Hoe groen ben ik? #3

Laat ons vandaag – op verzoek van Eilish – ons vervoer eens even onder de loep nemen. En daar scoren we niet slecht in. Want ik neem (zo goed als elke dag) de trein naar het werk. Van het station stap ik elke dag een klein halfuurtje (heen en terug samen) van en naar het werk.

Dat we ’s morgens – wegens nog niet goed wakker en ons ochtendritueel altijd nogal héél nipt gepland – meestal wel de auto nemen om naar het station te rijden voor de volle twee kilometer – spreekt dan weer niet in mijn voordeel, maar dat laten we even buiten beschouwing. Het plan is elke dag (als de zon ’s morgens schijnt) om de fiets te nemen, maar elke morgen vertrek ik net te laat en dan durf ik niet anders dan de auto in te stappen omdat ik bang ben om mijn trein te missen.

We nemen hier trouwens best wel vaak de fiets, zeker voor kleine verplaatsingen. Ik fiets ook gewoon héél erg graag en het is hier in onze buurt ook gewoon erg handig. Zolang je de Aarschotsesteenweg/Liersesteenweg maar vermijdt, want die is ronduit gevaarlijk met een fietspad van een kleine 50 centimeter breed en het vrachtvervoer dat tegen 70 km/u langs je heen vliegt. Maar voor de rest kan je hier in de omgeving niet beter af zijn dan met de fiets. Alles is vlot en goed bereikbaar, meestal ook met een afgeschermd fietspad. Bovendien ben je van bij ons even snel in het dorpscentrum met de fiets als met de wagen (zeker als je het parkeren mee in beschouwing neemt). Als nu het weer ook nog wil meewerken, dan komt ons ijzeren ros ook weer wat meer van stal.

Op dit vlak vind ik dat we eigenlijk wel goed bezig zijn: we nemen de fiets al regelmatig, zeker voor korte afstanden. We zijn liefhebbers van het openbaar vervoer en dat ondanks alle stakingsdagen én regelmatige vertragingen. Ons woon-werktraject is niet zo ontzettend lang, waardoor vertragingen – op een paar uitzonderingen na – meestal tot maximum 10 minuten beperkt blijven. En daarvoor kan ik niet in de auto stappen: met ochtendfiles erbij rijd ik altijd langer dan de rit met de trein me zou kosten, 10 minuten vertraging inclusief. Bovendien haal ik op een treindag vlot mijn 10.000 stappen, daar waar ik op een autodag nog niet in de buurt kom. Zelfs niet bij benadering 😉!

fietsen

(www.loesje.nl)

Als we dan toch een werkpuntje mogen benoemen voor 2018, dan zou het fijn zijn als ik er wat meer in zou slagen om de 2 km van en naar het station met de fiets te doen, in plaats van daarvoor de wagen uit de garage te halen. Dat zou mijn conditie niet alleen ten goede komen, ook onze portemonnee zou er wel bij varen. Om van de gevolgen voor het milieu nog te zwijgen. En ja hoor, ik geloof er écht in dat alle beetjes helpen. Hoe kort de afstand ook is. Als nu de zon nog een beetje wil meewerken…

Wegpiraat of schrikschijter?

De voorbije weken moest ik regelmatig de baan op, professioneel gezien dan. Met de wagen rijden, is eerlijk gezegd niet hetgeen ik het liefst doe. Als ik kan, verkies ik het openbaar vervoer, zeker in de spitsperiode. Maar soms is het openbaar vervoer gewoon geen alternatief, omdat je niet op de plek raakt waar je moet zijn, of pas na héél veel omwegen en vertraging. En dus had ik de voorbije weken soms geen andere keuze dan mijn autootje van stal te halen.

Ik heb een late rij-roeping gehad. Op mijn achttiende zei het me niet zoveel. Bovendien hadden mijn ouders net een nieuwe wagen gekocht en zagen ze het niet meteen zitten om me met die wagen te leren rijden. Dat mijn zomer na het middelbaar dan ook was volgepland met taalstages, kwam hen dus eigenlijk niet zo slecht uit. Het heeft geduurd tot na mijn studies vooraleer ik leerde rijden. En dat deed ik met de rijschool. Toen ik mijn examen had afgelegd, kwam mijn moeder mij oppikken met de legendarische woorden: “Is het wonder geschied?”. Ja hoor.

Toen ik begon te werken, heeft het nog een hele tijd geduurd vooraleer ik met de auto ging werken, maar toen ik eenmaal begon te rijden, was ik snel overtuigd: ik won er zoveel tijd mee. Tijd die ik verloor met wachten. Wachten op de trein die moest komen, op mijn aansluiting, op de bus. Uiteindelijk was ik zo goed als 1,5 uur onderweg voor een autoritje van 45 minuten.

Maar een paar botsingen later, onder andere met vrachtwagens op de autosnelweg, kreeg ik schrik. Ik was in het begin misschien een beetje te enthousiast, maar zelfs als je zelf voorzichtig bent, heb je in het verkeer nooit garanties dat de andere chauffeurs niet een beetje verstrooid zijn, of vermoeid, of heel even niet opletten. En dus begon het verkeer me stress te bezorgen: in extreme weersomstandigheden, tijdens files,… Toen ik van job veranderde, was ik dan ook blij dat ik het openbaar vervoer kon nemen, of dat ik dichter bij huis werkte en de autostrades kon vermijden.

fileleed

(www.loesje.nl)

Maar af en toe is het gewoon nodig. Dan is het tijdsverschil te groot en neem ik dus wel de auto. Zo moest ik de afgelopen weken twee keer naar Gent. Ik kom er niet vaak en meestal nemen we de E19 en daarna de E40. Die weg ken ik, maar die route was in de ochtendspits uiteraard geen optie wegens 3 structurele files. Dus reden we langs Antwerpen, en dat viel al bij al nog mee. De meeste tijd verloor ik op de ring rond Mechelen-Noord (!), voor de rest liep de rit eigenlijk heel vlotjes. Dus was ik ruim op tijd op de plaats van afspraak. Had ik zelfs nog een uurtje speling.

Die avond was ik wel compleet uitgeteld. Ik blijf zo’n verplaatsing héél erg vermoeiend vinden. Ik heb ontzettend veel bewondering voor mensen die dit dag in dag uit professioneel doen. Voor mij zou het geen optie zijn. Geef mij de trein maar. Je kan er op je gemakje een boek lezen, je zet dagelijks toch serieus wat stappen (want je werkplek ligt uiteraard nooit naast het station…) en je bent uitgewaaid tegen het moment dat je thuis komt. Het enige gemis in de trein is Studio Brussel. En af en toe is er wat/veel vertraging, of komt de trein niet opdagen. Maar daar wen je aan. En dan is er nog altijd de auto als alternatief. Zelfs voor deze schrikschijter. Als het echt niet anders kan.

Stiekem ben ik dan ook blij dat het paasvakantie is. Dat we (bijna) even alle verkeer en verplaatsingen kunnen laten voor wat het is. De komende twee weken halen wij de ochtendspits sowieso niet ;-).

Stommiteiten – de regenversie

Gisteravond besloten we een kort bezoekje te brengen aan de braderij in ons dorp. De oudste had nog wat spulletjes nodig en ook een paar andere winkels mochten een bezoekje verwachten. Je weet nooit of je iets vindt waarvan je niet geweten had dat je het zou nodig hebben – met korting ;-). En terwijl de mama met de oudste zou shoppen, zou de papa zich met de jongste op de kermis storten.

regen loesjeToen we vertrokken, was er geen vuiltje aan de lucht. Maar we waren nog maar net de eerste winkel ingedoken toen het begon te regenen. Eerst bleef het bij wat druppeltjes hier en daar, maar tegen dat de oudste klaar was met shoppen, viel het ineens met bakken uit de lucht. En dus schuilden we onder één van de tentjes tot het zou over trekken. Maar dat viel toch enigszins tegen. We hebben daar toch wel 20 minuten gestaan onder dat tentje. En toen het eindelijk wat begon te minderen, zijn we er maar door gespurt. Naar onze auto, die uiteraard op respectabele afstand stond. De zin in verder winkelen was samen met de regen weggespoeld.

Bovendien had ik thuis mijn rekje met was laten buiten staan. Ik had immers net voor ons vertrek de jeansbroeken bij opgehangen. Jammer genoeg had ik de “blauwe was” niet ingehaald, ook al was die zo goed als droog. (Je twijfelt wel even, kijkt even naar de lucht en denkt dat het nog wel even zal overblijven, dat ze een droge dag voorspeld hadden en dus laat je het maar hangen.) Toen we thuiskwamen, was het rekje, samen met de wasknijpers inderdaad héél erg uitgeregend. En kon ik herbeginnen. Tot overmaat van ramp had ik ook nog eens het raampje van mijn wagen laten openstaan. Gelukkig viel de schade binnen in de wagen nog goed mee. Blijkbaar stond de auto tegen de regenrichting in…

Eigenlijk hadden we het kunnen weten. Want als er één constante is in al die jaren dat er braderij gehouden wordt in ons dorp, is dat die volledig uitregent. Elk jaar opnieuw. Altijd vallen de Putse Feesten het eerste weekend van juni en altijd regent het volledig uit. Toch houden onze dames eraan om te gaan. Vroeger waren ze dol op de kermis, nu weten ze dat er geshopt zal worden.

Maar gisteren was het zo’n mooie dag. Het zonnetje scheen, het was warm, de was droogde perfect buiten. En dus lieten we ons verrassen door dat regenbuitje. Dat jammer genoeg boven Putte-centrum bleef hangen en een uurtje op volle kracht alles eruit gooide. Maar kom, de oudste dochter heeft gevonden wat ze echt nodig had en wij zullen voor de rest van de zomeraankopen wel wachten op de Braderij in Heist, het laatste weekend in juni. Dat traditioneel wel goed weer met zich meebrengt. (Toch op vrijdagavond.)

Al zullen we de volgende keer voor ons vertrek de was toch maar binnen zetten. En even controleren of de autoraampjes wel dicht zijn…