J’aime, j’aime la vie…

30 jaar geleden is het intussen al dat Sandra Kim voor België het Songfestival won. 13 was ik toen. In mijn herinnering stelde het Songfestival toen echt nog iets voor. Geweldige liedjes kwamen er toen uit voort, die ook effectief de toenmalige hitparades haalden. Mijn liefde voor Italië vond er zijn oorsprong, zeker toen de landen nog verplicht waren in hun eigen taal te zingen. Fantastisch vond ik die vele nummers in onverstaanbare talen, waarvan je af en toe toch iets herkende.

Maar misschien zijn mijn herinneringen toch een beetje gekleurd. Allicht zat er toen evenveel bagger in als vandaag, maar herinner ik me alleen “het feest” dat ermee samenhing. Voor het Songfestival mochten wij als kinderen immers langer opblijven en zeker vanaf het moment dat we op de puntentelling mochten wachten, was het spannend. Toch die paar keren dat België écht meedeed voor de knikkers. Die twee keer dus, met Sandra Kim en later Urban Trad (ook onverstaanbaar trouwens, ook al was het dan Belgisch).

Het waren ook de weinige momenten dat je écht fier was op hetgeen je land bracht. Dat je volop duimde dat we toch zeker weer niet laatste zouden zijn. Dat je stiekem leedvermaak had als één van de grote landen achter ons kleine landje eindigde. Dat je weer zat te hopen op die Nederlandse punten, die vaak ook onze enige punten waren. Tenzij één of ander Oost-Europees land zich bij het voorlezen van hun punten vergiste en ons (in plaats van Belarus of Bulgarije, wie weet) per ongeluk ook een paar puntjes toekende. De sfeer was toen (bijna) even goed als tijdens de matchen van de Rode Duivels (alhoewel zij 30 jaar geleden in juni ook voor een sportief hoogtepunt zorgden). En qua spanning waren de voetbalmatchen in die periode zeker ook ongeëvenaard.

Wat het Songfestival in mijn herinnering als kind was, is het absoluut niet meer. Alhoewel het de laatste jaren ook terug aan charme gewonnen heeft. Zeker als je tijdens het Songfestival ook op Twitter zit en met heel België en Nederland samen “meeleeft” en commentaar geeft. Hilarisch zijn soms de opmerkingen over het kattengejank, de geweldige acts en de kostuums (of het minimum aan textiel waarin sommige deelnemers zich hullen).

Straks zullen we dan ook duimen voor onze Laura, alhoewel we de laatste jaren wel eens véél sterkere inzendingen afgeleverd hebben, maar kom. Want de finale zaterdag is een pak minder spannend zonder Belgische vertegenwoordiging. En laat onze kinderen nu intussen ook de leeftijd hebben dat ze meeleven en meeduimen tot na de puntentelling. Vorig jaar beleefden ook zij hun topavond met Loic Nottet.

Of er dit jaar weer een onvergetelijke editie inzit, is hoogst onzeker. Ik heb nog geen échte toppers gezien in de eerste halve finale, al “kijk ik uit” naar de wolvenzanger van straks, maar we duimen alvast voor véél kitsch en glitter. Is er niks te zien of te horen, dan zal Twitter vast en zeker wel de moeite zijn ;-)…

Advertentie

Lost and found – deel 2

Nadat vorige zaterdag mijn update van Windows 7 naar Windows 10 nogal rampzalig verlopen was, deden we dinsdag onze computer binnen bij de computerwinkel. Vrijdag mochten we normaal gezien de laptop terug gaan oppikken, maar toen bleek hij jammer genoeg nog niet klaar. Wel kregen we een beetje hoop, want ze hadden zo’n 3700 bestanden teruggevonden.

Toen we zaterdag de computer oppikten, bleek dat echter ijdele hoop. De bestanden die ze hadden teruggevonden, hadden ze allicht ergens uit een cloud of iets dergelijks gerecupereerd, want die bestanden hadden nooit op mijn laptop gestaan. Het waren nog oudere beeldbestanden, die op onze vaste computer (uit het stenen tijdperk) staan/stonden en waarvan we wél een back-up hadden.

Much ado about nothing dus, de computerwinkel. Maar dankzij wat Facebook-commentaar bij de vorige blogpost én een klein beetje opzoekwerk op het worldwideweb, kreeg ik ineens een ideetje. Als ik het herstelprogramma nu eens losliet op de memory card van ons fototoestel? Sinds het prille begin hebben wij immers hetzelfde kaartje gebruikt, waarvan ik regelmatig de bestanden wis, om er dan weer nieuwe op te zetten. En die ingeving had wel effect. Na veel gedoe, het ontdubbelen van een aantal bestanden, bleek ik op die manier toch de foto’s sinds vorige zomer terug te vinden. Niet alle bestanden waren herstelbaar, maar het overgrote deel (meer dan 1000 foto’s) vond ik toch terug.

_MG_4944De communiefoto’s van de jongste, de foto’s van de 70ste verjaardag van Opa, van de 12de verjaardag van de jongste, Nieuwjaar, Kerst, Sinterklaas en een gedeelte van de zomerfoto’s konden we recupereren. Dat was voor mij een immense opluchting. Van onze reizen (die qua aantal foto’s allicht de helft van het totale aantal innemen) hebben we immers meestal wel albums gemaakt. Daar hebben we nog tastbare herinneringen van.

Bovendien kon ik nog héél wat meer foto’s terughalen, maar die willen niet openen. Die zijn blijkbaar niet te herstellen. Enfin, we zullen nog één keertje gespecialiseerde hulp inroepen en hopen op het beste. Maar ik vrees er een beetje voor. Het doet nog altijd pijn om te beseffen wat we verloren hebben, maar tegelijkertijd ben ik toch ook opgelucht om hetgeen we al teruggevonden hebben. Het weekend heb ik dan ook grotendeels achter de computer doorgebracht. Alle bestanden die we gevonden hebben, zijn geordend, gesaved op de laptop, in een cloud en op een stick. Bovendien heb ik ook alle albums die ik op Facebook had, gedownload, geordend en driedubbel beveiligd. Kwestie van de verloren jaren toch enigszins terug op te vullen…

Toen ik vanmiddag met de dochters naar mijn ouders trok, nam ik het fototoestel mee. Het was mooi weer, onze dames hebben buiten gespeeld met het jongste neefje, terwijl ik foto’s nam. Om nieuwe, tastbare herinneringen te maken. Die we ditmaal wél driedubbel zullen beveiligen en waarvan we zo snel mogelijk albums zullen maken. Laat ons hopen dat deze ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoot. Want dit lesje heeft serieus zeer gedaan :-(.

North and South: jeugdsentiment of…?

north-and-southSinds een paar weken zijn de dochters in onze verzameling tv-series gedoken. Het begon allemaal toen de oudste voor geschiedenis naar “iets middeleeuws” moest kijken. Toen we haar voorstelden om dan maar “The Pillars of the Earth” te bekijken, wou ze dat wel eens proberen. (Ze moest het toch maar één aflevering uithouden, dan had ze haar job gedaan.) Maar ze zat wel heel snel in het verhaal van Aliena en Jack en dus ging de hele reeks er vlotjes door. Een beetje tot ongenoegen van de jongste die al dat geweld, de hekserijen, het bijgeloof, het moorden, plunderen en verkrachten maar niks vond, maar wel bleef meevolgen.

Deze serie is gebaseerd op een boek van Ken Follett, waar wij (en de oudste trouwens ook) al met veel plezier de Century-trilogie van lazen. Na de serie waagde de oudste zich ook aan het boek, en zijn opvolger, World Without End. Aangezien ook de oudste gebeten is door de leesmicrobe, had ze niet veel tijd nodig om zich doorheen de nochtans lijvige turven te “worstelen”. En omdat we ook de tweede serie hier in huis hebben staan, lag het voor de hand dat ze zich nog wel wat verder in de middeleeuwse sferen wou onderdompelen. Maar nu werd het protest van de jongste groter. Ze had het gehad en dus zocht de oudste momenten zonder de jongste om toch maar verder te kunnen kijken. Al is de jongste verbazend snel mee met het verhaal als ze in de buurt is tijdens de uitzending…

Grappig eigenlijk, want voor de rest is de jongste dan weer dol op Bones en heeft zij absoluut geen problemen met de vele lijken in de verschillende staten van ontbinding, die daar op de onderzoekstafel van het Jeffersonian belanden. Zelfs de echtgenoot durft – als hij per ongeluk eens mee voor de tv zit – dan wel eens te zuchten: “Moet dat nu echt allemaal getoond worden?”.

Zaterdagavond was er weer niks op tv en zag de jongste een nieuwe portie middeleeuwen écht niet zitten. En dus stelde mama voor om “North and South” te bekijken. Een portie drama en romantiek ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog, met o.a. Patrick Swayze. Ik was een jaar of 12 toen de serie op Nederland uitgezonden werd en ik speciaal wat langer mocht opblijven. We spreken dan ook over het prehistorisch pre-VTM-, pre-digibox-tijdperk. Opnemen was in die tijd met de videocassettes risky business: het durfde wel eens fout lopen (of je cassette was vol, godbetert, uiteraard net voor de episode zou aflopen ;-)! Bovendien moest je in die tijd écht een hele week wachten op het vervolg: binge watching bestond toen nog niet en er was nog geen internet om de series online te gaan opzoeken. Ook de echtgenoot wist het heldendom, de vriendschap én de heroïsche strijd tussen onze helden uit het Noorden en het Zuiden van de VS wel te appreciëren.

Zaterdag leek dan ook het ideale moment om ons jeugdsentiment te herbeleven. Maar dat was buiten de oudste gerekend. We waren nog geen 10 minuten ver of ze protesteerde al tegen het stereotiepe beeld dat van de mannen en de vrouwen wordt opgehangen in de serie. En ergens heeft ze wel een beetje gelijk. “De vrouwen mogen alleen maar mooi zijn en wachten. Die doen niks. Waar zit de Jeanne D’Arc van deze serie?” Ons argument dat de rol van de vrouwen in die tijd jammer genoeg niet veel meer om het lijf had, veegde ze categoriek onder de mat. Want in haar series over de middeleeuwen wordt het verhaal ook telkens gedragen door een sterke vrouw…

En dus moesten we al na de eerste aflevering concluderen dat een 30 jaar oude serie misschien meer zegt over de tijdsgeest waarin ze gemaakt werd dan over de historische periode waarover ze verhaalt. Wat is er op 30 jaar tijd veel veranderd, ook in de manier waarop we naar vrouwen en hun rol in de maatschappij kijken. Er was een 14-jarige tiener nodig om ons met de neus op de feiten te drukken. Met dank aan de lessen Nederlands over stereotypering ;-).

Het kittelmoment #boostyourpositivity

Het laatste thema in de #boostyourpositivity-challenge van Danone is “kids”. Quality time met je kinderen en de grootste uitdagingen die je als mama doormaakt. Ik ben dol op mijn kinderen. Ik ben ontzettend dankbaar dat ik mama ben kunnen worden: ik had me mijn leven zonder kinderen niet kunnen voorstellen.

Als klein meisje was ik – naar het schijnt – al een zorgzaam moeke voor “het zusje van Zwarte Piet”. Jaja, de beste vriend van de Sint had speciaal voor mij een kleintje achtergelaten in een draagmandje. Maanden- of jarenlang heb ik mijn “kindje” en haar mandje overal heen gesleurd. Zelfs jaren later zat ze nog altijd (louter als versiering uiteraard) op een rek in mijn kamer, ook toen ik al veel te oud was om nog met poppen te spelen. Ik heb zelfs ooit nog geprobeerd haar aan de dochters te verpatsen, maar mijn popje had een krullenbol en dat vonden onze dames (opgegroeid met babypopjes) maar niks. Mijn (poppen)moederhart brak toen onze dames mijn poppemieke met dat rare haar maar akelig vonden…

Toen we aan kindjes begonnen, was ik daar vrij naïef in: je oefent een paar maanden en hup, 9 maanden later krijg je een baby en leef je nog lang en gelukkig. Maar het liep even anders. Niemand had me verwittigd dat het ook wel eens mis kon gaan. Dat de dromen over een kindje soms ook een abrupt einde kennen. En dus waren we des te meer dankbaar voor de meisjes die er wel kwamen. Onze grootste rijkdommen.

En het waren dan ook nog eens gemakkelijke kinderen. De oudste sliep al vanaf dag 3 door, de jongste had daar amper 8 weken voor nodig. En als je genoeg slaap hebt, dan kan je de wereld aan. Wij toch, want wij zijn nu eenmaal een familie van slapertjes. Allemaal. De grootste uitdagingen hier in huis zijn dan ook de ochtenden dat één of meerdere (meestal vrouwelijke) gezinsleden niet voldoende slaap gehad hebben. Dan kan er wel eens een boom(pje) (door)gezaagd worden of komt het al eens tot een uitbarstinkje.

En de appel valt niet ver van de boom hoor. Soms is het alsof de mama in een spiegel kijkt als ze de oudste bezig ziet. “Kruip maar rap in je bed, want je hebt duidelijk niet genoeg geslapen.” De oudste heeft dan nog het excuus dat ze midden in haar puberjaren zit en dus meer nood heeft aan slaap. Bij de rest van ons is het gewoon biologisch: wij hebben nu eenmaal meer slaap nodig dan de gemiddelde Vlaming ;-).

zoedt-wenskaart-mijn-hart-giechelt-van-gelukOnze grootste en meest geliefde kwalitijd speelt zich dan weer af in de zetel. ’s Avonds, net voor het slapen gaan, kruipen de vrouwen hier in huis met zijn drieën in de zetel. Onder een dekentje kijken we samen naar Thuis. Daarna moet de jongste naar boven en wat later volgt ook de oudste.

Op sommige avonden hangen we gewoon tegen elkaar aan: lekker warm en gezellig. En als de mama dan haar dochters dicht tegen zich aan voelt, dan kan ze zich soms niet inhouden. Dan wordt er al eens gekitteld, of in billen geknepen,… En dan wordt er hier gelachen tegen de sterren op, want de jongste kan daar niet tegen. De mama eigenlijk ook niet, wat de oudste intussen durft uit te buiten. En dan lopen die kittelgevechten uit de hand tot er iemand “zich overgeeft” of al lachend uit de zetel rolt.

Geen betere manier om alle stress en drukte van de dag van je af te lachen. Al weet ik niet of de onschuldige slachtoffers het daar altijd mee eens zijn ;-)!

 

Vrolijk Paasfeest!

Nele PasenPasen. Eitjes rapen, lekker eten en koers kijken 😉 Zo ziet de dag bij ons eruit. Al jaren. Zelfs al toen ik een kind was. Wij werden toen meestal gewekt door onze nicht en neef, de buurkindjes. Wij hadden toen al meer moeite met opstaan en dus hoorden we de gilletjes van opwinding tot boven. “Ja, ik heb er één gevonden.” “Oh, wat een mooi, kom eens kijken…” Dan waren wij ook niet meer te houden natuurlijk. Stel dat ze aan onze eieren zouden zitten…

Wij zochten telkens een combinatie van geschilderde (eigenlijk getekende) kippeneieren en hun chocolade varianten. De mandjes stonden al klaar in de keuken en dan mochten we de tuin in. Rennen was dat. Om ter snelst zoveel mogelijk eitjes verzamelen. We waren ook niet altijd even voorzichtig; minstens één kippeneitje overleefde onze zoektocht niet. Soms werd er wel eens geroepen “Nele, ik heb jouw eitje gevonden”. Mijn ouders tekenden immers ook onze naam op de eitjes en die met een andere naam erop liet je natuurlijk liggen. Nadat we alles gevonden hadden en ontbeten, gingen we samen met ons nichtje en neefje nog eens op zoek naar de achterblijvers. Normaal gezien hadden onze ouders wel geteld, maar het kon in onze ogen natuurlijk altijd zijn dat er eentje achterbleef en dat konden we niet laten gebeuren natuurlijk 😉

Ook bij onze grootouders mochten we eitjes gaan rapen. Bij mijn meter en peter herinner ik me niet meer zo veel. Daar was de hof ook niet zo groot. En dus hadden ze dat in een bepaald jaar opgelost door de eitjes ook in de kippenwei te verstoppen. Ik herinner me nog goed dat ik als kind daar toch mijn bedenkingen bij had. “Hoe weet ik dan dat ik de eitjes van de Klokken neem en niet die van de kippen? Dat zal je wel zien (ze waren gekleurd). Peter, ik ben bang van de kippen, ik durf dat niet. De kippen zitten in hun kippenhok hoor, die kunnen er niet uit…” En dan ga je met een klein hartje toch die wei in, maar al snel ben je zo aan het opgaan in die zoektocht dat je alles rond jou gewoon compleet vergeet…

Bij mijn oma en opa was Pasen echt een struggle for life. Mijn grootouders hadden liefst 8 kinderen, we waren met 18 kleinkinderen. Ook hun gazon was niet bepaald groot. Kan je je voorstellen wat dat gaf als die 18 kleinkinderen tegelijk werden losgelaten om eitjes te zoeken? Trauma’s hebben we er niet aan over gehouden. Je leerde snel en slim te zijn. De kleintjes stopten bij het allereerste eitje dat ze tegenkwamen, dus holden de groten meteen naar de verste uithoek van de tuin om vanaf daar tegen sneltreinvaart naar het begin terug te werken…

En vasthouden wat je had… De eitjes die we vonden, moesten we verzamelen. Die werden achteraf immers eerlijk verdeeld. Maar daar waren de kleintjes onder ons het natuurlijk niet mee eens. Als zij er per ongeluk toch in slaagden een chocolade-eitje in hun handjes te krijgen, lieten ze dat niet meer los. Eerlijk verdelen? Daar hadden zij geen boodschap aan. Vasthouden en recht het mondje in, ja. Wat dan weer tot luidkeels protest leidde bij de groten. “Moeke of Vake, die eet dat op, dat mag toch niet?”

Nele Pasen3Lang duurde dat zoeken echter nooit. Hoeveel eieren er ook lagen, op een kwartiertje waren ze altijd gevonden. Maar daar hadden mijn ouders (en ook de nonkels en tantes) wel iets op gevonden. Zij namen eitjes uit de doos om ze terug te verspreiden. Maar dat was een moeilijke, hoe groter we werden, hoe beter we de eitjes herinnerden. “Hoe, maar ik had die toch al gevonden? Is er nog zo eentje?” En dus werden er stilaan ook “blanco” kippeneitjes verstopt. Die Paasklokken hadden nooit tijd genoeg om ze allemaal te versieren…

Het zijn herinneringen die ik koester. Maar toen ik zelf kinderen kreeg, bleek dat het nog oneindig veel leuker is om je kinderen bezig te zien. Om diezelfde gelukzalige kreten te horen, om hen in rotvaart alle eitjes bijeen te zien zoeken…  En dan zet je – zelfs op een feestdag – die wekker onmogelijk vroeg om de hele tuin vol te leggen…

Vrolijk Pasen!

Dag Sinterklaas!

Sint_miniHet is december, onze feestmaand is begonnen. Ik was als kind al dol op de “donkerste dagen” van het jaar. Eerst de Sint, dan de kerstboom zetten, tussendoor nog mijn verjaardag vieren en dan Kerst en Nieuwjaar. Het kon niet op.

Voorpret

Als kind leefden wij weken naar Sinterklaas toe. De speelgoedboekjes uitpluizen. Ons favoriete speelgoed uitknippen, een mooie brief aan de Sint schrijven en dan weken zitten hopen dat je je favoriete ding alstublieft toch in je schoentje zou vinden.

De spanning werd bij ons thuis ook perfect opgebouwd. Zo gebeurde het in de weken voor de Sint wel al eens dat er keihard op de luiken geklopt werd. Als we dan van de schrik bekomen waren, bleken daar wat nicnacjes en een paar mandarijntjes te liggen. Het was hét sein om braaf te zijn, want de Sint en zijn Pieten waren al in de buurt. Telkens als we onderling ruzie maakten, kregen we dat ook te horen: “Pas op, want als de Sint dat ziet,…” Dat dat kloppen op de luiken altijd samenviel met het verzorgen van onze kippen door vake, viel ons als kind helemaal niet op 😉

Bezoek van de Sint

De Sint zelf is bij mijn weten 2 keer bij ons op bezoek geweest. Ik herinner me de Sint “van de voetbal” die bij mijn meter en peter (de ouders van mijn vader) op bezoek kwam. Het was geen onverdeeld succes. Mijn peter, de voorzitter van onze plaatselijke voetbalclub, was volgens de Pieten immers “stout” geweest en moest in de zak. Dat gaf aanleiding tot een luidruchtige achtervolging door het huis en de stallen (mijn peter was boer en had ’s winters altijd een paar koeien in de stallen naast het huis staan) en peter die een hele tijd verdween, wat op mij en mijn jongere broer serieus indruk maakte. We waren dan ook héél overtuigend toen de Sint ons streng vroeg of wij wel braaf geweest waren. Achteraf gezien haalden de mannen van de voetbal gewoon een grapje uit met hun voorzitter, maar zo hadden wij het als 5-jarige en 2-jarige of zo toch niet begrepen 😉

De Sint is ook een keertje bij ons thuis geweest. Ik was in die tijd nogal zot van poppen en ik had een voorkeur voor zwarte poppemiekes. Op mijn verlanglijstje toen stond een draagmandje voor mijn kindje. (Nu zouden we dat een maxi cosi noemen, maar toen was het echt nog een rieten draagmandje) Ik weet nog dat de Sint en de Pieten binnenkwamen en dat één van de Pieten me vroeg waar zijn “zusje” was en of ik er wel goed voor zorgde. Op mijn bedeesd “ja”, kreeg ik dan “Goed, want ik heb wel een cadeautje voor haar bij”. Dat bleek dan mijn zo hard gewenste draagmandje…

Nachtelijk bezoek

Later kwam de Sint ’s nachts. Dan moesten we ’s avonds ons schoentje zetten, met een klontje suiker, een wortel, een pintje en een ginder ale. ’s Morgens waren de suiker en de wortel verdwenen en bleken de flesjes leeg. Onze schoentjes waren echter gevuld met snoep en de tafel stond altijd mooi gedekt met ons speelgoed, met de snoepjes, met een briefje van de Sint.

Soms stond in dat briefje dat de Pieten te moe waren om alles nog in elkaar te steken en dat we dat dan zelf maar moesten doen. Dat was het geval de keer dat we met ons drieën samen een pingpongtafel gevraagd hadden. Mijn vader is niet de meest handige Harry. De volgende dag riepen we dan ook de hulp in van onze nonkel naast ons om onze tafel ineen te krijgen. Toen vonden we dat allemaal héél logisch. Het is pas nadat we het wisten (en nadat ik mee mocht helpen om de Barbie-wagen van de kleine zus ineen te steken) dat alle puzzelstukjes samenvielen.

Verloren magie

Ik heb dat altijd een ontzettend leuke periode gevonden. Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik het wist. De magie was weg. Ik vond net die hele legende errond zo mooi. Anders zijn het gewoon je ouders die je wat speelgoed geven. Je moest het verdienen, je moest braaf zijn, je schoentje zetten met wat lekkers voor de Sint, zijn Pieten en het paard en de volgende ochtend (véél te vroeg, na een korte en zenuwachtige nacht) mocht je gaan kijken wat er allemaal was.

Speelgoed kregen wij tot ons twaalfde, maar het snoep bleef. Dat is naadloos overgegaan van ons op onze kinderen. Wat snoep betreft, horen er voor mij zeker Mariabeeldjes, “sigaren”, nougat en marsepein bij. Uiteraard ook chocolade en lettertjes (of van die nicnacjes met gekleurde suiker op, hm!). Wij aten toen thuis niet veel snoep. Sinterklaas was dus echt een feest en we genoten nog wekenlang na.

In deze periode komen de herinneringen altijd weer boven. Het is intussen lang geleden en toch weer niet. Zelfs onze kinderen zijn Sinterklaas al (bijna) ontgroeid. En toch lijkt het nog alsof het gisteren was. Dan hoor ik nog het geklop op de luiken en va of moe die zijn of haar rol overtuigend speelde. “Oei, wie zou dat nu zijn? Wie durft er gaan kijken…” Dan voel ik weer die spanning en die verwachting van toen. En het is nog altijd leuk om die ene keer in het jaar Mariabeeldjes of nougat te mogen snoepen!

Uiteraard hebben we de traditie verdergezet, maar daarover later deze week meer 😉

En jullie? Hebben jullie mooie herinneringen aan de Sint? Of net niet?