Uit het tienerleven: mijn lieve lijf

Een paar dagen geleden stond ik in een winkel kleren te passen. Vaak neem ik dan iets mee “om eens te proberen”, met de gedachte dat zo’n soort kledij me toch niet zal staan. Maar omdat het iets is dat in de mode is, of dat ik écht heel mooi vind bij andere vrouwen, neem ik het toch mee. Vanuit de gedachtegang “dan hebben we het gepast, gezien dat het mij niet staat en dan hoeven we niet verder  te dromen van een dergelijke jurk, of een dergelijk truitje,…”.

Maar heel vaak staan die dingen me dan toch. En dat ik mezelf onderschat, heeft nog altijd zijn wortels in mijn puberteit. Ik vond de overgang van meisje naar vrouw eigenlijk niet zo’n leuke tijd. Ik was altijd een halve jongen geweest, een speelvogel en was zeer jong van geest. Ik was nog niet klaar voor de vormen die ik ineens kreeg. Ik heb me lang niet thuis gevoeld in mijn lijf. Bovendien genoot ik in mijn late puberteit en in mijn studententijd best wel van het leven: ik at graag lekker, we dronken al eens een (paar) drankje(s) en veel sport kwam er in die jaren niet echt meer aan te pas. Tenzij je headbangen (ik ging uit in de grunge jaren ’90) zou meetellen.

Aan mijn studententijd hield ik toch wel een tiental kilootjes te veel over. Die er tijdens mijn werkjaren prompt weer afgingen, maar in mijn hoofd zijn ze altijd blijven plakken. En dus meet ik eigenlijk nog steeds met een beeld van mezelf dat al jaren niet meer met de realiteit strookt. Zo kan het soms even duren vooraleer ik me realiseer dat die vrouw in het spiegelbeeld van het uitstalraam en ik één en dezelfde persoon zijn. Vaak heb ik zelfs al gedacht dat die eigenlijk toch wel een schoon lijf heeft voor mijn frank valt. Dat klinkt allicht best grappig, maar eigenlijk is het voor mezelf toch een beetje groen lachen dat ik dan achteraf doe.

Voor een stuk hoort het bij het opgroeien: jezelf leren aanvaarden zoals je bent, met je min- en pluspuntjes. In de loop der jaren leer je ook dat de dingen waar jij je zo hard aan stoort, dat dat vaak net de dingen zijn die jou uniek maken, die jou je charme geven. En je leert ook je minpuntjes verdoezelen en je pluspunten uitspelen. Hoe ouder je wordt, hoe meer je leert relativeren. Ik voel me begin 40 beter in mijn vel dan toen ik een tiener was. Als ik terugblik, vind ik het voor mijn tienerzelf vooral jammer dat ik me zo kon opjagen in uiterlijkheden en dat ik me soms zo liet leiden door de mening van anderen.

Intussen ben ik echter mama van twee tienerdochters en is het mijn taak om hen een realistisch zelfbeeld mee te geven. Moet ik hen op hun eigenheid wijzen. En ja, zoals dat bij tienermeisjes gaat, wil degene met sluik haar graag “een slag” en omgekeerd. Onze dames zijn heel andere types en soms kunnen ze daar wel eens over doorbomen: dan willen ze net datgene hebben of zijn dat de ander heeft of is. Dan is het aan ons om hen erop te wijzen dat iedereen wel iets heeft waar hij/zij ontevreden over is en dat iedereen wel graag iets zou veranderen aan zijn lijf. Als mama hoop ik hen vooral te leren dat ze zichzelf moeten aanvaarden zoals ze zijn. Perfectie bestaat niet en gelukkig maar, want ik denk dat het leven dan ongelooflijk saai zou zijn. Maar ik wil voor mijn dochters vooral niet dat zij twintig jaar later nog “schrikken” als ze zichzelf toevallig in een winkelraam zien.

En de jurk uit het pashokje? Ik heb ze gekocht. Nu ik het nog kan dragen, zal ik het ook dragen. Wie weet begint de zwaartekracht binnenkort op te spelen… Ik hoop dat mijn dochters dan op hun beurt hun moeder zullen behoeden voor modeflaters op haar oude dag ;-).

Knallen als veertigplusser…

Het shoppen vorige week was niet helemaal naar wens verlopen. Want ondanks al mijn tips & tricks kwam ik met lege handen thuis. En met het gevoel dat ik de weg een beetje kwijt ben. Sinds mijn favoriete merk failliet ging, vind ik het moeilijk om mijn ding te vinden. Langs de ene kant wil ik graag kwaliteit (en heb ik dat allicht ook nodig om bepaalde leeftijdsgebonden minpuntjes te camoufleren), maar langs de andere kant moet het wel nog betaalbaar blijven. En praktisch. Want ik durf al eens onhandig zijn, er wordt al eens gespeeld, gekookt, gewerkt en daar horen ook ongelukjes bij.

De dochters vonden het wel een leuke shoppingtrip: zij vinden op de Meir gegarandeerd hun gading in de Zara, de H&M en co. Ik word gewoon moe als ik die winkels binnenstap. Ik heb er geen overzicht, ik vind er mijn ding niet, vaak word ik volledig overrompeld en haak ik af van zodra ik de rommelhoopjes zie liggen. En dan hadden we nog geluk dat we vroeg vertrokken waren, in de voormiddag viel de rommel nog mee.

Waar ik jaren terug zonder aarzelen mijn kleerkast kon vullen in de Esprit, Mexx en consoorten, is dat toch helemaal veranderd op een paar jaar tijd. Vroeger vond je bij Esprit gegarandeerd basisstukken in allerlei kleuren en meestal ook van goede kwaliteit, aan een faire prijs. Ik heb in de kast nog truien liggen die intussen al een tiental jaar meegaan en nog steeds mooi zijn van kleur en van vorm. Dat kunnen we jammer genoeg niet zeggen van dezelfde truien die we een paar jaar geleden voor de dochters kochten in dezelfde winkels: intussen zijn de vormen niet meer wat ze ooit waren en ook de kleur is maar een schim van wat het ooit was. Maar wat me vooral opvalt, is dat ook Esprit overgestapt is naar de polyester- en andere fake materialen. Het voelt allemaal zo goedkoop, het voelt gewoon niet meer als een normaal t-shirt.

Maar we hebben binnenkort wel een paar feestjes voor de boeg en dus trokken we naar een dameswinkel in onze buurt, waar ze een heel gamma van merken hebben. Ik heb nagenoeg alle jurken in de winkel gepast ;-), maar ik vond niet meteen mijn goesting. Tot ik na aandringen van de oudste een (lange) plissérok probeerde. In knallend rood. Ik had niet gedacht dat het me zou staan want ik ben met mijn (bijna) 1m60 maar een kleintje en lang valt dan vaak niet mooi. Maar ik stond er geweldig mee en de rok viel ook mooi. In één klap verliefd.

De oudste vond er dan nog een knallend boho-shirt bij. Een perfecte combinatie, die prachtig zal matchen met mijn nieuwe glimmende pumps. Soms moet je niet ver gaan om je ding te vinden. Betaalbaar, mooi en van degelijke kwaliteit. Ik denk dat ik me er maar moet bij neerleggen dat mijn tijd van H&M, Zara en andere ketens gepasseerd is. Dat ik me wat meer op de dameswinkels moet toeleggen. Want als je daar goed zoekt, dan vind je ergens in een verborgen hoekje altijd nog iets dat knalt. Dat stuk winkel dat de échte dames snel voorbijlopen, daar zal je mij meestal vinden. Want het is niet omdat ik een bepaalde leeftijd bereikt hebt, dat er niet een hoekje af mag/moet zijn ;-).

old lady

(www.someecards.com)

Avonturen op de baan

Af en toe moet ik voor mijn job de baan op. Dat ik daar niet zo’n held in ben, schreef ik al eerder. Maar soms heb ik zo het gevoel dat me toch wel erg vaak “speciallekes” overkomen. Vandaag had ik weer zo’n dag op de baan, voor een afspraak in Blankenberge. Toen ik me gisteravond (mentaal) voorbereidde, had ik gezien dat de meest logische weg me over Antwerpen via de E34 naar Blankenberge zou brengen. Ik zou daar ongeveer 2 uur voor nodig hebben. Het alternatief via het openbaar vervoer zou me minstens 3 uur kosten. Dat zagen we dus niet zitten.

Maar in volle ochtendspits had ik (gelukkig) ruim de tijd genomen. Een ongelukje in Waasland Haven-Oost (zelfs niet eens op de autostrade zelf, maar op een parallelweg ernaast) zorgde immers voor een moeizame ochtendspits in Antwerpen. Op het einde van de E34 wordt er gewerkt en krijg je de melding dat je je gps moet negeren. Wat ik uiteraard NIET deed, met als gevolg dat ik toch wel wat verkeerd reed. Maar daar verloor ik maar een minuut of 10 mee, dat maakte na de Antwerpse passage het verschil niet meer. Uiteindelijk arriveerde ik nipt op tijd op mijn bestemming, exact 2u55’ nadat ik thuis was vertrokken.

Op de middag zat mijn afspraak erop en begon ik aan “the long road home”. Maar dat doe je met veel optimisme: het is middag, het zonnetje schijnt, je rijdt ditmaal niet verkeerd bij de werken aan het begin van de E34. Nadat je eindelijk van de expresweg af bent (waar je maar 90 mag en om de haverklap voor een licht staat), is het rustig op de autostrade. Je kan voluit 120 gaan, met een leuk muziekje op de achtergrond. Zo is het best aangenaam rijden.

Tot je aan de werken in Zelzate komt. Het wordt wat drukker, iedereen moet naar één rijstrook, je moet wat heen en weer van vakken veranderen. Enkel nog de tunnel door, dan zit het werkstuk erop en kan je weer doorrijden. Maar het is niet zo’n aangename tunnel in Zelzate en zeker niet nu je met alle verkeer door één koker moet en ze de al smalle baanvakken nog wat vernauwd hebben door betonblokken in het midden te plaatsen om het verkeer duidelijk te scheiden.

E34_miniIneens zie je rook uit de tunnel komen. Op dat moment rem ik al wat af en denk ik bij mezelf: “ik rijd echt geen tunnel door als er daar brand is”. Maar plots zit het muurvast, ook vanuit de tegenovergestelde richting komt er geen wagen meer door. In de verte zie je chauffeurs uit hun truck komen en naar voor lopen. Het duurt even voor je door hebt wat er aan de hand is, maar vrij snel klinkt het “dat er een camion op een personenwagen gereden is”. Een tijdje later komt de brandweer eraan. In looppas, aangezien ons verkeer niks kan doen: niet opzij, niet draaien, niks. Wij staan vast.

Eerst zie je de “medic” passeren, met de nodige EHBO-uitrusting. Daarna passeert ook het brandweervolk met het stevige materiaal om een auto op te krikken en open te snijden indien nodig. Al snel komt de boodschap van voor dat “de chauffeur van de personenwagen gelukkig ongedeerd is”. Het verkeer uit de tegengestelde richting wordt tegengehouden om de ambulance ter plekke te laten, maar niemand stapt in (voor zover je dat kan zien). En dan krijg je de situatie dat alle chauffeurs uit hun auto komen en beginnen te “netwerken” op de autostrade. De motard achter mij vertelt me “voor die ene keer dat ik eens wat vroeger dacht te vertrekken”. De chauffeur van de wagen daarachter: “en het was nu zo rustig”…

Normaal gezien zou ik me ongelooflijk snel opjagen in dit soort situaties, maar ik kon geen kant op en dus moet je het maar over je heen laten komen. Het hielp natuurlijk wel dat ik al een goede afspraak achter de rug had ;-). En dus was het daar best gezellig, op de E34, in het zonnetje, met de andere “gestranden”.  Uiteindelijk viel het allemaal best mee. Na een dik uur reden we terug. Er was gelukkig enkel wat materiële schade. Een uurtje later dan voorzien (3u15′) was ik terug thuis, met een straf verhaal. Vol dankbaarheid dat het allemaal goed meeviel. (En dat ik eens geen betrokken partij was…)

Een mens mag dan al eens naar Blankenberge. En zeggen dat ik de zee niet eens gezien heb omdat ik er de voorkeur aan gaf om zo snel mogelijk naar huis te rijden ;-).

Lerares voor even

Een van mijn kinderdromen was om voor een klas te gaan staan. Ik ben opgegroeid in een lerarengezin en met mijn studies (Romaanse Talen) lag het misschien wel voor de hand. Maar op één of andere manier is het er nooit van gekomen. Na mijn studies rolde ik immers de sportjournalistiek in. Wat overigens ook een jeugddroom was, maar eentje die ik als puber afdeed als onrealistisch.

Toen het sportverhaal stopte, heb ik er een tijdje aan gedacht om in het onderwijs te stappen. Ik was op mijn 36ste terug gaan studeren om mijn SLO (Specifieke Leraren Opleiding) alsnog te halen en heb het hele programma voor Frans doorlopen: de theoretische vakken, de luisterstages en de eigenlijke stages. Het was toen een heel avontuur: de lessen gaan volgen samen met véél jongere studenten, terwijl ik probeerde om werk, gezin en studies te verzoenen. Toch was het ook een fijne ervaring en heb ik er veel uit geleerd.

Maar toen het moment daar was om ook daadwerkelijk in het onderwijs te stappen, heb ik het niet gedaan. De onzekerheid van het interimbestaan zag ik op mijn 38ste niet meer zitten en dat hoort jammer genoeg onafscheidelijk bij het lerarenbestaan. Ik zocht en vond een alternatief en ben daar heel gelukkig mee.

Maar soms steekt het verlangen nog wel eens de kop op. Als de echtgenoot vol enthousiasme thuiskomt van een geslaagde les, een interessante uitstap of zelfs een zware maar ook fijne Italiëreis, dan kriebelt het nog altijd wel wat. Bovendien mocht ik in mijn huidige job af en toe ook nog eens in het Frans werken en dan denk je telkens opnieuw: “ik deed dat toch graag” en “ik mis mijn talen toch nog altijd een beetje”. En dus reageer je enthousiast op een Facebook-oproep waarin gelegenheidsleerkrachten gezocht worden voor een paar lessen Italiaans voor een lessenmarathon. Denk je achteraf weer dat je misschien toch beter even had nagedacht – story of my life 😉 – en word je toch wel een beetje zenuwachtig een uurtje voor je voor de klas verwacht wordt.

Maar het viel allemaal best mee, al schrik je telkens toch weer hoe inspannend het is om een bende 18-jarigen een uurtje (proberen) te boeien. Na amper 2 uurtjes was ik uitgeteld. Het resulteert elke keer weer in tonnen respect voor diegenen die dit dag in dag uit moeten doen. Ook als je een moeilijke dag hebt, moet je daar weer met enthousiasme een vak staan te “verkopen”, en probeer je iedereen mee te krijgen, ook de leerlingen die jouw vak niet leuk vinden, of er geen aanleg voor hebben. Dan kom ik thuis van mijn 2 uurtjes, plof ik in de zetel neer, terwijl de echtgenoot achter zijn bureau taken zit te verbeteren en de lessen van de volgende dag voorbereidt.

werk-waar-je-van-houdHet was ongelooflijk leuk om even te mogen inspringen, om even te mogen proeven van het lesgeven, maar toch concludeer ik na afloop (met een zucht van opluchting) dat ik het toch maar aan de specialisten laat om dit dagelijks te doen. We zullen een andere manier zoeken om nog eens met mijn Frans of Italiaans bezig te zijn. Een reisje plannen, misschien 😉 ?

Falende smartphone – the sequel

Een tijdje geleden schreef ik al een eerste keer over mijn gsm-problemen. Ik leverde mijn toestel in en kreeg het een week later al terug, maar al meteen bleek dat de problemen (uiteraard) niet waren opgelost. Al dezelfde week bleek het toestel weer te haperen. Als ik mijn flap open, dan wordt het toestel niet altijd meteen terug helder. Soms blijft het scherm donker en moet ik de telefoon aan- en uitzetten vooraleer ik ‘m terug kan gebruiken. Op sommige momenten wordt het nog een graadje erger: dan is het toestel gewoon zwart en doet het absoluut niks meer. Ook beide knoppen tegelijk indrukken (om je gsm te dwingen te herstarten), werkt dan niet. Dan is er geen andere optie dan de telefoon uit zijn bescherming halen, de batterij eruit te halen, er opnieuw in te steken en je toestel opnieuw aan te zetten.

Sinds mijn Mini 5 terug is uit herstelling, heb ik niet meer gemerkt dat ik sms’jes of oproepen mis of met véél vertraging ontvang. Maar het toestel blokkeert intussen wel meerdere keren per week, zodat ik het sowieso telkens moet heropstarten. Handig is het niet, maar de Italiëreis van de echtgenoot kwam eraan, en dus wou ik per sé bereikbaar blijven (ook via Whatsapp) en dat lukte écht niet met onze Mini 2, het oude toestel van de dochters. En dus foefelden we maar voort.

Leuk kan je het echter niet noemen. Zo hadden we vorige maandag afgesproken in Planckendael en stuur ik nog een berichtje als we vertrekken. In de auto controleer ik snel of er al antwoord is. Daarna steek ik mijn smartphone in mijn handtas en plaats ik de handtas voor mij in de auto. We komen aan in het park, ik wil terug een berichtje sturen dat we er zijn, maar het toestel was uitgevallen. In de 20 minuten dat het in mijn handtas zat in de auto blijkt het dus weer “zwart” geworden, kon ik de gsm weer uit zijn hoesje halen, de batterij verwijderen en het toestel terug opstarten.

IMG_8012_miniHet is niet omdat ik weet hoe ik dit moet oplossen, dat het dan maar ok moet zijn. Mijn Mini 5 is nog maar anderhalf jaar oud en valt dus nog steeds onder garantie. Dat het al een “oud model” was toen ik ‘m kocht (november 2015) zei de verkoper toen ik hierover mijn beklag deed. (Er was toen nog géén Mini 6, voor zover ik me goed herinner). En dus deed ik ‘m vorige week voor de tweede keer binnen. En kan ik me alweer behelpen met de oude Mini 2 van de dochters. Allicht krijg ik ‘m volgende week opnieuw gereset terug en kunnen we dit hele spelletje opnieuw beginnen.

Het erge is dat ik dit toestel onderhouden heb zoals het moet: het is nog nooit gevallen, ik heb er nog geen stoten mee uitgehaald. Nadat ik jaren een gsm van het werk had, had ik voor dit toestel zelf – in mijn ogen – serieus wat geld neergelegd en ik was er dus echt wel heel zuinig op. Ik vraag me af hoe vaak ik dit toestel nog opnieuw moet binnen brengen vooraleer men zal erkennen dat het om een systeem- of fabricagefout gaat (wat de verkoper zich liet ontglippen toen ik bij de aankoop van een gsm-toestel voor de jongste mijn beklag deed over mijn smartphone) en mij een werkend alternatief bezorgt?

Want ja, ik ben nog van de oude stempel: ik ben niet het type dat jaarlijks “het nieuwste van het nieuwste” type smartphone koopt om erbij te horen. Ik hoef al die blingbling niet. Ik wil gewoon bereikbaar zijn voor mijn geliefden, en als het enigszins kan ook nog mijn social media kunnen volgen op mijn smartphone. Anders had ik het gerust bij mijn Nokia 3310 kunnen houden. Die telefoon is intussen een dikke 15 jaar oud, maar belt en sms’t nog steeds zonder problemen. Dat noemt men dan vooruitgang zeker ;-)?

Tips voor zij die shoppen haten, maar geen kleren meer hebben…

Het zal u misschien verbazen, maar eigenlijk shop ik niet graag. Ik heb in de loop der jaren dus serieus wat trucjes opgebouwd om zo snel mogelijk zoveel mogelijk dingen tegelijk te kopen. Met uiteraard liefst zo min mogelijk risico op miskopen. En natuurlijk maak ik – als het dan toch echt nodig is – het shoppen zo aangenaam mogelijk.

  1. Zorg voor gezelschap. Minstens twee keer per jaar doen wij een shop-uitje. Een keer voor het winterseizoen, één keer voor het zomerseizoen. Het is een wederkerend uitje met een goede vriendin. Intussen zijn ook onze dochters (4 in totaal) meestal van de partij. We proberen dan zoveel mogelijk aankopen in één keer te doen: dat bespaart tijd en veel frustraties. En vind je niks, dan heb je toch een gezellige dag en leuke babbels gehad.
  2. Weet wat je staat. Het klinkt ongelooflijk onnozel, maar weten met wat je staat en welke kledingstukken of kledingstijl je absoluut niet flatteren, bespaart je tijd en geld. (En miskopen uiteraard.)
  3. Kies je winkels met zorg. Ik shop enkel de merken online die ik ken en waarbij ik mijn maten ken. Vaak geef ik trouwens nog de voorkeur aan shoppen in echte winkels. Ik heb zo mijn vaste adresjes. Het voordeel daarvan is dat ze jou kennen: je smaak en voorkeuren. Ik vind het trouwens ook fijn als je geholpen wordt door winkeldames die hun stiel kennen. Zij zorgen vaak voor een totaal-look. Als je een jurkje aanhebt, zorgen zij voor een vestje erbij, een juweel of een sjaal. Vaak zorgt dat voor verrassende combinaties.
  4. Neem een “afwijkende” en vooral eerlijke mening mee. Ik shop héél graag met de dochters. Als zij het goedkeuren, is het OK. Als zij hun bedenkingen hebben, dan wordt het zo goed als nooit aangekocht. “Sorry hoor mama, maar ik vond dat écht nog te oud voor jou.” “Dat was echt niks voor jou hoor, mama.”
  5. Steel met je ogen. Durf iemand wiens kledingstijl je bewondert, vragen waar zij shopt. Ook al gaat het om een collega die een pak jonger is dan jij. Het kan je ogen openen voor nieuwe mogelijkheden, voor nieuwe merken.
  6. Als je echt een hekel hebt aan shoppen, shop dan meteen bij opening of vlak voor de sluiting van de winkel. Dan is de kans dat je rustig kan shoppen een pak groter. Niks zo hatelijk als shoppen onder tijdsdruk. Of aanschuiven voor een paskamertje. Of moeten zoeken in een rommelhoop…
  7. Als je twijfelt, koop het niet. Tenzij je op citytrip in Amsterdam bent en je nog weken later tegen de echtgenoot loopt te zeuren over die éne prachtige pull die in België nergens te krijgen is (en ik spreek uit de periode voor het online shoppen). Als ik nu over iets twijfel en het achterlaat in de winkel, krijgt de echtgenoot nog steeds de kriebels van de herinneringen aan toen. Maar als je twijfelt, dan ga je het allicht niet dragen.
  8. Ben je instant verliefd, koop het dan. Dat overkomt mij vooral met schoenen. En ja, ik kan dus echt nog weken zitten mijmeren over dat ene paar dat ik toen heb laten staan. Als ze goed zitten en je vindt ze prachtig, koop ze dan.
  9. Zit iets écht goed, koop dan verschillende varianten van hetzelfde thema. Eenzelfde jeans in verschillende kleuren, eenzelfde bloesje in verschillende motieven,… Ik heb al jaren (min of meer) dezelfde handtas, in verschillende kleuren en de ene keer net iets groter dan de andere keer. Ik heb nu eindelijk een jeans gevonden die perfect past, dus haal ik elk seizoen een nieuwe variant.
  10. Vul je garderobe aan. Zorg dat je je nieuwe item met verschillende spullen uit je garderobe kan combineren. Een nieuw bloesje past best bij verschillende broeken/rokken. Een vestje kies je uiteraard niet enkel in combinatie met één rokje, maar probeer het qua kleur af te stemmen op de rest van de garderobe. Op die manier kan één nieuw item je hele garderobe meer schwung geven.
  11. Ga eens voor een opvallend accessoire, of neem eens een opvallende kleur. Kies voor glitterschoenen ;-). Durf af en toe eens uit de band te springen.

Terwijl u dit leest, breng ik al mijn goede voornemens in de praktijk. Wij zitten namelijk op ons jaarlijks shoppinguitje. Met een goede vriendin en de dochters als objectieve en eerlijke commentatoren. Of het resultaat opleverde, laat ik u later nog wel weten ;-).

Tiendaagse eenzame zorgen

Nu de echtgenoot al even terug thuis is en de eerste euforie van zijn blijde terugkeer achter de rug is, is het tijd om even terug te blikken op mijn “tiendaagse eenzaamheid”. We hebben ons ook zonder de echtgenoot gerust gered, maar het was niet altijd even simpel. Niet alleen ben ik eraan gewend dat we de taken hier thuis met ons tweetjes verdelen, de echtgenoot neemt ook een groot deel van een aantal praktische zaken (o.a. boodschappen doen) voor zijn rekening. Is hij er drie dagen niet, dan valt dat niet zo hard op, maar nu hij 11 dagen in Italië zat, kwam ik soms toch voor een aantal verrassingen te staan.

Ik red het niet alleen. De combinatie van mijn professionele bestaan met het schoolleven van de kinderen is een quasi onmogelijke opgave. De jongste zat in de post-examenperiode en was dus 2 halve dagen thuis. Twee halve dagen dat ik verlof moest nemen of externe hulp diende in te schakelen. En dus sprongen oma en opa (met alle plezier) bij. Ook de jongste vond die aandacht en het onverwachte gezelschap best leuk. Maar ik kan me voorstellen dat het een onmogelijke puzzel wordt om te leggen als er geen grootouders (meer) zijn om in te springen. Zelfs al was het een normale schooldag geweest (van 8u25 tot 15u40), dan nog is zo’n dag niet te combineren met de werkuren van de gemiddelde werknemer. Ik ben immers van 7u30 tot 18u15 van huis voor mijn job. Hoe doen al die alleenstaande ouders dat dan? Komt het er dan op neer dat je als alleenstaande mama niet kan werken, omdat het niet combineerbaar is zonder hulp?

Het is mentaal en fysiek zwaar. Je hebt geen moment rust. Alles komt op jouw schouders terecht. Van je werk thuiskomen, eten in elkaar flansen, boodschappen doen, probleempjes oplossen, opruimen, de was wegwerken,… Normaal gezien verdelen wij de huishoudelijke taken hier, maar 11 dagen lang stond ik er alleen voor. En dan had ik nog het geluk dat oma en opa ook eens een avond voor eten gezorgd hadden of een mand strijk hadden doen verdwijnen. Het was doorgaan tot een uur of 10, om daarna uitgeteld in mijn bed neer te vallen. Waar je dan ligt te denken aan alles wat je de dag erna nog moet doen of de dingen die je zeker niet mag vergeten.

Je staat er alleen voor. Een conflict met de kinderen? Los het maar op. Zonder iemand om even mee te overleggen, zonder iemand om even stoom bij af te laten. Zonder iemand die je afremt of die je na afloop troost of aan het lachen brengt. Er is ook niemand die je zegt dat je wel goed bezig bent, dat het nu eenmaal normaal is dat kinderen na een vermoeiende schooldag ook wat stoom moeten aflaten, dat het niet persoonlijk is,… Er is niemand die voor jou relativeert als jij te moe bent om dat zelf nog te kunnen. Er is ook niemand die voor jou zorgt en je nog een uurtje laat liggen, “ik doe dit wel even”.

En voor mij was het dan nog gemakkelijk, want ik wist dat het eindig was, en er waren oma’s en opa’s die met veel liefde insprongen. De echtgenoot was ook maar een telefoontje verwijderd. Ik kon af en toe zijn stem horen, ik kon even stoom aflaten en hij kon me best wel troosten. Maar die tien dagen hebben me wel geleerd dat net het gewone zwaar kan zijn als je er (even) alleen voor staat. Eten dat klaar staat als je thuis komt, even een babbeltje kunnen doen over je dag of over de kinderen, het zijn vooral de onschatbare kleine dingetjes die je mist. Maar veel van die kleine dingen zijn niet evident als je het altijd alleen moet doen.

En ik denk dat we daar als maatschappij en als individu veel te weinig oog voor hebben. Ik besef gerust dat dit geen simpel vraagstuk is en dat hier geen éénduidige oplossing voor is (ik heb de antwoorden ook niet zomaar voor het grijpen), maar ergens heb ik wel het gevoel dat we een heel kwetsbare groep (alleenstaande ouders én hun kinderen) zwaar in de steek laten, als we geen pogingen doen om hier een antwoord op te vinden.

Dagje Planckendael

Onze dochters zijn intussen al te oud voor bezoekjes aan de Zoo of Planckendael, maar dat vinden wij eigenlijk wel jammer. En dus waren we stiekem blij dat het jarige metekindje ons het perfecte excuus gaf om nog eens Planckendael te gaan ontdekken.

Toen onze meisjes jonger waren, hadden we een abonnement. Planckendael is immers niet ver van huis. Telkens onze meisjes nood hadden aan wat ontspanning reden we naar het Mechelse. Soms trokken we vroeg naar het dierenpark en gingen we vooral diertjes kijken. Soms reden we na hun middagdutje nog naar Mechelen en lieten we hen een uur los in één van de vele speeltuinen die het park rijk is. Vaak spraken we ook in Planckendael af met vrienden. Dan maakten we er een dagje van, gingen we eerst wat diertjes kijken, zaten véél te lang in de kinderboerderij, genoten we van een heerlijke picknick en lieten we de kinderen zich daarna samen uitleven in de speeltuin, terwijl wij genoten van het volwassen gezelschap. De oudste at er ooit haar allereerste ijsje.

Maar dat lag al vele jaren achter ons. Sinds onze meisjes tieners zijn, hebben ze andere voorkeuren. Een dagje shoppen, een namiddagje film, een uitstapje naar zee,… zijn nu populairder geworden. Maar toch missen we het soms en dus was het enthousiasme ook bij onze meisjes groot om nog eens naar Planckendael te gaan. En ze genoten er met volle teugen van. Het metekindje was niet weg te slaan bij zijn oudere nichtjes. Samen waren ze onvermoeibaar. Van de leeuwen, over de olifanten, neushoorns, zebra’s, giraffen tot aan de pinguins. 4 uur lang stapten ze hand in hand van het ene dier naar het andere. Vier uur lang waren ze telkens opnieuw onder de indruk. Vier uur lang genoten ze samen van de diertjes. Ook in de speeltuin was het kleine neefje het perfecte excuus om mee op de glijbaan te klimmen, “iemand moet hem toch in het oog houden”.

En wij? Net als vroeger genoten wij van hun enthousiasme en van hun verwondering. Vooral van de kleinste, die zwaar onder de indruk was van de leeuwen, de giraffen en de pinguins. Mooi om te zien hoe hij een handje gaf aan zijn twee nichtjes en liep te tateren over wat hij allemaal zag. Hoe zij zorg droegen voor hem en hij hen vertrouwde om hem van de glijbaan te helpen. Hoe hij eerst geen boterhammetje wilde (te veel te doen, te veel te zien), maar dan toch het voorbeeld van zijn nichtjes volgde en onbewust toch meer binnen speelde dan hij zelf door had. Uiteraard was de dag véél te snel voorbij. En uiteraard volgden er wat traantjes van vermoeidheid en overdrive na een te leuke dag. Maar ook dat hoort erbij in Planckendael.

Planckendael

Het was een fijne dag voor ons allemaal… Binnenkort ook nog eens een dagje zoo?

Oops, I did it again

Voorjaar, de eerste lentezon. Het ideale tijdstip voor de kastenwissel en de jaarlijkse pasbeurt. We verhuizen de zomerspullen vanuit de logeerkamer naar onze kleerkasten. De winterspullen maken de omgekeerde beweging. Maar uiteraard kan dat niet zonder te passen. Wat te klein is, verhuist van de oudste naar de jongste en van de jongste naar het nichtje. Niet alleen wat te klein is, maar ook hetgeen “zo lagere school is dat ik dat écht niet meer kan dragen, mama”.

Elk jaar denk ik dat we er met de oudste nu toch stilaan moeten zijn. Dat haar groeiperiode nu stilaan toch echt wel afgelopen moet zijn, maar tot nog toe betekent de kastwissel toch telkens weer een verhuis van teveel kleren van haar kamer naar de kamer van de jongste. En intussen groeit de jongste als kool. Ze zit de oudste – qua grootte – stilaan echt wel op de hielen. Wat overigens ook wil zeggen dat ze de mama één dezer voorbij moet gaan (of al gegaan is), maar het helpt als je vermijdt platte schoenen te dragen. Met hakken ben ik nog steeds de grootste vrouw in huis, al wordt ook dat dan weer relatief.

Maar onze dochters zijn duidelijk niet “one of a kind”. Qua lichaamsbouw is er toch wel een groot verschil en dat beginnen we bij de kastwissel nu echt wel te merken. Niet alles wat van de oudste naar de kast van de jongste verhuist, past. Dit jaar zullen we hier en daar eens een ingreep moeten doen om de kleren van de oudste op maat van de jongste te maken. En ik vrees dat dit mogelijk wel eens de laatste kastenwissel tussen onze dochters was. Ik vrees dat we hier stilaan naar uniforme kledij/maten voor beide dames aan het toegroeien zijn. Kunnen we binnenkort bemiddelen als de ene met dat kledingstuk van de andere is gaan lopen dat die uiteraard net ook wou dragen. Kan ik binnenkort kleren verliezen aan mijn beide dochters, daar waar de oudste nu al enthousiast mijn vestjes en jurkjes durft te lenen.

Maar als ik de hoop koesterde dat we eens een jaar toch wat minder konden shoppen, dan is die hoop na de kastenwissel weer de grond in geboord. Staan al zeker op ons shoplijstje: een jas voor de jongste, een jeans voor de oudste en t-shirts en bloesjes kunnen ze allebei wel gebruiken. Ook (deftige) schoenen hadden ze allebei nodig en dus reden we zaterdagavond vlak voor sluitingstijd nog even naar onze plaatselijke Torfs. Want ja, de mama wil graag dat ze naast hun onvermijdelijke sneakers toch ook een paar deftige schoenen of sandalen hebben, om onder een rok of jurk te dragen. Ook al vinden de dochters dat ongelooflijk ouderwets en kan je sneakers écht wel onder een jurk dragen, mama!

gouden pumpsTerwijl de dochters hun keuze maakten, nam de mama de gelegenheid te baat om ook even rond te kijken. Om prompt verliefd te worden op een paar prachtige pumps. Die ook nog eens geweldig aan mijn voeten zaten en alles hebben wat ik in een schoen zoek: hoog en mooi. Praktisch is een woord dat ik eigenlijk nooit aan mijn schoeisel verbind. Tot mijn scha en schande, soms. Maar ze glitterden zo mooi. En volgens mij zijn ze perfect om een alledaagse outfit wat extra glans te geven. Bovendien overleef ik er zonder pijn een hele namiddag op. Het ideale paar dus. Zolang ik de kasseien van het Ladeuzeplein maar vermijd ;-).

Moderne communicatie

Toen de Italiëreis van de echtgenoot dichterbij kwam, hebben we hem een nieuwe smartphone gekocht, zodat we tijdens zijn lange afwezigheid ook op de “moderne” manier met elkaar zouden kunnen communiceren. We installeerden WhatsApp en de oudste maakte ineens een familiegroep aan, zodat we onderling foto’s zouden kunnen delen. De eerste dagen van zijn afwezigheid had de jongste rapport en zat de oudste ook op schooluitstap in Trier. En dus deelde de jongste de foto’s van haar rapport via onze familiegroep, de oudste postte een paar sfeerbeelden uit Trier.

Maar het liep niet altijd van een leien dakje: je moet immers een internetverbinding hebben om met elkaar te kunnen communiceren via WhatsApp. Als je onderweg bent, lukt het dus niet. En dus duurde het toch een paar uurtjes eer ik het rapport van de jongste zag, aangezien ik op de baan was voor een meeting. Ook de echtgenoot kende toch regelmatig internetproblemen. Het blijft moeilijk om een (goede) internetconnectie te vinden als iedereen uit een omvangrijke groep op hetzelfde moment (bij aankomst in het hotel) online wil gaan. En dus had de echtgenoot wel eens 4G nodig om het rapport van de jongste te kunnen zien, of om ons foto’s te tonen van zijn daguitstappen.

Maar af en toe lukte het toch. En dan belden we zelfs al eens via WhatsApp, zodat we elkaar konden zien. Maar of ik daar zo’n fan van ben, weet ik eigenlijk niet. Het is raar om elkaar te zien en het vervangt het echte contact niet. Ik kon de echtgenoot dan wel zien, maar ik kon hem niet knuffelen of een kus geven en dat waren toch de dingen die ik het meeste miste: het échte contact. En blijkbaar vonden we van elkaar vooral dat we er moe uitzagen en dat is niet helemaal geruststellend als je zo ver en zo lang uit elkaar bent. Misschien word ik alsnog fan als de verbinding en het beeld een update krijgen en je elkaar “goed” kan zien.

moderne communicatie

(www.loesje.nl)

En dus hielden we het vooral bij het ouderwetse sms’en en bellen. Gewoon een berichtje met de melding dat het een goede nacht of een fijne dag was geweest, krijg ik eigenlijk het liefst. En als we elkaar een tijdje missen, dan hoor ik af en toe graag zijn stem. En daar hoeft voor mij niet meteen beeld bij. Je hoort meer nuances in de stem als je niet afgeleid wordt door het beeld, vind ik. Maar nu lachen de dochters me wel vierkant uit. “Nu klink je echt wel oud hoor, mama!”

Ach, misschien moeten we het hele gedoe nog maar eens een nieuwe kans geven. Ooit. Maar voorlopig hou ik het maar op het ouderwetse knuffelen en kussen. Zonder virtuele en andere internettoestanden. Want er gaat toch niks boven het échte contact…