Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

De klokken zijn toch geweest

Pasen2016Totaal verontwaardigd waren ze, onze dochters, toen ik durfde te opperen dat ze misschien stilaan toch te oud werden om eitjes te rapen. Of het misschien geen tijd werd om de traditie voor een tijdje in de koelkast te stoppen? Geen denken aan. En dus haalde ik toch maar terug eitjes in huis. Maar we spraken wel af dat we niet vroeger zouden opstaan om de eitjes te verstoppen, maar dat ze gewoon in bed bleven tot wij onze taak als paashaas vervuld hadden.

Om hen dan los te laten in onze tuin. Met kleine oogjes uiteraard want zo wil de traditie het. Het ging vlot, maar toch bleken ze na de eerste ronde toch hier en daar een eitje gemist te hebben. En dus mochten ze nog een keertje opnieuw gaan zoeken. En neen, we hadden ze niet meer opnieuw verstopt terwijl ze even met hun aandacht bij de jacht waren ;-).

Na het ontbijt werd het tijd voor het echte werk. De jacht bij oma en opa. Waar ze intussen met een kleine bende zijn. Onze dochters zijn de oudste kleinkinderen. Zij nemen de jacht niet meer zo serieus: zij vinden het intussen al leuker om de jongere kinderen een handje te helpen bij de zoektocht. Enkel de jongste had het met zijn twee nog niet helemaal door, ook al verklaarde hij in het begin heel duidelijk “oma gedaan”. Misschien moeten de Paashazen ook daar nog een beetje aan hun timing werken ;-). En wij maar hopen dat de andere 3 niets zouden opvangen. Al denk ik dat de magie ook voor de oudste twee intussen gepasseerd is.

Maar de gekleurde blinkende kleine eitjes uit het gras plukken vond de kleinste wel leuk. Ze in het mandje gooien (letterlijk dan) ook. Gelukkig waren het “maar” chocoladeeitjes en is opa intussen getraind in het vangen. Al schrokken we met zijn allen toch even toen hij ook een kippeneitje in handen kreeg, dat maar niks vond en terug liet vallen. In het zachte gras. Zonder erg dus.

Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat onze meiden nog altijd graag eitjes rapen. Gelukkig hebben we het vroege opstaan intussen wel kunnen schrappen. Het is traditie, ik denk dat ik het ongelooflijk zou missen als ze besluiten dat ze nu echt wel te oud zijn en we hun eitjes dan gewoon maar op de ontbijttafel presenteren. Gelukkig zitten we bij oma en opa nog wel een aantal jaren safe voor de spanning, het gehol, het gezoek en het laten vallen van minstens één eitje…

Feest in huis!

feestDit weekend vierden we de twaalfde verjaardag van de jongste. Met een familiefeestje (van 23 personen). In onze tuinkamer, die meteen gedoopt werd. Het was een meevaller. Zij genoot (en dan doen wij dat ook). Het was natuurlijk niet de eerste keer dat we een verjaardagsfeestje organiseerden in ons huis, maar dat we met zijn allen gelijktijdig aan tafel konden zitten, was wel een primeur. Vroeger aten we in verschillende stadia, of waren er een aantal die in de zetel dineerden.

Een goede voorbereiding is het halve werk. Min of meer toch, want wij (lees: ik) maken het hier graag spannend. Eigenlijk ben ik een heel goede planner en kan ik ook redelijk goed inschatten hoeveel tijd welke taak in beslag zal nemen. Dan hou ik meestal nog een uurtje reserve en voeg ik prompt nog een klein klusje extra toe. Waardoor het alweer nipt wordt. Gelukkig voorzien we het meestal zo dat de echtgenoot ruim op tijd klaar is. Als ik dan in laatste instantie weer nog in de douche wil/moet, is hij er tenminste om het volk al te ontvangen.

Doe de avond tevoren boodschappen. Maak een lijstje en doe je boodschappen op vrijdagavond in plaats van je in de zaterdagochtenddrukte te storten. Je wint er dubbel mee: je shopt een pak rustiger en je kan zaterdagochtend nog op je gemak de weekendkrant lezen. (Waarna je dan wel de hulp moet inroepen van je dochters om de groentjes te kuisen, omdat dat lezen toch net iets langer uitgelopen is dan gepland).

Kook iets simpels. Uiteraard is het aan de dochters om te kiezen wat ze op hun verjaardag willen eten. Zijn hier in de loop der jaren al de revue gepasseerd: lasagne of andere pasta, pizza, pita en taco’s,… Deze keer had de jongste voor hamburgers gekozen. Heel lekker uiteraard, maar mijn praktische voorkeur gaat uit naar ovengerechten. Die kan je immers volledig op voorhand bereiden. Dan moet je de schotel op de dag zelf enkel nog in de oven schuiven en kan je het feest ook in gezelschap doorbrengen. De hamburgers (pita’s, taco’s) moeten op het moment zelf nog gebakken worden en dan sta je algauw toch wel meer dan een uurtje in de keuken. Maar het is aan de dochters om te kiezen, en wij schikken ons (min of meer, voor wat beïnvloeding vooraf draaien we onze hand niet om ;-), al blijkt onze invloed de laatste jaren duidelijk tanende).

Playmobil en Lego blijven toppers! Onze dames zijn het speelgoed dan eigenlijk wel ontgroeid, maar ze hebben nog jongere neefjes en een nichtje. Die we eigenlijk amper zien op de verjaardagsfeestjes ;-). Ze weten intussen maar al te goed dat er boven een aantal dozen Playmobil klaarstaan en verdwijnen binnen de kortste keren naar boven. De rest van het feest horen of zien we hen niet meer. Dan worden er boven ganser Playmobilsteden gebouwd en wordt er gefantaseerd dat het een lieve lust is. (Zalig om zo af en toe even te gaan spieken wat ze daar allemaal aan het doen zijn!) Ook de doos Duplo doet intussen nog altijd goed dienst. Dan bouwen de dochters een flatgebouw en is het allerjongste neefje daar toch wel even zoet mee.

En raken ze het speelgoed toch beu, dan is er nog onze hond. Die gisteren na het feestje even uitgeteld was als de kinderen. Niet alleen moest ze weer eens haar territorium verdedigen tegen al die indringers (die maar bleven komen), daarna moest ze op de vlucht voor het jongste neefje die dolenthousiast telkens opnieuw achter haar aan ging om haar een aai te geven.

The day after. Hoewel ik tijdens het feest al wat probeer op te ruimen en tussen het hoofdgerecht en de taart al eens een afwasmachine doe draaien, rest er een dag later toch nog redelijk wat opruimwerk. Een paar afwasmachines in- en uitladen, de tafellakens wassen, drogen en strijken, de meubels weer op hun plaats zetten, snel even stofzuigen. En al dat eten wegwerken. Blijkbaar ben ik telkens zo bang om te weinig te hebben dat we alweer met (veel) overschot zitten. Een constante in mijn geval. En dus zijn de gebakken ajuinen nu fantastische ajuinsoep, liggen de overgebleven hamburgers in de diepvries en hebben we de resterende broodjes en groentjes deze middag (en deze avond, morgenmiddag en morgenavond…) soldaat gemaakt.

Maar het feestvarken heeft genoten. Van haar feest, van het gezelschap, van de cadeautjes, van het lekkere eten, van de taart, de kaarsjes en de bijhorende “Lang zal ze leven”. Al waren we met zijn allen wel blij dat we een “rustige” zondag hadden om te bekomen.

Uit mijn comfortzone

Vandaag stond in Gent de afsluitende bloggersbrunch van de #boostyourpositivity-actie van Danone op het programma. En voor het eerst zou ook ik van de partij zijn. De vorige had ik gemist omdat ik moest werken. Maar laat ons eerlijk zijn, ik ben niet zo’n held in die dingen. Ergens op mijn eentje een zaal binnenstappen en “onbekende” mensen aanspreken, dat vind ik moeilijk. Dat zal nog steeds het verlegen kindje zijn dat nog ergens diep in mij verborgen zit.

Ik ben nooit een tafelspringer geweest. Laat mij eerst maar op mijn gemakje de kat uit de boom kijken, tot ik een beetje gewend ben, en dan zal ik ook wel loskomen. Ik zit eigenlijk wel graag in mijn comfortzone. En dus werkte ik – met plezier – jaren voor hetzelfde bedrijf (en dezelfde baas), hadden wij een vaste vriendenkliek en omringden we ons graag met familie en vrienden. Nog steeds trouwens ;-).

Maar toen vertrok ik bij mijn toenmalige werkgever en dat was toch even wennen. Alhoewel ik toe was aan een nieuwe uitdaging, was het eerste dat ik miste “mijn routine”. Werken met de mensen die je kent, die jou kennen, weten wat ze van je verwachten en ook weten wat je moet doen om aan de verwachtingen te beantwoorden. En het was echt wel wennen, aan de slag gaan bij een ander bedrijf, met andere mensen. Het was een beetje een “rebound relatie”, maar het werd een ferme meevaller.

Intussen zijn we 4 jaar (en een paar jobs) verder. En heb ik tot mijn verbazing vooral veel over mezelf geleerd. Dat het niet slecht is om af en toe eens iets nieuws te proberen, om af en toe uit je routine te stappen. Want ik red me wel. Een pak nieuwe mensen zijn in mijn leven gekomen en een aantal daarvan zijn echt een verrijking geworden. Bovendien heb ik zoveel ervaringen opgedaan. Goede én minder goede, maar ze brengen je allemaal een stapje verder.

Toen we jaren terug voor het eerst zonder vrienden op reis trokken, vroegen onze meisjes aan de vooravond van de trip “of het wel zou lukken, of ze daar ook wel vriendjes zouden vinden”. En toen stelden wij hen gerust. We beleefden toen 2 heerlijke weken en de kinderen maakten zonder problemen Noorse, Nederlandse, Oostenrijkse,… vriendjes. Ook wij hadden een fijne vakantie met de ouders van sommige kinderen. Toen we achteraf terugblikten, vonden wij dat het grootste geschenk dat we onze kinderen konden geven: het vertrouwen dat ze zich – zelfs in een onbekende situatie en met vreemde kindjes – wel zouden redden (en meer dan dat). Ze hebben zich na die vakantie nooit meer vragen gesteld als we met ons viertjes op vakantie trokken.

En dus probeer ik ook af en toe eens uit mijn comfortzone te breken, want de mama moet toch het goede voorbeeld geven ;-). Doe ik dingen waar ik vroeger gillend van weggelopen zou zijn. En dus rijden we op een grijze zondagmorgen helemaal in ons eentje naar Gent. Halen we eens diep adem en stappen we toch de zaal binnen. Raken we aan de praat met een heleboel interessante dames en beleven we een aangename brunch. En was ik achteraf vooral fier op mezelf dat ik gedurfd had, dat ik niet in laatste instantie alsnog mijn staart had ingetrokken.

comfortzone1

Laat de kerstgekte maar komen!

Nu de Sint terug in Spanje zit, was het tijd om de kerstspulletjes van zolder te halen en ons huis kerstproof te maken. Het begon met het uitdoen van onze kerstboom. Voor het eerst sinds we samenwonen, zijn we erin geslaagd om onze kerstboom het jaar te laten overleven in de tuin, ondanks de talrijke pogingen elk jaar opnieuw. Dit jaar hebben we hier dus gerecycleerd: onze kerstboom krijgt een tweede leven. Laat ons hopen dat we dat ook volgend jaar kunnen doen, we hebben nog wel een dikke halve meter marge tot we het plafond bereiken.

Eigenlijk stond de versiering zondag al op het programma, maar toen zat de oudste volop in wiskundemodus en stond haar hoofd er niet echt naar. Met aardrijkskunde en mondeling Engels op het programma was er vandaag wel een beetje tijd voor het jaarlijkse versieren van onze boom. Wij houden het hier heel traditioneel: met rode en gouden ballen én gekleurde lichtjes. Een beetje (veel) kitsch, ik weet het, maar ook bij mijn grootouders en bij mijn ouders waren het telkens gekleurde lichtjes. Het voert me terug naar mijn jeugd, naar het kleine boompje en de grot-stal van mijn grootouders op hun kast en dus houd ik eraan vast.

Ondanks de donkere tijden is dit wel een gezellige periode. Na het winteruur is het altijd een paar weken op de tanden bijten: ik vind het niet zo aangenaam om in het donker al naar mijn werk te vertrekken en pas terug te keren als de duisternis al is ingevallen. Maar nu worden overal de lichtjes uitgehangen en aangestoken en elk jaar opnieuw geniet ik daar met volle teugen van. Alhoewel sommige mensen écht wel durven overdrijven. Zo hebben we hier een overbuurman die zich volledig uitleeft in zijn voortuintje. Je hebt er alle kleuren van de regenboog, een slede, een gekleurde kerstman, een hert,… Overdaad schaadt. Het is nog geen Verenigde Staten-overvloed, maar het komt toch al aardig in de buurt.

Nu wordt het stilaan aftellen. Mijn verjaardag, kerstavond, Kerstmis, Oudjaar, Nieuwjaar,… laat de feesten maar komen. Ik kijk er zelfs al naar uit om op zoek te gaan naar de geschikte cadeautjes en vind het geen opgave om me daarvoor in de kerstdrukte te storten. Alhoewel je veel kan vermijden als je maar vroeg genoeg op pad gaat ;-). Om de dochters en de echtgenoot toch een beetje te verrassen (ook al worden hier traditioneel kleren onder de kerstboom gelegd). Om plannen te maken voor het feestmenu, voor de outfit, voor het gezellig samenzijn, met ons viertjes, met de familie en met de vrienden op Oudjaar.

En het goede nieuws is dat we dan eindelijk ook nog eens samen wat vakantie kunnen vieren. Geen deadlines voor boeken voor de echtgenoot deze periode, maar gewoon samen met ons viertjes genieten. Van elkaar, van de rust, het lekkere eten en het goede gezelschap. Nog één weekje examens en dan beginnen we eraan. Ik ben er volledig klaar voor!

kerst2015_mini

Sinterklaas, kapoentje…

SintOok al zitten wij allemaal (jammer genoeg) in het kamp van de non-believers, toch maken wij ons hier weer op voor de komst van de Sint. Straks zullen de dochters des huizes (verplicht) hun schoentje zetten. Onder het motto: “geen schoen, geen cadeau” en zullen wij een paar uur later, nadat we eerst gecontroleerd hebben dat beide dochters wel degelijk in dromenland zitten, hun cadeautjes uit de schuilplaatsen (die ze nog steeds niet gevonden hebben) halen en op tafel uitstallen.

Nu de dochters al wat ouder zijn, is de magie van het grote kinderfeest natuurlijk wel een beetje verdwenen. Gelukkig hebben we nog een paar mete- en petekindjes die het hele Sint-verhaal wel ten volle beleven. Morgen zullen we vooral hen gelukkig maken. Zullen we de gezichtjes vol verwachting volgen als ze de kamer binnenkomen. Zullen we zien hoe ze op hun speelgoed vliegen en zullen we hen de eerste paar uur niet meer horen terwijl ze het nieuwe speelgoed uitproberen. Het jongste metekindje is pas dik anderhalf. Hij zal dit jaar nog niet goed beseffen wat hem overkomt.

Ergens vind ik het nog steeds jammer dat de dochters “het” weten. Het was voor ons ook een pak spannender om alles uit te halen terwijl de kans bestond dat we zouden betrapt worden. Om alles klaar te zetten terwijl je met één oor blijft luisteren of je de trap niet hoort kraken, of er boven jou geen voetstappen te horen zijn. Een keer was dat het geval en moest de oudste in het midden van de nacht naar het toilet. Toen ben ik snelsnel naar boven gevlogen om haar te beletten naar beneden te komen terwijl het speelgoed en de snoepjes al half klaar stonden op tafel (zonder een Sint of Piet in de buurt om alles in goede banen te leiden, wat ze ontzettend verdacht gevonden zou hebben).

Maar dit jaar heeft ook de jongste voor het eerst geen speelgoed meer gevraagd aan de Sint. Ook zij geeft al de voorkeur aan meer praktische spulletjes. In dit huis loopt het Sint-verhaal duidelijk op zijn laatste benen. En de timing van de Sint wordt ook moeilijker vol te houden met tieners die volop in de examens zitten. De oudste is momenteel aan het studeren voor haar examen wiskunde. Haar hoofd staat op dit moment echt niet naar Sinterklaas. Alweer een fase gepasseerd, zullen we dan maar zeggen, zeker. En terwijl de dochters voluit hun leven beleven en maar vooruit stormen, heb ik er deze morgen de oude fotoboeken nog eens bijgenomen. Ben ik gaan terugblikken naar die prachtige foto’s van verraste kindjes toen de deur van de living openging en ze voor het eerst te zien kregen wat er op de tafel op hen stond te wachten.

Gelukkig mogen we vanaf morgen de kerstboom beginnen te versieren en ons volop in de kerstsfeer storten. Kan ik plannen maken voor het kerstfeest, kan ik beginnen nadenken over de cadeautjes voor onder de kerstboom. (Ik denk dat je mij nu al lang genoeg kent om te weten dat ik niet het type ben dat al in de zomer de perfecte cadeautjes spot en er dan nog in slaagt om die 6 maanden lang verborgen te houden). Want al die overgangen, al dat opgroeien, hoe hard ik het hen ook gun, diep vanbinnen heb ik daar af en toe toch moeite mee.

Moederkesdag

Bloemetjes moederdag_miniOnze feestdag! En ik ben verwend geweest: bloemetjes, (heerlijk) eten gemaakt door de oudste, een zelfgemaakt cadeautje van de jongste… Genieten! En tegelijkertijd is het niet alleen mijn feest. Het is ook het feest van de dochters, want zonder hen was ik niet de mama die ik nu ben.

Het is telkens ook weer even stilstaan bij de twee vruchtjes die het niet gehaald hebben. Bij de kindjes die hadden kunnen zijn. Maar zonder wie de dochters er nooit geweest waren. En dus kan je dat verlies – met dank aan de schoonmama voor het inzicht – plaatsen en nu 15 en 12 jaar later relativeren…

Het is ook het feest van mijn moeder, van “ons moe”. Mama, oma, de hulplijn als we het eens niet zo goed meer weten, de plek om zelf nog “kind” te mogen zijn. En het voorbeeld dat het allemaal wel goed komt. Dat we, nu we op het randje van de puberteit staan, het wel zullen overleven. Dat het kan stuiven, maar dat de storm ook weer zal gaan liggen en dat de dochters hun weg terug naar huis wel zullen vinden.

Het is het feest van alle mama’s. Sommigen wachten al jaren op het moment dat ze mogen aankondigen dat ze mama zullen worden. Sommigen zijn ongewenst kinderloos en zullen vandaag toch weer even moeten slikken. Sommigen staan er alleen voor en hebben het helemaal niet makkelijk om alle zorgen in hun eentje te dragen. Sommigen moeten hun kinderen één week op twee missen. Sommigen leven in ruzie en zien hun kinderen niet meer. Sommigen moeten hun kinderen afstaan om hen een beter leven te gunnen. Sommigen hebben een kind verloren en dragen dat met zich mee…

Misschien is het vandaag wel het moment om daar toch even bij stil te staan, om je geluk te koesteren en om je schatten dicht bij jou te houden en eens flink te knuffelen. Dat zal ik zeker doen!

Vrolijk Paasfeest!

Nele PasenPasen. Eitjes rapen, lekker eten en koers kijken 😉 Zo ziet de dag bij ons eruit. Al jaren. Zelfs al toen ik een kind was. Wij werden toen meestal gewekt door onze nicht en neef, de buurkindjes. Wij hadden toen al meer moeite met opstaan en dus hoorden we de gilletjes van opwinding tot boven. “Ja, ik heb er één gevonden.” “Oh, wat een mooi, kom eens kijken…” Dan waren wij ook niet meer te houden natuurlijk. Stel dat ze aan onze eieren zouden zitten…

Wij zochten telkens een combinatie van geschilderde (eigenlijk getekende) kippeneieren en hun chocolade varianten. De mandjes stonden al klaar in de keuken en dan mochten we de tuin in. Rennen was dat. Om ter snelst zoveel mogelijk eitjes verzamelen. We waren ook niet altijd even voorzichtig; minstens één kippeneitje overleefde onze zoektocht niet. Soms werd er wel eens geroepen “Nele, ik heb jouw eitje gevonden”. Mijn ouders tekenden immers ook onze naam op de eitjes en die met een andere naam erop liet je natuurlijk liggen. Nadat we alles gevonden hadden en ontbeten, gingen we samen met ons nichtje en neefje nog eens op zoek naar de achterblijvers. Normaal gezien hadden onze ouders wel geteld, maar het kon in onze ogen natuurlijk altijd zijn dat er eentje achterbleef en dat konden we niet laten gebeuren natuurlijk 😉

Ook bij onze grootouders mochten we eitjes gaan rapen. Bij mijn meter en peter herinner ik me niet meer zo veel. Daar was de hof ook niet zo groot. En dus hadden ze dat in een bepaald jaar opgelost door de eitjes ook in de kippenwei te verstoppen. Ik herinner me nog goed dat ik als kind daar toch mijn bedenkingen bij had. “Hoe weet ik dan dat ik de eitjes van de Klokken neem en niet die van de kippen? Dat zal je wel zien (ze waren gekleurd). Peter, ik ben bang van de kippen, ik durf dat niet. De kippen zitten in hun kippenhok hoor, die kunnen er niet uit…” En dan ga je met een klein hartje toch die wei in, maar al snel ben je zo aan het opgaan in die zoektocht dat je alles rond jou gewoon compleet vergeet…

Bij mijn oma en opa was Pasen echt een struggle for life. Mijn grootouders hadden liefst 8 kinderen, we waren met 18 kleinkinderen. Ook hun gazon was niet bepaald groot. Kan je je voorstellen wat dat gaf als die 18 kleinkinderen tegelijk werden losgelaten om eitjes te zoeken? Trauma’s hebben we er niet aan over gehouden. Je leerde snel en slim te zijn. De kleintjes stopten bij het allereerste eitje dat ze tegenkwamen, dus holden de groten meteen naar de verste uithoek van de tuin om vanaf daar tegen sneltreinvaart naar het begin terug te werken…

En vasthouden wat je had… De eitjes die we vonden, moesten we verzamelen. Die werden achteraf immers eerlijk verdeeld. Maar daar waren de kleintjes onder ons het natuurlijk niet mee eens. Als zij er per ongeluk toch in slaagden een chocolade-eitje in hun handjes te krijgen, lieten ze dat niet meer los. Eerlijk verdelen? Daar hadden zij geen boodschap aan. Vasthouden en recht het mondje in, ja. Wat dan weer tot luidkeels protest leidde bij de groten. “Moeke of Vake, die eet dat op, dat mag toch niet?”

Nele Pasen3Lang duurde dat zoeken echter nooit. Hoeveel eieren er ook lagen, op een kwartiertje waren ze altijd gevonden. Maar daar hadden mijn ouders (en ook de nonkels en tantes) wel iets op gevonden. Zij namen eitjes uit de doos om ze terug te verspreiden. Maar dat was een moeilijke, hoe groter we werden, hoe beter we de eitjes herinnerden. “Hoe, maar ik had die toch al gevonden? Is er nog zo eentje?” En dus werden er stilaan ook “blanco” kippeneitjes verstopt. Die Paasklokken hadden nooit tijd genoeg om ze allemaal te versieren…

Het zijn herinneringen die ik koester. Maar toen ik zelf kinderen kreeg, bleek dat het nog oneindig veel leuker is om je kinderen bezig te zien. Om diezelfde gelukzalige kreten te horen, om hen in rotvaart alle eitjes bijeen te zien zoeken…  En dan zet je – zelfs op een feestdag – die wekker onmogelijk vroeg om de hele tuin vol te leggen…

Vrolijk Pasen!

De clan viert feest

familieZaterdag hadden wij familiefeest langs de kant van de echtgenoot. Groot familiefeest, want de kant van de echtgenoot is indrukwekkend groot. De grootouders, de va en de moe, zorgden voor liefst 9 kinderen. De clan telt intussen een 76-tal leden. Dat is nogal wat, zeker voor onze kinderen, die het intussen met kleinere takjes in hun stamboom moeten stellen.

Toen ik een kleine 20 jaar geleden voor het eerst in de familie kwam, had ik zitten blokken. Ik had de stamboom zitten oefenen. Het kwam er toen enkel op aan om gezichten op te namen te kunnen plakken. En dat was geen evidentie. Het was wel relatief makkelijk om de familieleden eruit te halen: ergens zit er toch een familiegelijkenis in en die is voor een buitenstaander makkelijker te zien. (Uitzonderingen bevestigen altijd de regels natuurlijk). Intussen ben ik mama geworden van 2 clanleden. En behoren ook mijn dochters tot die indrukwekkende clan. En ja, ik zie het bij hen ook: de gelijkenis, de familietrekjes…

Familiefeesten worden echter schaars. Er wordt niet meer getrouwd. Dopen, verjaardagen en communiefeesten worden in kleinere kring gevierd. Maar de clans komen wel nog samen. Bij de echtgenoot is er een broers- en zussendag en hebben we een paar jaar geleden zelfs een eerste neven- en nichtendag in het leven geroepen. Maar deze zaterdag was het de hele familie: nonkels, tantes, neven, nichten, achterneefjes en achternichtjes…  Zo goed als iedereen was present.

Bij de echtgenoot wordt er tijdens een feest lekker gegeten, (veel) gebabbeld, veel van tafel gewisseld (zodat je met iedereen wel eens een woordje kan wisselen) en gedanst. In een ver verleden werd er zelfs ooit gezongen, maar dat is éénmalig gebleken (over de redenen daarvoor spreek ik me niet uit, ik ben immers een aanhangsel. 😉

Het was ontzettend gezellig. Het is genieten als je de kleinste telgen van de familie met veel enthousiasme de dansvloer ziet inpalmen voor K3, Piet Piraat en Kabouter Plop. Dat je kan constateren dat dat er toch inzit. Om dan later de “oude” garde het te zien overnemen van en samen met de kleintjes. Hoe die elkaar onbekende kleintjes toch allemaal samen beginnen te spelen, hoe sommigen wat meer durf aan de dag leggen en anderen wat meer over de streep geholpen moeten worden.

Hoe de tafels na afloop kringen worden, die alsmaar groter worden, waar iedereen uiteindelijk samen gaat zitten en aan de praat raakt. Hoe mooi het is om de kinderen van 20 jaar geleden met hun eigen kinderen of neven en nichtjes bezig te zien. Hoe de baby’tjes van toen intussen op de drempel van hun volwassenheid staan.

Het was mooi, het was fijn, het was verbondenheid. Het was de familiegeschiedenis van mijn dochters en ik hoop dat ze dat zullen koesteren. Dat ze zullen blijven onthouden van waar ze komen, dat ook zij, net als wij zaterdagavond, denken aan de stamouders, de va en de moe. Dat waar zij ook zijn, ze met de nodige fierheid op hun clan hebben toegekeken…