Hoor, wie klopt daar, kinderen?

De Sint is in het land. Steeds vaker zie ik op Facebook of op Instagram foto’s opduiken van kindjes die hun schoentje al mochten zetten en daar een nachtje later ook iets in terugvonden. Of de schuilplaats van de Sint te vroeg ontdekten en al wat eerder de speelpret konden beginnen. Ook toen wij klein waren, waren de weken voor de Sint de meest spannende weken. De Sint en zijn Pieten waren immers al in het land en hielden ons in de gaten. En dat was soms maar al te duidelijk.

Zo gebeurde het in de weken voor 6 december af en toe wel eens dat er ineens keihard geklopt werd op de houten luiken waarmee we ’s avonds als het donker werd de ramen sloten. Het was elke keer weer even schrikken, maar als we éénmaal de luiken toch durfden te openen, bleek er een mandarijntje en wat letterkoekjes achter te zijn gebleven. Of een chocolade mannetje. Of wat nicnacjes en “Mariabeeldjes”. Telkens opnieuw was het voor ons een teken dat we écht wel in de gaten gehouden werden. Dat we braaf moesten zijn, en vooral geen ruzie moesten maken, want anders zou het wel eens kunnen dat de Sint ons huis zou vergeten op zijn verjaardag.

Het heeft toch wel een hele tijd geduurd eer we door hadden dat de avondlijke bezoekjes van de Sint samenvielen met het “eten geven aan de kippen” van onze va. Dat het toch wel héél toevallig was dat onze va altijd net buiten was als er op de luiken werd geklopt. En dat hij dat élke keer opnieuw miste. In mijn herinnering was ons moe wel altijd bij ons als er geklopt werd, maar het zou goed kunnen dat ze afwisselden, al is me dat dus niet bijgebleven.

Bovendien viel de frank ook niet in één keer. Ik kan me de keren nog levendig herinneren dat er geklopt was en dat wij – een beetje bang maar vooral opgewonden – dat onmiddellijk aan onze va wilden vertellen van zodra hij terug binnen kwam. “De Sint is net geweest, kijk wat hij gebracht heeft. Toch wel spijtig dat jij er niet bij was. Heb je hem niet gezien, vake, toen je buiten was?” “Niks gezien zeg, ik zal toch wel zeker net weer in het kippenhok gezeten hebben.” En wij stelden ons daar geen vragen bij. Later natuurlijk wel, en dan zaten we onderling te fluisteren over dat er toch wel altijd nét geklopt werd nadat onze va naar buiten trok, maar we waakten er – zeker in het begin – heel nauwgezet over om onze bedenkingen niet te uiten in de nabijheid van onze ouders, want stel je voor dat de Sint ons huis dan zou overslaan.

Bovendien was onze va er supergoed in om de vermoorde onschuld te spelen, zelfs toen we onze verdachtmakingen luidop begonnen te uiten. Hij weerlegde onze bevindingen met zoveel overtuigingskracht dat we zelfs aan onze eigen ogen zouden getwijfeld hebben. En misschien nog wel goed ook, want als je de waarheid kent, is de magie er toch voor het grootste stuk af.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet nog héél even kan doen alsof en dat het toch wel fijn is als er toch nog iets in je schoentje opduikt. Bij ons is de Sint nooit gestopt met chocolade, snoepjes en mandarijntjes te brengen: het is van het ene jaar op het andere naadloos overgegaan van de kinderen op de kleinkinderen. En hier in huis zetten de dochters nog elk jaar hun schoentje en zorgt de Sint de volgende ochtend nog altijd voor een verrassing. Dat is wel de deal: geen schoentje = geen cadeautje en het moet met alles erop en eraan (wortel, suikerklontjes en pintjes bier voor de Sint en zijn Pieten) ;-). Het mag dan wel geen speelgoed meer zijn, maar de Sint brengt wel iets “leuks”, de “nuttige” cadeautjes bewaren we voor onder de kerstboom.

Al wordt het hoe langer hoe moeilijker om nog iets “leuks” te vinden voor de tienermeiden hier in huis. En blijkt de tijd op het einde van het jaar altijd zo snel te gaan: dan is het voor je het weet al begin december en mag je weer op het allerlaatste moment nog op zoek naar de nodige voorraad snoepjes om de schoentjes te vullen. Eén voordeel: de kans dat de kinderen onze schuilplaats te vroeg ontdekten, was meestal klein gezien de korte tijdspanne dat alles in huis verbleef.

sinterklaas

(www.loesje.org)

En dus tellen wij hier met zijn allen (klein en groot, gelovigen en ongelovigen) toch weer af naar het moment dat de Sint zal langskomen. Zuchten de kinderen al eens diep als de mama het fototoestel bovenhaalt en hen “dwingt” hun schoentje te zetten. Zijn ze de volgende ochtend toch nog een beetje benieuwd en meestal ook blij verrast. Is de mama tevreden dat het weer gelukt is en dat we weer de obligate pyjamafoto’s (en de open mond) aan het fotoalbum kunnen toevoegen. Laat het dus maar snel weekend zijn!

Advertenties

2 thoughts on “Hoor, wie klopt daar, kinderen?

  1. Wij krijgen nog elk jaar een cadeautje voor Sinterklaas van mijn ouders, je bent daar nooit te oud voor ;-). Zelf genieten we nu vooral van het Sinterklaasfeestje met de neefjes van de echtgenoot, ik vind het heerlijk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s