Onze tienerkamers 2.0

De voorbije weken hebben we de kamers van onze dochters een nieuw kleurtje gegeven en de boel eens uitgemest. In het kader van de “Mins Game” (meer informatie vind je hier) hebben wij hier de voorbije weken serieus opgeruimd en “ontspuld”. Als de kamers dan toch leeggemaakt moeten worden om te schilderen, kan je misschien best ineens ook de kasten uitkuisen en opruimen. Wat toch wel serieus wat tijd in beslag neemt. Het schilderen op zich duurt “amper” een vijftal dagen (en dan is de kamer ook opgekuist), maar het opnieuw inladen van de kasten, het sorteren van de spulletjes en het afscheid nemen ervan duurt doorgaans toch wat langer.

En ja, een hele hoop voorwerpen zullen naar het containerpark verhuizen, op de rommelmarkt verkocht worden of doorgegeven worden aan het nichtje (kleren), maar de tussenfase (de zolder) bestaat hier ook nog. Van sommige zaken (zoals knutselwerkjes of hun ingevulde schoolboeken uit het zoveelste leerjaar) kan ik maar moeilijk afscheid nemen. En dus worden die in dozen gestopt en op zolder gestockeerd. Waar ze, en dat besef ik maar al te goed, nooit meer zullen uitkomen tot het huis ooit volledig opgeruimd moet worden. Maar wie weet kunnen de klein- of achterkleinkinderen er dan nog eens in neuzen. Of zie ik wonder boven wonder het licht en passen we dat “Mins Game” zelfs ooit op de zolder toe.

Maar onze tienerkamers zijn mooi geworden. Al zeg ik het zelf. Onze dames kozen elk hun eigen kleurencombinatie en zaten volgens de verkoper echt wel aan de twee uiteinden van het spectrum: de warmere versus de koudere kleuren. Ze wisten allebei goed wat ze wilden en waren allebei overtuigd van hun keuze. Wij in den beginne misschien niet helemaal, maar goed, het was hun kamer, hun keuze. Maar als je het uiteindelijke resultaat ziet, dan zijn beide kamers eigenlijk wel geslaagd. Elk op hun manier. En moeten we toegeven dat onze meisjes er wel oog voor hebben.

Kamers

Al zitten we momenteel wel nog een beetje met een leeg canvas en moeten beide kamers ook nog wat aangekleed worden. Ze moeten nog gezellig gemaakt worden. En zo hebben wij meteen ook weer ons projectje voor de komende weken. Het is vakantie, we zouden ons toch niet willen vervelen, zeker ;-).

Nergens beter dan thuis

4 hele dagen verlof. 4 dagen zomerse hitte. 4 dagen thuis. We hebben met volle teugen genoten van de eerste zomerdagen in 2017.

Zwembadseizoen

  1. Het zwembadseizoen is geopend. Al sinds de kinderen klein zijn, halen wij elk jaar opnieuw een plastieken zwembad in huis. Om verkoeling te vinden tijdens de zonovergoten dagen. Echt zwemmen kunnen we niet meer, daarvoor is het intussen niet meer diep genoeg. Watergevechten horen er ook niet meer bij, of het moest de mama zijn die met een waterpistooltje in actie kwam. En dat uiteraard weer terugkreeg. Ons zwembad dient eigenlijk alleen nog als koude zetel tijdens het lezen. Of voor een gekoeld uurtje slaap ;-).
  2. Technische vooruitgang bij het oppompen van het zwembad. Ik bracht dit keer een mechanisch opblaasding mee uit de winkel. Tot genoegen van de echtgenoot, die voor de allereerste keer toekeek hoe het zwembad in amper een kwartiertje volledig opgeblazen was. In plaats van twee uur met de voetpomp aan de slag te gaan. Al was dat natuurlijk wel een goede oefening en was het genot achteraf des te groter. Je had je zwembad echt wel verdiend, zeg maar. Al heeft de echtgenoot de vooruitgang met veel vreugde verwelkomd ;-).
  3. De barbecue werkt nog. Als de zon schijnt, is het barbecuetijd. Bij ons was het donderdagavond al van dat, maar de rest van Heist-op-den-Berg had blijkbaar vrijdagavond plannen: de berg vlees en drank die vrijdagochtend al uit de Colruyt buitengesleept werd, was indrukwekkend. De file op de parking ook trouwens. Net als de “survival of the fittest” in de winkel zelf.
  4. Italië in België. De temperaturen gaan de hoogte in en wij eten Italiaans (op barbecue na dan, al doen ze dat in Italië ook). Pizza stond op ons menu, net als lasagna en de onvermijdelijke tomaat-mozzarella. Met verse ciabatta uit de oven natuurlijk. De zomer kwam al even aankloppen en wij gooiden de ramen van onze veranda wagenwijd open en genoten van rustige maaltijden met ons vieren in de buitenlucht.
  5. De geur van zonnecrème. Het is pas echt zomer als je een hele dag naar zonnecrème ruikt en elke avond opnieuw moet douchen om proper in je lakens te kunnen duiken.
  6. Slapen met de ramen en de rol open. Warmte stijgt en wij slapen onder het dak. Als het een paar dagen lang hoogzomer is, is het ’s avonds om te bakken. Dan mag het raam open en ook de rol op kiertjes. Zodat er nog (frisse) lucht binnen komt. Om dan rond 5 uur wakker te worden van het licht en de rol toch maar dicht te doen en in één beweging beneden de ramen open te zetten. Om dan rond 8 uur wakker te schrikken van een fikse onweersbui en je dan maar met een slaapkop naar beneden te haasten om te ramen terug dicht te doen…
  7. Strijken in de zon. Uiteraard waren er nog huishoudelijke klusjes. Dat is dan weer het nadeel van thuisblijven tijdens een lang weekend. Maar strijken is een pak leuker in de zon en in goed gezelschap. Al moet je je ook dan insmeren, zelfs al zit je in de schaduw. (Een mens leert uit zijn fouten!)
  8. Ijsjes! Aardbeien! De combinatie van beide! Als het te heet is, dan eten we een ijsje. Om het nog min of meer gezond te houden, vullen we een hele kom met aardbeitjes en maken we dat af met een bolletje vanilleijs. Er is geen lekkerder zomerdessert dan dat. Zeker als de aardbeien op hun best zijn. Of uit de tuin van opa komen (wat nog net te vroeg is, maar we leven op hoop: ze komen eraan!)
  9. Onweders. Tja, het hoort erbij in België. Geef ons zomerhitte en het dondert en bliksemt. Het allereerste warmteonweer ’s nachts heeft nog wel iets, vind ik. Als je wakker wordt van het gerommel en dan in je bed uit je raam de bliksemschichten kan zien vallen, dat blijf ik indrukwekkend vinden. De kracht van de natuur in al zijn glorie. Voor één keer mag het. Daarna is het weer een gewoonte en hoeft het voor mij niet meer.

tomaat_mozzarella

Het waren prachtige, rustige dagen. Met ons viertjes en met het nodige gezelschap. De dochters kregen wel eens bezoek en wij hadden onze gestolen momenten met ons tweetjes. Soms moet het echt niet meer zijn dan dat. Zeker als je dan op de radio hoort dat het 3 uur aanschuiven is richting kust. Dan ben ik al lang blij met mijn plastieken zwembadje in onze eigen achtertuin.

Een zonnig tussendoortje

Het is een drukke week. Onze dochters hebben dit weekend dansoptreden en dus is de week gevuld met repetities en de gewone danslessen. Tussendoor was er ook nog oudercontact over de studiekeuze. Bovendien werd ook de echtgenoot-leraar zelf op het oudercontact verwacht en heeft hij later deze week ook nog leerlingenconcert. En dus wordt er deze week weer geïmproviseerd en vooral veel heen-en-weer gereden om de dochters en de rest van het gezin tijdig op alle afspraken te krijgen. En uiteraard komt alles samen: toevallig is het ook nog een hectische werkmaand en zijn ook de weekends goed gevuld.

Maar het was gisteren zo’n mooie, schitterende zomerdag. Toen ik na mijn ochtendmeeting halverwege de namiddag thuiskwam, heb ik voor één keer de boel de boel gelaten, een boekje genomen en me in de tuin geïnstalleerd. Ik heb het zelfs niet lang volgehouden met het boekje, maar al na een tiental bladzijden begonnen de lettertjes te dansen en heb ik mijn ogen héél even gesloten. Om een uurtje later terug wakker te worden, nog steeds in het zalige zonnetje (en wees gerust, ik had me ingesmeerd).

En ja, er was nog werk in het huishouden. Dat is er altijd en dat loopt niet weg. En we hebben ’s avonds ruimschoots gecompenseerd en de resterende strijkmanden weggewerkt. Maar soms moet je ook gewoon het moment durven grijpen. Soms moet je ook naar je lichaam luisteren en dat af en toe – zeker in drukke periodes – de nodige rust gunnen. En dan soms eens een uurtje in het zonnetje bijtanken. Zonne-energie opdoen.

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het voor mij absoluut niet. Vroeger zou ik gewoon door werken, eerst mijn taken afronden en dan pas rust nemen. Om dan ’s avonds uitgeteld in bed te “vallen” en te moeten constateren dat rusten er die dag voor de verandering weer niet in zat. Of die week. Of soms zelfs die maand. Vroeger ging ik maar door en door. En dat lukt, voor een tijdje, maar op een bepaald moment zegt je lichaam stop. Dan word je geveld door een simpel virusje of dan slaat de migraine weer toe. Veel te veel jaren heb ik mijn lijf tot het uiterste gedreven.

En dat deed ik mezelf aan. Omdat ik alles “perfect” wilde doen. Omdat ik controle wilde houden. “Wat je zelf doet, doe je beter.” Omdat ik geen hulp wilde of durfde te vragen. Omdat het mijn verantwoordelijkheid was… Er was altijd wel een nieuwe reden om er nog net dat tikkeltje bovenop te doen. Terwijl ik de echtgenoot en de dochters wel aanspoorde om op tijd en stond rust te nemen. Om eens met een boekje in de zetel te gaan zitten. Om een middagdutje te doen. Maar intussen bracht ik mijn eigen goede raad te weinig zelf in de praktijk. Tot de echtgenoot en de dochters me een spiegel voorhielden. Tot ze hun bezorgdheid uitten dat “mama zelf ook eens moest rusten, want dat het niet leuk is als mama moe is. Dan is ze zo snel kwaad…”

Laat ons zeggen dat het een leerproces blijft. Dat het makkelijker is om zelf rust in te bouwen als we dat hier allemaal samen doen. Dat ik me nog altijd schuldig voel als ik de manden strijk negeer om tussendoor een dutje te doen of ’s avonds veel te vroeg in slaap val. Ook al zegt de echtgenoot elke keer opnieuw “dat is een teken dat je het nodig had”.  Ik zou soms nog wat sneller mijn grenzen moeten bewaken, maar ik oefen en ik doe mijn best. Maar gisteren, in het zonnetje, heb ik héél even gewoon genoten. Van de warmte, van de zon, van het dutje, van het niksen. Van het feit dat ik het “moeten” héél even losliet.

Wedden dat ik nog een echte pro word binnenkort/ooit?

Feest op den Berg

Het was dit weekend feest op den Berg. Eén van de scholen in Heist-op-den-Berg, het Heilig-Hartcollege, is immers een nieuwe school aan het bouwen. De nieuwbouw is intussen zo goed als voltooid, tegen september zullen alle leerlingen een nieuwe school vinden in waar tot op heden enkel de benedenbouw zijn vestiging had. Dit betekent wel dat de locatie “op den Berg” niet langer zal gebruikt worden. Het schoolgebouw op den Berg is verkocht en zal tegen de grond gaan. De vrijgekomen plek zal bebouwd en bewoond worden.

20170514_195954[1]_miniEn dus hield de school een feestje: voor het laatst werden de gebouwen opengesteld en mocht iedereen die er zin in had nog eens afscheid komen nemen. En dat deed zo goed als heel Heist-op-den-Berg. Ook wij gingen nog een laatste keer naar de school waar de echtgenoot het derde en vierde jaar van zijn humaniora doorbracht en ooit zijn carrière als leerkracht begon. We gingen voor het laatst in de klassen kijken, genoten van de fototentoonstelling (met oude klasfoto’s) en ontmoetten oud-leerkrachten en ex-collega’s van de echtgenoot.

Ook mij deed het toch iets. Ik ben niet van de streek, ben de echtgenoot na onze ontmoeting naar zijn thuisbasis gevolgd en heb mijn lagere en middelbare school ver hier vandaan. Maar dit was wel de plek waar ik mijn stage deed. Waar ik 20 uur voor de klas heb gestaan. De berg oplopen bracht een heleboel herinneringen mee. De zenuwen de allereerste keer dat ik naar de ingang liep en mijn luisterstages zou aanvatten. De (kleine) klaslokalen onder het dak voor de kleinere klasjes (mijn 5 Handel) waar de lessen goed liepen. Het grote computerlokaal waar de verplichte computerles chaos werd, vooral omdat het een eeuwigheid duurde vooraleer alle computers waren opgestart en mijn timing al vanaf de eerste minuut volledig in de soep draaide.

Al bij al heb ik fijne herinneringen aan die periode, al liep het niet altijd even gesmeerd. Ik heb ontzettend veel geleerd uit mijn stage, ook al heb ik achteraf besloten om toch een andere weg in te slaan. Het blijft fijn om af en toe nog eens te mogen proeven van het schoolleven. Zo probeerde ik hier nog maar een paar weken geleden tijdens de lessenmarathon de leerlingen te boeien met een introductie Italiaans.

Het schoolgebouw was afgeleefd en dringend aan vernieuwing toe. Maar tegelijkertijd lijkt het zo nostalgisch hard op de scholen waar ik mijn lagere en middelbare schooltijd doorbracht. Ondanks de grote, hippe tv-schermen in sommige lokalen. Het aardrijkskundelokaal met zijn wereldbol, zijn grote, oude mappen, had het mijne kunnen zijn. Ondanks de lockers op de gang (wij deden het in onze tijd nog gewoon met kapstokken in de gang) ;-). Bovendien zal het de enige school blijven waar ik ooit voor een klas gestaan heb. En dus deed het mij ook wel iets, het afscheid van het college “op den Berg”. Maar het was vooral héél erg gezellig: zonnig weertje, fijne sfeer en aangenaam praatcafeetje. Al hebben we de fuif maar aan ons laten voorbijgaan: dat was meer iets voor de oud-leerlingen van de laatste paar jaar, niet voor de 25-jarige jubilarissen ;-).

Vijf op Vrijdag: de zonnige zomerversie

20170512_184516[1]Ja, we waren deze week rap content. De temperatuur kwam voor het eerst dit jaar in de buurt van de 20 graden, het zonnetje scheen en heel even hadden we een zomers gevoel, inclusief de warmteonweders die uiteraard net huis hielden op het moment dat ik naar het station liep om mijn trein te halen. En een paraplu beschermt uitstekend, behalve blijkbaar de onderste 10 centimeters van mijn broek en mijn voeten. Die waren op een kleine 10 minuten volledig uitgeregend.

Het leverde alvast inspiratie op voor een zonnige Vijf op Vrijdag (met dank aan Boston, baby!). Want wat zijn de eerste dingen die ik doe als de zon (eindelijk) schijnt?

  1. Blote benen. Als de zon schijnt, dan haal ik de jurkjes en de rokjes boven. Dan mogen de blote benen na de lange donkere winterperiode eindelijk ook terug ademen. Dat er een hele voorbereiding aan voorafgaat om je benen summerproof te krijgen, is wel een ferm nadeel van het zomers zonnetje. En dat die benen nog melkwit zien na de lange, koude winter, daar moet je je ook overheen zetten. Maar kijk, als je ze blijft verstoppen in jeansbroeken, gaan ze nooit kleur krijgen.
  2. Nagels lakken. Zon betekent sandalen en dus tenen bloot. En dus moeten/worden de nagels gelakt. In een zonnig kleurtje uiteraard. En dan kan je in één beweging best ook je vingernagels een matching kleurtje geven. Liefst een héél vrolijk kleurtje. Nu moet ik wel eerlijk bekennen dat ik nagels lakken vooral veel gedoe vind en er niet bepaald handig in ben. Het kost me dus veel tijd, het is veel gepruts en binnen de paar dagen begint dat dan ook nog eens terug af te bladeren. De rest van de zomer denken we dan vooral “much ado about nothing” en laten we het meestal zo. Behalve tijdens het verlof. Dan hebben we toch niks beters te doen.
  3. Aardbeien eten. De eerste warme zonnestralen van het jaar zetten me altijd aan tot gezond eten: veel fruit en slaatjes. Bovendien valt die eerste zomerperiode meestal ook samen met de aardbeienoogst. Er is niks smaakvollers dan échte, verse aardbeien uit de tuin van mijn ouders. Als kind maakten we een soepje, met veel suiker. Nu mengen we de aardbeitjes ’s morgens met het normale fruitslaatje (banaan, blauwe besjes, kiwi) en proberen we onszelf tussendoor te bedwingen om niet het hele bakje leeg te eten. Met het einde van het aardbeienseizoen zit de gezonde dwang er vaak ook weer op: de zomer is immers ook de periode van cocktails, witte wijn en ijsjes ;-).
  4. De veranda openzetten. Onze veranda is de meest populaire plek van het huis, om te werken en te eten. In de winterperiode, als het ’s morgens nog donker en koud is, ontbijten we echter vaak in de keuken. Maar de dagen worden stilaan langer en in een lenteweekend durven we de veranda al inpalmen om lang te ontbijten. Of te brunchen. Of het ene naadloos in het andere te laten overgaan. Maar het moment dat het net warm genoeg is om de veranda voor het eerst open te zetten, al is het op een klein kiertje, is het fijnste moment van het jaar. Het gras kunnen ruiken, de warmte kunnen voelen en een klein beetje verkoeling door de wind. Zalig!
  5. Een boek lezen in de ligzetel. We hebben er maar twee, dus het is altijd even vechten. Maar de eerste keer dat het zonnetje warm genoeg is om de ligzetel uit te halen, een boekje erbij te nemen en een paar uurtjes te stelen in de zon, is altijd de fijnste. Vaak ook omdat je voor één keer de boel de boel laat, maar gewoon geniet van het zonnetje, van de warmte op je huid, van het zalige niksen. Zelfs het boek is op dat moment eigenlijk bijkomstig, maar je moet toch doen alsof je nog iets nuttigs aan het doen bent, niet?

Onze eerste keer in 2017 hebben we net achter de rug, maar van een tweede keer kan ik gerust ook nog genieten, hoor. En naar ’t schijnt wordt het de komende dagen ook nog mooi zomerweer. Mijn ligzetel is alvast al gereserveerd ;-).

Waar ik rustig van word…

Vijf op vrijdag, naar een ideetje van Boston, baby! Eerder hadden we het al over de (nutteloze) dingen waar ik goed in ben, mijn kleinere gebreken en mijn favoriete steden. Na een drukke werkweek ben ik toe aan een beetje rust. Laat ons het eens hebben over de dingen waar ik rustig van word. (De echtgenoot maakt hierbij de kanttekening dat ik er “rustigER” van word. Die zentoestand uit het boeddhisme is volgens mij immers een even grote mythe als Sinterklaas of de paashaas. Als je jong bent, geloof je er even in, maar al snel weet je dat ze je gewoon blaaskes hebben wijsgemaakt. Want hoe hard je ook je best doet, je komt zelfs nooit in de buurt van dat zen-ding.)

  1. Voetbal op tv. Ik kan wekenlang veel te weinig slapen tot ik er op den duur zelf ambetant van word, maar zet voetbal op en ik ben binnen de tien minuten vertrokken. Diep. Toen ik lang geleden een boontje had voor Lierse, was het zelfs zo erg dat ik hun wedstrijdverslag nooit haalde. Lierse, één van de kleintjes, werd meestal pas in de tweede helft van Stadion, na de reclame, geprogrammeerd. Ik wou die match dan écht zien, deed alle moeite van de wereld, zag vaak de sportjournalist na het reclameblok terug in beeld verschijnen… en viel dan prompt in slaap. Tot mijn frustratie. Gelukkig werd het programma toen nog op zondagmiddag herhaald. Enige uitzondering: de Rode Duivels. Dan leef ik te hard mee en ben ik zo zenuwachtig dat ik niet aan slapen toekom.
  2. Boeken lezen. Ik lees graag en veel en kan echt opgaan in een boek. Zo erg zelfs “dat er een bom naast jou mag ontploffen en je zou het nog niet horen” (dixit mijn moeder). Maar als ik ’s avonds laat in de zetel ga liggen met een boek en een dekentje, dan haal ik het einde van de bladzijde vaak niet. Dan lees ik drie zinnen, realiseer me dat ik niet begrepen heb wat er staat, probeer het nog eens en geef het dan maar op.
  3. De ochtendstond/voormiddag. Ik ben écht héél erg rustig in de voormiddag. Ik zeg dan niet geweldig veel en ik heb wat tijd nodig om wakker te worden. OK, we moeten eerlijk zijn: “wat tijd” duurt meestal tot ’s middags en dat ik rustig ben ’s morgens is gewoon een manier om mijn ochtendhumeur te verstoppen. Wat meestal niet erg goed lukt, maar na een kopje koffie en een krant ben ik in 90% van de gevallen opnieuw aanspreekbaar.
  4. In bed kruipen. Ik kan er zo van genieten om in ons bed te gaan liggen. Vooral als ik een paar uur eerder de lakens heb gewisseld. Het allereerste moment dat je in je bed kruipt, de lakens tot over je oren trekt en je even wroet om je goed te leggen, er is niks beter dan dat. Even uitrekken, een beetje draaien en keren tot je het juiste plekje en de juiste houding gevonden hebt en een zucht van gelukzaligheid slaken. Of na je vakantie voor het eerst terug in je eigen bed mogen slapen. Zalig!
  5. Dansen. Een goede fuif met af en toe een slowke en vooral veel rock en grunge uit de jaren ’90, maakt in mijn lijf endorfines vrij. Als je danst, voelt je lichaam zo ongelooflijk ontspannen aan. Dat je dan ook weer een heleboel lichaamsdelen en spieren ontdekt die je blijkbaar op andere momenten nooit gebruikt, neem je er dan maar bij ;-). Het geeft je een levendig en tegelijkertijd een aangenaam uitgeteld gevoel. Alleen jammer dat onze uitgaansdagen toch al een tijdje achter ons liggen. Bovendien rollen de kinderen nogal met hun ogen als wij het aandurven om hier thuis eens uit de bol te gaan. “Mamaaa, gênant! Noemden jullie DAT in jullie tijd dansen? Toch wel raar, zè.” Laat ons fietsen dan maar een goed alternatief noemen. Ook dat pept je op en telt je uit. Zonder commentaar van onze dochters…

Ik denk niet dat ik het nog lang volhoud: een drukke week zorgt ook voor een uitgetelde, trage vrijdagavond. Net als het blogonderwerp… Al was dat buiten de oudste gerekend: zij gaat uit. Kan er iemand die tieners eens laten weten dat hun ritme niet altijd compatibel is met dat van hun ouders? En dus hebben we op vrijdagavond dan maar de wekker gezet. Want mijn licht gaat gegarandeerd binnen het uur uit.

sleep

(www.someecards.com)

Falende smartphone – the sequel

Een tijdje geleden schreef ik al een eerste keer over mijn gsm-problemen. Ik leverde mijn toestel in en kreeg het een week later al terug, maar al meteen bleek dat de problemen (uiteraard) niet waren opgelost. Al dezelfde week bleek het toestel weer te haperen. Als ik mijn flap open, dan wordt het toestel niet altijd meteen terug helder. Soms blijft het scherm donker en moet ik de telefoon aan- en uitzetten vooraleer ik ‘m terug kan gebruiken. Op sommige momenten wordt het nog een graadje erger: dan is het toestel gewoon zwart en doet het absoluut niks meer. Ook beide knoppen tegelijk indrukken (om je gsm te dwingen te herstarten), werkt dan niet. Dan is er geen andere optie dan de telefoon uit zijn bescherming halen, de batterij eruit te halen, er opnieuw in te steken en je toestel opnieuw aan te zetten.

Sinds mijn Mini 5 terug is uit herstelling, heb ik niet meer gemerkt dat ik sms’jes of oproepen mis of met véél vertraging ontvang. Maar het toestel blokkeert intussen wel meerdere keren per week, zodat ik het sowieso telkens moet heropstarten. Handig is het niet, maar de Italiëreis van de echtgenoot kwam eraan, en dus wou ik per sé bereikbaar blijven (ook via Whatsapp) en dat lukte écht niet met onze Mini 2, het oude toestel van de dochters. En dus foefelden we maar voort.

Leuk kan je het echter niet noemen. Zo hadden we vorige maandag afgesproken in Planckendael en stuur ik nog een berichtje als we vertrekken. In de auto controleer ik snel of er al antwoord is. Daarna steek ik mijn smartphone in mijn handtas en plaats ik de handtas voor mij in de auto. We komen aan in het park, ik wil terug een berichtje sturen dat we er zijn, maar het toestel was uitgevallen. In de 20 minuten dat het in mijn handtas zat in de auto blijkt het dus weer “zwart” geworden, kon ik de gsm weer uit zijn hoesje halen, de batterij verwijderen en het toestel terug opstarten.

IMG_8012_miniHet is niet omdat ik weet hoe ik dit moet oplossen, dat het dan maar ok moet zijn. Mijn Mini 5 is nog maar anderhalf jaar oud en valt dus nog steeds onder garantie. Dat het al een “oud model” was toen ik ‘m kocht (november 2015) zei de verkoper toen ik hierover mijn beklag deed. (Er was toen nog géén Mini 6, voor zover ik me goed herinner). En dus deed ik ‘m vorige week voor de tweede keer binnen. En kan ik me alweer behelpen met de oude Mini 2 van de dochters. Allicht krijg ik ‘m volgende week opnieuw gereset terug en kunnen we dit hele spelletje opnieuw beginnen.

Het erge is dat ik dit toestel onderhouden heb zoals het moet: het is nog nooit gevallen, ik heb er nog geen stoten mee uitgehaald. Nadat ik jaren een gsm van het werk had, had ik voor dit toestel zelf – in mijn ogen – serieus wat geld neergelegd en ik was er dus echt wel heel zuinig op. Ik vraag me af hoe vaak ik dit toestel nog opnieuw moet binnen brengen vooraleer men zal erkennen dat het om een systeem- of fabricagefout gaat (wat de verkoper zich liet ontglippen toen ik bij de aankoop van een gsm-toestel voor de jongste mijn beklag deed over mijn smartphone) en mij een werkend alternatief bezorgt?

Want ja, ik ben nog van de oude stempel: ik ben niet het type dat jaarlijks “het nieuwste van het nieuwste” type smartphone koopt om erbij te horen. Ik hoef al die blingbling niet. Ik wil gewoon bereikbaar zijn voor mijn geliefden, en als het enigszins kan ook nog mijn social media kunnen volgen op mijn smartphone. Anders had ik het gerust bij mijn Nokia 3310 kunnen houden. Die telefoon is intussen een dikke 15 jaar oud, maar belt en sms’t nog steeds zonder problemen. Dat noemt men dan vooruitgang zeker ;-)?