Een nieuwe dag, een nieuw ballonnetje

Wordt er eigenlijk nog geregeerd in ons land? Of worden er vooral (mislukte) ballonnetjes opgelaten? Zodat we vooral kunnen doen alsof we aan het regeren zijn? Ik vraag het me af, hoe langer hoe meer. De kracht van de verandering is nu 2 jaar ver en veel zie ik toch niet veranderen.

Er zijn nog steeds lange wachtlijsten voor mensen met beperkingen die zorg nodig hebben. Vele schoolgebouwen zijn aftands en dringend aan vervanging/renovatie toe, maar op het terrein zie je weinig gebeuren. Het hoger onderwijs snakt naar (financiële) ademruimte, die er niet is. De militairen, die al jarenlang zwaar bespaard hebben, springen de al even fel getroffen politie bij. Of de cipiers. Het langdurig ziekteverzuim piekt. Vele jonge ouders weten niet meer van welk hout pijlen maken: hoe moet je vandaag de dag in godsnaam nog je professioneel leven met je gezinsleven verzoenen?

Dat het moeilijke tijden zijn, weten we allemaal. Dat we een paar jaar op onze tanden moesten bijten, konden we ook nog slikken. We hadden er zelfs begrip voor. Maar na 2 jaar beleid stel ik me de vraag of er wel een visie is. Wat zijn de keuzes die we maken? Hoe zien we arbeid, samenleven, onderwijs,… op langere termijn? Waarin willen we investeren? Wat vinden wij – als maatschappij – belangrijk?

Het enige wat we krijgen, zijn ballonnetjes. Het laatste in de rij was dat van mevrouw Rutten. Dat we de bevallingsrust misschien beter konden verdelen, want dat het ervoor zorgt dat vrouwen geen carrière kunnen maken. Laat ons er nog van uitgaan dat ze het effectief goed bedoelde. Dat de oorspronkelijke gedachte erachter goed bedoeld was. Alleen kwam het alweer aan als een opdoffer. Het weinige dat we hebben (zeker in vergelijking met het Europees gemiddelde), mogen we dan nog eens gaan verdelen.

Misschien had mevrouw Rutten, gezien haar goede contacten in de bedrijfswereld, haar vrienden-ondernemers kunnen aanzetten om de papa’s die hun vaderschapsverlof  wensen op te nemen, niet langer tegen te werken. Of hen vriendelijk te verzoeken niet langer te discrimineren bij hun aanwervingspolitiek en de sterkste kandidaat te kiezen. Ook al is dat een vrouw met een mogelijk tikkende biologische klok. Misschien had ze hen kunnen aansporen om hun werkorganisaties wat meer af te stemmen op de combinatie met het gezinsleven. Om de netwerkmomenten en vergaderingen niet langer op een onmenselijk vroeg of laat uur te plannen, zodat mama’s en papa’s ook effectief kunnen deelnemen. Ze had hen ook kunnen vragen om mensen te promoveren op basis van kwaliteiten en verdiensten, niet op basis van hun deeltijdse of voltijdse arbeidsregime. Of ze had kunnen beginnen met de moederschapsrust voor zelfstandigen op hetzelfde niveau te brengen als dat van de werknemer-moeders.

Ze had zoveel kunnen doen, maar in plaats daarvan schoffeerde ze alle werkende ouders. De jonge mama’s die hun 15 weken bijlange niet genoeg vinden, voelen zich nu schuldig, want “medisch gezien zijn ze al lang hersteld”. Dat de nachten nog steeds onderbroken worden, dat ze overdag van elk moment gebruik maken om bij te slapen, dat de borstvoeding nog niet loopt zoals zou moeten, is van geen tel. Dat ze er overdag niet toe komen om zich aan te kleden of te douchen, omdat ze nog steeds proberen het huishouden min of meer te combineren met dat kleintje, doet er niet toe. Ze schoffeerde alle vrouwen die graag werken, maar op belangrijke momenten liever voorrang geven aan hun gezin. Alle papa’s, die maar al te graag veel meer de zorgende rol op zich willen nemen, maar geen (expliciete of impliciete) toestemming krijgen van hun werkgever.

Misschien kan mevrouw Rutten beginnen met écht te regeren, in plaats van ballonnetjes op te laten? Misschien kan ze eens even met twee voeten in het échte leven gaan staan en afdalen van haar pluchen zetel? Misschien kan ze – samen met haar gewaardeerde collega Peeters – eens aan den lijve ondervinden wat dat precies betekent voor een gemiddelde Belg, “boven zijn stand leven”? Vanop de oppositiebanken blijft het trouwens oorverdovend stil, op enkele gelijkaardige ballonnetjes na. Waar blijft het realistisch alternatief? Waar blijven de ideeën voor een andere toekomst? Waar blijft de hoop?

En wat doen wij? Wij werken, wij betalen onze rekeningen, wij proberen er zoveel mogelijk voor onze kinderen te zijn en hen een toekomst te bieden. Een toekomst waarin er opnieuw plaats is voor solidariteit, voor mekaar, voor familie en vrienden. Een toekomst waarin ze een droomjob combineren met een rijk privéleven. Hopelijk staat er dan een generatie op met visie. Een generatie die zich niet tevreden stelt met wat ballonnetjes, maar die daadwerkelijk beleid voert en verandering brengt.