Ik wil mijn stem laten horen

Een van de nieuwsfeiten van de afgelopen week: 1 op 3 vrouwen voelt zich gediscrimineerd op het werk. En dat betekent: minder loon, minder promotie en problemen door zwangerschap. Ik kan niet ontkennen dat dit verhaal bekend klinkt, al hebben mijn zwangerschappen volgens mij geen invloed gehad op mijn professionele loopbaan. Dat ik ervoor koos om 4/5 te gaan werken, om de combinatie werk-gezin leefbaar te houden, dat heeft wel een invloed gehad. Een dag afwezigheid per week maakt je immers minder zichtbaar: je wordt makkelijker over het hoofd gezien.

Toch mag ik van geluk spreken, om verschillende redenen. Toen ik volop in de kinderratrace zat, kon en mocht ik een stapje terugzetten en een dagje voor de kinderen reserveren. Bovendien maakte mijn toenmalige werkgever er geen punt van dat ik een dag met zieke kindjes met thuiswerk begon tot er versterking arriveerde en ik alsnog – met een paar uur vertraging – naar mijn werk kon vertrekken. En daar ben ik nog altijd heel dankbaar voor.

Maar vele vriendinnen hadden dat geluk niet. Zo vroeg eentje om een halftijdse job, maar dat werd haar geweigerd. Het was naar verluidt onverenigbaar met haar job. En dus had ze geen andere keuze dan op zoek te gaan naar ander werk. Een goede vriendin nam ontslag toen bleek dat haar volledige loon opging aan de kinderopvang en de verplaatsingsonkosten. Toen ze thuis de rekening maakten, bleken ze meer over te houden als ze niet langer zou gaan werken. Bovendien bespaarden ze hun kinderen zo dagelijks opvang van 7 uur ’s morgens tot 18 uur ’s avonds. Ook zij had gevraagd om 4/5 te mogen werken, maar aangezien zij een managementfunctie invulde, werd haar dat geweigerd.

Talrijk zijn de mama’s die hun kinderen ’s morgens snel voor het werk alsnog een Perdolan geven zodat ze hun kindje toch in de opvang kunnen afzetten en kunnen gaan werken. Dan kunnen ze doen alsof het kindje pas in de opvang ziek is geworden. Bang omdat ze geen verlof meer hebben om alweer een kinderziekte op te vangen, bang om hun job te verliezen.

Onze moeilijke jaren liggen intussen al 10 jaar achter ons. Ik had gehoopt op betere tijden, maar als ik alle verhalen hoor en lees, dan lijkt het wel alsof het de tegenovergestelde richting is uitgegaan. Intussen passeerde immers de crisis en nu moet je meer dan ooit je waarde bewijzen. Telkens opnieuw. Je moet een volwaardig VTE zijn, of je loopt de kans om geschrapt te worden en dat kan je in deze economisch barre tijden missen, zeker als je tegelijkertijd een (veel te duur) huis (ver)bouwt, je kleine kindjes een goede start wil geven, je sociaal leven wil onderhouden, eens op reis wil gaan.

Maar we willen gewoon teveel, klinkt het dan. Hebben we al die luxe van een groot huis, 2 auto’s, verschillende reizen per jaar wel nodig? Leggen we vooral onszelf niet te veel druk op? Ik vraag het me soms af. Ja, ik was ook perfectionistisch. Dat ik de lat zo ontzettend hoog legde in de opvoeding van mijn kinderen, in mijn huishouden en op mijn werk deed ik mezelf inderdaad aan. Je ging maar door, al waren er dagen dat je soms niet meer wist hoe je in godsnaam de dag overleefd had. En altijd dat schuldgevoel. Omdat je na een onderbroken nacht je job maar op automatische piloot gedaan had en tegelijkertijd ook omdat je er niet kon zijn voor je zieke kind. Altijd dat heen- en weer- slingeren tussen je gezin en je job.

Want begrijp me niet verkeerd: ik werk graag en ik heb altijd graag gewerkt. Ik heb mezelf nooit als een thuisblijfmama gezien (hoe graag ik mijn dochters ook zag), ik heb altijd genoten van een inhoudelijk uitdagende job.

Jammer genoeg leven we (nog altijd en misschien zelfs steeds meer) in een maatschappij waarin de waarde van je leven enkel gemeten wordt aan de hand van hetgeen je economisch presteert. En onder prestaties vallen duidelijk niet “een meesterwerk uit de literatuur lezen”, “jezelf intellectueel of creatief ontwikkelen”. En wat veel erger is, ook “voor je kinderen zorgen” of “je huishouden draaiende houden” wordt absoluut niet naar waarde geschat. Dat levert blijkbaar niet genoeg zichtbare ROI op. Of men wil het niet zien…

emancipatieTien jaar geleden dacht ik dat we in de goede richting aan het evolueren waren, maar daar ben ik van teruggekomen. En dus wil ik mijn stem laten horen. Omdat er teveel noodkreten zijn, omdat teveel jonge mama’s (en papa’s) niet meer weten van welk hout pijlen te maken. Maar mijn stem alleen zal het verschil misschien niet maken en dus ben ik vorige week lid geworden van Femma. Omdat de macht van het getal misschien wel kan spreken. Omdat één groot getal gevormd wordt door vele kleintjes… Omdat ik hun visie de moeite waard vind. Omdat ik het anders en beter wil voor mijn dochters…

Een afscheid en een nieuw begin

Vrijdag stond er een afscheid op mijn programma. Na 2 jaar heb ik besloten nieuwe professionele wegen in te slaan. Een afscheid, dat wil zeggen: cake en traantjes. Ik ben niet zo goed in afscheid nemen. Nooit geweest eigenlijk.

Toen ik als kindje nog met mijn ouders op vakantie ging, had ik er al moeite mee. In mijn prille kindertijd brachten wij elk jaar een week aan de zee door, in een vakantiedorp. Altijd waren er wel kinderen in de buurt met wie het klikte. Tot je op het einde van de week naar je vertrouwde stek moest terugkeren. Ontelbare keren verliep het eerste stuk van de autorit naar huis in traantjes. Contact houden was in die tijd ook niet evident. Wij hadden toen zelfs nog geen telefoon. De enige manier om contact te houden, was brieven schrijven, wat als 6- of 7-jarige bepaald niet evident was.

Later brachten we onze vakantieweek door met vrienden van mijn ouders en hun 4 kinderen. Het klikte ook tussen de kinderen en we beleefden dan ook dolle weken. Maar het afscheid bleef moeilijk. Geografisch gezien woonden we toch een eindje uit elkaar. We zagen elkaar ook wel eens doorheen het jaar, maar dat beperkte zich tot een tweetal namiddagbezoekjes en dat was bijlange zo intens niet als de week kattenkwaad die we in de zomervakantie samen mochten beleven. Intussen slaagde ik er wel in om doorheen het jaar min of meer contact te houden via (ellenlange) brieven. Mijn liefde voor schrijven moet daar ooit zijn oorsprong gevonden hebben.

Nog later kende ik mijn eerste reizen alleen. Zo mocht ik op mijn zestiende op uitwisseling in een Waals gezin (om Frans te leren). Het afscheid van mijn ouders kostte me toen ontzettend veel moeite. Een onbekend gezin, een onbekende Vlaamse mede-uitwisselaar, het overviel me allemaal bij het afscheid en dus was ik ontroostbaar. En dat duurde toch wel even. “Elle pleure encore?”, vroeg de stoere Vlaamse jongen, die een paar jaar ouder was en absoluut geen moeite had met het vertrek van zijn ouders. Toch beleefde ik daar toen 2 fantastische weken: een zalig gastgezin, leuke plaatselijke vrienden en vriendinnen,… Dus bleek ook het vakantie-einde een zware dobber, een waar tranendal. Maar de volgende jaren keerde ik er wel terug, om mijn Frans te perfectioneren.

Afscheid nemen went wel in de loop der jaren. Contact houden is ook een pak makkelijker geworden. Geen bladzijdenlange epistels meer, maar op het einde van een fantastische (vakantie)periode Facebook-gegevens uitwisselen, af en toe berichtjes sturen en elkaars foto’s liken, met Kerstmis nog eens een kaartje of een cadeautje opsturen… Professioneel gezien wordt een afscheid meer een feestje, zeker als je zelf voor je vertrek gekozen hebt. Je trakteert met een hapje of een drankje en je spreekt meteen af om samen nog eens te gaan eten. Je pinkt wel een traantje weg, maar dat hou je voor de autorit op weg naar huis.

werk-waar-je-van-houdVrijdag was ik dan ook voorbereid, met de nodige cake om het vertrek te verzachten. En dan krijg je het afscheid dat je verwachtte. Op weg naar huis moet je toch even een ferme krop wegslikken. Tot je thuiskomt en de echtgenoot heel droogjes opmerkt: “En wanneer staat het etentje met je nu ex-collega’s gepland?”

Maar 2 dagen verder zit de buik wel vol kriebels. Want de nieuwe uitdaging begint straks echt. En daar kijk ik toch ontzettend naar uit.

Achter deze vrouw staat een sterke man #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity van Danone draait rond de balans werk-gezin. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze?”

Ik ben intussen 19 jaar aan het werk. Ik heb Romaanse Talen (Frans-Italiaans) gestudeerd en dat vormde naar verluidt de kortste weg naar het onderwijs. Bij mij liep het echter anders. Toen ik op de arbeidsmarkt kwam, lagen de jobs niet voor het oprapen. Mijn allereerste jobaanbieding kwam van een Brusselse school (die later in het nieuws kwam voor een geval van zware agressie tegenover een jonge godsdienstlerares, als ik me nog goed herinner), maar mijn lief vond dat ik beter nog wat verder rondkeek. Een paar maanden later kon ik aan de slag in de media, als redactiemedewerkster.

Na een kleine 2 jaar startten we een sportredactie op en ik zou die uiteindelijk 13 jaar lang coördineren. Het was een uitdagende job en ze vroeg veel inzet. Ik ging er vol voor. Ik was altijd sportliefhebber geweest én toen ik de kans kreeg om van mijn hobby mijn beroep te maken, was het soms moeilijk om een grens te trekken. Bovendien wou ik mijn job zo goed mogelijk doen en had ik soms/vaak de neiging om er net iets te veel in op te gaan. Dat gecombineerd met leuke collega’s en een nieuwsverslaving maakte de grens tussen werk en privé soms/vaak nogal wazig, al voelde het nooit écht als “arbeid”…

Intussen combineerde de echtgenoot zijn voltijdse job als leraar Nederlands en Engels met een zelfstandig bestaan, eerst als sportfreelancer, later als auteur van een handboek Engels. We werkten hard en veel die eerste jaren. Maar toen we voor een kindje gingen, maakten we samen heel bewust de keuze dat ik 4/5 zou gaan werken. Het bracht wat rust. Eens een dag geen files voor mij, genieten met de kinderen, thuis wat administratie op orde brengen of voor de boodschappen zorgen en de echtgenoot een beetje ontlasten.

Want wij vormden misschien toch niet echt het archetype van het traditionele gezin. De leraar-echtgenoot was bij ons degene die in de week de kinderen van school ophaalde en voor het eten zorgde. Ik kwam later thuis en sprong dan in. Als de echtgenoot terug achter zijn bureau kroop om aan zijn schoolwerk te beginnen, nam ik het huishouden over en deed ik de kinderen in bed. En ik zorgde voor de crisisopvang: als de kinderen ziek waren, of als ze een dagje facultatief verlof hadden, dan ving ik dat op. We vulden mekaar mooi aan, maar alle lof voor de echtgenoot: zonder hem had ik mijn job niet kunnen (blijven) doen. Hij heeft mij de kans gegeven om er vol voor te gaan.

11 jaar lang ben ik ’s woensdags thuis geweest voor de kinderen. Ik heb gebruik gemaakt van loopbaanonderbreking én van het ouderschapsverlof. Toen alle wettelijke stelsels opgebruikt waren, bleef ik gewoon 4/5 en later 90% werken en leverde ik met plezier loon in om thuis te kunnen zijn.

Maar toen kwam er door besparingen een einde aan het sportverhaal en moest ik op mijn 38ste opnieuw de arbeidsmarkt op. In volle crisis. Met het besef dat het sportverhaal wel mooi geweest was, maar dat het voor mij ook afgerond was. Dus zocht ik een nieuwe uitdaging. Het werden voltijdse jobs. De kinderen waren toen ook al 11 en 8, ze waren dus al groter, maar het was toch wat zoeken naar een nieuw evenwicht. Het lukte, al werd de druk op de echtgenoot weer wat groter. Toen er ook avond- en weekendshiften bijkwamen, bleek dat voor ons gezin een zware dobber.

liefde_is_iemand_op_wie_je_altijd_kunt_steunenBen ik blij met de keuzes die wij gemaakt hebben? Jazeker. Maar ik zat dan ook in een luxepositie. Dat ik een uitdagende job kon combineren met de kinderen, heb ik voor een groot stuk te danken aan de echtgenoot. Daarnaast was het voor ons, als hoger opgeleide tweeverdieners, financieel mogelijk om een stukje loon in te leveren voor “kindertijd”. Dat deden we 15 jaar geleden, toen de prijzen van de huizen nog niet een quasi onbetaalbare zeepbel vormden.

Was het de ideale keuze? Voor ons gezin misschien wel, al was het zeker niet altijd even gemakkelijk. Op piekmomenten (in mijn of zijn job) was het soms echt naar adem happen en hadden we af en toe hulp nodig. Dan sprongen de grootouders wel eens in, of bleven de kinderen wat langer in de opvang. Me-time was er de eerste jaren – met jonge kinderen – quasi niet. Mijn laatste boek las ik tijdens de laatste weken voor de oudste in ons leven kwam, het volgende boek las ik toen de jongste bijna één was, 3,5 jaar later! In tijden van kinderziektes was het pompen en zo goed als verzuipen, maar we sprongen voor elkaar in de bres en we gunden elkaar “ons ding”. Het ene moment wel wat meer dan een andere keer ;-).

Natuurlijk heb ik me in de loop der jaren wel schuldig gevoeld om de professionele keuzes die ik gemaakt heb. Het was makkelijker geweest als ik niet per se nood had aan een inhoudelijk uitdagende job. Ik had andere keuzes kunnen maken, ik had misschien halftijds kunnen werken of een tijdje thuis kunnen blijven. Maar dat deden we niet.

Als ik terugblik, dan ben ik vooral dankbaar voor alle momenten die ik gehad heb. Voor alle keren dat ik de kinderen kon laten uitslapen en ze rustig uit hun bedje kon halen. Voor al die keren dat ik wel aan de schoolpoort kon staan. Voor de keren dat de echtgenoot zich niet moest haasten om de kinderen op te pikken, maar gewoon rustig naar huis kon komen en eens kon genieten van een voor hem met liefde bereide maaltijd… Tegelijk ben ik trots op alle sportmomenten die ik kon beleven, en de artikels die ik erover schreef. Of op het handboek Frans waar ik even mocht aan meewerken. Of op die ene lesgroep die ik van het begin tot het einde begeleidde en waarmee  ik zo’n fijne band had. Of op de verviervoudigde aanhang van onze Facebook-pagina…

En dan kijk ik naar onze twee prachtmeiden. Goedlachs, beleefd, geïnteresseerd, ruimdenkend, open, vriendelijk en warm (zei de fiere mama) en dan denk ik telkens opnieuw dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Dat de balans – misschien niet altijd even perfect – er ergens toch altijd geweest is…