Vijf op vrijdag: de ziekteversie

Bijna mei, maar één of andere virale infectie heeft toegeslagen ten huize Tifosa. Het slachtoffer: de oudste. Net op de avond dat ze uitgaansplannen had. Stiekem vinden we het niet héél erg dat ons daardoor een nachtsessie en een nachtelijke rit bespaard wordt, maar een koortsig meisje is zielig natuurlijk. Daarom deze week de 5 beste manieren om ziektekiemen te overwinnen.

In de zetel, onder een dekentje. Onze dokter was duidelijk toen ze koorts constateerde: slapen en platte rust. Niet dat we dat geweldig erg vinden. Het is lang weekend voor ons allemaal, dat uitslapen en recupereren behoorde eigenlijk toch al tot de plannen.

Kippensoep. Naar het schijnt de beste natuurlijke remedie tegen virusjes: kippensoep. Met liters.  Liefst uiteraard met een wit, vers boterhammetje, dat je “dopt” in de soep. En waar dan stukjes afbreken en blijven drijven. We zullen de nodige voorraad alvast maar in huis halen. Bovendien vind ik kippensoep ook best lekker. Misschien houdt het de virusjes wel uit mijn voorlopig nog gezonde lijf, als ik de komende dagen maar de nodige liters slurp.

Met veel lectuur. Als de virusjes keihard toeslaan, voel je je meestal wel niet echt in staat om veel te lezen, maar één keer dat de ommekeer min of meer is ingezet, is er geen betere methode om toch rust te houden. Maar écht hoogstaande literatuur krijg je er op dat moment niet bepaald door, maar af en toe wat stationsromannetjes kan écht wel deugd doen in het genezingsproces 😉.

Series bingewatchen. Als je toch de zetel of het bed moet houden, kan je van de nood maar beter een deugd maken. Er is vast nog wel één of andere serie op Netflix die je al even had aangestipt. Nu is het moment om die er op een paar dagen tijd helemaal door te draaien. En dus plant de oudste dit weekend een “Game of Thrones”-marathon. De echtgenoot heeft zich al opgeofferd om mee te bekijken of dit wel iets voor onze 16-jarige is.

Je laten verwennen. Kijk, de dokter was duidelijk: de zetel in en rusten. Maar dat onze meid daardoor een fuif mist, vinden we ergens toch wel een beetje sneu (al is onze nachtrust daar toch dankbaar voor) en dus zullen we haar de komende dagen toch wel wat in de watten leggen. Door haar lievelingseten te maken, door haar de nodige lectuur te bezorgen, door cake te bakken van zodra ze weer trek krijgt en door haar af en toe de nodige vitamientjes voor te schotelen in de vorm van een verse fruitsalade of wat vers fruitsap. Door morgenvroeg héél stilletjes naar beneden te sluipen en haar zo lang mogelijk te laten uitslapen…

Maar als zou blijken dat ze ons allemaal heeft aangestoken, dan verwachten we uiteraard dezelfde behandeling. En dan zal zij ook als eerste weer fit zijn… Maar nu eerst rusten, aansterken en gezond worden!

sick

(www.someecards.com)

Vijf op vrijdag, de headbangversie

Sinds onze dochter al eens een fuif bezoekt, komt ze af en toe met muziek “uit onze tijd” naar huis. Zo passeerden hier al “Sweet Dreams” (Eurythmics), Michael Jackson en Abba. Recent kwam ze thuis met “Freed From Desire” (Gala) en “Rhythm Is A Dancer” (Snap). Helemaal into nineties is ze en laat dat nu net de muziek van onze jeugd zijn. Al hadden we onmiddellijk toch wel wat bedenkingen bij de nummers die de tand des tijds hebben overleefd en nu af en toe nog eens de speellijsten van een fuif halen. “Dat is de boenkeboenke uit de jaren ’90, er was toen écht wel beter te vinden, hoor!”

Voor haar ouders was het hoogtepunt van de jaren ’90 het ontstaan van de grunge. Wij waren allebei rockliefhebbers – nog steeds – en namen de boenkeboenke er nu eenmaal bij, maar de hoogtepunten van de fuiven toen waren wel de stevige rocknummers, als er gepogood en geheadbangd werd. Als meisje bleef ik dan wel aan de rand van de dansvloer en mengde ik me niet in het geduw en getrek van de jongens, maar headbangen kon ik ook als de beste. Een dikke 10 jaar later hadden we trouwens een hippe anderhalf-jarige krullenbol in huis, die maar al te graag de mama nadeed en geweldig goed met haar krullen kon schudden. En dus, voor eens en voor altijd, de allerbeste jaren ’90 nummers. Het headbangen en het pogoën moet u er maar bijdenken.

Je kan de jaren ’90 niet begrijpen zonder Nirvana te kennen. Zij staan aan de basis van de nieuwe muziekstijl “grunge” en tonen in hun videoclip van “Smells Like Teen Spirit” hoe het moet. Ik was 18 toen ze doorbraken in 1991. Afgestudeerd in het middelbaar onderwijs en de wereld aan het veroveren in Leuven, waar ik Romaanse studeerde. Aan de faculteit Letteren, één van de meest “alternatieve” faculteiten in Leuven toen. Uiteraard werd dit grijs gedraaid op al onze fuiven, al waren we bij Romaanse misschien wel bij de minst alternatieven van Letteren. Maar dit was wel één van mijn favoriete dansnummers.

Als je Nirvana noemt, kan je ook niet om Pearl Jam heen. Als Nirvana de alfa van de grunge was, dan was Pearl Jam minstens de omega. Mijn favoriete band: ik was “team-Eddie” zouden de dochters nu zeggen. Zalig nummer om op te dansen, al was “Black” minstens even mooi. Maar “Alive” was een perfect nummer om alleen in op te gaan. Wat ik dan ook telkens deed als dit nummer gespeeld werd. En als het wat te lang duurde vooraleer dit nummer op de playlist kwam, dan ging ik het zeker en vast zelf aanvragen. Een jaren ’90-fuif was niet compleet zonder dit nummer.

Een paar jaar jonger dan de vorige twee nummers, maar ook dit is een nummer om alle remmen los te gooien, “luchtdrum” te spelen en met je haar te zwieren. Dit was wel een nummer waarbij ik het midden van de dansvloer écht wel probeerde te vermijden, want hier werd serieus tegen elkaar op gesprongen, er werd geduwd en getrokken en dus deed ik mijn ding uit de buurt van het mannelijk geweld 😉.

Kijk, op dit nummer moet ik gewoon dansen. Voor mij blijft dit een heel opzwepend nummer en dus kan ik niet van de dansvloer blijven. Als het nu per ongeluk nog eens op een feestje gedraaid wordt, laat ik alles vallen om op de dansvloer te kunnen staan. Als we op het punt stonden te vertrekken, zullen we ons vertrek met minstens een kwartiertje uitstellen. Hier dans ik altijd op. De “zachtere” strofes waarop je je wat inhoudt om daarna alles los te gooien tijdens het refrein. Zalig!

Je dacht natuurlijk dat “grunge” of stevige rock in de jaren ’90 enkel voor mannen was weggelegd, maar dat was helemaal niet het geval. Je had Hole, met Courtney Love, de vrouw van Kurt Cobain. Al had ik het niet bepaald voor het geschreeuw van mevrouw Nirvana. Waren wel goed: The Breeders met de zusjes Deal. Maar ik blijf hetgeen Kim Deal bij “The Pixies” deed wel hoger inschatten dan haar eigen project. Maar hét vrouwelijk nummer dat voor mij de jaren ’90 het best vertegenwoordigt, blijft “Lay It Down” van Magnapop. Of ze ooit nog andere hits scoorden, kan ik me niet herinneren, maar dit nummer staat er voor mij nog altijd.

Ondanks deze uitgelezen selectie geweldig goede muziek vrees ik dat ik de dochter niet heb kunnen overtuigen van de betere (alternatieve) muziek van de jaren ’90. Op de fuiven van tegenwoordig wordt dat ook allemaal niet meer gespeeld. Maar kijk, over smaken valt nu eenmaal niet te twisten. We zijn er al in geslaagd om onze dochters Bruce Springsteen te laten appreciëren, dat is ook al veel waard. Choose your battles en je moet weten wanneer je moet loslaten, zeker 😉.

Vijf op vrijdag, thuiskomen

Elk gezin heeft zo zijn vaste gewoontes. In ons gezin ben ik degene die als laatste thuis komt na een dag werken. De echtgenoot en de dochters zijn al lang aan hun (t)huiswerk begonnen als mijn werkdag erop zit. Wat zijn de vijf dingen die ik eerst doe als ik thuis kom? Een nieuwe vijf op vrijdag.

De brievenbus checken. Voor ik ons huis binnenstap, zal ik altijd even het klepje van de brievenbus openen om te zien of er nog rekeningen, reclame of kranten in zitten. Als dat het geval is, probeer ik – zonder de bus zelf te openen – mijn hand doorheen de smalle opening te wurmen om de resterende post eruit te vissen.

Mijn jas uitdoen en op de kapstok hangen. Het eerste wat ik doe als ik thuiskom, is mijn professionele zelve bij de deur achterlaten. Dat betekent jas uitdoen, aan de kapstok hangen, rugzak in de gang deponeren en leegmaken en vaak me ook nog omkleden. Het sein dat de werkdag erop zit. Jammer genoeg wil mijn brein dit tijdelijk “afscheid” van de werkdag niet altijd volgen 😉.

11 centimeter krimpen. Na een ganse dag op hakken, is het vaak een opluchting dat de schoenen uit kunnen en dat ik mijn pantoffels of slippers mag aantrekken. Maar dat betekent in mijn geval meteen ook dat ik minstens 11 centimeter kleiner word.

De echtgenoot kussen en vragen hoe zijn dag was. Op het moment dat ik thuis arriveer, is de echtgenoot meestal druk bezig in de keuken. Ik voeg me bij hem en we babbelen meestal kort even hoe de dag geweest is, voor hem en voor mij. Daarna zoek ik de dochters op en vraag hen hoe hun dag geweest was. Tijdens het schooljaar zitten ze echter meestal verspreid doorheen het huis aan hun schoolwerk te werken en dan stellen we dit moment uit tot aan tafel, tijdens het eten.

Eten. We moeten er eerlijk in zijn, als je aan de echtgenoot zou vragen wat het eerste is wat ik doe als ik thuis kom, dan zal hij allicht “eten” noemen. Meestal is mijn laatste maaltijd al véél te lang geleden tegen het moment dat ik thuis arriveer en dan heeft mijn lichaam hoge nood aan extra brandstof. We zouden dat kunnen oplossen door ’s middags nét iets later te lunchen, maar dat is ook zo één van die goede voornemens die ik NOOIT weet te realiseren. Tegen 12 uur zijn mijn boterhammetjes meestal op en dus heb ik zéér grote honger als ik om 18 uur eindelijk thuis ben. Een vieruurtje (we moeten eerlijk zijn: ik ben al blij als ik drie uur haal) is tegen dan ook al lang weer verbrand en vergeten.

Nadat we gegeten hebben, begint onze avond. Dan ruimen we op, doen we huishoudelijke klusjes en begint de echtgenoot meestal aan het tweede deel van zijn werkdag. Terwijl ik mogelijk de strijkplank bovenhaal, wachten er voor hem vaak nog verbeterwerk of lesvoorbereidingen. Op andere avonden kunnen we nog wat chauffeur spelen en de dochters naar hun dans-, tennis- of naailes brengen. Het leven zoals het is, op een normale weekavond, ten huize Tifosa.

Vijf op vrijdag, de tv-versie

Het was een schone dag, maar bij ons regent het nu. Bovendien is het koud. Echt wel weer om met een tv-dekentje in de zetel te ploffen en een serie te bingewatchen. Er werden het afgelopen jaar best wel goede tv-programma’s getoond. En laat ons deze vrijdag er eens vijf oplijsten. Gekeken en goedgekeurd, ten huize Tifosa.

Eerst en vooral wil ik twee wielerprogramma’s noemen, momenteel op Canvas. Er kan niet genoeg geluld worden over sport, en zeker over wielrennen. De “Extra Time Wielrennen” is een absolute aanrader. Zeker als Tom Boonen deel uitmaakt van de analisten. Hij ziet de koers toch goed. Maar als ik één programma moet noemen, dan is het zeker en vast “De Kleedkamer”. De voetbaleditie was uitstekend, maar de wielerversie is in mijn ogen zo mogelijk nog beter. Breng vroegere rivalen samen en laat ze over die éne prachtige koers praten waarin zij allemaal samen een hoofdrol hebben gespeeld. Laat dan nog een “vergeten” koersheld uit vervlogen tijden aan het woord en je hebt een schone mix van sport en emoties. Ik ben er dol op.

“Beau Séjour”. Voor mij dé Vlaamse serie van de voorbije jaren. Spannend, akelig, met onverwachte plottwisten. En op een zéér hoog niveau geacteerd. Wie vermoordde Kato?

Nog een Vlaamse aanrader: “Salamander”. Jaren geleden hadden we de eerste reeks gezien en we waren meteen fan. Hoewel de eerste reeks misschien nog net dat tikkeltje spannender was dan de tweede reeks, wist hoofdinspecteur Gerardi opnieuw te boeien. Alhoewel, misschien heb ik de afgelopen jaren te veel complottheorieën over me heen gekregen in een aantal series. Ik wist vrij snel waar de klepel hing. Af en toe was er wel gelukkig nog een onverwacht overlijden of een verrassende draai in het verhaal, waardoor we toch bleven volgen.

Daarnaast blijven we hier in de ban van de Scandinavische misdaadseries. “Midnight Sun” was alweer keihard, rauw, ongemeen spannend en hield ons een paar weken in de ban. “Stella Blomkvist” combineerde dan weer een misdaadverhaal met een twisted gevoel voor humor. Een ongewone combinatie, maar ze werkte voor ons wel. Al denk ik dat niet iedereen deze Scandinavische donkere humor zal smaken. Eigenlijk moet ik “Before we die” zeker ook vermelden, maar die serie was zo ongelooflijk spannend dat ik ze niet heb durven uitkijken. Tot één aflevering voor het einde was het een fantastische serie, maar ik kan je dus niet zeggen of ze niet ongelooflijk verknoeid wordt door het einde.

Ik leef soms te hard mee met hetgeen ik zie. Dat was al toen ik jong was en voor een volle cinemazaal “pas op” schreeuwde toen in Jurassic Parc een dinosaurus onverwachts in een andere hoek het beeld in dook dan ik verwacht had. Ik kijk nog steeds geen te beklemmende tv-series vlak voor het slapengaan omdat ik intussen al weet dat ik dan een veel te onrustige nacht tegemoet ga. Ja, ik heb letterlijk wakker gelegen van “Het Bernini Mysterie” (en dan had ik het boek al gelezen!). Het is me al wel eens overkomen dat ik uitgeput wakker word nadat ik een hele nacht zelf de hoofdrol gespeeld heb in een aflevering die wel verdacht veel weg had van “Homeland”. En toch heb ik een voorkeur voor donkere, spannende misdaadseries. Al zetten we daarna meestal nog wat hersenloos amusement à la Temptation Island op om de donkere spoken in mijn hoofd te verdrijven.

Eén geweldige tv-reeks heb ik nog niet genoemd: “De Mol”, maar die is dan ook nog niet afgelopen. Het blijft een spannende zoektocht naar de verrader in het spel. En wij zoeken hier allemaal samen, met ons vieren. Dat maakt het nog altijd zo’n ontzettend fijn programma. Het is goed gemaakt, het zit fantastisch goed in elkaar, je wordt constant op het verkeerde been gezet en de kandidaten zijn zeer goed gekozen. Elke week neem je met pijn in het hart mee afscheid van telkens weer een ongelooflijk sympathieke kandidaat en week na week zoek je mee naar de mol. Het is één van de weinige reeksen die we nog echt “live” kijken, omdat we ons kijkplezier niet willen laten vergallen door spoilers. En als je dat als tv-programma in deze  Netflix-tijden nog weet te bereiken, dan moet je wel écht goed zijn!

Op deze vrijdag heb ik jullie geweldig verwend, niet, met toch wel net iets meer dan vijf tv-tips! Laat het ons een vroeg Paascadeautje noemen 😉.

Vijf op vrijdag: de dessertversie

Het is geen geheim dat ik graag eet. En dat ik daarbij de voorkeur geef aan desserts. Als ik moet kiezen tussen een voorgerecht en een nagerecht, dan ga ik resoluut voor de zoetigheden. Zelfs het hoofdgerecht is alleen maar een voorloper op het ultieme genot. En dus lag het voor de hand dat we voor deze “Vijf op Vrijdag” eens onze lievelingstoetjes uit de kast zouden halen.

  • Het allerbeste dessert is de chocomoussetaart van onze plaatselijke bakker. Pure chocolademousse met een laagje ganache over. Zalig! Maar kom absoluut niet af met een variant waar sinaasappel doorheen is gedraaid: ik vind de combo chocolade-appelsien absoluut niet te pruimen. In mijn ogen verknoeit dat volledig de smaak van chocolade. Als er dan toch iets moet toegevoegd worden aan de chocolade, dan kan ik eventueel nog een laagje biscuit verdragen, maar eigenlijk hoeft al die opsmuk voor mij niet: doe maar gewoon chocomousse(taart) met een laagje gesmolten chocolade erover.
  • Een duidelijke tweede is een kommetje verse aardbeien met daar één bolletje zelfgemaakt vanilleijs bij. Ook hier zijn geen verdere toevoegingen gewenst en al zeker niet die zeemzoete aardbeiencoulis die je in ijssalons blijkbaar standaard bij je aardbeiencoupe geserveerd krijgt. Dat helpt de uitmuntende smaak van de pure ingrediënten compleet om zeep.
  • Voor tiramisu ben ik ook altijd te vinden. Op voorwaarde dat de boudoir-koekjes niet te lang in de koffie gedrenkt zijn en dat de koffiesmaak niet overheerst. En zolang je maar goed veel mascarponecrème gebruikt. Voor mij hoeft de verhouding zeker niet fiftyfifty te zijn: het mag gerust héél veel mascarponecrème zijn met af en toe een koekje (voor de “bite”).
  • Sneeuwballenroom. Vanillepudding met een eitje (dus wat romiger dan de Impérial-variant), waarbij je de pudding over het stijfgeklopte eiwit giet (de sneeuwballen). De allerbeste pudding ever. Jammer genoeg ben ik de enige in huis die er dol op is en maak ik ‘m dus véél te weinig.
  • In eerste instantie was ik van plan om als vijfde optie voor fruitsla te gaan, om toch nog iets gezonds toe te voegen. Maar we moeten eerlijk zijn, een dessert is voor mij NIET gezond. Fruitsla is een gezond vieruurtje, maar dat eten we eigenlijk zo goed als nooit als dessert. Tenzij we voor een chocoladefondue gaan, maar dan is dat fruit eigenlijk maar een excuus om véél gesmolten chocolade te eten. Na veel overpeinzen (cake was ook een optie, net als witte Twix) kiezen we toch maar voor Italiaans ijs. Eén bolletje kiezen uit een overvloed aan smaken (meestal een chocolade- of vanillevariant of een mengeling van beiden) op een zalig lekker hoorntje. En niet van die papieren brol, maar een écht fijn wafeltje.

ijsKijk, het was een moeilijke keuze. Er zijn gewoon té veel geweldige nagerechten. Ik had ook nog voor een moelleux kunnen gaan of voor warme appeltaart (met een bolletje vanilleijs uiteraard). Of een simpel stukje chocolade.

En het zal jullie misschien verbazen, maar er zijn wel degelijk ook desserts waar je mij géén plezier mee doet. Maar dat is voer voor een volgende “Vijf op vrijdag”. (Al moet ik eerst nog eens goed nadenken of ik wel 5 desserts kan vinden die ik echt niet lekker vind 😉.)

Vijf op vrijdag: de blogeditie (1)

Ik schrijf niet alleen blogs, ik volg er ook een aantal. In het begin voegde ik nogal enthousiast nieuwe blogs aan mijn leeslijst toe, maar intussen zijn we toch wat selectiever geworden en heb ik een duidelijke voorkeur ontwikkeld. Sommige bloggers ken ik persoonlijk, anderen ken ik alleen virtueel. Maar in deze Vijf op Vrijdag deel ik de blogs die ik met veel plezier telkens opnieuw lees. Alleen constateerde ik bij het inplannen van deze tekst dat mijn lijstje met favoriete blogs de 5 ruimschoots overtreft. En dus plannen we in de toekomst zeker een vervolg 😉.

  • Boston, baby! Niet alleen een fantastische madam in het echte leven, maar zeker ook online. Ook al heeft het leven haar de afgelopen tijd zeker niet altijd gespaard, toch lees ik optimisme, humor en hoop in haar blogs. Deze rubriek was trouwens haar idee. (Waarvoor dank!)
  • Big City Life. Zelfrelativering is het codewoord bij Romina. Haar wekelijkse rubriek “Geweldig & Gênant” (meestal op vrijdag trouwens, ga dat lezen!) is telkens opnieuw een aanrader. Een volbloed feministe én een jonge moeder. Met de nodige humor in haar opvoeding.
  • Mrs. Brubeck. Zit al net iets verder in het leven dan ik. Haar kinderen zijn de deur al (bijna) uit, maar je voelt de liefde spreken in al haar blogs. Voor Mr. Brubeck, voor haar kinderen en kleinkind, voor haar hond. Met een lach en een traan.
  • Mrs. Curly and her bunch of crazies. Geweldig gevoel voor humor. Lopen, eten en haar (stief)kinderen opvoeden. En dat doet ze met verve. Het leven zoals het is, met de nodige uitroeptekens. Ze is trouwens ook dol op Italië, dat zijn meteen bonuspunten 😉.
  • Samaja. Ook een personal blogster. Eerlijk, en met de nodige (zelf)relativering. Vooral haar stuk over haar twijfels over kinderen heeft me geraakt. Moedig om dat op zo’n mooie manier neer te schrijven.

Ga deze 5 topmadammen zeker eens een (virtueel) bezoekje brengen. Je zal het je zeker niet beklagen. Eén constante in deze Vijf op Vrijdag: humor en zelfrelativering. Bij sommigen subtiel aanwezig, bij anderen wat manifester, maar net daarom ga ik er graag lezen. Bovendien schrijven ze stuk voor stuk goed. Ook dat vind ik belangrijk in een blog: verzorgde, mooie taal. En laat deze dames – elk in hun eigen herkenbare stijl – ook daarin het voortouw nemen. Meestal toch 😉.

Laat u verrassen!

Vijf op vrijdag – weekendkriebels

We hebben hier even gebrainstormd over de “Vijf op Vrijdag” (naar een idee van Boston, baby!) van deze week. Het was wat zoeken naar een juiste invalshoek, maar in de auto, op weg naar huis, schoot het mij ineens te binnen. Wat zijn onze 5 beste manieren om het weekend in te zetten?

Een beetje vroeger dan normaal. Niks leukers dan een weekend dat onverwacht een uurtje vroeger kan starten. Soms komt het zo geweldig goed uit: dan heb je een hele week hard gewerkt, heb je bijvoorbeeld hier en daar wel eens een uurtje te veel gewerkt, maar op vrijdagnamiddag blijk je overschot te hebben. Dan heb je voor één keer alles afgerond tegen een uur of 4 en eigenlijk niet zo veel zin meer om nog aan iets nieuws te beginnen. Wat is er dan fijner dan de laptop toe te klappen en je weekend al een uur vroeger in te zetten?

Met een filefuif. Goede muziek op de radio. Dan draai je de volumeknoppen helemaal open en dans je zelfs wat mee op de beat. Graag een geweldig opzwepend nummer, zoals daarnet “Alors on danse” van Stromae. Wie kan er dan stil blijven zitten? Zorg er dan wel voor dat je niet je beste nineties-moves bovenhaalt, want het zou wel eens kunnen dat je dochters (en eventuele onschuldige toeschouwers in andere auto’s) dat geweldig hilarisch vinden.

Een andere variant is de file-karaoke. Zet dan een nummer op waarbij je “gedwongen” wordt mee te zingen (denk aan “Somebody I used to know” van Gotye), zing luidkeels mee en rijd desnoods nog tot aan het eerstvolgende rond punt zodat je het nummer helemaal uit kan zingen.

Met een chipske. Een hele week probeer ik gezond te eten en houd ik de verleiding zo ver mogelijk weg van de tv. Ook al durven mijn huisgenoten vlak onder mijn ogen wel eens toegeven en het mij zo ongelooflijk moeilijk maken. Maar op vrijdagavond, bij de start van het weekend, gaan alle remmen los en komt de chips op tafel. De rest van het weekend is er dan toch tijd zat om alle calorieën er weer af te sporten. Of dat willen we op vrijdagavond maar al te graag geloven 😉!

Hangend in de zetel, bingewatchend met de dochters. Sinds de jongste voor haar verjaardag de volledige dvd-box van Bones kreeg, “offeren” wij ons op om samen met haar de volledige 12 seizoenen zo snel mogelijk soldaat te maken. Al 4 seizoenen afgewerkt, nog 8 te gaan. Eerlijk, eigenlijk speelt het niet eens zo’n rol welke serie de dochters op vrijdagavond verkiezen. Zij kijken, ik neem mijn breiwerk erbij en vind het helemaal niet erg als mijn ogen binnen het uur wel héél erg zwaar worden.

Een lang, warm bad. En als het even kan, met een boek erbij. Tot je vingers en tenen helemaal verrimpeld zijn en het water intussen al voor de tigste keer véél te koud geworden is om te blijven zitten. Of tot je boek uit is en je geen andere keuze hebt dan eruit te komen. Om daarna in je pyjama te springen, je nog even in de zetel te installeren voor wat quality time en dan prompt binnen de 10 minuten in slaap te vallen.

Soms heeft een mens niet veel nodig om in de weekendvibe te komen. Bij ons deed Stromae zonet het knopje omdraaien. Het is weekend! Laat het feestje maar beginnen! (Schreef ze vanonder het tv-dekentje, met een kommetje chips op schoot en ogen die stilaan al bijzonder zwaar beginnen te worden 😉).

Vijf op vrijdag: mijn succesrecepten

Boston, baby!, de inspiratiebron voor dit rubriekje, vroeg me bij de start van 40 dagen bloggen wat mijn succesrecept is. Laten we er daar ineens 5 van maken 😉, op vrijdag.

  • Cake. Ik bak al zo lang ik me kan herinneren. In den beginne mochten we va en moe helpen bij het bakken (voornamelijk de potten uitlikken, maar daar was ik dan ook geweldig goed in), maar niet veel later mocht ik zelf ook aan de slag. Cake is makkelijk, omdat je het recept secuur moet volgen. Veel koks vinden net dat héél erg onaangenaam, ik vind het wel iets hebben dat je tot de gram nauwkeurig kan/moet/mag afwegen. Cake is intussen dan ook mijn vaste traktatie bij verjaardagen. En dat is dan meestal cake met kokos, noten en appels (uit Ons Bakboek) of amandelcake met chocolade (uit een Colruyt kookboek).
  • Chocolademousse. Het lievelingsdessert van de jongste dat ik eigenlijk veel te weinig maak. Zij prefereert gemengde chocomousse of witte chocomousse. De rest van ons gezin geeft de voorkeur aan melkchocolademousse. Maar als er potjes overblijven, zal de jongste zich wel opofferen, ongeacht de kleur van de potjes.
  • Pasta. Alle soorten. De jongste heeft een voorkeur voor pasta met prei en zalm (van Jeroen Meus), de oudste verkiest dan weer “Jeroens snelle pastaschotel” of “Penne al forno” (ook Jeroen Meus) en de echtgenoot is dol op Italiaanse balletjes in tomatensaus (Colruyt). Geef mij maar een gewone lasagna alla Nele, al speelt het eigenlijk niet zo’n rol: als het maar pasta is. Tot het iedereen zijn oren uit komt.
  • Witloof. Ik ben een ongelooflijke fan van deze Belgische klassieker en kook er ontzettend graag mee: kipfilets op Brabantse wijze (Colruyt) of witloof met ham en kaas én puree met een korstje (naar een familierecept) of zelfs witloofsoep. Ik maak het graag en lust het nog liever. Jammer genoeg is witloof NIET geliefd bij onze dochters. Tot een jaar geleden moesten ze nog elke keer proeven als het op tafel kwam, in de ijdele hoop dat ze het ooit zouden leren waarderen, maar ik heb het opgegeven. Ze lusten het niet, we voorzien dus een alternatief. Intussen vinden ze het best fijn als mama nog eens plannen maakt voor een ovenschotel witloof. De puree vinden ze wel heerlijk en de nuggets of fish sticks die dan voor hen als alternatief dienen, kunnen ze best pruimen. Laat de witloofschotels dus maar komen 😉.
  • Mattentaarten. Ik bak ontzettend graag en experimenteer regelmatig, vooral met koekjes en gebak. Ook de dochters hebben het bakvirus intussen al te pakken. We maken hier regelmatig biscotti con cornflakes, american cookies, brownies of andere (chocolade)lekkernijen. Mij doe je altijd plezier met mattentaarten, liefst zo vers mogelijk van de bakker. De lekkerste komen sowieso uit Geraardsbergen, en ja hoor, dat proef je, maar ik woon daar nu eenmaal niet (meer) in de buurt. Maar op een bepaald moment dacht ik: “laat ons dat zelf nu ook eens proberen”. En eigenlijk lukt dat best verbazend goed. Als je het bij kleine taartjes houdt. De matten krijg je nooit zo droog als bij een bakker (wat ik toch wel een beetje jammer vind), maar de smaak is absoluut de moeite. Alleen is het een lang uitgesponnen recept en moet je dus écht wel tijd vrijmaken. Voor speciale gelegenheden dus.

baksels-mini

Valt het op dat ik de voorkeur geef aan het zoete boven het zoute 😉? En dat ik gerust op desserts zou kunnen/willen overleven? Maar een mens moet nu eenmaal toch een reden vinden om te blijven sporten, niet?

Dansend het weekend in…

In het kader van de 40 dagen bloggen was het tijd om een oldie nog eens van stal te halen: de vijf op vrijdag. Oorspronkelijk naar een ideetje van Boston, baby! Vandaag lijsten we 5 nummers op die ik leerde kennen via de dochters, maar die ik intussen ook héél goed vind. Het kan ook zijn dat we ze intussen zo vaak door ons strot geramd kregen dat een zekere gewenning is opgetreden 😉. Neen serieus, deze 5 nummers zijn gewoon goed.

Deze zangeres scoorde eerder al met “Homesick” en vooral “New Rules”, maar ik koos haar nieuwe single omdat ik dat gewoon een heel aanstekelijk nummer vind. Ze draaien het overigens ook op Studio Brussel, dit had ik (met vertraging) mogelijk dus zelf nog ontdekt.

Intussen is hij wereldberoemd en hebben wij (eindelijk) tickets voor zijn optreden op de wei van Werchter aan het begin van de zomer, maar het waren onze dochters die zijn eerste cd in huis haalden en die compleet plat speelden. Het blijft grappig om op een onbewaakt ogenblik, als je ’s avonds rustig beneden naar tv zit te kijken, ineens gezang van boven te horen. En aangezien jij dan niet de cd in kwestie hoort, wordt het helemaal hilarisch. Maar kijk, intussen zit deze Brit al aan een tweede cd en heeft hij met zijn folk ook de oudjes hier ten huize helemaal ingepakt.

Op dit nummer zie ik me echt nog eens uitgaan en dansen (ook al is het intussen al weer eeuwen geleden 😉). Het is ritmisch, opzwepend en je moet gewoon dansen. Wanneer hadden we nog eens een feestje gepland??

Ik kon geen lijstje maken met 5 muzieknummers zonder er iets Frans in te steken. Gelukkig deelt de oudste een voorliefde voor de taal van Molière en Voltaire met haar mama en zitten er dus ook regelmatig Franse nummers in haar afspeellijsten. En bij dit nummer was het voor mij liefde op het eerste gehoor…

Gezien het hele gedoe rond Boef had ik dit nummer bijna niet in de lijst gezet. Maar als we op zondagavond van mijn ouders terug huiswaarts rijden en dit nummer weerklinkt, dan krijgen we zo maar opeens twee rappende dames achter in de wagen. Beide dochters kennen dit nummer van voor naar achter, accenten incluis. Het is eerlijk waar mijn favoriete moment van de week, ik word er elke keer opnieuw goedgezind van.

TGIF! Hier heb je een streepje muziek om het weekend vrolijk in te zetten. De rappende dochters en dansende ouders moet je er maar bijdenken 😉!

Vijf op vrijdag: recuperatie

Mei was een ongelooflijk drukke maand, op professioneel vlak. 4 van de 5 weken werkte ik voltijds. Het lukte, maar nu het achter de rug is, ben ik moe. En heb ik tijd nodig om te recupereren. Gelukkig kregen we als uitsmijter twee lange weekends, waarin naast de normale huishoudelijke besognes toch ook altijd tijd is voor rust en recuperatie. Maar laat ons in het kader van Vijf op Vrijdag/zaterdag eens onze 5 meest geliefde rustactiviteiten opsommen.

  1. Slapen. By far mijn meest geliefde rust-activiteit. Als je kan slapen tenminste. Veel te vaak maak ik deel uit van #teamnosleep. Maar als het dan wel lukt om minstens 5 uur na elkaar in een comateuze slaaptoestand te raken, dan kan ik daar dubbel en dik van genieten. Het grappige is dan wel dat je je de dag na zo’n geweldige nacht vaak net nog meer moe voelt. Dan loop je een dag met watten in je hoofd. Dat het de afgelopen dagen en weken te warm was om te slapen? Daar heb ik geen last van. Ik geniet er net van om met het raam open te slapen, een briesje te voelen en een beetje gerommel te horen op de achtergrond. Ik slaap net dieper als het een beetje warmer is. En voor die paar nachten dat het in België echt ondraaglijk is om te slapen? Een koud washandje in je nek geeft onmiddellijk verkoeling…
  2. Koken en bakken. Ja, ik word rustig van koken en bakken. Een (paar) uur lang enkel bezig zijn met het snijden van groentjes, het afwegen van ingrediënten, het volgen van een recept, het opruimen van de keuken,… Ik word er rustig van. Voor iemand met een flipperkast als brein is het concentreren op één ding niet altijd even gemakkelijk, maar bij koken lukt me dat wel. Meestal toch. Op die keren na dat ik afgeleid ben en in mijn vingers snijd. Of per ongeluk tegen de grill aanstoot. Of me verbrand aan de stoom die ontsnapt als ik het deksel van de pot haal.
  3. Lezen. Ik heb er de laatste tijd te weinig tijd voor. Te weinig zin in ook. Misschien heb ik ook te veel slechte boeken meegebracht uit de bib. Veel te vaak haalde ik het einde niet. Kon het verhaal me niet boeien en ging ik halverwege even spieken hoe het boek zou eindigen en gaf ik het op. Maar als je je met een boek kan installeren in een ligzetel in de zon en heel even niks anders moet doen dan in een imaginaire wereld duiken, dan is het zalig genieten. Dan is het heel even écht vakantie.
  4. Met de dochters Gossip Girl kijken. We zijn al maanden bezig om de reeks met ons drietjes te bekijken. Maar er komen soms andere tv-programma’s doorheen gefietst en het is soms zoeken naar momenten met ons drieën samen. Ook de dochters hebben ’s avonds al eens hun bezigheden en hun hobby’s. Mama spreekt soms af met vriendinnen en papa is al dat vrouwengezever soms gewoon beu en eist onze enige tv ook eens voor zichzelf op. Maar de laatste weken zijn we er opnieuw in gevlogen. Halverwege seizoen 5 zitten we nu, misschien dat we het einde van de reeks nog halen vooraleer de nieuwe film uitkomt ;-).
  5. Bloggen. Tijdens drukke weken kom ik wel eens uitgeteld thuis. Dan ben ik leeg en kan ik niet meer denken. Dan geef ik de voorkeur aan een avondje hersenloos tv-entertainment en durf ik mijn avondje bloggen wel eens voor me uit schuiven of laten schieten. Wat jammer is, want een tekst schrijven, op zoek gaan naar ideeën, mijn gedachten ordenen, vorm geven en in woorden gieten, brengt me nog altijd tot rust. Als de tekst af en gepubliceerd is, heb je je ei gelegd en hoef je er niet meer op zitten kauwen. Dan is je hoofd leeg. Tot een nieuw idee komt opborrelen natuurlijk.
relax

(www.loesje.nl)

Het zal je allicht opgevallen zijn dat sporten er niet tussen staat. Ik hou van sporten, ik probeer regelmatig te fietsen en ik heb daar lichamelijk ook echt deugd van, maar ik word niet “rustig” van een uurtje op de hometrainer. Integendeel. Vaak probeer ik tegelijkertijd wat te lezen, of een aflevering van een serie te bekijken, of wat door mijn social media te scrollen (en meestal alles samen). Ik mat mijn lijf af, maar krijg mijn hoofd jammer genoeg niet leeg. Misschien zou het helpen om op de weg te gaan fietsen, zodat ik me op het verkeer moet concentreren en geen 3 dingen tegelijkertijd kan doen…

Wat doen jullie om écht te ontspannen? Wat helpt om je hoofd leeg te maken? Tips zijn altijd welkom!