De klokken zijn toch geweest

Pasen2016Totaal verontwaardigd waren ze, onze dochters, toen ik durfde te opperen dat ze misschien stilaan toch te oud werden om eitjes te rapen. Of het misschien geen tijd werd om de traditie voor een tijdje in de koelkast te stoppen? Geen denken aan. En dus haalde ik toch maar terug eitjes in huis. Maar we spraken wel af dat we niet vroeger zouden opstaan om de eitjes te verstoppen, maar dat ze gewoon in bed bleven tot wij onze taak als paashaas vervuld hadden.

Om hen dan los te laten in onze tuin. Met kleine oogjes uiteraard want zo wil de traditie het. Het ging vlot, maar toch bleken ze na de eerste ronde toch hier en daar een eitje gemist te hebben. En dus mochten ze nog een keertje opnieuw gaan zoeken. En neen, we hadden ze niet meer opnieuw verstopt terwijl ze even met hun aandacht bij de jacht waren ;-).

Na het ontbijt werd het tijd voor het echte werk. De jacht bij oma en opa. Waar ze intussen met een kleine bende zijn. Onze dochters zijn de oudste kleinkinderen. Zij nemen de jacht niet meer zo serieus: zij vinden het intussen al leuker om de jongere kinderen een handje te helpen bij de zoektocht. Enkel de jongste had het met zijn twee nog niet helemaal door, ook al verklaarde hij in het begin heel duidelijk “oma gedaan”. Misschien moeten de Paashazen ook daar nog een beetje aan hun timing werken ;-). En wij maar hopen dat de andere 3 niets zouden opvangen. Al denk ik dat de magie ook voor de oudste twee intussen gepasseerd is.

Maar de gekleurde blinkende kleine eitjes uit het gras plukken vond de kleinste wel leuk. Ze in het mandje gooien (letterlijk dan) ook. Gelukkig waren het “maar” chocoladeeitjes en is opa intussen getraind in het vangen. Al schrokken we met zijn allen toch even toen hij ook een kippeneitje in handen kreeg, dat maar niks vond en terug liet vallen. In het zachte gras. Zonder erg dus.

Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat onze meiden nog altijd graag eitjes rapen. Gelukkig hebben we het vroege opstaan intussen wel kunnen schrappen. Het is traditie, ik denk dat ik het ongelooflijk zou missen als ze besluiten dat ze nu echt wel te oud zijn en we hun eitjes dan gewoon maar op de ontbijttafel presenteren. Gelukkig zitten we bij oma en opa nog wel een aantal jaren safe voor de spanning, het gehol, het gezoek en het laten vallen van minstens één eitje…

San Gimignano zien en dan sterven…

Na 4 jaar Toscane hebben we de meeste Toscaanse steden wel bezocht. Ze zijn allemaal het bezoeken waard, maar wij hebben wél een duidelijke voorkeur. Wat vinden wij belangrijk bij het ontdekken van een nieuwe stad? Er moet iets te zien zijn, je moet er lekker kunnen eten (liefst ook een zalige gelato in de namiddag) en we slenteren ook graag wat door de (winkel)straten, op zoek naar leuke souvenirs. Echt shoppen doen wij nagenoeg nooit op vakantie: we zijn dus niet op zoek naar de stad met de ruimste keuze kleding- of schoenenwinkels (alhoewel 😉 ) maar een leuk hebbedingetje of een juweeltje kunnen we wel appreciëren…

San GimignanoSan Gimignano heeft absoluut ons hart gestolen. De stad met de vele torens. In de Middeleeuwen zouden er een dikke 70 geweest zijn, nu zijn er nog een 15-tal over. Naar ’t schijnt heeft dat iets te maken met stoffen en kleuren (ze zouden hun weefsels te drogen gehangen hebben aan die torens) maar ik vond de verklaring dat de verschillende Italiaanse families hun eer wilden verdedigen door de grootste te bouwen, veel leuker. Het is een relatief klein stadje, met vele smalle straatjes. Leuke winkeltjes én de wereldkampioenen gelati (2006-2007 of zo) op het centrale marktplein. Als je het wil bezoeken, ga je wel best vroeg in de voormiddag. Na de middag wordt het immers overspoeld door toeristen en dan kan het echt wel druk worden in de paar smalle straatjes.

VolterraOok Volterra draagt onze voorkeur weg. Het is vanuit ons huisje het dichtstbijzijnde stadje. Waar we dus (snel) boodschappen gingen doen in de Coop of de Conad. We gingen er graag iets eten (op de Piazza XX Settembre) en de ijsjes waren er ook heerlijk (vooral de meringata). Het was voor ons the place to be om wat cadeautjes te scoren. Verder heb je er nog een Etruskisch museum en een Romeins theater.

Moet je verder zeker ook gezien hebben:

SienaSiena. Het mooiste plein van Toscane: “de schelp”. Prachtige Duomo ook. En zalige gelati. Van waar wij logeerden wel een zware weg heen en terug. Siena ligt midden in de heuvels én het is een lastig draaien en keren op het einde. De jongste werd steevast misselijk in de auto. Overigens ook ooit midden in een zwaar onweer gezeten toen we terugkeerden van Siena. Samen met een Duitse wagen veiliger oorden opgezocht langs de kant van de weg tijdens een helse regen- en hagelbui. Waar de Italianen zich natuurlijk niets van aantrokken, want die vlogen ons gewoon voorbij. Achteraf tot onze verbazing geconstateerd dat die hagelbollen (zo groot als dikke knikkers) toch geen schade aan de auto gemaakt hadden (wat we aan het geluid te horen écht wel vreesden)… Om dan ’s avonds met een straf verhaal in ons huisje terug te keren want daar hadden ze helemaal geen onweer gehad…

PisaPisa. De Piazza dei Miracoli moet je gewoon gezien hebben. Je bent niet in Toscane geweest zonder de scheve toren gezien te hebben. Overigens zijn de Duomo én het Battistero minstens even magnifiek als de scheve toren. En het blijft hilarisch om al de toeristen op een rijtje dezelfde foto te zien maken…

FirenzeFirenze. Misschien wel het hoogtepunt van Toscane. Toch wel de meest adembenemende Duomo. Daarnaast vind je er nog de David (een replica buiten, de “echte” ergens binnen), de Ponte Vecchio, het Uffizi, met een beklijvende verzameling (Renaissance-)schilderkunst. Maar Firenze is druk en heet in de zomer. Wij zijn dit jaar op zondag naar Firenze getrokken en toen we arriveerden (rond 10.00 uur) was het even relatief rustig, maar dat heeft amper een uurtje geduurd. En daarna loopt Firenze vol. Met groepen toeristen, geleid door gidsen met parapluutjes met linten aan. Aan de Duomo is er al snel geen doorkomen meer aan (de wachttijden om de Duomo binnen te gaan lopen zeer snel op) en ook voor het Uffizi stond er al een rij van anderhalf uur. Die kan je wel vermijden door 4 euro extra te betalen én te reserveren. Dan schuif je amper 10 minuten aan én krijg je een uur waarop je binnen mag. Maar ook in het museum zelf is het druk, vooral bij de topstukken (de Geboorte van Venus én de Primavera van Botticelli of de Heilige Familie van Michelangelo).

Ook het Palazzo Pitti en de bijhorende Boboli-tuinen zijn écht wel een bezoekje waard.

Voor de jongste was het hoogtepunt échter de Disney-winkel 😉 En de mama vond hier dan eindelijk toch haar platte sandalen, in de uitverkoop bij Nero Giardini 😉 De oudste had het niet echt op de groepen Chinese toeristen, die haar telkens opnieuw aanliepen. Zo bezig met het fototoestel, dat ze gewoon niet keken waar ze liepen (en een sorry of scusa kon er niet vanaf…).

MonteriggioniMonteriggioni. Leuk ommuurd Middeleeuws stadje net voor Siena. De stop echt wel waard. Héél klein (een marktpleintje met een paar hele kleine straatjes rond), maar heel authentiek. Lekker gegeten ook ;-).

Lucca

Lucca. Was ons heel erg aangeraden, vonden wij zelf net iets minder: druk en vooral benepen. Volledig omwald en je kan ook op de muren lopen. Als je naar de toegangspoorten wandelt, is de stad écht indrukwekkend om te zien liggen. Een schattig verborgen stadspleintje. Je moet precies iemands poort door en je denkt op een stadstuintje te zullen botsen, maar dan zit je ineens op een volledig omringd pleintje. Misschien hebben we gewoon een verkeerd – te druk en te heet – tijdstip uitgekozen voor Lucca en moeten we (ooit) zeker voor een tweede kans gaan.

MilaanMilaan (uit Lombardije). De ontdekking van deze reis. Milaan was al 2 keer onze slaapplaats geweest op weg naar Toscane. 950 km ver, dus de ideale plek om te overnachten vooraleer de laatste 400 km aan te vatten. Dit jaar besloten we al op woensdag af te reizen en 2 dagen Milaan toe te voegen. En dat was wel de moeite. Het stadscentrum is écht wel mooi. Opnieuw een bijzondere Duomo. De Galleria Vittorio Emanuele II (met de vele luxewinkels) moet je zeker passeren. Je mag de luxewinkels (in tegenstelling tot bijvoorbeeld op de Champs Elysées in Parijs) ook gewoon binnen. Er is wel bewaking, maar alles verloopt met die typisch Italiaanse gemoedelijkheid.

Een pareltje is ook de Scala, het beroemde Opera-gebouw in Milaan. Je betaalt voor het museum, maar dat was niet zo bijzonder. Maar dat ticket geeft je ook toegang tot de Opera zelf. En die is écht schitterend. Helemaal de Sissi-film 😉 Wij werden er zowaar allemaal stil van.

Expo2015: BelgiëOnze tweede dag in Milaan brachten we door op de wereldtentoonstelling, Expo2015. Thema dit jaar was “duurzaam voedsel”. Ik ben blij dat we het gezien hebben, er waren écht wel een paar leuke paviljoenen bij (het Belgische!), maar ergens had ik meer verwacht. Naar aanleiding van 50 jaar Expo ’58 had ik een aantal boeken gelezen en zo’n niveau haalt de Expo intussen jammer genoeg niet meer. Het is niet meer dat venster op de wereld dat het toen volgens de overlevering wel was. Of misschien zijn we in onze moderne tijden gewoon verwend ;-).

Voor ons was dit de vierde keer Toscane. Voorlopig was het de laatste keer, want voor volgend jaar hebben we Noorse plannen 😉 We gaan het wel missen: de zon, het lekkere eten, de gelati, de rust, het Italiaans, de stadjes,… Maar wie weet… binnen een paar jaar…

What happens in Tuscany…

IMG_4859Net thuis van 3 weken Italië. 3 dagen Milaan, 2 weken Toscane. Batterijtjes volledig opgeladen! We hebben genoten van de mooie steden, het stralende zonnetje (hittegolf tot 40 graden), het heerlijke Italiaanse eten, van de rust en van elkaar.

Tijd voor een eerste korte terugblik.

Wat we nu al missen:

  • De rust. De afwezigheid van geluid in de Toscaanse heuvels. Twee weken geen uurwerk hoeven te dragen. De tijd leren inschatten aan de hand van de stand van de zon. Leven op je instincten: opstaan als je wakker wordt, eten als je honger krijgt
  • De Italiaanse klok. Feestje om 17.00 uur betekent dat je tegen 18.00 uur arriveert en dan ben je nog ruimschoots op tijd. Wat voor ons Noord-Europeanen een moeilijke aanpassing is. Want wie zit er dan om 17.15 stipt te wachten op zijn eten? Juist, de Belgen en de Nederlanders…
  • Toscaans etenHet zalige Italiaanse eten. Wij hadden het ongelooflijke geluk te logeren in een agriturismo waar er een paar keer per week eten gekookt werd. En dan blijken de simpelste dingen gewoonweg overheerlijk. Een pizza met ajuin, op smaak gebracht met peper, zout en uitstekende olijfolie. Pasta alla verdura, pasta met groenten: geen room, geen kunstmatige smaakstoffen, enkel ui, courgette, aubergine, paprika en kruiden.
  • Zon en zwembad: de kinderen spelen, zwemmen en spetteren, de mama koelt af en leest boeken.
  • Het internationale gezelschap. Onze eerste week was zalig. Met een tiental gezinnen samen uit alle hoeken van Europa. Deense families, een Vlaams en een Waals gezin, aangevuld met Duitsers en Nederlanders. Aan de praat raken met een Deen over de grexit en de speech van Verhofstadt. De kinderen “coucou” zien/horen spelen ’s avonds: aftellen in het Engels en dan verder horen “c’est qui? Wie is het?”
  • Gelati! Gingen we nu op stadsbezoek om een ijsje te kunnen eten of om een stad te ontdekken?
  • Italiaans spreken/horen. Toen we 4 jaar geleden voor het eerst naar Italië trokken werd ik consequent in het Engels beantwoord als ik een poging deed om mijn Italiaans op te frissen. Dat is intussen gelukkig achter de rug. 4 vakanties in Italië hebben toch iets van het aangeleerde teruggebracht.
  • Au revoirHet taalbad Frans (voor de kinderen). Onze dames sloten vriendschap met 2 Waalse meisjes en brachten hun Frans in de praktijk. Bij de jongste was dat na amper 1 jaartje Frans nog met wat hulp van de zus en de mama, bij de oudste ging dat al verbazend vlot. Al vond zij het met momenten vooral frustrerend: “je dis quelque chose et après je pense, mais non, c’est une faute!” En, “de moeilijke dingen die ken ik nog, mama, maar de simpele dingen ben ik vergeten. Ik weet nog wat “genou” is en “épaule”, maar “been” ben ik vergeten.”Toen ze dit op de laatste avond ook aan Margot en Eléa vertelde, antwoordde de mama van beide meisjes: “Si moi je parlais le Néerlandais comme tu parles le Français, je serais vraiment contente.” Je had onze oudste moeten zien glunderen.

Wat we niet missen:

  • De Italiaanse chauffeurs. Er zijn maar 2 mogelijkheden: of je hangt in hun gat, of zij hangen in jouw gat. Met andere woorden: of jij rijdt te traag, wat ferm op hun zenuwen werkt, ze komen in je gat hangen en ze steken je voorbij op momenten dat jij dat echt niet vindt kunnen. Of ze rijden in zo van die halve autootjes (waarmee je niet meer dan 40 of zo kunt) en dus hang jij in hun gat, te wachten op het moment dat jij hen voorbij kunt steken, wat in de Toscaanse heuvels écht wel lang kan duren 😉
  • Het rijden in de Toscaanse heuvels. Een plat land heeft toch wel iets. Dat herinneren we ons elke keer opnieuw nadat we voor het eerst boodschappen gedaan hebben in Toscane. Want dat betekent: heuvel van het huisje helemaal af naar beneden (met scherpe bochten en serieuze afdalingen), heuvel van het stadje helemaal op naar boven (met alweer haarspeldbochten en scherpe klimmetjes)… Laat je nooit misleiden door Toscaanse afstanden. 20 km is géén twintig minuten rijden!
  • Een overdaad aan Belgen/Nederlanders. Wij genieten van de mix der nationaliteiten in ons vakantiehuisje, maar als de vakantie der Nederlanders/Belgen echt begonnen is, durft er wel eens een overdaad aan Belgen of Nederlanders opduiken. En om één of andere reden is het subtiele evenwicht weg als één nationaliteit de bovenhand haalt. We hebben het twee jaar geleden al eens meegemaakt in een Belgische week, dit jaar beleefden we een Nederlandse week. En dat leidt tot minder rust. We zijn onder ons, dus we voelen ons thuis. Het volume aan het zwembad gaat de hoogte in, de spelletjes worden luider en heviger, de kinderen worden minder kort gehouden…De kinderen spelen ook niet in één grote groep, maar vormen kliekjes. Op onze laatste avond was er een feestje in het centrale gebouw. Maar zowel wij, als het Finse en Deense gezin hadden het feestje al snel voor bekeken gehouden en waren naar ons huisje teruggekeerd. Waar het opmerkelijk rustig was. En dat viel op, bij alle ouders. En dus werd er nog snel van geprofiteerd om in alle kalmte nog even te gaan zwemmen…

En dan kom je terug in België en dan regent het… Laat ons zeggen dat het even aanpassen was na 3 weken Italiaanse hittegolf 😉