Tips voor zij die shoppen haten, maar geen kleren meer hebben…

Het zal u misschien verbazen, maar eigenlijk shop ik niet graag. Ik heb in de loop der jaren dus serieus wat trucjes opgebouwd om zo snel mogelijk zoveel mogelijk dingen tegelijk te kopen. Met uiteraard liefst zo min mogelijk risico op miskopen. En natuurlijk maak ik – als het dan toch echt nodig is – het shoppen zo aangenaam mogelijk.

  1. Zorg voor gezelschap. Minstens twee keer per jaar doen wij een shop-uitje. Een keer voor het winterseizoen, één keer voor het zomerseizoen. Het is een wederkerend uitje met een goede vriendin. Intussen zijn ook onze dochters (4 in totaal) meestal van de partij. We proberen dan zoveel mogelijk aankopen in één keer te doen: dat bespaart tijd en veel frustraties. En vind je niks, dan heb je toch een gezellige dag en leuke babbels gehad.
  2. Weet wat je staat. Het klinkt ongelooflijk onnozel, maar weten met wat je staat en welke kledingstukken of kledingstijl je absoluut niet flatteren, bespaart je tijd en geld. (En miskopen uiteraard.)
  3. Kies je winkels met zorg. Ik shop enkel de merken online die ik ken en waarbij ik mijn maten ken. Vaak geef ik trouwens nog de voorkeur aan shoppen in echte winkels. Ik heb zo mijn vaste adresjes. Het voordeel daarvan is dat ze jou kennen: je smaak en voorkeuren. Ik vind het trouwens ook fijn als je geholpen wordt door winkeldames die hun stiel kennen. Zij zorgen vaak voor een totaal-look. Als je een jurkje aanhebt, zorgen zij voor een vestje erbij, een juweel of een sjaal. Vaak zorgt dat voor verrassende combinaties.
  4. Neem een “afwijkende” en vooral eerlijke mening mee. Ik shop héél graag met de dochters. Als zij het goedkeuren, is het OK. Als zij hun bedenkingen hebben, dan wordt het zo goed als nooit aangekocht. “Sorry hoor mama, maar ik vond dat écht nog te oud voor jou.” “Dat was echt niks voor jou hoor, mama.”
  5. Steel met je ogen. Durf iemand wiens kledingstijl je bewondert, vragen waar zij shopt. Ook al gaat het om een collega die een pak jonger is dan jij. Het kan je ogen openen voor nieuwe mogelijkheden, voor nieuwe merken.
  6. Als je echt een hekel hebt aan shoppen, shop dan meteen bij opening of vlak voor de sluiting van de winkel. Dan is de kans dat je rustig kan shoppen een pak groter. Niks zo hatelijk als shoppen onder tijdsdruk. Of aanschuiven voor een paskamertje. Of moeten zoeken in een rommelhoop…
  7. Als je twijfelt, koop het niet. Tenzij je op citytrip in Amsterdam bent en je nog weken later tegen de echtgenoot loopt te zeuren over die éne prachtige pull die in België nergens te krijgen is (en ik spreek uit de periode voor het online shoppen). Als ik nu over iets twijfel en het achterlaat in de winkel, krijgt de echtgenoot nog steeds de kriebels van de herinneringen aan toen. Maar als je twijfelt, dan ga je het allicht niet dragen.
  8. Ben je instant verliefd, koop het dan. Dat overkomt mij vooral met schoenen. En ja, ik kan dus echt nog weken zitten mijmeren over dat ene paar dat ik toen heb laten staan. Als ze goed zitten en je vindt ze prachtig, koop ze dan.
  9. Zit iets écht goed, koop dan verschillende varianten van hetzelfde thema. Eenzelfde jeans in verschillende kleuren, eenzelfde bloesje in verschillende motieven,… Ik heb al jaren (min of meer) dezelfde handtas, in verschillende kleuren en de ene keer net iets groter dan de andere keer. Ik heb nu eindelijk een jeans gevonden die perfect past, dus haal ik elk seizoen een nieuwe variant.
  10. Vul je garderobe aan. Zorg dat je je nieuwe item met verschillende spullen uit je garderobe kan combineren. Een nieuw bloesje past best bij verschillende broeken/rokken. Een vestje kies je uiteraard niet enkel in combinatie met één rokje, maar probeer het qua kleur af te stemmen op de rest van de garderobe. Op die manier kan één nieuw item je hele garderobe meer schwung geven.
  11. Ga eens voor een opvallend accessoire, of neem eens een opvallende kleur. Kies voor glitterschoenen ;-). Durf af en toe eens uit de band te springen.

Terwijl u dit leest, breng ik al mijn goede voornemens in de praktijk. Wij zitten namelijk op ons jaarlijks shoppinguitje. Met een goede vriendin en de dochters als objectieve en eerlijke commentatoren. Of het resultaat opleverde, laat ik u later nog wel weten ;-).

Duurzame smartphone?

De laatste tijd merk ik hoe langer hoe vaker dat mijn smartphone mij wel eens in de steek durft laten. Niet in het “smart”-gedeelte, maar vooral in het “phone”-gedeelte. Ik merk dat ik telefoontjes mis zonder dat er een gemiste oproep te zien is. Of ik krijg een mailtje van een vriendin waarin ze me vraagt of alles wel in orde is, aangezien ik niet antwoord op sms’jes van een aantal dagen eerder, die ik dus nooit gehad blijk te hebben. Of ik probeer een collega te sms’en dat ik al op de plek van afspraak ben, maar in plaats van te verzenden, krijg ik een zot draaiend wieltje te zien.

Intussen weet ik al dat ik mijn smartphone dan gewoon even aan en af moet zetten. Meestal komt er dan ineens een lading sms’jes binnen en zie ik toch een paar gemiste oproepen – vaak zelfs van dagen eerder – opduiken. Echt handig is dat niet, maar laat ons zeggen dat ik van de nonchalante soort ben en dat ik het eigenlijk niet zo erg vind om af en toe eens onbereikbaar te zijn. Bovendien kan je mij altijd nog bellen of sms’en via de echtgenoot of de kinderen.

Maar de laatste weken begon het toch wel érg vaak voor te vallen. En miste ik al eens een berichtje waar ik op zat te wachten. Bovendien kan ik niet overschakelen van wifi naar 4G en ook dat is soms lastig. Zeker omdat ik de afgelopen weken een paar keer een professionele afspraak had in een stad die ik niet kende en dan kan het handig zijn als je snel even iets kan opzoeken. En als je vaak met het openbaar vervoer reist, weet je bij vertraging soms sneller wat er aan de hand is als je de website van de NMBS raadpleegt dan als je moet wachten op een mededeling in het station…

We trokken dus met mijn Samsung S5 mini naar de winkel waar ik hem pas anderhalf jaar geleden kocht. Mogelijk ligt het aan mijn sim-kaart. Dat was immers (ook) nog een prehistorisch geval, dat zelfs al een keer geknipt was (wegens te groot voor de nieuwe generaties smartphones). Maar de Proximus-vertegenwoordiger gaf zelf al aan dat hij daar niet echt in geloofde. Blijkbaar zijn mijn problemen een vaak voorkomend symptoom van mijn type en verkopen ze de toestellen daarom intussen ook niet meer. Toen ik vroeg wat ik dan geacht werd te doen, werd mij meegedeeld dat ik ‘m kan laten opsturen. Ik ben ‘m dan allicht wel kwijt voor 3 tot 6 weken. Bovendien was het toestel bij andere klanten tot 4 keer naar de hersteldienst verzonden zonder oplossing vooraleer ze uiteindelijk toch een nieuw toestel konden krijgen.

Vanmorgen hoorde ik op het nieuws dat er te veel elektronisch afval is in ons land en dat er veel te weinig gerecycleerd wordt. Ik moest eens goed lachen. Wij hebben hier inderdaad ook nog een Nokia 3310 liggen als reservetoestel. Dat ding is intussen minstens 12 jaar oud en dat belt en sms’t nog altijd. Maar mijn hippe, amper één jaar oude, Samsung S5 mini blijkt het al op te geven en dan word ik als klant van het kastje naar de muur gestuurd, kan ik de komende 6 maanden mijn gsm voltijds stallen bij een hersteldienst om daarna – heel misschien – uiteindelijk toch een nieuw toestel te krijgen. Terwijl ik ditmaal écht wel zorg gedragen heb voor dat ding en het NIET heb laten vallen.

Het grappige is dat ze ons in de winkel elke keer opnieuw meelijwekkend aankijken: “met wat voor voorbijgestreefd ding kom je hier nu weer af”. Ik zag de verkoper denken “koop toch gewoon een nieuw toestel”. “Dat opsturen naar de hersteldienst, begin er niet aan, dat is een zwart gat: het komt nooit terug zoals het was.” Awel, dat geloof ik ook, maar mijn toestel is nog onder garantie. Ik wil gewoon een werkende telefoon. Toen ik dan nog hoorde dat de gemiddelde levensduur van een smartphone 2 jaar is (TWEE jaar) viel ik helemaal achterover. Ik heb mijn toestel (in mijn ogen) nog maar net gekocht en het is al ten dode opgeschreven.

Ten tweede vertik ik het om 800 of 1.000 euro uit te geven voor een iPhone, die dan misschien wel beter/langer werkt, maar ook weer voorbijgestreefd is binnen 2 jaar. Ja, noem mij maar ouderwets, maar 800 euro dat zijn 32.000 oude Belgische franken. Voor een ding waarmee je telefoneert… Sorry, maar weet je hoeveel kleren je daarmee koopt? Hoe vaak je daarmee op restaurant kan? Een kwestie van prioriteiten in je leven.

Misschien moet ik ineens gewoon voor die nieuwe Nokia 3310 gaan. Een prehistorisch geval voor een dinosaurus ;-).

technologie

(www.someecards.com)

Shoppen met tieners

shoppingMet drie dames in huis ziet de echtgenoot soms zijn peren. Want shoppen is écht niks voor hem, maar zijn drie vrouwen vinden het van tijd tot tijd (te vaak 😉 ) een absolute noodzaak. En sinds de jongste de kaap van de 12 gerond heeft, is ze van kamp gewisseld. Eigenlijk had onze kleinste altijd een hekel aan winkelen. Het stuk dat ze kleren mee naar huis nam, kon ze wel appreciëren, maar het gedeelte dat je daarvoor (véél te lang) moet rondlopen in een stad of een winkelcentrum en dan nog eens eindeloos kleren moet passen, was er voor haar echt wel te veel aan.

Maar de oudste zit intussen al een tijdje in een definitieve kledingmaat: ze shopt ook met de mama mee in “haar” winkels en dus valt er voor de jongste bij de kastenwissel niet veel meer te rapen uit de kleerkast van de oudste. De jongste vond het altijd een geweldig moment als ze bij de wisseling der seizoenen ineens een hele hoop (vooral jurkjes) van de oudste erfde. Soms had ze stiekem al zitten aftellen naar het moment dat dat éne prachtige kleedje van haar zus in haar kast zou belanden en vaak betekende dat voor haar ook “een shoptrip minder. Oef”.

Maar het was wel even schrikken toen de kleinste bij de laatste kastwissel ineens zo goed als géén kleren meer overhield en ook niets kon overnemen uit de kast van haar zus. Er moest dus wel geshopt worden en dat was geen onverdeeld positieve ervaring. Onze jongste zit namelijk (eventjes) in de moeilijke leeftijd tussen kind en vrouw in. Te groot voor de kinderkledij, maar nog niet groot genoeg voor de dameswinkels. Maar in de kinderwinkels vindt ze absoluut haar gading niet meer wegens “te kinderachtig”.

Zij wil nu gewoon skinny jeans dragen met een leuk t-shirt en/of sweater. Onze jongste was altijd nogal girly en ze wil maar al te graag nog verder jurken dragen, maar mag het alstublieft ook een beetje stoer zijn? Als we in de kinder- en jeugdwinkels shoppen, dan zijn de jeans net niet skinny genoeg en dan staan op de meeste t-shirts of sweaters tekeningen. En de prinsessenjurken in de allervrolijkste kleurtjes is mijn kleinste ontgroeid. We zagen dit eerder al bij de oudste: een jaar lang is het even zoeken naar een eigen stijl en naar een winkel waar ze haar gading kan vinden. En die zijn er véél te weinig, en bovendien zijn ze vaak nogal prijzig, wat zonde is voor kledij die je niet meer dan één seizoen zal dragen.

Dat leidt wel eens tot frustraties bij onze jongste. Want net op het moment dat ze de overgang aan het maken is van meisje naar vrouw en net op het moment dat haar lijf haar hoofd misschien net niet helemaal volgt, vindt ze niet (altijd) de kledij om haar groeiende persoonlijkheid en haar groeiend zelfbewustzijn uit te drukken. En dan mag je als mama wel troosten met de woorden dat het “maar een fase is, dat het volgend jaar écht wel beter zal zijn”, daar heeft ons meisje op dit moment niet veel aan. En dus plannen we binnenkort een écht shoppinguitje, zodat we de juiste winkels kunnen bezoeken en zodat de oudste haar jongere zus de weg kan wijzen.

Tips over leuke, betaalbare winkels voor stoere tienermeiden met een peperkoeken hartje zijn trouwens altijd welkom in de comments. Onze jongste zal u dankbaar zijn (en de mama ook) ;-).

De Imelda Marcos uit Heist

Misschien is het nog niet zo héél erg. Duizend paar schoenen heb ik (nog) niet. Verre van zelfs. Eerlijk gezegd heeft de echtgenoot meer schoenen dan ik. Maar héél soms word ik halsoverkop verliefd. Op een paar schoenen. Die ik gewoon fantastisch mooi vind. Met hoge hakken uiteraard. En ja, dit weekend was het weer zo ver.

Bij de zomerwissel kwam ik immers tot de constatatie dat ik geen hoge sandalen meer heb. Ik heb een paar platte sandalen, ik heb een paar baskets, ik heb 2 paar pumps en een paar zomerschoenen met een bandje voor de zomer. Maar hoge sandalen had ik niet meer. Die heb ik allemaal kapot gelopen in de heuvels van Toscane. Ja, want ik ben het type dat platte sandalen koopt in Italië en die dan wil sparen en dus maar op hieltjes de heuvels op en af wandelt. Tot die prachtige schoenen helemaal onder het stof zitten. En dat stof krijg je er achteraf nooit meer uit.

Over mijn pumps kan ik kort zijn: het zijn fantastisch mooie schoenen en ik sta er fantastisch mee/op. Maar “staan” is ook letterlijk het enige wat ik ermee kan doen. Ik begrijp niet hoe andere vrouwen gemakkelijk op pumps kunnen lopen. Bij mij schieten mijn voeten constant uit die schoenen, met regelmatig valpartijen tot gevolg. Met bijhorende gênante situaties. Om één of andere reden overkomt me dat nooit als ik alleen thuis ben. Ga ik nooit op mijn gezicht in mijn eentje, maar liefst in het midden van een drukke winkelstraat in Leuven, op shoppingtrip met de oudste en haar vriendin. Of kwakkel ik door de hak op weg om de jongste op te pikken op school. En geloof mij, ik ben NIET het type dat elegant tegen de grond gaat. Of een klein beetje valt.

En aangezien ik momenteel met het openbaar vervoer ga werken, en volgens de stappenteller een 3000-tal stappen afleg vanaf het station naar het werk of naar de auto, zijn de pumps geen werkschoenen. Tenzij ik eens met de auto ga werken natuurlijk. Het stukje van de auto naar het bureau of de voordeur is nog net haalbaar op pumps.

De baskets en ik, we zijn nog aan het uitzoeken of het echt iets kan worden tussen ons. De start vorig jaar was veelbelovend, maar toen het voor echt was (op vakantie), viel het toch héél hard tegen. In mijn geval wil dat dan zeggen dat ik na amper één dagje baskets met twee dikke blaren zat op mijn voetzolen. Sindsdien staan de All Stars dan maar stof te vergaren in de kast. Vooral omdat ik met mijn platte sandalen een fantastisch alternatief gevonden had: schone, zalig zittende sandalen waar ik ook perfect mee uit de voeten kon. Geen blaren, niks. En nog deftig ook. En ja, de dochters combineren hier lustig de schoonste zomerkleedjes met hun makkelijke sneakers, maar dat gaat voor mij toch net te ver. Daar ben ik te ijdel/oud voor geworden.

Maar de platte zomersandalen voelen ergens ook wel vreemd aan. Als ik ze draag, loop ik anders en voel ik me anders. Ik ben het niet gewend om “plat” te lopen. Ik draag altijd hakken. Bovendien ben ik met de platte sandalen kleiner dan de oudste. En dat weten we wel, maar we zijn nog in denial ;-).

IMG_6382Wanneer ik met de echtgenoot op stap ga, wil ik me supervrouwelijk voelen en voor mij horen daar hakken bij. En een jurkje of een rokje. En dus had ik écht nog een paar hoge sandalen nodig. En ze zitten gemakkelijk, ik kan er goed op lopen (uitzonderlijk goed zelfs volgens de winkeldame, maar ik heb intussen dan ook al meer dan 24 jaar ervaring) en ik vind ze fantastisch schoon.

Ik denk eerlijk gezegd wel niet dat ik er de Toscaanse heuvels mee kan beklimmen. En zelfs van de trein naar de auto of het kantoor wordt allicht ook onrealistisch. Bovendien durf ik te wedden dat ik waarschijnlijk alle losliggende stenen of putjes of oneffenheden in het trottoir vind als we met zijn tweetjes nog eens een stapje in de wereld zetten. En dat ik van geluk zal mogen spreken dat hij me dan meestal stevig vast heeft en me op die manier minstens één keer per date behoedt voor een zware tuimeling.

Ik had ook voor een praktische optie kunnen gaan. Ik had ook eens een hakje van een paar centimeter kunnen kiezen. Maar dat doe ik wel als ik oud en versleten ben. Alhoewel. Ik denk dat zelfs een rollator nog beter staat op hakken ;-). Hopeloos en onverbeterlijk als het op schoenen aankomt. Zucht.

Een rode jas

In een stad werken heeft zo zijn voordelen. Dan kan je onder de middag snel wat boodschappen doen en dan stomweg de jas van je dromen tegen het lijf lopen. Dat overkwam me woensdag toen ik tijdens mijn middagpauze snel wat verzorgingsproducten dacht te kopen en terugkeerde met een schone rode mantel.

Ik was al een paar jaar op zoek naar een deftige mantel. Zonder succes. Telkens opnieuw tijdens het winterseizoen de winkels aflopen op zoek naar een tijdloos stuk. Min of meer neutraal, mooi afgewerkt en liefst nog schappelijk van prijs ook. En dat bleek de voorbije jaren telkens te veel gevraagd. Maar maak je geen zorgen: ik heb nog een knalrode sportieve wintervest, die ik gerust ook boven een rokje of jurkje durf te dragen. Zelfs in hevige kleuren… Ik geloof zelfs dat ze daar de hippe term colorblocking op geplakt hadden ;-). En daarnaast had ik ook nog een zwart manteltje van Esprit, maar dat had echt zijn beste tijd gehad. Dat was echt wel versleten aan de randen, maar aangezien ik geen alternatief vond, heb ik een paar jaar mijn ogen gesloten voor het verval.

Dat was overigens niet de eerste keer. Lang geleden ging ik vlak na mijn afstuderen nog een laatste keer shoppen met mijn moeder. Zij wou toen “een deftige mantel” voor mij kopen. Ik was afgestudeerd en dus meende zij dat ik er niet als een student kon blijven bijlopen. Dat ik in mijn studentenjaren een zwarte (volgens haar “rouw”)mantel van mijn oma prefereerde, kon er bij haar niet in. Dat was gedateerd, dat was oud, dat deed je niet. Achteraf gezien deed ik toen al van “vintage”, maar daar was mijn moeder het toen absoluut niet mee eens. “Geen stijl, niet deftig, en zo kon ik ABSOLUUT niet gaan werken.”

Enfin, het was die dag een vruchteloze strooptocht. Want als ik iets in mijn hoofd heb, dan kan ik daar koppig in zijn. Ook toen al kocht ik liever niks dan iets waar ik niet 100% achterstond (en dat ik dus zo min mogelijk zou dragen). Tiens, van wie zou de oudste dat trekje toch geërfd hebben? Tot mijn toen redelijk wanhopige moeder mij een winkel binnensleurde waar ze zelfs mantels op maat maakten. “Als je het hier niet vindt, dan zal je nergens je smaak vinden.”

Eerlijk, ik vond het van buiten gezien maar een ouderwetse winkel. Voor oude madammen, dacht ik toen en veel goesting om er binnen te gaan, had ik niet. Laat staan dat ik van plan was om er met een mantel terug buiten te stappen. Maar ik vond er wel een winterjas naar mijn zin. Een zwarte A-lijn, lang genoeg, met ingebouwde sjaal. Dol was ik op die mantel. Jarenlang was ik stiekem blij als de winter weer in aantocht was en ik mijn lievelingsjas weer mocht bovenhalen. Ik droeg er ook zorg voor: na elk seizoen bracht ik mijn mantel trouw naar de stomerij om hem zo lang mogelijk mooi te houden.

Het was een ruimvallende mantel. Ruim genoeg om een zwangere buik lekker warm te houden. En dus droeg ik de mantel nog altijd toen ik zwanger was van onze jongste, 10, 12 jaar later. Maar toen had de mantel écht zijn beste tijd gehad. Hij was écht versleten en na die winter heb ik ‘m met spijt in het hart in de kledingcontainer gedropt. Jammer genoeg bleek “de oude madammenwinkel van toen” intussen gestopt. Ik had toen liefst gewoon terug dezelfde mantel gekocht ;-)! De jaren erna was het behelpen. En dan maar iets nemen dat het meest in de buurt kwam van het ideaalbeeld, maar het toch net nooit was.

De laatste 3 jaar heb ik veel rondgekeken en gezocht, maar nooit gevonden. En dus lieten we het maar zo. Ik had nog een mantel en na alweer een vruchteloze zoektocht vond ik dat die uiteindelijk nog nét door de beugel kon. Tot woensdag dus. Snel even langs de Inno om wat verzorgingsspulletjes te halen. Toch even op de vrouwenafdeling passeren: ik heb ook nog minstens één dikke winterpull nodig, maar ook daar weet ik perfect wat ik wil. Alleen jammer dat die modeontwerpers daar nooit rekening mee houden ;-).

rode jasOp weg naar beneden vanuit je ooghoek één rood manteltje spotten. Toch maar even gaan kijken en het toevallig in jouw maat vinden. En eigenlijk onmiddellijk voelen dat dit het is. Het passen en gewoon weten dat het perfect is. Geen moment twijfelen en het mee naar huis nemen. Thuis keifier je aanwinst showen. De dochters en de echtgenoot die (gelukkig) ook enthousiast reageren. Of het wel warm is? En of het wel praktisch is? Bwah, is dat echt belangrijk ;-)?

De jas daarna voorzichtig weghangen, want we sparen ze nog voor de feesten… want zeg nu zelf, als dat zwarte manteltje vandaag nog door de beugel kan, dan lukt dat ook nog wel tot Kerstmis zeker? Want nu we eindelijk de ideale mantel gevonden hebben, wil ik daar minstens 10 jaar van kunnen genieten ;-)!

Modetips van tienerdochters voor hun hopeloze moeder

Mijn lievelingsbloemenjurkIk zie graag mooie kleren en ik kleed me graag mooi. Het heeft wel een tijdje geduurd voor ik een onderscheid kon maken tussen wat ik mooi vond en wat me stond of flatteerde. De wijsheid kwam in de loop der jaren, na vele mislukte experimenten.

En ik leer nog altijd bij, vooral onder impuls van mijn 2 tienerdochters. Zij zorgen er mee voor dat de mama niet vastroest in een bepaalde kledingstijl, maar dat ze af en toe eens nieuwe dingen probeert, met wisselend succes weliswaar ;-).

  1. Een legging is géén broek. Daar was de oudste héél erg stellig in. Want “dan zie je alles, elk putje, elk kwabbetje”. Tot de mama vertelde dat haar favoriete outfit in haar studentenjaren een zwarte legging met witte bolletjes was, met daarover een oversized pull. Algemene hilariteit, ongeloof in de ogen van de dochters en je zag hen gewoon denken dat er nog veel werk aan de winkel was.
  2. Olifantenpijpen zijn afgrijselijk! Toen we zaterdag gingen shoppen, had ik een bootcut jeans aan. En “straight” kon je ze vanonder niet bepaald noemen. En dus liet de oudste zich langs haar neus weg ontvallen dat het tijd werd dat ik nog eens een skinny jeans kocht, want “degene die je nu aan hebt, is toch écht niet mooi meer hoor, mama, daar kan je echt niet meer mee gaan werken”. En zeggen dat ik ergens in de jaren ’90 nog échte olifantenpijpen droeg. Om van mijn kinderjaren ’70 nog maar te zwijgen.
  3. Streepjes zijn zo hard mode en ik had écht mijn zinnen gezet op een mooi gestreept truitje à la Parisienne. Tot ik het aanhad en de oudste droogjes opmerkte dat het me echt niet flatteerde. Ik denk dat haar exacte woorden waren: “het maakt je dikker, mama”.
  4. Oppassen met prints, vooral geen grote bollen! Het mag gewoon niet te opvallend zijn. Alhoewel ze wel dol zijn op mijn bloemenjurken. Zo erg zelfs dat de oudste op vakantie mijn jurk eruit pikt om naar feestjes te gaan. Ja, we delen voorlopig nog dezelfde maat, maar om één of andere reden ben ik niet degene die daarvan profiteert.
  5. Ook mijn kostuumvestjes zijn erg geliefd. Ik heb een zwart, ecru, geel, rood, hemelsblauw en donkerblauw. Ik draag dat graag: het maakt een nonchalante outfit meteen gekleder. Ik draag het zowel op jurkjes, rokjes als op een gewone jeans. En ook de oudste vindt mijn zwarte jasje het perfecte item om haar outfit af te maken. Tijdens de wintermaanden hangt het dan ook bijna standaard in haar kleerkast. Zo erg dat ik eraan denk om stiekem een tweede zwart te kopen dat ik dan voor mezelf kan bewaren.
  6. Crop tops zijn niks voor mama’s. Mama’s tonen geen blote buiken. Dat is gênant. Gelukkig heb ik al sinds het derde middelbaar absoluut geen ambitie meer in die richting.
  7. Hoe kort mag een rok zijn bij de mama? Tot net boven de knie vinden de dochters. In de winter zijn ze net iets minder streng, dan kan je immers veel verstoppen met dikke panty’s. Het was de jongste die de laatste keer in mama’s lievelingswinkel een jurkje uit de rekken nam met een toch wel opvallende seventiesprint. En wat korter dan normaal. De oudste trok al onmiddellijk een bedenkelijk gezicht (ik trouwens ook), maar toen ik het aanhad, was het absoluut liefde op het eerste gezicht.
  8. De jeansshort: Jani heeft ongelijk. Op vakantie, in een warm zonnig land, geven mijn dochters de voorkeur aan een korte short, zelfs voor hun bijna 42-jarige mama. Shorts met iets bredere pijpen tot net boven de knie zijn gewoon lelijk en de smalle varianten tot net boven of net onder de knie, worden nipt getolereerd. Als het dan toch echt moet. Spannende legging-achtige shortjes zijn een absolute no-go, in alle omstandigheden.

Het is intussen al zover gekomen dat als we samen gaan winkelen (met wat vriendinnen erbij, voor hen én voor mij) en we even opsplitsen, de oudste mij al verwittigt: “en niks kopen zonder dat ik het gezien heb hé mama, bel maar als je iets vindt, dan kom ik wel even kijken”. Zij is gelukkig wel begiftigd met feeling voor mode, voor kledij én voor accessoires en dus luister ik (meestal) wel naar haar goede moderaad. En dan heb ik voorlopig nog geluk dat de jongste nog net niet into shopping is…

En dan toch: platte sandalen!

Schoenen. Het blijft een moeilijke evenwichtsoefening (letterlijk én figuurlijk). Ik val nu eenmaal op hoog (het kan me niet hoog genoeg zijn), maar een mens moet eerlijk zijn: je kan er niet altijd even goed op stappen. En dus gingen we in de aanloop naar onze vakantie voor mijn allereerste paar sneakers. De wijsheid komt (een klein beetje) met de jaren. De sneakers werden getest én goed bevonden. Een poging om ook nog platte sandalen te verwerven, draaide op een sisser uit en eindigde met een paar prachtige (hoge) pumps.

De grote test van de sneakers werd onze Toscane-reis. Zaten verder nog in mijn reiskoffer: een paar hoge sandalen, een paar hoge gesloten schoenen en mijn slippers. Met volle moed trok ik voor ons stadsbezoek aan Milaan de nieuwe sneakers aan. Na 2 dagen Milaan (stad én wereldtentoonstelling) had ik 2 indrukwekkende blaren op de onderkant van mijn voeten. Ik heb helaas een brede voet en mijn prachtige sneakers snoeren het voorste gedeelte toch wel stevig in. Bovendien was het ontzettend heet en waren mijn voeten misschien ook nog een beetje gezwollen. Enfin, 2 dagen ver op reis en de enige platte schoenen bleken geen alternatief te zijn. Ongelooflijk trouwens hoeveel mensen er op je schoenen gaan staan (op de bus, op de tram, tijdens het door de stad lopen…) Al na de eerste dag stonden die prachtige witte sneakers vol grijze strepen. (ok, dat had ik een klein beetje zelf gezocht).

Tweede uitstap (Monteriggioni en Siena) dan toch maar op mijn (hoge) sandalen. Pijnlijke zaak met blaren net op het punt waar je voet steunt… Ik was echt opgelucht toen we in de auto zaten en ik de sandalen uit kon doen.

Derde uitstap naar Firenze, derde poging, ditmaal op mijn teenslippers. Geen last gehad van de blaren, maar dat dingetje tussen mijn tenen irriteerde ontzettend, zeker na een dag stappen. Alweer geen oplossing dus. Maar op weg naar de Ponte Vecchio kwamen we een winkel van Nero Giardini tegen. Een bekend merk en dus stapten we de winkel binnen. Eerst viel mijn oog uiteraard op een paar mooie hoge schoenen. Macht der gewoonte ;-).  Maar ze pasten niet. En dus toch maar eens een plat sandaaltje proberen. Het eerste paar was het niet: de 36 te klein, de 37 te groot. En na alle geknoei met de schoenen was ik écht niet van plan om nog eens een paar mooie schoenen te kopen waarop ik niet kon lopen. Maar het tweede paar paste wel. En ze stonden nog mooi ook.

Probleem opgelost? Een eerste – weliswaar kort – tripje naar Volterra verliep rimpelloos. Maar ook de tweede uitgebreidere test in San Gimignano gebeurde in volstrekte pijnloosheid. Hallelujah! De perfecte platte sandalen vind je dus in… Firenze. Het perfecte excuus voor een citytrip?

Nu ik het perfecte paar had, zou je denken dat ik geen ander paar meer zou dragen. Maar ik wou ze (nog even) mooi houden. En dus zag je me de Toscaanse heuvels beklimmen en afdalen op mijn hoge sandalen… Die waren immers al stoffig en dat wou ik mijn nieuwe sandalen nog niet aandoen. En ik spreek uit ervaring: omhoog op hakken is niet zo’n probleem, maar een afdaling durft al eens wat moeilijker te verlopen ;-).

IMG_5105Intussen ben ik overtuigd: het kan dus toch, een prachtige (platte) schoen waarop je ook effectief kan stappen ;-).

Missie platte sandalen…

Het zonnetje schijnt, de oudste heeft vrij na examens, de mama een dagje recup en in het Kempische Heist-op-den-Berg begint de braderij. Het ideale moment voor de zomerkoopjes 😉 En dus trokken wij al deze voormiddag met een lijstje vol “must haves” naar de Bergstraat.

boeken_miniOp mijn lijstje stonden boeken én platte sandalen. Het belooft volgende week immers een stralende week te worden: tijd dus om de ligzetels weer boven te halen én me met een boek in de tuin te installeren… Tja, en als we eenmaal beginnen lezen dan gaat het hier vooruit. Mijn lijstje is een combinatie van een paar aangeprezen toppers (La Superba, Augustus) en vooral de typische luchtige zomerromannetjes à la Santa Montefiore… Ik kan niet wachten om eraan te beginnen 😉

En dan de missie “platte sandalen”. Na de succesvolle test met de All Stars had ik vrij snel besloten om ook een paar platte sandalen aan mijn schoenencollectie toe te voegen. Kwestie van de stadsbezoeken op reis toch net iets aangenamer te laten verlopen. Om ook in de late namiddag nog deftig te kunnen stappen… En dus was ik vorige week al even op exploratie geweest. En ik had ze gevonden: het ideale paar platte sandalen. Alleen peinsde ik er uiteraard niet over om de sandalen meteen te kopen, één week voor de braderij, de start van de Heistse solden. Ik was niet van plan om nog de volle pot de betalen.

En dus begon ons bezoekje aan de braderij met een bezoekje aan de winkel van mijn sandalen. Die echter niet meer in het uitstalraam stonden en ook in de winkel zelf nergens meer te vinden waren. Er waren nog wel platte sandalen, maar als ik ergens mijn zinnen op gezet heb, dan neem ik geen genoegen met een troostprijs. Geen platte sandalen dus.

Op de terugweg naar huis stopten we nog even in de tweede schoenwinkel. En daar werd ik wel op slag verliefd op een paar schitterende schoenen. Mooie kleur (die nog niet in mijn kast stond) én gemakkelijk aan de voet. Met stevige korting. En dus voegden we nog een zakje toe aan onze buit. Klein detail: het zijn geen platte sandalen. Maar ach, dan doen we de stadsbezoekjes toch gewoon op onze All Stars?

pumps_miniGeef nu toe: zo’n mooie pumps, die kon ik toch niet laten staan 😉

Mijn allereerste… paar sneakers

Ik ben een hakkenmadame. Ik denk niet dat ik sinds mijn achttiende nog veel platte schoenen gedragen heb. Ja, ik heb sportschoenen (om te sporten) en thuis draag ik uiteraard pantoffels of slippers, maar als ik buiten kom, draag ik hakken. Of het nu is om te werken, om op stap te gaan, om te gaan shoppen, om een stad of museum te bezoeken, om naar een concert of festival te gaan… ik loop altijd op hakken.

Maar daar komt binnenkort verandering in. Deze week kocht ik mijn allereerste paar sneakers. Om eerlijk te zijn, mijn tweede paar ooit. Ergens in mijn middelbare schoolperiode heb ik ook nog een paar blauwe All Stars gehad. Hoge. En in Londen vorig jaar leende ik voor een dagje de sneakers van de oudste omdat ik zo’n grote blaar had op de onderkant van mijn voet dat ik niet meer op mijn hakken kon lopen. (Sommigen onder ons geloven immers dat je met een nieuw paar schoenen perfect op citytrip kan gaan!)

Vorig weekend moest ik werken. Het waren lange dagen, het was mooi weer, dus ik was vaak onderweg. Ik heb mijn kilometertjes wel afgelegd. Op hakken natuurlijk. Ik heb geen platte schoenen voor de zomer. Zaterdag was heel druk. Het was een opluchting toen mijn schoenen ’s avonds uit mochten. Het was ook warm geweest, mijn voeten waren ook wat gezwollen. Zondagmorgen waren ze nog een beetje beurs. De echtgenoot suggereerde om op sportschoenen te gaan werken. Dat vond ik erover, maar tegen zondagavond was ik echt wel opgelucht dat het erop zat en dat ik mijn voeten wat rust kon gunnen.

En toen had ik er genoeg van. Ik draag heel graag hoge schoenen, ik vind het ook mooier, maar er zijn nu eenmaal momenten dat het praktische mag doorwegen op mijn ijdelheid. Bovendien komt de zomer er weer aan. Binnenkort gaan we op reis, het zou wel handig zijn als ik ook eens platte schoenen zou kunnen meenemen. Dan zal een stadsbezoekje misschien een pak aangenamer verlopen (om van de wandelingen in de Toscaanse heuvels nog te zwijgen)…

baskets_miniEn dus ben ik maandagmorgen sneakers gaan bestellen. Witte. Tja. Ik zag de echtgenoot gewoon denken: “Eén tochtje in de Toscaanse heuvels en die prachtige witte sneakers zijn mooi gelig…” Maar dan gooi ik ze gewoon in de wasmachine.

En momenteel twijfel ik ook over een paar platte sandalen… Ja, de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Zelfs na 24 jaar hakken kan een mens nog het licht zien. Maar overdrijven gaan we nu ook niet doen. Mooie sandalen (op hakken uiteraard) staan ook nog op mijn lijstje voor de solden 😉

Een stukje Italië… in Leuven

italieLeuven. 5 jaar van mijn leven heb ik er doorgebracht. 5 bepalende jaren. Ik studeerde er, leerde er de liefde van mijn leven kennen en hield een aantal goede vrienden en vriendinnen over aan die periode. We hielden er levendige discussies, we gingen uit, we fuifden, we geloofden dat we de wereld zouden veranderen.

Wij keren er dan ook graag en vaak terug. (Behalve in de blokperiodes. Dan heb ik gegarandeerd weer een nachtmerrie over te veel bladzijden leerstof en te weinig tijd… De opluchting is telkens opnieuw ontzettend groot als ’s morgens blijkt dat ik die dag géén examen hoef af te leggen…)

Intussen zijn we al twintig jaar weg uit Leuven, maar we keren er regelmatig terug. Om te gaan shoppen, om iets te eten, om naar de film te gaan… Dat deden we zaterdag ook. We hadden iets te vieren en dus keerden we terug naar de oorsprong. Omdat je niet elk jaar 20 jaar bij elkaar bent, mocht het wel eens wat specialer. En dus gingen we – op aanrader van een collega-eetliefhebster – brunchen bij “Zoff” en dineren bij “La Stanza”. Twee keer Italië in Leuven, twee keer een ferme meevaller. Voor ons trouwens twee keer een première.

Maar het was de moeite! Brunchen in Zoff is Italiaans ontbijten in stijl. De echtgenoot had de Italiaanse versie van spek met eieren, ik koos voor de ontbijtplank van het huis met een selectie Italiaanse kazen en fijne vleeswaren, met een gemengd slaatje (ruccola, gedroogde tomaten, artisjokken, olijven…). We kregen er een warm drankje en vers fruitsap bij. Wij kozen allebei voor de typisch Italiaanse… chocomelk (we zijn geen koffiedrinkers), maar het was heerlijk.

Het hele ontbijt was tot in de puntjes verzorgd, lekker, overvloedig en ondanks de drukte in de zaak zat je niet bij de buren op schoot en kon je de conversaties van drie tafels verder niet mee volgen. Een perfecte start van de dag! En niet duur voor de overvloed die je kreeg. Wij keren hier zeker nog terug. (Wil je iets van hun heerlijke producten mee naar huis nemen, dan kan je overigens terecht in hun Italiaanse winkel Gigi, tegenover Zoff gelegen).

’s Avonds dineerden we in stijl bij “La Stanza”. Wat een ontdekking! Je moet er wel wéken op voorhand reserveren en dat heeft een reden. Het is van het beste dat Italië te bieden heeft. En het is alweer overvloedig. (H)eerlijke Italiaanse keuken. Je kan er wel niet terecht voor pizza’s én qua prijzen is het ook duurder dan het gemiddelde Italiaanse restaurant, maar ze werken met uitstekende producten, de smaken zitten perfect, alles is duidelijk vers, de bediening is meer dan vriendelijk en je krijgt ontzettend veel.

Wij kozen voor de bruschetta’s als opener en een pastaschotel als hoofdgerecht en het was copieus. We zijn zelfs niet aan de desserts geraakt (en dat laat ik enkel schieten als ik doodziek ben of een verrassingsfeest voor de echtgenoot plan. In uitzonderlijke omstandigheden dus ;-)) Reden genoeg dus om nog eens terug te keren. Alleen denk ik dat ik dan een paar dagen op voorhand vast om de sublieme gerechten alle eer te kunnen aandoen…

Als ik ook nog een shoppingtip mag geven? Dan wil ik jullie van harte HIPPO! Royale aanbevelen in de Parijsstraat. Een zalige winkel met héél leuke merken als Lucy has a secret, Billi Bloom, Red Juliet, King Louie,… Hele kleurrijke mode, met even kleurrijke accessoires (schoenen, tassen, juwelen) met een hoek af (helemaal ik dus). Alleen al deze winkel is een uitstapje naar Leuven waard 😉