Prut in mijn ogen

Ik was één van de 30.000 die haar handtekening geplaatst heeft onder de petitie tegen de wet-Peeters. En dat heb ik bewust gedaan, zonder “prut in mijn ogen”, ook al beweert advocate Vicky Buelens vandaag in De Tijd dat ik hopeloos gedesinformeerd ben als ik geloof/hoop om de verandering op onze arbeidsmarkt wel nog te stoppen.

Ben ik tegen flexibiliteit? Neen, natuurlijk niet. Ik heb sinds mijn intrede op de arbeidsmarkt nooit anders geweten dan dat je af en toe eens wat langer werkte als het nodig was voor het bedrijf. Als er een deadline gehaald moest worden, als er snel nog een stukje afgewerkt moest worden. Het kon ook niet anders in de snelle wereld die de media, mijn biotoop toen, was. Nieuws stopt immers niet om 17 uur en je kan het moment dat het nieuws bekend raakt ook niet kiezen. Ik was jong, we hadden nog geen kinderen en mijn hobby was mijn werk geworden. Uiteraard ging ik er vol voor.

Maar we kregen kinderen en de flexibiliteit begon zwaarder door te wegen. Uiteraard hield ik nog altijd van mijn job en gaf ik me voor de volle 100%, maar tegelijkertijd wou ik ook bij mijn kinderen zijn. Ik probeerde op tijd thuis te zijn om hen in bed te stoppen, om hen nog even te zien voor de dag om was. Dat lukte vaak, maar niet altijd. Er waren nog altijd deadlines en het werk liep af en toe wel eens uit. Gelukkig was de leraar-echtgenoot er voor de kinderen. Hij ving hen op na school, maakte huiswerk met hen terwijl hij eten op tafel probeerde te toveren. Van zodra de kinderen in bed lagen, kroop hij terug achter zijn bureau, om aan de voorbereidingen of het verbeterwerk te beginnen. Dankzij hem was ik flexibel. Zonder hem had ik veel eerder moeten afhaken.

Een “facebook-leven” hebben we nooit gehad, al zijn we met ons vieren wel heel gelukkig. Een bedrijfswagen, strijkdienst of kinderoppas is hier ook niet terug te vinden. Dat doe ik zelf, in mijn tweede dagtaak. Of mijn grootouders harder werkten, kan ik moeilijk beoordelen, maar mijn oma’s waren wel thuis. Zij zorgden een hele dag voor het huishouden, dat “ding” dat nu het grootste stuk van mijn vrije tijd in beslag neemt.

Waarom heb ik dan toch mijn handtekening geplaatst onder die “vervloekte” petitie? Omdat de randvoorwaarden rond flexibiliteit mij op zijn minst onduidelijk én niet bepaald werknemersgezind lijken. Hoe organiseer je “flexibiliteit” als die opgelegd wordt van één kant? Wat als de werkgever bijvoorbeeld beslist dat nét de grote vakantie een piekperiode is en je dan verondersteld wordt 45 uren te kloppen, die je dan wel kan recupereren in de dalperiodes tijdens het schooljaar? Als echtgenote van een leraar en mama van twee schoolgaande dochters zou dat niet bepaald goed uitkomen, maar welke rechten heb ik? Kan ik dat weigeren? Hoe organiseer je je in godsnaam als je pas een dag op voorhand weet of je al dan niet (langer) moet werken? Wie vangt de kinderen dan op? De grootouders? (Maar die moeten tot hun 67ste werken?) In de opvang laten? (Maar ook die sluit om 18 uur?)

Ik werk heel graag, ik heb liefst ook een betekenisvolle job en ik ben gerust flexibel, maar ik wil ook nog leven en genieten, met de echtgenoot en onze dochters. Wij hebben bewust voor kinderen gekozen, ik wil er voor hen zijn, ik wil hen mee begeleiden op hun weg naar volwassenheid. En ja, ik werk momenteel al (maar) vier dagen per week, maar dat geeft ons gezin de ruimte om alles te kunnen combineren. Een ex-collega stelde vroeger bij nieuwe ideeën of experimenten op het werk altijd de vraag: “What’s in it for me?” en die vraag stel ik me bij deze wet ook. Wat winnen wij hier bij? Wat zit er eigenlijk in voor de werknemers? Er was – in onderling overleg – al in zo goed als alle sectoren (verregaande) flexibiliteit mogelijk, waarom moet dat in een speciale wet gegoten worden?

Ik ben intussen bijna 20 jaar aan de slag: in al die jaren is het ritme zeker niet verminderd, integendeel. De grens tussen werk en privé is dankzij de technologische vooruitgang een pak dunner geworden. De druk is ook ontegensprekelijk toegenomen: de laatste jaren neemt het aantal burn-outs een hoge vlucht en dus hoop ik die evolutie wel te kunnen keren. Voor mijn kinderen. Want zij (en wij) zijn meer waard.

PS: Dit stukje is geschreven door een hoogopgeleide mama in een tweeverdienersgezin. Waarbij de leraar-echtgenoot er altijd is voor de kinderen. Een ongelooflijke luxepositie dus. Me proberen in te beelden hoe alleenstaande ouders (hoog- of laagopgeleid) deze flexibiliteit voor mekaar moeten krijgen, is een zo goed als onmogelijke opdracht. Gelukkig weet Sigrid dit bij Femma wel treffend te formuleren.

Advertenties

6 thoughts on “Prut in mijn ogen

  1. Sterk geschreven stuk, alweer. Ik deel je mening volledig. Het flexibel werk zoals het nu op tafel ligt, is vooral flexibel voor de werkgever en de werknemer, die moet zich maar aanpassen…

  2. Bij deze ben ik het dus helemaal met je oneens. Ik heb de luxe gehad om (even) voor de (bij mijn weten) enige werkgever te werken die dit plan al lang hanteert. Ik vond het bijzonder goed. Het was een beetje geven en nemen, en dat hangt zowel van werkgever als werknemer af. IK kon in de zomer door verschuiving van uren meer verlof opnemen dan ik nu kan door mijn rigide systeem.
    Ik ben dus voor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s