Genieten op moederdag

Wij eten graag. Eten is tijd nemen voor elkaar, samen aan tafel zitten, babbelen, lachen en intussen culinair verwend worden. Eten is genieten. Veel hebben wij daarvoor niet nodig. Als we maar samen zijn. Op weekdagen moet het vaak echter snelsnel gebeuren. Samen ontbijten zit er meestal niet in, ’s middags zijn we op school of op het werk en ’s avonds moet het samen eten wel eens plaats ruimen voor de hobby’s of het schoolwerk van de kinderen.

In de weekends nemen we al eens wat meer tijd voor onze maaltijden. We durven al eens uitgebreider koken en ook aan het ontbijt durven we al eens wat meer aandacht besteden. We persen vers fruitsap, we steken croissants of broodjes in de oven (of halen verse koffiekoeken bij de bakker), nemen ruim de tijd met een krant of een magazine erbij. Rustig wakker worden.

Heel soms mag het nog eens wat meer zijn. Dan gaan we buitenshuis brunchen. Veel hebben we dat hier nog niet gedaan. Toen de echtgenoot en ik ons twintigste samenzijn vierden, brunchten we samen. Of die keer dat de echtgenoot van zijn klas een Bongobon kreeg, hebben we zalig geprofiteerd van dat “ontbijt met bubbels”.

Uitgebreid ontbijten hangt voor ons meestal samen met reizen. Onderweg naar het zuiden, één hotelletje om de lange reis te breken. Overnachten, met ontbijtbuffet. En dan nemen we het ervan. Niet alleen wij, maar ook onze kinderen genieten van de ruime keuze aan fruitsap, koffiekoeken, stokbroden, spek met eitjes, vers fruit, plaatselijke specialiteiten,… In het zonnetje, met in de vroege ochtend al de belofte aan een warme dag. Net voor we terug in de auto stappen om het tweede (vaak kortste) stuk van de reis nog aan te vatten.

Dat zomergevoel hadden we zaterdag ook, toen we, één dagje voor moederdag, met ons viertjes gingen brunchen. In Bar Muza, in Lier, op aanraden van een vriendin die net als ik ongelooflijk hard geniet van eten. Het was écht de moeite. Uitgebreid zout en zoet buffet. Je betaalt per persoon en kan aanschuiven zoveel je wil. Er was een ruime keuze aan brood, pistoletjes, koffiekoeken, beleg, yoghurt, cake, fruitsla, dessertjes. Het was ontzettend lekker én veel. En ze bleven maar aanvullen. Er bleef maar (heerlijk) eten komen. De oudste en de mama gaven het na twee rondjes (zout en zoet) op. De jongste was de moedigste. Zij nam haar tijd, laste een pauze in en ging nog een keertje. Genoot met volle teugen.

20160508_141546[1]Het was fijn, het was rustig, het eten was uitstekend en we hadden elkaar. De zon scheen, we zaten in een prachtig, rustgevend kader (midden in de stad). We hadden allemaal een écht (zuiders) vakantiegevoel. Het ideale begin van een prachtige dag (en daar kon de parkeerboete écht geen verandering in brengen).

En voor deze mama was er één dagje voor haar feestdag niets fijners dan heel haar gezin om haar heen en te mogen toekijken hoe ze allemaal genoten. Het gebabbel, het gelach, het onderling geplaag, de steekjes heen en weer,… ik had me geen mooier cadeau kunnen wensen voor mijn moederkesdag. De start van een nieuwe traditie?

Gewoon thuis

Wij genieten hier met zijn viertjes van ons verlengd weekend. We zijn gewoon thuis. We hebben geen citytrip gepland, geen minivakantie, en hebben ook geen grootse daguitstappen in het verschiet. Wij blijven vier dagen gewoon in ons eigen huisje en genieten in onze eigen hof van de eerste zonovergoten dagen dit jaar.

Grootse plannen zijn er ook niet. Ik ben volop bezig met de winter-zomerwissel. De kasten zijn gewisseld, de kleren gepast en verhuisd: de oudste zit zonder shorten en topjes. De jongste heeft ontzettend veel kleren doorgegeven aan het nichtje, maar heeft ook massa’s jurkjes, topjes, t-shirts en rokjes geërfd van de oudste. En ze zitten elkaar dus écht wel op de hielen: de stukken die de oudste vorig jaar nog met veel zwier kocht en droeg, passen nu de jongste al. Binnenkort valt er niks meer door te geven, binnenkort krijgen we hier de ruzies: “mama, ze is weer met mijn jeans gaan lopen en die had ik écht vandaag toch willen aandoen”. “Ze moet uit mijn kast blijven, mama, ik vind het echt niet meer grappig”…

Ook onze jassenkapstok is opgeruimd. De laatste weken puilde die uit aangezien de winterjassen maar bleven hangen terwijl we af en toe toch al even met een zomerjas durfden uit te pakken. Om die dan ’s avonds volledig bevroren aan de kapstok te (laten) hangen. Alle winterjassen worden momenteel gewassen om dan in de kast weggeborgen te worden tot volgend jaar. Ik heb me dus nog wat meer strijk op de hals gehaald dan ik eigenlijk van plan was. Maar het doel – om zondag eindelijk eens strijkvrij aan een nieuwe week te beginnen – is nog steeds realistisch.

Is het dan niet saai zo’n thuisvierdaagse? Missen we niet vanalles? Hadden we nu momenteel niet één of andere stad moeten ontdekken? Of mee in de file gaan aanschuiven naar de zee of naar Pairi Daiza? Is het geen ongelooflijk gat in onze cultuur dat we gewoon in onze tuin gaan zitten? Wat doen we onze dochters aan? Soms mag het ook eens “gewoon” zijn. We zijn thuis met ons viertjes, we genieten van de zon en van elkaar. En ja, er wordt ook gewerkt in het huishouden en de echtgenoot werkt aan zijn deadlines. We zijn er niet volledig “uit”.

Maar soms kan ik er ook gewoon van genieten om alles rustig te kunnen afwerken. Om de tijd te hebben om alles “deftig” te doen. Om ’s morgens op het gemak de krant te lezen, een uurtje te fietsen met een boekje erbij en daarna de tijd te hebben om te koken en om wat te strijken. In plaats van raprap gehaast naar het werk te vertrekken en ’s avonds, als je al uitgeteld bent, te kiezen: fietsen, bloggen, quality time of toch maar de huishoudelijke taken verder af te werken. Of allemaal, na elkaar, en dan geen tijd te hebben om nog wat bij te praten…

We moeten soms zo veel. We leggen elkaar soms een onhaalbare levensstijl op. “Hoe, blijven jullie gewoon thuis?” En dan de blik erbij van “ocharme, sukkeltjes”. Terwijl ik er nu voor zorg dat ik volgende week eens een rustige werkweek ga hebben. Geen strijk die op me wacht, geen onhaalbare combinaties, maar ’s avonds gewoon rustig ontspannen. En het is niet dat we deze vierdaagse helemaal niks doen. We zijn gisteren met ons viertjes en de hond gaan wandelen, straks gaan we even naar ons dorpje om wat te shoppen en morgenavond maken de echtgenoot en ik nog eens tijd voor elkaar.

Maar we hebben geen koffers gepakt, we blijven in onze vertrouwde omgeving en we genieten van thuis uit. Van de simpele dingen. Van elkaar. Van een opgeruimd huis. Van winterkleren die gestreken en netjes opgeborgen zijn/worden tot de herfst van volgend jaar. Van een (héél) lang, uitgebreid bad met een boek. Van onze ligzetels in de zon, in onze tuin. Van onze hond, die zo blij is dat het zonnetje schijnt en buiten naast ons komt liggen. Van een barbecue met ons viertjes, in de veranda, met (voor het eerst) de schuifdeuren volledig open.

Hoe “gewoon” soms ook gewoon fijn kan zijn. Zelfs in je eigen huis of tuin ;-).

gewoon

 

Aprilse grillen…

April was een koude maand met twee gezichten. Telkens opnieuw slingerend van het ene uiterste in het andere. Een maand waarin we ziek waren en een feestje vierden. Een maand waarin goed nieuws uitmondde in stommiteiten. Een maand met hoogtes en laagtes.

Het was alweer een drukke maand. Elk weekend stond er minstens één activiteit op het programma. Leuk allemaal. We vierden de vierde geboortedag van het petekindje, de tweede verjaardag van het metekindje, er was de communie van de jongste, de opendeurdag bij de echtgenoot op school, we woonden een theatervoorstelling bij en eindigden met een lentefeest in de familie. De avondafspraken heb ik dan ook zoveel mogelijk trachten te beperken. Het huishouden schoot er deze maand zo al regelmatig bij in. Ik zit nog altijd met een strijkachterstand en ondanks hulp van oma raak ik maar niet bijgebeend. Al heb ik op dat vlak grootse plannen voor het lange weekend. Tegen zondag hoop ik eindelijk nog eens met lege manden een werkweek te kunnen ingaan.

IMG_6355Lang geleden trouwens dat april nog zo koud was. Normaal gezien wissel ik de zomer- en winterkleren telkens in de Paasvakantie. Met een sjaal erbij is het dan meestal wel te doen om na Pasen de zomerkleren – in laagjes – uit de kast te halen. Dit jaar heb ik tot vandaag (2 mei) mijn winterjas en winterkleren gedragen wegens afgrijselijke kou. Vorige week had ik zelfs spijt dat ik mijn handschoenen niet bij had. (En ja, ik ben een koukleum. Onder de 20 graden blijven mijn handen en voeten in ijsklompen veranderen en nestel ik mij ’s avonds liefst met een deken tot boven de oren in de zetel.)

Maar nu we dit lange weekend voor even de warmste plek in Europa zullen zijn, wordt het tijd voor de grote wissel. De jongste heeft morgen een facultatieve verlofdag, wat geweldig goed uitkomt. Dan kan zij meteen ook passen en kunnen we weer kleren sorteren. De oudste kan dan donderdag volgen. Kunnen we meteen ook een inventaris maken van de kledij die de dochters voor de zomer nog nodig zullen hebben. Maakt de mama een lijstje van “noodzakelijke” aankopen, terwijl de dochters hun “gewenste” aankopen oplijsten. Vreemd genoeg blijkt dat meer niet dan wel overeen te komen ;-).

Intussen blijven de dochters maar groeien. Vorige week had de jongste een paar nieuwe schoenen nodig. Het blijft vreemd om te constateren dat we hier intussen met zijn drieën dezelfde maat delen. Bovendien heb ik nog maar 5 cm over op de kleinste, die maar blijft doorschieten. Nog een jaartje misschien en dan zal ik officieel de kleinste in huis zijn. De oudste zit intussen met de regelmaat van de klok in mijn kleerkast. Ze vist er basisstukken uit (zo durft ze wel eens ongevraagd een zwart vestje te lenen) en heeft haar zinnen gezet op één van mijn zomerjurkjes. Waar ze – dat moet ik toegeven – ook wel fantastisch mooi mee staat. Maar ikzelf ben/was er ook niet mis mee, volgens de verder uiterst objectieve echtgenoot.

Gelukkig is ze niet over alle jurken even enthousiast. Sommige kledingstukken vindt ze best ok “voor een vrouw van mijn leeftijd”. Of dat nu een compliment was of niet, daar ben ik eigenlijk nog niet uit. Ik durf/wil het eerlijk gezegd ook niet vragen…

Enfin, wij zijn hier allemaal blij dat de aprilse grillen (even) voorbij zijn en dat we een paar rustige, warme dagen in het vooruitzicht hebben. We plannen terrasjes, een barbecue, ijsjes, een uitstapje en veel rust. We vinden dat we voorlopig wel genoeg stommiteiten gehad hebben. En tussendoor gingen we ook nog eens het huishouden bijwerken. Allicht zullen er keuzes gemaakt moeten worden. Rigoureus. Dat wordt weer een strijkachterstand begin volgende week ;-).

Lost and found – deel 2

Nadat vorige zaterdag mijn update van Windows 7 naar Windows 10 nogal rampzalig verlopen was, deden we dinsdag onze computer binnen bij de computerwinkel. Vrijdag mochten we normaal gezien de laptop terug gaan oppikken, maar toen bleek hij jammer genoeg nog niet klaar. Wel kregen we een beetje hoop, want ze hadden zo’n 3700 bestanden teruggevonden.

Toen we zaterdag de computer oppikten, bleek dat echter ijdele hoop. De bestanden die ze hadden teruggevonden, hadden ze allicht ergens uit een cloud of iets dergelijks gerecupereerd, want die bestanden hadden nooit op mijn laptop gestaan. Het waren nog oudere beeldbestanden, die op onze vaste computer (uit het stenen tijdperk) staan/stonden en waarvan we wél een back-up hadden.

Much ado about nothing dus, de computerwinkel. Maar dankzij wat Facebook-commentaar bij de vorige blogpost én een klein beetje opzoekwerk op het worldwideweb, kreeg ik ineens een ideetje. Als ik het herstelprogramma nu eens losliet op de memory card van ons fototoestel? Sinds het prille begin hebben wij immers hetzelfde kaartje gebruikt, waarvan ik regelmatig de bestanden wis, om er dan weer nieuwe op te zetten. En die ingeving had wel effect. Na veel gedoe, het ontdubbelen van een aantal bestanden, bleek ik op die manier toch de foto’s sinds vorige zomer terug te vinden. Niet alle bestanden waren herstelbaar, maar het overgrote deel (meer dan 1000 foto’s) vond ik toch terug.

_MG_4944De communiefoto’s van de jongste, de foto’s van de 70ste verjaardag van Opa, van de 12de verjaardag van de jongste, Nieuwjaar, Kerst, Sinterklaas en een gedeelte van de zomerfoto’s konden we recupereren. Dat was voor mij een immense opluchting. Van onze reizen (die qua aantal foto’s allicht de helft van het totale aantal innemen) hebben we immers meestal wel albums gemaakt. Daar hebben we nog tastbare herinneringen van.

Bovendien kon ik nog héél wat meer foto’s terughalen, maar die willen niet openen. Die zijn blijkbaar niet te herstellen. Enfin, we zullen nog één keertje gespecialiseerde hulp inroepen en hopen op het beste. Maar ik vrees er een beetje voor. Het doet nog altijd pijn om te beseffen wat we verloren hebben, maar tegelijkertijd ben ik toch ook opgelucht om hetgeen we al teruggevonden hebben. Het weekend heb ik dan ook grotendeels achter de computer doorgebracht. Alle bestanden die we gevonden hebben, zijn geordend, gesaved op de laptop, in een cloud en op een stick. Bovendien heb ik ook alle albums die ik op Facebook had, gedownload, geordend en driedubbel beveiligd. Kwestie van de verloren jaren toch enigszins terug op te vullen…

Toen ik vanmiddag met de dochters naar mijn ouders trok, nam ik het fototoestel mee. Het was mooi weer, onze dames hebben buiten gespeeld met het jongste neefje, terwijl ik foto’s nam. Om nieuwe, tastbare herinneringen te maken. Die we ditmaal wél driedubbel zullen beveiligen en waarvan we zo snel mogelijk albums zullen maken. Laat ons hopen dat deze ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoot. Want dit lesje heeft serieus zeer gedaan :-(.

Meisjesmama, jongensmeter

Twee dochters heb ik. Ongelooflijk fier ben ik op mijn meiden. Ongelooflijk gelukkig ook met onze prachtige dames. Vooral omdat ik nooit geloofde dat het voor mij weggelegd zou zijn. Ik zag mezelf immers helemaal als jongensmama. Zelf ook een halve jongen, met mijn rattenkopje in de puberteit. Ik voetbalde en ik had zelfs redelijk wat speldoorzicht (wat enorm frustrerend was als we met een damesploeg in competitie probeerden uit te komen en je één van de weinige speelsters was die probeerde “je vrouw” en je positie te houden, terwijl de rest van de ploeg als een zwerm bijen op de bal afdook). Ik was toen al ongelooflijk geïnteresseerd in sport en had absoluut niks met de typische meisjesdingen. Een kort kapsel was vooral handig bij het sporten en kleren moesten eerst en vooral “praktisch” zijn.

Dat veranderde wel wat bij het ouder worden: de jongensinteresses mogen dan wel gebleven zijn, het jongensachtige ging er (gelukkig) toch wat af. Vooral qua kledingstijl dan toch, make-up, kapsels en accessoires zijn nog altijd niet echt mijn ding en echt handig kan je mij ermee niet noemen. Toen we dus aan kindjes begonnen, was ik er altijd van uitgegaan dat er jongens zouden volgen. Het was dan ook (even) schrikken toen de gynaecoloog een meisje ontdekte in mijn buik. Ik moest toch even wennen aan het idee. Maar lang duurde dat niet, en toen we bij een tweede zwangerschap ontdekten dat we terug een dochter verwachtten, was ik stiekem blij: twee zusjes.

Dat de echtgenoot de naam niet zou verder zetten, vond ik wel erg. Dat hij geen zonen zou hebben om mee naar het voetbal te gaan, daar zat ik toch ook even mee in mijn maag. Hij niet, dat zou hij dan wel met zijn kleinzonen doen. En onze dames groeiden op en geheel naar familietraditie waren het toch ook weer geen poppemiekes: ze speelden met Playmobil, bouwden (net als de papa) Lego (al waren het dan Harry Potter-huizen, en verkozen ze Lego Friends en Lego City). Al vrij vroeg keken ze mee naar onze voetbalwedstrijden en probeerden ze de matchen mee te volgen en te begrijpen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan of misschien hebben wij hen een klein beetje geïndoctrineerd. Een piepklein beetje maar ;-)!

En toen werd ik gevraagd om meter te worden van één van de kindjes van mijn broer. En ditmaal was ik ervan overtuigd dat het een meisje zou worden. Maar het werd een zoontje en het was liefde op het eerste gezicht. Een jongetje. Een kleine stap in het onbekende. Bij meisjes wist ik intussen perfect wat ze wilden, waar we ze blij mee konden maken en de dochters waren ook altijd bereid om die arme mama met raad en daad bij te staan, maar een jongetje was toch iets nieuws. Maar het klikte en al snel begrepen we elkaar. Ik mocht hem verwennen met voetbalspulletjes, kastelen, ridders, draken en dinosaurussen. Hij werd een voetbalmannetje. Uiteraard, want onze indoctrinatie ging gewoon verder ;-). En hij weet op zijn bijna negende al goed wat hij wil, ook al wil dat zeggen dat hij voor een andere ploeg supportert dan zijn papa. En de meter staat erbij, kijkt ernaar, moedigt zijn keuzes aan en juicht mee in stilte.

7 jaar later kreeg ik een nieuw verzoek tot het meterschap, ditmaal van mijn jongste zus. En het werd opnieuw een jongetje en weer was ik meteen verkocht. Intussen is hij twee geworden (stilaan oud genoeg om de voetbalindoctrinatie te beginnen), één brok energie en vrolijkheid. Hij windt ons allemaal rond zijn vingertjes, we weten het en we genieten ervan. Wat natuurlijk gemakkelijk is als je als meter het opvoedwerk aan de ouders kan overlaten.

Ik voel me de koningin te rijk, met mijn twee dochters en mijn twee jongens-metekindjes. Ergens is er in de loop der jaren een mooi evenwicht gekomen tussen de dames en de heren in mijn leven.

Onverhoopt nieuws uit het Noorden

De voorbije jaren vierden wij telkens vakantie in “la dolce Italia”. Op aansturen van de vrouwen des huizes en die hadden daar alledrie zo hun eigen redenen voor. De zon, het lekkere eten, de schone landschappen, de gezellige steden, de Italiaanse taal, de ontspannen manier van leven, gelati, schoenen… om er maar een paar te noemen. Voor de jongste was de belangrijkste reden echter haar Noorse vriendinnetje dat ze er een paar jaar geleden had leren kennen.

5 jaar geleden gingen wij voor het eerst naar Toscane. We kwamen er terecht in één van de vele agriturismi die de streek rijk is en onze dames beleefden er 2 fantastische weken. We hadden er ongelooflijk veel geluk met onze collega-vakantiegangers: een hele troep kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd en het klikte. Ze vormden een gezellig groepje met Vlamingen, Nederlanders, Noren, Zweden,…  Ze zetten samen het zwembad op stelten, ’s avonds speelden ze tot in de late uurtjes verstoppertje. Tot wij, de grote spelbrekers, hen binnenriepen. Het was altijd te vroeg en het kon de volgende dag niet snel genoeg gaan om de vriendjes terug op te zoeken.

Na de eerste week vertrokken er een aantal gezinnen, maar een Noorse familie bleef net als wij de volle 2 weken. Het klikte tussen de meisjes, en vooral tussen onze jongste en hun oudste. Al hadden ze soms nog vertaalhulp van de papa’s nodig bij hun onderlinge communicatie, toch speelden ze een hele week samen. Afscheid nemen was dan ook zwaar. En dus wisselden we adressen en Facebook-gegevens uit en stuurden we een nieuwjaarskaartje.

De volgende zomer bleven wij thuis. Zij keerden terug, dat zagen we op Facebook. Het was heel erg verleidelijk en een zomer later trokken ook wij opnieuw naar Italië. De avond voor ons vertrek sprak de jongste de hoop uit om haar vriendinnetje terug te vinden, maar wij zetten haar met beide voetjes terug op de grond. Dat die kans toch héél erg klein was, maar dat ze zeker wel andere vriendinnetjes zou vinden en dat we er sowieso een fijne vakantie van zouden maken met ons viertjes. Groot was onze verbazing toen we arriveerden en vrijwel onmiddellijk de Noorse familie weer tegen het lijf liepen. En alweer werden het gezellige weken.

Een jaar later spraken we af en brachten we opnieuw een week samen door. Het werd zo stilaan een traditie. Eentje waar we eigenlijk al naar uitkeken. Stilaan maakten we ook plannen om zelf eens naar Noorwegen te trekken én hen daar een bezoekje te brengen. Vorig jaar trokken wij terug naar Italië, maar wisten we op voorhand dat onze Noorse vrienden er niet zouden zijn. Het was een beetje vreemd, het voelde toch anders. En dus maakten we vorig jaar in Italië plannen om dit jaar eens naar het Hoge Noorden te trekken: Kopenhagen en dan verder naar Noorwegen.

Onze verbouwplannen gooiden echter roet in het eten. Dit jaar investeren we in ons huis en dus besloten we na familieoverleg om nog een allerlaatste keer terug te keren naar het vertrouwde adresje. De echtgenoot stuurde een berichtje naar de Noren en liet hen weten dit jaar jammer genoeg niet in Noorwegen te raken, maar onze zomer opnieuw in Toscane door te brengen. Groot was onze verbazing toen we deze week, laat op de avond, een berichtje kregen uit het hoge Noorden. Dat ze ons maar al te graag opnieuw ontmoeten “onder de Toscaanse zon”.

De jongste sliep al. Even dachten we het stil te houden en hen te verrassen in Italië, maar zo lang zou ik écht niet kunnen zwijgen. En dus mocht ik ons kleintje de volgende morgen wakker maken met de woorden “Weet je van wie we gisteravond een berichtje kregen via Facebook?” Ze raadde eigenlijk van de eerste keer juist. “Komen ze terug? Echt waar?” Haar gezicht sprak boekdelen. Wat een fijne manier om de dag te beginnen! En met de lente in het land, het zonnetje dat (eindelijk) een klein beetje zomergevoel bracht, en het onverwachte Noorse nieuws, zaten wij deze week allemaal toch een beetje met ons hoofd in Italië. Laat het aftellen beginnen ;-).

toscane

Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

Mama’s kleine vakantieverdriet

Vorige week genoten wij hier met zijn allen van onze Paasvakantie. Deze week moest de mama jammer genoeg alweer aan het werk, terwijl de dochters en de leraar-echtgenoot nog een weekje langer vakantie vieren. En alhoewel ik het intussen, in het twintigste jaar van mijn professionele leven, al gewend zou moeten zijn, blijft het toch telkens weer pijn doen.

Het betekent immers dat ik mijn bed uitspring van zodra de wekker gaat en dat ik de rest van het ochtendritueel zo stil mogelijk probeer af te werken. Want de echtgenoot en de dochters slapen uit en dat probeer ik zo te houden. Bovendien heb ik op weg naar de volwassenheid toch enigszins vooruitgang geboekt. Toen ik vroeger “zachtjes” de trap probeerde af te gaan, was het volgens mijn moeder altijd “net of er een bende olifanten passeerde”.

Alhoewel er af en toe nog wel eens een ongelukje gebeurt, zeker als je niet uitgeslapen bent. Dan laat je de elektrische tandenborstel natuurlijk met veel gerammel en geklingel in de wasbak vallen. Of dan valt de deur veel luider toe dan je verwacht had. Of dan ben je natuurlijk nog iets in de kamer vergeten en moet je de deur, die je een kwartier eerder zachtjes achter je had toegetrokken, weer openen. Of dan staat er ineens een dochter voor je neus en verschrik je je (luidkeels) een ongeluk. Of de doucheknop gaat met geweldig veel gebonk tegen de douchebodem en knalt onderweg ook nog eens stevig tegen de muur waarachter de oudste probeert te doen alsof ze mama écht niet hoort. Of de deur van de badkamerkast open laten staan omdat het klopt telkens je ze sluit en vervolgens dan keihard met je kop tegen de openstaande deur knallen. Of je blote tenen (want dat maakt veel minder geluid dan schoenen aan je voeten) dan wel tegen de deur stoten. Niet dat dat zoveel lawaai maakt, maar de pijnkreet en het bijhorende gevloek natuurlijk wel.

Of je trekt beneden de koelkast open en een fles drank, die duidelijk niet goed geplaatst was, valt eruit, wat een hels lawaai maakt. (En dan kan je nog eens de keuken beginnen opkuisen, terwijl je eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk – zonder al te veel geluid – het huis probeerde uit te sluipen.) Tijdens de vakantieweken valt het ook héél hard op hoe de voordeur toch altijd zo’n vreselijk kabaal maakt als die in het slot valt, zeker als het voor de rest muisstil is. En ik doe écht waar héél hard mijn best, maar de keren dat de echtgenoot ’s avonds vraagt: “zeg, wat was dat nu toch weer deze morgen?” zijn hier niet meer op één hand te tellen. En al bovenstaande gevalletjes heeft yours truly ook al minstens één keer “live” meegemaakt op een vroege vakantieochtend.

En waar dat gezegde van de ezel en zijn steen vandaan komt, begrijp ik eerlijk waar ook niet, want ons (mij) overkomen sommige onfortuinlijke gebeurtenissen echt wel tot verschillende keren toe. Maar telkens het wel lukt om het huis in relatieve stilte te verlaten en iedereen nog rustig ligt te slapen als ik vertrek, bloedt mijn (moeder)hart een klein beetje. Dan wil ik eigenlijk niets liever dan terug naar binnen gaan, in mijn bed kruipen en de rest van de dag met mijn geliefden doorbrengen.

Alhoewel ik het de kinderen en de echtgenoot van harte gun, ben ik telkens toch stiekem een beetje blij als de vakantie erop zit, als alles terug zijn gewone gangetje gaat en we allemaal terug in het normale ritme zitten. Als ik me ’s morgens geen zorgen hoef te maken om het behoud van de stilte en het vermijden van welk lawaai dan ook. Als er ineens een pak minder ongelukjes gebeuren ’s morgens vroeg (in mijn verbeelding dan toch). Als de dames des huizes weer een ochtendhumeur hebben wegens niet uitgeslapen en drukdrukdruk. Als we het ochtendritueel in alle haast doorspartelen omdat we liever een kwartiertje langer slapen dan de dag rustig te beginnen. Als we aan een stuk door de kinderen moeten aanzetten tot haast en spoed omdat het nu écht wel hoog tijd is om te vertrekken.

Misschien is het dan toch niet zo erg om (min of meer) stilletjes het huis uit te sluipen in de vakantie…

morning people

Temptation Island: de ultieme verleiding?

Nooit gedacht dat ik een blog zou wijden aan dit programma. Het is niet echt mijn favoriete tv-programma, om het zacht uit te drukken. Maar je kan niet ontkennen dat er alweer een hype rond hangt en laat de tieners in huis daar nu net gevoelig voor zijn. Of ze het mochten opnemen? Tja, dat het niet bepaald een stichtend programma zou zijn, dat was vrij voorspelbaar. Bovendien zijn alle beelden tegenwoordig toch op internet te vinden, dus dacht ik dat we maar beter samen konden kijken. Om de discussie aan te gaan en de Temptation-realiteit hier en daar een beetje bij te kleuren.

De eerste twee afleveringen keken we met ons drietjes. De mama was stiekem vooral gerustgesteld toen de dochters op het juiste moment bezwaar aantekenden. Dat het toch wel héél snel gaat. Dat in de fout gaan na amper 2 dagen in een gelukkige relatie misschien toch geen normaal gedrag is. Maar dat het programma dan ook geen “normale omgeving” is. Dat drank misschien wel rare dingen doet met een mens, maar dat te veel drinken geen excuus is om dan maar in de fout te gaan. Enzovoort. We praten erover en af en toe laat ik hen even nadenken. Zo kan zelfs Temptation Island een goede aanleiding vormen om hen te leren dat het leven niet altijd zwartwit hoeft te zijn, maar dat er nog vele tinten grijs tussen liggen…

Maar toen ging Marvin op het eiland nog een stapje verder. Wij besloten dan ook dat onze jongste toch écht nog te veel kind is voor dergelijke beelden. Maar zij maalde er niet om. Ze volgt nog wel mee en informeert wel naar wat er precies gebeurde, maar hoeft dat (gelukkig) niet meteen met eigen ogen te zien. De oudste keek met haar 14 jaar wel, samen met de mama. Zij stelde zich achteraf vooral veel vragen. Of alle mannen nu echt bedriegers zijn? En of zij dan naïef is?

En dan probeer je nog maar eens uit te leggen dat zo’n programma niet de realiteit is, verre van. Dat er daar op dat eiland alles aan gedaan wordt om toch maar dit soort beelden te kunnen tonen. Dat het dan misschien wel een beetje (veel?) uitgelokt is, maar dat het toch écht wel gebeurd is en dat dit ook wel in het dagelijkse leven voorkomt. Dat je gerust in de liefde mag geloven, maar dat je ook niet blind mag zijn.

Want liefde is nu eenmaal geen Disney-sprookje van “ze leefden nog lang en gelukkig”. Er is niks mooiers dan je leven te delen met iemand die je begrijpt, steunt, aanvult en vertrouwen geeft. Toch is een relatie (zelfs met de beste bedoelingen) soms ook hard werken, ruzie maken, op elkaar zagen, sleur en alledaagsheid. Maar een “Temptation Island” is het voor mij nu ook weer niet. In het dagelijks leven gebeurt het niet zo vaak dat ze je volgieten met drank om dan vrouwen of mannen op je af te sturen die er alles voor over hebben om je binnen te doen. “Verleiden” noemen ze dat daar. Dat woordje heeft voor mij toch wel een hele andere betekenis ;-).

Als volwassene kan je dat allemaal best relativeren. Maar onze tieners, in volle puberteit en onzekerheid, met vallen en opstaan op weg naar volwassenheid, heen en weer slingerend tussen Disney en de grauwe realiteit, die vatten het niet altijd. Zij denken daarover na en weten niet meer goed wat ze moeten geloven. Als mama vraag ik me dan af of ik hen niet beter nog even in de waan gelaten had. Of ik het Disney-sprookje nog even intact had moeten houden. Maar tegelijkertijd weet je dat het nu eenmaal geen rozengeur en maneschijn is en wil je hen net weerbaar maken. Wil ik ervoor zorgen dat ze opgewassen zijn tegen teleurstellingen, tegen pijn, tegen verdriet. Wil ik dat ze leren dat je zelfs dat overleeft en dat je er sterker van wordt: “What doesn’t kill you, makes you stronger.”

zevende hemelEn dan blijkt opvoeden eens te meer zoeken en tasten en het zeker niet altijd even goed weten. Een beetje aanmodderen, met de beste bedoelingen, maar zonder te weten waar het je zal brengen. En dan kan je alleen maar hopen dat ze hier en daar wat oppikken. Dat ze sterk genoeg zullen zijn op de momenten dat dat van hen gevraagd wordt. Stiekem hoop ik wel dat ze toch een beetje naïef blijven, vol dromen en romantiek. (Net als de mama ;-)!) En dus zullen we dit weekend misschien nog eens met ons allen naar een Disney-film kijken, als tegengewicht tegen al het Temptation-cynisme… Al bleken onze dames het dan weer een beter idee te vinden om de Twilight-saga nog eens boven te halen, “als je dan toch moderne romantiek wil, mama”. Zucht.

Haar eerste fuif

Onze oudste is 14, op weg naar 15 en zit in het derde middelbaar. Op haar school mogen ze dan voor het eerst naar de schoolfuif. Met apart polsbandje, want drinken zit er (nog) niet in. (In theorie uiteraard). En dus kregen wij een paar weken geleden de al zo lang gevreesde vraag “Mag ik naar de fuif?”, onmiddellijk vergezeld van het onafscheidelijke “Iedereen van de klas mag”.

We hebben onderling overlegd, haar nog even in spanning gehouden en uiteindelijk – nadat ook haar jeugdvriendin thuis groen licht gekregen had – onze toestemming gegeven. Om haar dan nog een paar weken te overstelpen met “goede” raad. “Let op elkaar, blijf bij elkaar, zorg voor elkaar, let op je drankjes, drink niks dat raar smaakt,…” Maar gisteren was het zo ver. En dus zorgde de mama ervoor dat ze op tijd thuis was om haar dochter naar een vriendin te brengen. Daar hadden ze met een hele groep meisjes afgesproken om samen te rijden, want “dan hoef je niet alleen binnen te gaan”.

Ze was toch een beetje nerveus, mijn meisje, en dus heb ik haar alleen maar op het hart gedrukt om ervan te genieten. Om zich te amuseren en te dansen. Toen we arriveerden, heb ik haar nog even geknuffeld (dat mocht gelukkig nog) en haar losgelaten. Ze werd onmiddellijk opgenomen in de vriendinnenkliek en meegenomen. “Nu worden ze toch echt groot, hé”, zuchtten wij mama’s toch even samen en toen reed ik naar huis.

En dan zit je thuis in de zetel te wachten tot je haar mag gaan oppikken en blijkt het toch niet evident om je wakker te houden. En dan zullen de uren in de komende jaren nog wel wat opschuiven. Dan denk je terug aan jouw schoolfuiven, in de prehistorie. Toen er nog gerookt mocht worden en je stinkend naar rook en bier terug thuis kwam. Dat het druk was, dat je eigenlijk geen ruimte had, dat er wel eens getrokken en geduwd werd. Dat er altijd toch een aantal jongens en meisjes waren die geen maat konden houden. Dat dat dansen eigenlijk toch niet veel voorstelde (wegens te veel volk). Dat oogje op de klok om zeker niet te laat buiten te zijn want anders duurde het weer een hele tijd eer je naar je volgende fuif mocht.

Eigenlijk vond ik daar zelf niet zo veel aan, aan die schoolfuiven in het middelbaar. Pas later toen ik kon uitgaan in Leuven werd het écht leuk. Al blijven de mooiste herinneringen gelinkt aan avondjes in onze fakbar die op geïmproviseerde feestjes uitdraaiden. Waar in de vroege uurtjes toch gedanst werd op plaatjes die we aanvroegen of zelf draaiden. Ik heb het nooit écht gehad op die massaevenementen waar je geen plaats hebt om te dansen, te draaien of te ademen. Maar er is niets leukers dan zot doen met een klein groepje.

Maar onze oudste had het wel leuk gevonden. Het blijft toch een belevenis. Die eerste keren kijk je toch je ogen uit. Zie je je klasgenoten ineens in een ander daglicht. Maar toen ze vertelde dat het vooral écht leuk was in het begin, toen er nog niet te veel volk was en ze nog goede muziek draaiden (“niet van die slechte boenkeboenke”), dacht ik toch “dat is onze meid”. En was de mama vooral opgelucht dat alles goed verlopen was en dat ze zich geamuseerd had. Dat alle stiekeme zorgen (in mama’s hoofd) voor niks geweest waren, maar dat ze gewoon genoten had van het springen op “The Hum”. Al moeten we als rechtgeaarde rockers misschien toch nog een beetje werken aan onze muzikale erfenis ;-)!