Wanneer flexibiliteit onleefbaar wordt

Minister van werk Kris Peeters kwam deze week met een wetsvoorstel om deeltijdse arbeid te vereenvoudigen (voor de bedrijven dan toch). Twee maatregelen binnen dat wetsvoorstel deden toch even mijn wenkbrauwen fronsen. (Niet alleen de mijne trouwens.) Ten eerste zouden uurroosters slechts één dag op voorhand bekend moeten gemaakt worden in plaats van vijf dagen nu. Daarnaast zou ook de verplichting om alle uurroosters op te nemen in het arbeidsreglement worden afgeschaft. De facto worden zo alle uurroosters mogelijk.

Wat de impact van dit voorstel zal zijn op de deeltijds werkenden, vaak ook de meest kwetsbare groepen uit onze maatschappij (want heel vaak alleenstaande ouders) is niet in te schatten. Het lijkt me quasi onmogelijk om één dag op voorhand nog opvang te regelen voor je kinderen als je er alleen voor staat. Bij wie moet je dan terecht? Weekplanningen maken, chauffeursregelingen uitwerken lijkt vrij nutteloos als die planningen telkens opnieuw een dag op voorhand kunnen ongedaan gemaakt worden, buiten jouw wil om en zonder dat je hier een impact op hebt. Wat zijn de gevolgen als je één dag op voorhand weigert om de volgende dag te gaan werken? Neem je dan de facto ontslag? Dus zonder recht te hebben op een ontslagvergoeding en/of werkloosheidsuitkering achteraf?

Bovendien worden ook vrouwen en mannen die zich proberen op te werken uit een heel kwetsbare situatie hier heel zwaar voor gestraft. Bijstuderen lijkt een utopie te worden als je telkens pas een dag op voorhand te horen zal krijgen of je al dan niet moet gaan werken. Veel opleidingen werken met een aanwezigheidsplicht, en je kan maar een beperkt aantal lessen missen. Dit kan je eigenlijk niet meer garanderen als je telkens maar een dag op voorhand te horen krijgt dat je moet gaan werken. En dus zou het vrij nutteloos zijn om inschrijvingsgeld op te hoesten als je – zelfs met de nodige motivatie en inzet – omwille van administratieve formaliteiten niet zeker bent dat je op het einde van de rit een diploma in je handen kan houden.

Ook voor afspraken bij een tandarts, oogarts, dokter of kinesist wordt dit een moeilijke bevalling. Je weet immers maar een dag op voorhand of je er al dan niet zal kunnen zijn. Veel van die specialisten hebben nu al een bordje in hun wachtkamer hangen dat een afspraak die 24 uur op voorhand geannuleerd wordt, zal aangerekend worden. Eigenlijk kan je dan als deeltijds werkende mama geen afspraken meer maken: je weet immers niet of je er zal kunnen zijn en als je – omwille van werkverplichtingen – toch nog een dag op voorhand moet annuleren, moet je ook nog eens betalen. Met geld dat je overigens absoluut niet teveel hebt. De oplossing zal zijn om dan maar geen afspraken meer te maken, om jezelf en je kinderen ook die onontbeerlijke medische zorg te ontzeggen.

We zullen allicht overdrijven en zo zal het allicht niet bedoeld geweest zijn. Maar zo kan de wet – als ze erdoor komt – wel misbruikt worden en dus zal ze ook zo gebruikt worden. En dus worden de meest kwetsbaren telkens opnieuw gestraft. Gestraft omdat ze geld proberen te verdienen voor hun kinderen, maar er toch ook nog voor hun kinderen proberen te zijn. Gestraft als ze een uitweg zoeken uit een moeilijke situatie en iets proberen bij te studeren. Gestraft omdat ze geen medische afspraken meer zullen durven maken, die ze mogelijk toch zullen moeten betalen, ook al kunnen ze er om werkomstandigheden niet zijn.

Eigenlijk word je als alleenstaande op die manier de werkloosheid in gedwongen. Het lijkt me op die manier quasi onmogelijk om je werk nog te combineren met je kinderen. Deze wet ontneemt een aantal mensen het beetje waardigheid dat ze nog vinden in de mogelijkheid om te gaan werken. Deze wet dwingt mensen in een uitzichtloze situatie te blijven zonder nog een uitweg te kunnen zien. Deze wet ontneemt hoop, zelfredzaamheid en de kans op een beter leven. Daar heb ik het ontzettend moeilijk mee.

En alweer vraag ik me af vanuit welke ivoren toren een dergelijk wetsvoorstel uitgewerkt wordt. Wie zijn de mensen die een dergelijke wet bedenken? Staan die mensen nog met beide benen in de realiteit? Hebben zij nog voeling met het stukje van de maatschappij dat het wel moeilijk heeft? Houden zij daar nog rekening mee? Of geloven zij ook dat je het allemaal aan jezelf te wijten hebt? Dat als je maar hard genoeg je best doet, je “er” wel komt? Maar krijg je nog wel de kans om je best te doen?

Eerlijk gezegd weet ik niet of ik het antwoord op al die vragen wel wil weten, maar dit is duidelijk niet de maatschappij die ik voor mijn kinderen wil. Ik geloof in kansen, in hoop, in medeleven en steun. En dus kan ik niet anders dan mijn stem te gebruiken tegen dit asociale voorstel en jullie vragen om hetzelfde te doen. Deel, reageer, en laat je horen!

For better and for worse…

Wat een week! Het was nochtans allemaal fantastisch begonnen met de doop van mijn tweede metekindje. Naast fiere mama van twee dochters heb ik het ongelooflijke geluk dat ik meter mag zijn van twee stoere jongens. Ik blijf het een ontzettend grote eer vinden dat andere mensen je hun kindje toevertrouwen. Dat je belooft er voor dat kleintje te zijn, in goede én minder goede dagen. Het is dus ook een zekere verantwoordelijkheid die je gegeven wordt.

En laat ons eerlijk zijn, het is ook gewoon plezant. Dat éne kindje (in mijn geval nu dus twee) dat een bijzonder plekje heeft in je hart, dat je net (nog) iets meer mag verwennen dan je met de andere neefjes en nichtjes toch ook al doet. Die je van iets dichter opvolgt. Die je af en toe eens meeneemt op een uitstapje. Waar je met veel plezier een cadeautje voor uitzoekt. Waar je ontzettend van geniet als ze naar je lachen als baby (en je nog denkt dat het speciaal voor jou is, dat mooie lachje) of als ze je iets toevertrouwen.

En het was ook een leuk feestje. Mooie kleren, lekker eten en het “feestkonijn” (ik wist dat het een beest was, maar ik vond het juiste dier even niet 😉 dat het stralende middelpunt vormde op zijn speelmat. Omgeven door neefjes en nichtjes en dan maar lachen, snoeten (en aandacht) trekken van zijn grote(re) neven en nichtjes. Vanop afstand de interactie bekijken en genieten…

Helaas was het midden van de week net iets minder. Ik ben geen avondmens. Nooit geweest. Al toen ik studeerde, ging ik op tijd slapen en stond ik onmenselijk vroeg op om verder te blokken. Ik heb – op tijd en stond – (een beetje) slaap nodig om helder te blijven, om door te kunnen gaan. Later verkoos ik dan ook met veel plezier de vroege shift (vanaf 5.00 uur ’s morgens) tijdens de Australian en de US Open. Intussen maken late shiften echter deel uit van de job. Zo eens om de paar weken hoort het erbij. En laat ons zeggen dat dat niet mijn beste weken zijn. Met het ouder worden verteer je zo’n ritmeaanpassing nog langzamer. Of ligt het gewoon aan mij ;-)?

Enfin, woensdagavond zit het werk erop en wil ik naar huis vertrekken. In de auto merk ik echter dat ik mijn zender nog bij heb. Gezucht en geblaas, en toch nog snel even de zender terug op het bureau gaan afzetten. Dus snel even parkeren om terug naar boven te rennen. Ineens een keiharde knal. Blijk ik achterwaarts tegen een paaltje gereden te zijn. Keihard (ik wou net nog een klein stukje meer naar achter), de hele bumper kapot. Echt kapot, niet gewoon ingedeukt of zo, neen. Als we het doen, dan doen we het meteen ook goed. 😦 Ik had het niet zien aankomen: mijn auto heeft geen sensoren en ik kon het paaltje ook gewoon niet zien in de achteruitkijkspiegel.

Ik stond te trillen op mijn benen. Snel de zender naar binnen en naar huis. Thuis met de echtgenoot de wagen inspecteren. Door hem getroost worden met de woorden “het is maar blikschade”. Toch ontzettend slecht slapen. Door de klap en door het gepieker. De volgende dag naar de verzekeringen, naar de garage, de administratieve rompslomp in gang zetten. Schrikken als je in de garage de voorlopige raming hoort. Geluk hebben dat de omnium er toch nog is ondanks het getwijfel van de voorbije maanden of we dat toch niet beter stop zouden zetten “want het kost zoveel”. Kwaad zijn op jezelf omdat je toch een stuk zelf moet betalen en omdat de verzekering volgend jaar sowieso omhoog zal gaan. Kwaad zijn omdat je moe was, omdat je niet beter opgelet hebt, omdat je de zender niet gewoon mee naar huis genomen hebt, omdat je nog een klein stukje meer naar achter wou,… omdat het gebeurd is.

loesje_oIntussen zijn we twee dagen verder en kan ik het al (een heel klein beetje) relativeren. Kan ik er af en toe al (groen) mee lachen. “Dat de trofee van lompheid van het jaar al zeker van mij is, dat het onmogelijk wordt om nóg beter te doen dit jaar…”

Deel dus alsjeblieft jullie grootste blunders in de comments. Kunnen we samen relativeren en groen lachen 😉

Brief aan mijn zestienjarige zelf #boostyourpositivity

Nele2_miniDag Nele,

16 jaar ben je al. Je weg zoekend, vaak onzeker. Vol dromen. Toekomstplannen aan het maken.  Het was de periode van Top Gun, Dirty Dancing… Het was de periode van de schoolkampen (naar Bach in Oostenrijk) en van de eerste schoolreizen (naar Italië). Het was tegelijkertijd een zalige en eenzame periode. Wij hadden een goede klas toen: we schilderden onze klas, we maakten wilde plannen voor een reünie binnen 10 jaar, we zetten onze eerste stapjes in de uitgaanswereld.

Maar vaak paste ik er niet in. Ik was zeker geen haantje de voorste: ik had vaak het gevoel dat ik er niet bij hoorde. Ik speelde voetbal, ik piekerde veel en was tegelijkertijd nog heel jong van geest. Die paar keer dat ik mocht uitgaan, vond ik er eerlijk gezegd niet zoveel aan. Ik was toen bezig met sport, droomde ook van een carrière als sportjournalist, maar dacht dat dat een onrealistische droom was. En dus wou ik gewoon lerares Frans worden, en vooral mama. Al liep de zoektocht naar de ideale vader voor mijn kinderen niet meteen zoals ik hoopte:  ik werd niet opgemerkt. Of toch: ik was het ideale uithuilmaatje: ook toen al bleek ik vooral goed te kunnen luisteren en raad te geven.

Toch was het ook de periode van de levensbepalende ontdekkingen: ik trok naar Wallonië om er mijn Frans te gaan oefenen en ontdekte Italië…

Een beetje goede raad (ook al zal je allicht niet willen luisteren en moet je het toch allemaal zelf ontdekken in de jaren die nog voor je liggen)

  1. Sommige mensen bloeien nu eenmaal later dan anderen. Dat je jong van geest bent, speels soms, zal later een voordeel blijken. Op je zestiende is het misschien niet leuk dat je veel te jong ingeschat wordt, op je vijfendertigste is dat wél een voordeel.
  2. Stop met dat piekeren. Het haalt niet uit dat je wakker ligt: je wordt er alleen moe van en oplossen doe je niet.
  3. Droom! Je zal je sportjournalistendromen uiteindelijk toch waarmaken. Veel geluk en een beetje toeval, maar dat zal je nog wel vaker overkomen.
  4. Kies met je hart. Zeker wat je studiekeuze betreft. Kies voor iets wat je graag wil doen, voor iets wat je interesseert. Je zal die keuze tenslotte de rest van je leven meeslepen, dan kan het maar beter iets zijn dat je graag doet.
  5. Blijf naïef. Blijf maar denken dat je de wereld zal veranderen. Blijf maar betogen, blijf maar strijden voor een betere, groenere, socialere wereld (tegen onrecht, tegen hogere inschrijvingsgelden aan de unief,…)
  6. Laat dat perfectionisme los. Je bent niet perfect (hoera!) en je hoeft dat ook niet te zijn.
  7. Geniet! Leer te leven in het moment. Leer te appreciëren wat je wel hebt in plaats van je telkens opnieuw op een volgende doel te richten.
  8. Relativeer jezelf niet kapot. Wees je vooral bewust van wat je wel kan. Vergelijk jezelf niet altijd met anderen. Haal jezelf niet neer, maar richt je op de dingen die je wel goed kan. In plaats van het negatieve te willen verbeteren, had je misschien beter het positieve nog verder uitgediept… (Het had me zoveel tijd bespaard als ik dat op mijn twintigste wel had gekund).
  9. Doe gek! Blijf je hele leven zot doen en schaam je daar niet voor! Dat zal men later “out of the box”-denken noemen. Het maakt deel uit van je creativiteit, van je beste eigenschappen.
  10. Neem beslissingen en kijk niet terug! Denk goed na, weeg heel goed de voor en tegens af en maak dan in eer en geweten een keuze en zet je daar voor de volle 100% achter. Ga achteraf niet twijfelen of terugkrabbelen. Je had je redenen, ga er dan voor!
  11. Wees gerust: je hoort er op den duur wel bij. Je wordt ook later geen haantje de voorste, maar je vindt wel jouw dekseltjes. Er komen mensen met wie het klikt, zowel professioneel als privé. Het duurt bij jou misschien wel net iets langer om je op je gemak te voelen en om je open te stellen, maar het komt wel.
  12. En je leerkracht L.O. had gelijk: dat lijf waar alle zestienjarigen zo mee worstelen, zal je later leren appreciëren. Je zal ontdekken wat je sterke én je zwakke kanten zijn en die zal je leren benadrukken of net maskeren. Je hoeft niet meer mee te hollen met alle trends (ook al staan die jou absoluut niet), maar hoe ouder je wordt, hoe meer je gewoon je zin mag doen… En al wat ze zeggen over de fabulous forties klopt ;-).

Nele1_miniDus doe je ding, stort je in je leven, doe je stommiteiten, val en krabbel weer recht, geniet van je weg. Het heeft me gebracht tot waar ik nu ben. Ik had dingen anders kunnen doen, ik had bepaalde dingen misschien liever niet meegemaakt, maar alles samen heeft me gemaakt tot wie ik nu ben en ik had het niet anders gewild. Dus leef, droom, geniet, voor de volle 100 %!

PS: Binnen een jaar ga je per ongeluk op je bril zitten (opgeruimd staat netjes) en doe je ook iets aan die “rattenkop”. Het wordt echt wel beter 😉

Droom! #boostyourpositivity

Lilith van Tales from the crib heeft een nieuwe blogchallenge gelanceerd, samen met Activia en Oon. Deze week draait rond “inner and self”. De belangrijkste uitdaging is een brief schrijven aan je zestienjarige zelf. Daar zal ik me later deze week aan wagen. De zoektocht naar de foto’s van mijn zestienjarige zelf was alvast de moeite 😉

Vandaag was het de bedoeling om je lievelingsspreuk te delen. Ik heb er twee, maar uiteindelijk komt het twee keer op hetzelfde neer: droom! Van een kind met veel fantasie ben ik opgegroeid tot een volwassene met evenveel fantasie. Met idealen, met de wil om zelfs op veertigjarige leeftijd “een verschil te maken”. Voor mezelf, voor mijn lief, voor onze kinderen, voor de samenleving.

Ik ben nooit gestopt te dromen. Wegdromen in een zalig boek, dagdromen of dromen van een betere wereld… Soms even vluchten uit de werkelijkheid, soms zoeken naar manieren en plannen om diezelfde werkelijkheid beter te maken… Dat wens ik jullie ook allemaal toe: droom én blijf dromen. Ik zou mezelf zo “arm” voelen zonder…

reve_mini reve2_mini

Project positief

Het “project positief” werd me in de schoot geworpen door Carrie. Dit vind ik een heel leuke tag. Het is ook heel tof om de andere blogs hierover te gaan lezen. Je wordt er instant gelukkig van 🙂

1. Wat is je favoriete quote en waarom?

Faites que le rêve dévore votre vie, afin que la vie ne dévore votre rêve. (Antoine de Saint-Exupéry). Een Franse spreuk. En het is een fantastisch mooie. “Maak dat de droom jouw leven verslindt, zodat het leven je droom niet verslindt”. Je bent nooit te oud om te dromen, om plannen te maken. In mijn ogen stop je met écht te leven op het moment dat je ophoudt te dromen.

2. Welke droom zou je in je leven willen realiseren?

Veel van de dromen die ik als jong meisje had, heb ik al gerealiseerd. Ik ben gelukkig getrouwd, heb 2 schatten van dochters en een fijne omgeving. Toen ik 16 was, kregen we in de les Engels de opdracht “wat wil je later worden?” Ik heb toen een heel opstel geschreven over dat het spijtig was dat ik een meisje was, want dat ik anders sportjournalist zou worden”. Ik heb mijn jeugddroom waargemaakt en heb daar ten volle van genoten.

Waar droom ik nu nog van?

  • Van gelukkig te blijven met man en kinderen. Dat we allemaal gezond mogen blijven én dat onze kinderen hun weg vinden in het leven en hun eigen geluk vinden.
  • Van tijd. Even ontsnappen uit de ratrace van het leven. Koken, bakken, samen zijn met man en kinderen. Stiekem zou ik het boek dat al heel lang in mij aan het gisten is dan ook wel eens willen neerschrijven…
  • Van gezelschap. Van de familie. De oma’s en opa’s, broer en zussen én hun aanhang. De neefjes en het nichtje. De vrienden. Samen genieten van het moment. Samen zijn, feesten en vieren…
  • Van vakantie. Van onverwachte ontmoetingen die uitgroeien tot een leuke vriendschapsband. Van uitkijken en aftellen naar het weerzien.

3. Wat betekent geluk voor jou?

Geluk zit voor mij echt wel in de kleine momenten:

  • Samen in slaap vallen.
  • Je op zaterdag nog eens omdraaien en nog een uurtje “stelen”.
  • Samen met de dochters ’s avonds in de zetel zitten en lachen om “Safety First” of “Het Lichaam van Coppens”.
  • Het metekind zien genieten van de Cola Zero-fles met zijn naam op of van zijn nieuwe Duivels-outfit.
  • Het andere metekind zien lachen naar en spelen met de oudste.
  • Intens genieten van de momenten met mijn ouders: van hun bezoekjes, van hun hulp bij feestjes, van onze gesprekken.
  • Feestjes of etentjes met vrienden.
  • Lekker eten.
  • Een glaasje witte wijn op het einde van een drukke week.
  • Het dansoptreden van onze dochters. Er is niets mooiers of meer ontroerend dan hen zien stralen op dat podium.

Ik moet er wel eerlijk aan toevoegen dat ik af en toe een wake-up-call nodig heb. Dan laat ik me teveel opslorpen door de gejaagdheid van het bestaan en dan moeten de echtgenoot of de dochters wel eens aan de rem trekken en me weer met beide voeten op de grond zetten.

4. Wie kan jou ontzettend opvrolijken?

De echtgenoot. De dochters. De (kinderen in de) familie. De vrienden. De ex-collega’s. Een goed boek, luide rockmuziek (Springsteen, Pearl Jam bijvoorbeeld). Een trieste film. (Het kan af en toe zo’n deugd doen om een goed potje te huilen om een mooie film…)

5. Voor wat mogen ze jou ’s nachts wakker maken?

Voor niet veel eigenlijk. Als ik niet genoeg geslapen heb, kan ik verschrikkelijk humeurig zijn. Maar als de dochters een nachtmerrie hebben, mogen ze uiteraard bij ons in bed. Voor een heerlijk ontbijt mogen ze me ’s morgens ook altijd (een uurtje vroeger) wakker maken. Of om op vakantie te vertrekken…

Maar uiteraard wil ik vast en zeker wakker gebeld worden door familie en vrienden. Om prachtig nieuws te melden (een geboorte of een andere heuglijke gebeurtenis) of om een luisterend oor te spelen in tijden van nood. Daar komen wij met plezier ons bed voor uit. De nodige dekentjes en zakdoeken liggen klaar. Koekjes of chocolade zijn altijd aanwezig. Voor drank kan gezorgd worden 😉 En we hebben een logeerbed dat altijd opgemaakt is.

6. Op welke prestatie ben je ontzettend trots?

In 2015 ben ik 20 jaar samen met de echtgenoot. Nog steeds gelukkig. Nog steeds geen spijt. Wij tweeën, daar ben ik ontzettend trots op. En op onze dochters natuurlijk. Prachtmeiden.

7. Welke boodschap zou je graag anderen willen meegeven?

Geluk zit in de kleine dingen. Laat je niet meeslepen in de ratrace van het leven, maar bouw rustpunten in. Omring je met mensen die iets toevoegen aan je leven, met wie je die kleine momenten kan en wil delen. Mensen waarbij je je “verplicht” voelt, zijn het niet waard en kan je beter missen. En blijf dromen! Altijd. Overal. Kleine dingetjes en grootse doelen…

Ik ben zelf heel benieuwd naar het “project positief” van:

En wat maakt jullie gelukkig? Wat is jullie lijfspreuk? Ik ben heel benieuwd naar jullie reacties…