Office @home

Doorheen mijn hele professionele carrière heb ik regelmatig thuis gewerkt. In het prille begin enkel als ik vroege shifts deed of in extreme weersomstandigheden, maar de laatste jaren mag het al wat regelmatiger. Ik doe het vooral wanneer ik dringend iets moet afwerken en graag eens serieus doortrek. Niet dat dat op kantoor niet lukt, maar laat ons eerlijk zijn, ik laat me af en toe ook wel eens graag afleiden: een babbeltje, een wandelingetje,… Dat is thuis – in je eentje – al een pak moeilijker. Bovendien lukt het me alleen thuis makkelijker om ook mijn e-mailgebruik wat strenger te reglementeren. Op thuisdagen heb ik een doel voor ogen, namelijk “iets afwerken” en daar moet al de rest voor wijken, ook de mailtjes.

Waarom ik zo dol ben op thuiswerken?

Ik heb eens een dagje geen verplaatsingen. En dat vind ik echt wel een ongelooflijke luxe. Ik kan eens wat rustiger ontbijten, de krant op mijn gemakje lezen en op het moment dat iedereen hier thuis vertrokken is, begin ik me op mijn gemak te installeren en ben ik een half uur vroeger dan normaal al aan het werk. Dat zorgt er dan weer voor dat ik ook een half uurtje vroeger kan stoppen en dat komt voor één keertje zo goed als perfect uit met de schooluren van de kinderen. Meestal kan ik de computer dan dichtklappen op het moment dat zij onze oprit komen opgefietst. Al lukt dat niet altijd als ik tegen een deadline aankijk en het einde in zicht is. Dan durf ik wel eens doorgaan tot het werk helemaal af is.

Ik zit helemaal in mijn eentje rustig door te werken. Na een hele carrière van landschapsbureaus of gedeelde bureaus vind ik het niet erg om af en toe eens te genieten van de rust en stilte in huis. Ik zet dan de radio aan op de achtergrond zodat ik af en toe eens een goed liedje opvang, maar ik vind het fijn om af en toe zo geweldig op te gaan in datgene wat ik moet doen dat ik hele stukken tijd gewoon mis. Het doet me terugdenken aan mijn kindertijd, toen ik mezelf al zo kon verliezen in boeken “dat er een bom naast mij had mogen ontploffen, ik zou ze niet gehoord hebben”. Soms duurt het even vooraleer ik in die flow raak, maar op een kantoor lukt me dat minder (lang). Je doet al eens een praatje met een collega, er is achtergrondgeluid, er passeert iemand op straat of er belt iemand aan. Het is ongelooflijk hoeveel geluiden je kunnen afleiden in een kantooromgeving.

Het uitzicht. Thuis kan ik me in ons bureau installeren of in onze veranda. Van zodra het weer min of meer goed is, geven wij hier met zijn allen de voorkeur aan onze veranda om te werken. Er worden zelfs al studiekalenders opgesteld door de dochters. Want samen in de veranda studeren, dat lukt niet (of willen ze niet), en dus wisselen ze af. Het grote voordeel van onze veranda: het is er aangenaam (zeker als je in de zomer het raam kan openzetten) en je hebt uitzicht op de tuin. Daarnet kreeg ik weer het gezelschap van een groene specht, die helaas ging vliegen toen ik hem dacht te vereeuwigen met mijn smartphone. Als je dan toch moet afgeleid worden, wat is er dan beter dan wat leven in de tuin?

Ik ben thuis als de kinderen thuiskomen. Doorheen mijn hele carrière was ik zo goed als altijd later thuis dan de kinderen. Het was de echtgenoot die de kinderen oppikte van school en dan duurde het vaak nog een paar uur voor ook ik arriveerde. Je werk en je verplaatsing ernaartoe, vaak was ik van 8 uur tot minstens 18 uur buitenshuis. Af en toe haalde ik de kinderen ook wel eens van school, maar dan had ik allicht een dagje of een halve dag verlof. De schooluren combineren met mijn werkuren, lukte gewoon niet. Tenzij je dus thuis werkt. Dan heb ik ook 8 uur gewerkt tussen het moment dat mijn dames ons huis verlaten en weer terugkeren. En dat vind ik een ongelooflijke luxe.

Zijn er ook nadelen? Natuurlijk! Ik moet af en toe echt wel een babbeltje kunnen doen, constant thuiswerken zou ik ongelooflijk eenzaam vinden. Bovendien is het niet altijd even rustig thuis. De vorige keren hadden ook de buurmannen wel eens verlof en begonnen zij werken te doen in en rond hun huis en tuin (en dat kan evenveel lawaai maken als een stadsomgeving). Met een grasmachine als constant achtergrondgeluid is het ook niet altijd evident om in de flow te raken. Maar deze kleine nadeeltjes wegen voor mij echt niet op tegen de voordelen. En zeg nu zelf, als je in zo’n bureau kan werken, zou jij dan ook niet – af en toe – thuis blijven?

20170317_094405

Prut in mijn ogen

Ik was één van de 30.000 die haar handtekening geplaatst heeft onder de petitie tegen de wet-Peeters. En dat heb ik bewust gedaan, zonder “prut in mijn ogen”, ook al beweert advocate Vicky Buelens vandaag in De Tijd dat ik hopeloos gedesinformeerd ben als ik geloof/hoop om de verandering op onze arbeidsmarkt wel nog te stoppen.

Ben ik tegen flexibiliteit? Neen, natuurlijk niet. Ik heb sinds mijn intrede op de arbeidsmarkt nooit anders geweten dan dat je af en toe eens wat langer werkte als het nodig was voor het bedrijf. Als er een deadline gehaald moest worden, als er snel nog een stukje afgewerkt moest worden. Het kon ook niet anders in de snelle wereld die de media, mijn biotoop toen, was. Nieuws stopt immers niet om 17 uur en je kan het moment dat het nieuws bekend raakt ook niet kiezen. Ik was jong, we hadden nog geen kinderen en mijn hobby was mijn werk geworden. Uiteraard ging ik er vol voor.

Maar we kregen kinderen en de flexibiliteit begon zwaarder door te wegen. Uiteraard hield ik nog altijd van mijn job en gaf ik me voor de volle 100%, maar tegelijkertijd wou ik ook bij mijn kinderen zijn. Ik probeerde op tijd thuis te zijn om hen in bed te stoppen, om hen nog even te zien voor de dag om was. Dat lukte vaak, maar niet altijd. Er waren nog altijd deadlines en het werk liep af en toe wel eens uit. Gelukkig was de leraar-echtgenoot er voor de kinderen. Hij ving hen op na school, maakte huiswerk met hen terwijl hij eten op tafel probeerde te toveren. Van zodra de kinderen in bed lagen, kroop hij terug achter zijn bureau, om aan de voorbereidingen of het verbeterwerk te beginnen. Dankzij hem was ik flexibel. Zonder hem had ik veel eerder moeten afhaken.

Een “facebook-leven” hebben we nooit gehad, al zijn we met ons vieren wel heel gelukkig. Een bedrijfswagen, strijkdienst of kinderoppas is hier ook niet terug te vinden. Dat doe ik zelf, in mijn tweede dagtaak. Of mijn grootouders harder werkten, kan ik moeilijk beoordelen, maar mijn oma’s waren wel thuis. Zij zorgden een hele dag voor het huishouden, dat “ding” dat nu het grootste stuk van mijn vrije tijd in beslag neemt.

Waarom heb ik dan toch mijn handtekening geplaatst onder die “vervloekte” petitie? Omdat de randvoorwaarden rond flexibiliteit mij op zijn minst onduidelijk én niet bepaald werknemersgezind lijken. Hoe organiseer je “flexibiliteit” als die opgelegd wordt van één kant? Wat als de werkgever bijvoorbeeld beslist dat nét de grote vakantie een piekperiode is en je dan verondersteld wordt 45 uren te kloppen, die je dan wel kan recupereren in de dalperiodes tijdens het schooljaar? Als echtgenote van een leraar en mama van twee schoolgaande dochters zou dat niet bepaald goed uitkomen, maar welke rechten heb ik? Kan ik dat weigeren? Hoe organiseer je je in godsnaam als je pas een dag op voorhand weet of je al dan niet (langer) moet werken? Wie vangt de kinderen dan op? De grootouders? (Maar die moeten tot hun 67ste werken?) In de opvang laten? (Maar ook die sluit om 18 uur?)

Ik werk heel graag, ik heb liefst ook een betekenisvolle job en ik ben gerust flexibel, maar ik wil ook nog leven en genieten, met de echtgenoot en onze dochters. Wij hebben bewust voor kinderen gekozen, ik wil er voor hen zijn, ik wil hen mee begeleiden op hun weg naar volwassenheid. En ja, ik werk momenteel al (maar) vier dagen per week, maar dat geeft ons gezin de ruimte om alles te kunnen combineren. Een ex-collega stelde vroeger bij nieuwe ideeën of experimenten op het werk altijd de vraag: “What’s in it for me?” en die vraag stel ik me bij deze wet ook. Wat winnen wij hier bij? Wat zit er eigenlijk in voor de werknemers? Er was – in onderling overleg – al in zo goed als alle sectoren (verregaande) flexibiliteit mogelijk, waarom moet dat in een speciale wet gegoten worden?

Ik ben intussen bijna 20 jaar aan de slag: in al die jaren is het ritme zeker niet verminderd, integendeel. De grens tussen werk en privé is dankzij de technologische vooruitgang een pak dunner geworden. De druk is ook ontegensprekelijk toegenomen: de laatste jaren neemt het aantal burn-outs een hoge vlucht en dus hoop ik die evolutie wel te kunnen keren. Voor mijn kinderen. Want zij (en wij) zijn meer waard.

PS: Dit stukje is geschreven door een hoogopgeleide mama in een tweeverdienersgezin. Waarbij de leraar-echtgenoot er altijd is voor de kinderen. Een ongelooflijke luxepositie dus. Me proberen in te beelden hoe alleenstaande ouders (hoog- of laagopgeleid) deze flexibiliteit voor mekaar moeten krijgen, is een zo goed als onmogelijke opdracht. Gelukkig weet Sigrid dit bij Femma wel treffend te formuleren.

Wanneer flexibiliteit onleefbaar wordt

Minister van werk Kris Peeters kwam deze week met een wetsvoorstel om deeltijdse arbeid te vereenvoudigen (voor de bedrijven dan toch). Twee maatregelen binnen dat wetsvoorstel deden toch even mijn wenkbrauwen fronsen. (Niet alleen de mijne trouwens.) Ten eerste zouden uurroosters slechts één dag op voorhand bekend moeten gemaakt worden in plaats van vijf dagen nu. Daarnaast zou ook de verplichting om alle uurroosters op te nemen in het arbeidsreglement worden afgeschaft. De facto worden zo alle uurroosters mogelijk.

Wat de impact van dit voorstel zal zijn op de deeltijds werkenden, vaak ook de meest kwetsbare groepen uit onze maatschappij (want heel vaak alleenstaande ouders) is niet in te schatten. Het lijkt me quasi onmogelijk om één dag op voorhand nog opvang te regelen voor je kinderen als je er alleen voor staat. Bij wie moet je dan terecht? Weekplanningen maken, chauffeursregelingen uitwerken lijkt vrij nutteloos als die planningen telkens opnieuw een dag op voorhand kunnen ongedaan gemaakt worden, buiten jouw wil om en zonder dat je hier een impact op hebt. Wat zijn de gevolgen als je één dag op voorhand weigert om de volgende dag te gaan werken? Neem je dan de facto ontslag? Dus zonder recht te hebben op een ontslagvergoeding en/of werkloosheidsuitkering achteraf?

Bovendien worden ook vrouwen en mannen die zich proberen op te werken uit een heel kwetsbare situatie hier heel zwaar voor gestraft. Bijstuderen lijkt een utopie te worden als je telkens pas een dag op voorhand te horen zal krijgen of je al dan niet moet gaan werken. Veel opleidingen werken met een aanwezigheidsplicht, en je kan maar een beperkt aantal lessen missen. Dit kan je eigenlijk niet meer garanderen als je telkens maar een dag op voorhand te horen krijgt dat je moet gaan werken. En dus zou het vrij nutteloos zijn om inschrijvingsgeld op te hoesten als je – zelfs met de nodige motivatie en inzet – omwille van administratieve formaliteiten niet zeker bent dat je op het einde van de rit een diploma in je handen kan houden.

Ook voor afspraken bij een tandarts, oogarts, dokter of kinesist wordt dit een moeilijke bevalling. Je weet immers maar een dag op voorhand of je er al dan niet zal kunnen zijn. Veel van die specialisten hebben nu al een bordje in hun wachtkamer hangen dat een afspraak die 24 uur op voorhand geannuleerd wordt, zal aangerekend worden. Eigenlijk kan je dan als deeltijds werkende mama geen afspraken meer maken: je weet immers niet of je er zal kunnen zijn en als je – omwille van werkverplichtingen – toch nog een dag op voorhand moet annuleren, moet je ook nog eens betalen. Met geld dat je overigens absoluut niet teveel hebt. De oplossing zal zijn om dan maar geen afspraken meer te maken, om jezelf en je kinderen ook die onontbeerlijke medische zorg te ontzeggen.

We zullen allicht overdrijven en zo zal het allicht niet bedoeld geweest zijn. Maar zo kan de wet – als ze erdoor komt – wel misbruikt worden en dus zal ze ook zo gebruikt worden. En dus worden de meest kwetsbaren telkens opnieuw gestraft. Gestraft omdat ze geld proberen te verdienen voor hun kinderen, maar er toch ook nog voor hun kinderen proberen te zijn. Gestraft als ze een uitweg zoeken uit een moeilijke situatie en iets proberen bij te studeren. Gestraft omdat ze geen medische afspraken meer zullen durven maken, die ze mogelijk toch zullen moeten betalen, ook al kunnen ze er om werkomstandigheden niet zijn.

Eigenlijk word je als alleenstaande op die manier de werkloosheid in gedwongen. Het lijkt me op die manier quasi onmogelijk om je werk nog te combineren met je kinderen. Deze wet ontneemt een aantal mensen het beetje waardigheid dat ze nog vinden in de mogelijkheid om te gaan werken. Deze wet dwingt mensen in een uitzichtloze situatie te blijven zonder nog een uitweg te kunnen zien. Deze wet ontneemt hoop, zelfredzaamheid en de kans op een beter leven. Daar heb ik het ontzettend moeilijk mee.

En alweer vraag ik me af vanuit welke ivoren toren een dergelijk wetsvoorstel uitgewerkt wordt. Wie zijn de mensen die een dergelijke wet bedenken? Staan die mensen nog met beide benen in de realiteit? Hebben zij nog voeling met het stukje van de maatschappij dat het wel moeilijk heeft? Houden zij daar nog rekening mee? Of geloven zij ook dat je het allemaal aan jezelf te wijten hebt? Dat als je maar hard genoeg je best doet, je “er” wel komt? Maar krijg je nog wel de kans om je best te doen?

Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het antwoord op al die vragen wel wil weten, maar dit is duidelijk niet de maatschappij die ik voor mijn kinderen wil. Ik geloof in kansen, in hoop, in medeleven en steun. En dus kan ik niet anders dan mijn stem te gebruiken tegen dit asociale voorstel en jullie vragen om hetzelfde te doen. Deel, reageer, en laat je horen!