Mijn lijf, mijn kathedraal, euh kapel #boostyourpositivity

Mijn lichaam en ik, de nieuwe opdracht in het kader van #boostyourpositivity van Danone. Had je me hier 25 jaar geleden naar gevraagd, was ik allicht niet zo tevreden geweest. Als tiener vond ik de ontwikkelingen in mijn lichaam niet altijd even aangenaam. In die periode probeer je vooral op te gaan in de heersende schoonheidsnormen, die ook toen al lang en slank waren. En dat was ik dus niet. Toen iedereen begon aan zijn groeischeut, bleek de mijne al gestopt. Maar vormen kreeg ik wel. Tot mijn verbazing en ook een beetje tot mijn schrik en ongenoegen.

my body and meMaar 25 jaar later, op mijn 41ste heb ik vrede met mijn lichaam, met mijn vormen. Ik mag dan niet tot de grootsten behoren, ik kan wél altijd hoge hakken dragen. En ja, ik heb vormen, maar in de loop der jaren leer je je sterke punten benadrukken en je zwakke punten te maskeren. Op mijn 41ste zit ik eigenlijk redelijk goed in mijn vel. Idealiter fiets ik er nog 2 kg af, maar het lukt de laatste tijd zo moeilijk om mijn trainingsritme aan te houden en ik eet/snoep nu eenmaal zo graag.

Het had misschien wel leuk geweest als ze bij het vormen van mijn unieke genetische combinatie toch net iets minder familienadeeltjes bijeen gestoken hadden. En dus zit ik tegelijkertijd opgescheept met de trage vertering van mijn grootvader, het mindere gehoor van mijn grootmoeder en het verminderde zicht van de andere kant. Te laat uitgebreid tafelen zit er dus niet in en het vooruitzicht om hoe langer hoe minder te zien en te horen is ook niet bepaald een rooskleurig toekomstbeeld, maar we zullen het er toch mee moeten doen. Want als ik ook dat stukje genen van mijn oma heb doorgekregen, behoor ik tot een taai vrouwelijk ras, dat het toch wel even uitzingt.

Bovendien moeten we eerlijk zijn, op je 41ste beginnen de eerste slijtagetekenen zich te vertonen. Toen ik een dikke 10 jaar geleden voor het eerst last had van een ontstoken schouder, verwittigde mijn toenmalige baas me nog dat dat wel eens mijn zwakke punt zou kunnen worden. “Jaja”, en in al mijn naïviteit dacht ik toen nog dat het allemaal wel niet zo’n vaart zou lopen. Een ontstoken schouder was toch gewoon wat pech hebben. Intussen weet ik wel beter.

Toch ben ik blij met dat lijf van mij. Het heeft me 2 prachtige kinderen geschonken. Ja, er zitten wel wat productiefoutjes in hier en daar en het had handig geweest als we wat reserveonderdelen hadden kunnen aanspreken, maar het doet wat het moet doen en het is gezond. Wil ik met de kinderen gaan schaatsen, dan kan ik dat. Wil ik mezelf een stevige fietstraining opleggen 3 keer per week, dan lukt dat. Willen we nog eens een avondje met zijn tweetjes gaan dansen tot een stuk in de nacht, dan kost ons dat achteraf een pak meer moeite dan vroeger, maar dan doen we dat gewoon.

Ik draag dan ook zorg voor mijn omhulsel. Ik probeer zoveel mogelijk te bewegen (al moet ik mijn fietstraining dringend weer hervatten), ik probeer gezond te eten, genoeg te slapen en naar mijn lijf te luisteren, en af en toe eens goed te zondigen, want je leeft echt maar één keer. Dat hoop ik mijn zoekende tienerdochters vooral mee te geven: aanvaard wat je hebt/krijgt en draag er zorg voor. En relativeer het lichamelijke/uiterlijke aspect toch zoveel mogelijk. Want er is meer in het leven dan enkel je lichaam/uiterlijk, ook al krijgt dit aspect buitensporige (media)aandacht.

Dus, meisjes van mij, lees, fantaseer, praat, eet, geniet, relativeer, lach en LEEF!

Een afscheid en een nieuw begin

Vrijdag stond er een afscheid op mijn programma. Na 2 jaar heb ik besloten nieuwe professionele wegen in te slaan. Een afscheid, dat wil zeggen: cake en traantjes. Ik ben niet zo goed in afscheid nemen. Nooit geweest eigenlijk.

Toen ik als kindje nog met mijn ouders op vakantie ging, had ik er al moeite mee. In mijn prille kindertijd brachten wij elk jaar een week aan de zee door, in een vakantiedorp. Altijd waren er wel kinderen in de buurt met wie het klikte. Tot je op het einde van de week naar je vertrouwde stek moest terugkeren. Ontelbare keren verliep het eerste stuk van de autorit naar huis in traantjes. Contact houden was in die tijd ook niet evident. Wij hadden toen zelfs nog geen telefoon. De enige manier om contact te houden, was brieven schrijven, wat als 6- of 7-jarige bepaald niet evident was.

Later brachten we onze vakantieweek door met vrienden van mijn ouders en hun 4 kinderen. Het klikte ook tussen de kinderen en we beleefden dan ook dolle weken. Maar het afscheid bleef moeilijk. Geografisch gezien woonden we toch een eindje uit elkaar. We zagen elkaar ook wel eens doorheen het jaar, maar dat beperkte zich tot een tweetal namiddagbezoekjes en dat was bijlange zo intens niet als de week kattenkwaad die we in de zomervakantie samen mochten beleven. Intussen slaagde ik er wel in om doorheen het jaar min of meer contact te houden via (ellenlange) brieven. Mijn liefde voor schrijven moet daar ooit zijn oorsprong gevonden hebben.

Nog later kende ik mijn eerste reizen alleen. Zo mocht ik op mijn zestiende op uitwisseling in een Waals gezin (om Frans te leren). Het afscheid van mijn ouders kostte me toen ontzettend veel moeite. Een onbekend gezin, een onbekende Vlaamse mede-uitwisselaar, het overviel me allemaal bij het afscheid en dus was ik ontroostbaar. En dat duurde toch wel even. “Elle pleure encore?”, vroeg de stoere Vlaamse jongen, die een paar jaar ouder was en absoluut geen moeite had met het vertrek van zijn ouders. Toch beleefde ik daar toen 2 fantastische weken: een zalig gastgezin, leuke plaatselijke vrienden en vriendinnen,… Dus bleek ook het vakantie-einde een zware dobber, een waar tranendal. Maar de volgende jaren keerde ik er wel terug, om mijn Frans te perfectioneren.

Afscheid nemen went wel in de loop der jaren. Contact houden is ook een pak makkelijker geworden. Geen bladzijdenlange epistels meer, maar op het einde van een fantastische (vakantie)periode Facebook-gegevens uitwisselen, af en toe berichtjes sturen en elkaars foto’s liken, met Kerstmis nog eens een kaartje of een cadeautje opsturen… Professioneel gezien wordt een afscheid meer een feestje, zeker als je zelf voor je vertrek gekozen hebt. Je trakteert met een hapje of een drankje en je spreekt meteen af om samen nog eens te gaan eten. Je pinkt wel een traantje weg, maar dat hou je voor de autorit op weg naar huis.

werk-waar-je-van-houdVrijdag was ik dan ook voorbereid, met de nodige cake om het vertrek te verzachten. En dan krijg je het afscheid dat je verwachtte. Op weg naar huis moet je toch even een ferme krop wegslikken. Tot je thuiskomt en de echtgenoot heel droogjes opmerkt: “En wanneer staat het etentje met je nu ex-collega’s gepland?”

Maar 2 dagen verder zit de buik wel vol kriebels. Want de nieuwe uitdaging begint straks echt. En daar kijk ik toch ontzettend naar uit.

De geheimen van de menselijke anatomie

Blijkbaar is er al die jaren geleden in de lessen biologie toch één en ander misgegaan. Ergens heb ik precies toch één en ander gemist wat de menselijke anatomie betreft…

Vorig weekend stond ik ’s nachts op met pijn in mijn linker onderrug. In mijn toestand van half-slapen-half-waken dacht ik eerst nog: “het zullen mijn nieren zijn, het is weer weekend”. En neen, daar bedoel ik uiteraard niet mee dat wij in het weekend hier bacchanale uitspattingen beleven. Ik probeer gewoon dagelijks minstens een liter water te drinken. En dat lukt op het werk, met mijn fles water naast mij, blijkbaar vlotter dan in het weekend thuis. Vooraleer opnieuw in slaap te sukkelen, nam ik me voor om de volgende dag toch opnieuw mijn fles water soldaat te maken.

Maar de pijn bleef. In de loop van de dag werd het een zeurende pijn en kreeg ik het af en toe zelfs benauwd bij het ademen. En dus besloot ik toch maar een doktersafspraak te maken. En ook de collega’s merkten op dat ik niet in mijn gewone doen was.

“Het doet al een paar dagen pijn in mijn linker onderrug. Ik dacht eerst dat het mijn nieren waren, dat ik weer eens te weinig gedronken had, maar ik vrees dat het dat niet is. Want intussen voel ik ook een pijnscheut als ik mijn hoofd naar voor buig, bij het lachen of het ademhalen. Het lijkt heel erg op die keer dat ik een zware verkoudheid had en zodanig hard gehoest had dat ik een rib kneusde. Toen had ik ook moeite om adem te halen en kon ik amper lachen door de pijn. Als ik nu eens zeker wist dat we vanachter ook ribben hadden, dan had het dat geweest kunnen zijn.”

skeletMijn collega kwam niet meer bij van het lachen. “Natuurlijk heb je vanachter ook ribben! Heb jij nooit een skelet gezien?” “Jawel, dat stond in het biologielokaal, maar dan heb ik dat blijkbaar vanachter nooit goed bekeken.” Verder dan de wervelkolom en de schouderbladen kon ik me de achterkant ook niet meer voorstellen. In mijn herinnering zaten onze ribben dus alleen vooraan. Wat ook de oudste trouwens hilarisch vond toen ik mijn stommiteit later die avond thuis herhaalde. “Mama toch.”

De clou was dan nog dat later die avond bij de dokter bleek dat ik het in al mijn onozelheid zelfs nog bij het rechte eind had: ik zat met een ontstoken spier aan de ribbenboog, wat dus ook het beklemd gevoel bij het ademen veroorzaakte. Een gevolg van een onschuldig koutje. Ik had de winterkleren dus toch beter een weekje eerder bovengehaald… En ik zal het menselijk skelet beter nog maar eens goed bestuderen, voor ik weer problemen krijg met mij onbekende lichaamsdelen ;-).

Liefde is… de hele avond blijven dansen

liefde is... dansenZaterdag had ik nog eens een date met de echtgenoot. Voor echt! De kinderen gingen bij de oma en opa logeren en wij gingen uit, naar een fuif. De allerlaatste keer dat we dat deden, was een jaar geleden, op de verjaardag van de echtgenoot. De keer ervoor was toen we allebei 30 werden en zelf onze eigen fuif organiseerden…

Eigenlijk vind ik dat jammer, want ik dans graag. Ik doe ook graag zot op de dansvloer. Ik stam uit de zware jaren ’90. Nirvana, Pearl Jam, Metallica,… bring it on. Laat ons nog eens headbangen ;-). Maar de tijden evolueren, de muziek ook en jarenlang was het niet meer zo ons ding. De combinatie van het werkleven met jonge kinderen was ook niet echt bevorderlijk voor ons uitgangsleven. In tijden van ziektes en onrustige nachten staat je hoofd niet echt naar fuiven. Dan wil je in het weekend alleen maar slapen en maak je deals over wie op moet voor de kinderen en wie kan blijven liggen.

Maar de dochters groeien op, de nachten en je leven komen in een rustiger vaarwater en dus kan je af en toe weer een stapje in de wereld zetten. Al was dat wel even wennen met een echtgenoot-leraar in de onmiddellijke omgeving. Overal waar we kwamen, kwamen we leerlingen van de echtgenoot tegen. Uitgaan in Heist? Leerlingen. Een cafeetje doen in de omgeving? Leerlingen. Een ijsje gaan eten met de kinderen? Leerlingen. Braderij? Leerlingen. Is dat erg? Absoluut niet, maar het zorgt er wel een beetje voor dat je je gedraagt, zeker de echtgenoot blijft dan “in functie”.

En dus waren we stiekem wel héél erg blij met de Dirty Dancing-fuif zaterdagavond. Voor dertigers en veertigers. Onze muziek. En dus maakten we ons schoon, trokken onze beste kleren aan en gingen er voor. In tegenstelling tot de jaren ’90 zelf toen wij gewoon in jeans en T-shirt uitgingen. In onze jeugd – de prehistorie – mocht er nog gerookt worden op fuiven. Uitgaan stond toen gelijk aan stinkend thuis komen en dat deed je uiteraard niet in je beste kleren.

Het was een leuke fuif. En we hebben ons goed geamuseerd. Er is duidelijk een markt voor dit soort fuiven: het was druk, ook op de dansvloer. Ook het VIP-gedeelte (met champagne en hapjes) was volledig volgeboekt. Dat was in de jaren ’90 nochtans nog niet in zwang, toch niet op onze fuiven. Er trad een bandje op (uitstekend), daarna waren (verschillende) deejays aan zet. Toen de boenkeboenke bezig was, wilden we gaan lopen, maar een klein kwartiertje later kreeg de deejay een bevlogen jaren ’90 moment en ben ik toch nog even gaan headbangen. Ik heb zelfs geslowd met de echtgenoot! Jaja, het was een geslaagde avond.

En de leerlingen? Die waren er toch. Sommigen waren aan het werk, anderen kwamen ook fuiven. Maar we hebben hen genegeerd en ons maar een heel klein beetje ingehouden ;-). En laat ons eerlijk zijn, tegen dat de leerlingen écht in actie kwamen, lagen wij allicht al in ons bed. De leeftijd, weetjewel. En over zondag zwijgen we: dat recupereren duurt precies ook wat langer dan in de jaren ’90 ;-).

Perfecte dag

zomerSoms valt er een onverwacht cadeautje uit de lucht. Een bonusdagje stralende zon. Al kunnen we dit jaar echt niet klagen: het is een schitterende zomer geweest. Maar wat een prachtige zaterdag kregen we gisteren. Rustig uitslapen, op het gemakje ontbijten met de krant erbij en géén plannen voor de rest van de dag. Wat een luxe.

Eigenlijk dachten we al wat schoolinkopen te gaan doen, maar in plaats daarvan hebben we thuis genoten van het zomerzonnetje. De dochters hebben in de voormiddag wel hun strips ingegeven én de bibliotheek van de jongste gerangschikt. We zullen er nog komen 😉 ’s Namiddags hebben we ons plastieken zwembad uitgekuist en opnieuw gevuld. Je had onze dochters moeten zien: allebei op hun gemakje met hun boek in het zwembad. De mama ernaast, op een ligzetel, ook al met een fantastisch boek (“Als je het licht niet kunt zien” van Anthony Doerr, stond trouwens ook op de leeslijst van Barack Obama!).

’s Avonds hebben we met ons viertjes van een barbecue genoten, buiten op ons terras, dat binnenkort een tuinkamer zal worden. Wij met een glaasje wijn uit Italië erbij… Een perfecte dag! Zelfs strijken is een pak aangenamer als je dat in je bikini in het zonnetje kan doen. En neen, niks verbrand ;-).

Een perfecte dag om de zomer af te sluiten. Want morgen beginnen we er weer aan. Morgen moet de echtgenoot “zijn dag” gaan doen op school en dat is het begin van een heuse schoolweek: herexamens, personeels- en vakvergadering,… Het is deze week elke dag wel iets. Maar als de echtgenoot in gang schiet, dan zet ik even een stapje terug. Dan neem ik hier en daar wat verlof om samen met de kinderen al wat boodschappen te doen, om samen met hen nog wat van de vakantie te genieten. Om de echtgenoot een beetje in de watten te leggen, om ervoor te zorgen dat er eten op tafel staat als hij thuis komt. Om de overgang voor iedereen een beetje te milderen.

En dus hebben we met volle teugen genoten van ons bonusdagje van gisteren. Alle plannen laten varen, gewoon genieten van het moment. Want nu komt de start toch wel heel dichtbij…