Home sweet home

Een weekje verlof met zijn viertjes, een weekje thuis. Geen (reis)plannen, geen weekendje weg, gewoon thuis de batterijtjes opladen. Niet dat het rustig was. Daar zorgden de dochters met hun rijk gevulde programma wel voor. Bovendien had ook de mama een paar to do’s op haar lijstje staan. De echtgenoot werkte dan weer zijn schoolwerk wat bij. Saai? Nee hoor, voor mij was het deze week echt genieten.

Laat me duidelijk zijn, ik ga graag op reis, ik ontdek graag nieuwe steden en ben er graag eens helemaal uit. Maar tegen korte tripjes zie ik hoe langer hoe meer op. Dat thuiskomen na een drukke werkweek, razendsnel inpakken, alles in de auto gooien en nog een paar uur onderweg zijn in een lang uitgesponnen avondspits met allemaal mensen die op hetzelfde moment hetzelfde lumineuze idee hebben, om dan een paar nachten slecht te slapen in een vreemd bed: is dat ontspanning?

Eens je je bestemming en je gezelschap hebt bereikt, valt het allemaal wel in zijn plooi en is het meestal wel de moeite waard, maar na een paar daagjes keer je dan terug huiswaarts en kan je meteen terug in je werkritme stappen. Soms vind ik dat “much ado about nothing”. Je keert vermoeider terug dan je vertrok en dan je zou zijn als je gewoon was thuisgebleven. Al je thuiswerk is blijven liggen en bovendien heb je jezelf nog eens met extra werk opgezadeld. Dat je dan tussen het werken door kan afhandelen.

Neen, dan doe je mij meer plezier met een rustige vakantieweek thuis. Lekker uitslapen, op het gemakje ontbijten met de krant erbij. Rustig de tijd nemen om het huishouden bij te werken of om uitgebreid te koken voor ons allemaal. Genieten van een uitgebreide lunch met een paar vriendinnen, van een Ikea-uitstapje met ons viertjes, van een wandelingetje met de hond of van een boekenbeurs-verkenning met de echtgenoot en de dochters tijdens mijn middagpauze (tussen de drukte van de dag door). Chauffeur spelen voor de dochters. ’s Avonds samen in de zetel zitten, met de dames des huizes naar Gossip Girl kijken, met de kaarsjes aan. Of gieren met “Wat als?” met een glaasje wijn erbij. Of oprecht ontroerd worden door “Finding Dory”, alweer een pareltje uit de Disney-stal.

Er was tijd om bij te praten, om te discussiëren, om terug eenzelfde gezinsgolflengte te vinden. Om elkaar te plagen, te kietelen en samen te lachen, tot de tranen over onze wangen rolden. Het is een luxe dat onze tienerdochters er nog voor open staan en er in hun drukke schema, tussen de activiteiten en de vriendinnen door, ook nog een plekje voor vrijhouden. We kiezen er ook bewust voor om onze dagen niet te vol te plannen en ruimte te houden voor het onverwachte: een leuk bezoek, een last minute uitstapje. En hebben we eens geen zin, dan gooien we de planning om en maken we ruimte voor wat rust in huis. Dan lezen we een boekje in de zetel, of in ons leeshoekje in de veranda. Dan vind je hier vier gezinsleden die verspreid doorheen het huis allemaal aan het lezen zijn. Allemaal weggezonken in hun eigen imaginaire boekwereld.

Is het hele to do-lijstje voor deze week afgewerkt? Natuurlijk niet. Was dat belangrijk? Niet echt. De batterijtjes zijn in ieder geval opgeladen, we zijn er weer klaar voor om de school-, werk-, hobby- en andere druktes te trotseren de komende weken. Vanaf maandag toch, nu nog even niet. Nog twee daagjes energie tanken thuis ;-).

home

(www.justhappyquotes.com)

Advertentie

Gezellige herfst #as we speak

Een “As we speak” is een blogpost waarin je vertelt over je huidige bezigheden. Kleine zaken die je gelukkig, gek of gefrustreerd maken, maar die geen hele blogpost waard zijn. Een verzameling kleine feitjes dus waarin je even halt houdt bij het leven “zoals het is”. Een poging tot een terugkerend rubriekje, geïnspireerd door Lilith van Tales from the Crib.

Gezellig thuis. Sinds we ons lieten inspireren om onze woonkamer aan te kleden, kan ik er nog meer van genieten om thuis te komen. Het voelt alsof ik een interieur “uit de boekskes” induik (al durven de kinderen hun ontbijt al eens nuttigen in de zetel en hier en daar al eens wat morsen op hun nieuwe fluo-tv-dekentjes). Elke avond verwonder ik me erover wat een paar kussens, een mat en wat dekentjes in felle kleuren kunnen doen voor je interieur. Het werkt aanstekelijk én inspirerend. Intussen hebben we ook wat foto’s opgehangen en een nieuwe lamp. In onze tuinkamer hangen nu een paar schapjes aan de muur. Het groeit, er wordt in geleefd en er is niets leukers dan ’s avonds met zijn allen – onder een dekentje – samen een serietje te bingewatchen.

bloemetjesBloemetjes. De herfst is definitief in het land. De zomer kende zondag nog even een geweldige opflakkering, maar gisteren bracht de regen en een onstuimige wind het typische herfstsfeertje in ons land. En dus reden onze dames vanmorgen voor het eerst met de auto naar school. Als het buiten waait en stormt, ben ik geneigd om de zomer in huis te halen, met bloemetjes.

We houden het hier bewust minimalistisch: ik wil niet opnieuw een heel huis vol prulletjes, kadertjes en spullen die we eigenlijk niet nodig hebben. We proberen het hier ook op een clean desk en een lege buffetkast te houden, daar waar onze lange kast vroeger de verzamelplek van alle rommel was. Na een lege kastweek vond ik dat er toch iets van versiering mocht zijn. En dus bracht ik een boeketje bloemen mee. En die bloeien intussen overdadig. Prachtig! Een beetje zomerzon in huis, nog wat extra sfeer en gezelligheid.

Wintereten. Ja, het was hier al witlooftijd. En we hadden hier ook al broccolipuree met worsten. Ook de schnitzels deden al hun intrede, samen met de aardappelgratin. Grappig hoe snel je ineens de omslag maakt van zomerse pastaslaatjes en barbecue naar de typische winterkost. Het was al een tijdje geleden, verandering van spijs doet eten zeker. En het wordt pasta met prei en zalm in plaats van een lauwe pasta met rucola en pancetta. Geen ijsjes meer, stilaan bakken we weer cake. Ook de pudding en chocomousse mogen opnieuw van stal gehaald worden…

Serietijd. De oudste ontleende “Gossip Girl” in de bib en reserveerde ook “Pretty Little Liar”. Vooral de eerste serie viel hier in de smaak bij de ladies of the house en ging er bijgevolg in sneltreintempo door. We durfden wel eens een aflevering of 3, 4 na elkaar uitkijken. Met zijn drietjes, samen in de zetel, onder ons tv-dekentje. De echtgenoot was niet helemaal overtuigd en het kwam ons dus (een beetje) goed uit dat hij net drukke verbeterweken voor de boeg had. Eigenlijk kunnen we hier niet wachten om aan de volgende reeks te beginnen, maar zonder Netflix doe je dat op de ouderwetse manier: reserveren in de bib en wachten tot je melding krijgt dat je serie er is. Ach, af en toe heeft dat ouderwetse “verlangen naar” nog wel iets. (Al vinden vooral de kinderen dat maar een voorbijgestreefd concept.)

Boekenverslaving. Het is een tijdje moeilijk geweest: het was trekken en sleuren om mijn bibboeken voor het verstrijken van de uitleenperiode uitgelezen te krijgen. Maar vorige week lazen we op twee dagen wel “Belgravia” van Julian Fellowes en “Rachels verzet” van Julie Thomas uit. Geen absolute hoogvliegers, maar ze lazen wel vlot en hadden een meer dan degelijke plot. Ik was nog eens een paar uurtjes “van de wereld”. Alleen blijf ik het soms jammer vinden dat er zoveel tijd en bladzijden gestoken wordt in het schetsen van het verhaal en het scheppen van de sfeer en dat er geen plek meer is voor de afwikkeling of het einde. Zeker bij “Belgravia” leek het alsof er op het einde een versnelling hoger geschakeld moest worden. Ofwel had de schrijver nogal duchtig geschrapt in de laatste hoofdstukken. Dat maakt dat je ondanks een veelbelovend begin toch een beetje op je honger blijft zitten. Maar we lezen weer, ander en beter dan maar.

Jaja, de herfst is hier duidelijk weer begonnen. De vroege, donkere lees- en tv-avonden, onze winterkostjes, de winterkledij, de kastenwissel. Het is tijd om te cocoonen, om rustig thuis te zijn en van elkaars gezelschap te genieten. Voor zolang dat duurt, zie ik de echtgenoot al denken ;-).

Juli was…

Met een paar dagen vertraging wegens schilderwerken in huis, toch nog een maandoverzicht. En juli stond volledig in het teken van vakantie, Italië, vriendschap, rust, genieten en ons gezin.

IMG_6538Italië. Wat het Songfestival allemaal niet kan doen. Dat een Italiaanse deelname zoveel indruk kan maken dat het al die jaren later nog gevolgen heeft. Toen ik als 13-jarige bakvis viel voor de knappe ogen van Raf, zat de verleiding in het complete plaatje. Het melancholische nummer (Gente di mare), de onbegrijpelijke taal, het contrast tussen de in mijn ogen zachtere, verlegen jongeman aan het begin van zijn carrière en de ietwat brute, vol zelfvertrouwen zittende zanger met reputatie. Het liedje bleef bij, de zangers verdwenen naar de achtergrond, maar ook de taal bleef sluimeren. 4 jaar later was de keuze voor Italiaans er eentje vanuit het hart.

Toen we 5 jaar geleden voor het eerst met onze meisjes naar Italië trokken, voelde dat voor mij een beetje als thuiskomen. Het lekkere eten, de rust, de zon, de mentaliteit, het Italiaans. En het zaadje is intussen ook bij de dochters geplant. Vooral de oudste is helemaal mee in het Italiëverhaal. Al liet ook de jongste dit jaar weten dat ze Italiaans wil leren, zodat ze zich kan redden als ze later naar Toscane trekt. Tot afgrijzen van de echtgenoot, die het tijd vindt om de Italiëzotheid wat te laten rusten.

Vriendschap. 5 jaar Italië, 4 jaar Noorse ontmoetingen. We kijken er met zijn allen naar uit. En dat allemaal dankzij de vriendschap die de jongste 5 jaar geleden sloot met een Noors leeftijdsgenootje. Twee dolle weken, samen spelen, samen zwemmen, communicatie met handen en voeten en dankzij vertalingen van de papa’s die daardoor ook veel contact hadden. Twee jaar later volgde een nieuwe toevallige ontmoeting en kregen we weer 2 prachtige weken samen.

Intussen regelen we ontmoetingen via Facebook en tellen we allemaal af. Het klikt nog altijd tussen de meisjes, die 10 minuten nodig hadden om te ontdooien, maar daarna geen moment uit elkaars buurt te vinden zijn. Tussen de papa’s, die samen voetbal kijken en politiek bediscussiëren. Tussen de mama’s, die over hun dochters en hun wegen naar volwassenheid ideeën uitwisselen. Samen zonnen, samen zwemmen, samen eten, samen praten. Grappig hoe je over de grenzen heen toch telkens opnieuw zoveel gelijkenissen ontdekt. Zoveel meer dat we delen dan dat ons scheidt. Op naar de volgende ontmoeting. In België, Noorwegen of Italië dan maar weer…

Talen. De echtgenoot en ik zijn talenmensen. Hij Germaans, ik Romaans. Maar we delen een liefde voor boeken. Taal als communicatiemiddel was meer iets voor hem. Hij stapt makkelijker op mensen af en staat meer open voor contact. Ik ben voorzichtiger. Ik zal daardoor soms ook afstandelijker overkomen, terwijl ik niets liever zou willen dan meepraten. Maar intussen hoort het bij vakantie. En nog steeds is hij vlotter en legt hij makkelijker contact, maar ik heb bijgeleerd.

Het mooiste is echter te mogen zien hoe de dochters zijn opengebloeid. De jongste lijkt op haar papa. Geen problemen met communiceren, in welke taal dan ook. Of met handen en voeten, maar binnen de kortste keren heeft ze wel vriendjes en vriendinnetjes. Zij werd in de loop der jaren wat kieskeuriger, leerde dat je soms wel eens het deksel op de neus krijgt als je te open bent. De oudste neigde wat meer naar de mama en had soms een duwtje in de rug nodig. Kreeg in het prille begin wel eens hulp van de zus, maar wil dat niet langer en overwint zichzelf. En doet dat met brio en geniet ervan. Ze krijgt hoe langer hoe meer communicatietrekken van de papa. En de mama kijkt toe en geniet. Ons grootste cadeau voor hen is misschien wel hun openheid naar en interesse in anderen.

Rust, genieten en ons gezin. Je hoeft er uiteraard niet helemaal voor naar Italië te reizen, maar onze 3 weken samen hebben ons wel deugd gedaan. Ruimte maken voor elkaar, voor onze dochters, is makkelijker als er een hele dag geen “moetjes” op je programma staan. Als je niet in de sleur zit van werk, huishouden, school, taken… En dan kom je thuis met het vaste voornemen om de Italiaanse stemming ook thuis vast te houden, maar al snel slorpt de realiteit je weer op. Ben je weer aan het wassen, plassen en schilderen voor je er erg in hebt. Dan zijn de dochters een weekje naar zee met hun grootouders, schilderen de mama en de papa intussen de woonkamer en is het de jongste die elke avond aan de telefoon vraagt: “hebben jullie vandaag wel al me & you-time gehad?”.

IMG_6657Maar misschien zit dat genieten vooral in de kleine dingen. In een dag samen schilderen en samen meezingen met “Radio Nostalgie”, waar ze verdacht veel nummers uit onze jeugd draaien. In het aftellen en uitkijken naar het moment dat we de dochters kunnen ophalen en ze weer thuis zijn. In het getater de hele rit naar huis. In het samen zijn met elkaar en met fijne mensen. In het nu leven. Niet blijven hangen in wat had kunnen zijn, wat anders had gekund of gemoeten. Geen zorgen maken over wat morgen komt, maar gewoon vandaag genieten. Lukt dat? De ene dag wat beter dan de andere, maar misschien zit de schoonheid vooral in het proberen, elke dag opnieuw, en minder in het slagen zelf.

Als ik dat nu eens meeneem naar augustus?

Toscane: de geliefde bekende.

Onze eerste week vakantie in Italië brachten we door in Toscane, intussen al voor de vijfde keer. We kennen de streek, we kennen onze agriturismo, we kennen de eigenaar, we kennen zelfs de stadjes in de omgeving. En toch verveelt het niet. Toch is het telkens opnieuw de eerste bestemming die de kinderen opperen wanneer we over onze vakantieplannen beginnen te praten.

Het is er mooi weer. In de vijf jaar dat we er logeerden hebben we er anderhalve dag minder weer gehad. Het heeft er ooit eens een nacht en een voormiddag gestormd. Dat was de avond van de halve finale tussen Nederland en Argentinië op het WK 2014 in Brazilië en de echtgenoot was samen met onze Noorse vriend de heuvel op geklommen om de match te gaan bekijken. Het werd een lange match, want het draaide uit op verlengingen en strafschoppen en eigenlijk bleek er die avond ook niet veel te zien, vertelde de echtgenoot achteraf. Het onweer dat we in de verte hoorden rommelen, kon niet op het einde van de match wachten. En dus moesten de echtgenoot en de Noorse vriend de heuvel af in hels weer. Een zanderige steile heuvel verandert na een regenbui in een gladde, glibberige modderpoel. Een halfuurtje na de match stond er dan ook een modderduivel voor de deur van ons appartementje. Door en door nat en verschrikkelijk vuil. De volgende morgen was het grijs, viel er nog wat regen en was het vooral héél erg winderig. Geen zwembadweertje dus. De enige mindere dagen in de 8 weken die we er al doorbrachten.

Je ontmoet er fijne mensen. Ergens terugkeren waar je al geweest bent, zorgt ervoor dat je weleens mensen opnieuw tegenkomt die er een jaar eerder ook al waren. Dat kan meevallen, dat kan tegenvallen, maar in ons geval was het een fikse meevaller. Toen we er het eerste jaar logeerden, ontmoette de jongste een Noors meisje, waar ze een hele week mee doorbracht. Ook tussen beide ouderparen klikte het. Intussen brachten we al voor de vierde keer tijd samen door in Toscane en het blijft telkens opnieuw een fijn weerzien. Voor ons hoort het intussen bij Toscane: Noorse ontmoetingen. Ook de oudste vond dit jaar aansluiting bij een internationaal groepje jongeren. Er werd lang gebabbeld, er werd genoten van elkaars gezelschap. Maar er is ook een keerzijde: het maakt het moeilijker om te vertrekken. Dit jaar vertrokken wij als eersten. Zij zouden nog een weekje blijven. En dan is het moeilijk om de knop om te draaien, zeker als het fijne dagen waren. Dan vloeien er wel eens traantjes bij de dames des huizes.

Het bekende geeft rust. Weten waar je terecht komt, weten hoe ver je moet rijden, waar de winkels zijn, welke stadjes je opnieuw wil bezoeken, waar je lekker kan eten voor een eerlijke prijs, dat geeft mij rust. Ik heb soms echt wel last van reisstress: de lange rit, het pakken, hoe zal het er zijn: is het (min of meer) proper, zal er gezelschap zijn voor de kinderen, is het er rustig genoeg om goed te kunnen slapen? De avond voor we voor het eerst alleen met ons gezinnetje naar het buitenland zouden trekken, stelden ook onze dochters de vraag “of het allemaal wel zou meevallen en of ze wel andere vriendjes zouden ontmoeten”. Hier weten we zeker dat er andere kinderen zullen zijn, dat de communicatie na een paar dagen toch op gang komt en dat het allemaal wel losloopt. Voor mij is de vakantie dan ook geslaagd als ik mijn meisjes zie genieten. Als ze contact leggen, als ik hen hoor praten en spelen. Als ze ’s avonds niet lang genoeg buiten kunnen blijven “want de anderen zijn daar ook nog”. Als ik hun ogen zie blinken na alweer een geweldige dag. Als een uitstapje niet per sé hoeft, “want de rest blijft vandaag ook hier en we hadden afgesproken”…

De feestjes zijn zalig én lekker. 3 keer per week organiseert de eigenaar een feestje in het hoofdhuis, waar alle gasten welkom zijn. “Welcome party, pizza party en pasta party”. Het eten is eenvoudig, maar overheerlijk. Bovendien wordt er gedanst, gezongen, of samen naar het EK voetbal gekeken. Het is een geweldige ijsbreker, zeker als blijkt dat je voor én na de feestjes allemaal samen diezelfde heuvel moet beklimmen of afdalen. De beste manier om in contact te komen, om kennis te maken of om bij te praten. Voor een mama is er niks mooiers dan de dochters voor of achter haar zien of horen tateren.

Ze spreken er Italiaans. Ik weet dat bovenstaande dingen ook elders te vinden zijn, in Frankrijk, Spanje, Griekenland, Portugal of een eilandje in de Middellandse Zee. Maar hier komt de Italianist in mij 2 weken aan zijn trekken. Italiaans horen, pogingen doen om het te spreken, ik geniet ervan. Het hoort bij vakantie. Engelse antwoorden krijgen omdat ook zij hun vreemde taal willen oefenen en omdat ze blijkbaar héél erg duidelijk horen dat je toerist bent, nemen we er dan maar bij.

Voor ons is Toscane rust en genieten. Al 5 jaar lang. Al wordt het nu misschien wel tijd dat we een ander stukje wereld zien. De echtgenoot heeft het soms wel wat gehad met de Italiaanse chaos, het domani-principe (morgen is er nog een dag), het verkeer, de heuvels (het draaien en keren, de concentratie), altijd weer pizza en pasta of ijsjes. Misschien wordt het nu echt wel tijd om onze Noorse vrienden in eigen land een bezoekje te brengen ;-).

Toscane 2016

Een beetje Italië in België

We zijn terug in het land. Onze jaarlijkse vakantie zit er jammer genoeg op. 2 weken Italië en we hebben met volle teugen genoten. Van het weer, het lekkere eten, de ijsjes, het zwembad, de uitstapjes, het gezelschap en van elkaar. Een verslag, onze hoogtepunten en mindere belevenissen, de vakantieversies van mijn “Stommiteiten”,… volgen zeker nog de komende weken.

Maar wat een terugkeer! Voor één keer kwamen we niet in een temperatuurshock terecht, maar kregen we bij onze thuiskomst Italiaanse temperaturen. Kwestie van de overgang dit keer wel verteerbaar te maken. Dat was de voorbije jaren wel eens anders, met als triest dieptepunt die keer dat we in Turkije vakantie vierden, er vertrokken met bijna 40 graden en een dagje later ontwaakten bij een Belgisch grijze 12 graden.

IMG_6970Bovendien hebben wij hier wel meer trucjes om het vakantiegevoel nog even te laten doorleven. Vakantiesouvenirs hadden we dit jaar niet meer bij. De kinderen hebben geen Italiaans T-shirt of zilveren oorhangertjes gekozen op één of ander marktje of bij één of ander stadsbezoek. Een T-shirt dat ze in eerste instantie met veel enthousiasme aan iedereen showen, maar dat na de zomervakantie vrij snel ergens in een hoekje van hun kleerkast terecht komt om nooit meer op te duiken. Te veel vakantiesfeer, niet geschikt voor op school en een jaar later blijken ze er helemaal uitgegroeid. Als dat fantastische T-shirt al de Belgische after-reis-was overleeft, want ook dat is niet altijd een zekerheid.

Of de oorringetjes, die “gespaard” worden voor de speciale gelegenheden, maar waar na één lange, intense feestavond toch van blijkt dat onze dochters er allergisch op reageren. En de hangertjes dus toch geen “echt zilver” blijken te zijn, ook al was de verkoper op het marktje héél erg zeker van zijn stuk. Of die helemaal verkleurd blijken te zijn na een douchebeurt, waarop we samen beslissen dat groen uitgeslagen oorbellen misschien toch niet de meest ideale keuze zijn voor meisjes met een heel gevoelige huid.

Dit jaar brachten we uit onze agriturismo wel zelfgemaakte wijn, olijfolie en pasta mee. Zodat we ook de komende weken af en toe nog eens Italië op ons bord kunnen brengen. Of van een mooie zomeravond genieten met een heerlijk glaasje witte wijn. Al mag de pasta van de echtgenoot en de dochters nog wel even in de kast blijven. Na 2 weken Italiaans eten hebben mijn huisgenoten hier even behoefte aan normale Belgische kost. Wat ik wel begrijp, maar ergens ook jammer vind.

Toen we lang geleden, in het vijfde middelbaar, op Romereis gingen, bleek ik al de enige te zijn die het absoluut niet erg vond dat er bij terugkeer een lasagne op het menu stond. Daar waar de jaargenoten al dagen aan het fantaseren waren over de gerechten die ze in België wilden eten, genoot ik intens van al dat Italiaans heerlijks en mocht dat voor mij gerust nog even blijven duren. Ik had ook absoluut geen nood aan het McDonald’s-uitstapje in Rome waar iedereen naar aftelde. Maar volgende week zijn we al 10 dagen terug thuis, dan wordt het  dringend tijd om nog eens wat Italiaans op ons menu te zetten. Toch?

Ook ontbijten doe ik momenteel nog altijd op zijn Italiaans. Vorig jaar ontdekte ik de ontbijtgranen van “Gran Cereale”. Al bij ons eerste Coop-bezoekje bleek dat ze dit jaar hun gamma zelfs nog uitgebreid hebben, met een chocoladeversie. Zalig! En dus sloeg ik meteen een voorraadje in, sleurden we dat mee de Alpen over en kan ik me ’s morgens nog even in Italië wanen als ik in onze veranda geniet van de Belgische zomer. Jammer genoeg zijn die dingen maar beperkt houdbaar en dus zal ik binnen een paar weken weer moeten overschakelen naar het Belgisch brood of de Amerikaanse graanvarianten.

Maar tegen dan is het “dolce far niente-gevoel” allicht ook al uit mijn systeem en word ik weer helemaal in de Belgische hectiek gezogen. Ook al nemen we ons elk jaar voor om toch een beetje Italiaanse rust te behouden, om toch wat meer te genieten, om onze pauzeknop van op vakantie ook tijdens het jaar wat meer te activeren. En ach, misschien duren mooie liedjes niet lang, maar we doen toch weer een poging. De wijn staat hier al koud ;-).

Het werd zomer. Bijna!

IMG_6393Neen, we gaan het niet hebben over het fantastisch Belgische zomerweertje. Waar we een warm dagje alweer moeten bekopen met verschrikkelijke zomeronweders. Maar het einde van de examens en proefwerken is stilaan in zicht. De oudste heeft nog geschiedenis, de jongste heeft nog rekenen, maar het leren is al achter de rug. Nog een keertje alles geven en ze kunnen aan hun zomervakantie beginnen.

Ook bij de echtgenoot is het verbeterwerk (net) achter de rug. De punten worden doorgegeven, nu volgen een paar dagen deliberaties en moet hij de rapporten nog schrijven en wat administratieve zaken afhandelen. En dan kan de riem er hier even af. Het is tijd en het is nodig. Ze zijn zo moe, mijn huisgenoten. En ze zijn het moe. Even geen school meer. Even geen taken meer, geen lessen. Even alleen maar genieten, luieren, wat lezen. Uitslapen ook, recupereren van een lang, vermoeiend jaar.

Toen onze meisjes jonger waren, zag je in mei en juni gewoon dat ze aan het einde van hun Latijn waren. Het bobijntje was af. Ze gingen zonder morren op tijd naar bed, ze durfden in het weekend al eens een gaatje in de dag te slapen en vooral de jongste kroop in de loop van de dag wel eens stilletjes met een boekje in bed. Een uur later vonden we haar dan diep in slaap. Ze hadden het soms zo nodig. Mei is dan ook een erg drukke maand met de schoolfeesten, de dansoptredens, soms nog wat communie- en verjaardagsfeesten hier en daar. Het was soms teveel voor onze dames.

Intussen zijn ze opgegroeid en zijn ze het al meer gewend. En toch. De examens zijn ook gewoon vermoeiend. Het vraag een constante mentale inspanning en dat vergt toch veel van onze meisjes. En dan zijn de lontjes soms wat korter: er wordt al eens stevig gezeurd. Op het oneerlijke (studeer)leven, op de ouders (met hun bedenkelijk gevoel voor humor), op de zus. Op het eten dat net niet is wat ze liefst gewenst hadden. Of op de muziek/lach/stem die te luid is, de mattentaartjes die uitverkocht waren bij de bakker,… Het grappige is dat dat gezeur meteen stopt op het moment dat de examens afgelopen zijn. Min of meer toch ;-). Vanaf morgenavond kunnen ze weer wat meer hebben. Dan blijven ze al eens langer op en slapen ze ook gewoon weer een stukje langer uit. Het ritme wordt verlegd, we zetten een stapje terug. Er “moet” ineens niks meer, er “mag” veel meer.

Lang zal het overigens niet duren vooraleer we hier “ik verveel me” te horen krijgen. Of “mag ik op de Nintendo/tablet/computer”? Want wat moet je in godsnaam met die zeeën van tijd gaan doen (zeker als het regent)? En je kan nu toch niet de hele dag door blijven lezen (tenzij het goed weer is en je als eerste de ligzetels hebt ingepalmd natuurlijk). Het moet gezegd dat ook de waterspelletjes en ons plastieken zwembadje enorm populair blijven bij onze dochters. Zeker als ze gezelschap kunnen/mogen vragen. Of een logeerpartijtje mogen houden…

Die belofte van de oneindige zomer, de leegte die zich voor je uitstrekt, dat mis ik nog altijd. Maar als ik eraan denk dat je dan eerst nog eens die examens moest doorworstelen, dan is dat gemis snel over. Al zal het binnenkort toch weer slikken zijn, als iedereen vakantie viert en ik ’s morgens het huis stilletjes uit sluip om toch maar niemand wakker te maken en de liefdes van mijn leven hun broodnodige recuperatie te gunnen.

Nog één examen, nog één weekje, en dan zit het er alweer op. Is de lagere school een afgesloten hoofdstuk in dit gezin. Dan zit de helft van het middelbaar er voor de oudste al op . Het gaat toch zo ontzettend snel allemaal. Even met je ogen knipperen en voor je het weet zijn ze opgegroeid. Ik ben daar zó niet klaar voor. Maar voor de dochters kan het soms niet snel genoeg gaan. Zeker niet nu ze weer twee superlange vakantiemaanden in het vizier hebben ;-).

Ode aan mijn (nieuwe) man

Volgens Fernand Huts ben ik een “moderne, veeleisende vrouw die haar man geen ruimte laat om te ondernemen”.  Ik verwacht dan ook “dat hij mee instaat voor het huishouden, dat hij thuis is, meegaat op citytrip, skiverlof, en liefst nog verlof heeft in de krokus- en paasvakantie, in het groot verlof, met Allerheiligen en tussen kerst en nieuw”. Quality time together komt voor mij ook voor geld verdienen. En blijkbaar moet ik dringend eens met mijn man in een koetsje door de stad of samen een wafeltje gaan eten op het strand.

Eigenlijk moet je erom lachen, maar dat kan ik niet. Fernand Huts is immers niet de enige hooggeplaatste man die er een dergelijke mening op na houdt. Al te vaak bots je in je professioneel leven als vrouw op dergelijke dinosaurussen. De ene al wat subtieler dan de andere. Het begint al bij je sollicitatiegesprek waar je de vraag krijgt of je kinderen wil. Of als je er al hebt, hoe je het allemaal zal regelen. Moet een man ooit de kinderopvang na school gaan verantwoorden in het eerste gesprek voor een nieuwe job?

Het duurt je hele carrière door. 4/5 werken? Berg meteen je carrièredromen maar op want “een managementfunctie is een voltijdse job hoor”. Leiding geven? “Een vrouw is niet hard of doortastend genoeg.” “Ze draaien rond de pot, ze durven geen beslissingen nemen, ze babbelen teveel.” Je bedrijf vertegenwoordigen op een evenement ’s avonds? “Jij? Moet jij ’s avonds niet bij je kinderen zijn?” Er zal geen vrouw te vinden zijn die niet minstens één dergelijke opmerking te slikken gekregen heeft in haar loopbaan. Het is vernederend, het is vervelend en je wordt het beu om je telkens opnieuw te moeten verdedigen, te moeten verantwoorden of met dezelfde (bedenkelijke) “grapjes” te moeten lachen. Want nog een ferm nadeel: we hebben geen gevoel voor humor en we zijn toch wel heel snel op onze teentjes getrapt.

Gelukkig zijn er ook andere mannen. Of ze “nieuw” zijn, laat ik in het midden. De echtgenoot is mijn partner in crime, mijn beste vriend. Hij staat achter mij net zoals ik achter hem sta. Hij stimuleert me, net zoals ik dat bij hem probeer. Hij steunt me, zoals ik hem. Hij is er voor mij, zoals ik er voor hem probeer te zijn. Hij werkt, ik ook. Hij heeft drukke periodes en dan probeer ik hem te ontlasten en voor hem in te springen, wat hij op zijn beurt ook voor mij doet. Hij geeft me de kans mijn ding te doen, ik gun hem zijn dromen.

We kozen samen voor kinderen en we zorgen er ook samen voor. Onze kinderen missen mama evenveel als papa de avondjes dat één van ons verplichtingen heeft. Ze protesteren als mama een drukke week heeft, net zoals ze ook papa liefst zoveel mogelijk in hun buurt hebben. Af en toe zetten we samen zelfs nog eens een stapje in de wereld en maken we tijd voor elkaar. Dat vind ik belangrijk, maar hij ook. Hij haalt het beste in mij boven en ik hoop dat ik dat ook bij hem doe.

Maar we ondernemen niet en we vinden “leven” belangrijker dan “geld verdienen”. We zoeken heel hard naar een goede balans tussen ons professioneel leven en ons privéleven. Tussen er zijn voor elkaar en onze kinderen en het voldoen van onze arbeidsverplichtingen. Er zijn momenten dat het lukt, maar er zijn ook drukke periodes dat het evenwicht ver weg lijkt. We doen heel hard ons best om alle balletjes in de lucht te houden, maar soms kunnen we niet anders dan constateren dat het niet wil lukken. Soms heeft hij het zwaarder en dan probeer ik in te springen, soms is het omgekeerd en vaak komt alles samen en is het gewoon doorbijten.

Zal de worklife-balans op mysterieuze wijze in zijn plooi vallen van zodra de vrouw haar man de ruimte geeft? Wil de (nieuwe) man eigenlijk terug naar hoe het vroeger was? Wil hij de ruimte wel krijgen om (enige) kostwinner te worden? Wil hij de financiële druk voor zijn gezin op zich nemen? Wil hij de kwalitijd met zijn kinderen opofferen op het altaar van het geldgewin? Misschien is het aan de (jonge) nieuwe mannen om massaal hun stem te laten horen. Misschien dat de oude krokodillen geneigd zijn om wel werk te maken van een “leefbare” arbeidsorganisatie als het niet enkel de “zagende” vrouwen zijn die hun ongenoegen over het huidige systeem kenbaar blijven maken.

En tot slot, mijnheer Huts, ik ben veeleisend ja, en ik ben er fier op. Mijn man is minstens even veeleisend en daar ben ik hem dankbaar om en daar heb ik respect voor. Zo stimuleren wij elkaar om te blijven groeien, als gezin, als werknemer en als mens. Onze onderneming: goed leven.

Een nieuwe dag, een nieuw ballonnetje

Wordt er eigenlijk nog geregeerd in ons land? Of worden er vooral (mislukte) ballonnetjes opgelaten? Zodat we vooral kunnen doen alsof we aan het regeren zijn? Ik vraag het me af, hoe langer hoe meer. De kracht van de verandering is nu 2 jaar ver en veel zie ik toch niet veranderen.

Er zijn nog steeds lange wachtlijsten voor mensen met beperkingen die zorg nodig hebben. Vele schoolgebouwen zijn aftands en dringend aan vervanging/renovatie toe, maar op het terrein zie je weinig gebeuren. Het hoger onderwijs snakt naar (financiële) ademruimte, die er niet is. De militairen, die al jarenlang zwaar bespaard hebben, springen de al even fel getroffen politie bij. Of de cipiers. Het langdurig ziekteverzuim piekt. Vele jonge ouders weten niet meer van welk hout pijlen maken: hoe moet je vandaag de dag in godsnaam nog je professioneel leven met je gezinsleven verzoenen?

Dat het moeilijke tijden zijn, weten we allemaal. Dat we een paar jaar op onze tanden moesten bijten, konden we ook nog slikken. We hadden er zelfs begrip voor. Maar na 2 jaar beleid stel ik me de vraag of er wel een visie is. Wat zijn de keuzes die we maken? Hoe zien we arbeid, samenleven, onderwijs,… op langere termijn? Waarin willen we investeren? Wat vinden wij – als maatschappij – belangrijk?

Het enige wat we krijgen, zijn ballonnetjes. Het laatste in de rij was dat van mevrouw Rutten. Dat we de bevallingsrust misschien beter konden verdelen, want dat het ervoor zorgt dat vrouwen geen carrière kunnen maken. Laat ons er nog van uitgaan dat ze het effectief goed bedoelde. Dat de oorspronkelijke gedachte erachter goed bedoeld was. Alleen kwam het alweer aan als een opdoffer. Het weinige dat we hebben (zeker in vergelijking met het Europees gemiddelde), mogen we dan nog eens gaan verdelen.

Misschien had mevrouw Rutten, gezien haar goede contacten in de bedrijfswereld, haar vrienden-ondernemers kunnen aanzetten om de papa’s die hun vaderschapsverlof  wensen op te nemen, niet langer tegen te werken. Of hen vriendelijk te verzoeken niet langer te discrimineren bij hun aanwervingspolitiek en de sterkste kandidaat te kiezen. Ook al is dat een vrouw met een mogelijk tikkende biologische klok. Misschien had ze hen kunnen aansporen om hun werkorganisaties wat meer af te stemmen op de combinatie met het gezinsleven. Om de netwerkmomenten en vergaderingen niet langer op een onmenselijk vroeg of laat uur te plannen, zodat mama’s en papa’s ook effectief kunnen deelnemen. Ze had hen ook kunnen vragen om mensen te promoveren op basis van kwaliteiten en verdiensten, niet op basis van hun deeltijdse of voltijdse arbeidsregime. Of ze had kunnen beginnen met de moederschapsrust voor zelfstandigen op hetzelfde niveau te brengen als dat van de werknemer-moeders.

Ze had zoveel kunnen doen, maar in plaats daarvan schoffeerde ze alle werkende ouders. De jonge mama’s die hun 15 weken bijlange niet genoeg vinden, voelen zich nu schuldig, want “medisch gezien zijn ze al lang hersteld”. Dat de nachten nog steeds onderbroken worden, dat ze overdag van elk moment gebruik maken om bij te slapen, dat de borstvoeding nog niet loopt zoals zou moeten, is van geen tel. Dat ze er overdag niet toe komen om zich aan te kleden of te douchen, omdat ze nog steeds proberen het huishouden min of meer te combineren met dat kleintje, doet er niet toe. Ze schoffeerde alle vrouwen die graag werken, maar op belangrijke momenten liever voorrang geven aan hun gezin. Alle papa’s, die maar al te graag veel meer de zorgende rol op zich willen nemen, maar geen (expliciete of impliciete) toestemming krijgen van hun werkgever.

Misschien kan mevrouw Rutten beginnen met écht te regeren, in plaats van ballonnetjes op te laten? Misschien kan ze eens even met twee voeten in het échte leven gaan staan en afdalen van haar pluchen zetel? Misschien kan ze – samen met haar gewaardeerde collega Peeters – eens aan den lijve ondervinden wat dat precies betekent voor een gemiddelde Belg, “boven zijn stand leven”? Vanop de oppositiebanken blijft het trouwens oorverdovend stil, op enkele gelijkaardige ballonnetjes na. Waar blijft het realistisch alternatief? Waar blijven de ideeën voor een andere toekomst? Waar blijft de hoop?

En wat doen wij? Wij werken, wij betalen onze rekeningen, wij proberen er zoveel mogelijk voor onze kinderen te zijn en hen een toekomst te bieden. Een toekomst waarin er opnieuw plaats is voor solidariteit, voor mekaar, voor familie en vrienden. Een toekomst waarin ze een droomjob combineren met een rijk privéleven. Hopelijk staat er dan een generatie op met visie. Een generatie die zich niet tevreden stelt met wat ballonnetjes, maar die daadwerkelijk beleid voert en verandering brengt.

Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

Mama’s kleine vakantieverdriet

Vorige week genoten wij hier met zijn allen van onze Paasvakantie. Deze week moest de mama jammer genoeg alweer aan het werk, terwijl de dochters en de leraar-echtgenoot nog een weekje langer vakantie vieren. En alhoewel ik het intussen, in het twintigste jaar van mijn professionele leven, al gewend zou moeten zijn, blijft het toch telkens weer pijn doen.

Het betekent immers dat ik mijn bed uitspring van zodra de wekker gaat en dat ik de rest van het ochtendritueel zo stil mogelijk probeer af te werken. Want de echtgenoot en de dochters slapen uit en dat probeer ik zo te houden. Bovendien heb ik op weg naar de volwassenheid toch enigszins vooruitgang geboekt. Toen ik vroeger “zachtjes” de trap probeerde af te gaan, was het volgens mijn moeder altijd “net of er een bende olifanten passeerde”.

Alhoewel er af en toe nog wel eens een ongelukje gebeurt, zeker als je niet uitgeslapen bent. Dan laat je de elektrische tandenborstel natuurlijk met veel gerammel en geklingel in de wasbak vallen. Of dan valt de deur veel luider toe dan je verwacht had. Of dan ben je natuurlijk nog iets in de kamer vergeten en moet je de deur, die je een kwartier eerder zachtjes achter je had toegetrokken, weer openen. Of dan staat er ineens een dochter voor je neus en verschrik je je (luidkeels) een ongeluk. Of de doucheknop gaat met geweldig veel gebonk tegen de douchebodem en knalt onderweg ook nog eens stevig tegen de muur waarachter de oudste probeert te doen alsof ze mama écht niet hoort. Of de deur van de badkamerkast open laten staan omdat het klopt telkens je ze sluit en vervolgens dan keihard met je kop tegen de openstaande deur knallen. Of je blote tenen (want dat maakt veel minder geluid dan schoenen aan je voeten) dan wel tegen de deur stoten. Niet dat dat zoveel lawaai maakt, maar de pijnkreet en het bijhorende gevloek natuurlijk wel.

Of je trekt beneden de koelkast open en een fles drank, die duidelijk niet goed geplaatst was, valt eruit, wat een hels lawaai maakt. (En dan kan je nog eens de keuken beginnen opkuisen, terwijl je eigenlijk alleen maar zo snel mogelijk – zonder al te veel geluid – het huis probeerde uit te sluipen.) Tijdens de vakantieweken valt het ook héél hard op hoe de voordeur toch altijd zo’n vreselijk kabaal maakt als die in het slot valt, zeker als het voor de rest muisstil is. En ik doe écht waar héél hard mijn best, maar de keren dat de echtgenoot ’s avonds vraagt: “zeg, wat was dat nu toch weer deze morgen?” zijn hier niet meer op één hand te tellen. En al bovenstaande gevalletjes heeft yours truly ook al minstens één keer “live” meegemaakt op een vroege vakantieochtend.

En waar dat gezegde van de ezel en zijn steen vandaan komt, begrijp ik eerlijk waar ook niet, want ons (mij) overkomen sommige onfortuinlijke gebeurtenissen echt wel tot verschillende keren toe. Maar telkens het wel lukt om het huis in relatieve stilte te verlaten en iedereen nog rustig ligt te slapen als ik vertrek, bloedt mijn (moeder)hart een klein beetje. Dan wil ik eigenlijk niets liever dan terug naar binnen gaan, in mijn bed kruipen en de rest van de dag met mijn geliefden doorbrengen.

Alhoewel ik het de kinderen en de echtgenoot van harte gun, ben ik telkens toch stiekem een beetje blij als de vakantie erop zit, als alles terug zijn gewone gangetje gaat en we allemaal terug in het normale ritme zitten. Als ik me ’s morgens geen zorgen hoef te maken om het behoud van de stilte en het vermijden van welk lawaai dan ook. Als er ineens een pak minder ongelukjes gebeuren ’s morgens vroeg (in mijn verbeelding dan toch). Als de dames des huizes weer een ochtendhumeur hebben wegens niet uitgeslapen en drukdrukdruk. Als we het ochtendritueel in alle haast doorspartelen omdat we liever een kwartiertje langer slapen dan de dag rustig te beginnen. Als we aan een stuk door de kinderen moeten aanzetten tot haast en spoed omdat het nu écht wel hoog tijd is om te vertrekken.

Misschien is het dan toch niet zo erg om (min of meer) stilletjes het huis uit te sluipen in de vakantie…

morning people