For better and for worse…

Wat een week! Het was nochtans allemaal fantastisch begonnen met de doop van mijn tweede metekindje. Naast fiere mama van twee dochters heb ik het ongelooflijke geluk dat ik meter mag zijn van twee stoere jongens. Ik blijf het een ontzettend grote eer vinden dat andere mensen je hun kindje toevertrouwen. Dat je belooft er voor dat kleintje te zijn, in goede én minder goede dagen. Het is dus ook een zekere verantwoordelijkheid die je gegeven wordt.

En laat ons eerlijk zijn, het is ook gewoon plezant. Dat éne kindje (in mijn geval nu dus twee) dat een bijzonder plekje heeft in je hart, dat je net (nog) iets meer mag verwennen dan je met de andere neefjes en nichtjes toch ook al doet. Die je van iets dichter opvolgt. Die je af en toe eens meeneemt op een uitstapje. Waar je met veel plezier een cadeautje voor uitzoekt. Waar je ontzettend van geniet als ze naar je lachen als baby (en je nog denkt dat het speciaal voor jou is, dat mooie lachje) of als ze je iets toevertrouwen.

En het was ook een leuk feestje. Mooie kleren, lekker eten en het “feestkonijn” (ik wist dat het een beest was, maar ik vond het juiste dier even niet 😉 dat het stralende middelpunt vormde op zijn speelmat. Omgeven door neefjes en nichtjes en dan maar lachen, snoeten (en aandacht) trekken van zijn grote(re) neven en nichtjes. Vanop afstand de interactie bekijken en genieten…

Helaas was het midden van de week net iets minder. Ik ben geen avondmens. Nooit geweest. Al toen ik studeerde, ging ik op tijd slapen en stond ik onmenselijk vroeg op om verder te blokken. Ik heb – op tijd en stond – (een beetje) slaap nodig om helder te blijven, om door te kunnen gaan. Later verkoos ik dan ook met veel plezier de vroege shift (vanaf 5.00 uur ’s morgens) tijdens de Australian en de US Open. Intussen maken late shiften echter deel uit van de job. Zo eens om de paar weken hoort het erbij. En laat ons zeggen dat dat niet mijn beste weken zijn. Met het ouder worden verteer je zo’n ritmeaanpassing nog langzamer. Of ligt het gewoon aan mij ;-)?

Enfin, woensdagavond zit het werk erop en wil ik naar huis vertrekken. In de auto merk ik echter dat ik mijn zender nog bij heb. Gezucht en geblaas, en toch nog snel even de zender terug op het bureau gaan afzetten. Dus snel even parkeren om terug naar boven te rennen. Ineens een keiharde knal. Blijk ik achterwaarts tegen een paaltje gereden te zijn. Keihard (ik wou net nog een klein stukje meer naar achter), de hele bumper kapot. Echt kapot, niet gewoon ingedeukt of zo, neen. Als we het doen, dan doen we het meteen ook goed. 😦 Ik had het niet zien aankomen: mijn auto heeft geen sensoren en ik kon het paaltje ook gewoon niet zien in de achteruitkijkspiegel.

Ik stond te trillen op mijn benen. Snel de zender naar binnen en naar huis. Thuis met de echtgenoot de wagen inspecteren. Door hem getroost worden met de woorden “het is maar blikschade”. Toch ontzettend slecht slapen. Door de klap en door het gepieker. De volgende dag naar de verzekeringen, naar de garage, de administratieve rompslomp in gang zetten. Schrikken als je in de garage de voorlopige raming hoort. Geluk hebben dat de omnium er toch nog is ondanks het getwijfel van de voorbije maanden of we dat toch niet beter stop zouden zetten “want het kost zoveel”. Kwaad zijn op jezelf omdat je toch een stuk zelf moet betalen en omdat de verzekering volgend jaar sowieso omhoog zal gaan. Kwaad zijn omdat je moe was, omdat je niet beter opgelet hebt, omdat je de zender niet gewoon mee naar huis genomen hebt, omdat je nog een klein stukje meer naar achter wou,… omdat het gebeurd is.

loesje_oIntussen zijn we twee dagen verder en kan ik het al (een heel klein beetje) relativeren. Kan ik er af en toe al (groen) mee lachen. “Dat de trofee van lompheid van het jaar al zeker van mij is, dat het onmogelijk wordt om nóg beter te doen dit jaar…”

Deel dus alsjeblieft jullie grootste blunders in de comments. Kunnen we samen relativeren en groen lachen 😉