Vijf op vrijdag: de dessertversie

Het is geen geheim dat ik graag eet. En dat ik daarbij de voorkeur geef aan desserts. Als ik moet kiezen tussen een voorgerecht en een nagerecht, dan ga ik resoluut voor de zoetigheden. Zelfs het hoofdgerecht is alleen maar een voorloper op het ultieme genot. En dus lag het voor de hand dat we voor deze “Vijf op Vrijdag” eens onze lievelingstoetjes uit de kast zouden halen.

  • Het allerbeste dessert is de chocomoussetaart van onze plaatselijke bakker. Pure chocolademousse met een laagje ganache over. Zalig! Maar kom absoluut niet af met een variant waar sinaasappel doorheen is gedraaid: ik vind de combo chocolade-appelsien absoluut niet te pruimen. In mijn ogen verknoeit dat volledig de smaak van chocolade. Als er dan toch iets moet toegevoegd worden aan de chocolade, dan kan ik eventueel nog een laagje biscuit verdragen, maar eigenlijk hoeft al die opsmuk voor mij niet: doe maar gewoon chocomousse(taart) met een laagje gesmolten chocolade erover.
  • Een duidelijke tweede is een kommetje verse aardbeien met daar één bolletje zelfgemaakt vanilleijs bij. Ook hier zijn geen verdere toevoegingen gewenst en al zeker niet die zeemzoete aardbeiencoulis die je in ijssalons blijkbaar standaard bij je aardbeiencoupe geserveerd krijgt. Dat helpt de uitmuntende smaak van de pure ingrediënten compleet om zeep.
  • Voor tiramisu ben ik ook altijd te vinden. Op voorwaarde dat de boudoir-koekjes niet te lang in de koffie gedrenkt zijn en dat de koffiesmaak niet overheerst. En zolang je maar goed veel mascarponecrème gebruikt. Voor mij hoeft de verhouding zeker niet fiftyfifty te zijn: het mag gerust héél veel mascarponecrème zijn met af en toe een koekje (voor de “bite”).
  • Sneeuwballenroom. Vanillepudding met een eitje (dus wat romiger dan de Impérial-variant), waarbij je de pudding over het stijfgeklopte eiwit giet (de sneeuwballen). De allerbeste pudding ever. Jammer genoeg ben ik de enige in huis die er dol op is en maak ik ‘m dus véél te weinig.
  • In eerste instantie was ik van plan om als vijfde optie voor fruitsla te gaan, om toch nog iets gezonds toe te voegen. Maar we moeten eerlijk zijn, een dessert is voor mij NIET gezond. Fruitsla is een gezond vieruurtje, maar dat eten we eigenlijk zo goed als nooit als dessert. Tenzij we voor een chocoladefondue gaan, maar dan is dat fruit eigenlijk maar een excuus om véél gesmolten chocolade te eten. Na veel overpeinzen (cake was ook een optie, net als witte Twix) kiezen we toch maar voor Italiaans ijs. Eén bolletje kiezen uit een overvloed aan smaken (meestal een chocolade- of vanillevariant of een mengeling van beiden) op een zalig lekker hoorntje. En niet van die papieren brol, maar een écht fijn wafeltje.

ijsKijk, het was een moeilijke keuze. Er zijn gewoon té veel geweldige nagerechten. Ik had ook nog voor een moelleux kunnen gaan of voor warme appeltaart (met een bolletje vanilleijs uiteraard). Of een simpel stukje chocolade.

En het zal jullie misschien verbazen, maar er zijn wel degelijk ook desserts waar je mij géén plezier mee doet. Maar dat is voer voor een volgende “Vijf op vrijdag”. (Al moet ik eerst nog eens goed nadenken of ik wel 5 desserts kan vinden die ik echt niet lekker vind 😉.)

Nergens beter dan thuis

4 hele dagen verlof. 4 dagen zomerse hitte. 4 dagen thuis. We hebben met volle teugen genoten van de eerste zomerdagen in 2017.

Zwembadseizoen

  1. Het zwembadseizoen is geopend. Al sinds de kinderen klein zijn, halen wij elk jaar opnieuw een plastieken zwembad in huis. Om verkoeling te vinden tijdens de zonovergoten dagen. Echt zwemmen kunnen we niet meer, daarvoor is het intussen niet meer diep genoeg. Watergevechten horen er ook niet meer bij, of het moest de mama zijn die met een waterpistooltje in actie kwam. En dat uiteraard weer terugkreeg. Ons zwembad dient eigenlijk alleen nog als koude zetel tijdens het lezen. Of voor een gekoeld uurtje slaap ;-).
  2. Technische vooruitgang bij het oppompen van het zwembad. Ik bracht dit keer een mechanisch opblaasding mee uit de winkel. Tot genoegen van de echtgenoot, die voor de allereerste keer toekeek hoe het zwembad in amper een kwartiertje volledig opgeblazen was. In plaats van twee uur met de voetpomp aan de slag te gaan. Al was dat natuurlijk wel een goede oefening en was het genot achteraf des te groter. Je had je zwembad echt wel verdiend, zeg maar. Al heeft de echtgenoot de vooruitgang met veel vreugde verwelkomd ;-).
  3. De barbecue werkt nog. Als de zon schijnt, is het barbecuetijd. Bij ons was het donderdagavond al van dat, maar de rest van Heist-op-den-Berg had blijkbaar vrijdagavond plannen: de berg vlees en drank die vrijdagochtend al uit de Colruyt buitengesleept werd, was indrukwekkend. De file op de parking ook trouwens. Net als de “survival of the fittest” in de winkel zelf.
  4. Italië in België. De temperaturen gaan de hoogte in en wij eten Italiaans (op barbecue na dan, al doen ze dat in Italië ook). Pizza stond op ons menu, net als lasagna en de onvermijdelijke tomaat-mozzarella. Met verse ciabatta uit de oven natuurlijk. De zomer kwam al even aankloppen en wij gooiden de ramen van onze veranda wagenwijd open en genoten van rustige maaltijden met ons vieren in de buitenlucht.
  5. De geur van zonnecrème. Het is pas echt zomer als je een hele dag naar zonnecrème ruikt en elke avond opnieuw moet douchen om proper in je lakens te kunnen duiken.
  6. Slapen met de ramen en de rol open. Warmte stijgt en wij slapen onder het dak. Als het een paar dagen lang hoogzomer is, is het ’s avonds om te bakken. Dan mag het raam open en ook de rol op kiertjes. Zodat er nog (frisse) lucht binnen komt. Om dan rond 5 uur wakker te worden van het licht en de rol toch maar dicht te doen en in één beweging beneden de ramen open te zetten. Om dan rond 8 uur wakker te schrikken van een fikse onweersbui en je dan maar met een slaapkop naar beneden te haasten om te ramen terug dicht te doen…
  7. Strijken in de zon. Uiteraard waren er nog huishoudelijke klusjes. Dat is dan weer het nadeel van thuisblijven tijdens een lang weekend. Maar strijken is een pak leuker in de zon en in goed gezelschap. Al moet je je ook dan insmeren, zelfs al zit je in de schaduw. (Een mens leert uit zijn fouten!)
  8. Ijsjes! Aardbeien! De combinatie van beide! Als het te heet is, dan eten we een ijsje. Om het nog min of meer gezond te houden, vullen we een hele kom met aardbeitjes en maken we dat af met een bolletje vanilleijs. Er is geen lekkerder zomerdessert dan dat. Zeker als de aardbeien op hun best zijn. Of uit de tuin van opa komen (wat nog net te vroeg is, maar we leven op hoop: ze komen eraan!)
  9. Onweders. Tja, het hoort erbij in België. Geef ons zomerhitte en het dondert en bliksemt. Het allereerste warmteonweer ’s nachts heeft nog wel iets, vind ik. Als je wakker wordt van het gerommel en dan in je bed uit je raam de bliksemschichten kan zien vallen, dat blijf ik indrukwekkend vinden. De kracht van de natuur in al zijn glorie. Voor één keer mag het. Daarna is het weer een gewoonte en hoeft het voor mij niet meer.

tomaat_mozzarella

Het waren prachtige, rustige dagen. Met ons viertjes en met het nodige gezelschap. De dochters kregen wel eens bezoek en wij hadden onze gestolen momenten met ons tweetjes. Soms moet het echt niet meer zijn dan dat. Zeker als je dan op de radio hoort dat het 3 uur aanschuiven is richting kust. Dan ben ik al lang blij met mijn plastieken zwembadje in onze eigen achtertuin.

Vijf op Vrijdag: de zonnige zomerversie

20170512_184516[1]Ja, we waren deze week rap content. De temperatuur kwam voor het eerst dit jaar in de buurt van de 20 graden, het zonnetje scheen en heel even hadden we een zomers gevoel, inclusief de warmteonweders die uiteraard net huis hielden op het moment dat ik naar het station liep om mijn trein te halen. En een paraplu beschermt uitstekend, behalve blijkbaar de onderste 10 centimeters van mijn broek en mijn voeten. Die waren op een kleine 10 minuten volledig uitgeregend.

Het leverde alvast inspiratie op voor een zonnige Vijf op Vrijdag (met dank aan Boston, baby!). Want wat zijn de eerste dingen die ik doe als de zon (eindelijk) schijnt?

  1. Blote benen. Als de zon schijnt, dan haal ik de jurkjes en de rokjes boven. Dan mogen de blote benen na de lange donkere winterperiode eindelijk ook terug ademen. Dat er een hele voorbereiding aan voorafgaat om je benen summerproof te krijgen, is wel een ferm nadeel van het zomers zonnetje. En dat die benen nog melkwit zien na de lange, koude winter, daar moet je je ook overheen zetten. Maar kijk, als je ze blijft verstoppen in jeansbroeken, gaan ze nooit kleur krijgen.
  2. Nagels lakken. Zon betekent sandalen en dus tenen bloot. En dus moeten/worden de nagels gelakt. In een zonnig kleurtje uiteraard. En dan kan je in één beweging best ook je vingernagels een matching kleurtje geven. Liefst een héél vrolijk kleurtje. Nu moet ik wel eerlijk bekennen dat ik nagels lakken vooral veel gedoe vind en er niet bepaald handig in ben. Het kost me dus veel tijd, het is veel gepruts en binnen de paar dagen begint dat dan ook nog eens terug af te bladeren. De rest van de zomer denken we dan vooral “much ado about nothing” en laten we het meestal zo. Behalve tijdens het verlof. Dan hebben we toch niks beters te doen.
  3. Aardbeien eten. De eerste warme zonnestralen van het jaar zetten me altijd aan tot gezond eten: veel fruit en slaatjes. Bovendien valt die eerste zomerperiode meestal ook samen met de aardbeienoogst. Er is niks smaakvollers dan échte, verse aardbeien uit de tuin van mijn ouders. Als kind maakten we een soepje, met veel suiker. Nu mengen we de aardbeitjes ’s morgens met het normale fruitslaatje (banaan, blauwe besjes, kiwi) en proberen we onszelf tussendoor te bedwingen om niet het hele bakje leeg te eten. Met het einde van het aardbeienseizoen zit de gezonde dwang er vaak ook weer op: de zomer is immers ook de periode van cocktails, witte wijn en ijsjes ;-).
  4. De veranda openzetten. Onze veranda is de meest populaire plek van het huis, om te werken en te eten. In de winterperiode, als het ’s morgens nog donker en koud is, ontbijten we echter vaak in de keuken. Maar de dagen worden stilaan langer en in een lenteweekend durven we de veranda al inpalmen om lang te ontbijten. Of te brunchen. Of het ene naadloos in het andere te laten overgaan. Maar het moment dat het net warm genoeg is om de veranda voor het eerst open te zetten, al is het op een klein kiertje, is het fijnste moment van het jaar. Het gras kunnen ruiken, de warmte kunnen voelen en een klein beetje verkoeling door de wind. Zalig!
  5. Een boek lezen in de ligzetel. We hebben er maar twee, dus het is altijd even vechten. Maar de eerste keer dat het zonnetje warm genoeg is om de ligzetel uit te halen, een boekje erbij te nemen en een paar uurtjes te stelen in de zon, is altijd de fijnste. Vaak ook omdat je voor één keer de boel de boel laat, maar gewoon geniet van het zonnetje, van de warmte op je huid, van het zalige niksen. Zelfs het boek is op dat moment eigenlijk bijkomstig, maar je moet toch doen alsof je nog iets nuttigs aan het doen bent, niet?

Onze eerste keer in 2017 hebben we net achter de rug, maar van een tweede keer kan ik gerust ook nog genieten, hoor. En naar ’t schijnt wordt het de komende dagen ook nog mooi zomerweer. Mijn ligzetel is alvast al gereserveerd ;-).