Een rode jas

In een stad werken heeft zo zijn voordelen. Dan kan je onder de middag snel wat boodschappen doen en dan stomweg de jas van je dromen tegen het lijf lopen. Dat overkwam me woensdag toen ik tijdens mijn middagpauze snel wat verzorgingsproducten dacht te kopen en terugkeerde met een schone rode mantel.

Ik was al een paar jaar op zoek naar een deftige mantel. Zonder succes. Telkens opnieuw tijdens het winterseizoen de winkels aflopen op zoek naar een tijdloos stuk. Min of meer neutraal, mooi afgewerkt en liefst nog schappelijk van prijs ook. En dat bleek de voorbije jaren telkens te veel gevraagd. Maar maak je geen zorgen: ik heb nog een knalrode sportieve wintervest, die ik gerust ook boven een rokje of jurkje durf te dragen. Zelfs in hevige kleuren… Ik geloof zelfs dat ze daar de hippe term colorblocking op geplakt hadden ;-). En daarnaast had ik ook nog een zwart manteltje van Esprit, maar dat had echt zijn beste tijd gehad. Dat was echt wel versleten aan de randen, maar aangezien ik geen alternatief vond, heb ik een paar jaar mijn ogen gesloten voor het verval.

Dat was overigens niet de eerste keer. Lang geleden ging ik vlak na mijn afstuderen nog een laatste keer shoppen met mijn moeder. Zij wou toen “een deftige mantel” voor mij kopen. Ik was afgestudeerd en dus meende zij dat ik er niet als een student kon blijven bijlopen. Dat ik in mijn studentenjaren een zwarte (volgens haar “rouw”)mantel van mijn oma prefereerde, kon er bij haar niet in. Dat was gedateerd, dat was oud, dat deed je niet. Achteraf gezien deed ik toen al van “vintage”, maar daar was mijn moeder het toen absoluut niet mee eens. “Geen stijl, niet deftig, en zo kon ik ABSOLUUT niet gaan werken.”

Enfin, het was die dag een vruchteloze strooptocht. Want als ik iets in mijn hoofd heb, dan kan ik daar koppig in zijn. Ook toen al kocht ik liever niks dan iets waar ik niet 100% achterstond (en dat ik dus zo min mogelijk zou dragen). Tiens, van wie zou de oudste dat trekje toch geërfd hebben? Tot mijn toen redelijk wanhopige moeder mij een winkel binnensleurde waar ze zelfs mantels op maat maakten. “Als je het hier niet vindt, dan zal je nergens je smaak vinden.”

Eerlijk, ik vond het van buiten gezien maar een ouderwetse winkel. Voor oude madammen, dacht ik toen en veel goesting om er binnen te gaan, had ik niet. Laat staan dat ik van plan was om er met een mantel terug buiten te stappen. Maar ik vond er wel een winterjas naar mijn zin. Een zwarte A-lijn, lang genoeg, met ingebouwde sjaal. Dol was ik op die mantel. Jarenlang was ik stiekem blij als de winter weer in aantocht was en ik mijn lievelingsjas weer mocht bovenhalen. Ik droeg er ook zorg voor: na elk seizoen bracht ik mijn mantel trouw naar de stomerij om hem zo lang mogelijk mooi te houden.

Het was een ruimvallende mantel. Ruim genoeg om een zwangere buik lekker warm te houden. En dus droeg ik de mantel nog altijd toen ik zwanger was van onze jongste, 10, 12 jaar later. Maar toen had de mantel écht zijn beste tijd gehad. Hij was écht versleten en na die winter heb ik ‘m met spijt in het hart in de kledingcontainer gedropt. Jammer genoeg bleek “de oude madammenwinkel van toen” intussen gestopt. Ik had toen liefst gewoon terug dezelfde mantel gekocht ;-)! De jaren erna was het behelpen. En dan maar iets nemen dat het meest in de buurt kwam van het ideaalbeeld, maar het toch net nooit was.

De laatste 3 jaar heb ik veel rondgekeken en gezocht, maar nooit gevonden. En dus lieten we het maar zo. Ik had nog een mantel en na alweer een vruchteloze zoektocht vond ik dat die uiteindelijk nog nét door de beugel kon. Tot woensdag dus. Snel even langs de Inno om wat verzorgingsspulletjes te halen. Toch even op de vrouwenafdeling passeren: ik heb ook nog minstens één dikke winterpull nodig, maar ook daar weet ik perfect wat ik wil. Alleen jammer dat die modeontwerpers daar nooit rekening mee houden ;-).

rode jasOp weg naar beneden vanuit je ooghoek één rood manteltje spotten. Toch maar even gaan kijken en het toevallig in jouw maat vinden. En eigenlijk onmiddellijk voelen dat dit het is. Het passen en gewoon weten dat het perfect is. Geen moment twijfelen en het mee naar huis nemen. Thuis keifier je aanwinst showen. De dochters en de echtgenoot die (gelukkig) ook enthousiast reageren. Of het wel warm is? En of het wel praktisch is? Bwah, is dat echt belangrijk ;-)?

De jas daarna voorzichtig weghangen, want we sparen ze nog voor de feesten… want zeg nu zelf, als dat zwarte manteltje vandaag nog door de beugel kan, dan lukt dat ook nog wel tot Kerstmis zeker? Want nu we eindelijk de ideale mantel gevonden hebben, wil ik daar minstens 10 jaar van kunnen genieten ;-)!

Advertentie

Modetips van tienerdochters voor hun hopeloze moeder

Mijn lievelingsbloemenjurkIk zie graag mooie kleren en ik kleed me graag mooi. Het heeft wel een tijdje geduurd voor ik een onderscheid kon maken tussen wat ik mooi vond en wat me stond of flatteerde. De wijsheid kwam in de loop der jaren, na vele mislukte experimenten.

En ik leer nog altijd bij, vooral onder impuls van mijn 2 tienerdochters. Zij zorgen er mee voor dat de mama niet vastroest in een bepaalde kledingstijl, maar dat ze af en toe eens nieuwe dingen probeert, met wisselend succes weliswaar ;-).

  1. Een legging is géén broek. Daar was de oudste héél erg stellig in. Want “dan zie je alles, elk putje, elk kwabbetje”. Tot de mama vertelde dat haar favoriete outfit in haar studentenjaren een zwarte legging met witte bolletjes was, met daarover een oversized pull. Algemene hilariteit, ongeloof in de ogen van de dochters en je zag hen gewoon denken dat er nog veel werk aan de winkel was.
  2. Olifantenpijpen zijn afgrijselijk! Toen we zaterdag gingen shoppen, had ik een bootcut jeans aan. En “straight” kon je ze vanonder niet bepaald noemen. En dus liet de oudste zich langs haar neus weg ontvallen dat het tijd werd dat ik nog eens een skinny jeans kocht, want “degene die je nu aan hebt, is toch écht niet mooi meer hoor, mama, daar kan je echt niet meer mee gaan werken”. En zeggen dat ik ergens in de jaren ’90 nog échte olifantenpijpen droeg. Om van mijn kinderjaren ’70 nog maar te zwijgen.
  3. Streepjes zijn zo hard mode en ik had écht mijn zinnen gezet op een mooi gestreept truitje à la Parisienne. Tot ik het aanhad en de oudste droogjes opmerkte dat het me echt niet flatteerde. Ik denk dat haar exacte woorden waren: “het maakt je dikker, mama”.
  4. Oppassen met prints, vooral geen grote bollen! Het mag gewoon niet te opvallend zijn. Alhoewel ze wel dol zijn op mijn bloemenjurken. Zo erg zelfs dat de oudste op vakantie mijn jurk eruit pikt om naar feestjes te gaan. Ja, we delen voorlopig nog dezelfde maat, maar om één of andere reden ben ik niet degene die daarvan profiteert.
  5. Ook mijn kostuumvestjes zijn erg geliefd. Ik heb een zwart, ecru, geel, rood, hemelsblauw en donkerblauw. Ik draag dat graag: het maakt een nonchalante outfit meteen gekleder. Ik draag het zowel op jurkjes, rokjes als op een gewone jeans. En ook de oudste vindt mijn zwarte jasje het perfecte item om haar outfit af te maken. Tijdens de wintermaanden hangt het dan ook bijna standaard in haar kleerkast. Zo erg dat ik eraan denk om stiekem een tweede zwart te kopen dat ik dan voor mezelf kan bewaren.
  6. Crop tops zijn niks voor mama’s. Mama’s tonen geen blote buiken. Dat is gênant. Gelukkig heb ik al sinds het derde middelbaar absoluut geen ambitie meer in die richting.
  7. Hoe kort mag een rok zijn bij de mama? Tot net boven de knie vinden de dochters. In de winter zijn ze net iets minder streng, dan kan je immers veel verstoppen met dikke panty’s. Het was de jongste die de laatste keer in mama’s lievelingswinkel een jurkje uit de rekken nam met een toch wel opvallende seventiesprint. En wat korter dan normaal. De oudste trok al onmiddellijk een bedenkelijk gezicht (ik trouwens ook), maar toen ik het aanhad, was het absoluut liefde op het eerste gezicht.
  8. De jeansshort: Jani heeft ongelijk. Op vakantie, in een warm zonnig land, geven mijn dochters de voorkeur aan een korte short, zelfs voor hun bijna 42-jarige mama. Shorts met iets bredere pijpen tot net boven de knie zijn gewoon lelijk en de smalle varianten tot net boven of net onder de knie, worden nipt getolereerd. Als het dan toch echt moet. Spannende legging-achtige shortjes zijn een absolute no-go, in alle omstandigheden.

Het is intussen al zover gekomen dat als we samen gaan winkelen (met wat vriendinnen erbij, voor hen én voor mij) en we even opsplitsen, de oudste mij al verwittigt: “en niks kopen zonder dat ik het gezien heb hé mama, bel maar als je iets vindt, dan kom ik wel even kijken”. Zij is gelukkig wel begiftigd met feeling voor mode, voor kledij én voor accessoires en dus luister ik (meestal) wel naar haar goede moderaad. En dan heb ik voorlopig nog geluk dat de jongste nog net niet into shopping is…

Blij om geen 14 meer te zijn

Outfit1_miniNog eentje in het kader van #projectblogboek: “Post foto’s van je outfit van de dag”. Beetje een vreemde opgave voor mij want ik ben geen fashionista. Nooit geweest.

In mijn tienerjaren ergens halverwege de jaren ’80 was ik een halve jongen en moest een outfit vooral makkelijk zijn, zodat je nog kon sporten. Wij speelden toen netbal én volleybal op de speelplaats. Dat lukt niet zo goed met minirokjes.

De standaardoutfit toen was een jeans met een (zwart) t-shirt of sweater. Dé uitgangsoutfit later aan de unief. Er werd toen nog gerookt op fuiven en in de cafés, dus je beste spullen deed je toen niet aan om uit te gaan. Ik denk trouwens niet dat ik in die tijd veel rokjes, laat staan jurkjes, had. Het waren dan ook de grunge-jaren ’90.

Outfit2_miniEr is dus wel een en ander veranderd in de loop der jaren. De rokken en jurken hebben hun intrede gedaan. De halve jongen is een meisje geworden. Het heeft geholpen dat ik ergens onderweg mijn tienerrolletjes kwijt geraakt ben.

Het zwarte uit de puberteit is ook verdwenen. Kleur is in de plaats gekomen. Veel kleur. Felle kleuren. Ik hou van rood, blauw, oker, roze en het mag gerust vlammen.

Het grote voordeel van ouder worden, is dat je jezelf leert aanvaarden, met je sterke en je zwakke punten. Na veel experimenten weet je wat je moet dragen om je sterke punten te benadrukken en je zwakkere punten te maskeren. Je hoeft niet meer slaafs de trends achterna te hollen. Blij dat ik geen 14-jarige puber meer ben 😉

Outfit3_miniJe verkiest ook hoe langer hoe meer kwaliteit boven kwantiteit. Ik heb een aantal degelijke basisstukken, die ik dan aanvul met (goedkopere) pulletjes. Bovendien heb ik leren combineren. Eenzelfde jurk kan er heel anders uitzien met een rood of blauw truitje. Of het wordt meteen een heel stuk professioneler als je in plaats van een pulletje een vestje op je rokje draagt.

Leuke merken vind ik Lucy has a secret, Avalanche en Billi Bloom. Wel niet goedkoop, dus ben ik een meester geworden in solden, mid-season sales, stockverkopen en het inruilen van bonnetjes. Die merken combineer ik dan meestal met Esprit en Mexx. Zij hebben goede basisstukken.

Outfit4_miniShoppen doe ik eigenlijk niet graag. Ik heb een aantal winkels in de buurt waar ik vaak mijn gading vind. Ik neem meestal de dochters mee. Als zij menen dat een bepaalde outfit “te oud” is, zal de mama het niet kopen.

Maar een paar keer per jaar gaan shoppen met een vriendin is wel altijd leuk. Niet voor de buit, maar wel voor de vele babbels, het passen, het gezellig lunchen. ’t Is trouwens al een tijdje geleden…

Deze winter is het wel wat moeilijker om mijn ding te vinden. “Lucy” kon me dit seizoen niet zo bekoren. Ik vond het nogal “oud”. Bovendien vond ik de hele wintermode nogal zwart en grijs. En die zwarte grunge-periode ligt met mijn puberteit nu toch al een tijdje achter mij 😉

Outfit5_miniMijn zwakke punt zijn wel de accessoires. Hoe je die dingen op elkaar moet afstemmen, daar heb ik geen gevoel voor. Ik heb geen sjaaltjes, ik heb maar één (cognackleurige) handtas (die ik dus altijd bijheb). De oudste heeft daar wel gevoel voor, ik probeer van haar te leren.

Als jullie dus tips hebben om deze winter wel kleur in mijn outfits te brengen, stuur ze gerust door. Wat zijn jullie favoriete merken? Waar gaan jullie shoppen?