The day after…

Kinderen in je leven krijgen is een fantastisch avontuur. Zeker op het punt waar wij nu zitten: onze dochters staan op het randje van hun volwassenheid en zijn al bijzonder zelfstandig. Het échte opvoeden ligt misschien wel al een tijdje achter de rug. De bouwstenen hebben ze meegekregen, af en toe moeten we enkel nog wat puntjes op de i zetten.

Het enige jammere aan deze periode is dat ze hun vleugels beginnen uitslaan. En daar hoort uiteraard ook “uitgaan” bij. Wat we hen natuurlijk van harte gunnen, zeker als we ons onze eigen uitgaansavonturen herinneren. Zot doen, dansen en volledig losgaan op een goed nummer, daar heb ik vroeger zo veel plezier aan beleefd.

Alleen, iemand moet de dochter wel brengen en halen. En als zij tot 2 uur mag uitgaan, wil dat natuurlijk ook zeggen dat iemand zijn bed uit moet of wakker moet blijven tot datzelfde uur. We hebben hier intussen al alles geprobeerd. We zijn een tijdje opgebleven (al ging ze toen minder lang uit en er is écht wel een verschil tussen de avond rekken tot 1 uur, of de nacht induiken tot 2 uur. We hebben intussen ook al geprobeerd om op tijd te gaan slapen en de wekker te zetten. Maar vooral de laatste methode zorgt ervoor dat je gewekt wordt uit een diepe slaap en daarna een pak meer moeite moet doen om terug in slaap te vallen. We merkten trouwens ook steeds vaker dat we daarna gewoon niet diep meer verder sliepen.

Gisteren had onze oudste weer een fuif. En ditmaal zijn we gewoon opgebleven. Het was eigenlijk best gezellig: we hebben samen twee films gekeken vooraleer we de dochter konden gaan oppikken. Maar het was wél 3 uur tegen we in ons bed lagen. Ook al sliepen we beter dan als we de wekker zetten, ik word te oud voor dit soort zaken. Ik heb al de hele dag een katergevoel: ik ben niet helder, ik doe domme dingen, ik reageer net een tikkeltje te laat en de misverstanden en misinterpretaties stapelden zich vandaag op. Wat de rest geweldig grappig vindt, maar mij alleen maar groen doet lachen.

Natuurlijk gun ik onze dochters hun sociaal leven en uitgaan maakt daar zeker deel van uit. Maar nu heb ik wel de kater, maar heb ik geen lol gehad. Misschien moet ik de volgende keer gewoon mee gaan: als je danst, blijf je wel wakker en voel je de vermoeidheid pas vanaf het moment dat je stopt. Of misschien moet ik vandaag gewoon op tijd in mijn bed. Ik weet zeker dat onze oudste de voorkeur geeft aan deze laatste optie, want generaties mixen bij het uitgaan, dat werkt niet. Dat is gewoon gênant 😉.

Advertentie

Uit het tienerleven: kruispunt

Onze oudste zit al een aantal weken in het studiekeuze-proces op school. Deze week zal dat uiteindelijk uitmonden in een advies: dan heeft de klassenraad bekeken of de gewenste richting wel realistisch is. Bovendien wordt er ook al eens voorzichtig verder gekeken. Naar de toekomst na het middelbaar.

Het is voor hen een spannende periode, maar ook voor ons als ouders. Je probeert je kind zo goed mogelijk te begeleiden, maar tegelijkertijd ben je ook geen specialist en is het toch maar uitzoeken. Hoe bereid je je kind het beste voor op haar toekomst? Hoe zorg je ervoor dat ze haar kansen gaaf houdt? Maar tegelijkertijd probeer je ook rekening te houden met wie ze is, met haar talenten en met haar gevoel. En wat doe je als jullie hierover van mening verschillen: stuur je haar jouw richting uit of volg je haar?

Toen mijn dochters nog baby’tjes waren, kon ik me soms zo ongelooflijk machteloos voelen als ze huilden en ik geen idee had waarom ze weenden. Ik was ergens opgelucht toen ze de leeftijd bereikten dat ze zelf konden zeggen wat er aan de hand was: of ze boos waren, honger of pijn hadden, iets wilden. Onze dochters zijn intussen tieners en in veel opzichten is het een stuk makkelijker geworden. Onze taak is geëvolueerd van “zorgen voor” naar “waken over”. De meeste dingen kunnen ze zelf, ze hebben ons hoe langer hoe minder nodig. Wij steunen hen in wat ze doen, geven goede raad en zijn er op de achtergrond. We moeten hen hoe langer hoe meer loslaten en er vertrouwen in hebben dat hen dat ook zal lukken.

Maar studiekeuzes hebben wel een belangrijke impact op de mogelijkheden voor en in hun verdere leven. Als ouder wil je uiteindelijk alleen maar het beste voor je kind. Maar wat is het beste? Toen ik de leeftijd van mijn dochter had, wist ik al dat ik Frans-Italiaans wou gaan studeren. En toch heb ik in de derde graad van het middelbaar Natuurwetenschappen gevolgd. Heb ik daar spijt van gehad? Eigenlijk niet, want ik deed ook graag wiskunde en heb in het laatste jaar zelfs even getwijfeld. Had mijn latere weg er anders uit gezien als ik Latijn-Moderne Talen had gevolgd, wat eigenlijk de keuze van mijn hart was? Geen idee.

Intussen zijn we 25 jaar verder en heb ik geleerd dat er niet één juiste weg is, maar net veel verschillende manieren om een doel te bereiken. Dat je soms omwegen maakt, maar uiteindelijk toch je bestemming vindt. Dat je je talenten moet koesteren, want dat dat net hetgeen is dat je uniek maakt én dat je intrinsiek motiveert. Als je kan doen wat je graag doet en waar je goed in bent, dan ben je meestal niet geneigd om dat als een opgave te beschouwen, maar net als iets waar je energie uit haalt. En dan kijk je niet op een inspanning meer of minder.

Onze dochter zal zelf haar toekomst moeten maken. Allicht zal ze in de loop van haar leven een paar keer een verkeerde afslag nemen, of een omweg maken, of zal ze voor een minder evidente weg kiezen. Soms zal ze zelf een verkeerd pad inslaan, soms zullen de omstandigheden haar tocht blokkeren en haar dwingen op haar stappen terug te keren. Wij zullen er voor haar zijn en haar steunen, op alle mogelijke manieren. Soms zullen we haar waarschuwen, maar toch een stapje opzij zetten en haar tegen de muur laten lopen, omdat dat nu éénmaal de enige manier zal zijn waarop ze zal leren.

En dus laten we haar zoeken. Ze informeert zich, ze spreekt met de leerkrachten, ze vraagt raad, ze doet testen op internet, ze bekijkt haar opties, ze praat met ons. We zien dat ze twijfelt, afweegt, de ene dag het ene verkiest en de andere dag weer het andere. Hoe moeilijk het ook is, we proberen haar niet te sturen, we proberen haar vrij te laten. Op voorwaarde dat zij overtuigd is en er vol voor gaat. Op voorwaarde dat ze haar talenten ten volle benut. Haar hart erin legt.

Helemaal zijn we er nog niet. Maar toch bijna. En dan kan je als mama enkel hopen dat ze haar weg wel zal vinden. Met omwegen, zijsprongen en alle hindernissen die erbij horen. Vol vertrouwen (maar met een klein hartje) laten we haar alweer een beetje meer los.

Goed begonnen…

Twee dagen ver zijn we intussen in het nieuwe schooljaar en onze jongste doet het goed. Ook de echtgenoot en de oudste hebben de vakantie intussen uitgezwaaid, de ene met al wat meer tegenzin dan de andere, maar voor hen was het een terugkeer naar het bekende. Al is het ook voor hen toch even spannend. De echtgenoot krijgt nieuwe klassen, de oudste krijgt nieuwe leerkrachten en dat is toch elke keer weer even aanpassen. Maar de aftrap is gegeven (en de oudste had zelfs al huiswerk dit weekend), we zijn vertrokken. De eerste dagen waren een meevaller voor onze jongste en dat was vooral voor de mama een grote opluchting.

Nieuwe vriendinnetjes. Dat ze helemaal alleen die speelplaats op moest, daar zat de mama toch wel mee in haar maag. Want dat deed de mama vroeger absoluut niet graag. Gelukkig heeft de jongste de genen van de papa geërfd. Waar wij in onze schulp durven kruipen, zet zij haar grootste glimlach op, bijt door de zure appel heen en legt contact. En dus ontmoet ze bij het betreden van de speelplaats een meisje dat ooit nog met haar gedanst heeft. Blijkt dat meisje ook in haar eentje de overstap te maken van een andere school en komen ze toevallig in dezelfde klas terecht. Maar ook met de andere meisjes in de klas liep het vlot. En dus kwam de jongste enthousiast thuis na haar eerste schooldag.

Het fietsen van en naar school. Nu ons meisje naar het middelbaar gaat, fietst ze naar school. Een hele rit. Dagelijks zitten ze toch een klein uurtje op de fiets. En dat is wennen. In de oefensessies had ze toch wel moeite met het ritme, maar dan deden we de heen- en terugrit uiteraard in één keer. Donderdag was de mama nog van de partij, maar vanaf vrijdag fietste ze met de zus en haar vriendinnen mee naar school. En dat zijn meiden met ervaring én een stevig tempo. Maar donderdag vloog de jongste er ook goed in. De mama moest even naar adem happen om haar bij te benen. Ook vrijdag stond ze goed haar mannetje. Al was de mama toch opgelucht toen ze het ’s morgens 9 uur en ’s avonds half vijf zag worden zonder telefoontje. Geen problemen, rit goed verlopen, alles in orde…

Zenuwen. Er was toch wel wat spanning. Bij haar en bij de klasgenootjes. Ze vertelde dat haar klasgenootjes die eerste middag in de refter niet veel door de keel kregen. Haar ontbijt was ook niet geweldig geweest, maar tegen ’s middags had ze echt wel honger. Terwijl de rest met moeite een boterhammetje binnen kreeg, at zij met veel smaak haar boterhammetjes op. Het bewijs dat het ergste achter de rug was ;-).

En toch. Tegen vrijdagavond was haar kaarsje echt wel uit. Er vloeiden opnieuw traantjes, ze vergat haar naailes, het was allemaal wat veel geweest. En dus hingen we in de zetel, keken we tv, lazen we een boekje en deden we niet veel bijzonders meer. Het is toch wel een grote stap. En je mag als mama dan begaan zijn en meeleven, uiteindelijk moet je hen loslaten en moet je erop vertrouwen dat je ze voldoende hebt meegegeven om het hen zelf te laten doen. En het allerliefst wil je hen beschermen, het hen makkelijker maken, het in hun plaats doen, maar dat kan niet. En dan verstop je dat jij het ook moeilijk vindt, dat het jou ook raakt en ontroert omdat je het niet zwaarder wil maken voor hen.

En dan ben je blij dat de eerste dagen goed zijn verlopen, maar vooral dat het al weekend is, dat je meiden thuis zijn, dat je hen in de watten kan leggen, voor hen kan koken, samen met hen tv kan kijken en veel kan knuffelen in ons coconnetje. En morgen gaan we er weer voor! (Maar vandaag even niet…)

Terug naar school

Ik weet het. Nog 2,5 week vakantie voor de boeg en dus wil je nog niks horen over school en de bijhorende terugkeer. Ik was ook zo. Maar wij zitten hier dit jaar met een meisje dat de overgang maakt van het lager onderwijs naar de middelbare school. En daar horen toch wat voorbereidingen bij. En ettelijke strooptochten om haar van de nodige uitrusting te voorzien.

Zo gingen we een paar weken geleden al met haar op zoek naar de perfecte fiets. Onze meisjes fietsen immers naar school. Ondanks het feit dat ze even goed met de papa zouden kunnen meerijden, geven zij er de voorkeur aan om te fietsen. Gezond en ontspannend na een dagje op de schoolbanken. Na hun halfuurtje fietsen is de eerste spanning van de dag volledig verdwenen en kunnen ze met volle moed aan hun schoolwerk beginnen. Gelukkig blijft papa de noodoplossing op regenachtige dagen. Als het ’s morgens regent, stappen ze met veel plezier in de auto. Maar als ze ’s morgens met de fiets vertrokken zijn, keren ze ’s avonds met de fiets ook terug. Tenzij het stortregent natuurlijk.

De jongste had nog geen “grote” fiets, maar dat is intussen opgelost. Grappig dat haar “grote” fiets trouwens meteen groter is dan die van de zus op die leeftijd. En dat hij meteen ook de huidige fiets van de mama overtreft ;-). Ze is er blij mee en heel fier op. Maar we zullen toch nog een paar keer flink mogen oefenen voor we haar met een gerust hart in het verkeer loslaten. Alhoewel, een gerust hart… Ik herinner me nog toen de oudste aan haar middelbare school-carrière begon dat ik telkens opgelucht was als ik het 9 uur had zien worden. Dan was ze zeker zonder ongelukken op school gearriveerd… Hetzelfde ’s avonds. Als het half vijf was en ik geen telefoontje gekregen had, was ik gerust. Weer een dag voorbij… En je went eraan natuurlijk, maar die eerste 3 maanden keek ik toch telkens opnieuw op de klok en slaakte ik even een zucht van opluchting.

Tot de dag dat het effectief even misging. Dat ze met hun stuur in elkaar haakten en met twee tegen de grond gegaan waren. Dat ze de papa gebeld hadden, die hen was komen oppikken. Maar dat er op wat blauwe plekken na gelukkig niet veel aan de hand was. Dat de fiets voor het eerst getekend was, zij ook een beetje, maar dat de ongerustheid daarna wel wegebde. Ze waren uiteindelijk toch voorzichtig en ze reageerden bijzonder volwassen. Daarna hoefde de mama niet meer elke morgen en elke avond op de klok te kijken… Al zal de ongerustheid met de tweede fietsster in huis toch weer even toenemen.

Tweede onderdeel van de noodzakelijke schooluitrusting voor het middelbaar is de gsm. En de bijhorende vrijheid op het internet. Ook dat vraagt even oefening en wat strenge regels van de mama en de papa. Uiteindelijk hebben we haar laten starten met de oude gsm van de zus. Dat ding heeft al één en ander meegemaakt, is ook niet meer het snelste toestel dat je op de markt kan vinden, maar onze jongste was er blij mee. Typisch voor het tweede kind uit het gezin, bij ons toch. Ze blijft geweldig gelukkig als er weer wat spullen van de oudste haar kant opkomen. Als ze genoeg geoefend heeft (en als de eerste ongelukjes en valpartijen verteerd zijn) mag ze tegen Kerstmis of zo wel haar eigen telefoon uitzoeken. Tegen dan weten wij ook of ze voldoende zorg kan dragen voor haar spullen.

Laatste noodzakelijke onderdeel van haar uitrusting waren de nodige schoolspullen. Na 6 jaar lager onderwijs was ze wel toe aan een nieuwe, grotere boekentas. Ons uitbundig meisje koos dezelfde rugzak als haar oudere zus, maar opteerde voor een neutraal donkerblauw kleurtje. Nadat we ook de nodige pennen, brooddozen en kaftpapier uitgekozen hadden, waren we voorlopig weer gesteld. Grappig trouwens hoe vooral de pennen hier elk jaar wel massaal verdwijnen. Brooddozen ook trouwens.

Toen we thuiskwamen, bleken net haar boeken geleverd. Zij vond het geweldig, wou meteen lijstjes maken met spullen die ze nog nodig zou hebben voor het begin van haar schooljaar. Ze is zo klaar voor haar nieuwe start. De oudere zus moest glimlachen bij zoveel enthousiast vertoon van haar “kleine” zus, maar wil vooral nog genieten van de rest van de vakantie. En de mama? Die zal de komende weken nog nodig hebben om te wennen aan een nieuwe middelbare scholier in huis. Ze worden toch veel te snel groot…

IMG_7016

Examens-EK: onmogelijke combinatie?

De examenstress hangt weer in huis. De oudste begint er dinsdag aan, met wiskunde, en heeft er dus al een blokweekend opzitten. De jongste rondt haar lagere school af met een examenreeks vanaf donderdag en de leraar-echtgenoot zit al weken van ’s morgens tot ’s avonds te werken om alles rond te krijgen: de laatste taken en toetsen verbeteren, zijn examens opstellen, examens afnemen, verbeteren en delibereren. Zeker de periode vlak voor de examens van start gaan, hangt er veel zenuwachtigheid in huis. Van zodra we in de examenperiode zelf zitten, keert er een zekere rust terug. Dan vervallen we al snel in een vaste routine, zeker voor de oudste en de echtgenoot, die halve dagen naar school moeten en halve dagen thuis zitten werken.

IMG_6391Maar dit jaar is het ook EK voetbal. Wat alles nog een beetje meer compliceert. Want wij zijn hier allemaal voetballiefhebbers en fans van de Rode Duivels. De Belgische Euro 2016-matchen staan al maanden in mijn agenda genoteerd. Om zeker te zijn dat ik die dagen geen andere afspraken plan en ruim op tijd thuis ben om de matchen te kunnen zien. Enfin ja, zien. In hoeverre ik echt zal kijken, weet ik nog niet. Ik leef immers (te) hard mee, maak mezelf ook regelmatig wijs dat ik ongeluk breng en dat ik dus beter in de keuken zit en niet kijk. Het is hier in huis trouwens al geweten dat de doelpunten van de Rode Duivels meestal vallen op momenten dat ik even niet voor het scherm zit. Ik kan dus misschien mijn zitje in de keuken al reserveren.

Maar de combinatie EK-examens is gewoon zwaar. Ook al leven onze dochters mee, toch zullen ze de eerste ronde-matchen allicht moeten missen. De meeste matchen zijn gewoon te laat en we willen toch op zijn minst dat ze uitgeslapen zijn voor hun examens. En dus hopen we maar dat de Rode Duivels de eerste ronde overleven, dan krijgen onze meisjes misschien ook nog een match “live” te zien. En ondanks de hele euforie en de halve finale- of finale-dromen hier in België zal het al een prestatie zijn als we de eerste ronde overleven in onze groep.

De eerste 3 matchen van een groot tornooi vallen met zekerheid in de examens. Als je dan geluk had dat er eens geen examen viel na een match, kon je wel eens twee uurtjes voetbal beleven. Maar je miste zeker één of meerdere matchen. En tegen dat je dan wel vrij was, lagen de Rode Duivels er uit, of gingen ze eruit. Heel erg frustrerend! Zo herinner ik me nog héél goed het WK 1986 in Mexico, met matchen om middernacht en om 2 uur ’s nachts. Ik was toen (bijna) 13 en zal in het tweede middelbaar gezeten hebben. Uiteraard mocht ik niet opblijven om de matchen te zien.

Maar toch leefde ik mee en dus vroeg ik telkens opnieuw aan mijn vader of hij na de match wou komen zeggen wat ze gedaan hadden. Wat hij niet écht van plan geweest zal zijn, maar om één of andere reden hoorde ik hem telkens de trap op komen en kon ik even mijn kamer uit om te vragen hoe het geweest was. Waarna ik met een gerust hart verder kon slapen. De eerste match die ik wel mocht zien, was de halve finale tegen Argentinië. En toen verloren we. Er was ook nog een troosting op zaterdagnamiddag, maar dat bleek de match teveel en ook toen gingen we onderuit. Erg pijnlijk: het beste tornooi ooit van de Rode Duivels, maar de enige matchen die ik mocht/kon zien, verloren we.

Intussen zijn we 30 jaar later, hebben we zelf kinderen die ook meeleven en gunnen we hen van harte hun matchen en hun topmomenten, maar willen we als ouders tegelijkertijd ook dat ze uitgeslapen aan hun examens beginnen. Dus sturen we hen op tijd naar bed en moeten ze de matchen missen, net als de mama vroeger. En vinden ze dat allicht even irritant als de mama vroeger. We zullen dus maar duimen dat de Rode Duivels doen wat ze beloven. Want als ze de halve finale of de finale halen, dan hebben onze dames nog heel wat matchen te goed. Dan kunnen ze zich uitleven met de schmink en de vlaggen die hier al klaar liggen.

Maar eerst winnen van Italië. Ik zal alvast in de keuken gaan zitten, kwestie van zeker geen ongeluk te brengen ;-).

Temptation Island: de ultieme verleiding?

Nooit gedacht dat ik een blog zou wijden aan dit programma. Het is niet echt mijn favoriete tv-programma, om het zacht uit te drukken. Maar je kan niet ontkennen dat er alweer een hype rond hangt en laat de tieners in huis daar nu net gevoelig voor zijn. Of ze het mochten opnemen? Tja, dat het niet bepaald een stichtend programma zou zijn, dat was vrij voorspelbaar. Bovendien zijn alle beelden tegenwoordig toch op internet te vinden, dus dacht ik dat we maar beter samen konden kijken. Om de discussie aan te gaan en de Temptation-realiteit hier en daar een beetje bij te kleuren.

De eerste twee afleveringen keken we met ons drietjes. De mama was stiekem vooral gerustgesteld toen de dochters op het juiste moment bezwaar aantekenden. Dat het toch wel héél snel gaat. Dat in de fout gaan na amper 2 dagen in een gelukkige relatie misschien toch geen normaal gedrag is. Maar dat het programma dan ook geen “normale omgeving” is. Dat drank misschien wel rare dingen doet met een mens, maar dat te veel drinken geen excuus is om dan maar in de fout te gaan. Enzovoort. We praten erover en af en toe laat ik hen even nadenken. Zo kan zelfs Temptation Island een goede aanleiding vormen om hen te leren dat het leven niet altijd zwartwit hoeft te zijn, maar dat er nog vele tinten grijs tussen liggen…

Maar toen ging Marvin op het eiland nog een stapje verder. Wij besloten dan ook dat onze jongste toch écht nog te veel kind is voor dergelijke beelden. Maar zij maalde er niet om. Ze volgt nog wel mee en informeert wel naar wat er precies gebeurde, maar hoeft dat (gelukkig) niet meteen met eigen ogen te zien. De oudste keek met haar 14 jaar wel, samen met de mama. Zij stelde zich achteraf vooral veel vragen. Of alle mannen nu echt bedriegers zijn? En of zij dan naïef is?

En dan probeer je nog maar eens uit te leggen dat zo’n programma niet de realiteit is, verre van. Dat er daar op dat eiland alles aan gedaan wordt om toch maar dit soort beelden te kunnen tonen. Dat het dan misschien wel een beetje (veel?) uitgelokt is, maar dat het toch écht wel gebeurd is en dat dit ook wel in het dagelijkse leven voorkomt. Dat je gerust in de liefde mag geloven, maar dat je ook niet blind mag zijn.

Want liefde is nu eenmaal geen Disney-sprookje van “ze leefden nog lang en gelukkig”. Er is niks mooiers dan je leven te delen met iemand die je begrijpt, steunt, aanvult en vertrouwen geeft. Toch is een relatie (zelfs met de beste bedoelingen) soms ook hard werken, ruzie maken, op elkaar zagen, sleur en alledaagsheid. Maar een “Temptation Island” is het voor mij nu ook weer niet. In het dagelijks leven gebeurt het niet zo vaak dat ze je volgieten met drank om dan vrouwen of mannen op je af te sturen die er alles voor over hebben om je binnen te doen. “Verleiden” noemen ze dat daar. Dat woordje heeft voor mij toch wel een hele andere betekenis ;-).

Als volwassene kan je dat allemaal best relativeren. Maar onze tieners, in volle puberteit en onzekerheid, met vallen en opstaan op weg naar volwassenheid, heen en weer slingerend tussen Disney en de grauwe realiteit, die vatten het niet altijd. Zij denken daarover na en weten niet meer goed wat ze moeten geloven. Als mama vraag ik me dan af of ik hen niet beter nog even in de waan gelaten had. Of ik het Disney-sprookje nog even intact had moeten houden. Maar tegelijkertijd weet je dat het nu eenmaal geen rozengeur en maneschijn is en wil je hen net weerbaar maken. Wil ik ervoor zorgen dat ze opgewassen zijn tegen teleurstellingen, tegen pijn, tegen verdriet. Wil ik dat ze leren dat je zelfs dat overleeft en dat je er sterker van wordt: “What doesn’t kill you, makes you stronger.”

zevende hemelEn dan blijkt opvoeden eens te meer zoeken en tasten en het zeker niet altijd even goed weten. Een beetje aanmodderen, met de beste bedoelingen, maar zonder te weten waar het je zal brengen. En dan kan je alleen maar hopen dat ze hier en daar wat oppikken. Dat ze sterk genoeg zullen zijn op de momenten dat dat van hen gevraagd wordt. Stiekem hoop ik wel dat ze toch een beetje naïef blijven, vol dromen en romantiek. (Net als de mama ;-)!) En dus zullen we dit weekend misschien nog eens met ons allen naar een Disney-film kijken, als tegengewicht tegen al het Temptation-cynisme… Al bleken onze dames het dan weer een beter idee te vinden om de Twilight-saga nog eens boven te halen, “als je dan toch moderne romantiek wil, mama”. Zucht.

Haar eerste fuif

Onze oudste is 14, op weg naar 15 en zit in het derde middelbaar. Op haar school mogen ze dan voor het eerst naar de schoolfuif. Met apart polsbandje, want drinken zit er (nog) niet in. (In theorie uiteraard). En dus kregen wij een paar weken geleden de al zo lang gevreesde vraag “Mag ik naar de fuif?”, onmiddellijk vergezeld van het onafscheidelijke “Iedereen van de klas mag”.

We hebben onderling overlegd, haar nog even in spanning gehouden en uiteindelijk – nadat ook haar jeugdvriendin thuis groen licht gekregen had – onze toestemming gegeven. Om haar dan nog een paar weken te overstelpen met “goede” raad. “Let op elkaar, blijf bij elkaar, zorg voor elkaar, let op je drankjes, drink niks dat raar smaakt,…” Maar gisteren was het zo ver. En dus zorgde de mama ervoor dat ze op tijd thuis was om haar dochter naar een vriendin te brengen. Daar hadden ze met een hele groep meisjes afgesproken om samen te rijden, want “dan hoef je niet alleen binnen te gaan”.

Ze was toch een beetje nerveus, mijn meisje, en dus heb ik haar alleen maar op het hart gedrukt om ervan te genieten. Om zich te amuseren en te dansen. Toen we arriveerden, heb ik haar nog even geknuffeld (dat mocht gelukkig nog) en haar losgelaten. Ze werd onmiddellijk opgenomen in de vriendinnenkliek en meegenomen. “Nu worden ze toch echt groot, hé”, zuchtten wij mama’s toch even samen en toen reed ik naar huis.

En dan zit je thuis in de zetel te wachten tot je haar mag gaan oppikken en blijkt het toch niet evident om je wakker te houden. En dan zullen de uren in de komende jaren nog wel wat opschuiven. Dan denk je terug aan jouw schoolfuiven, in de prehistorie. Toen er nog gerookt mocht worden en je stinkend naar rook en bier terug thuis kwam. Dat het druk was, dat je eigenlijk geen ruimte had, dat er wel eens getrokken en geduwd werd. Dat er altijd toch een aantal jongens en meisjes waren die geen maat konden houden. Dat dat dansen eigenlijk toch niet veel voorstelde (wegens te veel volk). Dat oogje op de klok om zeker niet te laat buiten te zijn want anders duurde het weer een hele tijd eer je naar je volgende fuif mocht.

Eigenlijk vond ik daar zelf niet zo veel aan, aan die schoolfuiven in het middelbaar. Pas later toen ik kon uitgaan in Leuven werd het écht leuk. Al blijven de mooiste herinneringen gelinkt aan avondjes in onze fakbar die op geïmproviseerde feestjes uitdraaiden. Waar in de vroege uurtjes toch gedanst werd op plaatjes die we aanvroegen of zelf draaiden. Ik heb het nooit écht gehad op die massaevenementen waar je geen plaats hebt om te dansen, te draaien of te ademen. Maar er is niets leukers dan zot doen met een klein groepje.

Maar onze oudste had het wel leuk gevonden. Het blijft toch een belevenis. Die eerste keren kijk je toch je ogen uit. Zie je je klasgenoten ineens in een ander daglicht. Maar toen ze vertelde dat het vooral écht leuk was in het begin, toen er nog niet te veel volk was en ze nog goede muziek draaiden (“niet van die slechte boenkeboenke”), dacht ik toch “dat is onze meid”. En was de mama vooral opgelucht dat alles goed verlopen was en dat ze zich geamuseerd had. Dat alle stiekeme zorgen (in mama’s hoofd) voor niks geweest waren, maar dat ze gewoon genoten had van het springen op “The Hum”. Al moeten we als rechtgeaarde rockers misschien toch nog een beetje werken aan onze muzikale erfenis ;-)!

Mijn dochter is niet “lekker”

Vorige week stond er bij ons nog eens een schaatsuitje gepland. Met de dochters en aanhang waagde ik mij tijdens een mooie namiddag aan het discoschaatsen. En het lukte! Ook ik bleef recht op mijn schaatsen ;-). Terwijl ik samen met de jongste rondjes draaide, amuseerde de oudste zich uitstekend met haar vriendin. De sfeer was goed: gekleurde spots, af en toe een rookkanon, het was niet te druk en ook de muziek was best te pruimen. De jongste maakte er een sport van om de mama zoveel mogelijk te dubbelen en het was leuk.

Een klein donderwolkje aan een verder rimpelloze dag was de opmerking van één van de schaatsers aan het adres van de oudsten: “Mijn broer vindt je lekker”. Tot 2 keer toe. Ik heb het laten passeren. En dat ligt bijna een week later nog altijd op mijn maag.

Dat ik als mama moet wennen aan het feit dat de dochters opgroeien, staat als een paal boven water. In mijn ogen is het helemaal nog niet zo lang geleden dat ik zwanger was en dat dat piepkleine baby’tje voor het eerst in mijn armen werd gelegd. Dat baby’tje waar ik toen op slag verliefd op werd en dat ik toen voor eeuwig beloofde te beschermen. Dat ik wilde behoeden voor alle pijn, leed en verdriet in de hele wereld. Maar ze groeien op en je leert loslaten. Al snel heb je door dat dat beschermen misschien toch niet zo’n bereikbaar ideaal is en dus probeer je hen weerbaar te maken. En je probeert hen te laten experimenteren, je laat hen eens met hun kop tegen de muur lopen en je hoopt dat ze hun lessen zullen trekken. Al doe je dat – volgens hen – zeker niet vaak genoeg en vooral niet vroeg genoeg.

Dat er op een bepaald moment jongens op hun pad zouden komen, was voorspelbaar. Dat zij er eerder aan toe blijken te zijn dan wij, lag ook voor de hand. Waar is de tijd dat ik hen nog kon wijsmaken dat ze niet mochten kussen voor hun 28ste? En ze – in fasen – doorkregen dat de mama en de papa zich daar zelf niet aan gehouden hadden (ah ja, want toen wij 28 waren, waren we al getrouwd en was de oudste net geboren)

Maar toen een 12-jarige gast de oudste meisjes “lekker” noemde, had ik het toch wel even moeilijk. Gelukkig was ik niet de enige. Ook mijn dochter kon de woordkeuze niet echt waarderen. “Lekker, dan lijk ik een ding uit de winkel waar je even wil in bijten”, zei de oudste achteraf. Of het als een compliment bedoeld was, weet ik niet, maar zo kwam het in ieder geval niet over. Wel relativeerde ze het ook: “het is maar crapuul van de ijsbaan, mama, het is nog niet zo erg”.

Dat weet ik 5 dagen later echter nog altijd niet. Een 12-jarige jongen die hem onbekende meisjes van 14 “lekker” noemt, moeten we zijn bedenkelijke woordkeuze dan maar “jong en naïef” noemen? Een jeugdzonde? Een gebrek aan opvoeding? Of is dit een teken des tijds? Is dit nu wat men noemt de generatiekloof en ben ik te oud geworden om dit te begrijpen?

Toch, als ik een tip zou mogen geven aan de would-be Casanova: let op je woordkeuze als je je verleiding succesvol wil afronden. En nog eentje: het helpt absoluut niet als je dit spelletje tegelijk ook met andere meisjes probeert. Want dat hebben onze dames echt wel door hoor, ook al probeer je dit in jouw ogen discreet een halve ronde verder.

(A)sociale media: onze gsm’s in de parking?

De sociale media. Ik ben al jaren fan. Maar sinds een tijdje duiken er hier toch barstjes in de relatie op. Toen ik nog als sportjournalist werkte bij Nieuwe Media was het “part of the job” om op de hoogte te blijven van de evoluties in het medialandschap. Onder invloed van een paar front row-collega’s was ik er dus als de kippen bij: wij experimenteerden met alle mogelijke internet- en sms-toestanden. Op een blauwe maandag hebben we zelfs nog MMS-berichten verstuurd (sms’jes met foto’s).

Msn was in die tijd ons geliefde roddelkanaal. Als er nieuwtjes te verspreiden waren, en je wou dat enigszins discreet doen, dat opende je je msn-chatbox en begon je als een gek te typen. Absoluut heel discreet ;-). Toen facebook zich begon te verspreiden, schakelden we over op dit nieuwe mediakanaal. In het begin was het een leuke speeltuin: je vond familie en vrienden van vroeger terug, je deelde hier en daar wat foto’s en je gaf hier en daar wel eens wat commentaar op een tv-programma of je sprak je solidariteit uit.

In de beginjaren moest je ook echt nog moeite doen om iets met de sociale media te kunnen doen: je had een laptop nodig, internetverbinding,… Als je een foto wou toevoegen, moest je die eerst op je computer laden en dan duurde het eeuwen vooraleer je die in facebook opgeladen kreeg. Intussen zijn we echter 10 jaar verder en heeft iedereen een smartphone, kan je overal wifi gebruiken en maak je de meeste foto’s gewoon met je gsm.

Maar dat heeft ook ferme nadelen: je hebt je gsm gewoon altijd bij de hand. Je bent ook altijd online. Het kost ook totaal geen moeite meer: even je FB checken of een commentaartje plaatsen op Twitter terwijl je een match volgt op tv. Na het koken even een foto trekken (of een paar) en de beste vlug nog even posten via Instagram. Het stopt eigenlijk nooit meer. Voor je het weet ben je alweer drie kwartier kwijt. Je wereld wordt groter (nu vind je op Twitter meer dan genoeg gelijkgezinden om te lullen over een voetbalmatch of het Eurovisiesongfestival of K3 zoekt K3 ;-)), maar tegelijkertijd ook een pak kleiner (waar is de tijd dat we samen op café gingen om live naar een voetbalmatch te kijken en live commentaar te geven?).

facebookEn laat ons eerlijk zijn: het leven dat we via de sociale media delen, is op zijn minst “bijgekleurd”. Zo goed als iedereen kent nu wel iets van fotobewerking, of verfraait zijn foto’s via Instagram. Daar waar we vroeger nog wel eens een baaldag durfden delen, is dat nu absoluut not done. Je online leven is prachtig, leuk, vol “YOLO-ervaringen” en “OMG-belevenissen”. Op Facebook schijnt de zon altijd, zijn we altijd op vakantie, vieren we altijd feestjes, of checken we in bij dat éne optreden (waar overigens iedereen bij is), zijn we altijd mooi gekleed en mooi opgemaakt. We werken nooit, we hebben nooit slaapgebrek en zijn nooit ziek ;-).

Vind ik dat erg? Neen, want je past je verwachtingen aan en je doet ook mee. Als ik met die ene ex-collega nog eens wil chatten, dan doen we dat gewoon. Dan hoeven we even geen schijn op te houden, kunnen we elkaar vragen hoe het nu echt met ons gaat, met ons werk en met onze kinderen. Dan kunnen we even terug naar de tijd dat we allemaal samen aan onze bureautjes zaten en (onopvallend) nieuwtjes zaten uit te wisselen. Stiekem geniet ik ook heel erg als ik een foto zie passeren van het jongste dochtertje of het oudste zoontje van een neef of een nicht dat ik nog niet irl heb gezien. Dat ik dan even kan denken: “ze is toch helemaal de papa” of “hij aardt toch helemaal naar onze kant”.

Maar misschien wordt het wel tijd dat we hier thuis ook een “parking” installeren voor onze smartphones. Dat hier na 21.00 uur alle gsm’s uitgeschakeld worden en we af en toe nog eens gewoon samen kunnen zijn. Want de mama en de tienerdochter zijn soms wel veel bezig met hun gsm en dat werkt de echtgenoot wel eens op de zenuwen. De opmerking “ik zal mijn commentaar misschien ook op Twitter plaatsen, dan kan je daarop reageren”, is hier wel al eens gepasseerd.

Want wij hebben nog anders geweten, maar voor de tienerdochter en haar generatie zal het nooit anders zijn. Onze dochters zullen hun jeugd (en hun jeugdzonden) beleven in de schijnwerpers van de sociale media, wat bij ons gelukkig niet het geval was. Niet dat ik zoveel uitgestoken heb in mijn jonge jaren, maar bepaalde dingen hoefden mijn ouders (en latere werkgevers) niet echt te zien. Ontelbare fuiffoto’s heb ik intussen al zien passeren (en die zien er allemaal hetzelfde uit), toen ik bij sollicitaties wel eens de profielen van mogelijke kandidaten checkte. Dat er momenteel nog altijd te veel jongeren zijn die hun profielen niet beschermen, kan er bij mij trouwens niet in.

Een boek vergeten op school? Dan neem je toch gewoon de ipad, maak je een foto van de nodige pagina’s en deelt die via facebook? Afspraken maken voor een uitstapje met de klas? Ik denk dat daar honderden berichtjes via msn aan voorafgaan… Toen wij deze week aan de oudste vroegen om goed af te spreken met de fietsvriendinnen voor de volgende dag, nam ze haar gsm om “even te sms’en”, terwijl ze 5 minuten later met diezelfde vriendinnen 30 minuten zou fietsen. Wat de echtgenoot de uitspraak ontlokte: “je vraagt je soms af hoe wij er ooit in geslaagd zijn onze jeugd te overleven zonder een smartphone…”

Sociale media hebben duidelijk hun voor- en nadelen. Uiteraard kan ik mijn dochters in deze tijden niet afzijdig houden (neem hun gsm maar eens een avond in beslag, amai!), maar soms mag het wel eens wat minder. Soms mag het wel eens wat rustiger. Soms mag het perfecte facebook-leventje wel even een weekendje aan de kant voor het gewone leven. Ook voor de mama, want die zou het goede voorbeeld moeten geven…

Hoe combineer je werk en gezin? Eén stem? #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity draait rond werk. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze? Deel het via #boostyourpositivity en lees mee hoe anderen ‘werk’ ervaren.”

Over de keuzes die wij als gezin gemaakt hebben, heb ik het later deze week nog wel eens. Maar na het lezen van de vele getuigenissen deze week en de voorbije weken, zit ik toch met een kleine bedenking. Veel van dergelijke eerlijke blogposts, of ze nu over de moeilijke combinatie werk en gezin, over het al dan niet borstvoeden of over de roze wolk van het opvoeden verhalen, draaien telkens opnieuw uit op een strijd tussen voor- en tegenstanders. Zelfs een fotootje op Instagram, waarbij een mama-in-spe het aandurfde om te tonen dat ze zich “bezondigd” had aan een McDonald’s maaltijd leidde tot een online berisping van “de zwangerschapspolitie”, “weet jij wel waaraan je je kind blootstelt?”.

Wat doen we mekaar toch aan? Welke kansen laten we als vrouw en als mama telkens opnieuw liggen? Als iemand met een eerlijke getuigenis probeert een punt te maken, zorgen we er met zijn allen zelf voor dat die stem verloren gaat. Zo zorgen we er telkens opnieuw zelf voor dat alles bij het oude blijft, dat er absoluut niets hoeft te veranderen.

Als een jonge mama de boodschap brengt dat ze het zo moeilijk vindt om alles te combineren, dat ze in het weekend vaak uitgeteld is en het niet meer kan opbrengen om ook nog te investeren in haar sociale leven, omdat ze toevallig probeert een uitdagende job te combineren met de zorg voor jonge kinderen, dan krijgt ze te horen dat ze verwend is, dat ze dan maar voor een job dichter bij huis, of een minder uitdagende job moet kiezen. Dan krijgt ze telkens opnieuw te horen dat ze MOET kiezen. Dat ze niet alles kan hebben in het leven. Waarom niet? Waarom moet een jonge mama keuzes maken? Waarom is het aan haar om haar uitdagende job te laten schieten? Waarom gaan we haar met zijn allen be- of veroordelen voor de individuele keuze die ze gemaakt heeft? Terwijl zij alleen maar wil aangeven dat er ergens toch iets niet klopt. Dat je op dit moment nog altijd “gestraft” wordt, zeker als mama, als je voor kinderen kiest.

Waarom worden de vragen niet naar een hoger niveau getild? Op geen enkel moment in alle reacties is gekeken naar de keuzes die onze maatschappij maakt, naar de richting die we met zijn allen moeten volgen en waar steeds meer mensen het moeilijk mee hebben. Maar neen, zolang we met zijn allen op het individuele niveau blijven be- of veroordelen, hoeven er geen maatschappelijke antwoorden gegeven worden. Dus wordt een maatschappelijk relevante vraag al van in het begin in de kiem gesmoord. Als we daarentegen getuigenissen zouden toevoegen, als we het verhaal gewoon zouden delen, kan het wel een sneeuwbal vormen, kan het wel viraal gaan en kunnen er misschien op een hoger niveau wel antwoorden geëist worden… Want gaat de combinatie job-gezin écht makkelijker worden als we ons perfect organiseren en bijvoorbeeld ’s avonds de kleertjes al klaarleggen of de tafel al dekken voor het ontbijt?

Hetzelfde met het borstvoedingsverhaal. Er wordt dus een campagne gevoerd om het borstvoeden tot 2 jaar te promoten. Hoe reageren wij? We gaan met zijn allen heftig campagne voor- of tegen het borstvoeden voeren, tot we in zinloze onderlinge discussies begraven raken. Op geen enkel moment is de vraag gesteld naar het nut van een dergelijke campagne als je na 3 maanden bevallingsrust toch opnieuw voltijds aan de slag moet. We hadden een krachtig antwoord moeten geven dat dergelijke campagnes heel mooi zijn, maar met de vraag hoe we dit als werkende mama praktisch moeten waarmaken? Maar neen, opnieuw laten we een uitgelezen kans liggen omdat we het belangrijker vinden om ons eigen kleine gelijk te behalen…

Siska Schoeters tenslotte krijgt nu op haar dak omdat ze het aandurfde haar kinderen “kleine fuckers” te noemen. Want als je je kinderen zo noemt, zullen ze zich ook zo gaan gedragen. Ook zij geeft aan dat het ouderschap zwaar is, dat er geen roze wolk is en wij gaan het hebben over een “misplaatste woordkeuze”? Laat ons inderdaad met zijn allen maar zagen over de “kleine fuckers” en intussen alweer een signaal van een jonge moeder collectief onder de mat vegen.

Jammer. Zolang we ons eigen kleine gelijk willen halen, zolang we dergelijke verhalen vooral gebruiken als een middel om onze eigen ingebeelde morele superioriteit vast te stellen, zullen we er niet in slagen om een krachtig signaal af te geven. De macht van het nummer hebben wij duidelijk niet. Wij mama’s slagen er niet in om met één stem te spreken en dat vind ik vooral een gemiste kans. Voor ons, voor de jonge mama’s nu en voor onze dochters. Ook zij zullen ooit een jonge mama zijn, maar wij zullen nagelaten hebben om het voor hen beter te maken… En dat vind ik ontzettend jammer.