Digitale detox en niks gemist?

De voorbije dagen zaten wij hier thuis in een digitale detoxperiode. Gedwongen. Zondagnamiddag had onze telenetmodem het opgeven en ze konden hem ten vroegste woensdag herstellen. Geen telefoon, geen wifi, geen internet. Gelukkig wel digitale tv. Maar toch. De drie vrouwen des huizes reageerden in eerste instantie onthutst. Hoe gaan we die drie dagen in godsnaam overleven? Wel, we hebben het overleefd. En eerlijk gezegd heb ik het niet gemist. Tot mijn grote verbazing.

Het is rustig ’s avonds. Geen nieuws dat je per sé nog moet zien, geen columns of opinies die je gemist hebt en snel nog even wil lezen voor je gaat slapen. Je verspilt geen uur/uren op het grote wereldwijde web, of op die paar apps die op je telefoon staan, in mijn geval vooral Facebook, Twitter, WordPress en Instagram. Je kijkt samen nog eens tv, je praat en je gaat meer ontspannen slapen (zonder dat het blauwe lichtje je achtervolgt en je uit je slaap houdt).

Je komt wel voor wat verrassingen te staan. Een aantal dingen zijn zo evident geworden dat je ze pas mist als je ze niet kan uitvoeren. Snel even een telefoonnummer opzoeken lukt niet als je geen internetverbinding hebt. We hadden hier nog wel een witte gids liggen, maar die zijn nu eenmaal streekgebonden en niet bepaald gebruiksvriendelijk.

Afspraken maken doe je steeds vaker even snel en gemakkelijk via Messenger of WhatsApp. Via de ouderwetse sms lukt dat uiteraard ook perfect, maar je ziet dan niet meteen wanneer en of je respondenten je berichtjes lezen.

Zondagmorgen had ik al een blog geschreven, maar nog niet online gezet. Dat lukte ’s avonds ook niet meer zonder internet. Geen probleem dacht ik, ik mail de tekst wel even aan mezelf, dan doe ik dat wel even bij mijn ouders. Klein denkfoutje, zonder internet kan je uiteraard ook niet mailen, zelfs niet naar jezelf. En wat een gedoe wordt het toch weer als je je laptop moet meesleuren. Een stick is uiteraard ook een optie, maar waar lagen die dingen toch weer? En hadden we nog ruimte? En wat stond hier nu ook weer op?

Geen online (window)shoppen, ook niet even gaan kijken wat ze serveren in het restaurant waar ik dinsdagavond met een paar goede vriendinnen had afgesproken, zodat ik al kan voorgenieten ;-).

Wat wel een lastige was: ook niet even online uitzoeken hoe je moet rijden en waar je bestemming precies ligt. Voor ik naar een onbekende plaats rijd, check ik graag even online hoe ik best kan rijden en wat er precies in de buurt van mijn bestemming ligt. Zodat ik op voorhand een paar oriënteringspunten in mijn hoofd heb. Uiteraard hebben we ook een GPS, maar het helpt als je weet dat je in de buurt van die en die straat zit, of van die school en die kerk. Of dat je gezien hebt dat er alternatieven zijn, moest je onverwachte obstakels (wegwerkzaamheden, nieuwe éénrichtingsstraten,…) op je weg vinden.

Geen online bankieren. Gelukkig kan je (voorlopig) nog terecht in fysieke kantoren voor de meest dringende zaken die je normaal gezien zonder nadenken van achter je computer snel even uitvoert.

Gelukkig houden wij hier van een ouderwetse papieren krant, zodat we bij het ontbijt nog steeds onze portie nieuws voor de kiezen kregen.

Je wordt er wel creatief van. Je zoekt heel snel naar manieren om het gebrek te omzeilen. Dingen die voor ons best evident zijn, maar voor onze dochters uit het digitale tijdperk een pak minder. Vroeger deden we het ook allemaal zonder die technische hulpmiddelen en dat lukte daarom niet minder goed. Soms was het zelfs een pak eenvoudiger. Toen onze oudste ooit tot een kwartier voor haar eigenlijk afspraak nog steeds via messenger afspraken zat te maken over wie wanneer zou rijden, wie met wie zou meerijden en wie wie zou oppikken en zelfs nog naar het adres moest informeren waar ze dadelijk verwacht werd, kreeg ze van ons te horen dat het goed was voor één keer, maar dat we op die manier niet meer zouden meewerken aan een tweede uitstap. Zij zuchtte toen diep en vroeg: “hoe deden jullie dat vroeger eigenlijk, zo zonder gsm en internet?” Waarop wij beiden als uit één mond antwoordden: “wij spraken op voorhand af, en dat lukte ook hoor”.

Intussen is het internet weer hersteld. Kunnen we onze sociale “achterstand” snel wegwerken. Want de scheiding van Angelina Jolie en Brad Pitt had ik volledig gemist. En toch. In de drie dagen dat we digitaal op onze honger zaten, is er niets wereldschokkends gebeurd. En het grote nieuws hoor je toch wel, misschien met wat vertraging, maar via andere kanalen. De ouderwetse radio, tv en kranten brengen de showbizzscheiding van het jaar heus ook wel. Ik was inderdaad niet als eerste op de hoogte, maar ik ben er niet van doodgegaan.

Misschien heeft de echtgenoot toch wel een punt als hij zijn vrouwen een “lichte” internetverslaving aanwrijft. Misschien moeten we toch serieus werk maken van onze “gsm-parking” ‘s avonds. Moeten we de regeltjes van het uitzetten van de gsm toch weer even afstoffen. En misschien moet vooral de mama maar eens het goede voorbeeld geven. Want je kan de dochters moeilijk verwijten waar je je zelf (in niet onbelangrijke mate) schuldig aan maakt ;-)!

Ook lid van #teamnosleep?

Ik ben een slechte slaper. Jammer genoeg al zolang ik me kan herinneren. Mijn grote geluk is wel dat ik niet zo heel veel slaap nodig heb om me mens te kunnen voelen. Maar er zijn momenten dat ik zelfs mijn minimum niet haal en dan ben ik niet het meest aangename gezelschap: dan word ik kribbig, dan begin ik te zagen en dan doe ik stommiteiten uit verstrooidheid.

Toen ik een tiener was, had ik vooral problemen met het inslapen. Dan kon ik uren wakker liggen zonder in slaap te geraken. Wat natuurlijk niet aangenaam is, want op den duur zie je er tegen op om in je bed te gaan liggen, uit vrees voor het hele slaapritueel (dat jou dan niet lukt). Alles heb ik geprobeerd: schaapjes tellen, lezen, zachte muziek, opstaan en iets anders doen… Het lukte niet. Tot de echtgenoot in mijn leven verscheen en ik samen met hem wel binnen de kortste keren in dromenland raakte. (Overigens heeft Europees voetbal sinds een aantal jaren hetzelfde effect: zet een voetbalmatch op van een Belgische ploeg, geef mij een zetel en de echtgenoot om tegenaan te kruipen en binnen de paar minuten ben ik vertrokken…)

Ligt het aan de kinderen, mijn slaapgebrek? Overal lees ik blogposts van (jonge)mama’s die veel te weinig slaap hebben door het verstoorde slaappatroon van hun kinderen. Ik ben nooit in die situatie geweest. Integendeel zelfs. Ik durf het intussen al bijna niet meer te schrijven, maar de oudste sliep al door op dag 3 in het ziekenhuis. Ondanks alle waarschuwingen dat je daar niet mag op afgaan, dat het allemaal verandert eens je ze mee naar huis genomen hebt, was dat bij ons niet het geval. Ze sliep elke nacht schoon van een uur of één tot een uur of zeven en dus hadden wij als jonge ouders niet echt een slaapgebrek.

Ook over de jongste mogen we absoluut niet klagen. Op 8 weken sliep ze door. Iets later dan haar grote zus en haar nachten waren ook iets korter, maar de dagen dat wij er om 6 uur uit moesten omdat een van onze dochters besloot dat ze meer dan lang genoeg geslapen had, zijn hier op één hand te tellen. En dan spreken we eerlijk gezegd vooral over Sinterklaas en Pasen, wanneer het voor onze meisjes “te spannend” was om te blijven liggen…

Onderbroken nachten waren er uiteraard wel eens. Zieke kinderen, nachtmerries, ze stonden wel eens in het midden van de nacht aan ons bed. En uiteraard kwam dat meestal niet zo goed uit, maar ook dit moeten we niet overdrijven. We hebben één zwaar jaar gehad toen de oudste 3 was en aan haar eerste schooljaar bezig was en de kleinste op weg was naar haar eerste verjaardag. Het was een zware winter: beide meisjes aanhoudend ziek en uiteraard staken ze elkaar constant aan. Dat jaar hebben we na 3 intense maanden gesmeekt of de meisjes eens mochten gaan logeren zodat wij nog eens rustig konden doorslapen. Het lijkt zo’n zonde om een babysit te gebruiken om zelf eens goed te kunnen slapen, maar wat kan je daar deugd van hebben…

Het ligt dus gewoon aan mij. Er zijn periodes dat ik echt dagenlang te weinig slaap krijg. Maar één goede nacht wist dat meteen uit en dan kan ik er weer voor een tijdje tegen. En meestal verloopt mijn slaappatroon ook op die manier: dan compenseer ik mijn te korte “week”nachten met een iets langere “compensatie”nacht in het weekend. Maar als dat wegvalt, kom ik in de problemen.

En het was weer zo’n week. Onderbroken nachten, heel levendige (maar totaal absurde) dromen, naar het toilet moeten, 3 uur zien, vijf uur zien en niet meer kunnen slapen,…  Te warm en dan weer te koud, draaien en keren en geen perfect “plekje” vinden,… Lijstjes maken in mijn hoofd van dingen die ik niet mag vergeten, geweldige ideeën bedenken in het holst van de nacht en dan uren liggen uitwerken… Het was deze week weer “flipperkast” in mijn hoofd.

En ja hoor, ik ken de trucjes: er ligt een schriftje naast mijn bed om de belangrijke zaken te noteren. Wat ik overigens nooit doe, want dan moet je het licht aandoen en dan maak ik de echtgenoot ook wakker. Als je na meer dan 20 minuten nog wakker ligt, moet je je bed uitkomen en iets anders gaan doen. Is er iemand die dat echt doet? Om 3 uur toch je fantastisch warme bed uitkomen om beneden in alle kilte wat tv te gaan kijken of iets te gaan lezen? Ik vind het al erg genoeg als ik ’s nachts naar toilet moet en daarvoor de koude nacht in moet. En neen, we hebben geen tv in onze slaapkamer, de gsm of tablet gaat nooit mee de kamer in en boeken lezen doe ik niet meer in bed.

Draai toch je knoppeke om, zegt de echtgenoot altijd: het heeft echt geen nut om ’s nachts wakker te liggen, dat lost niks op. IK WEET HET, maar dat stopt de gedachtenstroom in mijn hoofd niet. Overigens is het niet alleen gepieker dat me uit mijn slaap houdt. Soms is mijn hoofd ’s nachts nog aan het verwerken en dat kan even goed een tv-programma, een mooie film of een prachtig boek zijn, waar ik dan wel wakker van word…

slaapproblemenNa meer dan een week onderbroken nachten was ik tegen donderdag doodop en zaten we in de zaag- en stommiteiten-fase. Gelukkig bracht een comateuze vrijdagnacht (op de dag van de slaap blijkbaar) een beetje verlichting. Nu kunnen we er weer een weekje tegen ;-)!

Hebben jullie ook zware nachten of slapen jullie als engeltjes? Hebben jullie slaaptrucjes? Altijd bereid om te testen…

 

Leef naar je talenten!

Een tijdje geleden mocht ik op bijscholing. Twee dagen lang werkten we met de collega’s rond “talent”. We kregen soms zeer interessante uiteenzettingen en we volgden een aantal workshops, waarin we zelf actief aan de slag moesten. Ik heb die dagen veel bijgeleerd, maar er was één workshop waarin ik het licht zag.

Eigenlijk was het een workshop van amper een uurtje en konden we niet diep genoeg op het thema ingaan. Aan de hand van een aantal stellingen bepaalden we ons “persoonlijkheidstype”. De test was niet uitgebreid genoeg, maar bleek verrassend accuraat, zowel voor mij als voor de meeste collega’s. Grappig hoe anders je op bepaalde situaties reageert volgens je type, grappig om te zien welke prioriteiten je spontaan kiest. Heel interessant ook toen we probleemsituaties met elkaar moesten delen: sommigen overleggen, anderen ondernemen actie en nog anderen analyseren… En toch vormen al die verschillen een mooi geheel.

Maar het was in de nabespreking achteraf dat mijn frank viel. Want het viel een aantal collega’s op dat bepaalde types wel héél vaak voorkwamen in bepaalde jobs. En uiteraard was er een zekere correlatie tussen je persoonlijkheidstype en de functie die je meestal uitoefent of de taken die je geneigd bent op jou te nemen. Dat klopt, gaf de lesgever toe, meestal toch. Want veel mensen gaan net die dingen waar ze minder goed in zijn overcompenseren. Sommigen oefenen ook jarenlang een job uit die eigenlijk niet echt bij hun type past. “Kan dat?” “Uiteraard”, antwoordde de lesgever, “maar het zal je meer tijd en moeite blijven kosten.” En ergens is het ook nutteloos, want er zijn “types” die daarin beter blijven omdat die eigenschappen wel in hun persoonlijkheid zitten en in de jouwe niet. Terwijl jij dan weer andere unieke kwaliteiten hebt, die even nuttig kunnen zijn.

Het kwartje viel en bleef vallen, ook toen ik ’s avonds uitgebreid nakaartte met de echtgenoot. Want de lesgever had een punt: het is gewoon makkelijker én aangenamer als je naar je talenten leeft. Maar jammer genoeg is onze maatschappij volledig omgekeerd georganiseerd. Al van in de prille jeugd wordt te vaak de nadruk gelegd op wat je (nog) niet (goed genoeg) kan. Wordt de vergelijking gemaakt met dat onbestaande gemiddelde waar iedereen moet aan voldoen. En al van in je kindertijd wordt je aangeleerd dat alles kan, mits voldoende inzet en oefening.

Bij studiekeuzes wordt altijd eerst gekeken naar wat je niet kan. We mikken allemaal zo hoog mogelijk tot blijkt dat je het niet aankan en dan maar moet afzakken. In je puberjaren word je gedefinieerd als “onvoldoende voor wiskunde” of “onvoldoende voor Latijn” of “onvoldoende voor Frans”. Net in die uiterst breekbare puberperiode van opgroeien naar volwassenheid word je gekarakteriseerd naar gelang de dingen waar je niet goed in bent.

Later als je gaat werken, duurt dat voort. In je jaarlijkse evaluatiegesprekken worden je sterke punten ook wel opgesomd, maar wordt toch vooral gewezen op je werkpunten. Er wordt dan gevraagd welke opleidingen je nog nodig hebt, hoe je geholpen kan worden om je zwakkere kantjes bij te schaven. Op geen enkel moment in mijn carrière zijn me opleidingen aangeboden om mijn sterke punten nog verder te ontwikkelen “want dat kan je al, daar ben je al goed in”. Ik heb er ook nooit om gevraagd, ook ik wou vooral aan mijn minpunten werken, in de ijdele hoop daar ooit mijn troeven van te maken.

Eigenlijk is dat fundamenteel verkeerd. Wat een verspilling van tijd en moeite. Want een chaoot in het diepst van zijn gedachten zal nooit het grootste organisatietalent worden, ook al doet hij jarenlang zijn best. Hij zal wel trucjes leren en hij kan zijn chaos leren beheersen, maar dat blijft telkens opnieuw veel van hem vragen. En misschien is op die manier wel een sterke people manager verloren gegaan, of een baanbrekend artiest of een bijzonder lucratief idee ;-).

Het pakte me, het was ook zo herkenbaar. Ik heb jarenlang veel energie gestopt in mijn minpuntjes, ik heb er zo hard aan gewerkt. Om dan te horen dat je er eigenlijk toch niet veel kan aan doen, want je talenten liggen daar niet. Maar het was ook een ongelooflijke bevrijding om het eens van de andere kant te bekijken. Er zijn ook dingen waar ik echt in uitblink. En toen was ik gewoon trots zijn op mijn kwaliteiten. Alsof men mij een nieuwe bril gegeven had en ik mezelf voor het eerst écht goed kon zien.

Daar moet je dan 42 voor worden…

talent

Het was weer op het nippertje…

deadlinesHet was hier de laatste weken behoorlijk hectisch. Van job veranderen, de echtgenoot die strijd leverde met een paar deadlines, de oudste die als prille puber stilaan ook een eigen agenda begint te plannen,… Het was even wat pompen. En dus was ik even uit het oog verloren dat de goedheilig man volgende week al zijn opwachting zal maken.

Voor onze dochters mag de magie er intussen grotendeels af zijn, toch zetten ze nog steeds hun schoentje en blijkt de grootste kindervriend hen nooit te vergeten. Maar er zijn intussen al 3 mete- en petekindjes die wel vol verwachting uitkijken naar de komst van de Sint (en zijn cadeautjes). Al zal de jongste (dik anderhalf) allicht niet goed beseffen wat hem overkomt. Toen onze dochters zijn leeftijd hadden, hadden ze meestal meer oog voor de verpakking dan voor hetgeen er in de dozen zat. Zo kreeg de oudste ooit haar allereerste Playmobilsetje cadeau en heeft ze zich de rest van de ochtend vooral geamuseerd met de doos. Open, dicht, erin, eruit,… Geweldig vond ze dat. Het speelgoed zelf leerde ze pas later appreciëren.

Maar de vooruitgang staat voor niks. Waar we vroeger de kinderen naar oma en opa brachten “om met de Sint te gaan praten”, deed ik dit jaar mijn Sint-aankopen online. En gelukkig konden we de verlanglijstjes inwilligen. Al zal ik – ouderwetse shopper – pas gerust zijn als ik alles in mijn handen heb en alles er degelijk uit ziet. Want wie weet spelen ook de metekindjes liever met de doos… En als het tegenvalt, hebben we nog 2 zaterdagen om alsnog met de Sint te gaan praten ;-). Sowieso moeten we nog bij hem langs voor het snoepgoed.

Soms wou ik dat we beter georganiseerd waren. Als ik hoor en lees dat vele mama’s al weken klaar zijn met hun Sint-aankopen, dan vraag ik me vaak af hoe iedereen dat doet. Ik kan ook oprecht bewondering koesteren voor mensen die al in augustus bezig zijn met hun kerstcadeautjes. Hoe ik me ook in bochten draai, de kerstcadeautjes worden hier meestal pas de laatste week voor de kerstvakantie uitgezocht en dat zal dit jaar allicht niet anders zijn, ondanks alle goede voornemens. Het is niet dat we zitten te niksen. Integendeel, onze avonden en weekends zijn meer dan goed gevuld. Volgende week beginnen de examens alweer en dan wordt het ontzettend druk voor de echtgenoot en de dochters. Gelukkig is er dit jaar nog zo goed als een hele week kerstvakantie voor we aan de feestdis gaan zitten. We hebben dus nog zeeën van tijd…

“Ach menneke”, zei mijn meter vroeger, “ge hebt er van alle soorten nodig”.  Dat ze me toen troostte omdat ik in volle puberteit mijn beklag deed over mijn gebrek aan groeipotentieel, dat vegen we nu even onder de mat. Er zijn er nu eenmaal die wat strakker georganiseerd zijn dan anderen en ik denk dat het op mijn bijna 42ste tijd wordt om te erkennen dat ik altijd wel met deadlines zal flirten. Al heb ik het wel maar één keer zo bont gemaakt dat ik de avond voor Pasen nog snelsnel naar de nachtwinkel moest om eieren… Iemand moet het spannend maken, toch?

Ik beken: ik ben een snoeper

etenIk ben dol op eten. Lekker uit eten gaan, altijd een dessertje, op tijd en stond een heerlijk tussendoortje,… Ik leef eigenlijk van maaltijd tot maaltijd. Mijn eerste vraag ’s morgens is vaak “wat eten we straks?” Dan kan ik me immers mentaal al voorbereiden en kan ik beginnen “voorgenieten”. Als er op het werk getrakteerd wordt, ben ik er als de kippen bij. Ik heb ook altijd een noodvoorraad koekjes in mijn bureaulade liggen. Mijn motor heeft op tijd en stond brandstof nodig. Of: als ik te lang niets eet, word ik knorrig én slap.

Na mijn puberteit heb ik wel “met mate” leren genieten. Het hoeft niet zo nodig een hele chocoladereep te zijn, ik ben perfect gelukkig met een klein stukje. Een bolletje ijs is trouwens ook al ruim voldoende om te kunnen genieten. En sinds we ons in de Colruyt beperken tot de mini-zakjes chips hou ik zelfs mijn chips-verslaving in toom. Ja, ik heb “karakter” (op eetvlak dan toch).

En toch merk ik de laatste tijd dat er hier en daar een kilootje bijkwam én bleef plakken. Ondanks alle goede voornemens van dit jaar slaagde ik er niet echt in om meer groenten en fruit te eten. En mijn fietsgewoonte raakte ik stilaan een beetje beu en dus durfde ik wel eens te slabakken. Was het dramatisch? Neen, bijlange niet, maar ik begon toch te voelen dat mijn broeken wat spannender werden (en de rest van de kleren dus ook). En dat begreep ik niet, want ik at toch gezond en ik sportte toch meer dan voldoende?

Vroeger was het dan genoeg om het eens een paar dagen wat rustiger aan te doen. Om me eens een weekje op groenten en fruit te storten en de tussendoortjes te laten. Maar sinds ik de kaap van de 40 gerond heb, lukt dat trucje niet meer. Of heb ik gewoon het karakter niet meer ;-). En dus installeerde ik begin deze week – na een interessante blog van Prinses – de (gratis) eetmeterapp op mijn gsm. En begon ik nauwkeurig alles in te geven wat ik at. En na 3 dagen valt dat eerlijk gezegd toch tegen. Niet dat ik overdrijf en zoveel eet ik absoluut niet, maar er waren toch wel heel veel koekjes én chocolaatjes én chips én ijsjes én andere dessertjes ingeslopen…

En dus heb ik de voorbije dagen ’s morgens braafjes wortelen geraspt (als tussendoortje) en ben ik terug beginnen fietsen. Want ik zou het toch fijn vinden dat mijn broeken weer net iets ruimer zitten. En als ik het in de week kalm en gezond aan doe, dan kan ik in het weekend toch minstens één klein dessertje eten, niet? Of een glaasje wijn drinken? Of een heerlijke pasta eten? Of één zalig lekkere hamburger?

cookiesMisschien kan ik mijn fietsintensiteit beter gewoon terug opdrijven, want laat ons eerlijk zijn: wat eten betreft, is het vlees gewoon zwak 😉 !