Hoe groen ben ik? #2

regels

(www.loesje.nl)

Nadat ik eerder – op verzoek van Eilish – al blogde over hoe groen ik was en me daarbij vooral richtte op mijn eetgewoonten, bekijken we vandaag even onze kleding-gewoontes. Hoe groen shoppen wij? Zijn we ons bewust van onze ecologische voetafdruk op dit vlak? En doen we hier een inspanning? Het antwoord is weer genuanceerd. Ja, we zijn ons bewust van onze ecologische voetafdruk. Ja, we proberen zo groen mogelijk te shoppen en we houden rekening met mogelijke kinderarbeid en eventuele sweatshops. Maar neen, 100% consequent zijn we niet.

Voor mezelf shop ik zoveel mogelijk Belgisch en probeer ik te gaan voor kwaliteit. Mooie, degelijke kledij waar ik jaren kan van genieten. Dat ik dan net iets meer betaal, daar kan ik tot op zekere hoogte inkomen, maar er zijn wel degelijk grenzen. De verhouding prijs-kwaliteit moet in evenwicht zijn en veel geld betalen voor enkel een logo of om een bepaald merk in de kast te kunnen hangen, heb ik nooit gedaan. Ik stam nochtans uit de topperiode van Millet, Newton, Chipie,… (Voor de jongeren onder u, zoek zeker op youtube even naar de reportage van Paul Jambers over deze trends eind jaren ’80.) Al was dat niet mijn ding en daar gaan we nu ook niet meer mee beginnen. Ik shop dus vooral in de solden of met korting. Ik heb ook niet zoveel kleren. Het voordeel van mijn leeftijd is dat ik perfect weet wat me staat en dat ik niet meer zo nodig met alle trends mee hoef te zijn. Ik shop gericht en kan ook met enige fierheid stellen dat er de laatste jaren niet echt veel/geen miskopen tussen mijn aanwinsten zaten.

Ik zal meestal ook voor natuurlijke materialen opteren. Niet dat ik geweldig veel keuze heb, aangezien ik vaak allergisch op synthetische materialen reageer.  Het is dan ook niet bepaald aangenaam om een ganse dag jeuk te hebben door het dragen van een bepaald t-shirt, een broek of een topje. Of na een paar dagen vol uitslag te staan nadat je een bepaald jurkje droeg. Voor mezelf zal ik dus vaak Belgisch kopen, opteer ik liefst voor kwaliteit én voor natuurlijke materialen. Maar ergens is het ook wel makkelijk om dat te doen: Ik ben volgroeid, mijn lijf varieert al een 10-tal jaar amper een kilo of 2 en ik kies meestal ook voor tijdloze stukken (met een hoek af 😉!)

Maar voor de dochters ligt het nog ietwat anders. Zij zitten nog in volle ontwikkeling: hun lijven zijn zich nog aan het “zetten”. En dus hebben we onze principes wat bijgesteld. Zij kopen dus ook in Zara en bij H&M. En ik weet dat beide bedrijven niet de meest zuivere reputatie hebben, maar op een bepaald moment in hun puberteit schieten ze zo hard op en veranderen die lijven nog zo hard dat we soms om de paar maanden andere maten konden kopen. En dan ga ik écht geen stukken van mensen uitgeven aan kledij die ze soms amper een paar maanden kunnen dragen. Bovendien zijn beide dames in hun jeugdig enthousiasme nog veel meer onderhevig aan mode en trends en kan hetgeen vandaag absoluut het van het is morgen volledig passé zijn (en wordt dat dan niet meer gedragen).

Wat we hier wel altijd gedaan hebben, was onze kledij een tweede, derde en soms vierde leven geven. De kinderkledij van de oudste ging door naar de jongste en een paar jaar later ook naar het nichtje. Dat lukte verbazend goed met de kinderkledij van Esprit, Mexx en Filou, maar een pak minder met de broeken van Zara of de t-shirts van H&M. We moeten er eerlijk in zijn: sommige broeken van Zara waren na de eerste passage al versleten (en dan hebben we het niet over modieuze scheuren in de knieën, maar over compleet doorgescheurde naden of zakken…). Jammer genoeg zitten we intussen ook aan de limieten van onze deelmaatschappij: de jongste zit de oudste intussen op de hielen: veel kan er niet meer van kast verhuizen bij de wissel der seizoenen.

Ik vrees dat de conclusie ook op dit (mode)vlak moet zijn dat we ons wel bewust zijn van de “groene” problematiek, maar dat ernaar leven een pad vol hindernissen blijft. Met vallen en opstaan en met af en toe het inslikken van onze principes en goede bedoelingen…

Advertentie

Hoe groen ben ik ? #1

Toen ik op zoek naar inspiratie aan mijn lezers de vraag stelde wat ze graag over mij wilden weten, vroeg Eilish hoe “groen” ik was en wat ik precies deed om onze planeet te redden voor de volgende generaties. Een moeilijke vraag en niet zomaar in één twee drie te beantwoorden.

Ik durf over dit vraagstuk wel eens wakker liggen, vooral met het oog op mijn nageslacht (en hun nageslacht). Opgelucht maken we dan grapjes dat we hier gelukkig vlak bij het hoogste punt van de provincie Antwerpen wonen en dat we ons dus normaal gezien toch in veiligheid zouden moeten kunnen brengen bij het stijgen van de zeespiegel, maar tegelijkertijd voelt het akelig aan om daaraan te denken. En los van onze persoonlijke situatie is het bijzonder aangrijpend om altijd opnieuw beelden te zien van overstromingen, aardbevingen en andere natuurrampen, waarvan hoe langer hoe meer bewezen wordt dat de mens daar een impact op heeft. Ofschoon ik mij bewust ben van het belang van deze vraag, leef ik er misschien nog niet genoeg naar. Laat ons bijvoorbeeld eens een blik werpen op onze eetgewoontes.

Ik ben een flexitariër. Ik eet dus regelmatig vegetarisch, maar ik eet ook nog steeds vlees, vis en zuivelproducten. Maar is flexitariër een bewuste groene keuze? Niet echt, eerder het gevolg van mijn kindertijd. Mijn grootvader langs vaders kant (mijn peter) was een veeboer. In mijn kindertijd werd er dan eens per jaar een koe geslacht, waarop het vlees werd verdeeld onder mijn peters kinderen. Biologisch avant la lettre. In de zomer graasden de dieren op de weides. In de winter stonden de dieren op stal en dan mochten wij als kleinkinderen mee de koeien voederen. Bovendien ruilde mijn peter jaarlijks ook een koe voor een varken van een collega-boer en hield mijn vader zelf zijn kippen. Vers vlees was er in mijn jeugd dus meer dan voldoende.

Er zat ook ongelooflijk veel smaak in dat vlees, al heb ik dat pas véél later beseft. Maar als ik er nu op terugblik, dan herinner ik me als kind vooral het hele gedoe rond het slachtgebeuren (en de hekel die ik daaraan had). Bovendien waren boeren spaarzaam: er ging niks verloren. Uiteraard waren het niet enkel de beste en schoonste stukjes vlees die in onze vriezer belandden, maar (zo goed als) alles. Als het echt niet te eten was, werden er worsten van gedraaid of werd het als “soepvlees” gebruikt (om smaak te geven aan een bouillon). Maar dat hield dus ook in dat we héél veel “zogenaamde” biefstukken hadden waar pezen in zaten. En daar kan je je echt zot op kauwen, wat we in mijn ogen te vaak deden.

Het is intussen allicht al meer dan 30 jaar geleden dat mijn grootvader voor het laatst nog een koe hield, maar het zorgt er tot nu voor dat ik nog weinig rundvlees eet. Met een sappige biefstuk doe je mij absoluut geen plezier: te bloederig en te veel herinneringen aan pezen. En dus opteer ik vaak voor een vegetarische schotel. Of kip. Ook al is de waterkip uit de winkels absoluut geen alternatief voor de kippen die mijn vader kweekte. Ook vis zetten we hier nog regelmatig op het menu, al is ook dat niet bepaald de meest gezonde optie wegens al de vuiligheid in het zeewater.

Het lukt me slechts zelden om ook de echtgenoot en de kinderen vegetarisch te laten eten (al doen we binnenkort met “Plenty” van Ottolenghi een nieuwe poging om smakelijke vegetarische recepten op tafel te zetten). Het helpt ook niet als de groenten uit de winkels te vaak smakeloze varianten blijken van hetgeen je vader vroeger uit de tuin haalde. Toen leefden we een pak meer op het ritme van de seizoenen en aten we wat de tuin ons schonk. Nu proberen we zoveel mogelijk biologisch en Belgisch te kopen, maar met dochters die groot zijn geworden op tomaten (de enige groente die er na hun peuterpuberteit nog vlotjes inging), moeten we bekennen dat onze principes regelmatig moesten wijken voor het praktische gemak.

regels

(www.loesje.nl)

En misschien mag dat wel een eerste, voorbarige conclusie vormen: we zijn ons bewust van het probleem en de wil is er zeker om er iets aan te doen. Alleen durft het pragmatische, het gekende en het gemak te vaak de overhand te nemen…