Gestolen momentjes…

En toen kregen we toch nog een Indian Summer. Het werd dan ook nog één keer een buitenweekend, om toch maar geen streepje zon te moeten missen. Het was dubbel en dik genieten…

  • Van het zonnetje, dat alles meteen beter en mooier maakte.
  • Van de laatste barbecue dit seizoen, wie weet.
  • Van het laatste ijsje van dit seizoen.
  • Van een heerlijke gin-tonic met héél veel ijs en limoen.
  • Van de was buiten ophangen en een paar uur later zongedroogde en uitgewaaide lakens inhalen.
  • Van slapen in nieuwe lakens.
  • Van uitslapen.
  • Van buiten zijn.
  • Van lekker lang ontbijten in onze veranda met de deur een klein spleetje open (’s ochtends is het toch nog frisjes, hoor!).
  • Van cadeautjes shoppen met zijn viertjes (en de bijhorende commentaar van onze dames).
  • Van onze dames.
  • Van elkaar.
  • Van gezelschap en babbelen.
  • Van het verjaardagsfeestje van het metekindje en zijn zus.
  • Van taart eten.
  • Van kijken naar een voetballende echtgenoot en een keepend neefje.
  • Van de zonsondergang.

Het takenlijstje uit mijn hoofd is dit weekend niet afgewerkt, maar daar kunnen we voor één keer best mee leven ;-). Woensdag gaat het terug regenen, dan is er nog tijd genoeg voor alle praktische beslommeringen die nu even moesten wijken voor de (mogelijk) laatste zon van dit seizoen. Wat een zalige tweedaagse!

Advertenties

Perfectie bestaat niet. Gelukkig maar?!

Het perfecte leven bestaat niet, de perfecte ik ook niet, maar toch steken we vaak ongelooflijk veel moeite in het “streven naar”. Dat maakt hoe langer hoe meer mensen doodmoe. Maar het leven is bijlange niet zo schitterend als we op de sociale media tonen. Geweldige feestjes, mooie outfits, gezonde en aantrekkelijke maaltijden tonen we met veel plezier en fierheid. De avonden na de feestjes dat je doodmoe in je pyjama in de zetel hangt of geweldig vroeg in je bed ligt omdat dat uitgaan wel héél lang in je kouwe kleren kruipt, zie je uiteraard niets verschijnen op instagram en consoorten.

wasmand_miniOok ik toon foto’s van onze nieuwe veranda als ze volledig opgeruimd en gekuist is en geweldig blinkt. Wanneer het rekje met onze was er staat, wanneer de boekentassen van de kinderen of volle wasmanden de doorgang volledig versperren, er schoenen verspreid liggen en de tafel bezaaid ligt met hun schoolgerief en hun boeken, dan toon ik dat niet. Dus kies ik voor een beperkte selectie uit ons dagelijks leven. Met aangepaste, glanzende filter uiteraard.

Tegelijkertijd zie ik rond mij hoe langer hoe meer mensen tegen hun grenzen aanbotsen. De combinatie van een (pril) gezin met professionele ambities, bouwperikelen en een druk sociaal leven wordt te zwaar. Ook te veel late twintigers of jonge dertigers willen of kunnen niet meer mee en haken af. Is het omdat we te veel willen? Ligt de druk van de (professionele) maatschappij te hoog? Of doen we het onszelf aan omdat we niet willen of kunnen kiezen?

15 jaar geleden was het bij ons pompen of verzuipen. Drukke professionele bezigheden, kleine kinderen, een huis bouwen: het was een beetje te veel van het goede. Er waren momenten dat we een babysit vroegen om eens een nachtje te kunnen doorslapen. Ons sociaal leven kende een serieuze dip en me-time was er de eerste 5 jaar na de dochters heel weinig bij. Mijn laatste boek (Kapitein Corelli’s Mandoline) las ik vlak voor de geboorte van de oudste. Pas 4,5 jaar en een tweede dochter later las ik met de “Da Vinci Code” opnieuw een boek uit. We beslisten samen dat ik 4/5 zou gaan werken om de combinatie werk-gezin draaglijker te maken. Er kwam een hometrainer: zo kon ik thuis mijn kilometertjes malen en hoefde ik geen babysit te boeken om 1 à 2 keer per maand een duur sportabonnement te verantwoorden.

Tot mijn grote frustratie slaagde ik er desondanks niet in om alles perfect rond te krijgen. Ik wou tegelijkertijd de perfecte mama zijn, de perfecte partner, de perfecte werknemer met een druk en uitgebreid sociaal leven en liefst ook nog fit en gezond, maar ik kreeg dat maar niet voor elkaar. Ik deed mijn best, probeerde voor alles en iedereen goed te doen, maar slaagde daar in mijn ogen te weinig in en vaak ten koste van mezelf. Het was uiteindelijk een storend (en onnodig) werktelefoontje op reis dat mijn emmer deed overlopen. Dat deed me beseffen dat er grenzen waren aan mijn combinatiedrang en mijn flexibiliteit. Het werd tijd om keuzes te maken. Voor mezelf en voor mijn gezin.

Daarna werd het stilaan beter. De dochters groeiden op, ons sociaal leven keerde weer, er kwam terug wat meer balans. Af en toe kregen we zelfs al eens een gevoel van “het lukt”. Tot een zieke dochter, deadlines of een onverwachte gebeurtenis weer roet in het eten gooiden. Gelukkig leer je met de jaren (beter) relativeren. Je leert dat “goed genoeg” ook mooi is. Je leert keuzes maken, grenzen stellen en de consequenties aanvaarden. Je leert dat je niet alles onder controle kan hebben of houden. Je leert om je aan te passen. Je leert vooral dat je niet alles tegelijkertijd kan combineren, maar dat dat best ok is. Meestal toch. Je weet dat na een drukkere periode ook weer een dipje zal volgen dat je wat ademruimte zal geven. Je leert dat je niet altijd en overal bij kan zijn en dat je daar gerust mee kan leven, zolang je maar het beste maakt van de momenten die je wel beleeft. Je leert dat je niet voor iedereen goed kan doen en je aanvaardt dat zolang jouw geliefden daar tevreden mee zijn. Je leert te leven in het moment.

Lukt dat? Soms wel, heel vaak niet. Maar we hebben nog een leven voor ons om eraan te werken. Want geef toe: hoe saai zou ons leven niet zijn als we niets meer hadden om naar te streven…

Laat ons een filmpje doen!

Het was hier de laatste weekends altijd wel iets. Of onze oudste had plannen, of er stonden feestjes op het programma, of we hadden verplichtingen. Het was precies al lang geleden dat we nog eens een rustige zaterdagavond met zijn viertjes in de zetel doorbrachten, maar gisteren was er wel nog eens tijd en ruimte. En dus huurden we een film en deden we van “home cinema”.

Na wat getwijfel kozen we voor “The Zookeeper’s Wife” met o.a. Jessica Chastain en onze eigen Johan Heldenbergh. Volgens Kinepolis  een “waargebeurd en persoonlijk oorlogsverhaal waarin hoop centraal staat. De Poolse Antonina en haar man Jan Zabinski wisten tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 300 Joden uit de handen van de Nazi’s te redden door ze een schuilplek te bieden in hun dierentuin. De film vertelt op onnavolgbare wijze het verhaal van het gezin, maar ook dat van de dieren in hun dierentuin, de tijdelijke Joodse bewoners en de stad Warschau in de allesverwoestende oorlog.

Of dat wel iets voor onze meisjes was, vroegen we ons nog af, maar zij waren duidelijk: “Als we ‘Saving Private Ryan’ aankunnen, mama, dan zal dit ook wel lukken.” Al was dat toch een beetje voorbarig. Beide films zijn inderdaad oorlogsfilms, maar daar waar ‘Saving Private Ryan’ vooral veel actie is, speelt deze film zich toch op een ander, veel meer beklemmend, niveau af. Het was voor onze beide meisjes een behoorlijk beklijvende kennismaking met het gegeven van de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Bovendien speelt de film – naar een waargebeurd verhaal – zich af in Warschau, waar het persoonlijk leed onnoemelijk hoog was tijdens de Nazi-bezetting. Niet alleen voor de Joodse inwoners, maar ook voor de Poolse bevolking.

Onze jongste vond het toch wat te eng en gaf er halverwege de film de brui aan. De oudste keek ‘m samen met ons wel uit en was – net als wij – toch heel erg ontroerd en onder de indruk. Van de keuzes die “gewone” mensen maakten en de risico’s die erbij hoorden. Gewone mensen die toch besluiten te helpen, op gevaar van eigen leven en dat van hun gezin. Maar ook de keerzijde van de medaille raakte haar: de wreedheden die “gewone” mensen begaan, in naam van een regime. Ben je dan fundamenteel slecht als je zo’n dingen doet? Of bepalen de omstandigheden jouw keuzes? Kan iedereen dan “slecht” worden in bepaalde omstandigheden? Na een nacht overpeinzingen concludeerde ze dat het meestal geen zwartwit-verhaal is, maar ééntje van vele tinten grijs.

We hadden ook voor een komedie kunnen kiezen, of voor een ontspannende familiefilm, maar ondanks het zware onderwerp hadden we met ons vieren toch een gezellige avond. Allemaal samen dicht bij elkaar in onze lange zetel, samen genietend van een rustige zaterdagavond. We zouden dat meer moeten doen, zeggen we dan telkens weer. Maar als we ons volgende avondje samen willen plannen, blijkt dat de volgende 3 weekends alweer volgepland zitten (en het zijn niet de ouders die een drukke sociale agenda hebben). Ach ja, dat was weer wat ze met dat loslaten bedoelden, zeker 😉…

Maar als je eens een gezellige zaterdagavond wil en het mag wat meer om het lijf hebben, huur dan zeker eens “The Zookeeper’s Wife”. Een aanrader!

Aanval van opruimwoede

Soms heb je zo van die dagen. Je begint aan je dagelijkse routine met de normale taken voor de boeg, maar je raakt geïnspireerd of afgeleid, hoe je het ook wil noemen. Op het einde van de dag heb je redelijk wat werk verzet, maar is je to do-lijstje nog volledig intact. Ik heb regelmatig zo’n dagen. Ik zou mezelf zeker niet het meest georganiseerde huishoudelijke type noemen, maar ik kan wel veel werk verzetten. Al doe ik misschien niet altijd de meest nuttige zaken op de meest logische momenten.

Zaterdag was weer zo’n dag. Weekend, dus het moment om het huishouden op orde te krijgen en wat klusjes van het lijstje te schrappen. Keert elk weekend terug: de was en plas. Dat begint uiteraard met het verzamelen van het wasgoed. Nu hebben wij onze verzamelmanden, maar “sprokkelen” hoort er uiteraard ook altijd bij. Want op de bureaustoelen van onze dames durft zich ook wel één en ander ophopen. Ik doe dus mijn wekelijkse ronde in huis en in de badkamer erger ik me – voor de zoveelste keer die week – aan de uitpuilende wastafels. En dus gooi ik de verzamelde was op een hoopje in de gang en begin ik de wastafels op te ruimen.

Maar ook de badkamerkastjes puilen uit van de ongebruikte haar- en verzorgingsproducten. Sommigen al jaren oud, ergens verborgen in een vergeten donker hoekje. Dus ruim ik ineens ook de badkamerkasten op. Ik gooi een aantal zaken meteen weg, sorteer de vraagtekens en laat de dochters (mee) knopen doorhakken. Een paar uur later zijn de wastafels opgeruimd, hebben we opnieuw ruimte in de kasten, maar puilt de vuilbak wel uit (en bleken de meeste ongebruikte spullen JAREN over tijd te zijn).

Intussen ben ik wel vergeten de was te sorteren en een wasmachine op te zetten. Jammer op zo’n mooie zaterdag, een perfecte dag om de was te laten uitwaaien. Tot ik de badkamer inloop en opnieuw blij word van de leegte. Rommel opruimen schept bij mij telkens opnieuw ruimte in mijn hoofd. Het geeft rust. Ik kan niet koken als het aanrecht vol staat, op één of andere manier leidt dat af. Ik kan een paar keer de badkamer inlopen als de wastafels vol staan, maar dat geeft me op den duur echt een benepen gevoel. Het is alsof de rommel de ruimte in mijn hoofd nog kleiner maakt dan ze is. En dan kan ik niet denken of creatief zijn. Rommel beknot.

organize

(www.pinterest.de)

En dat opruimen? Ik word er stilaan goed in. Daar waar je bij de eerste opruimbeurten nog niet durft categoriek te zijn (blijven of weg), maar toch redelijk wat “twijfelgevallen” over houdt, lukt het hoe langer hoe beter om de categorie “twijfelgevallen” miniem te houden, of te schrappen. Eigenlijk is het simpel: als je het al die jaren nooit gebruikt hebt, zal je dat de komende weken of jaren ook niet ineens gaan doen. Weggooien dus. Of een tweede leven geven bij mensen die er wel wat aan hebben. Op een rommelmarkt bijvoorbeeld, of in de kringwinkel.

Grappig hoe een heel maatschappelijk model gericht is op het verwerven van hoe langer hoe meer spullen, maar je eigenlijk veel blijer wordt van het opruimen of het scheppen van rust. En van zodra je je écht aan het opruimen zet, blijkt er toch héél veel in de categorie “overbodig” te zitten. Veel meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Nu er weer ruimte is in mijn badkamer (en mijn hoofd) moet ik daar misschien eens over filosoferen 😉.

Dankbaar om…

Het is vandaag blijkbaar World Gratitude Day 2017. Tijd om even stil te staan bij de dingen waar je dankbaar om bent.

  1. Dat we allemaal gezond en wel zijn. Dat is een ongelooflijke rijkdom.
  2. Dat de kinderen zich goed in hun vel voelen op school. Nieuwe klassen is altijd wat wennen, maar het loopt vlot dit jaar. En als de dochters content zijn, is de mama dat ook.
  3. Dat het na een héél erg drukke week vol deadlines vandaag “bijbeendag” was. Eindelijk geen 60 mails achterstand meer, maar min of meer bijgewerkt. Op naar de normale drukte!
  4. Dat we dit jaar toch nog een piepklein beetje mogen genieten van een Indian Summer. Het stralende zonnetje maakte vandaag al veel goed, nu de temperaturen nog net iets meer de hoogte in, alstublieft.
  5. Dat de oudste net vandaag uitkoos om nog eens te bakken. Dus mogen wij straks weer proeven van een heerlijke ovenverse chocoladecake (en die zijn toevallig altijd het lekkerst als ze nog een piepklein beetje warm zijn).
  6. Het zijn familieweken. Afgelopen zondag vierden we een gezellig feestje aan mijn kant, zaterdag is ook de echtgenoot aan de beurt. En wij genieten daar met zijn allen héél erg van.
  7. Dat ik de laatste weken de was en plas redelijk goed onder controle heb, zodat ik doorheen de week tijd heb om te fietsen en te bloggen.
  8. Om het gelach en geplaag aan tafel de laatste dagen. Dat we in de drukte van de september-start en het schoolbegin toch nog een beetje ruimte hadden voor elkaar.
  9. Van de muziek van de dochters en hun gezang. Eigenlijk hebben ze best wel een goede muzieksmaak en soms betrap ik mezelf erop dat ik ook aan het meeneuriën ben met één van “hun” liedjes.
  10. Dat ik afgelopen nacht voor de verandering nog eens een goede nacht had en me voor het eerst in een aantal weken eens écht uitgeslapen voelde.
  11. Dat ik vandaag voor het eerst in een dikke week de deadlinestress en opgejaagdheid even achter me kon laten en meteen mijn hoofd opnieuw voelde borrelen van de creatieve ideeën.
  12. Dat het na een drukke september belooft wat rustiger te worden in oktober.
  13. Dat ik toch ook een beetje uitkijk naar het moment dat we hier voor het eerst de kachel kunnen aansteken.
  14. Om het boeketje bloemen dat ik afgelopen weekend voor mezelf meebracht en waar ik sindsdien elke keer van geniet als ik er langs loop.

HerfstbloemenVooral in tijden waarin ik mezelf durf voorbij hollen, doet het deugd om af en toe stil te staan bij de dingen die me gelukkig maken en waar ik dankbaar om mag zijn. Om te beseffen hoe gezegend we zijn, hoeveel geluk we hebben samen.

(Voor het hier écht een Ingeborg-zangstonde wordt, gaan we afronden 😉!)

Pukkelpop 2017, haar eerste festival

Muziek speelt een belangrijke rol in ons leven. Herinneringen worden gekleurd door liedjes, we gaan graag naar concerten. Dat dat erfelijk is, was dus wel enigszins te verwachten. Of we kunnen het ook anders stellen: we moeten nu niet klagen dat onze muzikale opvoeding zijn effect niet heeft gemist. Ergens in maart kregen we dan ook de onvermijdelijke vraag: “mag ik naar een festival?”. In eerste instantie dacht de mama nog voor een jaar uitstel te zorgen door “pas als je 16 bent” te antwoorden. Beetje dom, aangezien de oudste halverwege de zomer verjaart. De mama had enkel rekening gehouden met Werchter en dat stond nog voor haar 16de verjaardag op het programma.

Maar ook snel denken heeft de oudste van geen vreemden en met “maar dan mag ik naar Pukkelpop?” had ze ons wel klem natuurlijk. We hebben er nog even over nagedacht, en al snel kwamen we tot een compromis: zij mocht een vriendin meevragen, maar ze kreeg ons er ook bij. Niet dat we “samen” naar Pukkelpop zouden gaan, ze mochten daar uiteraard hun ding doen. Maar meteen was het probleem van het vervoer ook opgelost en just in case – je weet maar nooit – waren wij dan wel in de buurt.

Al snel hadden we een dag gevonden. Geen discussie voor onze oudste: zij ging naar Bastille. Dat kwam ook mij niet slecht uit, want dat was ook de dag van Elbow, en laat die groep nu toch al een tijdje op mijn lijstje staan. Bovendien kwamen er nog een paar namen bij die ik ook wel eens wou zien. Niet dat ik tickets zou kopen speciaal voor George Ezra of London Grammar, maar nu ze toch speelden op onze Pukkelpop-dag, pikten we hun optredens ook met plezier mee.

We hadden geluk met het weer: op een enkele bui na bleef het droog. We namen afscheid bij de inkom, spraken een ontmoetingsplek af “voor erna” en deden elk ons ding. George Ezra viel mee, London Grammar viel tegen. George Ezra heeft een ongelooflijk mooie bluesstem, maar we moesten de wel héél erg jonge gillende bakvissen erbij nemen in het eerste vak. De echtgenoot en ik zorgden er meteen voor dat de gemiddelde leeftijd daar een pak de hoogte in ging. London Grammar hebben we niet uitgekeken. Ze heeft een wondermooie stem, maar het geheel was wat magertjes voor op een hoofdpodium in open lucht. In een kleinere zaal kan dit werken, maar op Pukkelpop verdronk ze.

Dat gaf ons in ieder geval tijd genoeg om een goed plekje voor Elbow te zoeken in de Marquee. En laat het Elbow-optreden nu wel een ongelooflijk hoogtepunt geweest zijn. (Wat de gemiddelde leeftijd betrof, vielen we er zeker niet uit de toon: ik denk dat alle “oude zakken” daar op dat moment verzameld stonden.) Maar het was schitterend. Zanger Guy Garvey had de hele tent mee ondanks de breekbare, gevoelige muziek. Geweldig gevoel voor humor ook en tonnen présence. Ook al is het niet meteen moeders mooiste, uitstraling heeft hij. Kippenvel, een houten vloer die daverde, de tent die luidkeels meezong, meefloot, meeklapte. Overweldigend! Zo één van die concerten waarbij de zanger “kwam, zag en overwon” of de tent compleet plat speelde. Ik heb nog dagenlang nagenoten. “Beautiful!”

Daarna pikten we nog het grootste stuk mee van het Bastille-optreden. Dat een kopie was van de show die we eerder dit jaar al in het Sportpaleis zagen. Degelijk. Al dachten onze dames daar duidelijk anders over. Ook zij hadden – vanop de eerste rijen – genoten van “hun” groep en “hun” headliner. Na ons vertrek duurde het wel geen kwartiertje vooraleer de achterbank in diepe slaap verzonk. Maar haar eerste festival was een succes. Ze heeft de smaak te pakken. Volgend jaar komt er vast en zeker weer eentje op haar zomerprogramma. En wie weet, als de programmatie goed is, gaan we misschien nog een keertje mee. Of misschien ook niet. Leren loslaten, mama 😉!

Regen in Noorwegen #deel 2

Als je het Hoge Noorden als vakantiebestemming kiest, dan weet je dat het kan regenen. Maar je stopt dat ergens ver weg in je achterhoofd. Je wil het op voorhand niet weten, je hoort enkel die stemmen die zeggen dat het “in augustus vaak echt nog wel mooi is in Noorwegen, zeker in het Zuiden”. De foto’s die je te zien krijgt, zijn ook zo goed als altijd zonovergoten en dus hoop je het beste. We waren ook schitterend gestart met zomerweer op de ferry. In Oslo werd het al wat wisselvalliger, maar pas de tweede dag en dat beperkte zich tot af en toe een buitje. Het Belgische zomerweer met andere woorden, en daar hadden we ons aan verwacht.

Vanuit Oslo trokken wij zuidwaarts. Het plan was om langs de Noorse zuidkust te rijden, daar een paar stops te maken, om uiteindelijk langs de westkust en een zijsprongetje landinwaarts Bergen te bereiken. Eerste stop Lillesand, een gezellig, klein, wit kuststadje. Met zandstrand, en stiekem hadden we hier op een dagje strand gehoopt. Maar we waren Oslo nog niet goed en wel uit of het begon te regenen. En het bleef regenen. De volgende 6 dagen ;-). Soms wat intenser, maar af en toe hadden we ook eens een regenvrij uurtje.

Lillesand

We leerden om ons aan te passen. We consulteerden – nog meer dan in België – de weerapp op ons telefoontoestel. Een blauw streepje lucht en we waagden ons toch buiten. Gelukkig hadden we meer dan voldoende leesvoer bij om ook de drie regendagen (letterlijk van ’s morgens tot ’s avonds bleef de regen neergutsen) comfortabel uit te zitten. Al blijft het sneu natuurlijk dat je dat dagje strand moet schrappen, of later in Flekkefjord de fameuze grotten- en rotswandeling. Te nat en te koud.

Grappig ook hoe je herinneringen achteraf “gekleurd” worden. Zo heb ik de beste herinneringen aan Lillesand, omdat het daar ’s avonds toch opklaarde en we nog een gezellig uurtje doorbrachten op het plaatselijke marktje (met “real Belgian waffles”). Flekkefjord daarentegen is in mijn herinneringen nat, grijs en koud. Ik heb er precies geen zon gezien. Voor de echtgenoot daarentegen was het volledig omgekeerd: voor hem was Lillesand, waar we de gutsende regen trotseerden voor onze broodjes en op amper 10 minuutjes doorweekt raakten, compleet uitgeregend, terwijl Flekkefjord “dan toch net iets beter was”.

Flekkefjord

Maar schoon waren beide stadjes wel. Onze hotelkamers gelukkig ook. Warm en droog ook trouwens. Gelukkig bleek het ergste min of meer achter de rug toen we beide stadjes achter ons lieten en konden we daarna op het typisch Noorse zomerweer rekenen: hier een daar een straaltje zon, af en toe een bui, maar vele droge uren en regelmatig streepjes blauw. Het maakt dat je achteraf een Belgische zomer naar waarde leert schatten ;-).