Hartveroverend Noorwegen

Een klein jaar geleden begonnen we een reis naar Noorwegen te plannen. Het was de keuze van de echtgenoot. Niet dat we het erg vonden om eens iets nieuws te ontdekken maar we wisten meteen dat we Italië gingen missen: de zon, het eten, de dolce far niente, ons zwembad, ons huisje… En dat lieten we af en toe/veel te vaak blijken. Dan zagen we foto’s en durfden we al eens zuchten. Of dan kwam Italië in het nieuws en hadden we instant heimwee (luidop uiteraard, zodat de echtgenoot het goed kon horen). Of dan gingen we pizza of een ijsje eten en was het nooit zo lekker als in Italië.

Toch heeft Noorwegen ons hart veroverd. Ondanks de regen 😉. Dus maken we verre plannen om terug te keren, nadat we volgende zomer opgewarmd zijn in Italië. We koesteren onze herinneringen, we hebben nog vaak binnenpretjes en de foto’s worden regelmatig opnieuw bovengehaald. Het land heeft indruk gemaakt, om vele redenen.

Het vele water. Je kan – zeker als je naar het westen van Noorwegen trekt – bij wijze van spreken geen kilometer rijden zonder water te zien. De vele fjorden, meren, de zee,… Ik ben dol op water. Het brengt mij tot rust. Ik geniet ervan om te kijken naar het rimpelen van het wateroppervlak, naar de boten in de verte, naar de kust, naar de beweging. Hoewel ik niet echt dol ben op varen, waren de boottochten vaak lichtpuntjes tijdens onze reis. Oslo ’s ochtends binnenvaren op de ferry, in een stralend zonnetje, was een ongelooflijk hoogtepunt.

Het Noorse eten. Ze hadden ons vooraf verwittigd. Dat de Noorse keuken niet zo geweldig veel voorstelt. Ouderwets en flets. Ze hadden er niet verder naast kunnen zitten. Ja, de Noorse keuken is misschien simpel, maar als je ingrediënten top zijn, hoef je ook niets te maskeren, dan kan je de pure ingrediënten gewoon voor zich laten spreken. Ik heb er zalm gegeten vers uit de fjord en heb dan pas voor het eerst beseft dat zalm heerlijk zacht en vers hoort te zijn. Gecombineerd met een simpele botersaus was het een gerecht om duimen en vingers bij af te likken.

Ook de vegetarische keuken mag er zijn. Volwaardige gerechten, géén afkooksels van normale gerechten met vleesvervangers in de plaats. Torvplassen, een vegetarische smaakbom die meer dan voldoende vulde. Misschien heb ik in België nog niet de juiste adresjes ontdekt, maar het was in Noorwegen ook een gewone “taverne” in een piepklein kustdorpje. Misschien moeten we in België gewoon wat creatiever durven te zijn met groenten. En kiezen voor goede ingrediënten en pure smaken.

De Noren. “Afstandelijk” hadden ze ons gezegd. Moeilijk om contact mee te leggen, op zichzelf, “koud”. Het kon niet verder van de waarheid liggen. Ook al wisten we al jaren beter, het was fijn om te ontdekken dat onze vrienden niet de uitzondering zijn die de regel bevestigt. Noren zijn gereserveerd, maar hebben tegelijkertijd een geweldig gevoel voor droge, onderkoelde (Britse) humor en woordspelingen. Eens het ijs gebroken is, zijn ze meer dan geïnteresseerd om te weten waar je vandaan komt en wat je precies in godsnaam in de regen in hun land komt zoeken 😉.

Vikings. Ik blijf dol op geschiedenis, op verhalen. We zijn hier ook al een paar seizoenen in de ban van “Vikings”. Het was fantastisch om hun schepen in het echt te kunnen zien in Oslo (veel groter dan ik dacht) en bovendien treed je vaak in hun voetsporen. Noorwegen is een prachtig land, maar ik denk dat het – zeker vroeger – geen makkelijk land was om in te leven. Hard, ruw, ongepolijst. Dat hun voorouders waren wie ze waren, verwondert me niet. Toen we van Bergen naar Stavanger reden, passeerden we een belangrijke plek voor de Vikings: ze ontmoetten er elkaar: ze bestreden er elkaar, ze bevoorraadden zich er of ze kwamen er op adem. Het was prachtig: het uitgestrekte water vol inhammen, stroken land, eilandjes,… Het voelde zo écht daar, zo dichtbij, ook al is het al eeuwen geleden.

Over de trollen kunnen we dan weer kort zijn. Toen we onze vrienden vroegen “what about the trolls?” kregen we het veelzeggende antwoord: “it’s a tourist thing”. Meer niet. Gelukkig had ik het sowieso meer op de Viking-verhalen 😉.

Rust en ruimte. Vergis je niet, Noorwegen is zeker en vast ook een toeristische trekpleister: (teveel) cruiseschepen meren er aan, je bent nooit helemaal alleen, zeker niet op de plekken die je moet gezien hebben: Oslo, Bergen, Preikestolen,… Soms moet je je moment kiezen: bezoek Gamle Stavanger niet als de cruiseschepen aanmeren, dan wordt dat piepkleine, prachtige stukje oude stad gedurende een paar uur volledig overspoeld. En beklim de Preikestolen op tijd of net laat genoeg, zorg dat je niet samen met de Chinese cruise-toeristen moet “aanschuiven” naar boven. Maar toch bleef het “beheersbaar”. We hebben op geen enkel moment het sardientjes-in-een-blik-gevoel gehad dat je in Firenze of San Gimignano wel kan hebben. We hebben niet moeten aanschuiven om “De Schreeuw” te kunnen zien, daar waar we toch wel in de rij moesten wachten om “La Primavera” van Botticelli even te kunnen aanschouwen in het Uffizi.

NoorwegenHet was een heel andere reiservaring dan het warme Zuiden dat we gewend zijn. Zou ik het aanraden? Ja en neen. Ja, het is schitterend, maar neen, blijf er allemaal weg, we willen het alstublieft nog héél lang mooi en ongerept houden. (En voor ons alleen.)

Advertentie

Noorse vriendschap #deel 4

6 jaar geleden. Onze eerste reis alleen met ons viertjes. De avond tevoren maakten onze meisjes zich ongerust of ze wel speelkameraadjes zouden vinden. Twee dolle Italiaanse weken later bleek vriendschap sluiten geen probleem. Er passeerden Nederlandse jongens en er waren ook een paar Noorse meisjes. De jongste sloot vriendschap met de oudste Noorse. Met handen en voeten werd er gecommuniceerd en af en toe sprongen ook de papa’s bij voor vertalingen. Het werden twee fijne weken.

Twee jaar later keerden we terug. Onze jongste hoopte aan de vooravond haar Noorse vriendinnetje terug te zien en wij deden ongelooflijk ons best om haar enthousiasme te temperen. Tot we op de namenlijst van ons huisje een wel héél erg bekende naam zagen opduiken. Opnieuw genoot onze jongste twee weken van het gezelschap van haar vriendin. En merkten ook de ouders dat we meer gemeen hadden dan de vriendschap van onze dochters. Nog twee keer regelden we via facebook een gemeenschappelijke vakantie en wij maakten stilaan plannen om ook Noorwegen eens te gaan bezoeken. Dat we dan zeker welkom waren, “our house is your house”.

StavangerEn dus werd onze Noorse trip op de schoonst mogelijke manier afgesloten. We werden in de watten gelegd, we genoten van elkaars gezelschap, het was fijn om – na de Italiaanse zomers – je ook eens een voorstelling te kunnen maken van het alledaagse Noorse leven, regen inclusief 😉. Er werden trips gemaakt: we bezochten Stavanger, we verkenden de omgeving, we deden een poging om te vissen. Het duurde nog geen 10 minuten voor de meisjes weer als vanouds lachten, speelden en tetterden. Ook de oudjes lieten zich niet onbetuigd: er werd gediscussieerd dat het een lieve lust was, we vergeleken onze landen, onze manieren van leven, onze “rare” eet- en leefgewoonten en we praatten over onze opgroeiende dochters. En dan blijkt telkens opnieuw dat je zo ongelooflijk veel deelt, ook al woon je mijlenver uit elkaar.

Noorwegen2Het waren 3 prachtige dagen, een perfecte afsluiter van een schitterende reis. Het was dan ook met een klein hartje dat we afscheid namen… Met een Belgische retourinvitatie. Uiteraard ;-).

Topprestaties in Noorwegen #deel 3

Halverwege onze Noorwegentrip lieten we de Zuidkust definitief achter ons. Volgende bestemming: Ardal, “in de buurt van” de Preekstoel, of Preikestolen. En uiteraard stond deze overhellende rots op ons programma. Nog steeds strooide de regen echter roet in onze plannen. Maar we hadden een fijn huisje, en voldoende boekenvoorraad om de dagen door te komen. We trokken er zo vaak als mogelijk op uit en maakten van de regenvrije uurtjes gebruik om de omgeving te verkennen. Intussen hielden we de weersvoorspellingen nauwkeurig in de gaten. Voor Preikestolen zouden we minstens 4 uur stappen en dus rekenden/hoopten we op een halve droge dag.

Het werd bang afwachten, maar onze laatste dag waagden we het erop. We hadden geluk. We kregen zon en warmte onderweg. Het trok prachtig open, en dus konden we volop van de – toch wel stevige – wandeling genieten. En we haalden het, met ons viertjes. Ondanks hoogtevrees, en ondanks een toch wel “akelig” allerlaatste stukje. Na de obligate foto’s maakten we dat we eraf waren. De rots is hoog, steil en zit vol barsten. De durvers gaan tot op het randje staan, dat deden wij uiteraard niet.

We hadden overigens het geluk dat we vroeg vertrokken waren. Wij konden nog redelijk ongehinderd doorwandelen naar de top en onze “pitstops” werden nog niet overspoeld. Toen we de afdaling aanvatten, bleek het in de omgekeerde richting wel aanschuiven. Wij keken soms echt wel onze ogen uit. Een stevige bergwandeling op stadsschoenen, het is niet te begrijpen. Of met zeer jonge peuters, die al vanaf de start liepen te jengelen. Of met chihuahua’s in je tas. Of met piepende Yorkshire Terriërs aan de leiband…

De Lysefjord is prachtig, het uitzicht (vanaf Preikestolen) is adembenemend, de wandeling is écht wel intens én we hadden ongelooflijk veel geluk met het weer. Op alle vlakken één van de hoogtepunten van onze reis.

Preikestolen

Onze volgende halte werd Bergen. De rit van Ardal naar Bergen was er ééntje om in te kaderen: een schitterende dag (21 graden en zon), we namen 3 ferry’s en genoten met volle teugen van het uitzicht, de wind en het stralende zonnetje. We kwamen in een schitterend hotel terecht, al zorgde ik voor ongelooflijke hilariteit door te stellen dat we ons van plek vergist hadden. Op de deur van het hotel stond immers “røykfritt” en dat was volgens mij dus niet het hotel dat we zochten. Tot de echtgenoot me erop wees dat dat enkel betekende dat het hotel “rookvrij” was… Maar rookvrij of niet ;-), het was een toppertje. Met lekker eten, zwembad, wellness,… Dat het weer alweer kwakkelde na één schitterende dag kon ons niet echt deren.

Ons bezoekje aan Bergen viel letterlijk in het water. Eén grijs uurtje en daarna kregen we regen. Niet hard eigenlijk, maar wel constant. Twee uur later waren we doorweekt en gaven we het op. Om in het hotel te gaan weken in het zwembad ;-). Maar onze Noorse vrienden hadden ons verwittigd: “it always rains in Bergen”. Naar ’t schijnt worden baby’tjes er met een paraplu in de hand geboren ;-). Toch hadden we nét de tijd om Bryggen te bezoeken en een mooi beeld van de stad te krijgen. Bergen krijgt zeker nog een tweede kans, met paraplu in de hand dit keer.

Bergen

Na Bergen trokken we weer zuidwaarts, richting Stavanger. Onze allerlaatste Noorse dagen zouden we bij vrienden doorbrengen en daar hadden we met zijn allen wel héél hard naar uitgekeken… (in deel 4).

Regen in Noorwegen #deel 2

Als je het Hoge Noorden als vakantiebestemming kiest, dan weet je dat het kan regenen. Maar je stopt dat ergens ver weg in je achterhoofd. Je wil het op voorhand niet weten, je hoort enkel die stemmen die zeggen dat het “in augustus vaak echt nog wel mooi is in Noorwegen, zeker in het Zuiden”. De foto’s die je te zien krijgt, zijn ook zo goed als altijd zonovergoten en dus hoop je het beste. We waren ook schitterend gestart met zomerweer op de ferry. In Oslo werd het al wat wisselvalliger, maar pas de tweede dag en dat beperkte zich tot af en toe een buitje. Het Belgische zomerweer met andere woorden, en daar hadden we ons aan verwacht.

Vanuit Oslo trokken wij zuidwaarts. Het plan was om langs de Noorse zuidkust te rijden, daar een paar stops te maken, om uiteindelijk langs de westkust en een zijsprongetje landinwaarts Bergen te bereiken. Eerste stop Lillesand, een gezellig, klein, wit kuststadje. Met zandstrand, en stiekem hadden we hier op een dagje strand gehoopt. Maar we waren Oslo nog niet goed en wel uit of het begon te regenen. En het bleef regenen. De volgende 6 dagen ;-). Soms wat intenser, maar af en toe hadden we ook eens een regenvrij uurtje.

Lillesand

We leerden om ons aan te passen. We consulteerden – nog meer dan in België – de weerapp op ons telefoontoestel. Een blauw streepje lucht en we waagden ons toch buiten. Gelukkig hadden we meer dan voldoende leesvoer bij om ook de drie regendagen (letterlijk van ’s morgens tot ’s avonds bleef de regen neergutsen) comfortabel uit te zitten. Al blijft het sneu natuurlijk dat je dat dagje strand moet schrappen, of later in Flekkefjord de fameuze grotten- en rotswandeling. Te nat en te koud.

Grappig ook hoe je herinneringen achteraf “gekleurd” worden. Zo heb ik de beste herinneringen aan Lillesand, omdat het daar ’s avonds toch opklaarde en we nog een gezellig uurtje doorbrachten op het plaatselijke marktje (met “real Belgian waffles”). Flekkefjord daarentegen is in mijn herinneringen nat, grijs en koud. Ik heb er precies geen zon gezien. Voor de echtgenoot daarentegen was het volledig omgekeerd: voor hem was Lillesand, waar we de gutsende regen trotseerden voor onze broodjes en op amper 10 minuutjes doorweekt raakten, compleet uitgeregend, terwijl Flekkefjord “dan toch net iets beter was”.

Flekkefjord

Maar schoon waren beide stadjes wel. Onze hotelkamers gelukkig ook. Warm en droog ook trouwens. Gelukkig bleek het ergste min of meer achter de rug toen we beide stadjes achter ons lieten en konden we daarna op het typisch Noorse zomerweer rekenen: hier een daar een straaltje zon, af en toe een bui, maar vele droge uren en regelmatig streepjes blauw. Het maakt dat je achteraf een Belgische zomer naar waarde leert schatten ;-).

Noorwegen, een reisverslag #deel 1

Wij hebben ons hart een beetje verloren in Noorwegen. Het was een andere reis dan we gewend zijn (geen Italië ;-)), maar daarom was het zeker niet minder. Het werd een schitterende ervaring, misschien net omdat we (ik) uit onze comfortzone gedwongen werden.

We begonnen met een ferry-overtocht van Kiel (Duitsland) naar Oslo. Onvergetelijk! Als je ooit naar Noorwegen gaat, moet je dit minstens één keer hebben meegemaakt. De ferry is immens, met een winkelstraat en verschillende restaurants. Neem zeker een kajuit met zeezicht en ga van de gratis musical genieten. Wij hadden ongelooflijk veel geluk met het weer: een stralend zonnetje en temperaturen rond de 22 graden maakten dat we een ganse namiddag op het zonnedek konden verblijven, maar je kan er bijvoorbeeld ook met je kinderen gaan zwemmen in de zwemfaciliteiten.

FerryBovendien vaart de ferry het grootste stuk van de reis in de Oostzee, tussen de verschillende Deense eilandjes door, waardoor je niet alleen de hele overtocht van prachtige landschappen geniet en (bij goed weer) zo goed als geen schommelingen voelt. Alleen ’s nachts, toen we in open zee terecht kwamen, voelde je het deinen van de boot toch wat meer. ’s Morgens ontwaken in de Oslo Fjord is fantastisch. Het is prachtig om op die manier aan te komen: wij keken onze ogen uit en genoten met volle teugen.

Onze Noorse kennismaking begon met 2 dagen citytrip in Oslo. De stad is niet te groot en best wel gezellig. Je loopt van de haven en het Operagebouw over de winkelstraten langs het Noors Parlement, het Radhuset (stadhuis) tot aan het Koninklijk Paleis. Het is een mooie, propere stad en vergis je niet: er lopen toch héél wat toeristen rond. Verschillende cruiseschepen meren er ook aan: op sommige momenten kan het bij de toeristische trekpleisters toch wat druk worden.

Oslo1

Wil je ook wat musea bezoeken, neem dan zeker een Oslo Pass. Wij deden de Nasjonalgalleriet (met “De Schreeuw” van Munch als must see, al kwam ook de impressionist in mij weer aan zijn trekken met verschillende Monets en Cézannes), het Folkemuseet (een soort Noors Bokrijk) en het Vikingshiphuset. Vooral dit laatste is een absolute aanrader, zeker voor fans van “Vikings”. Het is ongelooflijk indrukwekkend om de Vikingschepen (uit Vikings) in het echt te zien. Ze zijn groter dan ik dacht. Bovendien blijft het een geweldige prestatie als je op de map ziet tot waar ze met die primitieve boten allemaal geraakt zijn.

Oslo2

In het Vigelandpark zijn we niet geraakt en dat is zeker een gemis. Een derde dag Oslo had gerust gekund, dan hadden we ook tijd gehad voor dit park vol beeldhouwwerk en hadden we op ons gemakje nog wat kunnen shoppen. Maar een mens moet nu eenmaal nog een reden overhouden voor een terugkeer, niet?

Waarom België zo slecht nog niet is…

Op reis gaan is fijn, maar ook terugkeren heeft zo zijn charmes. Want telkens als we weer enige tijd in het buitenland verblijven, ga je vergelijken met “thuis”. Soms valt dat in ons nadeel uit, maar heel vaak beseffen wij dat we het in ons eigen landje toch nog niet zo slecht hebben. Een paar Belgische voordelen op een rijtje:

  • Ons Belgische weer

Ja, ook bij ons doet het pijn als we het zonnige Italië opnieuw moeten inruilen voor het koude, regenachtige België. Maar dit jaar vierden we vakantie in het Hoge Noorden en dan leer je de Belgische zomers met hun gemiddeld 20 graden toch echt wel appreciëren. Als je voor de zoveelste grijze, regenachtige dag op rij het met niet meer dan 13 graden moet stellen. Het verschil tussen een Belgische en een Noorse zomer is het verschil tussen een t-shirt en een trui. En dan is een t-shirt toch een pak aangenamer. Wist je trouwens dat het in Bergen jaarlijks zo’n 3000 mm regent (tegenover 1060 mm in ons landje)? Bovendien was er deze zomer een hittegolf in Italië met temperaturen van 40 graden en meer en dat is echt wel van het goede teveel.

  • Onze Belgische gastronomie

Zelfs in Noorwegen pakken ze uit met onze “Belgian waffles” en kennen ze onze Belgische chocolade en onze bieren als wereldtoppers. Ook al hebben we in Noorwegen een pak beter gegeten dan men ons vooraf voorgewend had, toch mag je onze Belgische keuken niet onderschatten. Wij eten altijd goed, overvloedig en relatief goedkoop. Van ons ontbijt tot ons avondmaal over onze lunches en onze desserts, wij kunnen de vergelijking met gelijk welke andere wereldkeuken met gemak aan.

  • Onze steden

Ja, Italië heeft fantastische kunststeden (en die baden zo goed als de hele zomer in een stralend zonlicht, wat alles nog mooier en aangenamer maakt), maar de meeste van onze Belgische steden kunnen de vergelijking doorstaan. Brugge, Gent, Antwerpen, Mechelen, Leuven, Hasselt, Brussel, Luik,… zijn stuk voor stuk prachtige steden die serieus wat te bieden hebben. Bovendien halen ook de nieuwere Belgische musea intussen een héél hoog internationaal niveau. Zo zijn de Dossin-kazerne (Mechelen), het Red Star Line-museum (Antwerpen), het MAS (Antwerpen) of In Flanders Fields (Ieper) bijvoorbeeld meer dan een bezoekje waard.

  • Onze festivals

Muziekliefhebbers komen hier in België een ganse zomer aan hun trekken. Elke week is er wel ergens een festival(letje) waar je een veelheid aan muziekgenres kan gaan proeven. Bovendien zijn sommige festivals nog steeds gratis en bieden ze echt wel waar voor hun geld. Een aparte categorie vormen dan nog onze grote festivals. Is er één land, buiten de Verenigde Staten, waar je op een kleine drie maanden zowel naar Werchter, Tomorrowland als Pukkelpop kan gaan? Allemaal festivals van wereldniveau en dat in een landje van amper een zakdoek groot.

  • Onze bereikbaarheid

We hebben veel files en de coördinatie bij wegenwerken is zeker en vast niet ideaal. Vaak krijg je het gevoel dat ze tegelijkertijd alles aan het openleggen zijn en je dus altijd en overal stilstaat. En toch. Toen we deze zomer doorheen Denemarken en Duitsland uit vakantie terugkeerden, bleken ze in Duitsland ook 80 km op een stuk te werken rond Hamburg, met ellenlange files tot gevolg. Bovendien bleek in Duisburg (onaangekondigd, tot je er letterlijk voorstond) de autostrade afgesloten te zijn, werd je een omweg opgestuurd die niet goed aangegeven was. Het leidde tot 20 km omweg en mijn historische uitspraak “Ik haat Duitsland, ik kom hier nooit meer” toen bleek dat ze ook op de omleiding aan het werken waren en we er meer dan anderhalf uur verloren.

Je hebt amper 3 uur nodig om heel België te doorkruisen en dat doe je zo goed als het hele land door op autostrades waar je 120 km/u mag rijden. Van Bergen naar Stavanger heb je ook bijna 4 uur nodig, rijd je maximum 80 km/u , heel vaak zelfs nog minder en neem je 2 keer een veerboot…

  • Onze mode en onze creativiteit

Onze Belgische modeontwerpers zijn top en dat merk je ook in het buitenland, waar je in de chiquere winkels makkelijk ook Raf Simons of andere grote Belgische namen vindt. Bovendien vind je in de Belgische steden – als je goed zoekt – vaak ook nog leuke, kleinere winkels waar je voor min of meer betaalbare prijzen toch unieke kledij kan scoren. Naast de H&M’s, Zara’s, COS’ en Esprits van deze wereld. Deze verkopen overal dezelfde kledij, waardoor tieners intussen onderling inwisselbaar worden, of het nu om Duitse, Noorse, Deense of Belgische jongeren gaat. Een beetje couleur locale heb ik altijd aantrekkelijk gevonden, zoals de hilariteit om het “water in de kelder” van de Italianen 25 jaar geleden op Romereis…

  • Ons democratisch onderwijs

Net op het moment dat er in België weer volop gediscussieerd wordt over een mogelijke bijsturing van ons onderwijs en er alweer naar het Scandinavische lichtend voorbeeld gewezen wordt, raak je in Noorwegen aan de praat met een schooldirecteur. En dan blijken daar toch ook wat addertjes onder het gras te zitten. Zo vinden zij dat lange, algemene traject en het uitstellen van de studiekeuze ook weer niet zo zaligmakend. Vooral het feit dat je in België op je achttiende eigenlijk nog alle kanten uit kan en je niet op basis van je prestaties als puber in een richting en een bepaalde schoolinstelling gedwongen wordt, werd als een groot voordeel beschouwd.

Wij hebben met volle teugen genoten van onze ontdekking van Noorwegen (verslag volgt later) maar het blijft ook fijn om thuis te komen. Misschien zouden we soms met zijn allen wat minder moeten zeuren. We wonen in een ongelooflijk schoon, gevarieerd land, we hebben hier over het algemeen veel vrijheid, een hoge levensstandaard en alles om van het leven te kunnen genieten. Uiteraard zijn er zaken die voor verbetering vatbaar zijn, maar algemeen gesteld zijn we gewoon met ons gat in de boter gevallen.

IMG_8815_miniDat zouden we misschien wat meer in ons achterhoofd mogen houden als we met zijn allen in de file staan aan te schuiven op weg naar zee bij 30 graden en beginnen te zagen op al die anderen die ook zo nodig net op dat moment het lumineuze idee hadden om verkoeling te gaan zoeken aan de Belgische kust… sprak ze uit ervaring ;-).

 

 

 

Maastricht, Nederlands gezelligste stad?

Eén van mijn vriendinnen volgt momenteel een opleiding tot gids. Als onderdeel van het examen moest zij – samen met een aantal collega-studenten – een rondleiding geven in een voor hen onbekende stad. Het was hun taak de hele dag van a tot z uit te werken en te begeleiden. Zij kozen voor Maastricht. Ik was er als de kippen bij om me in te schrijven, want ik was nog nooit in Maastricht geweest. Bovendien is het altijd fijn om getuige te mogen zijn van het resultaat van zoveel maanden noeste arbeid.

Het was een fijne dag. Ze hadden het weer mee en dat maakt het altijd een heel pak aangenamer. Daar waar we in het begin van de week allemaal toch een beetje opzagen tegen een hele dag regen, bleek het zaterdag een héél schone dag te worden. Na de middag ging de zon wel schuil achter de wolken en voelde je meteen dat het nog maar de eerste schone en toch ook frisse lentedag was.

Maastricht

Maar ze deden dat uitstekend. Het was leuk, het eten was lekker (veel te veel trouwens) en we leerden op aangename wijze een schone stad kennen. Volgens de overlevering de “gezelligste stad van Nederland”. Voor mij was het een primeur, maar het smaakte naar meer. Eén klein nadeeltje: er was zo goed als geen vrije tijd (iets met timing en het uitlopen van het programma), dus shoppen zat er niet in. Dat wordt dus terugkeren met de dochters ;-).

We besloten met een bezoekje aan het wijnkasteel van Genoels-Elderen. De wijn mag er vast en zeker zijn en ook hier keren we zeker nog eens terug voor een uitgebreide tour doorheen het kasteel, de wijngaarden en de kelders. Het was na afloop stil in de bus. Mogelijk zat de wijnproeverij er voor iets tussen, maar het was een drukke dag geweest. Onze gidsen kregen complimenten van de meegereisde jury, dus dit deeltje van het examen zit allicht wel snor.

Maar ik was uitgeteld: veel gestapt, veel gezien, veel gehoord, veel bijgeleerd en dus viel ik prompt in de armen van de echtgenoot in slaap terwijl we nochtans een poging deden de nieuwste, veelbelovende Canvas-crimi te volgen. Wat een schone start van de lente!

Maastricht2

Torino, amore mio <3

Het laatste stukje van onze Italiëreis bracht ons dit jaar naar Turijn. Laatste halte op weg naar huis. 3 dagen hadden we tijd om de stad te verkennen. Waar ik het ooit gehaald heb, weet ik niet meer, maar Turijn was in mijn hoofd grijs en grauw. De industriestad waar ze Fiat maken, de stad van Juventus. En die brengen ook meestal maar troosteloos verdedigend voetbal. Ze halen er op tijd en stond wel de Champions League-finale mee, maar blij word je er meestal niet van.

Turijn is een atypische Italiaanse stad. De Renaissance is de stad vergeten. De latere Italiaanse koninklijke familie, de Savoies, regeerde eeuwenlang over de stad en heeft een serieuze stempel gedrukt, maar hun bloeiperiode begon pas vanaf de Barok. Ze zaten ook goed in de slappe was, want ze hebben heel wat weelderige gebouwen laten optrekken in de stad. Ze leden daarnaast volgens mij ook aan grootheidswaanzin én ze waren erop uit om hun voorvaderen telkens opnieuw te overtreffen, want de ene na de andere koning voegde wel iets buitenissigs toe aan de stad: een prachtig paleis, een nieuw plein en ga zo maar door.

Maar waar wij écht voor vallen, zijn de stadslegenden, de roddels, de verhaaltjes. Het peper en zout van de geschiedenis. En die waren er bij de Savoies met hopen te rapen. Geld zat, maar of ze écht gelukkig waren? Zo staan er op het Piazza Castello bijvoorbeeld 2 koninklijke paleizen: het Palazzo Reale en het Palazzo Madama, het ene al uitbundiger en rijkelijker dan het andere, allebei een bezoekje waard. Naar het schijnt was één van de echtgenotes van de Savoies, een Française, niet echt opgezet met het koninklijk verblijf (of haar echtgenoot) en liet ze dan maar haar eigen paleisje bouwen. Recht tegenover het paleis van haar man bleek nog een versterkte burcht te staan en daar liet ze dan maar een bescheiden optrekje aanbouwen. In Franse stijl uiteraard, Madame wou zich graag wat beter thuis voelen.

Een andere Savoie liet dan weer de volledige weg van zijn koninklijk paleis naar de Villa della Regina (het buitenverblijfje van zijn gemalin net buiten het stadscentrum, aan de overkant van de Po) overdekken. Mijnheer werd niet graag nat, of realistischer, liep niet graag een zonneslag op als hij van zijn koninklijk verblijf naar dat van zijn gemalin wandelde of reed. En dus is de hele wandeling overdekt door “galleria’s”, weliswaar enkel aan de koninklijke kant van de weg. En die galleria loopt gewoon door, ook als de straat gedwarst wordt door een zijstraatje. De andere kant, de kant bestemd voor het gepeupel, is niet volledig overdekt. Dat zou pas getuigen van verspilzucht, niet?

3 dagen liepen we rond in Turijn, 3 dagen keken we onze ogen uit. Elke straat die we inliepen, leidde ons weer naar een nieuwe piazza, kerk, paleis of galerij. Hoogtepunten verder waren zeker ook het Museo Egizio, het enige museum buiten Cairo dat enkel aan de Egyptische kunst en beschaving is gewijd. Liefst 6.500 objecten (van de naar ’t schijnt meer dan 30.000) kan je er bekijken en er zitten ware kunstschatten tussen. (Al moet het gezegd dat je voor de meest iconische mummies wel naar het British Museum in Londen moet.)

En toch is de collectie indrukwekkend. Wij wandelden er doorheen op een kleine 2 uur, maar volgens de museumbewaking zou je minstens 3 uur moeten uittrekken, wil je alles goed bekijken. Onze oudste had graag nog wat langer rondgedwaald, maar de jongste had op den duur wel genoeg van alweer een graf, alweer een mummie. Vooral toen ze besefte dat mummies inderdaad menselijke overblijfselen zijn. Dat dat tentoongesteld wordt, vond ze maar vreemd. We eindigden in de Kings Gallery en de verzameling beelden die daar bijeen staat, is impressionant. Verzameld door een Franse ambassadeur overigens, die ze eerst aanbood aan de Franse koning, maar die weigerde, waarna een Savoie uit Turijn wel toehapte. Je stapt er wel enigszins met een dubbel gevoel buiten. Want het is en blijft Egyptisch patrimonium natuurlijk.

We wandelden tot op de heuvel buiten de Po, we hadden er een schitterend zicht op Turijn en de Alpen in de verte. Dat was de dag dat ik mijn stappenrecord brak met meer dan 23.000 stappen. We bezochten de Romeinse Porta Palatina en de overblijfselen van het Romeins theater aan de achterkant van het Palazzo Reale, naast de Duomo. In de Duomo, die volledig gewijd is aan de Lijkwade van Turijn, werd je wel op de vingers getikt als je blote schouders had, maar voor de rest stonden er wel doorheen de hele kerk televisies waarop de hele geschiedenis van de lijkwade (en het balsemen van doden ten tijde van de eerste christenen) in verschillende talen uit de doeken gedaan werd. Overigens was de Duomo maar een eenvoudige kerk, zeker in vergelijking met de Chiesa Reale, waar een koning duidelijk een fortuin over had voor het afkopen van zijn zonden ;-).

We aten er fantastisch lekker, zeker toen we ons net als de Turijners aan l’aperitivo waagden. Wij omdat we om 17u30 écht wel grote honger hadden en omdat de restaurantjes pas vanaf 19u30 ten vroegste beginnen te serveren. Maar de gemengde vleesschotel met grissini was de prijs van het glas wijn dat we besteld hadden meer dan waard. De pizza en pasta die we later die avond nog aten, waren geen topper, maar blijkbaar hadden we op zijn Turijns gewoon verder moeten aperitieven en ons op de bijhorende tapas moeten storten.

Dat we van 3 zonovergoten dagen mochten genieten, speelde ook in het voordeel van deze “Oude Dame”. “Niet te heet”, meende de echtgenoot, “eindelijk draaglijke temperaturen”. Bleek dat we er elke dag nog vlotjes 30 graden haalden, maar na 2 weken Italië en een hittegolf in Piemonte hadden we onze normen intussen al verlegd. Het deed pijn toen we na 3 dagen afscheid namen, maar ergens was het ook mooi geweest. We hadden ons geen betere afsluiter kunnen wensen. Hier komen we zeker nog terug, er valt vast wel nog meer te ontdekken en de sfeer was aangenaam gemoedelijk.

Wij zijn volledig gevallen voor deze “grijze, grauwe industriestad in het Italiaanse Noorden”. “Utterly, totally and completely in love.”

Turijn 2016

Stommiteiten: Mekka of Choppers

Toen we na een week vakantie van Toscane naar Piemonte reden, liep het op het einde van onze rit even moeizaam. Op ongeveer 10 minuten van ons hotel, bleef de GPS ons maar heuvels op sturen. De eerste weg liep dood op een gesloten poort, een andere optie strandde dan weer op het basketveldje naast een huis. En neen, er was geen weg rond, langs of doorheen.

Heuvels PiemonteDus draaiden we telkens opnieuw terug, op die zeer smalle weggetjes die nogal abrupt eindigen, om terug te keren naar de hoofdbaan en van daaruit een nieuwe poging te wagen. Na 3 pogingen hadden we (lees: ik) er even genoeg van en dus zochten we een plek om de weg te vragen. De plaatselijke winkel annex restaurant bleek echter gesloten. Allicht zaten we midden in de siësta, maar daar zouden we ons pas later die week bewust van worden.

Het benzinestation waar de echtgenoot net nog volk gezien had, bleek verlaten tegen dat we er opnieuw langsreden. Iets verder langs de hoofdweg zag de echtgenoot wel volk zitten aan een schuur. Een cafeetje, denkt een rasechte Belg dan en meteen dook ik onze rugzak met papieren in om de gegevens van het hotel op te vissen. Zodat ik met de naam van het hotel en de straatgegevens correcte rijaanwijzingen kon vragen.

Ik had net alles bijeengezocht toen de echtgenoot de wagen voor het schuurtje parkeerde. Ik wil uitstappen om de weg te vragen, als ik de plakkaat boven de schuur zie hangen. “Mekka of Choppers.” En de 5 mannen die daar samen aan een soort picknicktafel van een biertje genoten, waren inderdaad motards, met alles erop en eraan: tatoeages, leren vesten, spijkervesten. Ik kijk naar de echtgenoot. “Serieus? Moet ik hier de weg vragen?” Maar we waren al gestopt, er was in de nabije omgeving geen levende ziel te bespeuren en dus ben ik uitgestapt. “Buon giorno.”

Ik denk dat ze het wel grappig vonden, dat kleine vrouwtje dat in haar beste Italiaans de weg kwam vragen. Met hun vijven door elkaar probeerden ze me allemaal even hartelijk de snelste weg te wijzen naar ons hotel. Eerlijk, ik heb er zeker niet alles van begrepen. Ik heb alleen onthouden dat we rechtdoor moesten tot aan een “zona industriale” en aan de “Torrone” linksaf moesten. Daarna volgde nog een hele uitleg doorheen de heuvels, tot aan een brug waar we onder of over moesten en dan zouden we eindelijk onze bestemming bereiken.

Ik heb die mannen vriendelijk bedankt, ben ingestapt en heb gezegd dat we rechtdoor moesten. We reden recht op de industriezone af en toen ik de “torrone” zag, viel mijn frank. Torrone is Italiaanse nougat. Ik ben er dol op. Vandaar dat dat woord bleef hangen in de hele uitleg. Maar bij onze vierde poging reden we wel recht naar ons hotel toe. Na de fabriek van de “Torrone” nam de GPS weer over, maar ik herkende de rest van de uitleg: de punten die de mannen genoemd hadden, de brug waarna we het dorp zouden inrijden. Toen we het echt niet meer wisten, zagen we gelukkig het bordje voor het hotel hangen.

Eind goed al goed in de heuvels van Piemonte, dankzij de mannen van “Mekka of Choppers” en hun torrone ;-).

Piemonte: een dubbeltje op zijn kant

Tweede stop in onze Italiëreis dit jaar was Piemonte. Voor ons onbekend, maar we waren klaar voor de ontdekking van een nieuwe Italiaanse regio. Het werd een moeilijke week, maar uiteindelijk vielen we toch (min of meer) voor de nieuwe ontdekking.

We namen een valse start. Er vloeiden wat traantjes toen we uit Toscane vertrokken en sommige gezinsleden waren misschien liever daar gebleven. We reden ook een klein beetje verloren toen we bijna ter plekke waren en het is niet evident om op je stappen terug te keren als je op een eenrichtingsbaan midden in de wijnvelden heuvelopwaarts strandt. Hoewel de echtgenoot een uitstekende chauffeur is, knijp ik toch mijn ogen dicht als je je wagen moet keren waar er eigenlijk niet echt veel plaats is. En dan blijken de “heuveltjes” in Piemonte toch écht wel serieuze heuvels te zijn, die nogal abrupt aan het einde van de weg eindigen.

Ook ons hotelletje was even wennen. Een typisch Italiaans familiehotelletje (lees: met vast tapijt en ouderwets behangpapier), midden in een residentiële woonwijk. Het enige zwembad in de omtrek, dat vooral in het weekend overspoeld werd door Italiaanse dorpelingen die ook verkoeling zochten. De eerste twee dagen bleek het er “uitzonderlijk” heet voor de tijd van het jaar, wat vooral ’s nachts te merken was: geen airco, geen vliegenraam. De Italiaanse muggen genoten met volle teugen van de Belgische hapjes: de echtgenoot en de oudste bleken erg in de smaak te vallen. Het raam sluiten was wegens de hitte geen optie en dus hadden we een paar onrustige nachten.

Het uitzonderlijk hete weer werd na een paar dagen gevolgd door onweer. Ja, ook in Piemonte kennen ze dat typische zomerfenomeen. En een onweertje in Piemonte is niet te onderschatten: eerst trekken alle wolken samen en kleurt het hele dal donker, waarna het klettert, bliksemt en dondert en ontzettend intens durft te regenen. Maar het is kort en krachtig: het trekt ook snel terug open. Ik was wel ontzettend blij dat we niet op dat moment onze heuvel aan het op- of afrijden waren, want het water stroomt dan letterlijk de berg af.

Tenslotte zijn wij geen wijnkenners en laat dat nu één van de belangrijkste troeven van Piemonte zijn: de uitstekende wijnen (o.a. de Barolo). Eigenlijk ga je naar Piemonte om in elk dorp een “castello” te bezoeken, de plaatselijke wijn te degusteren en de juiste flessen mee naar huis te nemen. Wij drinken wel eens graag een wijntje, maar daar stopt het ook. Laat staan dat we 55 euro of meer zouden betalen voor iets wat wij niet volledig naar waarde kunnen schatten.

Maar het kwam allemaal goed. De eigenares van ons hotelletje was een fantastisch lieve dame, die echt wel voor het hotelvak geboren was. Ze deed niets liever dan haar gasten in de watten leggen. Bovendien had ze een uitstekende kok: het ontbijt en het Italiaanse avondmaal waren echt om duimen en vingers bij af te likken. Het was er ook zeer rustig, op het weekend na dan. Zo hadden we op dinsdagmorgen het zwembad helemaal voor ons alleen. Wisten wij toen veel dat het binnen het uur zou betrekken én hevig onweren ;-). Gelukkig brachten de buitjes ook minder heet weer met zich mee, en minder zwoele nachten. Minder nachtelijke muggenaanvallen, zodat we ook terug aan slapen toe kwamen.

Ook cultureel bleek Piemonte over fijne troeven te beschikken. Alba was écht wel een ontdekking. Een fantastisch leuk, aangenaam, klein stadje bij op onze favoriete Italiaanse stedenlijst. Asti vonden wij dan weer net iets minder uitnodigend. Piemonte is veel minder op toeristen gericht dan Toscane. Dat heeft een aantal nadelen (de Italiaanse siësta tussen 12u30 en 15u30 valt naar Belgische normen nogal slecht, zeker als ook het avondmaal op zijn Italiaans ten vroegste om 19u30 geserveerd wordt – honger!), maar zeker ook zijn voordelen. De steden in Piemonte zijn relatief rustig te bezoeken. Al helpt het natuurlijk wel als je besluit een stad te bezoeken op één van de heetste dagen van het jaar midden in de siësta, de warmste uren van de dag. En wij ons maar afvragen wat er aan de hand was, waar in godsnaam al dat volk verstopt zat. De Italianen zullen ons zot verklaard hebben dat we ons toen buiten waagden.

De laatste 2 dagen genoten we ’s morgens van uitzonderlijk helder weer, waardoor we de Alpen in de verte perfect konden zien liggen vanuit onze hotelkamer. En dan blijkt die heuvelachtige omgeving in het niet te vallen tegen de machtige bergketen erachter. Dan lijkt het hele dal met de vele heuvels ineens uit te vlakken. Maar wat een natuurpracht! Het was écht om stil van te worden.

We hebben in Piemonte genoten van de rust met ons viertjes, van de prachtige omgeving en van de natuurelementen. Onze dochters vatten het op het einde van onze tweede week goed samen: “Fijn dat we dit gedaan hebben, maar een terugkeer hoeft niet meteen.” Al hadden we toen nog 3 dagen Turijn voor de boeg…

Piemonte 2016