Deelnemen is belangrijker dan winnen

quiz1_miniVrijdagavond heb ik nog eens deelgenomen aan een quizavond. Met een team van ex-collega’s speelden we al voor de derde keer samen. We eindigden al als achtste en als derde.

Op mijn veertigste blijk ik immers dé ideale quiz-leeftijd te hebben. De meeste quizmasters blijken intussen ook van mijn generatie, wat me een voordeel geeft in muziek- en geschiedenisvragen. Meestal zal zijn vragen “uit mijn tijd”.

Daarnaast blijk ik de gave te hebben volstrekt nutteloze dingen te kunnen onthouden. Vraag mij naar de namen van de 4 kinderen van David Beckham en ik weet dat (Brooklyn, Romeo, Cruz en Harper). Mijn specialiteiten zijn sport en roddels. Het logische gevolg van een jarenlange werk/passie én van het Story-abonnement van mijn meter. Ik weet wie het met wie doet, gedaan heeft of wil doen. Bovendien onthoud ik heel goed gezichten, dus ook de fotorondes zijn meestal mijn ding. Ik ben wel héél slecht in aardrijkskunde, wetenschappen en taalspelletjes. Cryptische vragen, droedels, dat zie ik dus niet.

Mijn enige probleem: ik heb een afwerker nodig. Vaak weet ik het antwoord wel op de vraag, maar kan ik niet op de naam komen. Ik kan je dan wel zeggen met wie de acteur in kwestie getrouwd was, in welke films hij nog gespeeld heeft, of hij ooit drugs genomen heeft,… maar de naam blijkt me dan net te ontsnappen. De echtgenoot is in die zin een ideale quizpartner. Hij kan de kronkels in mijn hersenen intussen al volgen en maakt de punten dan wel af.

Hilarische discussies hebben we zo soms in de auto. Ik hoor een nummer op de radio dat ik écht wel ken, maar kan niet op de naam komen van de zanger of groep in kwestie. Ik kan wel de hele ontstaansgeschiedenis en familiale achtergrond van de zanger of groep uit de doeken doen… tot ik de echtgenoot zie lachen. Hij weet het dan allang, maar ik kom er echt niet op. “Allé, geef me een letter…” en met de beginletter lukt het meestal wel. Ik wou overigens dat ik kon zeggen dat het aan de leeftijd ligt, maar dat is helaas niet zo. Mijn hersenen zijn nu eenmaal chaotisch georganiseerd.

quiz2_miniMaar de quiz dus. Het was wat minder gisterenavond. De quiz was niet helemaal op mijn maat (ik denk dat de quizmasters 10 jaar ouder waren en dat was te merken aan de vragen). Ons team was ook gedeeltelijk gehandicapt. We hadden met 6 moeten zijn, maar we waren maar met 4. Ik was nog minder in vorm dan gewoonlijk na mijn weekenddienst en late shiften deze week. Enfin, blababla, teveel excuses op voorhand. We waren dus elfde op 22.

En toch was het gewoon gezellig. Veel bijgepraat met de ex-collega’s. Veel gelachen ook, als het antwoord dat op het puntje van je tong ligt, toch niet wil komen. Als je een simpele vraag toch nog mist. Als het antwoord gezegd was, maar je ervan overtuigd was dat het toch dat andere was en dus fout gokte.

En daarom quiz ik dus zo graag. Het praten, lachen, samen-zijn is voor mij misschien net iets belangrijker dan de quiz op zich. De zege zal ik daardoor allicht nooit behalen, maar uiteindelijk krijgt toch iedereen een prijs. En ik was 2 keer meer dan tevreden met mijn chocolade mannetje en mijn peperkoeken huisje 😉

Willen we de blackout gewoon vergeten?

blackout_miniDinsdag komt mogelijk de eerste blackout, vandaag donderdag werd er voor het eerst geoefend om minder elektriciteit te verbruiken. En het lukte, er werd opmerkelijk minder elektriciteit gebruikt. Wij mochten nog niet meeoefenen, maar we zijn er hier zo goed als klaar voor, op één klein detail na.

Als dinsdag de elektriciteit uitvalt, zullen we niet kunnen koken. Geen probleem, we halen wel frietjes. Als dat niet lukt wegens algemene elektriciteitspanne, dan hebben we hier altijd nog wel boterhammetjes en genoeg beleg om niet van de honger om te komen. Met onze voorraad chocolade, chips en koekjes overleven we zelfs vlotjes een paar weken 😉

Er zal uiteraard ook geen licht zijn, maar de kaarsjes staan al klaar en ze werken 😉 We zullen er ook voor zorgen dat de gsm’s opgeladen zijn zodat we nog een paar uur in contact kunnen blijven met de wereld (zodat we kunnen zien hoe de hele wereld –  of toch zeker onze bovenburen – zich vermaakt met alweer een nieuwe Belgische grap). Voor één keer zal de tv de hele avond uitblijven, maar we zullen gezelschapspelletjes spelen met de kinderen. Ik denk dat het leuker zal zijn dan een normale dinsdagavond…

Het enige waar ik echt wel een serieus probleem mee zal hebben (naast het feit dat de diepvries en de koelkast uitvallen en daar wel bederfbare etenswaren in zitten) is het gebrek aan verwarming. Onze centrale verwarming werkt uiteraard op elektriciteit. Een kachel hebben we niet. Geen elektriciteit wil dus zeggen dat het hier in huis zal afkoelen. En daar zit ik – als grote koukleum – echt niet op te wachten. Vooral omdat ik weet wat het inhoudt. We hebben hier namelijk al ervaring met een gebrek aan verwarming.

Zowel begin 2012 als begin 2013 had onze verwarmingsketel kuren en zaten we een paar dagen zonder verwarming. De eerste keer bleef het gelukkig beperkt tot een dag of 2, de tweede keer moesten we liefst 5 dagen door de zure appel heen bijten. Zeer pijnlijk. Al hadden we toen nog elektrische vuurtjes waarmee we toch één kamer min of meer aangenaam konden houden. Zo was de woonkamer best wel aangenaam. Maar als je dan naar de keuken verhuisde (en het vuurtje meenam natuurlijk) duurde het wel even eer het daar in mijn ogen leefbaar was.

We hebben hier ook nog wel de nodige dekens en dekbedden, maar ik ben het type dat vooral kou heeft aan de uitsteeksels (de handen, voeten, neus en oren). En zelfs als je je helemaal in je deken rolt, blijft de neus uitsteken… Vroeg gaan slapen zal dan allicht de boodschap worden. Ik dacht overigens ergens gelezen te hebben dat 9 maanden na een dergelijke crisis altijd opmerkelijk meer baby’s geboren worden. U weze bij deze dan ook gewaarschuwd…

Nu blijkt overigens uit de oefening dat er aanzienlijk minder elektriciteit verbruikt werd. En dat enkel doordat de gezinnen die deelnamen, niet kookten, overbodige lichten uitdeden, hun vaatwasmachine niet lieten draaien en voor één keer geen tv opzetten. Is het echt zo simpel? Kunnen we op die manier een blackout vermijden? En als het verbruik zo makkelijk te verminderen is, wat zou dat dan niet geven voor onze elektriciteitsrekening? Waarom doen we dat dan niet altijd?

Ik moet wel eerlijk bekennen dat ik dit weekend misschien toch eens op zoek ga naar een echte kachel. Kwestie van de neus, de handen en de voeten warm te kunnen houden, ook zonder elektriciteit…

En jullie? Zijn jullie er klaar voor? Nemen jullie maatregelen? Bereiden jullie je voor of denken jullie dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen?

Recht op foutjes, recht op falen?

De KU Leuven heeft besloten dat eerstejaars die te zwaar buizen, geen tweede kans krijgen, maar een nieuwe studierichting moeten kiezen. Toen rector Rik Torfs dat voorstel deed, vond ik het in eerste instantie nog begrijpelijk, “gezien de kost voor onze maatschappij die een bisjaar met zich meebrengt”.

Intussen zijn we een paar weken verder, is het voorstel regel geworden (toch aan de KU Leuven) en heb ik toch een paar bedenkingen. Ik ken immers een paar studenten die hun eerste jaar zwaar gebuisd waren. Te veel gefeest, niet kunnen omgaan met de nieuwe vrijheid, vaak ook geen degelijke studiemethode… Dat leidde tot een pijnlijke reality check op het einde van dat eerste jaar. Maar degenen die ik ken, zijn wel opnieuw begonnen. Ze hebben doorgezet en hebben hun diploma alsnog gehaald. Eén iemand heeft dat zelfs met glans gedaan, is later nog gaan doctoreren en is nu professor. Dat zullen allicht de uitzonderingen zijn, de minderheid,… Maar met het nieuwe voorstel worden zij wel de “collateral damage”.

Ook mijn studieloopbaan liep niet helemaal over rozen. Ik had een existentiële crisis in 1e licentie (Is dit het nu? Is dit de richting die ik met mijn leven uit wil?) die tot een thesisjaar leidde. Een jaar te veel. Ik heb dat jaar gewerkt om mijn studies te kunnen betalen. Ik heb daar veel uit geleerd. Dat niet alles vanzelfsprekend was, dat je ervoor moet werken als je echt iets wil. Maar ik had het wel nodig om met mijn kop keihard tegen de muur te lopen. Mijn “falen” heeft me veel bijgebracht.

Ik vind het eigenlijk een teken des tijds. We zijn zo streng geworden, zo hard voor mekaar. Nog een voorbeeldje: de discussie over hoe we gezin en job moeten combineren ontaardde in een welles-nietes tussen vrouwen onderling, waarbij de pot de ketel vanalles verweet. Als we solidair geweest waren en vooral gehamerd hadden op het feit dat alle vrouwen “de keuze” moeten hebben, dan zou het allicht meer indruk gemaakt hebben. Nu hebben we onze eigen ruiten voor een stuk ingegooid. Nu werd een terechte bekommernis van veel ouders nogal makkelijk onder de mat geveegd omwille van die onderlinge discussies.

En dat doen we wel vaker. Steeds meer Belgen geven hun buren aan bij de belastingdienst. Stakers verwijten niet-stakers egoïsme en omgekeerd. Waar is de solidariteit gebleven? Waar is het begrip voor elkaar gebleven? Moet dat eerst economisch afgewogen worden? Kunnen we ons “begrip” wel permitteren? Zijn we zeker dat zij het écht wel slechter hebben dan wij en op geen enkele manier van het systeem profiteren voor we willen meeleven? Zijn we nu echt allemaal zo kil en berekend geworden?

Moeten we dan echt allemaal perfect zijn? Mogen we geen fouten meer maken? Moet ons falen onmiddellijk bestraft worden? Hebben we geen recht op een tweede kans? Mogen we niet meer leren van onze eigen stommiteiten? Ik dacht dat onze jeugd bedoeld was om fouten te maken en daaruit te leren zodat je in je later leven daar de vruchten van kon plukken.

En dus vind ik het voorstel van de KU Leuven te ver gaan. Iedereen heeft het recht te falen, zolang je maar uit je fouten leert. Ik wil geen deel uitmaken van een maatschappij die perfectie tot de norm maakt. Ik herinner me nog heel goed dat een professor zijn eerste les begon met de woorden: “kijk eens goed naar uw collega links van u en uw collega rechts van u: één van beiden zit hier volgend jaar niet meer”.

Ik heb het wel gehaald, maar dat was me niet gelukt zonder de hulp van een hele groep medestudenten. We deelden samenvattingen, vragen, we legden elkaar moeilijke stukken uit, we spraken elkaar moed in en pepten elkaar op als het eens wat moeilijker ging. We lachten samen, we huilden samen, we deden het SAMEN. We waren solidair… Zo’n maatschappij wil ik voor mijn dochters…

All I want for Christmas is…

wishlist_miniJa, ik ben er vroeg bij… en toch ook niet. Volgende week is het al december. De leukste maand van het jaar. Eerst de Sint, dan mijn verjaardag, Kerstmis, Oudjaar en Nieuwjaar… Dus dacht ik, laat ik al aan mijn lijstje beginnen. Kwestie van de omgeving nog voldoende tijd te geven om aan de torenhoge verwachtingen te voldoen 😉

Wat mag er onder mijn Kerstboom liggen?

1. Tijd

Het is een druk jaar geweest. Sinds november vorig jaar een nieuwe job, met weekend- en avondshiften. Het was toch wel even aanpassen. Het was intens en op sommige momenten heel zwaar. Maar binnenkort heb ik 3 weken verlof en daar kijk ik héél hard naar uit. Tijd voor de echtgenoot en de dochters. Tijd voor familie en vrienden. Tijd voor feestjes. Tijd om het ritme te laten zakken: uitslapen, rustig ontbijten, de krant lezen, lummelen in de pyjama. Tijd om eens wat series in te halen. Tijd om te fietsen, tijd om te lezen. Tijd om cadeautjes te kopen. Tijd om met de dochters naar de derde Hunger Games te gaan kijken. Tijd om te schaatsen. Tijd om intens van elkaar en van de simpele dingen des levens te genieten. Tijd om plannen te maken. Tijd om wat dromen uit te werken.

Plannen zijn er al. Ik wil koken en bakken; nieuwe dingen uitproberen in de keuken. Ik wil het huis van onder tot boven kuisen (dat zeg ik nu met veel goesting, maar als ik ervoor sta, zal het enthousiasme een pak minder groot zijn) en laten blinken. Ik wil gaan shoppen. Ik ben nog altijd op zoek naar een mooie wintermantel, maar ik heb deze herfst gewoon nog niet de tijd gehad om rustig op zoek te gaan. Dat wordt een projectje voor de solden. Een mooie jurk of een schoon ensemble is ook altijd welkom, maar eigenlijk gaat het niet om de “buit”, het gaat om het slenteren, het kijken, het genieten van elkaars gezelschap, het rustig lunchen,… Tijd dus, liefst met een grote strik errond!

2. Een voor en na mét fotoshoot

Ik zou het wel eens leuk vinden om een echte voor en na te beleven. Gestyled worden, professioneel make-upadvies krijgen (en de make-up ook natuurlijk), de haartjes deftig in de plooi laten leggen én dan een fotoshoot doen met man en dochters.

Allemaal op ons paasbest, maar wel geen stijve foto’s. Ik zou ons geluk van nu willen vastleggen. Zodat we in de drukke momenten of de momenten dat het wat moeilijker loopt, gewoon naar de foto’s moeten kijken om weer te beseffen hoe rijk we eigenlijk zijn. Wij samen, met onze twee prachtige dochters erbij.

3. Een galabal

Het zou leuk zijn om nog eens een dansfeest mee te maken. Een jaren ’90-fuif, met rock, techno, pop en af en toe een trage ertussen, dat ik nog eens met de echtgenoot kan “slowen”. In onze tijd was de uitgangsoutfit een jeans met een t-shirt. Daar zijn we intussen gelukkig uitgegroeid. De enige “chique” fuif (de meisjes in jurk, de jongens in kostuum) die wij vroeger meemaakten, was het galabal. Vandaar…

Graag in het gezelschap van de dochters, onze familie en vrienden. Om te dansen, gek te doen, bij te praten, om te genieten van elkaars nabijheid. Het mag met een dessertenbuffetje (van al dat dansen krijg je honger) en doorzakken is verplicht! De zon zien opkomen ook, al zullen we dat op onze leeftijd allicht nog een week uitboeten… Misschien moeten we een nieuwe Oudejaarstraditie installeren met onze eigen oude zakken-Sylvester-party?

Kerstboom_miniDecember is gezellig. Altijd geweest. Ik heb het nooit “erg” gevonden dat ik in december verjaarde. Vaak wordt er dan gezegd dat je verjaardag verloren loopt tussen alle feesten, maar dat gevoel heb ik nooit gehad. Er werd altijd aan mij gedacht, er was altijd taart en ook voor een cadeautje werd altijd gezorgd.

Die gezelligheid, dat warme gevoel dat ik van thuis meegekregen heb, probeer ik nu aan mijn dochters door te geven. Om onze eigen warme traditie te installeren, zodat mijn dochters later met evenveel plezier hun jeugdherinneringen koesteren en op hun beurt weer doorgeven…

Mijn concrete materialistische wishlist voor december volgt later…

Wat willen jullie graag voor Kerstmis? Hebben jullie al lijstjes? Je mag altijd delen ter inspiratie 😉

Discipline, dedication en… sport

sport_miniDeze week kreeg ik de vraag wat ik juist gedaan had om mijn studiekilo’s kwijt te spelen. En of ik soms tips had.

Toen ik 23 jaar geleden aan mijn studies begon, had dat gevolgen. Onder moeders vleugels uit, zelf voor je eten zorgen. Ik was niet meteen de meest gezonde kok. Voor het eerst zelf boodschappen mogen doen: chips en chocolade à volonté… Na 3 jaar studies waren er 12 kilo’s bij. En die zaten schoon verspreid rond mijn 1m59. Ik was een bolletje. Gelukkig waren er in die tijd nog geen digitale camera’s, we gaan de bewijzen dus NIET inscannen 😉

Ik was ook een beetje een emo-eter. Als het naar mijn aanvoelen niet liep zoals het hoorde, durfde ik mij wel eens laten gaan met chocolade en chips… Maar het lief zorgde voor een ommekeer, gecombineerd met de regelmaat van een job en het samenwonen. En ik begon te sporten.

Het werd een zoektocht naar mijn ideale sport. In mijn tienerjaren had ik nog volleybal gespeeld, maar dat was niet te combineren met het kotleven in Leuven. In mijn nieuwe hometown heb ik een tijdje fitness gevolgd. Ik heb wel eens gestept. Dat was niks voor mij; mijn coördinatie loopt spaak als ik met meer dan 2 lichaamsdelen tegelijk een choreografie moet onthouden. Bijzonder pijnlijk om iedereen op het einde van de les schoon gelijk het hele liedje te zien “uitsteppen” als jij al halverwege in de knoop raakt met handen en voeten en bij driekwart compleet moet afhaken.

Ik heb ook wel eens gespind. Zalige sport, maar je moet het regelmatig doen (minstens 2 keer per week) en eigenlijk wil je de eerste lessen (als je niet kan volgen en knalrood halverwege opgeeft bij de beklimming of de sprintjes tussendoor) gewoon overslaan. Tegen de tijd dat ik aan het spinnen begon, hadden we al kinderen. Een fitnessabonnement is ongelooflijk duur als je niet minstens 2 keer per week kan sporten. En dat lukte niet met de kinderen erbij. En dus liet ik het fitnessabonnement voor wat het was.

De echtgenoot en ik hebben ook wel eens Start to Run geprobeerd. Samen. Eigenlijk was het best leuk. Op het kleine detail na dat we tegen les 5 allebei in de lappenmand lagen. Mijn enkel en de rug van de echtgenoot speelden op. Verplichte rust en mijn loopavontuur zat er meteen op. De echtgenoot daarentegen heeft doorgezet.

Maar de fietsmicrobe had me te pakken na het spinnen. En dus kochten we een hometrainer. Een goedkope uit de Macro. Na een paar maanden intensief trainen had ik de weerstand stuk gereden. Een volgende hometrainer werd besteld bij Collishop en daar was ik wel jarenlang zoet mee. Er waren wat kleine beginnersfoutjes: ik bouwde tegelijkertijd tijd en weerstand op en daar bleek de knie het niet mee eens te zijn. En dus houden we het op tijd. Ik bouw telkens op tot ik een uur kan fietsen en dat probeer ik minstens 4 keer per week te doen.

Lukt het? Ik denk dat ik dit ritme intussen toch al een vijftal jaar volhoud. Er zijn weken dat ik letterlijk dagelijks een uurtje fiets. Andere weken doe ik “maar” 3 keer mijn “Tour du Living”. Heel vaak kruip ik ’s avonds om 9 uur, als de kinderen in bed liggen, nog op mijn fiets voor mijn uurtje training. Het doet me deugd; het is intussen allicht ook een beetje een verslaving geworden. Ik lees ondertussen een boek, kijk wat tv of check de tablet. Het is hét middel bij uitstek (op eentje na 😉 om alle spanning van me af te fietsen.

Het zal voor de rest van mijn leven zijn. In onze familie hebben wij de neiging om nogal snel bij te komen. Ik heb het sporten dan ook van geen vreemden. Mijn vader heeft tot vooraan in de zestig gezaalvoetbald. Intussen, op zijn 68e, loopt hij nog minstens 3 keer per week…

Bovendien heb ik gemerkt dat sinds ik de kaap van de 40 gerond heb, ik wel wat moeite moet doen om “op gewicht” te blijven. Het gaat allemaal niet meer zo vlotjes als 10 jaar geleden. En ik snoep helaas veel te graag. Dus: discipline, dedication en fietsen maar 😉

5 reasons why I smile TAG

5 reasons why i smileEen nieuwe tag! Ditmaal doorgekregen van Madeleine. Alweer eentje waar ik heel blij mee ben, maar die ik toch wel even moest laten bezinken. Waar lach je om? Waar geniet je van? Waar word je blij van?

De regels van de tag:

– Noem 5 redenen waarom jij lacht / blij bent.
– Tag 5 andere bloggers om deze tag de doen. ( En laat ze dat ook even weten )
– Maak de naam bekend van diegene die jou nomineerde.
– Kopieer deze regels en zet ze in jouw artikel.
– Kopieer de TAG-afbeelding en plaats die in jouw artikel.

1. Mijn echtgenoot en dochters.

Zij vormen mijn grootste bron van geluk, elke dag opnieuw. Ik voel me zo ontzettend rijk als ik ’s avonds voor wij gaan slapen, nog even in de kamers van de dochters langs kan gaan, hen een kus kan geven en hen kan zien slapen.

Overigens moeten we daar soms ook heel hard om lachen, want de jongste is een echte wroeter. Die hebben we al in alle mogelijke posities in en rond haar bed teruggevonden. Achterstevoren is eigenlijk nog normaal. Half in, half uit bed (met het hoofd op het kussen in bed, met de voeten stevig op de grond) zijn we intussen toch ook al een paar keer tegengekomen, maar dat ze zich helemaal op de grond geïnstalleerd had (met kussen én helemaal in het dekbed gerold) dat was wel even schrikken… Maar je gaat dan wel met de glimlach op je lippen slapen…

Ook samen met de echtgenoot kan ik nog steeds lachen. Ik vind humor een heel belangrijk element in een relatie. Je moet met en om elkaar (en jezelf) kunnen lachen. Je mag jezelf niet al te serieus nemen. Moeilijk soms, maar een slappe lach kan soms zo’n deugd doen om de stress en spanning van je af te “spoelen”.

2. Schoonheid

Ik kan zo ontzettend genieten van een glooiend landschap, een mooi gebouw, een knap schilderij of een prachtig beeldhouwwerk. Toen we een paar weken geleden in The National Gallery in Londen waren, kon ik mijn geluk niet op in de zaal van de impressionisten. Ze hadden er ook een paar werken van Claude Monet, mijn favoriete schilder. “Snow scene at Argenteuil” heeft behoorlijk wat indruk op me gemaakt.

Je neemt het werk in je op, van dichtbij, van wat verder. Je neemt je tijd, loopt dan toch verder om op je passen terug te keren, opnieuw te kijken, nog wat schitterende details te ontdekken en de rest van de dag na te genieten… Ik heb ook ontzettend veel bewondering voor de verbeelding, het uitdrukken, het métier, de details, het “zien” van de schilders… Ik wou dat ik het kon, maar helaas.

3. Muziek

Een leuk nummer ’s ochtends in de auto naar het werk kan me heel erg blijgezind maken voor de rest van de dag. Zo ging ik op een ochtend helemaal op in “All over you” van Live. Luidkeels meebrullen, headbangen, airdrummen,… Had ik kunnen dansen, dan zou ik het gedaan hebben. Tot het moment dat ik de chauffeur naast me zag lachen. Dan rijd je met een knalrode kop verder naar je werk… Maar hey, ik denk dat ook die chauffeur de rest van de dag met veel jolijt aan zijn ochtendritje heeft teruggedacht.

4. Humor

Samen met de dochters naar Safety First kijken en plat liggen door de capriolen van Smos en co. De absurde humor van Top Gear of De Ideale Wereld, wij kunnen er hier soms de slappe lach van krijgen. En dan naar elkaar kijken en blijven lachen… Zalig!

5. Gesprekken

Het gehakketak van een groep mensen die het goed met elkaar kan vinden, die hetzelfde gevoel voor humor deelt, de grapjes over en weer zien vliegen aan tafel, een voorzet krijgen of geven en ‘m prachtig zien binnen gaan: dat is zalig en daar kan ik ontzettend van genieten. Bovendien heb ik een filmische verbeelding. Als iemand een sappig verhaal vertelt, zie ik dat onmiddellijk in alle geuren en kleuren voor mij, wat mijn plezier meestal verhoogt.

Wat maakt jou blij? Waar moet jij hard om lachen? Deel gerust je verhalen; ik lach graag mee…

En in het bijzonder mogen:

tinyblogt

mynameisblonde

Love to live life

Big City Life

Voskosmos

zich volledig laten gaan 😉

Moet mama kiezen? Job of gezin?

Gisteren las ik een pracht van een blog van Ilse Ceulemans. Een hele dag heb ik er mee in mijn hoofd gezeten. Ilse legt net als een aantal bloggers voor haar de vinger op een pijnlijke wonde: hoe combineer je moeder- of vaderschap met een bloeiende carrière? Is dat wel te combineren? Moet je daarvoor keuzes maken? Kan je die keuzes zomaar maken?

Uiteraard raakt mij dit. Ik ben ook mama van 2 prachtige dochters. Ook ik heb geworsteld/worstel met de combinatie moederschap-job. Mijn dochters zijn intussen 13 en 10. Volgens Ilses blog ben ik dus in rustiger vaarwater terecht gekomen. Voor een stuk klopt dat ook. Onze kinderen gaan naar school, zijn niet meer zo vaak ziek en kunnen zich af en toe ook al eens een uurtje alleen redden.

Ik word nog zelden door de school gebeld dat mijn aanwezigheid dringend gewenst is. Maar de laatste keer dat het voorviel – de jongste was eerder dit jaar nogal hard gevallen en had haar pols bezeerd (verstuikt of erger) – zat ik wel zonder gsm in vergadering. Pas 1,5 uur later was de vergadering afgelopen en zag ik de gemiste oproepen, hoorde ik de dringende boodschap van de directrice van de jongste en voelde ik me alweer schuldig dat ik er niet was. Herkenbaar? (De pols was overigens ok).

Wij zijn misschien niet echt een traditioneel gezin. De echtgenoot is leraar, en is er dus altijd voor de kinderen. Ik ben onverwacht de carrière ingerold. Mijn beide ouders zijn leerkrachten. Ik dacht dat dat ook voor mij weggelegd was, maar toen ik afstudeerde halverwege de jaren ’90 lagen de jobs niet meteen voor het oprapen. Ik solliciteerde dus zowel voor privéfuncties als bij de staat of in het onderwijs. Na een paar maanden solliciteren kon ik als redactiemedewerkster in de media beginnen. Een paar jaar later mocht ik onze eigen teletekstsportredactie mee opstarten.

Het was een uitdagende job. Geen twee dagen waren hetzelfde, het was leuk, spannend, maar het vergde ook veel. Bovendien wil ik alles goed (lees: perfect) doen en heb ik moeite met loslaten. Ik nam mijn werk regelmatig mee naar huis. Logisch ook, de sportactualiteit loopt altijd door. Ik was ook nieuwsverslaafd. Mijn hobby was mijn werk; grenzen afbakenen is dan moeilijk.

Maar ik koos – bewust – voor kinderen. Ik zette toen op carrièrevlak een stap terug en besloot 4/5 te gaan werken. De woensdag thuis gaf ons wat rust. Ik ving de kinderen op toen ze nog klein waren, ik kookte en toen de kinderen naar school gingen, deed ik de administratie en kleine klusjes of boodschappen om de echtgenoot wat te ontlasten. Maar die keuze had implicaties: zowel financieel als wat je carrièreplanning betreft. Hoe vaak heb ik niet moeten horen dat een managementfunctie niet te rijmen valt met 4/5 werken. Waarom niet? Zijn alle beslissingen dan zo hoogdringend dat ze niet één dagje kunnen wachten?

Na 15 jaar was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Tegelijkertijd werd mijn functie wegbespaard. Als 39-jarige kwam ik opnieuw op de arbeidsmarkt terecht. Terug solliciteren, je weer bewijzen. Ik had geluk. Na 4 maanden werkloosheid en een paar zeer interessante interims kon ik aan de slag als communicatieverantwoordelijke. Een staffunctie, met shiften. En dus ga je er opnieuw vol tegenaan, wil je je bewijzen, wil je het goed (lees: perfect) doen. En dus neem je je werk mee naar huis en kan je het weer moeilijk loslaten.

Laat mij heel duidelijk zijn: ik besef héél goed dat ik in een luxepositie zit dankzij de echtgenoot. Ik wil zelf heel graag een uitdagende job met inhoud én ik ben nu eenmaal een perfectioniste die moeilijk kan loslaten. Ik geniet ook van werken: ik leer graag dingen bij én ik kan vanbinnen héél fier zijn als ik iets tot een goed einde gebracht heb.

Maar er is een keerzijde. Ik ben er niet als de kinderen van school thuiskomen en hun verhaal willen doen over hun dag. Het huishouden, de administratie, inkopen,… alles moet ’s avonds en in het weekend gebeuren, gecombineerd met de hobby’s van de kinderen. Het is hollen van hier naar daar, het is drukdrukdruk en we gaan maar door. Het is vermoeiend en af en toe botsen we heel hard tegen onze grenzen aan. Dan hebben we korte lontjes en kan het hevig onweren…

En dan stel ik me net als vele mama’s (en papa’s) de vraag: is dat het? Moet het zo? Hoe kan het anders? Maar dan blijkt dat er soms weinig opties zijn. Minder gaan werken is niet voor iedereen weggelegd en dat geldt evengoed voor thuiswerken of andere vormen van flexibel werken (wat overigens vooral wordt toegestaan als het bedrijf er voordeel aan heeft, niet omgekeerd. Zo “mag” je bij hevige sneeuwval wél thuiswerken. En je mails mag/moet je ’s avonds ook opvolgen…) Bovendien heeft niet iedereen evenveel verlofdagen. Daarnaast word je de laatste jaren om de oren geslagen met goede raad: “het is crisis, we moeten besparen, we moeten presteren…” “Pas op, want je pensioen zal heel laag uitvallen als je niet voltijds werkt…”

En dus ploeteren we voort. En schipperen we en missen we met pijn in het hart “die momentjes” en voelen we ons achteraf schuldig. Net als Ilse geloof ik dat er dringend wat moet gebeuren aan de emancipatie van de mama/papa. Welk belang hechten we als maatschappij aan de opvoeding van onze kinderen? Maken we ons er vanaf met 20 maanden ouderschapsverlof of maken we eindelijk werk van een serieus stelsel (ook met effecten op lange termijn, dus op het pensioen? Mag dat dan alstublieft een recht worden en geen gunst waarvan je blij mag zijn dat je er toestemming voor krijgt?

En kunnen mama’s dan gewaardeerd worden voor hun intrinsieke jobkwaliteiten en niet enkel beschouwd worden als minderwaardige kostenplaatjes (“ze zijn zo vaak afwezig, we moeten dat hele zwangerschaps- en ouderschapsverlof bij incalculeren, zouden we toch niet beter voor een man opteren?”) De laatste jaren lijkt het wel alsof we moeten kiezen: of voltijds werken (en meetellen) of een gezin. Beetje bitter dat onze sociale verworvenheden net in vraag gesteld worden door degenen die zoveel verdienen dat hun partners zonder problemen thuis voor de kinderen kunnen zorgen…

Duivelsgekte in huis

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Mijn bureau @work tijdens het WK.

Ik ben fan van de Rode Duivels. Al jarenlang. En ik durf daar redelijk ver in gaan… Het ergste is, ik ben niet alleen. Wij zijn hier in huis allemaal in min of meerdere mate aangetast.

Mijn eerste echte herinnering aan de Rode Duivels dateert van Mexico ’86. Ik was toen (bijna) 13, ongeveer zo oud als mijn oudste nu. Het WK viel toen voor het grootste gedeelte in de examens én het waren – als ik mij nog goed herinner – voornamelijk nachtmatchen (om 22.00 en om 24.00 uur). Wij mochten dus nog niet kijken. Maar mijn vader deed dat wel, samen met één van mijn nonkels. Zij spraken af om samen de matchen te kijken. Het moet legendarisch geweest zijn (ook in onze huiskamer denk ik). In het midden van de nacht als alles stil is en iedereen slaapt naar beklijvende voetbalmatchen zitten kijken…

En of het spannend was in die dagen. België ging maar nipt door (als beste derde; in groepen van 4, dat stelde dus echt niks voor) maar toen kwam de ommekeer. Winnen van het ongenaakbare Rusland, met de legendarische strafschoppen doorgaan tegen Spanje,… Telkens va na de match kwam slapen, was ik om één of andere reden toch wakker. Dan riep ik hem mijn kamer binnen. “En, wat hebben ze gedaan?” “Gewonnen, ga maar terug slapen.” En dan was ik gerust en kon ik zalig verder dromen…

België-Argentinië, de halve finale, viel na de examens en om 22.00 uur. Die match mochten we wel zien. Maar wat een teleurstelling, we verloren toen van Diego Maradona. En in de troosting om de derde plaats waren we niet opgewassen tegen Frankrijk. En toch was het collectieve gekte toen onze “helden” terugkeerden uit Mexico.

We zijn de Rode Duivels blijven volgen. In Italië 1990, toen Platt een uitstekende generatie Duivels totaal ten onrechte uit het tornooi kegelde in de allerlaatste minuut van de verlengingen. Wij zaten toen met 3 gezinnen in onze huiskamer. De volwassenen in de zetel, de kinderen ervoor. Ik weet nog goed dat mijn vader (zelf ook een verdienstelijk voetballer in zijn jongere jaren) mee de bal in de goal probeerde te krijgen. Nogal pijnlijk als je daarvoor zit.

In 1994, toen het WK doorging in de Verenigde Staten namen we in de groepsfase de maat van Oranje. Helaas ondergingen we in de achtste finales dan één van de belangrijkste voetbalwetten: “Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.” (Gary Lineker)

Na 1994 worden mijn herinneringen wat vager. De eerste gouden generatie was gepasseerd. Het draaide wat minder bij de Rode Duivels. We hadden het voor het eerst over “gouden driehoeken en gouden vierkanten”, maar er doken redelijk wat conflicten op. In 1997 kende ik de echtgenoot al en waren we erbij op de Heizel in de barragewedstrijden tegen Ierland, toen Luc Nilis ons zo goed als in zijn eentje plaatste.

Op het EK 2000 in België en Nederland waren we ook erbij in het stadion toen België zich als eerste thuisland ooit niet door de eerste ronde wist te worstelen. Maar daar praten we niet meer over. Het heeft ons jaren gekost om dat trauma achter ons te laten 😉

In 2002 werkte ik al als sportjournalist. Zalige periode. Op matchdagen in Duivels-outfit gaan werken. Juichen als er gescoord werd en dan als een gek typen zodat onze kijkers geen seconde van de match moesten missen… Helaas was ook toen de gekte van korte duur. Scheidsrechter Prendergast keurde totaal onterecht de openingsgoal van Wilmots tegen Brazilië (de latere wereldkampioen) af. We verloren. Nog jaren hebben we moeten teren op “wat als…”

Want toen begon de grote leegte. Het zou 12 jaar duren voor de Rode Duivels zich opnieuw wisten te plaatsen, voor het WK 2014 in Brazilië. Aan ons zal het niet gelegen hebben. Wij geloofden erin. Telkens opnieuw, tegen wil en dank. Wij klampten ons vast aan de dooddoener “Het is mathematisch nog mogelijk” en hoopten op mirakels. Het is in die tijd dat het pijnlijk werd om naar de Rode Duivels te kijken. Het werd voorspelbaar. Moneytime (de laatste 10 minuten voor rust of op het einde van de match) kwamen eraan en we kregen nog een goal binnen. Weer net niet.Verkleed gaan werken deden we niet meer. Je was naïef als je nog in de Duivels geloofde…

Maar een goede generatie stond op. Piepjong, de jeugdzonden moesten eruit. Met trainer Wilmots viel EINDELIJK alles op zijn plaats. De schoonheidsfoutjes bleven achterwege, het team klikte ineen en we konden ons eindelijk nog eens plaatsen. Het WK in Brazilië was een hoogtepunt. Ook voor ons. Op vakantie in Italië, met een hele hoop zotte Belgen voetbal kijken. Verkleed, geschminkt en voorafgegaan door een fuifje met Belgische voetbalmuziek. Zelfs de Nederlanders konden hun ogen niet geloven als ze de Duivelsgekte zagen… (De Italianen waren al uitgeschakeld, hen liet het koud. Zij waren hun trauma nog aan het verwerken.)

En toch. Er zat meer in. In de match tegen Argentinië hebben we op geen enkel moment écht kans gemaakt. Al na een paar minuten zag je dat de bal niet in ons voordeel rolde. Jammer. Volgens mij waren we sterker. En een halve finale tegen Nederland was mooi geweest.

Straks is het hier opnieuw van dat. We spelen tegen Wales, allicht onze grootste rivaal op weg naar het EK. Wij halen onze vlaggen, onze T-shirts (dat van Burrda, dat blijft mooier dan dat lelijke, dure Adidas-probeersel), onze sjaals, hoeden en schmink al boven. Om 18.00 uur zitten we hier met 4 klaar. Of ik echt helemaal mee durf kijken, weet ik nog niet. Het zal spannend worden en om één of andere reden scoren de Duivels altijd als ik even in de keuken drank of chips ga halen. Ik kan daar dan ook beter wachten op de goals 😉

Maar het is genieten. Toekijken hoe ook de dochters beginnen meepraten over “onze” Duivels. Hen uitleg horen vragen aan de papa, om het spel en de tactiek beter te begrijpen. Hen zinnige opmerkingen horen maken. Hen zien juichen en uit de bol gaan bij een goal. Hen zien treuren bij verlies. Dat stuk van onze opvoeding is alvast geslaagd, dat stukje familie-erfenis is doorgegeven… En we gaan voor de zege vanavond 😉

Project positief

Het “project positief” werd me in de schoot geworpen door Carrie. Dit vind ik een heel leuke tag. Het is ook heel tof om de andere blogs hierover te gaan lezen. Je wordt er instant gelukkig van 🙂

1. Wat is je favoriete quote en waarom?

Faites que le rêve dévore votre vie, afin que la vie ne dévore votre rêve. (Antoine de Saint-Exupéry). Een Franse spreuk. En het is een fantastisch mooie. “Maak dat de droom jouw leven verslindt, zodat het leven je droom niet verslindt”. Je bent nooit te oud om te dromen, om plannen te maken. In mijn ogen stop je met écht te leven op het moment dat je ophoudt te dromen.

2. Welke droom zou je in je leven willen realiseren?

Veel van de dromen die ik als jong meisje had, heb ik al gerealiseerd. Ik ben gelukkig getrouwd, heb 2 schatten van dochters en een fijne omgeving. Toen ik 16 was, kregen we in de les Engels de opdracht “wat wil je later worden?” Ik heb toen een heel opstel geschreven over dat het spijtig was dat ik een meisje was, want dat ik anders sportjournalist zou worden”. Ik heb mijn jeugddroom waargemaakt en heb daar ten volle van genoten.

Waar droom ik nu nog van?

  • Van gelukkig te blijven met man en kinderen. Dat we allemaal gezond mogen blijven én dat onze kinderen hun weg vinden in het leven en hun eigen geluk vinden.
  • Van tijd. Even ontsnappen uit de ratrace van het leven. Koken, bakken, samen zijn met man en kinderen. Stiekem zou ik het boek dat al heel lang in mij aan het gisten is dan ook wel eens willen neerschrijven…
  • Van gezelschap. Van de familie. De oma’s en opa’s, broer en zussen én hun aanhang. De neefjes en het nichtje. De vrienden. Samen genieten van het moment. Samen zijn, feesten en vieren…
  • Van vakantie. Van onverwachte ontmoetingen die uitgroeien tot een leuke vriendschapsband. Van uitkijken en aftellen naar het weerzien.

3. Wat betekent geluk voor jou?

Geluk zit voor mij echt wel in de kleine momenten:

  • Samen in slaap vallen.
  • Je op zaterdag nog eens omdraaien en nog een uurtje “stelen”.
  • Samen met de dochters ’s avonds in de zetel zitten en lachen om “Safety First” of “Het Lichaam van Coppens”.
  • Het metekind zien genieten van de Cola Zero-fles met zijn naam op of van zijn nieuwe Duivels-outfit.
  • Het andere metekind zien lachen naar en spelen met de oudste.
  • Intens genieten van de momenten met mijn ouders: van hun bezoekjes, van hun hulp bij feestjes, van onze gesprekken.
  • Feestjes of etentjes met vrienden.
  • Lekker eten.
  • Een glaasje witte wijn op het einde van een drukke week.
  • Het dansoptreden van onze dochters. Er is niets mooiers of meer ontroerend dan hen zien stralen op dat podium.

Ik moet er wel eerlijk aan toevoegen dat ik af en toe een wake-up-call nodig heb. Dan laat ik me teveel opslorpen door de gejaagdheid van het bestaan en dan moeten de echtgenoot of de dochters wel eens aan de rem trekken en me weer met beide voeten op de grond zetten.

4. Wie kan jou ontzettend opvrolijken?

De echtgenoot. De dochters. De (kinderen in de) familie. De vrienden. De ex-collega’s. Een goed boek, luide rockmuziek (Springsteen, Pearl Jam bijvoorbeeld). Een trieste film. (Het kan af en toe zo’n deugd doen om een goed potje te huilen om een mooie film…)

5. Voor wat mogen ze jou ’s nachts wakker maken?

Voor niet veel eigenlijk. Als ik niet genoeg geslapen heb, kan ik verschrikkelijk humeurig zijn. Maar als de dochters een nachtmerrie hebben, mogen ze uiteraard bij ons in bed. Voor een heerlijk ontbijt mogen ze me ’s morgens ook altijd (een uurtje vroeger) wakker maken. Of om op vakantie te vertrekken…

Maar uiteraard wil ik vast en zeker wakker gebeld worden door familie en vrienden. Om prachtig nieuws te melden (een geboorte of een andere heuglijke gebeurtenis) of om een luisterend oor te spelen in tijden van nood. Daar komen wij met plezier ons bed voor uit. De nodige dekentjes en zakdoeken liggen klaar. Koekjes of chocolade zijn altijd aanwezig. Voor drank kan gezorgd worden 😉 En we hebben een logeerbed dat altijd opgemaakt is.

6. Op welke prestatie ben je ontzettend trots?

In 2015 ben ik 20 jaar samen met de echtgenoot. Nog steeds gelukkig. Nog steeds geen spijt. Wij tweeën, daar ben ik ontzettend trots op. En op onze dochters natuurlijk. Prachtmeiden.

7. Welke boodschap zou je graag anderen willen meegeven?

Geluk zit in de kleine dingen. Laat je niet meeslepen in de ratrace van het leven, maar bouw rustpunten in. Omring je met mensen die iets toevoegen aan je leven, met wie je die kleine momenten kan en wil delen. Mensen waarbij je je “verplicht” voelt, zijn het niet waard en kan je beter missen. En blijf dromen! Altijd. Overal. Kleine dingetjes en grootse doelen…

Ik ben zelf heel benieuwd naar het “project positief” van:

En wat maakt jullie gelukkig? Wat is jullie lijfspreuk? Ik ben heel benieuwd naar jullie reacties…

Suds & Soda of brandalarm ?

genant verhaal_miniEven terug in de tijd. Dik anderhalf jaar geleden was ik aan de slag bij een veiligheidsinstituut. Ik was er adviseur opleidingen en mee verantwoordelijk voor de praktische organisatie van een paar cursussen. Een vervangingsopdracht. Het kader voor één van de meest gênante verhalen uit mijn leven. Met gevolgen.

Op een woensdag was ik administratie aan het doen. Woensdag was een beetje een speciale dag, want er werden geen cursussen georganiseerd. Ook mijn rechtstreekse collega’s waren er dan niet. Geen cursisten, geen collega’s, dus ik zat alleen in ons bureau te werken. Met de deur dicht en Studio Brussel luid op. Het was een drukke voormiddag. Er waren al een paar politie-, brandweerwagens of ambulances gepasseerd. Het was aanhoudend wat.

Op een bepaald moment werkte de radio op mijn zenuwen. Slecht nummer. Ik denk nog bij mezelf “wat een slechte versie van Suds & Soda, en die blijft maar duren”. Dan gaat de telefoon. “Nele, waar ben jij?” “Aan mijn bureau.” “Wat ben je aan het doen?” “Aan het werken, tiens.” “Het is wel evacuatieoefening, heb jij het alarm niet gehoord?” Neen, dus. Ik had het niet gehoord. Dat irritant nummer bleek dus geen slechte cover van Suds & Soda. Dat bleek het brandalarm, maar mijn frank was niet gevallen.

Ik heb me daar achteraf heel slecht door gevoeld. De evacuatieoefening is intern geëvalueerd en het veiligheidsinstituut heeft de nodige lessen getrokken. Na het incident is ook in ons bureau een alarm geïnstalleerd en uitgebreid getest. Maar dan nog had ik het moeten horen.

Eigenlijk wist ik toen al een paar jaar dat mijn gehoor achteruit ging. Dat de radio in de auto bij mij een pak luider gedraaid werd dan bij de echtgenoot, was al een teken aan de wand. Dat ik af en toe dingen miste in groepsgesprekken had ik ook al opgemerkt. Dat ik de echtgenoot af en toe moest vragen om iets te herhalen vanop tv omdat ik het niet gehoord had, had ik ook wel door. Maar ik wou het niet echt weten. Zolang het niet getest was, was het niet echt.

Na het incident met het brandalarm heb ik mijn gehoor wel laten testen. En ja hoor, op de hoge tonen heb ik “significant gehoorverlies”. Op lange termijn zal ik allicht in de voetsporen van mijn vader en grootmoeder treden en ook een hoorapparaat mogen dragen, maar daar is het nu nog wat vroeg voor. En neen, het heeft niets te maken met de vele concerten die ik in mijn leven al gezien heb. Het is erfelijk.

Tot wat een gênante brandoefening (of een slechte cover van Suds & Soda) al niet kan leiden…