Jong van geest…

Lang geleden, toen ik jong was, had ik er een hekel aan als mensen me jonger inschatten dan ik werkelijk was. Als ik daarover mijn beklag deed bij mijn moeder, kreeg ik telkens opnieuw te horen dat er een tijd zou komen dat ik het wel leuk zou vinden dat ik er jonger uitzie dan mijn leeftijd. Niet dat dat een troost was toen men mij 12 of 13 gaf terwijl ik écht wel al de kaap van de “sweet sixteen” had gerond. Eén keer vond ik het grappig toen men me – al ver in mijn twintiger jaren – bij het uitgaan (of bij het bestellen van drank in het buitenland) mijn “ID” vroeg, maar alle daaropvolgende keren niet meer.

Maar er komt een tijd dat je je moeder gelijk moet geven (dochters, dit geldt ook voor jullie 😉!). Op mijn 43ste kan ik er eigenlijk wel mee leven dat men mij nog altijd jonger inschat dan ik in werkelijkheid ben. Het leidt vooral tot verwarring bij nieuwe gesprekspartners en tot binnenpretjes voor mezelf. Als ik nieuwe mensen ontmoet, durven mijn dochters na de gebruikelijke koetjes en kalfjes wel eens onderwerp van gesprek te worden. Als ik dan langs mijn neus weg vertel over mijn 16-jarige tienerdochter, zie ik mijn gesprekspartners soms wel héél raar kijken. Dan zie ik hen in gedachten een rekensommetje maken en zie ik hen gewoon denken dat ik er dan toch wel héél erg vroeg bij was. Wat ze na het onthullen van mijn werkelijke leeftijd meestal ook gewoon luidop uitspreken.

Dat ik er die geweldige, erfelijke mix van genen mag voor danken, dat besef ik maar al te goed. En dat er toch ook wat werk in kruipt, moeten we ook toegeven. Er wordt hier toch regelmatig gesport om alle onderdelen nog enigszins gesmeerd te laten werken. Maar volgens mij helpt het ook als je regelmatig “zot” blijft doen. Onbevangen blijven, nieuwsgierig en enthousiast zijn, voluit lachen en genieten en af en toe eens “foert” zeggen en gewoon doen waar je op dat moment zin in hebt. Dat je dan soms raar bekeken wordt, klopt. Dat de dochters op zo’n momenten al eens met de ogen durven rollen en zuchten dat zij de enige “volwassenen” in huis zijn, neem je er maar bij. Maar als ze al iets van de mama erven, dan hoop ik dat het die zotheid is. En dat pakketje “verjongende” genen mogen ze ook hebben natuurlijk.

Al lijkt het mij dat het bij de tieners van tegenwoordig allemaal net iets vlotter gaat, die overgang naar de volwassenheid. Ik heb de indruk dat ze toch wel sneller opgroeien, dat wij misschien toch net iets langer “kind” waren. Of klink ik nu echt als een oude zaag 😉?

Mama’s kleine vakantieverdriet

Vorige week genoten wij hier met zijn allen van onze Paasvakantie. Deze week moest de mama jammer genoeg alweer aan het werk, terwijl de dochters en de leraar-echtgenoot nog een weekje langer vakantie vieren. En alhoewel ik het intussen, in het twintigste jaar van mijn professionele leven, al gewend zou moeten zijn, blijft het toch telkens weer pijn doen.

Het betekent immers dat ik mijn bed uitspring van zodra de wekker gaat en dat ik de rest van het ochtendritueel zo stil mogelijk probeer af te werken. Want de echtgenoot en de dochters slapen uit en dat probeer ik zo te houden. Bovendien heb ik op weg naar de volwassenheid toch enigszins vooruitgang geboekt. Toen ik vroeger “zachtjes” de trap probeerde af te gaan, was het volgens mijn moeder altijd “net of er een bende olifanten passeerde”.

Alhoewel er af en toe nog wel eens een ongelukje gebeurt, zeker als je niet uitgeslapen bent. Dan laat je de elektrische tandenborstel natuurlijk met veel gerammel en geklingel in de wasbak vallen. Of dan valt de deur veel luider toe dan je verwacht had. Of dan ben je natuurlijk nog iets in de kamer vergeten en moet je de deur, die je een kwartier eerder zachtjes achter je had toegetrokken, weer openen. Of dan staat er ineens een dochter voor je neus en verschrik je je (luidkeels) een ongeluk. Of de doucheknop gaat met geweldig veel gebonk tegen de douchebodem en knalt onderweg ook nog eens stevig tegen de muur waarachter de oudste probeert te doen alsof ze mama écht niet hoort. Of de deur van de badkamerkast open laten staan omdat het klopt telkens je ze sluit en vervolgens dan keihard met je kop tegen de openstaande deur knallen. Of je blote tenen (want dat maakt veel minder geluid dan schoenen aan je voeten) dan wel tegen de deur stoten. Niet dat dat zoveel lawaai maakt, maar de pijnkreet en het bijhorende gevloek natuurlijk wel.

Of je trekt beneden de koelkast open en een fles drank, die duidelijk niet goed geplaatst was, valt eruit, wat een hels lawaai maakt. (En dan kan je nog eens de keuken beginnen opkuisen, terwijl je eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk – zonder al te veel geluid – het huis probeerde uit te sluipen.) Tijdens de vakantieweken valt het ook héél hard op hoe de voordeur toch altijd zo’n vreselijk kabaal maakt als die in het slot valt, zeker als het voor de rest muisstil is. En ik doe écht waar héél hard mijn best, maar de keren dat de echtgenoot ’s avonds vraagt: “zeg, wat was dat nu toch weer deze morgen?” zijn hier niet meer op één hand te tellen. En al bovenstaande gevalletjes heeft yours truly ook al minstens één keer “live” meegemaakt op een vroege vakantieochtend.

En waar dat gezegde van de ezel en zijn steen vandaan komt, begrijp ik eerlijk waar ook niet, want ons (mij) overkomen sommige onfortuinlijke gebeurtenissen echt wel tot verschillende keren toe. Maar telkens het wel lukt om het huis in relatieve stilte te verlaten en iedereen nog rustig ligt te slapen als ik vertrek, bloedt mijn (moeder)hart een klein beetje. Dan wil ik eigenlijk niets liever dan terug naar binnen gaan, in mijn bed kruipen en de rest van de dag met mijn geliefden doorbrengen.

Alhoewel ik het de kinderen en de echtgenoot van harte gun, ben ik telkens toch stiekem een beetje blij als de vakantie erop zit, als alles terug zijn gewone gangetje gaat en we allemaal terug in het normale ritme zitten. Als ik me ’s morgens geen zorgen hoef te maken om het behoud van de stilte en het vermijden van welk lawaai dan ook. Als er ineens een pak minder ongelukjes gebeuren ’s morgens vroeg (in mijn verbeelding dan toch). Als de dames des huizes weer een ochtendhumeur hebben wegens niet uitgeslapen en drukdrukdruk. Als we het ochtendritueel in alle haast doorspartelen omdat we liever een kwartiertje langer slapen dan de dag rustig te beginnen. Als we aan een stuk door de kinderen moeten aanzetten tot haast en spoed omdat het nu écht wel hoog tijd is om te vertrekken.

Misschien is het dan toch niet zo erg om (min of meer) stilletjes het huis uit te sluipen in de vakantie…

morning people

Ook lid van #teamnosleep?

Ik ben een slechte slaper. Jammer genoeg al zolang ik me kan herinneren. Mijn grote geluk is wel dat ik niet zo heel veel slaap nodig heb om me mens te kunnen voelen. Maar er zijn momenten dat ik zelfs mijn minimum niet haal en dan ben ik niet het meest aangename gezelschap: dan word ik kribbig, dan begin ik te zagen en dan doe ik stommiteiten uit verstrooidheid.

Toen ik een tiener was, had ik vooral problemen met het inslapen. Dan kon ik uren wakker liggen zonder in slaap te geraken. Wat natuurlijk niet aangenaam is, want op den duur zie je er tegen op om in je bed te gaan liggen, uit vrees voor het hele slaapritueel (dat jou dan niet lukt). Alles heb ik geprobeerd: schaapjes tellen, lezen, zachte muziek, opstaan en iets anders doen… Het lukte niet. Tot de echtgenoot in mijn leven verscheen en ik samen met hem wel binnen de kortste keren in dromenland raakte. (Overigens heeft Europees voetbal sinds een aantal jaren hetzelfde effect: zet een voetbalmatch op van een Belgische ploeg, geef mij een zetel en de echtgenoot om tegenaan te kruipen en binnen de paar minuten ben ik vertrokken…)

Ligt het aan de kinderen, mijn slaapgebrek? Overal lees ik blogposts van (jonge)mama’s die veel te weinig slaap hebben door het verstoorde slaappatroon van hun kinderen. Ik ben nooit in die situatie geweest. Integendeel zelfs. Ik durf het intussen al bijna niet meer te schrijven, maar de oudste sliep al door op dag 3 in het ziekenhuis. Ondanks alle waarschuwingen dat je daar niet mag op afgaan, dat het allemaal verandert eens je ze mee naar huis genomen hebt, was dat bij ons niet het geval. Ze sliep elke nacht schoon van een uur of één tot een uur of zeven en dus hadden wij als jonge ouders niet echt een slaapgebrek.

Ook over de jongste mogen we absoluut niet klagen. Op 8 weken sliep ze door. Iets later dan haar grote zus en haar nachten waren ook iets korter, maar de dagen dat wij er om 6 uur uit moesten omdat een van onze dochters besloot dat ze meer dan lang genoeg geslapen had, zijn hier op één hand te tellen. En dan spreken we eerlijk gezegd vooral over Sinterklaas en Pasen, wanneer het voor onze meisjes “te spannend” was om te blijven liggen…

Onderbroken nachten waren er uiteraard wel eens. Zieke kinderen, nachtmerries, ze stonden wel eens in het midden van de nacht aan ons bed. En uiteraard kwam dat meestal niet zo goed uit, maar ook dit moeten we niet overdrijven. We hebben één zwaar jaar gehad toen de oudste 3 was en aan haar eerste schooljaar bezig was en de kleinste op weg was naar haar eerste verjaardag. Het was een zware winter: beide meisjes aanhoudend ziek en uiteraard staken ze elkaar constant aan. Dat jaar hebben we na 3 intense maanden gesmeekt of de meisjes eens mochten gaan logeren zodat wij nog eens rustig konden doorslapen. Het lijkt zo’n zonde om een babysit te gebruiken om zelf eens goed te kunnen slapen, maar wat kan je daar deugd van hebben…

Het ligt dus gewoon aan mij. Er zijn periodes dat ik echt dagenlang te weinig slaap krijg. Maar één goede nacht wist dat meteen uit en dan kan ik er weer voor een tijdje tegen. En meestal verloopt mijn slaappatroon ook op die manier: dan compenseer ik mijn te korte “week”nachten met een iets langere “compensatie”nacht in het weekend. Maar als dat wegvalt, kom ik in de problemen.

En het was weer zo’n week. Onderbroken nachten, heel levendige (maar totaal absurde) dromen, naar het toilet moeten, 3 uur zien, vijf uur zien en niet meer kunnen slapen,…  Te warm en dan weer te koud, draaien en keren en geen perfect “plekje” vinden,… Lijstjes maken in mijn hoofd van dingen die ik niet mag vergeten, geweldige ideeën bedenken in het holst van de nacht en dan uren liggen uitwerken… Het was deze week weer “flipperkast” in mijn hoofd.

En ja hoor, ik ken de trucjes: er ligt een schriftje naast mijn bed om de belangrijke zaken te noteren. Wat ik overigens nooit doe, want dan moet je het licht aandoen en dan maak ik de echtgenoot ook wakker. Als je na meer dan 20 minuten nog wakker ligt, moet je je bed uitkomen en iets anders gaan doen. Is er iemand die dat echt doet? Om 3 uur toch je fantastisch warme bed uitkomen om beneden in alle kilte wat tv te gaan kijken of iets te gaan lezen? Ik vind het al erg genoeg als ik ’s nachts naar toilet moet en daarvoor de koude nacht in moet. En neen, we hebben geen tv in onze slaapkamer, de gsm of tablet gaat nooit mee de kamer in en boeken lezen doe ik niet meer in bed.

Draai toch je knoppeke om, zegt de echtgenoot altijd: het heeft echt geen nut om ’s nachts wakker te liggen, dat lost niks op. IK WEET HET, maar dat stopt de gedachtenstroom in mijn hoofd niet. Overigens is het niet alleen gepieker dat me uit mijn slaap houdt. Soms is mijn hoofd ’s nachts nog aan het verwerken en dat kan even goed een tv-programma, een mooie film of een prachtig boek zijn, waar ik dan wel wakker van word…

slaapproblemenNa meer dan een week onderbroken nachten was ik tegen donderdag doodop en zaten we in de zaag- en stommiteiten-fase. Gelukkig bracht een comateuze vrijdagnacht (op de dag van de slaap blijkbaar) een beetje verlichting. Nu kunnen we er weer een weekje tegen ;-)!

Hebben jullie ook zware nachten of slapen jullie als engeltjes? Hebben jullie slaaptrucjes? Altijd bereid om te testen…

 

Februari was…

bloemenFebruari was een mooie maand, met een klein (ziek) angeltje in de staart. Nog altijd geen lente in het vooruitzicht jammer genoeg, ook al bloeien onze narcissen hier al een kleine maand. Ik denk dat ze intussen al een paar keer bevroren zijn en daardoor net iets langer houden dan gewoonlijk ;-). We hebben wel de lente in huis gehad met tulpen (gekocht en gekregen) als contrast tegen de oneindige en overvloedige regenbuien buiten.

Februari was familie. In het begin van de maand werd mijn vader 70 en dat was hét moment voor een feestje. Hij werd in de bloemetjes gezet, hij werd verwend door zijn vrouw, kinderen, kleinkinderen, broers en schoonzussen en hij genoot. En dus genoten wij ook. Van de 3 broers samen aan de praat in onze living. Van de kleinkinderen die binnen de kortste keren weer allemaal samen een heel Playmobildorp gebouwd hadden en die we dus weer voor de rest van de namiddag boven kwijt waren. Van de kleinste van de hoop die duidelijk niet bang is van onze hond en enthousiast “Didi” roepend achter haar aan ging. De hond (Indie) in kwestie zag dat net iets minder zitten en zette het op een lopen…

Een week later kwamen de neefjes en het nichtje logeren. 5 kinderen in huis en toch was het een “rustig” weekendje. Ze waren eerst een paar uur zoet met – uiteraard – het Playmobildorp en daarna bracht Disney rust. De klassiekers “Lady en Vagebond” en “Belle en het beest” werden nog eens bovengehaald en het waren niet alleen de kleintjes die genoten. Zondagmorgen zaten ze schoon met zijn vijven op een rijtje in onze zetel toen Belle stilaan verliefd werd op het beest. Schattig om te zien! En dus genoot de mama/tante/meter meer van het kijken naar de kinderen dan naar de film.

Alleen was de nacht net iets korter dan normaal: het lang uitslapen is duidelijk een familietrekje dat onze dochters van papa’s kant geërfd hebben. Al zorgde de jongste van de hoop voor de verrassing door het veldbedje geweldig te vinden én dus voor een slaaprecord te zorgen. In de logeerkamer naast ons was er al vroeger leven in huis, maar het bleef (relatief) stil tot half acht.

Dit weekend gingen we dan weer op bezoek bij het jongste neefje. Die had ons in eigen huis helemaal niet verwacht. En dus duurde het na zijn middagdutje even voor hij ontdooide. Maar toen dat gelukt was, was hij alweer zijn vrolijke, hartveroverende zelf. En staan we elke keer opnieuw verwonderd te kijken van de taalontwikkeling bij zo’n jonge kindjes. Hoe snel dat toch allemaal gaat. Hoe veel ze telkens opnieuw bijleren. Hoe ongelooflijk schattig het is om hem te horen roepen op onze dochters of de echtgenoot. Hoe trots je toch bent als je hem zijn nieuwe Franse “r” hoort demonstreren, ook al heb je er zelf absoluut geen verdienste aan.

Dat het ook nog koers was afgelopen weekend. Dat koers altijd fijner is in familieverband. Zeker als er Belgen winnen en je samen kan kijken. En je de vreugde om een Belgische zege kan delen.

Februari was liefde. Liefde voor de echtgenoot en ons 21-jarig samenzijn. Genieten van een gestolen dagje samen om “klef” te doen, zoals de dochters altijd grappen. Samen lachen, samen eten, samen babbelen, samen knuffelen. Een dagje samen met de dochters in de Krokusvakantie. Geen grootse plannen, gewoon samen thuis, samen (rustig) ontbijten, samen lachen, samen koken, samen babbelen. Tijd voor elkaar, het kan soms zo’n deugd doen.

Februari eindigde ziekjes. De mama die een paar dagen geveld werd door griep, de jongste die een weekje later ook mama’s virus overnam en daar toch ook flink ziek van was. Wel genezen zijn, maar nog geen 100%. Snakken naar beter weer, naar zon, naar droogte.

In maart dan maar? Misschien?

21 jaar Valentijn

PrintOp Valentijnsdag 1995, exact 21 jaar geleden, begon onze liefdesgeschiedenis. Vandaag zijn we de helft van ons leven samen. En daar heb ik nog geen dag spijt van gehad. Ik zou dus een geweldig stuk kunnen schrijven over de ideale manier om Valentijn te vieren of het perfecte cadeau of zelfs tips om je relatie spannend te houden. Maar dat doen we niet. Vandaag vieren wij onze liefde en die zit voor mij niet in een prachtige bos bloemen of een zalig ontbijt op bed.

Liefde is…

  • Hij die elke dag met veel liefde voor ons kookt
  • Zijn geduld met onze kinderen
  • De tijdschriften die hij meebrengt als ik ziek in de zetel lig (zodat hij zeker weet dat ik toch een paar uur rust neem)
  • Een blik van verstandhouding
  • ’s Morgens samen ontwaken en nog 10 minuten knuffelen voor we echt uit ons bed moeten
  • ’s Avonds samen inslapen
  • ’s Nachts wakker worden en zijn aanwezigheid voelen
  • De auto die hij ’s morgens voor mij buiten zet zodat ik 2 minuten langer aan tafel kan zitten
  • De “blijf jij nog maar even liggen” in het weekend
  • Onze “series” samen delen
  • Ruzie maken en het bijleggen
  • Samen duimen dat Bruce Springsteen ook echt naar België of Nederland komt, kaarten bestellen en aftellen
  • Voor dat podium staan en zien hoe hij in het optreden opgaat en daar ontzettend van genieten
  • Zijn altijd aanwezige steun
  • Hij die me op mijn nummer zet als dat nodig is
  • Zijn gezicht toen hij onze dochters voor het eerst in zijn armen had
  • Hoe hij zich op een zaterdagochtend toch in de Colruyt-drukte stort om boodschappen voor ons te doen
  • Hij die naar het wielrennen of het voetbal kijkt en daar volledig in opgaat
  • Samen gek doen, samen lachen
  • ’s Avonds met zijn allen in de zetel, dicht bij elkaar, een half uur samen knuffelen
  • Hij die toch maar een vijfde keer Italië op de agenda zet, omdat zijn dames dat zo graag willen
  • Het gemis tijdens zijn driedaagse in Londen en de kriebels als hij ’s morgens (eindelijk) terugkeert…
  • De aantrekkingskracht die me soms ineens overvalt
  • Zijn relativering over “mijn ingebeelde buik”
  • Zijn “wat zie je er weer veel te goed uit vandaag” dat me helemaal warm maakt vanbinnen
  • De boeken die hij voor me uitkiest en die er telkens opnieuw knal opzitten

Het zit ‘m in de kleine dingen. Is het perfect? Natuurlijk niet en gelukkig maar: het is stil waar het nooit waait. Maar al 21 jaar lang vult hij me aan en brengt hij het beste in mij naar boven. Heeft hij geduld en weet hij te relativeren. Schrijven wij samen aan een prachtig verhaal. En dat vieren wij vandaag!

12 jaar!

Morgen wordt onze jongste dochter al 12 jaar! 12. Ons kleintje wordt al een hele dame. Het gaat allemaal veel te snel, voor ons dan toch. Terwijl zij intussen bij de oudsten van de school hoort en zorg draagt voor de allerkleinste kleutertjes, zien wij ook nog steeds dat baby’tje. En toch is ze het laatste jaar hard aan het groeien. Ze wordt groot, letterlijk (het is maar een kwestie van tijd voor ook zij de mama voorbijschiet en ik officieel de kleinste in huis zal worden) en figuurlijk: de speeltijd is voorbij. Het is intussen al een tijdje geleden dat de Playmobil-huizen nog eens bovengehaald werden. Haar laatste echte Sint-cadeau was vorige maand een stikmachine: haar speelfase heeft plaatsgemaakt voor de creatieve (grote mensen-)hobby’s.

Woensdag had ze haar verjaardagsfeestje met haar klasgenootjes. Ze gingen samen cupcakes bakken. Waar wij ons vroeger zorgen maakten over hoe we in godsnaam dat gezelschap 3 uur lang zouden bezighouden, zitten we nu bijna aan het “ongewenst ouder-niveau”: dat de mama en de papa in de buurt blijven, is net ok, maar we hoefden ons liever niet meer te moeien. Ze regelden alles zelf, ze verdeelden de groepjes, ze zorgden voor het nodige materiaal, ik mocht enkel nog controleren of het eiwit wel genoeg geklopt was. En de cupcakes uit de oven halen, behoorde ook nog tot mijn takenpakket. Voor de rest bleef ik uit hun buurt.

Dat hoort bij de leeftijd en we waren het al enigszins gewend met de oudere zus. Er komt een punt in hun tienerleven dat de vriendinnen op de eerste plaats komen. En zo hoort het ook, maar dat moment komt altijd vroeger dan je verwachtte. Ergens denk je dat je bij een tweede al beter voorbereid bent omdat je het al een keertje beleefd hebt, maar dat klopt toch niet. Integendeel, net die ervaring creëert valse verwachtingen: je bouwt verder op wat je kent, wat je al doorgemaakt hebt. Maar je vergeet telkens opnieuw dat dat tweede kindje een eigen unieke persoonlijkheid heeft, met een eigen uniek levenspad.

Ook bij de geboorte van ons tweede kindje hebben wij die vergissing gemaakt. Je denkt dat een tweede makkelijker is “omdat je het allemaal al eens doorstaan hebt”, maar dat is niet zo. Eerst en vooral heb je nooit alles meegemaakt en daarnaast moet je opnieuw op ontdekkingstocht. Waarom huilt ze? Zou ze honger hebben, een natte pamper, of is er iets serieuzers aan de hand? Je bent wel rustiger: je hebt al wat ervaring en je kan de situaties (een beetje) beter inschatten. Met andere woorden: je weet beter wanneer je wel mag panikeren ;-).

Bovendien steekt een tweede ook ontzettend veel op van de oudste. Ze willen al op jonge leeftijd zo graag “meedoen” en dus spelen ze vroeger met speelgoed waar ze eigenlijk te jong voor zijn, en doen ze dingen waar ze eigenlijk nog te klein voor zijn. Terwijl je met de oudste braafjes naar het peuterspeeltuintje gaat en er blijft, loopt de jongste gewoon haar grote zus achterna “naar de grote schuifaf”. En als het niet onmiddellijk lukt, was en is de oudste er om een handje te helpen. Al kwam er af en toe ook wel protest: dat is mijn speelgoed, jij bent daar nog te klein voor…”

Wat je bij een tweede wel geleerd hebt, is aanvaarden dat je hen moet loslaten, dat je hen niet voor alles kan behoeden, dat je hen niet tegen alle pijntjes kan beschermen. Maar tegelijkertijd blijft ze ook je kleintje… Woensdag, op haar feestje, met haar vriendinnen, zag ik het meisje in wording. Zag ik de tiener die ze eigenlijk al even is. Op het einde van dit schooljaar, sluit ze alweer een luikje af, gaat ze (ook) naar de middelbare school. En vanaf dan “gaat het snel”. Maar zij is er klaar voor, zij groeit erin… en dan zullen wij maar proberen te volgen zeker?

Gelukkige verjaardag, kleintje, geniet van je dag! Je mama.

Leef naar je talenten!

Een tijdje geleden mocht ik op bijscholing. Twee dagen lang werkten we met de collega’s rond “talent”. We kregen soms zeer interessante uiteenzettingen en we volgden een aantal workshops, waarin we zelf actief aan de slag moesten. Ik heb die dagen veel bijgeleerd, maar er was één workshop waarin ik het licht zag.

Eigenlijk was het een workshop van amper een uurtje en konden we niet diep genoeg op het thema ingaan. Aan de hand van een aantal stellingen bepaalden we ons “persoonlijkheidstype”. De test was niet uitgebreid genoeg, maar bleek verrassend accuraat, zowel voor mij als voor de meeste collega’s. Grappig hoe anders je op bepaalde situaties reageert volgens je type, grappig om te zien welke prioriteiten je spontaan kiest. Heel interessant ook toen we probleemsituaties met elkaar moesten delen: sommigen overleggen, anderen ondernemen actie en nog anderen analyseren… En toch vormen al die verschillen een mooi geheel.

Maar het was in de nabespreking achteraf dat mijn frank viel. Want het viel een aantal collega’s op dat bepaalde types wel héél vaak voorkwamen in bepaalde jobs. En uiteraard was er een zekere correlatie tussen je persoonlijkheidstype en de functie die je meestal uitoefent of de taken die je geneigd bent op jou te nemen. Dat klopt, gaf de lesgever toe, meestal toch. Want veel mensen gaan net die dingen waar ze minder goed in zijn overcompenseren. Sommigen oefenen ook jarenlang een job uit die eigenlijk niet echt bij hun type past. “Kan dat?” “Uiteraard”, antwoordde de lesgever, “maar het zal je meer tijd en moeite blijven kosten.” En ergens is het ook nutteloos, want er zijn “types” die daarin beter blijven omdat die eigenschappen wel in hun persoonlijkheid zitten en in de jouwe niet. Terwijl jij dan weer andere unieke kwaliteiten hebt, die even nuttig kunnen zijn.

Het kwartje viel en bleef vallen, ook toen ik ’s avonds uitgebreid nakaartte met de echtgenoot. Want de lesgever had een punt: het is gewoon makkelijker én aangenamer als je naar je talenten leeft. Maar jammer genoeg is onze maatschappij volledig omgekeerd georganiseerd. Al van in de prille jeugd wordt te vaak de nadruk gelegd op wat je (nog) niet (goed genoeg) kan. Wordt de vergelijking gemaakt met dat onbestaande gemiddelde waar iedereen moet aan voldoen. En al van in je kindertijd wordt je aangeleerd dat alles kan, mits voldoende inzet en oefening.

Bij studiekeuzes wordt altijd eerst gekeken naar wat je niet kan. We mikken allemaal zo hoog mogelijk tot blijkt dat je het niet aankan en dan maar moet afzakken. In je puberjaren word je gedefinieerd als “onvoldoende voor wiskunde” of “onvoldoende voor Latijn” of “onvoldoende voor Frans”. Net in die uiterst breekbare puberperiode van opgroeien naar volwassenheid word je gekarakteriseerd naar gelang de dingen waar je niet goed in bent.

Later als je gaat werken, duurt dat voort. In je jaarlijkse evaluatiegesprekken worden je sterke punten ook wel opgesomd, maar wordt toch vooral gewezen op je werkpunten. Er wordt dan gevraagd welke opleidingen je nog nodig hebt, hoe je geholpen kan worden om je zwakkere kantjes bij te schaven. Op geen enkel moment in mijn carrière zijn me opleidingen aangeboden om mijn sterke punten nog verder te ontwikkelen “want dat kan je al, daar ben je al goed in”. Ik heb er ook nooit om gevraagd, ook ik wou vooral aan mijn minpunten werken, in de ijdele hoop daar ooit mijn troeven van te maken.

Eigenlijk is dat fundamenteel verkeerd. Wat een verspilling van tijd en moeite. Want een chaoot in het diepst van zijn gedachten zal nooit het grootste organisatietalent worden, ook al doet hij jarenlang zijn best. Hij zal wel trucjes leren en hij kan zijn chaos leren beheersen, maar dat blijft telkens opnieuw veel van hem vragen. En misschien is op die manier wel een sterke people manager verloren gegaan, of een baanbrekend artiest of een bijzonder lucratief idee ;-).

Het pakte me, het was ook zo herkenbaar. Ik heb jarenlang veel energie gestopt in mijn minpuntjes, ik heb er zo hard aan gewerkt. Om dan te horen dat je er eigenlijk toch niet veel kan aan doen, want je talenten liggen daar niet. Maar het was ook een ongelooflijke bevrijding om het eens van de andere kant te bekijken. Er zijn ook dingen waar ik echt in uitblink. En toen was ik gewoon trots zijn op mijn kwaliteiten. Alsof men mij een nieuwe bril gegeven had en ik mezelf voor het eerst écht goed kon zien.

Daar moet je dan 42 voor worden…

talent

Het was weer op het nippertje…

deadlinesHet was hier de laatste weken behoorlijk hectisch. Van job veranderen, de echtgenoot die strijd leverde met een paar deadlines, de oudste die als prille puber stilaan ook een eigen agenda begint te plannen,… Het was even wat pompen. En dus was ik even uit het oog verloren dat de goedheilig man volgende week al zijn opwachting zal maken.

Voor onze dochters mag de magie er intussen grotendeels af zijn, toch zetten ze nog steeds hun schoentje en blijkt de grootste kindervriend hen nooit te vergeten. Maar er zijn intussen al 3 mete- en petekindjes die wel vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint (en zijn cadeautjes). Al zal de jongste (dik anderhalf) allicht niet goed beseffen wat hem overkomt. Toen onze dochters zijn leeftijd hadden, hadden ze meestal meer oog voor de verpakking dan voor hetgeen er in de dozen zat. Zo kreeg de oudste ooit haar allereerste Playmobilsetje cadeau en heeft ze zich de rest van de ochtend vooral geamuseerd met de doos. Open, dicht, erin, eruit,… Geweldig vond ze dat. Het speelgoed zelf leerde ze pas later appreciëren.

Maar de vooruitgang staat voor niks. Waar we vroeger de kinderen naar oma en opa brachten “om met de Sint te gaan praten”, deed ik dit jaar mijn Sint-aankopen online. En gelukkig konden we de verlanglijstjes inwilligen. Al zal ik – ouderwetse shopper – pas gerust zijn als ik alles in mijn handen heb en alles er degelijk uit ziet. Want wie weet spelen ook de metekindjes liever met de doos… En als het tegenvalt, hebben we nog 2 zaterdagen om alsnog met de Sint te gaan praten ;-). Sowieso moeten we nog bij hem langs voor het snoepgoed.

Soms wou ik dat we beter georganiseerd waren. Als ik hoor en lees dat vele mama’s al weken klaar zijn met hun Sint-aankopen, dan vraag ik me vaak af hoe iedereen dat doet. Ik kan ook oprecht bewondering koesteren voor mensen die al in augustus bezig zijn met hun kerstcadeautjes. Hoe ik me ook in bochten draai, de kerstcadeautjes worden hier meestal pas de laatste week voor de kerstvakantie uitgezocht en dat zal dit jaar allicht niet anders zijn, ondanks alle goede voornemens. Het is niet dat we zitten te niksen. Integendeel, onze avonden en weekends zijn meer dan goed gevuld. Volgende week beginnen de examens alweer en dan wordt het ontzettend druk voor de echtgenoot en de dochters. Gelukkig is er dit jaar nog zo goed als een hele week kerstvakantie voor we aan de feestdis gaan zitten. We hebben dus nog zeeën van tijd…

“Ach menneke”, zei mijn meter vroeger, “ge hebt er van alle soorten nodig”.  Dat ze me toen troostte omdat ik in volle puberteit mijn beklag deed over mijn gebrek aan groeipotentieel, dat vegen we nu even onder de mat. Er zijn er nu eenmaal die wat strakker georganiseerd zijn dan anderen en ik denk dat het op mijn bijna 42ste tijd wordt om te erkennen dat ik altijd wel met deadlines zal flirten. Al heb ik het wel maar één keer zo bont gemaakt dat ik de avond voor Pasen nog snelsnel naar de nachtwinkel moest om eieren… Iemand moet het spannend maken, toch?

Het werd zomer…

Wat moet een mens doen tijdens de allereerste winterprik in België dit jaar? Terugblikken op de zomer natuurlijk… en stilaan plannen maken voor de volgende zomer. Al blijft het voorlopig bij erg vage plannen. Zelfs over de bestemming is hier voorlopig nog geen witte rook.

Alhoewel ik een geboren winterkind ben en ontzettend kan genieten van de winterkou, de feestdagen, de lichtjes, sneeuw en ijs (zolang ik er maar niet met de wagen door moet), heb ik ook een zwak plekje voor de zomer. Het seizoen van licht, warmte, feestjes, barbecues, familie en vrienden en gezelligheid buiten. En ja, het is lang genoeg geleden om enkel de mooie dagen te onthouden en alle koude, grijze regendagen van dit jaar uit mijn geheugen gewist te hebben ;-).

Want wat is zomer voor ons? Tijdens de zomer heeft de leraar-echtgenoot vrij, samen met de dochters. Dat betekent dat het ritme hier in huis sowieso gas terugneemt. Ook ik heb uiteraard een paar weken vakantie, maar de rest van de zomer is het meestal nog héél erg rustig als ik zo stil mogelijk het huis uit sluip om me naar mijn werk te begeven.

De zomer is ook de periode van het lekkere eten: veel vers fruit (eerst de aardbeien, daarna de kersen en de nectarines), ijsjes (hoe meer, hoe liever), barbecues en af en toe een fris glaasje wijn, laat op de avond, buiten op ons terras. Een overvloed aan heerlijke, smaakvolle groenten uit de tuin van de opa’s: de heerlijkste slaatjes recht uit de tuin…

Zomer staat ook voor lezen, buiten in het zonnetje. Al moet je hier in huis wel snel zijn: we hebben (nog) maar 2 ligstoelen en dus is het soms vechten voor je plekje onder de zon. Zomer is ook de koffers maken om op reis te kunnen vertrekken en uiteraard genoeg leesvoer voorzien voor de hele familie. Soms denk ik dat we meer boeken heen en weer sleuren dan kleren. Minstens 20 boeken reizen mee naar onze vakantiebestemming en terug. Gelukkig heeft de oudste intussen een e-reader. Haar 7 boeken laten haar niet meer toe om onze reis te overbruggen, en dankzij de technische vooruitgang kan je zelfs op vakantie extra boeken aankopen.

Zomer is familie en vrienden. Zomer is gezelschap en feestjes. De oudste verjaart, wij vieren onze trouwdag, ons oudste petekindje wordt een jaartje ouder, allemaal in één en dezelfde week. Bovendien is er niks leukers dan vrienden of familie uitnodigen en lang blijven babbelen op een mooie zomeravond. Tot de duisternis helemaal ingevallen is en iemand zich alsnog herinnert dat er de volgende dag misschien ook nog eens gewerkt moet worden.

zomerZomer is op reis gaan en genieten van kwalitijd met ons vieren. Tijd maken om van de zon te genieten, om samen met de kinderen een nieuwe stad te ontdekken, om geschiedenisverhalen te vertellen, om winkeltjes in en uit te lopen, om al onze zintuigen de kost te geven: kijken, ruiken, proeven, luisteren,… Om met zijn vieren samen te zijn, om na de drukte van een schooljaar bij te babbelen, om elkaar te herontdekken. Om gewoon samen te niksen en uit te rusten.

Mis ik de zomer? Natuurlijk wel. Zeker als de eerste winterprik je een beetje overvalt (ook al is het extreem laat dit jaar). Maar zondag maakten we ook de laatste afspraken voor het Sinterklaasfeest binnen 2 weken. De dochters zijn misschien al wat groot, maar onze mete- en petekindjes kijken wel vol verlangen en vol enthousiasme uit naar de komst van de Heilige Man en zijn Pieten. En dat werkt aanstekelijk ;-). We trokken onze “namen” voor Kerst, denken na over onze verlanglijstjes en beginnen stilaan ook plannen te maken voor het vieren van alweer een nieuw jaar. Laat de decemberweken dus maar komen, ik heb er echt zin in. En de vakantieplannen voor volgend jaar zullen we in januari dan wel eens bekijken…

Mijn dochter is niet “lekker”

Vorige week stond er bij ons nog eens een schaatsuitje gepland. Met de dochters en aanhang waagde ik mij tijdens een mooie namiddag aan het discoschaatsen. En het lukte! Ook ik bleef recht op mijn schaatsen ;-). Terwijl ik samen met de jongste rondjes draaide, amuseerde de oudste zich uitstekend met haar vriendin. De sfeer was goed: gekleurde spots, af en toe een rookkanon, het was niet te druk en ook de muziek was best te pruimen. De jongste maakte er een sport van om de mama zoveel mogelijk te dubbelen en het was leuk.

Een klein donderwolkje aan een verder rimpelloze dag was de opmerking van één van de schaatsers aan het adres van de oudsten: “Mijn broer vindt je lekker”. Tot 2 keer toe. Ik heb het laten passeren. En dat ligt bijna een week later nog altijd op mijn maag.

Dat ik als mama moet wennen aan het feit dat de dochters opgroeien, staat als een paal boven water. In mijn ogen is het helemaal nog niet zo lang geleden dat ik zwanger was en dat dat piepkleine baby’tje voor het eerst in mijn armen werd gelegd. Dat baby’tje waar ik toen op slag verliefd op werd en dat ik toen voor eeuwig beloofde te beschermen. Dat ik wilde behoeden voor alle pijn, leed en verdriet in de hele wereld. Maar ze groeien op en je leert loslaten. Al snel heb je door dat dat beschermen misschien toch niet zo’n bereikbaar ideaal is en dus probeer je hen weerbaar te maken. En je probeert hen te laten experimenteren, je laat hen eens met hun kop tegen de muur lopen en je hoopt dat ze hun lessen zullen trekken. Al doe je dat – volgens hen – zeker niet vaak genoeg en vooral niet vroeg genoeg.

Dat er op een bepaald moment jongens op hun pad zouden komen, was voorspelbaar. Dat zij er eerder aan toe blijken te zijn dan wij, lag ook voor de hand. Waar is de tijd dat ik hen nog kon wijsmaken dat ze niet mochten kussen voor hun 28ste? En ze – in fasen – doorkregen dat de mama en de papa zich daar zelf niet aan gehouden hadden (ah ja, want toen wij 28 waren, waren we al getrouwd en was de oudste net geboren)

Maar toen een 12-jarige gast de oudste meisjes “lekker” noemde, had ik het toch wel even moeilijk. Gelukkig was ik niet de enige. Ook mijn dochter kon de woordkeuze niet echt waarderen. “Lekker, dan lijk ik een ding uit de winkel waar je even wil in bijten”, zei de oudste achteraf. Of het als een compliment bedoeld was, weet ik niet, maar zo kwam het in ieder geval niet over. Wel relativeerde ze het ook: “het is maar crapuul van de ijsbaan, mama, het is nog niet zo erg”.

Dat weet ik 5 dagen later echter nog altijd niet. Een 12-jarige jongen die hem onbekende meisjes van 14 “lekker” noemt, moeten we zijn bedenkelijke woordkeuze dan maar “jong en naïef” noemen? Een jeugdzonde? Een gebrek aan opvoeding? Of is dit een teken des tijds? Is dit nu wat men noemt de generatiekloof en ben ik te oud geworden om dit te begrijpen?

Toch, als ik een tip zou mogen geven aan de would-be Casanova: let op je woordkeuze als je je verleiding succesvol wil afronden. En nog eentje: het helpt absoluut niet als je dit spelletje tegelijk ook met andere meisjes probeert. Want dat hebben onze dames echt wel door hoor, ook al probeer je dit in jouw ogen discreet een halve ronde verder.