Feest op den Berg

Het was dit weekend feest op den Berg. Eén van de scholen in Heist-op-den-Berg, het Heilig-Hartcollege, is immers een nieuwe school aan het bouwen. De nieuwbouw is intussen zo goed als voltooid, tegen september zullen alle leerlingen een nieuwe school vinden in waar tot op heden enkel de benedenbouw zijn vestiging had. Dit betekent wel dat de locatie “op den Berg” niet langer zal gebruikt worden. Het schoolgebouw op den Berg is verkocht en zal tegen de grond gaan. De vrijgekomen plek zal bebouwd en bewoond worden.

20170514_195954[1]_miniEn dus hield de school een feestje: voor het laatst werden de gebouwen opengesteld en mocht iedereen die er zin in had nog eens afscheid komen nemen. En dat deed zo goed als heel Heist-op-den-Berg. Ook wij gingen nog een laatste keer naar de school waar de echtgenoot het derde en vierde jaar van zijn humaniora doorbracht en ooit zijn carrière als leerkracht begon. We gingen voor het laatst in de klassen kijken, genoten van de fototentoonstelling (met oude klasfoto’s) en ontmoetten oud-leerkrachten en ex-collega’s van de echtgenoot.

Ook mij deed het toch iets. Ik ben niet van de streek, ben de echtgenoot na onze ontmoeting naar zijn thuisbasis gevolgd en heb mijn lagere en middelbare school ver hier vandaan. Maar dit was wel de plek waar ik mijn stage deed. Waar ik 20 uur voor de klas heb gestaan. De berg oplopen bracht een heleboel herinneringen mee. De zenuwen de allereerste keer dat ik naar de ingang liep en mijn luisterstages zou aanvatten. De (kleine) klaslokalen onder het dak voor de kleinere klasjes (mijn 5 Handel) waar de lessen goed liepen. Het grote computerlokaal waar de verplichte computerles chaos werd, vooral omdat het een eeuwigheid duurde vooraleer alle computers waren opgestart en mijn timing al vanaf de eerste minuut volledig in de soep draaide.

Al bij al heb ik fijne herinneringen aan die periode, al liep het niet altijd even gesmeerd. Ik heb ontzettend veel geleerd uit mijn stage, ook al heb ik achteraf besloten om toch een andere weg in te slaan. Het blijft fijn om af en toe nog eens te mogen proeven van het schoolleven. Zo probeerde ik hier nog maar een paar weken geleden tijdens de lessenmarathon de leerlingen te boeien met een introductie Italiaans.

Het schoolgebouw was afgeleefd en dringend aan vernieuwing toe. Maar tegelijkertijd lijkt het zo nostalgisch hard op de scholen waar ik mijn lagere en middelbare schooltijd doorbracht. Ondanks de grote, hippe tv-schermen in sommige lokalen. Het aardrijkskundelokaal met zijn wereldbol, zijn grote, oude mappen, had het mijne kunnen zijn. Ondanks de lockers op de gang (wij deden het in onze tijd nog gewoon met kapstokken in de gang) ;-). Bovendien zal het de enige school blijven waar ik ooit voor een klas gestaan heb. En dus deed het mij ook wel iets, het afscheid van het college “op den Berg”. Maar het was vooral héél erg gezellig: zonnig weertje, fijne sfeer en aangenaam praatcafeetje. Al hebben we de fuif maar aan ons laten voorbijgaan: dat was meer iets voor de oud-leerlingen van de laatste paar jaar, niet voor de 25-jarige jubilarissen ;-).

All I want for Christmas – editie 2016

kerst2016Onze kerstboom staat er! Met gekleurde lampjes en rode en gouden kerstballen. En een kerststalletje op de kast uiteraard. Familietraditie. Ik herinner me nog de kerstboom bij oma op de kast, een klein plastieken geval, maar met gekleurde lichtjes en felgekleurde kerstballen. Breekbaar ook, we mochten er als (klein)kinderen liefst niet te veel aan zitten, maar toch sneuvelde er regelmatig eentje. Naast de kerstboom een klein kerststalletje, een grot. Ook met de beeldjes mochten we niet echt spelen, al konden die meestal nog geplakt worden en stond er in de kerststal al eens een koning te weinig, of een ezel met het hoofd er opnieuw opgeplakt.

Witte lampjes zijn hier ooit ook in huis geweest, maar dat was voor mij nooit echt Kerstmis. Het moet ’s avonds fel glitteren, in veel verschillende kleurtjes. Dus was ik als een kind zo blij toen ik ooit toch nog een snoer met gekleurde lampjes in een winkel vond. En waren ze in de winkel allicht ook content dat ze eindelijk nog eens een slachtoffer gevonden hadden om van de gekleurde, kitscherige rommel vanaf te geraken. Wij zijn er hier zuinig op. Want als we de lampjes niet meer kunnen vervangen, zullen we allicht nooit meer een gekleurd snoer vinden. Dan zal Kerstmis toch niet meer zijn wat het altijd geweest is.

Tussen de examens door zijn we hier stilaan aan onze kerstvoorbereidingen begonnen. Als ontspanning tijdens het leren hebben de dochters de kerstboom versierd en tussendoor wordt er ook al eens nagedacht over onze kerstlijstjes. Ter inspiratie heb ik dat van vorig jaar er nog eens bijgenomen: een kitchen aid, een fotoshoot en een galafeestje zijn in 2015 niet onder de kerstboom opgedoken. Misschien kan ik deze meteen doorschuiven naar 2019. Dan zullen we 20 jaar getrouwd zijn, wat meteen een goede aanleiding kan zijn voor een feestje, een fotoshoot en wie weet een kitchen aid?

Wat mag er in 2016 onder de kerstboom opduiken?

  1. Een handtas-boekentas. Ik wil graag een tas waarin ik mijn handtasspullen kwijt kan (sleutels, gsm, portefeuille, paraplu), maar ook mijn brooddoos, een fles water en een boek en indien nodig ook de laptop. Het is nu soms zo’n gesleur: mijn handtas is net groot genoeg voor de handtasspulletjes, maar ik krijg er geen brooddoos, boek en flesje water bij. Dus heb ik elke dag ook nog een rugzakje of (plastieken) tasje bij om dit mee naar het werk te nemen. Die paar keer dat ik de laptop dan over en weer dien te sleuren, komt er ook nog eens een laptoptas bij. Een beladen ezeltje ben ik dan, met meer tas dan wat anders. Er moet toch een 3 in één-oplossing bestaan? Graag ook een duurzame (in leer) zodat ik voor jaren verder kan. En liefst ééntje met een grote leren riem die ik over mijn schouder kan dragen.Geen simpele vraag overigens, want ik zoek al maanden intussen en ik vind niks naar mijn goesting, ik ben dan ook een moeilijke: het moet praktisch zijn, maar ook nog eens mooi, naar mijn smaak. Een kleine bijdrage mag dus ook en zal allicht veiliger zijn, dan kan ik nog wat verder zoeken, in de solden ;-).
  1. Al een geluk dat het nog niet echt winter is geweest, want ik heb geen handschoenen meer. Voorlopig los ik het op door mijn handen in mijn zakken te steken, maar een duurzame oplossing is gewenst tegen het moment dat de winter hier in België écht uitbreekt. Liefst ook passend bij mijn rode winterjassen en mijn ecru sjaal (om niet moeilijk te doen).
  2. Boeken:
  • Elena Ferrante, “De geniale vriendin” en meteen de hele reeks “Napolitaanse romans” (het zijn er 4)
  • Paula Hawkins, “Het meisje in de trein”
  • Stefan Hertmans, “De bekeerlinge”
  • Herman Koch, “De greppel”
  • Hanya Yanagihara, “Een klein leven”
  1. Dvd-box “Callboys”. Ja, de hype is aan ons voorbijgegaan wegens een klein opnameprobleempje dat we te laat constateerden, maar naar ’t schijnt toch écht wel de moeite om toch te proberen. Op aanraden van twee lieve vriendinnen.
  2. Kookboeken:
  • Pascale Naessens
  • Jeroen Meus, de laatste
  • Koken is kinderspel (Colruyt)
  • Ottolenghi, het kookboek
  1. Lange, gouden oorbellen: heel simpele, rechte, lange hangertjes.
  2. Een bon van COS of & other Stories: ik wil graag eens (warme pulls) gaan shoppen. Liefst met een twist erin.
  3. Een warme winterpyjama van Woody, maat 14 jaar. Ja, ik val binnen de kindermaten. Dat vinden de dochters en de familie altijd geweldig grappig, maar het belangrijkste is dat de pyjama goed zit, of niet?

Ik denk dat ik nu genoeg tips gegeven heb voor de christmasshopper die mijn naam getrokken heeft. Uitzonderlijk vroeg zelfs dit jaar. Al moet ik toegeven dat ook wij nog echt in de kerstsfeer moeten duiken. Dat zal pas binnen een weekje écht lukken, als onze beide meisjes hun examens achter de rug hebben. Nog één dikke week, we tellen hier samen af…

Hoor, wie klopt daar, kinderen?

De Sint is in het land. Steeds vaker zie ik op Facebook of op Instagram foto’s opduiken van kindjes die hun schoentje al mochten zetten en daar een nachtje later ook iets in terugvonden. Of de schuilplaats van de Sint te vroeg ontdekten en al wat eerder de speelpret konden beginnen. Ook toen wij klein waren, waren de weken voor de Sint de meest spannende weken. De Sint en zijn Pieten waren immers al in het land en hielden ons in de gaten. En dat was soms maar al te duidelijk.

Zo gebeurde het in de weken voor 6 december af en toe wel eens dat er ineens keihard geklopt werd op de houten luiken waarmee we ’s avonds als het donker werd de ramen sloten. Het was elke keer weer even schrikken, maar als we éénmaal de luiken toch durfden te openen, bleek er een mandarijntje en wat letterkoekjes achter te zijn gebleven. Of een chocolade mannetje. Of wat nicnacjes en “Mariabeeldjes”. Telkens opnieuw was het voor ons een teken dat we écht wel in de gaten gehouden werden. Dat we braaf moesten zijn, en vooral geen ruzie moesten maken, want anders zou het wel eens kunnen dat de Sint ons huis zou vergeten op zijn verjaardag.

Het heeft toch wel een hele tijd geduurd eer we door hadden dat de avondlijke bezoekjes van de Sint samenvielen met het “eten geven aan de kippen” van onze va. Dat het toch wel héél toevallig was dat onze va altijd net buiten was als er op de luiken werd geklopt. En dat hij dat élke keer opnieuw miste. In mijn herinnering was ons moe wel altijd bij ons als er geklopt werd, maar het zou goed kunnen dat ze afwisselden, al is me dat dus niet bijgebleven.

Bovendien viel de frank ook niet in één keer. Ik kan me de keren nog levendig herinneren dat er geklopt was en dat wij – een beetje bang maar vooral opgewonden – dat onmiddellijk aan onze va wilden vertellen van zodra hij terug binnen kwam. “De Sint is net geweest, kijk wat hij gebracht heeft. Toch wel spijtig dat jij er niet bij was. Heb je hem niet gezien, vake, toen je buiten was?” “Niks gezien zeg, ik zal toch wel zeker net weer in het kippenhok gezeten hebben.” En wij stelden ons daar geen vragen bij. Later natuurlijk wel, en dan zaten we onderling te fluisteren over dat er toch wel altijd nét geklopt werd nadat onze va naar buiten trok, maar we waakten er – zeker in het begin – heel nauwgezet over om onze bedenkingen niet te uiten in de nabijheid van onze ouders, want stel je voor dat de Sint ons huis dan zou overslaan.

Bovendien was onze va er supergoed in om de vermoorde onschuld te spelen, zelfs toen we onze verdachtmakingen luidop begonnen te uiten. Hij weerlegde onze bevindingen met zoveel overtuigingskracht dat we zelfs aan onze eigen ogen zouden getwijfeld hebben. En misschien nog wel goed ook, want als je de waarheid kent, is de magie er toch voor het grootste stuk af.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet nog héél even kan doen alsof en dat het toch wel fijn is als er toch nog iets in je schoentje opduikt. Bij ons is de Sint nooit gestopt met chocolade, snoepjes en mandarijntjes te brengen: het is van het ene jaar op het andere naadloos overgegaan van de kinderen op de kleinkinderen. En hier in huis zetten de dochters nog elk jaar hun schoentje en zorgt de Sint de volgende ochtend nog altijd voor een verrassing. Dat is wel de deal: geen schoentje = geen cadeautje en het moet met alles erop en eraan (wortel, suikerklontjes en pintjes bier voor de Sint en zijn Pieten) ;-). Het mag dan wel geen speelgoed meer zijn, maar de Sint brengt wel iets “leuks”, de “nuttige” cadeautjes bewaren we voor onder de kerstboom.

Al wordt het hoe langer hoe moeilijker om nog iets “leuks” te vinden voor de tienermeiden hier in huis. En blijkt de tijd op het einde van het jaar altijd zo snel te gaan: dan is het voor je het weet al begin december en mag je weer op het allerlaatste moment nog op zoek naar de nodige voorraad snoepjes om de schoentjes te vullen. Eén voordeel: de kans dat de kinderen onze schuilplaats te vroeg ontdekten, was meestal klein gezien de korte tijdspanne dat alles in huis verbleef.

sinterklaas

(www.loesje.org)

En dus tellen wij hier met zijn allen (klein en groot, gelovigen en ongelovigen) toch weer af naar het moment dat de Sint zal langskomen. Zuchten de kinderen al eens diep als de mama het fototoestel bovenhaalt en hen “dwingt” hun schoentje te zetten. Zijn ze de volgende ochtend toch nog een beetje benieuwd en meestal ook blij verrast. Is de mama tevreden dat het weer gelukt is en dat we weer de obligate pyjamafoto’s (en de open mond) aan het fotoalbum kunnen toevoegen. Laat het dus maar snel weekend zijn!

Gespot: de allereerste kerstboom

Toen we deze avond na een familiebezoekje huiswaarts keerden, zagen we tot onze grote verbazing al een allereerste kerstboom staan blinken. En alhoewel ik net geen kerstkindje ben en stiekem ook al volop aftel naar de lichtjes, de kerstboom, de pakjes, de feestdagen en de winterse gezelligheid vind ik half november véél te vroeg om al in kerstsfeer te gaan.

Volgens onze familieoverlevering moeten de Sint en zijn Pieten het land terug uit zijn vooraleer je de kerstboom mag zetten. En nu is de Sint nog maar net in België gearriveerd (gelukkig waren er geen stoute kinderen dit jaar) en hebben we net onze eerste kerstboom opgemerkt. Dat klopt niet. Dat kan niet. Ook al zijn onze dochters intussen met hun 15 en 12 te groot voor een bezoekje van de Sint (of misschien ook niet), de kerstboom komt ons huis pas in het weekend na Sinterklaas. Of nog net iets later aangezien beide dames en de leraar-echtgenoot dan volop in de examens zitten en we misschien niet echt tijd zullen hebben om een kerstboom te versieren. Misschien strooien wiskunde en Latijn nog wel even roet in het eten.

Waar we wel al mee bezig zijn, zijn de cadeautjes en de lijstjes. Voor één keer hebben we het in onze familie professioneel en tijdig aangepakt en hebben we vorige week al namen getrokken. We weten dus al voor wie we kerstcadeautjes moeten voorzien, nu moeten de lijstjes nog volgen en dan kunnen we op strooptocht. Maar de familiesnelheid kennende zullen we allicht de tweede week van december nog een herhalingsmailtje moeten sturen om naar de wishlists te informeren en ja hoor, ik pleit schuldig, ik ben meestal de voorlaatste om een lijstje te posten. En ondanks alle goede voornemens zullen we ons dan toch weer in de drukte van de laatste decemberweken mogen storten om nog iets te vinden, zoals elk jaar overigens – tradities zijn er om gerespecteerd te worden ;-).

_mg_5406_miniEigenlijk vind ik dat wel goed: ik krijg mijn hoofd niet in kerstmodus voor de Sint gepasseerd is. En ja, die brengt hier ook nog jaarlijks een bezoekje. Niet alleen voor de mete- en petekindjes, maar die andere familietraditie dat de Sint niet langer op bezoek komt van zodra je de kaap van de 12 rondt, hebben we besloten te negeren. Zolang de dochters flink hun schoentje zetten, met de nodige pintjes, klontjes suiker en wortels erbij, zal de Sint zeker zijn best doen. Al wordt het hoe langer hoe moeilijker om onze tieners te verrassen. En vindt de mama het stiekem jammer dat er hier geen schitterende Playmobil-huizen meer worden gebracht. Wat een lol hadden we toen we die ’s nachts met zijn tweetjes nog ineen mochten knutselen ;-).

Nog 3 weken tijd om een Sint-cadeautje te verzinnen voor onze dochters. Nog 3,5 week voor ik de echtgenoot smekend aankijk om alstublieft toch een kerstboom in huis te halen, ondanks de wiskunde of het Latijn. Tot dan negeer ik elke kerstboom die durft opduiken in mijn gezichtsveld, want de Sint komt niet als de kerstboom er al staat (en ik ben ook écht héél braaf geweest dit jaar)…

Geheime familierecepten, lekkere herinneringen

Net een aflevering van “Het Goede Leven” gezien op één. Normaal wordt daar wel eens overheen gezapt, maar nu bleven we hangen omdat de deelnemers een “geheim familierecept” moesten delen. En dat bracht een heleboel herinneringen naar boven. Jammer genoeg ben ik er nog niet in geslaagd om mijn dochters de volledige familiegeschiedenis te overleveren, maar we werken eraan.

Wij mochten als kind telkens op onze verjaardag “ons lievelingsgerecht” kiezen. Bij mij, een winterkindje, was dat telkens witloof met ham en kaas, onafscheidelijk vergezeld van de “puree met een korstje”. Of ik koos voor het koninginnenhapje van ons moe met “puree met een korstje”. Voor dat laatste gerechtje zijn de dochters intussen ook gevallen, al heeft de mama toch nog wat hulp nodig van de oma om “het videeke” deftig op tafel te toveren. De “puree met het korstje” is dan weer het enige dat de dochters appreciëren aan het witloof met ham en kaas-geval. Hoewel ik al (ontzettend) veel pogingen gedaan heb, vinden ze het nog altijd niks. Te bitter, niet lekker. Lange tijd heb ik geloofd dat als ze het maar genoeg proefden dat ze ooit wel overstag zouden gaan. Maar dat zal (blijkbaar) niet gebeuren. En dus eten zij nuggets als ik me nog eens laat gaan met een toppertje uit mijn jeugd.

Nog een laatste familiegerechtje (uit ons Pajottenland) is “witloof met ballekes”. Ik denk dat het een variant zal zijn op gevuld witloof. Het is een éénpansgerecht: het witloof en de balletjes garen samen in één pot. De balletjes moeten trouwens ook ovaal zijn, niet rond, anders klopt het niet. Niemand kan dit gerecht zo goed maken als mijn moeder, niemand krijgt ook de smaken precies zoals ik me ze herinner. Dit heb ik zelf nog nooit gemaakt, wegens de witlooffobie van de dochters. En dus is het voor mij ontzettend genieten als we van mijn ouders eens een portie meekrijgen.

Mijn vaders moeder maakte trouwens de beste gekookte aardappelen ter wereld. Ze waren ontzettend bloemig en onderaan de pan altijd een beetje aangebakken. Niet te veel uiteraard, een beetje bruin. Het was daar telkens de moeite om de pan uit te schrapen, zodat je de gekruimelde, gebakken restjes kreeg. En omdat wij de (verwende) kleinkinderen waren, deed meter extra haar best om zo diep mogelijk zoveel mogelijk gebakken restjes op ons bord te scheppen. Soms werd dat gecombineerd met de jus van het vlees en dan at ik me als kind letterlijk ziek aan aardappeltjes met vleesjus. Bij de grootouders werd er niet zó nauw gekeken naar je dagelijkse portie groentjes, maar je mocht nooit met honger van tafel, al was het dan met een buikje gevuld met patatjes.

Daarnaast herinner ik me nog levendig de groene kan “koude koffie” die altijd klaar stond op de vensterbank voor die éne nonkel die zijn koffie koud dronk. Een familiegewoonte die ik niet geërfd heb (waarvan ik me trouwens afvraag of dat genetisch overgesprongen is naar de neven of de nichten), maar ik zie die kan nog altijd staan in de achterkamer van mijn meter “voor het geval hij die dag nog zou binnenspringen”.

Wat bij ons thuis een familietraditie was en wat ik intussen wel al heb doorgegeven aan de dochters, is bakken. Wij hadden kippen thuis, dus regelmatig (te) veel eieren. Als we weer een paar eierdozen vol hadden, dan bakten we ineens een aantal (meestal 4 als ik me nog goed herinner) vanillecakes of cakes met appeltjes. Ik denk dat ik amper 12 was toen ik al in mijn eentje aan de slag mocht. Wij bakten allemaal: ook mijn vader durfde zich af en toe wel eens aan een cake-experiment wagen. Niet altijd met evenveel succes. Soms was het deeg al in de vormen als bleek dat hij een ingrediënt vergeten was. En dan voegde hij dat alsnog toe “op het gevoel”. Soms was de cake dan net niet zoet genoeg, of was hij half gerezen en half niet – te laat bakpoeder toegevoegd 😉 – maar smaakte hij wel fantastisch.

Bakken was het eerste dat ik deelde met de kinderen en intussen gaan ze ook zelf aan de slag. Dat leidt af en toe eens tot wat mindere experimenten zoals die keer dat de oudste “fougasse” uit de Libelle probeerde. We eindigden met een plakkerige deegbrok. Bij het nakijken bleek dat ze nochtans minutieus het recept had gevolgd, maar dat het aantal opgegeven deciliters olie écht wel niet in verhouding stonden tot de rest. Of die keer dat de jongste koekjes bakte en de hete bakplaat op tafel dropte, op het nieuwe tafelkleed. De mama had het nét op tijd gezien, maar onze schone kippetjes waren toch een stukje gesmolten.

Maar meestal genieten zij (en ik) er met volle teugen van en ruikt het hele huis geweldig naar hun bakexperimenten. Dat de keuken dan achteraf een slagveld is, dat hoort er ook bij. Daar was de mama in haar jonge jaren ook geweldig goed in. Er zijn zo van die familietradities die van moeder op dochter worden doorgegeven en die je moet respecteren.

baksels-miniWe moeten dringend nog eens bakken ;-).

Kleine momenten van geluk

Onze dochters hebben dansoptreden dit weekend. Zaterdagavond en zondagavond geven ze allebei het beste van zichzelf. Dit jaar zijn ze zelfs “jubilarissen” binnen de dansschool, al telt hun 5 jaar dienst nog niet om hen in de bloemetjes te zetten op het podium. Die eer is enkel voor de jubilarissen met 15 en 20 jaar op de teller weggelegd.

Zenuwachtig zijn onze meiden eigenlijk niet. De zenuwen horen eigenlijk meer bij de laatste hectische weken repetitie, als de laatste hand gelegd wordt aan de dansjes. Maar deze week, bij de eerste oefensessies in de zaal en op het podium (met de juiste kledij en attributen) is het alsof alles in de plooi valt. Loopt alles perfect? Natuurlijk niet, dat mag ook niet: de generale repetitie moet ook gewoon volledig fout lopen voor een goede première, maar onze meisjes hadden er zin in.

Zaterdag moeten ze er al héél vroeg zijn. De show wordt in de namiddag nog eens helemaal doorlopen. In het begin van hun danscarrière was dat zwaar. Meestal waren onze meisjes dan al moe tegen de start van hun eigenlijke optreden, maar nu vinden ze een namiddag bij de dansvriendinnetjes gewoon leuk. Er wordt héél veel getetterd, gegiecheld, gelachen en gesnoept achter de schermen. Tot het beginuur nadert en het wel echt wordt. Dan krijgen een aantal meisjes echt plankenkoorts.

Onze dames dus niet. De jongste kalmeert haar dansvriendinnetjes en heeft zelf helemaal geen last van zenuwen. Zij liep 5 minuten voor het optreden (dat hun groepje mocht openen) nog boekjes te verkopen (en veel praat te verkondigen). De oudste was al een week aan het aftellen. Zij had namelijk twee vriendinnetjes uitgenodigd om te komen supporteren en met zijn drieën keken ze daar héél hard naar uit. (En naar het logeerpartijtje achteraf).

En dan ga je de zaal in, gaan de lichten uit en komen de kinderen op het podium voor een wervelende show van zo’n drie uur. Op voorhand hebben we samen aangeduid wanneer onze meisjes het podium op mogen en tellen we af naar hun dansjes. Tijdens hun optreden hebben we enkel en alleen oog voor onze dochters. Zijn we blij als alles goed lukt, genieten we van hun stralende gezichten (ook al mochten ze allebei NIET lachen tijdens één van hun 4 dansen en hadden ze ons daarvoor op voorhand goed verwittigd dat ze écht wel serieus moesten blijven) en hun flexibele lijven tijdens de hiphop en vinden we hen uiteraard de allergrootste danstalenten die we in ons leven ooit gezien hebben.

trotsEn toch is het voorbij voor je er erg in hebt. Komen ze na afloop vol gebabbel en gelach uit de kleedkamers, vertellen ze exact wat er misliep en waar ze toch wel een foutje gemaakt hadden (dat wij natuurlijk niet opgemerkt hadden). Kruipt de jongste in haar bed, legt ze haar hoofd op haar kussen en valt ze doodmoe meteen in slaap. De oudste had nog wat tijd nodig om met de vriendinnetjes na te kaarten, maar na een uurtje was het daar ook ineens stil in de kamer.

En nu is het luierzondag. Worden de batterijtjes weer opgeladen. We slapen uit, er wordt “gehangen” en film gekeken. De meisjes doen het even kalm aan, want straks wacht het tweede optreden. Dan zullen ze nog een keertje alles geven en gaan wij nog éénmaal genieten van hun magie en stralende gezichten. En noteren we de data van het volgende optreden al in onze agenda, dan kunnen we beginnen aftellen…

J’aime, j’aime la vie…

30 jaar geleden is het intussen al dat Sandra Kim voor België het Songfestival won. 13 was ik toen. In mijn herinnering stelde het Songfestival toen echt nog iets voor. Geweldige liedjes kwamen er toen uit voort, die ook effectief de toenmalige hitparades haalden. Mijn liefde voor Italië vond er zijn oorsprong, zeker toen de landen nog verplicht waren in hun eigen taal te zingen. Fantastisch vond ik die vele nummers in onverstaanbare talen, waarvan je af en toe toch iets herkende.

Maar misschien zijn mijn herinneringen toch een beetje gekleurd. Allicht zat er toen evenveel bagger in als vandaag, maar herinner ik me alleen “het feest” dat ermee samenhing. Voor het Songfestival mochten wij als kinderen immers langer opblijven en zeker vanaf het moment dat we op de puntentelling mochten wachten, was het spannend. Toch die paar keren dat België écht meedeed voor de knikkers. Die twee keer dus, met Sandra Kim en later Urban Trad (ook onverstaanbaar trouwens, ook al was het dan Belgisch).

Het waren ook de weinige momenten dat je écht fier was op hetgeen je land bracht. Dat je volop duimde dat we toch zeker weer niet laatste zouden zijn. Dat je stiekem leedvermaak had als één van de grote landen achter ons kleine landje eindigde. Dat je weer zat te hopen op die Nederlandse punten, die vaak ook onze enige punten waren. Tenzij één of ander Oost-Europees land zich bij het voorlezen van hun punten vergiste en ons (in plaats van Belarus of Bulgarije, wie weet) per ongeluk ook een paar puntjes toekende. De sfeer was toen (bijna) even goed als tijdens de matchen van de Rode Duivels (alhoewel zij 30 jaar geleden in juni ook voor een sportief hoogtepunt zorgden). En qua spanning waren de voetbalmatchen in die periode zeker ook ongeëvenaard.

Wat het Songfestival in mijn herinnering als kind was, is het absoluut niet meer. Alhoewel het de laatste jaren ook terug aan charme gewonnen heeft. Zeker als je tijdens het Songfestival ook op Twitter zit en met heel België en Nederland samen “meeleeft” en commentaar geeft. Hilarisch zijn soms de opmerkingen over het kattengejank, de geweldige acts en de kostuums (of het minimum aan textiel waarin sommige deelnemers zich hullen).

Straks zullen we dan ook duimen voor onze Laura, alhoewel we de laatste jaren wel eens véél sterkere inzendingen afgeleverd hebben, maar kom. Want de finale zaterdag is een pak minder spannend zonder Belgische vertegenwoordiging. En laat onze kinderen nu intussen ook de leeftijd hebben dat ze meeleven en meeduimen tot na de puntentelling. Vorig jaar beleefden ook zij hun topavond met Loic Nottet.

Of er dit jaar weer een onvergetelijke editie inzit, is hoogst onzeker. Ik heb nog geen échte toppers gezien in de eerste halve finale, al “kijk ik uit” naar de wolvenzanger van straks, maar we duimen alvast voor véél kitsch en glitter. Is er niks te zien of te horen, dan zal Twitter vast en zeker wel de moeite zijn ;-)…

Lost and found – deel 2

Nadat vorige zaterdag mijn update van Windows 7 naar Windows 10 nogal rampzalig verlopen was, deden we dinsdag onze computer binnen bij de computerwinkel. Vrijdag mochten we normaal gezien de laptop terug gaan oppikken, maar toen bleek hij jammer genoeg nog niet klaar. Wel kregen we een beetje hoop, want ze hadden zo’n 3700 bestanden teruggevonden.

Toen we zaterdag de computer oppikten, bleek dat echter ijdele hoop. De bestanden die ze hadden teruggevonden, hadden ze allicht ergens uit een cloud of iets dergelijks gerecupereerd, want die bestanden hadden nooit op mijn laptop gestaan. Het waren nog oudere beeldbestanden, die op onze vaste computer (uit het stenen tijdperk) staan/stonden en waarvan we wél een back-up hadden.

Much ado about nothing dus, de computerwinkel. Maar dankzij wat Facebook-commentaar bij de vorige blogpost én een klein beetje opzoekwerk op het worldwideweb, kreeg ik ineens een ideetje. Als ik het herstelprogramma nu eens losliet op de memory card van ons fototoestel? Sinds het prille begin hebben wij immers hetzelfde kaartje gebruikt, waarvan ik regelmatig de bestanden wis, om er dan weer nieuwe op te zetten. En die ingeving had wel effect. Na veel gedoe, het ontdubbelen van een aantal bestanden, bleek ik op die manier toch de foto’s sinds vorige zomer terug te vinden. Niet alle bestanden waren herstelbaar, maar het overgrote deel (meer dan 1000 foto’s) vond ik toch terug.

_MG_4944De communiefoto’s van de jongste, de foto’s van de 70ste verjaardag van Opa, van de 12de verjaardag van de jongste, Nieuwjaar, Kerst, Sinterklaas en een gedeelte van de zomerfoto’s konden we recupereren. Dat was voor mij een immense opluchting. Van onze reizen (die qua aantal foto’s allicht de helft van het totale aantal innemen) hebben we immers meestal wel albums gemaakt. Daar hebben we nog tastbare herinneringen van.

Bovendien kon ik nog héél wat meer foto’s terughalen, maar die willen niet openen. Die zijn blijkbaar niet te herstellen. Enfin, we zullen nog één keertje gespecialiseerde hulp inroepen en hopen op het beste. Maar ik vrees er een beetje voor. Het doet nog altijd pijn om te beseffen wat we verloren hebben, maar tegelijkertijd ben ik toch ook opgelucht om hetgeen we al teruggevonden hebben. Het weekend heb ik dan ook grotendeels achter de computer doorgebracht. Alle bestanden die we gevonden hebben, zijn geordend, gesaved op de laptop, in een cloud en op een stick. Bovendien heb ik ook alle albums die ik op Facebook had, gedownload, geordend en driedubbel beveiligd. Kwestie van de verloren jaren toch enigszins terug op te vullen…

Toen ik vanmiddag met de dochters naar mijn ouders trok, nam ik het fototoestel mee. Het was mooi weer, onze dames hebben buiten gespeeld met het jongste neefje, terwijl ik foto’s nam. Om nieuwe, tastbare herinneringen te maken. Die we ditmaal wél driedubbel zullen beveiligen en waarvan we zo snel mogelijk albums zullen maken. Laat ons hopen dat deze ezel zich geen tweemaal aan dezelfde steen stoot. Want dit lesje heeft serieus zeer gedaan :-(.

Oma’s middeltjes getest: plattekaas met bruine suiker

Tijd voor een nieuwe test van oma’s middeltje. En alweer eentje met een familiegeschiedenis. Van plattekaas met bruine suiker leer je fluiten. Echt of niet echt?

Nele5_miniHet heeft wel even geduurd vooraleer ik leerde fluiten. Evident vond ik dat niet als kind. Om de één of andere reden kreeg ik mijn lippen en mijn ademhaling niet zo afgestemd dat er ook geluid uit mijn mond kwam. Terwijl de jongere broer, de neefjes en de nichtjes toch al wel wat decibels produceerden, bleef het langs mijn kant stil. Was wat gefluit zou moeten zijn vooral veel luchtverplaatsing, vooral veel geblaas. Gelukkig had mijn meter de ideale oplossing: beschuit met plattekaas en bruine suiker.

Op donderdag hadden mijn ouders vroeger vaak klassenraad en dan werden wij op de lagere school opgepikt door mijn grootouders. Het vieruurtje kregen wij dan ook bij meter en peter. Meter had er haar missie van gemaakt om me te leren fluiten. Volgens haar leerde je van plattekaas met bruine suiker fluiten. Het werkte wel alleen met ronde Anco-beschuiten, een dikke laag plattekaas en véél bruine suiker.

Meter maakte de beschuitjes met veel liefde voor mij klaar, legde er twee op een bordje (we moesten daarna nog eten), ik at ze op en moest daarna oefenen: mijn lippen goed zetten en dan maar blazen. Het had zijn tijd nodig. Je kan niet zeggen dat het in één twee drie een gewonnen race was. Ik heb wekenlang, zo niet maandenlang beschuitjes met plattekaas en bruine suiker gegeten en geoefend. Voor de spiegel, terwijl meter geduldig toonde hoe je je mond moest zetten.

En na héél veel oefenen (en maandenlang 2 beschuitjes) begon er dan toch geluid uit te komen. Leerde ik beetje bij beetje fluiten. Meters inspanningen loonden. Of dat nu echt aan de beschuit met plattekaas en bruine suiker lag of vooral aan het goede voorbeeld en de niet-aflatende aansporingen om toch maar opnieuw te proberen? Wie zal het zeggen?

Het grappige is dat ik me hier nooit vragen bij gesteld heb. Wou je leren fluiten, dan at je beschuit met plattekaas en bruine suiker. En uiteindelijk kwam het dan wel in orde… Toen ik samen met de echtgenoot brainstormde over “oma’s middeltjes” was dit ook voor hem een gekend verhaal. Ook hij wist dat je leert fluiten van plattekaas met suiker. Beschuiten speelden in zijn familiegeschiedenis dan weer niet zo’n grote rol ;-).

Maar werkt het nu echt? Tja. Ik heb maandenlang van meters beschuiten met plattekaas en bruine suiker gesmuld en ik kan fluiten. Dat kan toch geen toeval zijn?

De clan viert feest

familieZaterdag hadden wij familiefeest langs de kant van de echtgenoot. Groot familiefeest, want de kant van de echtgenoot is indrukwekkend groot. De grootouders, de va en de moe, zorgden voor liefst 9 kinderen. De clan telt intussen een 76-tal leden. Dat is nogal wat, zeker voor onze kinderen, die het intussen met kleinere takjes in hun stamboom moeten stellen.

Toen ik een kleine 20 jaar geleden voor het eerst in de familie kwam, had ik zitten blokken. Ik had de stamboom zitten oefenen. Het kwam er toen enkel op aan om gezichten op te namen te kunnen plakken. En dat was geen evidentie. Het was wel relatief makkelijk om de familieleden eruit te halen: ergens zit er toch een familiegelijkenis in en die is voor een buitenstaander makkelijker te zien. (Uitzonderingen bevestigen altijd de regels natuurlijk). Intussen ben ik mama geworden van 2 clanleden. En behoren ook mijn dochters tot die indrukwekkende clan. En ja, ik zie het bij hen ook: de gelijkenis, de familietrekjes…

Familiefeesten worden echter schaars. Er wordt niet meer getrouwd. Dopen, verjaardagen en communiefeesten worden in kleinere kring gevierd. Maar de clans komen wel nog samen. Bij de echtgenoot is er een broers- en zussendag en hebben we een paar jaar geleden zelfs een eerste neven- en nichtendag in het leven geroepen. Maar deze zaterdag was het de hele familie: nonkels, tantes, neven, nichten, achterneefjes en achternichtjes…  Zo goed als iedereen was present.

Bij de echtgenoot wordt er tijdens een feest lekker gegeten, (veel) gebabbeld, veel van tafel gewisseld (zodat je met iedereen wel eens een woordje kan wisselen) en gedanst. In een ver verleden werd er zelfs ooit gezongen, maar dat is éénmalig gebleken (over de redenen daarvoor spreek ik me niet uit, ik ben immers een aanhangsel. 😉

Het was ontzettend gezellig. Het is genieten als je de kleinste telgen van de familie met veel enthousiasme de dansvloer ziet inpalmen voor K3, Piet Piraat en Kabouter Plop. Dat je kan constateren dat dat er toch inzit. Om dan later de “oude” garde het te zien overnemen van en samen met de kleintjes. Hoe die elkaar onbekende kleintjes toch allemaal samen beginnen te spelen, hoe sommigen wat meer durf aan de dag leggen en anderen wat meer over de streep geholpen moeten worden.

Hoe de tafels na afloop kringen worden, die alsmaar groter worden, waar iedereen uiteindelijk samen gaat zitten en aan de praat raakt. Hoe mooi het is om de kinderen van 20 jaar geleden met hun eigen kinderen of neven en nichtjes bezig te zien. Hoe de baby’tjes van toen intussen op de drempel van hun volwassenheid staan.

Het was mooi, het was fijn, het was verbondenheid. Het was de familiegeschiedenis van mijn dochters en ik hoop dat ze dat zullen koesteren. Dat ze zullen blijven onthouden van waar ze komen, dat ook zij, net als wij zaterdagavond, denken aan de stamouders, de va en de moe. Dat waar zij ook zijn, ze met de nodige fierheid op hun clan hebben toegekeken…