Energiearme februari

Was het de nasleep van de drukke, sociale verplichtingen in december en januari? Was het het grijze, sombere weer dat op mij drukte? Feit is dat februari een moeizame maand was en dat ik last had van een serieus energiedipje. Niet alleen ik trouwens, ook de kinderen kregen in de loop van de maand een virusje. De oudste miste 3 dagen school en dat was jaren geleden. De jongste was dan weer ziekjes tijdens het weekend, maar bleek net op tijd min of meer gerecupereerd voor school. Wij waren hier met zijn allen blij dat de krokusvakantie aanbrak op het einde van de maand, want de batterijtjes moesten dringend opnieuw opgeladen worden.

Grijze, sombere maand. Ben ik nu de enige die last heeft van het weer? Ik voel me meteen een stuk beter bij een stralend zonnetje. Langs de andere kant zakt mijn energie als ik ’s morgens zie dat we weer aan het begin van een grijze, sombere, regenachtige dag staan. Sinds een tijdje probeer ik mijn dagelijkse stappen te halen en doe ik vaak tijdens mijn middagpauze een wandelingetje door de stad waar ik werk. Meestal geeft me dat energie en zorgt het ervoor dat ik een pak minder last heb van het namiddagdipje. De extra zuurstof en het even weg zijn vanachter de computer en vanachter mijn bureau zorgt voor ideeën en creativiteit. Maar de laatste week was het niet bepaald een aanlokkelijk idee om me in de grijze miezer buiten te storten, ook al gaat het dan maar om een halfuurtje stappen. Het idee is dat je ademt, dat je even lucht krijgt en in mijn gedachten lukt dat niet als je verscholen zit onder een paraplu.

Energiespaarstand. Het ging me deze maand niet goed af. Er was geen energie voor hobby’s, voor extra’s. Zelfs het huishouden lukte me deze maand amper. Daar waar het elke week mijn doel is om de strijk afgewerkt te hebben vooraleer ik aan de manden van de volgende week begin, lukte dat deze maand niet. En het ging niet om een mandje strijk op overschot, neen, meestal kon ik mijn hele zaterdag bijwerken van de vorige week en kon ik ’s zondags beginnen aan de strijk van de volgende week. Die dan ook weer bleef liggen. Het was deze maand een vicieuze cirkel en de extra hulp die ik ten einde raad inriep was ook maar een doekje voor het bloeden. Gelukkig heb ook ik nu twee dagen krokusvakantie en kan ik de nieuwe maand eindelijk starten met lege wasmanden.

Nog niet zo lang geleden zou ik me ontzettend druk gemaakt hebben in wat ik zelf als mijn “eigen falen” of “tekortschieten” zou beschouwen. Intussen heb ik geleerd om niet altijd zo streng te zijn voor mezelf. Het lukte me niet, geen man overboord. We hadden nog altijd kleren en in het slechtste geval lukt het best om ’s morgens nog een paar stuks te strijken zodat we niet in schandalen vallen. Want met ouder worden weet je dat er na een mindere periode altijd weer een actievere periode opduikt. Als de zon ooit weer gaat schijnen ;-). Tot dat gebeurt, beperken we ons tot hetgeen écht moet en besparen we energie: we gaan op tijd slapen, we slapen uit, we schrappen energievreters, we beperken onze sociale activiteiten tot het minimum. En dan is het fijn om te lezen dat je niet de enige bent.

Bloemetjes. En dan opeens, midden in een grijze, stormachtige week, steken in onze tuin ineens de eerste bloemetjes op. De eerste tekenen van de lente die op komst is. Net bij de start van een nieuwe maand. Net voor twee dagen recuperatie. Het is mooi, het geeft rust, het geeft verlangen naar de lente. Het geeft energie. Februari is achter de rug, maart kan alleen maar zonniger, mooier en beter worden.

20170303_095821_mini

(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…

Recht op foutjes, recht op falen?

De KU Leuven heeft besloten dat eerstejaars die te zwaar buizen, geen tweede kans krijgen, maar een nieuwe studierichting moeten kiezen. Toen rector Rik Torfs dat voorstel deed, vond ik het in eerste instantie nog begrijpelijk, “gezien de kost voor onze maatschappij die een bisjaar met zich meebrengt”.

Intussen zijn we een paar weken verder, is het voorstel regel geworden (toch aan de KU Leuven) en heb ik toch een paar bedenkingen. Ik ken immers een paar studenten die hun eerste jaar zwaar gebuisd waren. Te veel gefeest, niet kunnen omgaan met de nieuwe vrijheid, vaak ook geen degelijke studiemethode… Dat leidde tot een pijnlijke reality check op het einde van dat eerste jaar. Maar degenen die ik ken, zijn wel opnieuw begonnen. Ze hebben doorgezet en hebben hun diploma alsnog gehaald. Eén iemand heeft dat zelfs met glans gedaan, is later nog gaan doctoreren en is nu professor. Dat zullen allicht de uitzonderingen zijn, de minderheid,… Maar met het nieuwe voorstel worden zij wel de “collateral damage”.

Ook mijn studieloopbaan liep niet helemaal over rozen. Ik had een existentiële crisis in 1e licentie (Is dit het nu? Is dit de richting die ik met mijn leven uit wil?) die tot een thesisjaar leidde. Een jaar te veel. Ik heb dat jaar gewerkt om mijn studies te kunnen betalen. Ik heb daar veel uit geleerd. Dat niet alles vanzelfsprekend was, dat je ervoor moet werken als je echt iets wil. Maar ik had het wel nodig om met mijn kop keihard tegen de muur te lopen. Mijn “falen” heeft me veel bijgebracht.

Ik vind het eigenlijk een teken des tijds. We zijn zo streng geworden, zo hard voor mekaar. Nog een voorbeeldje: de discussie over hoe we gezin en job moeten combineren ontaardde in een welles-nietes tussen vrouwen onderling, waarbij de pot de ketel vanalles verweet. Als we solidair geweest waren en vooral gehamerd hadden op het feit dat alle vrouwen “de keuze” moeten hebben, dan zou het allicht meer indruk gemaakt hebben. Nu hebben we onze eigen ruiten voor een stuk ingegooid. Nu werd een terechte bekommernis van veel ouders nogal makkelijk onder de mat geveegd omwille van die onderlinge discussies.

En dat doen we wel vaker. Steeds meer Belgen geven hun buren aan bij de belastingdienst. Stakers verwijten niet-stakers egoïsme en omgekeerd. Waar is de solidariteit gebleven? Waar is het begrip voor elkaar gebleven? Moet dat eerst economisch afgewogen worden? Kunnen we ons “begrip” wel permitteren? Zijn we zeker dat zij het écht wel slechter hebben dan wij en op geen enkele manier van het systeem profiteren voor we willen meeleven? Zijn we nu echt allemaal zo kil en berekend geworden?

Moeten we dan echt allemaal perfect zijn? Mogen we geen fouten meer maken? Moet ons falen onmiddellijk bestraft worden? Hebben we geen recht op een tweede kans? Mogen we niet meer leren van onze eigen stommiteiten? Ik dacht dat onze jeugd bedoeld was om fouten te maken en daaruit te leren zodat je in je later leven daar de vruchten van kon plukken.

En dus vind ik het voorstel van de KU Leuven te ver gaan. Iedereen heeft het recht te falen, zolang je maar uit je fouten leert. Ik wil geen deel uitmaken van een maatschappij die perfectie tot de norm maakt. Ik herinner me nog heel goed dat een professor zijn eerste les begon met de woorden: “kijk eens goed naar uw collega links van u en uw collega rechts van u: één van beiden zit hier volgend jaar niet meer”.

Ik heb het wel gehaald, maar dat was me niet gelukt zonder de hulp van een hele groep medestudenten. We deelden samenvattingen, vragen, we legden elkaar moeilijke stukken uit, we spraken elkaar moed in en pepten elkaar op als het eens wat moeilijker ging. We lachten samen, we huilden samen, we deden het SAMEN. We waren solidair… Zo’n maatschappij wil ik voor mijn dochters…