Een beetje mildheid, creativiteit en ideeën graag…

Woensdag ook de reportage van Pano gezien over onze kleuterscholen, over die moedige kleuterjuffen en meesters die met hand en tand een dertigtal kleuters nog iets proberen bij te brengen tussen de vele plas- en andere pauzes door? Over de kindjes die de namiddag amper overleven en in slaap vallen op een kussentje terwijl de juf een verhaaltje probeert voor te lezen? Over dat het “allemaal de schuld is van de (luie) ouders, die hun kinderen niet zindelijk naar school sturen en ze véél te vroeg naar school laten gaan terwijl ze duidelijk nog nood hebben aan hun middagdutje”?

Dat er toch ergens iets niet klopt als kindjes tot hun 2 jaar, 5 maanden en 30 dagen in een crèche verblijven waar er verplicht 1 kinderverzorgster is per 7 kindjes, maar vanaf hun 2 jaar en 6 maanden gerust in een klasje kunnen gaan zitten waar er amper 1 kleuterjuf is voor een groep tot (maximum?) 30 kindjes. Gelukkig  krijgt de kleuterjuf ook nog 2 halve dagen per week versterking van een kinderverzorgster (afhankelijk van het aantal leerlingen van de school uiteraard).

Dat we als ouders alweer het gevoel krijgen te falen in datgene wat we toch het allerbelangrijkste vinden in ons leven, de opvoeding van onze kinderen. Dat we zoveel MOETEN in ons leven dat we het niet meer gecombineerd krijgen. Dat we uitstekende ouders moeten zijn, een sexy, interessante én fitte partner en uiteraard de ideale werknemer. Die het bedrijf op de eerste plaats zet, overuren maakt en zijn economische waarde in stand houdt. Die niet weet hoe ze het aan haar kinderen moet uitleggen dat mama alweer een halfuurtje te laat is in de opvang. Die met het schaamrood op de kaken net voor (of net na) sluitingstijd de crèche binnengestormd komt – alweer. Het was een drukke week, maand, jaar.

Dat je dan amper nog tijd overhoudt voor je kinderen (en hun potjestraining). Dat je je sowieso schuldig voelt, altijd en overal. Dat je je telkens opnieuw voelt falen en er absoluut geen behoefte aan hebt om daar nog eens door een minister op gewezen te worden. Stiekem denk je dat zelf – veel te vaak – ook al.

De afgelopen jaren hebben de budgetten voor de scholen ook een besparingsoperatie ondergaan. De klassen werden zo alweer wat groter, maar dat schuift de minister wel eventjes onder de mat. We zetten in op jobs, jobs, jobs, maar er schiet niet voldoende geld over voor het onderwijs van onze kinderen zodat één kleuterjuf 30 kindjes moet opvangen. Het zou misschien nét iets minder problematisch zijn als de kleuterjuf 10 kindjes kon opvangen, waarvan er dan per klas misschien maar één of twee nog niet zindelijk waren. Dan zouden we ook jobs, jobs, jobs creëren en tegelijkertijd investeren in de toekomst van ons land in plaats van extra geld te laten wegvloeien in de zakken van rijke (buitenlandse) investeerders.

We kunnen ook andere beleidskeuzes maken. We hebben dringend nood aan een beetje creativiteit en nieuwe ideeën. We hebben leiders nodig met een visie op lange termijn: waar willen we met ons land naartoe? Welke keuzes maken we als samenleving? We moeten stoppen met beleid te voeren “om het budget van dit jaar in evenwicht te krijgen”, en dan volgend jaar het volgende tekort aanpakken met alweer korte termijn-plannen en snelle winsten, maar die onze maatschappij op lange termijn niets bijbrengen.

We hebben dringend nood aan een sterk sociaal weefsel en burgerinitiatieven. Moeten we echt een crowdfunding opstarten om voldoende kleuterjuffen of meesters voor de klassen van onze kinderen te krijgen? We zullen van onderuit ideeën moeten aanreiken en eventueel ook afdwingen – via alle mogelijke wegen. Moeten we net als een aantal ouders nu al doen ons land in gebreke stellen om (noodzakelijke) zorg af te dwingen voor onze kinderen, onze naasten?

img_7145En héél misschien – als we af en toe een beetje meer tijd zouden hebben – die we zelf kunnen indelen, misschien dat we dan ook nog eens creatief kunnen zijn. Zodat we met ideeën kunnen komen voor onze maatschappij. Misschien moeten we met zijn allen massaal van het rad springen waarin we allemaal samen doldraaien. Misschien dat we dan weer wat milder kunnen zijn, voor onszelf en voor elkaar. Misschien hebben we dan de tijd om eens op lange termijn plannen te maken, voor onszelf en voor onze kinderen. Misschien is het Femma-pleidooi voor een 30 uren-week wel een goed beginpunt voor een maatschappelijke discussie over een betere combinatie tussen alle rollen die je in je leven invult: als ouder, partner, kind, werknemer, vriendin…

Als we nu eens massaal grenzen beginnen te trekken. Tot hier en niet verder. Voor ons en voor onze kinderen. Wanneer beginnen we eraan?

Solidare-it… Make it happen!

Gisteravond door Blissfulstayathomemom getagd. Een mooie, al zeg ik het zelf. Zij had zelf de mosterd gehaald bij Erika Van Tielen. Een warme oproep om in deze kersttijden van overvloed nog eens een goed doel (helpen) waar te maken: solidare-it, the real social network.

Dit groepje wereldverbeteraars wil een website opstarten om mensen met elkaar in contact te brengen. Mensen die hulp nodig hebben en mensen die hulp kunnen bieden. Misschien heb je nog kleren die je niet meer passen of kledij waar je kindjes allang uitgegroeid zijn en kan je daar een andere mama wel gelukkig mee maken. Of zie je het wel zitten om boodschappen mee te brengen voor dat oude heertje of dametje in je straat en kan hij of zij in ruil daarvoor overdag je hond af en toe eens uitlaten. Er zijn zoveel mogelijkheden. Maar hoe kom je met elkaar in contact? En daar kan de website van Solidare-it een rol in spelen… Je post er een vraag om hulp of je zet er online wat je in de aanbieding hebt…

Maar de website is er nog niet. Solidare-it heeft nog een kleine tien dagen om via crowdfunding aan de nodige middelen te geraken. Zelfs na Music For Life hebben we allicht nog wel wat euro’s over om een kleine bijdrage te leveren… en al eens na te denken over wat wij precies op de website zouden posten…

Wie gaat er voor de kinderen zorgen?

Volgende maand wordt één van de oma’s van mijn kinderen 67. Eindelijk de pensioengerechtigde leeftijd, volgens onze nieuwe regering. Gelukkig (voor ons) waren de regels in haar tijd nog wat soepeler, anders hadden wij het op bepaalde momenten met de kinderopvang niet gered.

Even terug in de tijd. Herfst 2004. Onze oudste was toen net 3 en begon aan haar eerste echte schooljaar. Ze was eerder dat jaar na de krokusvakantie ingestapt. Tot aan de paasvakantie met halve dagen, daarna nog 2,5 maand “voltijds”. In januari was ik voor de tweede keer mama geworden. Tot de paasvakantie was ik thuis, daarna mocht de jongste 2,5 maand naar de onthaalmoeder. Tot de leraar-echtgenoot in de grote vakantie 2 maanden als huisvader fungeerde.

Maar in september was het dus voor echt. Voor allebei. En dat hebben we geweten. Het was onze zwaarste periode ooit met onze 2 dames. Ze waren aanhoudend ziek van ergens in oktober tot ergens in maart. Nooit samen uiteraard, elk om de beurt. De ene week bracht de oudste een virusje mee uit school, de volgende week bleek ook de jongste “aangetast”. De volgende keer deed er een griepje de ronde bij de onthaalmoeder, een week later bleek ook de oudste dat te pakken hebben. Ik denk dat zowat alles die winter bij ons thuis is gepasseerd. Van alle varianten van griep over windpokken tot zelfs mond- en klauwzeer toe (ik wist toen zelfs niet dat ook kinderen dat konden krijgen, ik dacht dat dat enkel iets voor de veestapel was)…

Als we toen niet op de oma’s hadden kunnen rekenen, weet ik niet hoe we alles draaiende zouden hebben gehouden. Wij hadden geen “vaste” babysitdagen bij de oma’s, maar wat was ik toen blij dat we voor de noodopvang wel op hen konden rekenen. Ik was toen 7 jaar in dienst bij mijn toenmalige werkgever. Ik was een jonge mama en het was op dat moment niet evident om alles in balans te houden. Van me-time was toen helemaal géén sprake: we probeerden het kopje boven water te houden in de combinatie gezin-werk-huishouden.

Ik was al “blij” als de ziekte van de kinderen zich ’s avonds laat manifesteerde. Dat gaf ons wat voorsprong. Dan konden we de opvang ’s avonds nog regelen, in plaats van ’s morgens om 6u30 iedereen wakker te bellen. Als de oma’s het zagen zitten, dan belde ik naar mijn werkgever om te zeggen dat ik een ziek kindje had, dat ik al van thuis uit zou beginnen werken (die luxe had ik gelukkig wel), dat oma kwam babysitten en dat ik hoopte er tegen 11u te raken. Als we pas ’s morgens konden bellen, kon het nog een uurtje later zijn. ’s Ochtends zondigde ik dan volledig tegen alle opvoedkundige principes en zette de kinderen met een film voor de tv. Zeker de oudste was daar minstens een paar uur zoet mee en liet me redelijk ongestoord werken. Bij de jongste lag dat wat moeilijker, maar het hielp om halfuurtjes door te komen, tot oma arriveerde en mama halsoverkop alsnog naar haar werk vertrok.

Nog “interessanter” was het als de ziekte ook de uitgeputte mama of papa te pakken kreeg. Het heeft wel iets om samen met je zieke peuter of kleuter in de zetel te hangen. Het herstel gaat eens zo snel 😉

Hoe hadden we het anders moeten doen? De leraar-echtgenoot is niet echt flexibel. Is hij niet op school, dan laat hij zijn leerlingen in de steek. Die optie lichtten we dus enkel in allerhoogste nood. De mama was redelijk flexibel, maar hoe zou het overgekomen zijn als ik een winter lang wekelijks minstens 1 dag verlof nam om bij de zieke kindjes te blijven? Als ik dat gedaan had, had ik tegen maart 2005 nog exact 4 dagen verlof over. Hoe zouden we dan de rest van het jaar doorkomen? En zou de werkgever dat wel gepikt hebben? Hoe zit het dan met de continuïteit op het werk? Bovendien word je afgewogen tegen o.a. (mannelijke) collega’s (zonder kinderen). Je promotiekansen zijn dan ook nihil. Een griepje is overigens ook niet opgelost met een dagje rust: de kinderen zijn dan minstens 3 dagen thuis…

We hadden natuurlijk ook voor (betaalde) thuiszorg kunnen opteren, maar de moederkloek in mij zag het niet zitten om haar zieke, kleine kinderen achter te laten bij vreemden. Bovendien nemen 2 kleine kinderen al een flinke hap uit het gezinsbudget. Het is niet zo dat we in die periode veel marge hadden op het einde van de maand.

Maar als oma tot volgende maand had moeten werken, had ze niet kunnen bijspringen toen wij het nodig hadden. Of toen de daaropvolgende kleinkinderen het nodig hadden. Ik maak me dan ook grote zorgen. Mijn oudste is nu 13. Laat ons aannemen dat ze binnen een goede 17 jaar zelf aan kinderen begint. Tegen dan ben ik er 58 en heb ik nog 9 jaar te gaan. Wie zal er (in noodgevallen) voor mijn kleinkinderen zorgen? Zal mijn dochter dan zelf moeten thuisblijven en haar job op het spel moeten zetten? Zal ze haar kinderen bij betaalde vreemden moeten achterlaten?

Net als de oma’s wil ik maar al te graag bijspringen voor mijn kinderen. Stiekem zou ik, net als de oma’s bij ons, genoten hebben van een rustig dagje alleen met mijn kleinkind. Ik zou alle dingen gedaan hebben die eigenlijk niet horen en zou mijn kleinkind rotverwend hebben, voor één keer. Maar misschien is het beter dat ik doorwerk tot mijn 67ste, zodat de economie kan blijven draaien en mijn bijdrage aan de (neoliberale) maatschappij verzekerd is… Toch blijft de (sociale) vraag dan onbeantwoord: wie zal er voor de kinderen zorgen?

IMG_3653

Meer lesgeven voor dezelfde wedde?

En alweer komt het onderwijs in het vizier. Leerkrachten 2 uurtjes meer les laten geven voor dezelfde wedde? Wat kan daar nu op tegen zijn? Het bespaart ons jaarlijks liefst 80 miljoen euro

Beste minister van onderwijs, beste mevrouw Crevits,

Toen u aangesteld werd als minister van Onderwijs hebt u verklaard dat u het respect voor de leerkracht wilde herstellen. U wou zorgen voor een verlaging van de planlast en u zou iets doen aan de te vroege uitstroom van leerkrachten. Het was uw doel het beroep van leerkracht aantrekkelijker te maken. Toch ligt er nog geen twee maanden later een voorstel op tafel om leerkrachten tot 2 uur meer te laten werken voor dezelfde wedde.

Mag ik dat even concreet maken? Ik ben getrouwd met een master Nederlands-Engels. Momenteel geeft hij 20 lesuren aan in totaal 6 klassen. Zijn kleinste klas telt 16 leerlingen, in zijn grootste klas zitten 23 leerlingen.

Jaarlijks krijgen zijn leerlingen 6 rapporten. Per rapport vinden in de klassen van mijn man gemiddeld 6 evaluatiemomenten plaats. Toetsen (mondeling, schriftelijk), taken, schrijfopdrachten, leesopdrachten,… die uiteraard allemaal verbeterd moeten worden, van in totaal 122 leerlingen. Naast de voorbereiding van de lessen kruipen daar uiteraard heel wat uren in. In normale weken spreken we van zo’n 20 uur extra per week, in de examenperiodes loopt dat vlot op tot 30, soms 40 uur per week.

Daarnaast zijn er de extra vaste verplichtingen van een leerkracht:

  • klassenraden
  • deliberaties
  • vergaderingen vakgroepen Nederlands en Engels
  • personeelsvergaderingen
  • studie geven
  • (middag)toezicht

Nog een paar andere extra engagementen:

  • de Londenreis
  • de sportdag
  • diverse studiereizen
  • de “actie voor anderen”
  • de vormingsdag
  • het leerlingenconcert
  • het free podium op de opendeurdag
  • het afscheid van het zesde jaar
  • het galabal
  • de proclamatie van het zesde jaar
  • eventuele bijlessen tijdens de middagpauze
  • de verplichte bijscholingen

Het gaat dus niet om amper 2 lesuurtjes extra geven. Voor mijn man betekent dit een klas extra, dus meer verbeterwerk, meer voorbereidingen, meer (mondelinge) examens voor gemiddeld 20 leerlingen erbij. De vakgroep Nederlands van mijn man telt momenteel 16 leerkrachten. 5 ervan staan in de eerste graad,  5 ervan in de tweede graad (+5 lesuren voor een fulltime) en 6 ervan in de derde graad (+12 lesuren). Dat betekent dat één van de collega’s van mijn man van een voltijdse betrekking naar 3 lesuren terugvalt.

2 lesuurtjes erbij op 20 lesuren is een verhoging van 10%. Mijn man kan kiezen: of 10% meer werken voor hetzelfde loon of 10% loon inleveren voor dezelfde werkdruk. Vraagt u dezelfde inspanning dan ook aan de directies en de koepels in het onderwijs? Bent u bereid dat te doen? Toen deze vraag om loonmatiging aan minister-president Bourgeois gesteld werd, noemde hij ze populistisch…

Tegelijkertijd kan er geen sprake zijn van een progressieve vermogensbelasting van 3 à 4% op de hoogste inkomens… een maatregel die volgens econoom Paul De Grauwe nochtans 4 miljard euro zou opleveren… Ik begrijp dit niet.

Met vriendelijke groeten,

Vrouw van een leerkracht, lid van de middenklasse, moeder van twee dochters die binnen 5 jaar verder studeren en dus betalend voor ongeveer alle maatregelen die in jullie pijplijn zitten.