15 jaar!

15 jaar wordt ze vandaag, onze oudste. Ons meisje groeit op. Ze wordt zelfstandig en ze ontwikkelt haar eigen mening. Ze staat open voor de wereld rond haar, ze stelt vragen, ze wil begrijpen. Ze heeft geduld, ze leest nog altijd veel en ze heeft een groot hart voor de kleintjes rond haar. Zelf was ze gisteren fier. Dat er een groot verschil was tussen 14 en 15. 14 was nog meisje, maar 15 was al een echte puber. En dat klopt.

Onze dochter heeft het afgelopen jaar een serieuze ontwikkeling doorgemaakt, op alle vlakken. Ze is op weg naar volwassenheid en ze doet dat goed. De puberhormonen en de nukkige buitjes af en toe nemen we er bij. Het is een voorrecht om dit te mogen beleven, om naast haar te mogen staan op de weg naar haar volwassenheid.

De voorbije 15 jaar hebben we het grootste deel van haar weg samen met haar gelopen. Nu wordt het tijd om haar stukken weg alleen te laten gaan. Zij is er klaar voor, maar ik heb er wat meer moeite mee. Ondanks alle stoere praat “dat ze op 18 het huis uit moeten, dat het dan weer tijd wordt voor mama en papa, dat wij uitkijken naar de rust met ons tweetjes”, schrikt dat vooruitzicht me af. Gisteren zei ze nog “binnen 3 jaar ben ik het huis uit”. Dan krimpt mijn hart ineen. Dan besef je dat het intussen wel heel erg snel gaat, dat 3 jaar inderdaad niet lang meer is. Dat het stil zal worden in huis. Dat ik traantjes zal laten op het moment dat we haar loslaten, maar dat ik zal proberen ze te verstoppen tot we bij haar weg zijn, tot ze het niet meer kan zien.

Want we hebben er wel vertrouwen in. We zijn fier op haar. We geloven en hopen dat we haar de juiste bagage hebben meegegeven en dat ze die ook zal weten te gebruiken. Het is fijn om haar met haar vriendinnen te zien, fijne meisjes bij wie ze zich goed voelt. Om haar te zien genieten van een goed boek, om haar mee op citytrip te nemen en haar te zien openstaan voor alles wat we doen: of het nu een bezoekje is aan een museum, een stadswandeling of het uitproberen van een nieuwe smaak of een nieuw restaurantje.

Om haar te zien openstaan voor andere mensen, ook al moet ze daarvoor soms haar eigen verlegenheid overwinnen. Om haar te zien blinken als ze het gedurfd heeft en als het net daardoor een fijne avond werd met nieuwe mensen. Om haar te horen ratelen in het Engels, ook al heeft ze nog maar 2 jaar les achter de rug. Om te merken dat haar spotify-lijst toch ook heel wat Franse nummers bevat die ze stuk voor stuk foutloos kan meezingen. Om haar te zien optreden met haar dansgroep en hoe ze daarvan geniet.

Al waren wij nog niet klaar voor de jongens die ineens opdoken. Had de papa zijn afschrikgeweer niet klaar en zijn boze papablik nog niet geoefend toen ze voor het eerst ons erf opstapten, maar gaven we haar toch (een beetje) ruimte.

Uiteraard zit onze taak er nog niet op. Af en toe is het aan ons op haar te confronteren met de bewuste of onbewuste gevolgen van haar daden, voor haarzelf en voor anderen. Zit ze in de typisch puberale ik-fase en moeten we haar eraan herinneren dat er veel mensen rond haar zijn waar ze ook rekening mee moet houden. Moeten we nog steeds grenzen trekken, ook al wil zij niets liever dan er doorheen breken.

Maar ze groeit op, ze is goed op weg, en dat mag gevierd worden! Dikke proficiat, lieve schat!

motherdaughter

Einde van de lagere school

school-is-out-schoolbordHet is zover. Straks, als de schoolpoort deze middag voor twee maanden dicht gaat, sluiten wij de lagere schoolperiode af. Dinsdag kreeg de jongste haar getuigschrift, vandaag neemt ze afscheid van de jongens en meisjes waar ze 9 jaar een klas mee deelde. Ze zal het moeilijk krijgen, ons meisje, en er zullen allicht ook wat traantjes vloeien.

Het is ook niet niks, het afscheid van de lagere school. 9 jaar lang zaten ze samen in een klas. Met haar beste vriendin deelt ze al een klas sinds het eerste kleuterklasje. En nu zullen de wegen scheiden. Want een aantal kinderen zoekt nieuwe (school)oorden op en daar is onze dochter bij. Maar er zijn al afspraakjes gemaakt, ze zullen elkaar nog geregeld zien in deze lange vakantie die op hen wacht. En eigenlijk zijn ze wel toe aan iets nieuws. Het wordt straks een beetje slikken, maar toch kijken ze ook al uit naar de nieuwe school, de nieuwe klasgenootjes, de nieuwe vakken, de nieuwe leerkrachten… Het helpt dat er hier in huis een oudere zus is met vele verhalen over de nieuwe school. Of dat we al eens gingen kijken op de opendeurdag. Dat er al dansvriendinnetjes zijn die ook naar de nieuwe school zullen gaan.

Maar straks dringt het echt door: de lagere school-periode zit erop. In september wordt het een nieuwe speelplaats, met nieuwe gezichten. Voor ons wordt het na 12 jaar geen ochtendritje meer langs deze school om een kind af te zetten. Geen twee stops meer voor de echtgenoot. Het wordt wennen. 12 jaar lang stonden we elke ochtend en elke avond aan de schoolpoort. We kennen heel veel gezichten, je kwam er altijd wel een bekende tegen. Dat valt nu weg. Vanaf september hoeven we niet meer aan de schoolpoort te gaan staan, maar rijden ze zelf, met de fiets. Alweer een stapje verder in hun groei naar zelfstandigheid, alweer een beetje meer loslaten.

En dus heeft ook de mama het vandaag wel een beetje moeilijk. Afscheid nemen na 12 jaar, het is toch wat. En het gaat zo snel in dat middelbaar. Ze groeien zo snel op, ze maken zich zo snel los. Het hoort er uiteraard bij, en ik ben heel trots op mijn dochters, op wie ze aan het worden zijn, maar tegelijkertijd blijven ze in mijn ogen die piepkleine baby’tjes die wij met heel veel liefde verwelkomden in onze wereld. Wil ik hen nog altijd even hard beschermen tegen alle pijn en onrecht op hun pad, maar moet ik hoe langer hoe meer toekijken hoe ze dat zelf beginnen doen. Geef ik hen hoe langer hoe meer de touwtjes zelf in handen en sta ik ergens op de achtergrond klaar om te helpen als dat zou nodig zijn. Maar dat is hoe langer hoe minder nodig. En dat maakt me blij, maar ook een beetje triestig.

Gelukkig hebben we nog 2 maanden om ons voor te bereiden op de nieuwe realiteit. En dat zal vooral de mama hard nodig hebben…

Mei was…

Ten huize Tifosa was mei een maand met twee gezichten. Goed, rustig, georganiseerd afgetrapt, maar net iets hectischer en iets minder strak geëindigd.

Rustig en druk. We waren de maand zo goed begonnen. Met een paar verlofdagen, een paar lange weekends en we hadden geen grootse plannen gemaakt. Gewoon genieten met ons viertjes. En het werkte: niet alleen waren we (even) uitgerust, de kasten waren gewisseld, de strijk was gedaan, er was opgeruimd en dat geeft meteen ook rust en ruimte in mijn hoofd. Gaan werken in de wetenschap dat je niet nog eens uren achter je strijkplank moet gaan zitten ’s avonds, maar alleen “mag” bloggen of fietsen, geeft mij rust.

Het lijkt dan alsof de weken “vertraagd” zijn, er is een zekere leegte die mogelijkheden biedt. Je “kan” alles, en tegelijkertijd “moet” er niks. Mijn creativiteit klopt dan overuren. Ik heb de meest wilde ideeën, vind oplossingen, breng structuur aan en heb legendarische discussies met de echtgenoot (over de Rode Duivels, over de actualiteit, over de maatschappelijke problemen, over de toekomst van onze kinderen,…) Het zijn vaak ook mijn meest productieve weken. Net omdat er niks “moet”, gebeurt er veel. Dingen die al eeuwen op mijn to do-lijstje stonden worden eindelijk ook eens aangepakt.

En dan klopt de realiteit weer aan je deur. Dan heb je een paar héél hectische weekends na elkaar. Je bent bijna niet thuis, je probeert de normale huishoudelijke routine wel tussendoor te doen, maar het eindigt op zondagavond meestal met volle wasmanden waarvan er vaak maar één of twee gestreken zijn. Je hebt dan ook in de week een aantal afspraken waardoor je je normale routine tussendoor probeert te plannen. Je moet kiezen tussen bloggen of fietsen of strijken. In plaats van “rust” in je hoofd, krijg je een opgejaagd gevoel, is het “drukdrukdruk” en ben je alleen maar moe. Dat probeer je in je weekends te compenseren, maar je kan niet tegelijkertijd slaap én huishoudelijk werk én quality time inhalen. Kiezen is verliezen, maar dat wil je niet en dus prop je alles vol en hol je maar door om toch zoveel mogelijk tegelijk rond te krijgen. En dan vergeet je tussenin eigenlijk in het moment te leven en te genieten van de kleine dingen.

Zon en grijs. Grappig genoeg hingen bovenstaande weken ook samen met zonnige en grijze weken. De weken dat er hier rust in huis was, waren toevallig ook de zonovergoten weken in mei. De veranda ging open, de ligzetels kwamen in de tuin, we namen er een boekje bij en stalen een paar uurtjes. We waren helemaal in Italiëstemming en zetten een stapje terug. De slippers gingen aan, (je loopt dan ook wat trager), onze dames misten enkel nog hun zwembad. Strijken is ook een pak leuker in de zon als je tegelijkertijd ook aan je kleurtje kan werken. Zorg wel voor goede zonnecrème want al na een uurtje strijken buiten kan je wel eens rood uitslagen ;-).

Maar het weer sloeg om en de drukte sloop opnieuw ons leven binnen. En met het grijze weer valt dat voor mij ook wat moeilijker te verteren. Van zodra de zon schijnt, leef ik op, heb ik meer energie en pak ik meer dingen aan. Maar als we ’s morgens de rol optrekken en het regent of het is grijs, dan wordt er hier al eens flink gezucht. It’s all in the mind…

Juni brengt ook niet onmiddellijk beterschap. Volgende week beginnen de examens voor de dochters en bij de echtgenoot is het momenteel de klok rond werken. Verbeteren, examens opstellen, examens afnemen, punten uittellen, delibereren en nog verschillende naschoolse verplichtingen: het wordt nog een drukke maand. Maar het is mijn eerste maand met vrije woensdagen en dus kan ik inspringen. Kan ik de dochters al eens opvangen na een examen en extra in de watten leggen. Kan ik het de echtgenoot al eens wat makkelijker maken door voor twee dagen te koken.

Duivelsgekte_miniToch is juni ook een fijne maand. Want na de drukte komt de decompressie voor de echtgenoot en onze meisjes. En hier in de streek hebben ze de braderij en bijhorende kermis perfect na de examens getimed. Vrijdag begint ook het EK voetbal en naar ’t schijnt worden de Rode Duivels Europees kampioen. Hét excuus om alle rode kledij weer boven te halen, onze vlag uit te hangen en roodgeelzwart geschminkt rond te lopen. Geen betere manier trouwens om alle spanningen van je te laten afglijden dan 2 uur te roepen en te tieren tegen die 11 mannen op tv ;-). Of geen betere manier om veel strijk gedaan te krijgen als je van de spanning niet durft te kijken en dan maar besluit je huishoudelijke taken aan te pakken ;-).

En we leven op hoop: er is goed weer op komst. Toch?

Een stapje terug en een stap vooruit…

Vanaf morgen werk ik niet meer op woensdag. Het is een bewuste keuze om wat meer tijd vrij te maken voor ons gezin en voor mezelf. Ik had het gevoel dat we onszelf de laatste jaren maar bleven voorbij hollen. Het was alsof we in een wielerwedstrijd zaten, het peloton binnen handbereik en toch raakten we er maar niet bij. We bleven op achtervolgen aangewezen.

Jaren geleden, toen we aan kindjes begonnen, kozen wij er met twee voor dat ik een stapje terug zou zetten. De echtgenoot combineerde zijn voltijdse job als leerkracht met een bijberoep als sportjournalist. Als je daar ook nog mijn voltijdse functie (en even een bijberoep-zijstapje als leerkracht Italiaans bijtelde) werd het zwaar om dragen. We zagen elkaar nog amper. En dus besloten we samen dat ik een stapje zou terugzetten. In totaal heb ik 11 jaar lang niet op woensdag gewerkt. Ik heb loopbaanonderbreking genomen en ouderschapsverlof. Daarna ben ik vrijwillig 90% gaan werken: ik werkte 4 dagen een uurtje langer en bleef dan op woensdag thuis.

Toen mijn job geschrapt werd en ik 4 jaar geleden opnieuw op de arbeidsmarkt kwam, besloot ik voltijds te gaan werken: de kinderen waren intussen toch wat ouder en ik wou graag ook mijn volledig steentje bijdragen in ons gezinsinkomen. Voor een stuk ook bang gemaakt door de verhalen over de zeer lage pensioenen waar je als deeltijds werkende arbeidskracht op kan rekenen. En het lukte, en tegelijkertijd was het ook ontzettend zwaar.

Mijn vrije woensdag zorgde voor een rustpuntje in onze week. In de mijne, in die van de kinderen en in die van de echtgenoot. De woensdagvoormiddag was mijn administratie- (en dus bleven de rekeningen zich geen wekenlang opstapelen in onze “rekeningenschuif”) en mijn boodschappenmoment. Snel in de voormiddag de boodschappen doen tot het einde van de week: het bespaarde de echtgenoot minstens één drukke Colruyt-sessie met hongerige kinderen in zijn kielzog. Vaak  probeerde ik ook al 2 maaltijden te koken, om de echtgenoot in de avonddrukte wat tijd te besparen.

Niet alleen misten we die woensdagrust, maar al mijn “taakjes” kwamen bij de echtgenoot terecht, of maakten het al drukke weekend nog een pakje slopender. Het lukte allemaal wel, maar wij waren een ander ritme gewend. En we kregen de knop maar niet om. Ergens bleven we allemaal verlangen naar hoe het vroeger was. Maar we spraken het lang niet tegen elkaar uit: het extra loon was toch wel fijn en het was alleen maar een kwestie van gewoon worden, een nieuw ritme vinden, ons wat beter te leren organiseren.

Maar het bleef ergens wel sluimeren. Als ik eens een recupdagje op een woensdag plande, was er wel minstens één dochter die liet optekenen “dat het toch wel fijn was dat de mama nog eens thuis was”. En dat vond de mama diep vanbinnen ook. En ik zag hoe de echtgenoot ook deugd had van die paar woensdagen dat ik de zorg van hem overnam. Dat het voor hem eens geen avondshift hoefde te worden en dat hij genoot van een onverwachte vrije avond.

Vanaf morgen zet ik dus een stapje terug. En zetten wij allemaal samen eentje vooruit. Het is in eerste instantie mijn keuze, maar we staan er hier allemaal achter. Ik werk immers héél erg graag, ik heb een uitdaging nodig en ga er volledig voor, maar ik wil er ook zijn voor mijn gezin. Ik gun de echtgenoot een paar rustige uurtjes bureauwerk, ik wil de verhalen van de kinderen horen na school, ik wil met hen naar hun dansles. En in de voormiddag wil ik van de rust in huis gebruik maken om mijn ding te doen:  te bloggen, een boekje te lezen, een uurtje te trainen of te koken. Wat ik heel ontspannend vind als ik er tijd voor heb, maar niet als er nog zoveel taken op je to do-lijstje wachten.

En ja, het is een ongelooflijke luxe dat wij deze keuze kunnen maken. Dat wij voor “tijd” kunnen kiezen. Veel andere mensen hebben deze optie niet en gaan tegen beter weten in maar door. Houden zich amper staande of botsen keihard tegen hun grenzen aan. Of die van hun kinderen. Of die van hun relatie. Want ergens klopt er iets niet meer. Er is iets fundamenteels fout als we ondanks een voltijdse job én een bijberoep amper het einde van de maand halen als alleenstaande mama. Of als we het normaal vinden dat jonge kindjes van 7 tot 18u in de kinderopvang zitten. Als hoe langer hoe meer gezinnen op het einde van hun loon nog maand over hebben. Sinds wanneer is ons “werken om te leven” doorgedraaid naar “leven om te werken”? En hoe keren we deze evolutie terug om?

“Stapje voor stapje”, zou mijn meter gezegd hebben. “En begint bij uzelf.” Vanaf morgen dus. Met mijn vrije woensdag.

Haar eerste concert

Dinsdagavond hadden wij tickets voor Mumford and Sons in het Sportpaleis. De echtgenoot en ik wonen wel vaker optredens bij, maar het was ook het eerste echte concert van de oudste. Enfin, we waren wel al eens naar een K3 Show geweest met de kinderen (je weet wel, in de tijd dat zelfs Kathleen nog deel uitmaakte van de populaire meidengroep, 2 edities geleden). Ook naar Clouseau hadden we de kinderen al eens verplicht meegenomen. Dat werd een belevenis voor de oudste, maar de jongste was na een uur al slaperig en vond er daarna niet echt veel meer aan.

De oudste had de smaak wel te pakken en toen één van haar favoriete bands een optreden aankondigde, was ze er als de kippen bij: “we gaan toch hé, bestel je kaarten, alstublieft”. Dat was nog voor we ons realiseerden dat ook hun dansoptreden, het schoolfeest van de jongste en het leerlingenconcert van de papa in dezelfde week vielen. Maar we hadden kaarten en gingen er dus volledig voor.

Al hing ons vertrek dinsdag wel even aan een zijden draadje door de “grote ontsnapping” van ons hondje. Onze oudste had er meteen een pak minder zin in. Tot de papa haar duidelijk maakte dat “het niet was omdat we thuisbleven, dat ons Indie zou opduiken, of omgekeerd, dat het niet was omdat we zouden gaan, dat ze niet naar huis zou komen”. Bovendien waren oma en opa toch in huis met de jongste; er zou dus altijd iemand zijn om de verloren dochter weer binnen te laten. Ook de staking gooide ei zo na roet in het eten, maar we gingen toch voor onze normale parkeerplek en besloten het stuk te stappen. En dat viel gelukkig mee: op amper 25 minuten waren we in het Sportpaleis. Het duurt soms langer om het trammetje te nemen.

20160524_225521We waren ruim op tijd, we hadden goede plaatsen en het voorprogramma viel wel mee. Vooral het liedje waar leadzanger Marcus Mumford al even de stembanden kwam opwarmen terwijl de zaal nog halfleeg was, bracht wat animo. En dan begint het optreden en word je meteen meegezogen in de energie, in de leuke liedjes. Wat hebben ze toch veel toppertjes! Al heb ik het minder op de nieuwere songs en verkies ik nog steeds de oudere nummers. Was het een schitterend optreden? Af en toe een beetje wisselvallig: het geluid zat niet altijd even goed, Marcus was niet altijd even goed bij stem, maar de energie en de sfeer maakten veel goed. Zeker het ogenblik dat de zanger het publiek indook, zich een weg baande door het middenplein om uiteindelijk in de tribunes aan de zijkant en achteraan te eindigen, op een tiental meter van ons.

Toen we de band de eerste keer zagen, op Pinkpop, in het voorprogramma van Bruce Springsteen, was het een hoogtepunt, een zeer aangename kennismaking. Dinsdag was een leuk tussendoortje. Het geeft nog steeds honger naar meer, maar écht top drie aller tijden was het niet. Voor de oudste zal het wel een avondje uit de duizend blijven. Haar eerste optreden en ze genoot – af en toe met een dubbel gevoel omwille van onze verdwenen hond – toch met volle teugen. Bij “Little Lion Man”, het tweede nummer van de avond, schoot ze meteen recht, al was het nog met wat blikken links en rechts van “kan ik dat wel maken”, maar daarna ging ze gewoon uit de bol. Dat heeft ze van de mama ;-).

Tijdens onze wandeling terug kreeg de papa te horen: “Ik kende er meer van dan mama, ik kon gewoon meer meezingen.” Logisch, zij heeft een oor voor teksten (geërfd van de papa), wat de mama absoluut niet heeft. Een dag later verteerde zij de uitspattingen ook beter dan haar oudjes. Terwijl  wij ’s avonds echt wel uitgeteld waren, liet zij weten “dat het eigenlijk allemaal nog meeviel”. “Ik voel me best wel goed, ik had véél erger verwacht.” Het zal dan ook niet verwonderen dat ze intussen al uitkijkt naar haar volgende concert (Florence + the Machine of Maître Gims)… en wij mogen gerust nog een keertje mee ;-).

Vermist en gevonden

De voorbije 48 uur waren niet meteen de beste uit ons leven. Dinsdag maakte ons hondje Indie van een kiertje in de voordeur gebruik om er vandoor te gaan. Wij waren allemaal al de deur uit, maar onze poetsvrouw was hard aan het werk in ons huis. Tot Indie dus het huis uit stormde, op zoek naar avontuur. Paniek!

Het was Indies tweede vlucht en het was allicht ook geen toeval. Wat we niet wisten toen we Indie kochten was dat ze “een Tsjechisch paspoort” had. Dat ze dus het slachtoffer was van wat An Lemmens telkens opnieuw de broodfokkers noemt. Op de website waar we Indie vonden, stond duidelijk “eigen kweek”. Maar blijkbaar is het voldoende om één ras zelf te kweken om daarmee uit te pakken. En je krijgt de verrassing pas te horen als je je pup al gekozen hebt: “ze heeft een Tsjechisch paspoort, dat vindt u toch niet erg?”.

Nochtans hadden we al wat ervaring. Indie is ons tweede hondje. Ze kwam in huis nadat “ons Pepper” op 11-jarige leeftijd aan de gevolgen van ouderdomskanker overleed. Wat we in de loop der jaren vooral merkten, was dat Indie heel erg afstand hield, ook ten opzichte van mensen die ze eigenlijk zou moeten kennen: mijn ouders, de buurman, onze vrienden, onze poetsvrouwen. Ze bleef blaffen, ze bleef grommen en ze bleef letterlijk afstand houden. Ze heeft nooit agressief gereageerd, ze is eigenlijk heel lief, maar ze houdt afstand. Daarnaast hebben we het vermoeden dat ze niet goed ruikt en/of niet altijd even goed hoort. Of wil luisteren, dat kan ook. Ze is allicht veel te vroeg weggehaald bij de mama en ze heeft vermoedelijk een zwaar transport meegemaakt. Na ons Pepper, een opvallend aanhankelijk en trouw hondje, was het toch wel even wennen.

Een paar jaar geleden ontsnapte ze al eens op Oudejaarsavond. Maar ze zat buiten, toen heel vroeg op de avond in de buurt vroege vuurpijlen werden afgeschoten. Een dag later vonden we haar dankzij een alerte buurvrouw gelukkig terug. We spoorden het gaatje in onze afsluiting op en lieten haar voortaan binnen zitten als we even niet thuis waren. We weten het aan de knallen en stopten het ver weg in onze herinneringen.

Tot ze gisteren dus opnieuw de plaat poetste. Onhoudbaar, zonder om te kijken naar onze poetsvrouw of de buurman, die nog probeerden haar tegen te houden en terug naar huis te jagen. De rest van de dag werd er gezocht: eerst door mijn schoonouders, na school ook door de echtgenoot en de dochters. Ik contacteerde de politie en plaatselijke asielen, zocht online en spamde de nieuwe media-kanalen om het berichtje zo veel mogelijk te verspreiden. Maar het haalde weinig uit. Ze bleef onvindbaar.

En dan sta je op en ga je de keuken in zonder begroet te worden met gekwispel. Zie je haar lege mand en merk je buiten dat het bordje eten dat je optimistisch toch buiten gezet had niet aangeraakt werd. Besef je dat de tijd begint te dringen. Zie je traantjes bij de dochters en probeer je je zelf ook met een ferme krop in de keel sterk te houden. “Dat we de moed niet opgeven, dat we vertrouwen moeten hebben in ons hondje (of haar honger)”, maar word je zelf stilaan toch ook pessimistischer over de goede afloop. Begin je te vrezen dat je toch nooit twee keer dat geluk zal hebben. Telkens en telkens opnieuw speur je de grote baan af met de daver op het lijf. Dat je haar zal vinden langs de kant van de weg. Doe je nog maar eens een toertje, stilaan tegen beter weten in.

20160525_181420En dan rinkelt opeens de telefoon. De buurjongen riep tijdens het eten ineens: “ik zie Indie”. De buurvrouw die zonder te controleren haar telefoon neemt en belt. De oudste die de telefoon beantwoordt, meteen alles laat vallen en samen met de papa en de jongste naar buiten stormt. Ons Indie die doodgemoedereerd komt aanwandelen. Vuil en vies, zwart, volledig onder het slijk. De oudste die mij dan met een klein stemmetje belt terwijl ik met de trein naar huis spoor. Een pak dat van je hart valt.

Thuiskomen, de dochters zien lachen en genieten van de zotte badkuren van ons hondje. Zo immens opgelucht dat we weer compleet zijn…

Kleine momenten van geluk

Onze dochters hebben dansoptreden dit weekend. Zaterdagavond en zondagavond geven ze allebei het beste van zichzelf. Dit jaar zijn ze zelfs “jubilarissen” binnen de dansschool, al telt hun 5 jaar dienst nog niet om hen in de bloemetjes te zetten op het podium. Die eer is enkel voor de jubilarissen met 15 en 20 jaar op de teller weggelegd.

Zenuwachtig zijn onze meiden eigenlijk niet. De zenuwen horen eigenlijk meer bij de laatste hectische weken repetitie, als de laatste hand gelegd wordt aan de dansjes. Maar deze week, bij de eerste oefensessies in de zaal en op het podium (met de juiste kledij en attributen) is het alsof alles in de plooi valt. Loopt alles perfect? Natuurlijk niet, dat mag ook niet: de generale repetitie moet ook gewoon volledig fout lopen voor een goede première, maar onze meisjes hadden er zin in.

Zaterdag moeten ze er al héél vroeg zijn. De show wordt in de namiddag nog eens helemaal doorlopen. In het begin van hun danscarrière was dat zwaar. Meestal waren onze meisjes dan al moe tegen de start van hun eigenlijke optreden, maar nu vinden ze een namiddag bij de dansvriendinnetjes gewoon leuk. Er wordt héél veel getetterd, gegiecheld, gelachen en gesnoept achter de schermen. Tot het beginuur nadert en het wel echt wordt. Dan krijgen een aantal meisjes echt plankenkoorts.

Onze dames dus niet. De jongste kalmeert haar dansvriendinnetjes en heeft zelf helemaal geen last van zenuwen. Zij liep 5 minuten voor het optreden (dat hun groepje mocht openen) nog boekjes te verkopen (en veel praat te verkondigen). De oudste was al een week aan het aftellen. Zij had namelijk twee vriendinnetjes uitgenodigd om te komen supporteren en met zijn drieën keken ze daar héél hard naar uit. (En naar het logeerpartijtje achteraf).

En dan ga je de zaal in, gaan de lichten uit en komen de kinderen op het podium voor een wervelende show van zo’n drie uur. Op voorhand hebben we samen aangeduid wanneer onze meisjes het podium op mogen en tellen we af naar hun dansjes. Tijdens hun optreden hebben we enkel en alleen oog voor onze dochters. Zijn we blij als alles goed lukt, genieten we van hun stralende gezichten (ook al mochten ze allebei NIET lachen tijdens één van hun 4 dansen en hadden ze ons daarvoor op voorhand goed verwittigd dat ze écht wel serieus moesten blijven) en hun flexibele lijven tijdens de hiphop en vinden we hen uiteraard de allergrootste danstalenten die we in ons leven ooit gezien hebben.

trotsEn toch is het voorbij voor je er erg in hebt. Komen ze na afloop vol gebabbel en gelach uit de kleedkamers, vertellen ze exact wat er misliep en waar ze toch wel een foutje gemaakt hadden (dat wij natuurlijk niet opgemerkt hadden). Kruipt de jongste in haar bed, legt ze haar hoofd op haar kussen en valt ze doodmoe meteen in slaap. De oudste had nog wat tijd nodig om met de vriendinnetjes na te kaarten, maar na een uurtje was het daar ook ineens stil in de kamer.

En nu is het luierzondag. Worden de batterijtjes weer opgeladen. We slapen uit, er wordt “gehangen” en film gekeken. De meisjes doen het even kalm aan, want straks wacht het tweede optreden. Dan zullen ze nog een keertje alles geven en gaan wij nog éénmaal genieten van hun magie en stralende gezichten. En noteren we de data van het volgende optreden al in onze agenda, dan kunnen we beginnen aftellen…

J’aime, j’aime la vie…

30 jaar geleden is het intussen al dat Sandra Kim voor België het Songfestival won. 13 was ik toen. In mijn herinnering stelde het Songfestival toen echt nog iets voor. Geweldige liedjes kwamen er toen uit voort, die ook effectief de toenmalige hitparades haalden. Mijn liefde voor Italië vond er zijn oorsprong, zeker toen de landen nog verplicht waren in hun eigen taal te zingen. Fantastisch vond ik die vele nummers in onverstaanbare talen, waarvan je af en toe toch iets herkende.

Maar misschien zijn mijn herinneringen toch een beetje gekleurd. Allicht zat er toen evenveel bagger in als vandaag, maar herinner ik me alleen “het feest” dat ermee samenhing. Voor het Songfestival mochten wij als kinderen immers langer opblijven en zeker vanaf het moment dat we op de puntentelling mochten wachten, was het spannend. Toch die paar keren dat België écht meedeed voor de knikkers. Die twee keer dus, met Sandra Kim en later Urban Trad (ook onverstaanbaar trouwens, ook al was het dan Belgisch).

Het waren ook de weinige momenten dat je écht fier was op hetgeen je land bracht. Dat je volop duimde dat we toch zeker weer niet laatste zouden zijn. Dat je stiekem leedvermaak had als één van de grote landen achter ons kleine landje eindigde. Dat je weer zat te hopen op die Nederlandse punten, die vaak ook onze enige punten waren. Tenzij één of ander Oost-Europees land zich bij het voorlezen van hun punten vergiste en ons (in plaats van Belarus of Bulgarije, wie weet) per ongeluk ook een paar puntjes toekende. De sfeer was toen (bijna) even goed als tijdens de matchen van de Rode Duivels (alhoewel zij 30 jaar geleden in juni ook voor een sportief hoogtepunt zorgden). En qua spanning waren de voetbalmatchen in die periode zeker ook ongeëvenaard.

Wat het Songfestival in mijn herinnering als kind was, is het absoluut niet meer. Alhoewel het de laatste jaren ook terug aan charme gewonnen heeft. Zeker als je tijdens het Songfestival ook op Twitter zit en met heel België en Nederland samen “meeleeft” en commentaar geeft. Hilarisch zijn soms de opmerkingen over het kattengejank, de geweldige acts en de kostuums (of het minimum aan textiel waarin sommige deelnemers zich hullen).

Straks zullen we dan ook duimen voor onze Laura, alhoewel we de laatste jaren wel eens véél sterkere inzendingen afgeleverd hebben, maar kom. Want de finale zaterdag is een pak minder spannend zonder Belgische vertegenwoordiging. En laat onze kinderen nu intussen ook de leeftijd hebben dat ze meeleven en meeduimen tot na de puntentelling. Vorig jaar beleefden ook zij hun topavond met Loic Nottet.

Of er dit jaar weer een onvergetelijke editie inzit, is hoogst onzeker. Ik heb nog geen échte toppers gezien in de eerste halve finale, al “kijk ik uit” naar de wolvenzanger van straks, maar we duimen alvast voor véél kitsch en glitter. Is er niks te zien of te horen, dan zal Twitter vast en zeker wel de moeite zijn ;-)…

Lost and found – deel 2

Nadat vorige zaterdag mijn update van Windows 7 naar Windows 10 nogal rampzalig verlopen was, deden we dinsdag onze computer binnen bij de computerwinkel. Vrijdag mochten we normaal gezien de laptop terug gaan oppikken, maar toen bleek hij jammer genoeg nog niet klaar. Wel kregen we een beetje hoop, want ze hadden zo’n 3700 bestanden teruggevonden.

Toen we zaterdag de computer oppikten, bleek dat echter ijdele hoop. De bestanden die ze hadden teruggevonden, hadden ze allicht ergens uit een cloud of iets dergelijks gerecupereerd, want die bestanden hadden nooit op mijn laptop gestaan. Het waren nog oudere beeldbestanden, die op onze vaste computer (uit het stenen tijdperk) staan/stonden en waarvan we wél een back-up hadden.

Much ado about nothing dus, de computerwinkel. Maar dankzij wat Facebook-commentaar bij de vorige blogpost én een klein beetje opzoekwerk op het worldwideweb, kreeg ik ineens een ideetje. Als ik het herstelprogramma nu eens losliet op de memory card van ons fototoestel? Sinds het prille begin hebben wij immers hetzelfde kaartje gebruikt, waarvan ik regelmatig de bestanden wis, om er dan weer nieuwe op te zetten. En die ingeving had wel effect. Na veel gedoe, het ontdubbelen van een aantal bestanden, bleek ik op die manier toch de foto’s sinds vorige zomer terug te vinden. Niet alle bestanden waren herstelbaar, maar het overgrote deel (meer dan 1000 foto’s) vond ik toch terug.

_MG_4944De communiefoto’s van de jongste, de foto’s van de 70ste verjaardag van Opa, van de 12de verjaardag van de jongste, Nieuwjaar, Kerst, Sinterklaas en een gedeelte van de zomerfoto’s konden we recupereren. Dat was voor mij een immense opluchting. Van onze reizen (die qua aantal foto’s allicht de helft van het totale aantal innemen) hebben we immers meestal wel albums gemaakt. Daar hebben we nog tastbare herinneringen van.

Bovendien kon ik nog héél wat meer foto’s terughalen, maar die willen niet openen. Die zijn blijkbaar niet te herstellen. Enfin, we zullen nog één keertje gespecialiseerde hulp inroepen en hopen op het beste. Maar ik vrees er een beetje voor. Het doet nog altijd pijn om te beseffen wat we verloren hebben, maar tegelijkertijd ben ik toch ook opgelucht om hetgeen we al teruggevonden hebben. Het weekend heb ik dan ook grotendeels achter de computer doorgebracht. Alle bestanden die we gevonden hebben, zijn geordend, gesaved op de laptop, in een cloud en op een stick. Bovendien heb ik ook alle albums die ik op Facebook had, gedownload, geordend en driedubbel beveiligd. Kwestie van de verloren jaren toch enigszins terug op te vullen…

Toen ik vanmiddag met de dochters naar mijn ouders trok, nam ik het fototoestel mee. Het was mooi weer, onze dames hebben buiten gespeeld met het jongste neefje, terwijl ik foto’s nam. Om nieuwe, tastbare herinneringen te maken. Die we ditmaal wél driedubbel zullen beveiligen en waarvan we zo snel mogelijk albums zullen maken. Laat ons hopen dat deze ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoot. Want dit lesje heeft serieus zeer gedaan :-(.

Meisjesmama, jongensmeter

Twee dochters heb ik. Ongelooflijk fier ben ik op mijn meiden. Ongelooflijk gelukkig ook met onze prachtige dames. Vooral omdat ik nooit geloofde dat het voor mij weggelegd zou zijn. Ik zag mezelf immers helemaal als jongensmama. Zelf ook een halve jongen, met mijn rattenkopje in de puberteit. Ik voetbalde en ik had zelfs redelijk wat speldoorzicht (wat enorm frustrerend was als we met een damesploeg in competitie probeerden uit te komen en je één van de weinige speelsters was die probeerde “je vrouw” en je positie te houden, terwijl de rest van de ploeg als een zwerm bijen op de bal afdook). Ik was toen al ongelooflijk geïnteresseerd in sport en had absoluut niks met de typische meisjesdingen. Een kort kapsel was vooral handig bij het sporten en kleren moesten eerst en vooral “praktisch” zijn.

Dat veranderde wel wat bij het ouder worden: de jongensinteresses mogen dan wel gebleven zijn, het jongensachtige ging er (gelukkig) toch wat af. Vooral qua kledingstijl dan toch, make-up, kapsels en accessoires zijn nog altijd niet echt mijn ding en echt handig kan je mij ermee niet noemen. Toen we dus aan kindjes begonnen, was ik er altijd van uitgegaan dat er jongens zouden volgen. Het was dan ook (even) schrikken toen de gynaecoloog een meisje ontdekte in mijn buik. Ik moest toch even wennen aan het idee. Maar lang duurde dat niet, en toen we bij een tweede zwangerschap ontdekten dat we terug een dochter verwachtten, was ik stiekem blij: twee zusjes.

Dat de echtgenoot de naam niet zou verder zetten, vond ik wel erg. Dat hij geen zonen zou hebben om mee naar het voetbal te gaan, daar zat ik toch ook even mee in mijn maag. Hij niet, dat zou hij dan wel met zijn kleinzonen doen. En onze dames groeiden op en geheel naar familietraditie waren het toch ook weer geen poppemiekes: ze speelden met Playmobil, bouwden (net als de papa) Lego (al waren het dan Harry Potter-huizen, en verkozen ze Lego Friends en Lego City). Al vrij vroeg keken ze mee naar onze voetbalwedstrijden en probeerden ze de matchen mee te volgen en te begrijpen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan of misschien hebben wij hen een klein beetje geïndoctrineerd. Een piepklein beetje maar ;-)!

En toen werd ik gevraagd om meter te worden van één van de kindjes van mijn broer. En ditmaal was ik ervan overtuigd dat het een meisje zou worden. Maar het werd een zoontje en het was liefde op het eerste gezicht. Een jongetje. Een kleine stap in het onbekende. Bij meisjes wist ik intussen perfect wat ze wilden, waar we ze blij mee konden maken en de dochters waren ook altijd bereid om die arme mama met raad en daad bij te staan, maar een jongetje was toch iets nieuws. Maar het klikte en al snel begrepen we elkaar. Ik mocht hem verwennen met voetbalspulletjes, kastelen, ridders, draken en dinosaurussen. Hij werd een voetbalmannetje. Uiteraard, want onze indoctrinatie ging gewoon verder ;-). En hij weet op zijn bijna negende al goed wat hij wil, ook al wil dat zeggen dat hij voor een andere ploeg supportert dan zijn papa. En de meter staat erbij, kijkt ernaar, moedigt zijn keuzes aan en juicht mee in stilte.

7 jaar later kreeg ik een nieuw verzoek tot het meterschap, ditmaal van mijn jongste zus. En het werd opnieuw een jongetje en weer was ik meteen verkocht. Intussen is hij twee geworden (stilaan oud genoeg om de voetbalindoctrinatie te beginnen), één brok energie en vrolijkheid. Hij windt ons allemaal rond zijn vingertjes, we weten het en we genieten ervan. Wat natuurlijk gemakkelijk is als je als meter het opvoedwerk aan de ouders kan overlaten.

Ik voel me de koningin te rijk, met mijn twee dochters en mijn twee jongens-metekindjes. Ergens is er in de loop der jaren een mooi evenwicht gekomen tussen de dames en de heren in mijn leven.