Eind goed, al goed…

Dat het niet mijn jaar is, 2016. Of dat het alleszins niet goed begonnen is. Even terug naar maandag. Dat ik blij zou zijn als de week voorbij was, liet ik toen optekenen. Drukke week voor de boeg: een aantal avondverplichtingen zowel voor de echtgenoot als voor mij. Tussendoor ook nog repetities van de jongste voor haar communie en the usual hobbysuspects van de dochters.

Zoiets mag je nooit zeggen. Want ergens beslissen ze dan om nog wat “drama” toe te voegen. Om het nog wat spannender te maken. En dus ging ik maandagavond plat door een hevige buikgriep. Alweer. Dinsdagmorgen naar de dokter en direct vermelden dat het “net deze week communie is”. En uiteraard doen wij het feestje thuis. Gerustgesteld worden, want “tegen woensdagavond zal je je echt wel beter voelen. Maar voor nu moest ik me overgeven aan de ziekte: slapen, liggen en wachten tot het keert.”

Niet dat je veel keus hebt, als je je nog geen kwartier kan ophouden. Maar je doet wat de dokter zegt en leeft op hoop. Tegen woensdag begin je stilaan opnieuw te eten, maar dat was niet meteen een succes. Tegen woensdagavond doe je de dochters van en naar de dansles en moet je tussenin gaan liggen “om van de rit van een kwartier te bekomen”. Waarop je beseft dat het nog niet beter is en je toch wel even panikeert.

Toen de kinderen jong waren, en ze weer eens “doodziek” waren of “ongeneeslijke pijnen” hadden, noemde ik hen “hypochonders” of “malades imaginaires”. Ik beken, het is erfelijk en ze hebben het van mij. Want woensdagavond overviel me een zwarte bui waarbij ik écht geloofde nooit meer normaal te zullen eten. Bovendien was ik er even rotsvast van overtuigd dat ik de volgende dag onmiddellijk door de dokter doorverwezen zou worden, want dat er écht iets serieus met mij aan de hand zou blijken te zijn.

Hét bleek een maagontsteking te zijn. Nieuwe pilletjes én de belofte dat ik me snel beter zou voelen. Maar dat ik toch nog een paar dagen op mijn eten zou moeten letten. En gelukkig keerde het inderdaad (snel). Vrijdag was ik in staat de geplande kookactiviteiten te laten doorgaan en het feest – onder de deskundige leiding van mijn mama, de vol-au-vent-specialiste – degelijk voor te bereiden. Tegen vrijdagavond waren we klaar met onze mise-en-place, maar zat ik wel uitgeteld in de zetel. Want dat eten, dat lukte nog niet helemaal. Dat de week mij een bonus van een paar kg opleverde, was gezien de outfit, de enige meevaller. Geen corrigerend ondergoed voor mijn ingebeelde buik, want die was er écht niet meer.

Maar wat waren we zaterdag blij en ontroerd, toen we ons kleintje alweer een stap vooruit zagen zetten. En zelfs de weergoden waren ons gunstig gezind: net tijdens de blijde intrede van de communicantjes besloot de zon (even) voluit te stralen. Ze genoot met volle teugen, ons meisje. Ze zag er prachtig uit, ze genoot van het gezelschap, ze straalde op haar feestje. En tegen halftien was ze op en kroop ze uitgeteld haar bedje in.

koesterenEn de mama? Die was allang blij dat we het gehaald hadden. Dat er geen nieuwe zieken in huis waren bijgekomen. Dat het eten gelukt was, dat er genoeg was voor iedereen en dat het lekker was. Dat de mama nog steeds niet normaal kon eten, zich tevreden moest stellen met mini-porties en geen glaasje prosecco of wijn aandurfde, was uiteindelijk maar een voetnootje bij een voor de rest geslaagd feestje. Maar dat we stiekem toch een beetje blij zijn dat het achter de rug is, dat we even uit de feestjes zijn en dat het nu eventjes wat rustiger wordt.

Advertentie

De klokken zijn toch geweest

Pasen2016Totaal verontwaardigd waren ze, onze dochters, toen ik durfde te opperen dat ze misschien stilaan toch te oud werden om eitjes te rapen. Of het misschien geen tijd werd om de traditie voor een tijdje in de koelkast te stoppen? Geen denken aan. En dus haalde ik toch maar terug eitjes in huis. Maar we spraken wel af dat we niet vroeger zouden opstaan om de eitjes te verstoppen, maar dat ze gewoon in bed bleven tot wij onze taak als paashaas vervuld hadden.

Om hen dan los te laten in onze tuin. Met kleine oogjes uiteraard want zo wil de traditie het. Het ging vlot, maar toch bleken ze na de eerste ronde toch hier en daar een eitje gemist te hebben. En dus mochten ze nog een keertje opnieuw gaan zoeken. En neen, we hadden ze niet meer opnieuw verstopt terwijl ze even met hun aandacht bij de jacht waren ;-).

Na het ontbijt werd het tijd voor het echte werk. De jacht bij oma en opa. Waar ze intussen met een kleine bende zijn. Onze dochters zijn de oudste kleinkinderen. Zij nemen de jacht niet meer zo serieus: zij vinden het intussen al leuker om de jongere kinderen een handje te helpen bij de zoektocht. Enkel de jongste had het met zijn twee nog niet helemaal door, ook al verklaarde hij in het begin heel duidelijk “oma gedaan”. Misschien moeten de Paashazen ook daar nog een beetje aan hun timing werken ;-). En wij maar hopen dat de andere 3 niets zouden opvangen. Al denk ik dat de magie ook voor de oudste twee intussen gepasseerd is.

Maar de gekleurde blinkende kleine eitjes uit het gras plukken vond de kleinste wel leuk. Ze in het mandje gooien (letterlijk dan) ook. Gelukkig waren het “maar” chocoladeeitjes en is opa intussen getraind in het vangen. Al schrokken we met zijn allen toch even toen hij ook een kippeneitje in handen kreeg, dat maar niks vond en terug liet vallen. In het zachte gras. Zonder erg dus.

Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat onze meiden nog altijd graag eitjes rapen. Gelukkig hebben we het vroege opstaan intussen wel kunnen schrappen. Het is traditie, ik denk dat ik het ongelooflijk zou missen als ze besluiten dat ze nu echt wel te oud zijn en we hun eitjes dan gewoon maar op de ontbijttafel presenteren. Gelukkig zitten we bij oma en opa nog wel een aantal jaren safe voor de spanning, het gehol, het gezoek en het laten vallen van minstens één eitje…

Op grote voet(en)

dochterSinds dit weekend heb ik officieel de kleinste voeten in huis. Enfin, de oudste en de mama delen samen de laatste plaats. De jongste is ons immers voorbijgestreefd. En dat was toch even slikken, zowel voor de oudste als voor de mama.

Ik heb me er intussen bij neergelegd dat de beide dochters groter zullen worden dan de mama. Een prestatie is dat niet echt met mijn kleine meter 60. En de oudste was bijna 14 toen het ons ineens opviel dat ik niet meer boven haar ogen keek. Maar dat de jongste al op haar twaalfde een groeischeut ging krijgen die al bijna niet meer in te tomen is, dat hadden we niet echt zien aankomen. Of misschien kon ik de realiteit gewoon niet aan ;-).

Maar we hebben een communicantje in huis. De kleren waren al een tijdje geleden gekozen en met de solden achter de rug besloten we ook op zoek te gaan naar de bijhorende schoenen. Dat viel niet helemaal mee: de op de website uitverkoren schoenen bleken toch wel héél hard te knellen. En dus lieten we de voeten van de jongste nog eens opmeten. En dat viel in haar ogen toch wel enigszins tegen. Niet alleen moesten we met 3 even slikken toen bleek dat de linkervoet al een 37 is, maar ze zit voorlopig dan ook nog met een maatje verschil tussen beide voeten. Het rechtervoetje moet nog bijbenen.

Terwijl de oudste en de mama allebei (groen) lachten: “Jouw voeten zijn nu al groter dan die van ons”, had de jongste er moeite mee dat er zo’n groot verschil was tussen beide voeten. Eigenlijk heeft ze twee paar schoenen nodig. En dan kan ze van elk paar één gepaste voet aandoen. Bovendien groeit ze ontzettend snel. Toen we op 31 december in de solden nog een paar laarzen scoorden, hadden we haar voeten nog laten opmeten en toen bleek ze al van een 35 naar een 36 gegroeid te zijn. Om daar amper een maand later nog een maat extra bovenop te doen. Amper 12 geworden, mag zij bij de volwassenen op zoek naar een gepast paar schoenen. Terwijl de mama en de oudste samen hun maatje 36 kunnen delen.

En niet alleen de schoenen gaan er in sneltreinvaart door. Ook qua broeken zitten we ineens met water in de kelder, terwijl diezelfde broeken amper een paar maanden geleden nog perfect pasten. Gelukkig had de oudste nog een aantal broeken die voor haar toch al te klein geworden waren (lees: die ze eigenlijk niet meer mooi/hip/cool (of welk woord tegenwoordig in is) vindt) en was zij maar al te blij dat ze die broeken kon doorgeven aan haar “kleine” zus.

Het gaat de laatste jaren zo ontzettend hard. De oudste is stilaan een hele dame aan het worden. Het is al een hele boterham om te wennen aan die bijna-volwassene in huis en nu blijkt ons kleintje ook veel te snel mee te evolueren. Binnenkort 2 tieners in huis, die binnen hoop en al een jaar ook allebei nog eens groter blijken te zijn dan de mama.

Help!