Theorie vs praktijk: verwennen (6)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Laat het ons vandaag eens hebben over “verwennen”. De theorie hierover was meestal niet bepaald eensluidend. “Je mag je kinderen niet verwennen, laat ze maar eens goed huilen.” Of “Met aandacht kan je je kinderen niet verwennen, dat mag je hen niet ontzeggen.” Of “Je mag niet altijd toegeven, je moet streng zijn, voor hun bestwil, anders maak je er rotverwende, onhandelbare kinderen van.” Begin er dan maar eens aan, hè, aan dat opvoeden, als de theorie niet duidelijk is. Als je niet weet wat je moet doen om goed te doen. Als je constant tegenstrijdige adviezen krijgt uit je omgeving. En zeker bij je eerste, weet je het nog allemaal niet zo goed, dan wil je je nog wel eens laten leiden door de goede raad die je her en der oppikt. Gelukkig weet je bij een tweede meestal al wel beter 😉.

We hebben dus maar onze eigen weg gezocht. We hebben zowat een gulden middenweg bewandeld en geprobeerd hen langs de ene kant materieel niet alles in de schoot te werpen, maar langs de andere kant niet te scheutig te zijn met aandacht. Al moesten de dochters ook leren dat het niet altijd rond hen kon draaien. Dat ze soms ook beleefd hun beurt moesten afwachten.

Wat wil dat nu concreet zeggen? Dat ze van ons kregen wat ze nodig hadden (en allicht toch ook wat meer), maar dat we toch wel grenzen trokken. Er was wel degelijk een budget (voor kledij, voor ontspanning, voor speelgoed bijvoorbeeld) en daar hielden we ons meestal wel aan. Als ze dan eens “grotere” wensen hadden voor hun verjaardag of voor Sinterklaas, dan legden we al eens samen voor één groot geschenk, in plaats van hen met vele cadeautjes te verwennen. Soms moesten ze ook sparen voor iets dat ze echt graag wilden. Zo vroeg de oudste vorig jaar centjes voor haar verjaardag en deed ze een vakantiejob omdat ze haar zinnen gezet had op een laptop.

Ook al zien we hen doodgraag en zouden we alles voor hen willen doen, het is ook onze taak als ouders om hen de waarde van geld bij te brengen en om hen te leren dat niet alles zomaar in hun schoot zal vallen. Dat ze – met hun zakgeld – moeten leren hun budget te beheren, hoe klein dat budget in het begin misschien ook was. Bovendien moeten ze ook leren dat ze niet alles kunnen krijgen en moeten ze leren tevreden zijn met wat ze hebben.

Wat het verwennen met “aandacht” betreft, daar heb ik me nooit veel aangetrokken van alle oudewijvenpraatjes die de ronde deden over “dat we hen soms maar eens goed moesten laten doorwenen, want dat ze anders rotverwende kinderen zouden worden waar geen land mee te bezeilen valt”. Onze dochters hebben eigenlijk nooit echt veel geweend, dus als ze dat toch deden, was het meestal wel serieus en dan waren we er uiteraard om hen te troosten. Waar we wel streng in waren, was dat ze elkaar en ons moesten laten uitpraten en dat ze beleefd genoeg moesten zijn om gesprekken niet ineens te onderbreken.

Na de geboorte van onze jongste werd het heel even pittig. Toen moest de oudste – die tot dan toe in het middelpunt van onze belangstelling had gestaan – onze aandacht ineens delen “met dat krijsend klein ding”. En dat was zeker niet meteen naar haar goesting. En dus durfde ze wel eens toeren uithalen terwijl mama haar kleine zusje borstvoeding gaf of verzorgde. Dan moest ik gewoon streng zijn. En soms kreeg het zusje borstvoeding terwijl de oudste de hele duur van de borstvoeding huilend aandacht vroeg. En op andere momenten speelde je het spelletje dat je net met de oudste aan het spelen was eerst uit vooraleer je het gejammer van haar zusje beantwoordde. Al was de oudste zelf ook niet écht geweldig goed bestand tegen het gehuil van haar zusje en droeg ze haar mama of papa soms al snel op “om zus toch niet te laten wenen”.

Zijn onze dochters verwend? Ja en neen. Als je vergelijkt met wat wij vroeger hadden, dan is de luxe waarin we nu leven toch nog net iets groter. Maar we hebben wel ons best gedaan om er vooral voor hen te zijn. Om tijd voor hen te maken in plaats van hen te overstelpen met materiële zaken. Af en toe zijn we ook gewoon streng: dan laten we hen zelf sparen voor iets dat ze echt graag willen. Bovendien duwen we hen wel eens met de neus op de feiten: dat het niet evident is dat ze dat of dat kunnen/mogen doen, want dat veel andere kinderen dat geluk niet hebben. Meestal beseffen ze dat ook wel. Al moeten we eerlijk zijn: ze zullen pas ten volle begrijpen wat dit inhoudt als ze er zelf (en alleen) voor staan…

Theorie vs praktijk: schermtijd (5)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen theorie en praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Onze theorie over schermtijd was dat we dit zoveel mogelijk wilden beperken. We wilden absoluut vermijden dat onze dochters enkel plezier zouden vinden via dat kleine schermpje, we wilden voorkomen dat ze constant computer- en tv-kicks zouden zoeken. Het was niet zozeer dat we dit schadelijk of ongezond achtten, maar we hoopten hen zoveel mogelijk andere impulsen te bieden, zodat ze er niet naar zouden vragen. Dat was misschien naïef van ons en we zijn niet altijd even consequent geweest, maar al bij al zijn we er toch in geslaagd om hen niet afhankelijk te maken van een tv-, computer-, smartphone- of Nintendo-scherm. Maar we hebben die dingen ook niet buiten ons huis kunnen en willen houden. Het kwam er dus op aan om een evenwicht te vinden.

Toen ze klein waren, mochten ze enkel tv kijken na school (en nadat hun huiswerk gemaakt was). In het weekend waren we net iets minder consequent. Als je – door hen ’s morgens tv te laten kijken – zelf wat langer kan slapen, tja, dan moesten die heilige principes al eens wijken voor dat beetje broodnodige slaap. En zoals dat met kleine kinderen gaat, hadden ze vrij snel door dat ze tv konden kijken zolang wij niet wakker werden. En dus waren onze meiden wel héél erg braaf en héél erg stil op weekendochtenden. Maar de regel “niet voor 9 uur ’s morgens” heeft de tand des tijds wel doorstaan. Want ook hun nachtrust was ons heilig: ik wou zeker niet dat ze al om 6 uur uit hun bed zouden gelokt worden door “iets dat ze absoluut wilden volgen op tv”.

Wat de computer-, Nintendo- of Wii-spelletjes betreft, we hadden dat natuurlijk ook niet in huis kunnen halen. Maar ik vind dat je er ook moet leren mee omgaan. Van ons mochten ze een uurtje, maar enkel op “schoolvrije” momenten, dus woensdagnamiddag en in het weekend. Soms gingen ze geweldig op in hun spelletjes en als hun gezichten rood werden, was dat voor ons het teken dat het meer dan lang genoeg geduurd had. Hebben we onze theorie altijd consequent toegepast? Natuurlijk niet. Ze vroegen ook wel eens om de computer op een weekavond. Maar eigenlijk hebben onze dochters nooit echt overdreven.

Toen ze een smartphone kregen, waren we daar weer streng in. De gsm mag niet op de  slaapkamer na bedtijd en ligt ook niet in hun buurt tijdens het studeren. Maar daar hebben ze nooit een probleem van gemaakt. Op hun twaalfde viel er met hen te praten en we hebben onze redenen altijd duidelijk gemotiveerd: omdat ze hun concentratie nodig hadden voor hun schoolwerk en omdat we hun nachtrust niet wilden verstoren. Toch waren de regels niet voor alle leeftijdsgenoten even streng. Al stelde ik me er wel vragen bij als je merkt dat de meldingen op hun telefoon vaak tot 11 uur en (veel) later doorgaan. Niet iedereen heeft evenveel slaap nodig, maar toch.

Maar tijden veranderen nu eenmaal en een groot stuk van het sociale leven van onze tieners speelt zich via hun smartphone af. En dus brengen ze toch redelijk wat tijd op dat toestel door. In het begin probeer je hen nog te volgen bij de apps die ze installeren, maar bij Snapchat heb ik afgehaakt. Dan moet je erin geloven dat ze wel weten wat ze doen en dat ze je ook in vertrouwen zullen nemen als het uit de hand loopt. En dat doen ze gelukkig ook.

Zijn we altijd even consequent geweest in onze schermregels? Neen, als wij er profijt (lees: slaap) konden uithalen, lieten we de teugels al eens wat vieren 😉. Maar tegelijkertijd hebben we de basis er wel goed ingepompt: onze meisjes zijn niet vergroeid met de schermen in hun leven en kunnen deze ook wel eens een aantal uren of dagen missen. Zeker als we samen dingen doen of als we in gezelschap zijn, zitten ze gelukkig niet de hele tijd naar dat schermpje te staren (in de meeste gevallen hebben ze het zelfs niet eens bij). Gelukkig maar, want het had ook heel anders kunnen uitdraaien…

Loslaten: theorie vs praktijk (4)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Loslaten vind ik misschien wel het moeilijkste begrip in het hele opvoeden. Volgens de theorie laat je je kinderen beetje bij beetje los, als ze er klaar voor zijn. Maar hoe weet je dat in godsnaam “dat ze er klaar voor zijn”? En hoe doe je dat “beetje bij beetje”? Hoe hou je daar een evenwicht in? Hoe word je langs de ene kant geen “helikoptermama” en gun je hen dus voldoende vrijheid, maar geef je hen tegelijkertijd voldoende steun en omkadering?

Het loslaten was in de opvoeding van mijn kinderen misschien wel het moeilijkste vraagstuk. Ik heb dat zeker niet altijd gedaan “als ze er klaar voor waren”, want ze hebben dat loslaten voor een stuk ook opgeëist. In hun ogen waren zij er altijd eerder klaar voor dan ze dat in mijn ogen waren. Soms hadden zij het bij het rechte eind en hadden ze gelijk om dat stukje zelfstandigheid eerder te vragen dan wij dachten te geven. Maar soms lieten we hen los en bleken ze er toch nog niet helemaal klaar voor te zijn. En was de tussenkomst van mama en papa toch nog gewenst.

Wat onze dochters “loslaten” noemen, is in onze ogen vaak “behoeden voor”. En ja hoor, natuurlijk weet ik dat ik hen de kans moet geven om hun eigen fouten te maken en daaruit te leren, maar dat is zo verdomd moeilijk als je weet dat die fouten hen ook hartzeer (zullen) opleveren. Soms raken je kinderen verzeild in pijnlijke/harde situaties en moet je hen toch de kans geven om zelf te strijden, om zelf oplossingen te bedenken, ook al schreeuwt je hele hart dat je moet tussenkomen, dat je hen moet behoeden voor de pijn en het verdriet. Soms wil je het hen gewoon gemakkelijker maken en doe je snel maar even iets in hun plaats, terwijl zij het recht opeisen om te mogen leren.

Als ouders zaten wij hierin ook niet altijd op dezelfde lijn. Soms vond de papa dat mama overdreef en steunde hij de kinderen in hun terechte vraag naar wat meer zelfstandigheid of vrijheid. Andere keren was het dan weer de mama die geloofde dat ze best al klaar waren voor de volgende stap. Hoewel alle opvoedboeken aanraden dat je als ouders aan eenzelfde zeel dient te trekken naar je kinderen toe, was het in deze af en toe een must dat we niet op dezelfde lijn zaten en dat we elkaar daarin konden bijsturen.

Het moeilijkste in deze is voor mij denk ik dat je als mama moet ophouden met het baby’tje, de  peuter, de kleuter enzovoort te blijven zien in de opgroeiende dames. Ze zijn je altijd een stapje voor. Net als jij dacht gewend te zijn aan de lagere school, blijken ze ineens al in het middelbaar te zitten. Zetten zij fikse stappen vooruit terwijl jij je best doet om bij te benen. Af en toe stormt het dan wel eens.

En hoewel het vertrouwen in de loop der jaren uiteraard gegroeid is in onze dochters en hoewel we best wel zien dat ze op de drempel van hun volwassenheid staan, weet ik nu al dat het moment dat ze het huis uitgaan en zelfstandig worden, voor mij altijd te vroeg zal komen. En zullen zij – zoals ze nu ook al wel eens durven te doen – verzuchten dat het moet gedaan zijn met mama’s bemoeienis, terwijl de mama enkel en alleen “wat goede raad” wil geven. Tegelijkertijd zal de mama ook moeten accepteren dat het aan hen is om hun eigen keuzes te maken en mama’s goede raad eventueel links te laten liggen.

Laat ons zeggen dat het een groeiproces is en blijft, en dat de dochters altijd net een stapje voor zijn. Zucht.

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Opvoeden: theorie vs praktijk (2)

Meteen na het afronden van de laatste #ouderzondenpost, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Voor we kinderen hadden, wilden we hen maar al te graag een ruime voedselsmaak meegeven. We wilden hen zoveel mogelijk laten proeven, laten kennismaken met al het lekkers dat de wereld te bieden heeft. Behalve de dingen die we zelf niet lekker vinden uiteraard 😉. Twee jaar lang lukte dat ook wonderwel. De groentenpapjes gingen vlot binnen, zelfs de meest onmogelijke smaken. Zo verwonderde mijn oma zich er telkens opnieuw over dat de oudste dol was op witloofpap en daar ook ongelooflijk veel van binnen speelde. Maar toen kwam de “terrible two” en was het om zeep.

Uit het niets werden de dochters ineens een pak kieskeuriger als het op hun eten aankwam. Veel kieskeuriger! Ineens wilden ze zo goed als niks meer. Alles wat ze tevoren met veel smaak hadden opgegeten, daar trokken ze ineens hun neusjes voor op. En dat uitte zich vooral op het vlak van de gezonde dingen. Van groenten moesten ze ineens zo goed als niks meer weten. En ook bij fruit was het ineens opnieuw van nul beginnen. Gelukkig was er nog de tomaat, ongeveer de enige groente die de dochters altijd zijn blijven lusten. Die ze nog steeds lekker vinden trouwens.

In alle mogelijke opvoedingshandleidingen (voor zover die er al zijn, op papier of op het wereldwijde web) las ik veel (en vaak ook tegenstrijdig) advies. Maar wat wel bleef terugkomen, was dat het een fase was, typisch voor de leeftijd, en dat je moet blijven het voedsel aanbieden. Vooraleer kinderen gewend zijn aan een smaak moeten ze het vaak proeven. En dat hebben we gedaan. Vaak. Tot in het oneindige. Tot in den treure eigenlijk.

Heeft het geholpen? Bah, laat het ons een wisselend succes noemen. Gelukkig kwamen er in de loop der jaren stilaan terug groenten bij. Komkommers, wortelen, sla, boontjes, (koude, ongekookte) bloemkool. We draaiden heel veel groenten in soep, of in de spaghettisaus. Zo kregen de dochters ook al eens een courgette binnen, of een paprika. Ook pompoen- en bloemkoolsoep vinden ze best wel lekker. De oudste lust zelfs witloofsoep. Nog een andere oplossing was broccoli-, spinazie- of wortelpuree. En hen dan omkopen met worst, spek of fishsticks als ze toch maar een hapje groenten wilden eten. Maar er blijven nog altijd groenten over die ze niet meer eten. We hebben bovendien ook altijd tomaten in huis, als reserveoplossing.

We zijn daar eigenlijk heel snel pragmatisch in geworden. Als ze al soep binnen hadden, was ik vooral tevreden dat ze proefden en daarna toch maar hun dagelijkse portie vitamines uit tomaten haalden. Ze aten dan toch al iets gezonds. Dat ze hun neus ophaalden voor het eten dat wij met veel liefde hadden bereid, namen we er dan maar bij. Jarenlang heb ik geprobeerd om hen toch witloof met ham en kaas te leren eten, maar toen de jongste zelfs op haar twaalfde maar bleef kokhalzen van die ene hap die ze toch moest proeven, heb ik het opgegeven.

Wat ook wel eens wou helpen, is jouw kinderen tussen andere kindjes plaatsen en hen dan iets aanbieden dat ze eigenlijk niet echt lusten. “Zien eten doet eten”, en dat werkte écht wel. Dan proefden ze ineens wel van dat groene spul (kiwi) en bleken ze dat toch best lekker te vinden.

Overigens waren het niet alleen gezonde dingen die onze dochters niet wilden. Taart is nog steeds geen hit hier in huis, op de chocomoussetaart van de plaatselijke bakker na. Mama’s cake hebben ze ook pas op latere leeftijd leren waarderen. Eigenlijk pas toen ze zelf begonnen te bakken. Ook met koffiekoeken deed je hen helemaal geen plezier, tenzij je donuts in huis haalde (maar dan alleen de witte met gekleurde spikkeltjes). En de oudste heeft pas voor het eerst roomijs leren appreciëren toen ze in Italië nocciola ontdekte. Ze was toen 13.

witloof_miniAch, we hebben ons er relatief snel bij neergelegd (op het proeven na dan). Onze dochters zijn groot geworden op tomaten. Het zij zo. Gelukkig hebben ze met het ouder worden hun smaakpapillen toch weten uit te breiden. En af en toe slaagden ze erin ons toch te verrassen. Dan bleek de jongste ineens een voorliefde voor olijven ontwikkeld te hebben en moest de mama haar potje olijven bij de Italiaan ineens delen. (Wat toch wel een spijtige zaak was 😉.) Alleen blijft het jammer dat ik mijn voorliefde voor witloof niet heb doorgegeven. Misschien moet ik toch nog eens een poging wagen? Op het Paasmenu, zodat we de dochters kunnen omkopen met paaseitjes?

Opvoeden: theorie vs praktijk (1)

De #ouderzonden zitten er op, jammer genoeg. Meteen na het afronden van de laatste post, wist ik dat ik verder nog iets rond “opvoeding” en “ouderschap” wou brengen. Het moeilijkste aan opvoeden vind ik – achteraf gezien – het verschil tussen de theorie en de praktijk. Tussen hetgeen je je voorneemt te doen voor je kinderen hebt en hetgeen je effectief doet van zodra je mama bent.

Zo wou ik absoluut mondige en weerbare kinderen. Ik sta er nog altijd achter en ik denk dat we in ons opzet geslaagd zijn, maar er is uiteraard ook een keerzijde. Namelijk dat ze die eigenschappen op een bepaald moment ook tegen hun eigen ouders zullen inzetten. Zelfs dat had ik op voorhand ingecalculeerd. Zo had ik al doembeelden van kletterende puberruzies. Waar ik echter niet op bedacht was, was dat onze dochters hun mondigheid al véél vroeger zouden inzetten.

Het blijft hilarisch als je er nu op terugblikt, maar ik herinner me legendarische discussies met de jongste over haar kledij. Uiteraard ’s morgens vroeg als je je klaarmaakt om naar school en naar het werk te vertrekken en dus een strakke timing hanteert. Onze jongste was een prinsessenmeisje en droeg niets liever dan “fladderende” jurkjes en rokjes. Letterlijk: het doorslaggevend argument in haar kledingkeuze was voor een spiegel gaan staan, ronddraaien en kijken of het kleedje genoeg “draaide”. Maar dat soort rokjes en jurkjes had je vooral in de zomer, een pak minder in de winter, wanneer er van kledij vooral verwacht werd dat ze de drager ervan zou warm houden.

motherhood

(www.someecards.com)

Zo kon ik op een koude winterochtend wel eens in discussie met een koppige tweejarige omdat die een zomerjurkje uitgekozen had en niet vatbaar was voor mama’s argumenten. “Maar ik heb nooit kou.” “Het zonnetje schijnt toch, mama.” “Ik zal er anders pietenkousen onder doen, mama.” Om nog maar te zwijgen over de “broekendagen”. En dan haal je – waar je je tevoren had voorgenomen om nooit die weg op te gaan – jouw doorslaggevende argumenten boven. “Omdat mama het zegt”. Of “Waarom?” “Daarom!”. Of “al jouw jurkjes zijn in de was, je zal wel een broek moeten aandoen”. Of “je mag natuurlijk ook je pyjama aanhouden om naar school te gaan, maar wat gaan je vriendinnetjes dan wel zeggen…”

Onze dochters wisten al héél snel dat mama absoluut allergisch is aan liegen. Dat ze vaker onder hun voeten kregen omdat ze de waarheid geweld aan deden, dan om het “misdrijf” dat ze probeerden te verdoezelen. Er was wel één uitzondering. Soms waren onze dochters zo bedreven in het “creatief omspringen met de waarheid” of zoals we met een moderne term zouden zeggen, het “out-of-the-box-denken”, dat we niet anders konden dan in de lach schieten. En dat helpt absoluut niet als je hen eigenlijk zou moeten straffen. Als ze met volstrekt onschuldige gezichten (en monden vol chocolade) volhouden dat het “Zwarte Piet geweest was die aan de chocolade had gezeten. Dat ze het écht waar zelf gezien hadden. Dat zij alleen maar een héél klein stukje hadden opgegeten. En dat hij gezegd had dat het mocht.”

Toen ze in de puberteit kwamen, verwachtte ik dus veel tienerdrama, maar het valt eigenlijk geweldig goed mee. Al zijn ze nog slimmer geworden en zo mogelijk nog “radder” van tong. En dan is het moeilijk om hen een stap voor te blijven. Dan kan je soms niet anders dan toegeven dat ze je te pakken hebben. Zeker als de mama wat moe of afgeleid is, een straffe uitspraak doet en vrijwel meteen wordt klemgezet. Toen ik de oudste nog een jaartje van de festivals dacht te houden door “pas als je 16 bent” te antwoorden op haar vraag of ze mocht gaan. Met in het achterhoofd dat dat gezien haar verjaardag halverwege de zomer dus niet zou lukken voor Werchter. Waarop zij net iets sneller dacht en me meteen vloerde met “maar dan mag ik wel naar Pukkelpop?”. Waarop de echtgenoot droogjes reageerde: “je hebt dat nu wel gezegd hè”. We zijn dan maar samen naar Pukkelpop geweest.

Als ik nu terugblik op mijn oorspronkelijke voornemen om hen “weerbaar en mondig” te maken, dan denk ik dat we daarin geslaagd zijn. Dat ik daardoor al héél snel in nutteloze discussies met hen verzeild zou raken, had ik niet voor ogen. Dat ik zelf dan de non-argumenten “omdat mama het zegt” zou bovenhalen, behoorde niet tot het masterplan. En dat ze al op 16-jarige leeftijd slimmer zouden blijken dan hun moeder, zegt dan misschien net iets meer over de moeder dan over de dochters 😉.

Maar voor de rest zijn we vooral fier. Ze komen voor zichzelf op, ze hebben erg veel moeite met onrecht en repliceren vlot, voor zichzelf en voor anderen. En ze mogen dan wel mondig en weerbaar zijn, maar ze blijven gelukkig (meestal) beleefd. Dat we daardoor al eens een discussie verliezen of ons ongelijk moeten toegeven, nemen we dan maar voor lief. Hen tonen hoe ze gracieus een nederlaag slikken (zucht) behoort ook tot ons opvoedkundig project. Al had ik vooraf toch gedacht/gehoopt dat we dat langer zouden kunnen uitstellen 😉.

Leren loslaten…

Onze dochters groeien op. Ze worden met de dag zelfstandiger. Ze vragen en nemen hun verantwoordelijkheid, ze vragen en nemen hun vrijheid. Het is waar je als ouders altijd naar gestreefd hebt, maar het komt toch vroeger dan je dacht. Een groot stuk van je opvoeding was er op gericht om hen klaar te maken voor die dag, maar ergens heb ik het gevoel dat we in dat hele proces vergeten zijn om onszelf ook voor te bereiden op die dag. Die hoe langer hoe sneller op ons afkomt. En terwijl de dochters stilaan naar dat moment toegroeien, weet ik niet of de mama er ook al klaar voor is. Als ik dat ooit al zal zijn.

Begin vorige week ging de oudste met haar klas op avontuurlijke tweedaagse. Op het programma: een hoogteparcours, rappel, speleologie, een nachtspel. De bedoeling: je grenzen verleggen en een hechte klasgroep smeden. Terwijl zij genoot én haar grenzen glansrijk wist te verleggen, was het hier in huis toch maar stilletjes. Het blijft vreemd om te gaan slapen met een leeg bed in huis. Het is een gemis aan tafel als er eentje ontbreekt. Zij kwam terug met geweldige verhalen, ze had volop genoten van de uitdaging, de sfeer en de vriendinnen en ik was alleen maar blij dat ons gezinnetje terug compleet was.

Vrijdagavond had de jongste een klein ongelukje met haar fiets. Op weg naar huis was ze meer bezig met alle zakken aan haar stuur dan met de weg en de rest van het verkeer. En dus was er een kleine botsing en een val. Gelukkig zonder al te veel erg. Met wat blauwe plekken, schrammen en krassen. Ook de oudste had in één van haar eerste fietsmaanden zo’n ongelukje beleefd. Het hoort erbij: ze leren met vallen en opstaan en het is aan ons om hen daarvoor de ruimte te geven. Ook al doet het pijn en wil je niets liever dan hen beschermen. We kunnen onze meisjes niet onder een glazen stolpje houden. En dus stuurden we hen maandagmorgen opnieuw met de fiets naar school, we drukten hen nog eens op het hart om voorzichtig te zijn, maar we lieten hen ook gaan.

En terwijl ik mijn dochters zie opgroeien, overvalt me een gevoel van melancholie. Ik zie hen volwassen worden, ik zie hen nadenken, keuzes maken, zorg dragen voor elkaar (en voor ons). Ik zie hen om vrijheid vragen en die ook verdienen. En dus proberen we hen ruimte te gunnen, al gaat het soms niet zo snel als zij het zouden willen. En terwijl in de stad waar ik werk het studentenjaar stilaan terug op gang komt, besef ik dat we er niet zo ver meer af zitten. Dat ik binnen amper 3 jaar mijn dochter ook help haar kot in te richten (als ze me er nog bij wil natuurlijk) en haar op zondagavond afzet om haar voor een week te moeten missen. Binnen 6 jaar zijn onze beide vogeltjes uitgevlogen.

Een zee van ruimte komt dan weer voor ons vrij, voor mezelf en voor ons tweetjes (terwijl we er nu soms voor moeten strijden om “ons” in te plannen). En toch schrikt me dat ook af: het zal die eerste weken vooral héél leeg en stil zijn in huis. Dat zal wel de paradox van het ouderschap zijn zeker: terwijl je “moet” zorgen, uitkijken naar tijd voor jezelf, maar als het moment daar is, vooral de “zorg”-periode missen. Gelukkig hebben we nog 3 jaar om het opgroeien onder de knie te krijgen. Al zal vooral de mama de drie jaar nodig hebben om te wennen, de dochters zijn daar vandaag al klaar voor (denken ze)…

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Dalai Lama Quotes On Life picture-The very purpose of our life is to seek happiness

Een nieuw begin

Net als in zovele Vlaamse gezinnen is ook bij ons vanmorgen weer de schooldrukte gestart. Het wordt hier routine, met een leraar-echtgenoot en de oudste die al aan haar vierde middelbaar toe is. Voor de jongste was het toch wel spannend: zij start in het eerste middelbaar, op een nieuwe school.

Tot nog toe viel het allemaal mee. Er vloeiden traantjes bij het afscheid, lang geleden in juni, maar die leken al lang vergeten. De schoolvoorbereidingen verliepen ook zonder problemen: we kochten een “grote” fiets, een nieuwe boekentas, extra schoolspulletjes en dat vond ze allemaal leuk. De laatste twee weken gingen we ook intensief oefenen en reden we regelmatig van en naar school. Zonder problemen.

Maar gisteren was er toch even een paniekmomentje. Na een fijne dag met de hartsvriendin uit het lager besefte ze ineens dat het “voor echt” was. Dat de bekende lagere school, met de jarenlange klasgenootjes, de vertrouwde meesters en juffen achter de rug was. Dat ze in een nieuwe school zou starten en dat ze het alleen zou moeten doen, zonder het hartsvriendinnetje aan haar zijde. En toen doken de zenuwen op en vloeiden er even traantjes. Wat uiteraard ook voor een ferme krop in de keel bij de mama zorgde. Die weent sowieso makkelijk mee, zeker als het over de dochters gaat.

Maar vanmorgen ging het van een leien dakje. Ja, ze was op tijd op, maar ze had een goede nacht achter de rug. De fietsrit naar school verliep bijzonder vlot (het tempo lag ook heel erg hoog, misschien had ze er toch wat nood aan om de zenuwen uit het lijf te fietsen). We arriveerden aan de school en ik vroeg of ik haar nog wel een knuffel mocht geven, nu ze naar het eerste middelbaar gaat. “Natuurlijk, mama!”. We knuffelden en ik liet haar gaan. Nog even keek ik haar na, hoe ze door de schoolpoort stapte.

Ze draaide zich nog even om, zwaaide, zette haar mooiste glimlach op en stapte de speelplaats op. En de mama keek toe, ontroerd, en fietste maar snel terug naar huis. Waar ik een hele dag in spanning zal afwachten tot ik haar terug mag ophalen. Tot ik haar verhalen kan horen over die eerste dag. Maar toen ik haar zag vertrekken met die smile tot achter haar oren, dacht ik: “het komt allemaal wel goed”.

Mijn groot kleintje. Alweer een beetje meer loslaten…

schooljaar

Achter deze vrouw staat een sterke man #boostyourpositivity

De tweede challenge in het kader van #boostyourpositivity van Danone draait rond de balans werk-gezin. “Hoe zit dat bij jullie? Welke keuze heb jij gemaakt? Was dat bewust of van moeten? En most importantly: ben je blij met die keuze?”

Ik ben intussen 19 jaar aan het werk. Ik heb Romaanse Talen (Frans-Italiaans) gestudeerd en dat vormde naar verluidt de kortste weg naar het onderwijs. Bij mij liep het echter anders. Toen ik op de arbeidsmarkt kwam, lagen de jobs niet voor het oprapen. Mijn allereerste jobaanbieding kwam van een Brusselse school (die later in het nieuws kwam voor een geval van zware agressie tegenover een jonge godsdienstlerares, als ik me nog goed herinner), maar mijn lief vond dat ik beter nog wat verder rondkeek. Een paar maanden later kon ik aan de slag in de media, als redactiemedewerkster.

Na een kleine 2 jaar startten we een sportredactie op en ik zou die uiteindelijk 13 jaar lang coördineren. Het was een uitdagende job en ze vroeg veel inzet. Ik ging er vol voor. Ik was altijd sportliefhebber geweest én toen ik de kans kreeg om van mijn hobby mijn beroep te maken, was het soms moeilijk om een grens te trekken. Bovendien wou ik mijn job zo goed mogelijk doen en had ik soms/vaak de neiging om er net iets te veel in op te gaan. Dat gecombineerd met leuke collega’s en een nieuwsverslaving maakte de grens tussen werk en privé soms/vaak nogal wazig, al voelde het nooit écht als “arbeid”…

Intussen combineerde de echtgenoot zijn voltijdse job als leraar Nederlands en Engels met een zelfstandig bestaan, eerst als sportfreelancer, later als auteur van een handboek Engels. We werkten hard en veel die eerste jaren. Maar toen we voor een kindje gingen, maakten we samen heel bewust de keuze dat ik 4/5 zou gaan werken. Het bracht wat rust. Eens een dag geen files voor mij, genieten met de kinderen, thuis wat administratie op orde brengen of voor de boodschappen zorgen en de echtgenoot een beetje ontlasten.

Want wij vormden misschien toch niet echt het archetype van het traditionele gezin. De leraar-echtgenoot was bij ons degene die in de week de kinderen van school ophaalde en voor het eten zorgde. Ik kwam later thuis en sprong dan in. Als de echtgenoot terug achter zijn bureau kroop om aan zijn schoolwerk te beginnen, nam ik het huishouden over en deed ik de kinderen in bed. En ik zorgde voor de crisisopvang: als de kinderen ziek waren, of als ze een dagje facultatief verlof hadden, dan ving ik dat op. We vulden mekaar mooi aan, maar alle lof voor de echtgenoot: zonder hem had ik mijn job niet kunnen (blijven) doen. Hij heeft mij de kans gegeven om er vol voor te gaan.

11 jaar lang ben ik ’s woensdags thuis geweest voor de kinderen. Ik heb gebruik gemaakt van loopbaanonderbreking én van het ouderschapsverlof. Toen alle wettelijke stelsels opgebruikt waren, bleef ik gewoon 4/5 en later 90% werken en leverde ik met plezier loon in om thuis te kunnen zijn.

Maar toen kwam er door besparingen een einde aan het sportverhaal en moest ik op mijn 38ste opnieuw de arbeidsmarkt op. In volle crisis. Met het besef dat het sportverhaal wel mooi geweest was, maar dat het voor mij ook afgerond was. Dus zocht ik een nieuwe uitdaging. Het werden voltijdse jobs. De kinderen waren toen ook al 11 en 8, ze waren dus al groter, maar het was toch wat zoeken naar een nieuw evenwicht. Het lukte, al werd de druk op de echtgenoot weer wat groter. Toen er ook avond- en weekendshiften bijkwamen, bleek dat voor ons gezin een zware dobber.

liefde_is_iemand_op_wie_je_altijd_kunt_steunenBen ik blij met de keuzes die wij gemaakt hebben? Jazeker. Maar ik zat dan ook in een luxepositie. Dat ik een uitdagende job kon combineren met de kinderen, heb ik voor een groot stuk te danken aan de echtgenoot. Daarnaast was het voor ons, als hoger opgeleide tweeverdieners, financieel mogelijk om een stukje loon in te leveren voor “kindertijd”. Dat deden we 15 jaar geleden, toen de prijzen van de huizen nog niet een quasi onbetaalbare zeepbel vormden.

Was het de ideale keuze? Voor ons gezin misschien wel, al was het zeker niet altijd even gemakkelijk. Op piekmomenten (in mijn of zijn job) was het soms echt naar adem happen en hadden we af en toe hulp nodig. Dan sprongen de grootouders wel eens in, of bleven de kinderen wat langer in de opvang. Me-time was er de eerste jaren – met jonge kinderen – quasi niet. Mijn laatste boek las ik tijdens de laatste weken voor de oudste in ons leven kwam, het volgende boek las ik toen de jongste bijna één was, 3,5 jaar later! In tijden van kinderziektes was het pompen en zo goed als verzuipen, maar we sprongen voor elkaar in de bres en we gunden elkaar “ons ding”. Het ene moment wel wat meer dan een andere keer ;-).

Natuurlijk heb ik me in de loop der jaren wel schuldig gevoeld om de professionele keuzes die ik gemaakt heb. Het was makkelijker geweest als ik niet per se nood had aan een inhoudelijk uitdagende job. Ik had andere keuzes kunnen maken, ik had misschien halftijds kunnen werken of een tijdje thuis kunnen blijven. Maar dat deden we niet.

Als ik terugblik, dan ben ik vooral dankbaar voor alle momenten die ik gehad heb. Voor alle keren dat ik de kinderen kon laten uitslapen en ze rustig uit hun bedje kon halen. Voor al die keren dat ik wel aan de schoolpoort kon staan. Voor de keren dat de echtgenoot zich niet moest haasten om de kinderen op te pikken, maar gewoon rustig naar huis kon komen en eens kon genieten van een voor hem met liefde bereide maaltijd… Tegelijk ben ik trots op alle sportmomenten die ik kon beleven, en de artikels die ik erover schreef. Of op het handboek Frans waar ik even mocht aan meewerken. Of op die ene lesgroep die ik van het begin tot het einde begeleidde en waarmee  ik zo’n fijne band had. Of op de verviervoudigde aanhang van onze Facebook-pagina…

En dan kijk ik naar onze twee prachtmeiden. Goedlachs, beleefd, geïnteresseerd, ruimdenkend, open, vriendelijk en warm (zei de fiere mama) en dan denk ik telkens opnieuw dat we het nog niet zo slecht gedaan hebben. Dat de balans – misschien niet altijd even perfect – er ergens toch altijd geweest is…