amper haalbaar was, in combinatie met onze toen nog jonge dochters. We hebben toen wel een hometrainer in huis gehaald. Ideaal! Kon ik rustig voor de tv trainen terwijl de kinderen boven lagen te slapen. Ik ben al jaren fitter dan in mijn tienerjaren. En dat zonder ooit nog een stap in een fitnesszaal te zetten.

Dat jij altijd iets op tafel kunt toveren als er onverwacht vrienden langskomen? Dat is niet bepaald mijn sterkste punt. Ik kook immers zo goed als nooit doordeweeks (de echtgenoot is eerder thuis), maar als ik dan toch eens kook, heb ik meestal genoeg voor een heel leger. Die “onverwachte” vrienden kunnen dus beter langskomen als ik één van mijn kookdagen heb. Of een dag na een feestje. Overschot gegarandeerd. Oudjaar 2014 vierden we bij ons thuis. Er was genoeg pasta voor een feestje met 13 personen. De overschot hebben we soldaat gemaakt met 12 personen, verspreid over 2 dagen… (Jaarlijks wederkerend fenomeen)

Heb ik een ander talent waarvan mensen denken: hoe doet die dat toch? Het “spannend” maken. In mijn hoofd ben ik wel georganiseerd en hanteer ik een strakke planning. Stel, we hebben een feestje en we stellen een menu op. Ik maak een boodschappenlijstje, doe de avond tevoren boodschappen en maak dan bijvoorbeeld ook al de soep en de dessertjes. Dat geeft rust in mijn hoofd, dan weet ik dat we het wel redden de dag zelf met enkel nog de bereiding van de hoofdschotel en wat opruimen.

Een normaal mens zou dan gelukkig zijn en de planning gewoon afwerken. Ik besluit op dat moment dat er dus nog tijd is voor een uurtje training (en de bijhorende douche). Die bijhorende douche is geen extra, want je maakt je sowieso mooi voor een feestje. Maar dat uurtje training is wel een bonus en zorgt voor een zeer strakke timing tot op het einde. Je zou dan denken, “een ezel stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen”, maar hier denken we daar duidelijk anders over. En dus wordt ook het douchen strak getimed, zodat er tenminste iemand presentabel is om de gasten te ontvangen 😉

Ik ben blij om te lezen dat ik niet de enige ben met veel goede bedoelingen en iets minder strakke uitvoeringen. Ik probeer wel te leren van de beter georganiseerde collega-mama’s. Zo steek ik sinds dit jaar wél alles in mijn agenda (van afspraken tot de school- en hobby-kalenders van de kinderen) en dus vergeten we de zwemzak al een pak minder. Maar voor de rest zit de strakke organisatie toch vooral in mijn hoofd… en soms net iets minder in de praktijk 😉

Gelukkig heb ik na al die jaren met vallen en opstaan geleerd dat je het soms allemaal moet durven loslaten. Dat perfectie niet bestaat. Dat het geen ramp is als de wasmand een week (of twee) blijft staan. In uiterste nood strijk je dan ’s morgens enkel snel die spullen die je die dag nodig hebt. Of mobiliseer je de hulptroepen… Wij overleven het hier (met kinderen) intussen al 13 jaar. En ik heb niet de indruk dat er onherstelbare schade is aangericht 😉

Brief aan mijn zestienjarige zelf #boostyourpositivity

Nele2_miniDag Nele,

16 jaar ben je al. Je weg zoekend, vaak onzeker. Vol dromen. Toekomstplannen aan het maken.  Het was de periode van Top Gun, Dirty Dancing… Het was de periode van de schoolkampen (naar Bach in Oostenrijk) en van de eerste schoolreizen (naar Italië). Het was tegelijkertijd een zalige en eenzame periode. Wij hadden een goede klas toen: we schilderden onze klas, we maakten wilde plannen voor een reünie binnen 10 jaar, we zetten onze eerste stapjes in de uitgaanswereld.

Maar vaak paste ik er niet in. Ik was zeker geen haantje de voorste: ik had vaak het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Ik speelde voetbal, ik piekerde veel en was tegelijkertijd nog heel jong van geest. Die paar keer dat ik mocht uitgaan, vond ik er eerlijk gezegd niet zoveel aan. Ik was toen bezig met sport, droomde ook van een carrière als sportjournalist, maar dacht dat dat een onrealistische droom was. En dus wou ik gewoon lerares Frans worden, en vooral mama. Al liep de zoektocht naar de ideale vader voor mijn kinderen niet meteen zoals ik hoopte:  ik werd niet opgemerkt. Of toch: ik was het ideale uithuilmaatje: ook toen al bleek ik vooral goed te kunnen luisteren en raad te geven.

Toch was het ook de periode van de levensbepalende ontdekkingen: ik trok naar Wallonië om er mijn Frans te gaan oefenen en ontdekte Italië…

Een beetje goede raad (ook al zal je allicht niet willen luisteren en moet je het toch allemaal zelf ontdekken in de jaren die nog voor je liggen)

  1. Sommige mensen bloeien nu eenmaal later dan anderen. Dat je jong van geest bent, speels soms, zal later een voordeel blijken. Op je zestiende is het misschien niet leuk dat je veel te jong ingeschat wordt, op je vijfendertigste is dat wél een voordeel.
  2. Stop met dat piekeren. Het haalt niet uit dat je wakker ligt: je wordt er alleen moe van en oplossen doe je niet.
  3. Droom! Je zal je sportjournalistendromen uiteindelijk toch waarmaken. Veel geluk en een beetje toeval, maar dat zal je nog wel vaker overkomen.
  4. Kies met je hart. Zeker wat je studiekeuze betreft. Kies voor iets wat je graag wil doen, voor iets wat je interesseert. Je zal die keuze tenslotte de rest van je leven meeslepen, dan kan het maar beter iets zijn dat je graag doet.
  5. Blijf naïef. Blijf maar denken dat je de wereld zal veranderen. Blijf maar betogen, blijf maar strijden voor een betere, groenere, socialere wereld (tegen onrecht, tegen hogere inschrijvingsgelden aan de unief,…)
  6. Laat dat perfectionisme los. Je bent niet perfect (hoera!) en je hoeft dat ook niet te zijn.
  7. Geniet! Leer te leven in het moment. Leer te appreciëren wat je wel hebt in plaats van je telkens opnieuw op een volgende doel te richten.
  8. Relativeer jezelf niet kapot. Wees je vooral bewust van wat je wel kan. Vergelijk jezelf niet altijd met anderen. Haal jezelf niet neer, maar richt je op de dingen die je wel goed kan. In plaats van het negatieve te willen verbeteren, had je misschien beter het positieve nog verder uitgediept… (Het had me zoveel tijd bespaard als ik dat op mijn twintigste wel had gekund).
  9. Doe gek! Blijf je hele leven zot doen en schaam je daar niet voor! Dat zal men later “out of the box”-denken noemen. Het maakt deel uit van je creativiteit, van je beste eigenschappen.
  10. Neem beslissingen en kijk niet terug! Denk goed na, weeg heel goed de voor en tegens af en maak dan in eer en geweten een keuze en zet je daar voor de volle 100% achter. Ga achteraf niet twijfelen of terugkrabbelen. Je had je redenen, ga er dan voor!
  11. Wees gerust: je hoort er op den duur wel bij. Je wordt ook later geen haantje de voorste, maar je vindt wel jouw dekseltjes. Er komen mensen met wie het klikt, zowel professioneel als privé. Het duurt bij jou misschien wel net iets langer om je op je gemak te voelen en om je open te stellen, maar het komt wel.
  12. En je leerkracht L.O. had gelijk: dat lijf waar alle zestienjarigen zo mee worstelen, zal je later leren appreciëren. Je zal ontdekken wat je sterke én je zwakke kanten zijn en die zal je leren benadrukken of net maskeren. Je hoeft niet meer mee te hollen met alle trends (ook al staan die jou absoluut niet), maar hoe ouder je wordt, hoe meer je gewoon je zin mag doen… En al wat ze zeggen over de fabulous forties klopt ;-).

Nele1_miniDus doe je ding, stort je in je leven, doe je stommiteiten, val en krabbel weer recht, geniet van je weg. Het heeft me gebracht tot waar ik nu ben. Ik had dingen anders kunnen doen, ik had bepaalde dingen misschien liever niet meegemaakt, maar alles samen heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en ik had het niet anders gewild. Dus leef, droom, geniet, voor de volle 100 %!

PS: Binnen een jaar ga je per ongeluk op je bril zitten (opgeruimd staat netjes) en doe je ook iets aan die “rattenkop”. Het wordt echt wel beter 😉

Droom! #boostyourpositivity

Lilith van Tales from the crib heeft een nieuwe blogchallenge gelanceerd, samen met Activia en Oon. Deze week draait rond “inner and self”. De belangrijkste uitdaging is een brief schrijven aan je zestienjarige zelf. Daar zal ik me later deze week aan wagen. De zoektocht naar de foto’s van mijn zestienjarige zelf was alvast de moeite 😉

Vandaag was het de bedoeling om je lievelingsspreuk te delen. Ik heb er twee, maar uiteindelijk komt het twee keer op hetzelfde neer: droom! Van een kind met veel fantasie ben ik opgegroeid tot een volwassene met evenveel fantasie. Met idealen, met de wil om zelfs op veertigjarige leeftijd “een verschil te maken”. Voor mezelf, voor mijn lief, voor onze kinderen, voor de samenleving.

Ik ben nooit gestopt te dromen. Wegdromen in een zalig boek, dagdromen of dromen van een betere wereld… Soms even vluchten uit de werkelijkheid, soms zoeken naar manieren en plannen om diezelfde werkelijkheid beter te maken… Dat wens ik jullie ook allemaal toe: droom én blijf dromen. Ik zou mezelf zo “arm” voelen zonder…

reve_mini reve2_mini