De trein, altijd een beetje reizen…

Sinds anderhalve maand ga ik met de trein naar het werk. En dat is tot nog toe een aangename ervaring. Veel avontuur zit er dan ook niet in: ik heb een rechtstreekse trein en ben in een klein halfuurtje op mijn bestemming. Zalig, weer tijd om te lezen! Bovendien staat de trein ’s avonds al wat eerder in het station te wachten op het vertrek. Als ik een beetje vroeger ben, stap ik gewoon op, kies ik een plekje uit en begin ik rustig al te lezen. Nota: deze blog is geschreven voor de 5 dagen-staking die er zit aan te komen, volgende maand klink ik allicht een pak minder enthousiast ;-)!

Alleen kan een mens het zichzelf soms ook wat moeilijker maken. Want het leven simpel houden, wie doet dat nu? Toen ik op een avond een vergadering had, die iet of wat uitliep, werd het quasi onmogelijk om mijn normale trein te halen. Toen ik op het werk vertrok, geloofde ik er niet in dat ik op tijd in het station zou arriveren en dus was ik mentaal al voorbereid op het halen van de volgende trein.

Ik was een klein beetje te laat in het station en zag tot mijn verbazing mijn trein nog op de borden. Dus zette ik het op een lopen, want mijn trein vertrekt (uiteraard) wel van op het allerlaatste perron. Ik hol de trappen op en kijk op het bord. Daar staat mijn trein echter niet meer vermeld, maar wordt de volgende al aangekondigd. En dus hoef ik me niet te haasten. De gangetjes aan de trappen staan ook goed vol (ah ja, op vrijdagavond keren ook de studenten huiswaarts), dus ik besluit meteen helemaal naar voor te lopen en daar een plekje te zoeken. Lekker makkelijk ook, dat bespaart me bij aankomst toch wel minstens 50 meter stappen.

Als ik op het knopje van het eerste rijtuig duw, werkt het echter niet. Geen probleem, dan pakken we het volgende rijtuig toch. Maar ook dat wil niet openen. En ineens hoor ik een signaal en rijdt de trein voor mijn neus weg. Bleek dat het nog steeds mijn dagelijkse trein was die stond te wachten op vertrek. En was ik meteen ingestapt in het “overvolle” gangetje aan de trappen, dan had ik gewoon op mijn normale trein gezeten. Weliswaar met een paar minuten vertraging. In plaats daarvan kon ik 25 minuten wachten op de volgende trein én de echtgenoot bellen om hem te melden dat ik mijn trein gemist had. Min of meer toch.

treinLaat het ons erop houden dat het niet meteen één van mijn meest heldere avonden ooit was. Maar het weekend begon en in plaats van een halfuurtje leesplezier kon ik toen liefst 50 minuten mijn boeken induiken. Al heb ik daar op dat perron eerst toch een aantal minuten staan foeteren voor ik het leven weer van de positieve kant kon zien ;-).

Advertentie

Mijn zonnetjes stralen het hele weekend

loesje-dromen-vallen-zonder-te-brekenDit weekend hebben de dochters dansoptreden. Beide dames doen aan jazz en hiphop en werken een heel jaar voor deze zaterdag en zondag. Het is een drukke week: er wordt gerepeteerd dat het een lieve lust is, voor het eerst op het podium, met de juiste kledij, met belichting… En dan is het daar, het optreden. Met zenuwachtigheid achter het podium en in de zaal. Want al die mama’s, papa’s, oma’s en opa’s willen gewoon dat alles goed verloopt.

Deze mama heeft immers ervaring. In mijn jonge jaren speelde ik kindertoneel en zat ik bij de KLJ. Bij de KLJ hadden wij ook “groepsfeest” en dan mochten we ook optreden. Podia en ik zijn echter nooit een geweldige combinatie geweest: in al die jaren toneel en groepsfeesten ben ik twee keer van het podium gedonderd. Gelukkig nooit tijdens de optredens zelf, maar de repetities waren in mijn geval niet zonder gevaar.

En dan hebben we het, in het geval van het toneel, over de allereerste leesrepetitie. De rollen waren net verdeeld, we gingen het stuk gewoon even doorlezen. Dus namen we allemaal een stoel, maakten we een grote kring op het podium en begonnen we ons toenmalig stuk door te lezen. Helaas was ik van de wiebelige soort. Volgens de juffrouwen uit de lagere school kon ik geen minuut stilzitten op mijn stoel. Omdraaien, onder de bank duiken (wegens alweer een bik, gom of blad laten vallen), wiebelen op de poten, noem maar op. Been there, done that.

En dus ook bij de toneelrepetitie zat ik me te vervelen, was het misschien wat te saai in mijn ogen en begon ik te wiebelen op mijn stoel. Helaas. Ik zat toch wel op het randje van het podium zeker en dook door mijn gewiebel met stoel en al het podium af, de zaal in. Gelukkig zonder erg, buiten een deuk in mijn kinderego. Met de stoel terug het podium op, een stuk verder van het randje en dan maar verder lezen… en wiebelen, want je dacht toch niet dat ik mijn lesje geleerd had 😉

Rond dezelfde periode hielden we ook met de KLJ een “groepsfeest”. Een avondvullend programma waarin elk groepje een optreden bracht. Wij brachten met onze groep een dansje op “Fame”. Eerst een stukje al liggend en in het refrein moesten we al juichend rechtspringen. Ik, bij de kleinsten van de hele hoop (en bij de beste danseresjes – of is dat de kracht der verbeelding/herinnering?) lag vooraan. We hadden een grote groep, dus de plek was schoon verdeeld en je moest binnen je zone blijven. Enfin, de eerste repetitie dat we het écht op het podium probeerden (in plaats van gewoon in onze zaal) liep dat juichend rechtspringen ei zo na verkeerd af en lag ik weer zo goed als van het podium (jaja, er is een patroon). En dus werden de zones net iets ruimer bedeeld…

Gelukkig hebben de dochters hun gevoel van evenwicht van de papa. En er is niets beter voor de zenuwen voor een optreden dan “och, erger dan de mama kan niet, die is ook 2 keer van het podium gedoken”. Maar onze meisjes doen dat goed. Wat ze wel van de mama hebben zijn hun flexibele gewrichten, wat een ontzettend groot voordeel is. Onze meisjes dansen met alles wat ze hebben: met muzikaliteit (van de papa), met overgave, met overtuiging én met een big smile op hun gezichten. En dan zit je in de zaal heel hard te genieten. Dan zit je daar te denken: “waauw, dat zijn die van ons”. En ook een heel klein beetje: “oef, alles is goed verlopen 😉 “

For better and for worse…

Wat een week! Het was nochtans allemaal fantastisch begonnen met de doop van mijn tweede metekindje. Naast fiere mama van twee dochters heb ik het ongelooflijke geluk dat ik meter mag zijn van twee stoere jongens. Ik blijf het een ontzettend grote eer vinden dat andere mensen je hun kindje toevertrouwen. Dat je belooft er voor dat kleintje te zijn, in goede én minder goede dagen. Het is dus ook een zekere verantwoordelijkheid die je gegeven wordt.

En laat ons eerlijk zijn, het is ook gewoon plezant. Dat éne kindje (in mijn geval nu dus twee) dat een bijzonder plekje heeft in je hart, dat je net (nog) iets meer mag verwennen dan je met de andere neefjes en nichtjes toch ook al doet. Die je van iets dichter opvolgt. Die je af en toe eens meeneemt op een uitstapje. Waar je met veel plezier een cadeautje voor uitzoekt. Waar je ontzettend van geniet als ze naar je lachen als baby (en je nog denkt dat het speciaal voor jou is, dat mooie lachje) of als ze je iets toevertrouwen.

En het was ook een leuk feestje. Mooie kleren, lekker eten en het “feestkonijn” (ik wist dat het een beest was, maar ik vond het juiste dier even niet 😉 dat het stralende middelpunt vormde op zijn speelmat. Omgeven door neefjes en nichtjes en dan maar lachen, snoeten (en aandacht) trekken van zijn grote(re) neven en nichtjes. Vanop afstand de interactie bekijken en genieten…

Helaas was het midden van de week net iets minder. Ik ben geen avondmens. Nooit geweest. Al toen ik studeerde, ging ik op tijd slapen en stond ik onmenselijk vroeg op om verder te blokken. Ik heb – op tijd en stond – (een beetje) slaap nodig om helder te blijven, om door te kunnen gaan. Later verkoos ik dan ook met veel plezier de vroege shift (vanaf 5.00 uur ’s morgens) tijdens de Australian en de US Open. Intussen maken late shiften echter deel uit van de job. Zo eens om de paar weken hoort het erbij. En laat ons zeggen dat dat niet mijn beste weken zijn. Met het ouder worden verteer je zo’n ritmeaanpassing nog langzamer. Of ligt het gewoon aan mij ;-)?

Enfin, woensdagavond zit het werk erop en wil ik naar huis vertrekken. In de auto merk ik echter dat ik mijn zender nog bij heb. Gezucht en geblaas, en toch nog snel even de zender terug op het bureau gaan afzetten. Dus snel even parkeren om terug naar boven te rennen. Ineens een keiharde knal. Blijk ik achterwaarts tegen een paaltje gereden te zijn. Keihard (ik wou net nog een klein stukje meer naar achter), de hele bumper kapot. Echt kapot, niet gewoon ingedeukt of zo, neen. Als we het doen, dan doen we het meteen ook goed. 😦 Ik had het niet zien aankomen: mijn auto heeft geen sensoren en ik kon het paaltje ook gewoon niet zien in de achteruitkijkspiegel.

Ik stond te trillen op mijn benen. Snel de zender naar binnen en naar huis. Thuis met de echtgenoot de wagen inspecteren. Door hem getroost worden met de woorden “het is maar blikschade”. Toch ontzettend slecht slapen. Door de klap en door het gepieker. De volgende dag naar de verzekeringen, naar de garage, de administratieve rompslomp in gang zetten. Schrikken als je in de garage de voorlopige raming hoort. Geluk hebben dat de omnium er toch nog is ondanks het getwijfel van de voorbije maanden of we dat toch niet beter stop zouden zetten “want het kost zoveel”. Kwaad zijn op jezelf omdat je toch een stuk zelf moet betalen en omdat de verzekering volgend jaar sowieso omhoog zal gaan. Kwaad zijn omdat je moe was, omdat je niet beter opgelet hebt, omdat je de zender niet gewoon mee naar huis genomen hebt, omdat je nog een klein stukje meer naar achter wou,… omdat het gebeurd is.

loesje_oIntussen zijn we twee dagen verder en kan ik het al (een heel klein beetje) relativeren. Kan ik er af en toe al (groen) mee lachen. “Dat de trofee van lompheid van het jaar al zeker van mij is, dat het onmogelijk wordt om nóg beter te doen dit jaar…”

Deel dus alsjeblieft jullie grootste blunders in de comments. Kunnen we samen relativeren en groen lachen 😉